Provinciaal blad van Noord-Brabant
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Noord-Brabant | Provinciaal blad 2025, 20478 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Noord-Brabant | Provinciaal blad 2025, 20478 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Regeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 2 december 2025, houdende het verstrekken van subsidies ter behoud van cultureel erfgoed (Subsidieregeling cultureel erfgoed Noord-Brabant 2026)
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
Algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187);
Asv: Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;
erfgoed: zaken die mensen waarderen, zich mee identificeren en willen bewaren voor toekomstige generaties;
industrieel erfgoed: erfgoed ten behoeve van de dagelijkse arbeid in de vorm van fabrieksgebouwen, bruggen, sluizen of molens en alle andere materiële sporen van de industriële maatschappij;
kasteel: erfgoed in de vorm van een zelfstandig versterkt bouwwerk, dat in oorsprong zowel bewoonbaar als verdedigbaar was;
landgoed: erfgoed in de vorm van een gebied van meerdere hectares, met landerijen en tuinen, waar een buitenplaats, landhuis of kasteel op voorkomt;
militair erfgoed: erfgoed in de vorm van forten, kazematten, bunkers, beveiligde onderkomens uit de Koude Oorlog, inundatievoorzieningen;
religieus erfgoed: erfgoed in de vorm van monumentale kerken, synagogen, kloosters, kapellen, abdijen, devotiekapellen en andere gebouwde uitingen van het religieuze leven of hun interieur, niet zijnde woonhuizen in de vorm van pastorieën;
restauratie: handeling die nodig is om het onroerend erfgoed duurzaam, sober en doelmatig in stand te houden ten behoeve van een stabiele, maatschappelijk verantwoorde of duurzame functie;
rijksmonument: onroerende zaak, niet zijnde een woonhuis, die deel uitmaakt van het erfgoed en is ingeschreven in het rijksmonumentenregister, bedoeld in artikel 3.3 van de Erfgoedwet.
Deze paragraaf heeft als doel de restauratie van rijksmonumenten te stimuleren ter behoud van het Brabantse cultureel erfgoed.
Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door de eigenaar van een rijksmonument, zijnde:
Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies in de vorm van een geldbedrag.
Artikel 1.5 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op de restauratie van rijksmonumenten in de vorm van:
Om voor subsidie als bedoeld in artikel 1.5 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
Artikel 1.8 Subsidiabele kosten
Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen voor subsidie in aanmerking de kosten van werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen die als subsidiabel zijn aangemerkt in de Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten, die als bijlage is opgenomen bij de landelijke Subsidieregeling instandhouding monumenten.
Artikel 1.9 Niet subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 1.8 komen in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking de kosten van werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen die als niet subsidiabel zijn aangemerkt in de Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten, die als bijlage is opgenomen bij de Subsidieregeling instandhouding monumenten.
Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de periode, genoemd in artikel 1.10, eerste lid, vast op € 3.600.000.
Artikel 1.14 Verplichtingen van de subsidieontvanger
Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijnen, genoemd in het eerste lid, onder b en onder c, kan de subsidieontvanger uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging met maximaal een jaar.
De subsidieontvanger toont bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken:
Artikel 1.17 Subsidievaststelling
De subsidie wordt op grond van artikel 22, twaalfde lid, van de Asv vastgesteld.
Gedeputeerde Staten zenden in 2028 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de effecten en de doeltreffendheid van deze paragraaf in de praktijk.
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
Algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187);
Asv: Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;
cultuurhistorische waarde: betekenis die aan een rijksmonument wordt toegekend vanwege sporen uit het verleden, die inzicht geven in historische ontwikkelingen, menselijk gebruik, en de identiteit van een locatie;
reconstructie: proces van herbouwen of opnieuw vormgeven van iets dat verdwenen, beschadigd of onvolledig is;
rijksmonument: onroerende zaak, niet zijnde een woonhuis, van nationaal belang dat deel uitmaakt van het erfgoed en is ingeschreven in het rijksmonumentenregister, bedoeld in artikel 3.3 van de Erfgoedwet.
Deze paragraaf heeft als doel het stimuleren van noodmaatregelen aan de cultuurhistorisch waardevolle onderdelen van rijksmonumenten ter behoud van het Brabants cultureel erfgoed.
Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door de eigenaar van een rijksmonument, zijnde:
Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies in de vorm van een geldbedrag.
Artikel 4.5 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op het treffen van noodmaatregelen aan de cultuurhistorisch waardevolle onderdelen van een rijksmonument.
Om voor subsidie als bedoeld in deze paragraaf in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
Artikel 4.8 Subsidiabele kosten
Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:
Artikel 4.9 Niet subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 4.8 komen de kosten die gedekt worden door de verzekeraar niet voor subsidie in aanmerking.
Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in deze paragraaf voor de periode, genoemd in artikel 4.10, eerste lid, vast op € 400.000.
Artikel 4.14 Verplichtingen van de subsidieontvanger
houdt, indien deze een rechtspersoon is, op grond van artikel 7, eerste lid, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening, een administratie bij van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten als bedoeld in artikel 4:37, eerste lid, onder b, van de Awb en overlegt deze desgevraagd aan Gedeputeerde Staten.
Artikel 4.17 Subsidievaststelling
De subsidie wordt op grond van artikel 20, eerste lid, onder b, van de Asv ambtshalve vastgesteld.
Gedeputeerde Staten zenden in 2028 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de effecten en de doeltreffendheid van deze paragraaf in de praktijk.
’s-Hertogenbosch, 2 december 2025
Gedeputeerde Staten voornoemd,
de voorzitter,
mr. I.R. Adema
de secretaris,
drs. G.H.E. Derks MPA
Toelichting behorende bij de Subsidieregeling cultureel erfgoed Noord-Brabant 2026
Cultureel erfgoed is wat wij hebben geërfd van onze voorouders. Zaken die mensen waarderen, waar men zich mee identificeert en die men wil bewaren om van te genieten en/of te onderzoeken voor en door toekomstige generaties. Dat alles noemen we ‘erfgoed’. Bij erfgoed gaat het niet alleen om gebouwen en landschap (cultuurhistorische waarden) uit het verleden, maar ook om voorwerpen, documenten en gebruiken uit vroeger tijden. Erfgoed kan materieel zijn (roerend en onroerend) en immaterieel (gebruiken en tradities). Erfgoed is van iedereen en iedereen kan meedoen in de zorg voor erfgoed. De intrinsieke waarde van erfgoed gaat vooral over de cultuur-historische betekenis: het verhaal dat vertelt over ons verleden en dat ons maakt tot de Brabanders die we nu zijn. De aanwezigheid van erfgoed en de betrokkenheid van mensen hierbij vergroot de leefbaarheid, gemeenschapsgevoel, verbindt, geeft identiteit, maakt trots, inspireert en biedt houvast in onzekere tijden. Daarom is behoud van erfgoed en haar verhalen belangrijk. Erfgoed levert daarnaast een belangrijke bijdrage aan de kwaliteit van de leefomgeving. Het draagt bij aan de profilering van een plek of een regio. Erfgoed kan daarmee richting geven aan regionale ruimtelijke ontwikkelingen.
Deze subsidieregeling is vastgesteld op grond van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant (Asv). Dit betekent dat een aantal aspecten van de verstrekking van subsidies niet in de subsidieregeling zijn vastgelegd, maar in de Asv. In de Asv staat onder meer wat de termijnen zijn voor het nemen van een beslissing op een aanvraag en ook bevat de Asv algemene verplichtingen voor de subsidieontvanger, zoals de meldingsplicht in geval van het niet, niet tijdig of niet geheel verrichten van de activiteiten dan wel nakomen van de verplichtingen. Daarnaast hebben Gedeputeerde Staten in de Regeling algemene subsidienormen Noord-Brabant (Ras) nog diverse algemene bepalingen met betrekking tot subsidie vastgelegd. Ook de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevat algemene bepalingen die onverkort van toepassing zijn op subsidies die worden verstrekt op grond van deze subsidieregeling. Voor een goed begrip van deze subsidieregeling is dus ook de Awb en de Asv in combinatie met de Ras relevant.
Paragraaf 1 Restauratie van rijksmonumenten
Paragraaf 1 is gericht op restauratie van rijksmonumenten. Het behoud van rijksmonumenten is als een doel benoemd in het beleidskader Levendig Brabant. Rijksmonumenten die aansluiten bij de verhalen van Brabant, in de regeling benoemd als religieus erfgoed, militair erfgoed, fabrieken en molens, kastelen en landgoederen, komen in aanmerking om een subsidieaanvraag in te dienen voor het duurzaam en met terughoudendheid te restaureren. Subsidie wordt verleend aan kosten die gemaakt worden voor het behoud van de cultuurhistorisch waardevolle en monumentale onderdelen van het rijksmonument. Deze kosten zijn door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) opgenomen in de Leidraad Subsidiabele Kosten. In samenwerking met de RCE worden hiermee de subsidiabele kosten bepaald.
Bij de aanvraag voor subsidie is het belangrijk dat het plan voor de restauratie duidelijk en compleet is, daarvoor verwijzen we naar de eisen die zijn gesteld in de subsidieregeling. De aanvraag moet in ieder geval onderbouwd zijn met tekeningen en een overzicht van de te verwachte kosten. We eisen een onherroepelijke omgevingsvergunning om deze werkzaamheden te kunnen uitvoeren. Aanvragen zonder een onherroepelijke omgevingsvergunning en bijbehorende tekeningen worden geweigerd.
Er is sprake van staatssteun indien steun wordt toegekend aan een onderneming die daarmee een voordeel onder niet marktconforme omstandigheden ontvangt. Onder deze paragraaf zal voor een deel sprake zijn van steun aan particuliere eigenaren van een monument, welke geen onderneming zijn. Indien in een monument wel een onderneming is gevestigd, ontstaat met een vergoeding voor de kosten een voordeel en dus ook staatssteun. Voor die gevallen maken Gedeputeerde Staten gebruik van de vrijstelling onder artikel 53 van de Algemene groepsvrijstelling. Restauratie en reparatie van monumenten past onder materieel erfgoed, bedoeld in lid 2 onder b, waarvoor conform lid 3 investeringssteun mogelijk is.
Paragraaf 2 Eco-archeologisch onderzoek (Gereserveerd)
Paragraaf 3 Instandhouding molens (Gereserveerd)
Paragraaf 4 Noodmaatregelen rijksmonumenten
Paragraaf 4 is gericht op het treffen van noodmaatregelen. Doel van subsidie, op grond van deze paragraaf, is om eigenaren van rijksmonumenten, die niet beschikken over een afwijzing op basis van het bereiken van het subsidieplafond in paragraaf 1 van deze regeling, door middel van een financiële impuls een handreiking te doen om zo spoedig mogelijk de schade aan deze waardevolle monumenten te verhelpen. Het gaat hier nadrukkelijk om cultuurhistorische waardevolle onderdelen die verloren zouden gaan als er niet direct wordt ingegrepen. Per rijksmonument is er de mogelijkheid om eenmalig subsidie aan te vragen. Bij ingewikkelde vragen en ingewikkelde restauraties zal de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed worden betrokken. Eigenaren van woningen worden uitgesloten van deze subsidiemogelijkheid omdat voor hen al andere financiële mogelijkheden bestaan.
Er is sprake van staatssteun indien steun wordt toegekend aan een onderneming die daarmee een voordeel onder niet marktconforme omstandigheden ontvangt. Onder deze paragraaf zal voor een deel sprake zijn van steun aan particuliere eigenaren van een monument, welke geen onderneming zijn. Indien in een monument wel een onderneming is gevestigd, ontstaat met een vergoeding voor de kosten een voordeel en dus ook staatssteun. Voor die gevallen maken Gedeputeerde Staten gebruik van de vrijstelling onder artikel 53 van de Algemene groepsvrijstelling. Restauratie en reparatie van monumenten past onder materieel erfgoed, bedoeld in lid 2 onder b, waarvoor conform lid 3 investeringssteun mogelijk is.
Paragraaf 1 Restauratie van rijksmonumenten
De weigeringsgronden in dit artikel komen in aanvulling op de weigeringsgronden uit artikel 4:25 en 4:35 Awb en de weigeringsgronden uit artikel 8 van de Asv.
Artikel 1.8 Subsidiabele kosten
In de Rijkssubsidieregeling Instandhouding monumenten is bepaald dat alleen de extra kosten voor instandhouding en herstel van het monument voor vergoeding in aanmerking komen. Het gaat om de kosten die uit technisch oogpunt noodzakelijk zijn voor de instandhouding van het monument. Kosten in verband met verbetering van het comfort of voor uitbreiding van de gebouwen zijn niet subsidiabel. Door aan te sluiten bij de Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten 2013, wordt voldaan aan de eisen uit de rijkssubsidieregeling instandhouding monumenten. In de Leidraad zijn de kosten voor comfort of uitbreiding reeds uitgesloten.
Paragraaf 4 Noodmaatregelen rijksmonumenten
Cultuurhistorische waarden kunnen onder meer bestaan uit bouwkundige elementen, maar ook uit aspecten als schoonheid, ouderdom en uniciteit.
Artikel 4.5 Subsidiabele activiteiten
Noodmaatregelen voor erfgoedlocaties en rijksmonumenten omvatten het treffen van snelle acties om verdere schade te voorkomen. De noodmaatregelen zijn bedoeld om de cultuurhistorische waarde van het monument te beschermen.
Onder f Subsidieregeling stimulering herbestemming monumenten
De Subsidieregeling stimulering herbestemming monumenten betreft een regeling van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2025-20478.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.