Regeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant in de hoedanigheid van Beheerautoriteit voor het programma-EFRO Zuid-Nederland 2021-2027 van 2 december 2025 tot wijziging van de Subsidieregeling OPZuid 2021-2027 (Achtste wijziging Subsidieregeling OPZuid 2021-2027)

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, in de hoedanigheid van beheerautoriteit voor het EFRO-programma Zuid-Nederland 2021-2027;

 

Gelet op artikel 49 van Verordening (EU) 2021/1060 van het Europees parlement en de Raad van 24 juni 2021 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, het Fonds voor een rechtvaardige transitie en het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en de financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel, migratie en integratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid (Verordening 2021/1060);

 

Gelet op artikel 4.2.2 van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies 2021 juncto artikel 71 van Verordening (EU) 2021/1060;

 

Overwegende dat het wenselijk is de Subsidieregeling OPZuid 2021-2027 te wijzigen en een nieuwe aanvraagperiode in 2026 open te stellen vanwege de vaststelling van Verordening 2025/1914 van het Europees parlement en de Raad van 18 september 2025 tot wijziging van Verordening (EU) 2021/1058 en Verordening (EU) 2021/1056 wat betreft specifieke maatregelen voor het aanpakken van strategische uitdagingen in het kader van de tussentijdse evaluatie;

 

 

Besluiten vast te stellen de volgende regeling:

Artikel I Wijziging Subsidieregeling OPZuid 2021-2027

De Subsidieregeling OPZuid 2021-2027 wordt als volgt gewijzigd:

 

A.

 

In artikel 1.1 wordt in de alfabetische volgorde ingevoegd:

 

grootbedrijf: grootbedrijf, niet zijnde kleine en middelgrote onderneming als bedoeld in bijlage I van Aanbeveling van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (2003/361/EG);

 

SAFE-verordening: Verordening (EU) 2025/1106 van de Raad van 27 mei 2025 tot vaststelling van het instrument “Optreden voor de veiligheid van Europa (SAFE) door middel van versterking van de Europese defensie-industrie”;.

 

B.

 

Onder vernummering van paragraaf 5 tot paragraaf 6, en onder vernummering van de artikelen 5.1 en 5.2 tot de artikelen 6.1 en 6.2, wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:

 

Paragraaf 5 Bijdragen aan een slimmer Europa-defensie openstelling 2026

 

Artikel 5.1 Doelgroep

Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door een penvoerder namens een samenwerkingsverband.

 

Artikel 5.2 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op het bevorderen van innovatie met maatschappelijke en economische impact in Zuid-Nederland, waarbij de volgende activiteiten voor subsidie in aanmerking komen:

  • a.

    doorontwikkelen, demonstreren en vermarkten van kansrijke, technologische militaire of dual-use innovaties binnen de volgende in de SAFE-verordening gedefinieerde gebieden:

    • 1°.

      categorie 1:

      • i.

        munitie en rakketten;

      • ii.

        artilleriesystemen;

      • iii.

        grondgevechtsvermogen;

      • iv.

        kleine drones (NAVO-klasse 1) en bijbehorende droneafweersystemen;

      • v.

        cyber;

    • 2°.

      categorie 2:

      • i.

        lucht- en raketafweersystemen;

      • ii.

        maritieme oppervlakte- en onderwatervermogens

      • iii.

        ander dan kleine drones (NAVO-klassen 2 en 3) en bijbehorende droneafweersystemen;

      • iv.

        strategische hulpmiddelen;

      • v.

        artificiële intelligentie en elektronische oorlogsvoering;

  • b.

    doorontwikkelen, demonstreren en vermarkten van kansrijke, technologische militaire of dual-use innovaties op het gebied van nieuwe wapen- en verdedigingssystemen of nieuwe productiemethodes.

Artikel 5.3 Subsidievereisten

  • 1.

    Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

      het project wordt uitgevoerd door een samenwerkingsverband dat bestaat uit ten minste twee partners waarvan grootbedrijven geen onderdeel uitmaken;

    • b.

      de penvoerder is ingeschreven in het handelsregister;

    • c.

      de samenwerking is vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst die verder bevat:

      • 1°.

        instemming van alle partners over de aanwijzing van de penvoerder om de subsidieaanvraag in te dienen;

      • 2°.

        instemming van alle partners met het project;

      • 3°.

        de verdeling van de verantwoordelijkheden, aansprakelijkheid, bevoegdheden en financiële verplichtingen betreffende de kosten en financiering van de partners;

    • d.

      het project wordt uitgevoerd in Zuid-Nederland of komt ten goede aan Zuid-Nederland;

    • e.

      het project komt ten goede aan het mkb;

    • f.

      het project levert een bijdrage aan defensiecapaciteiten in Zuid-Nederland of aan de doorontwikkeling van dual-use toepassingen in Zuid-Nederland;

    • g.

      het project scoort tenminste tien punten tot een maximum van 20 punten op elk van de volgende criteria en tenminste 70 punten totaal op de volgende criteria:

      • 1°.

        de mate waarin het project bijdraagt aan de doelstellingen van het programma en de openstelling van het EFRO-programma Zuid-Nederland 2021-2027;

      • 2°.

        de mate waarin het project bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en maatschappelijke impact;

      • 3°.

        de mate waarin het project financieel en economisch toekomstperspectief heeft;

      • 4°.

        de mate waarin het project innovatief is; en

      • 5°.

        de mate van kwaliteit van het project.

  • 2.

    Voor het scoren van punten op een van de genoemde criteria, bedoeld in het eerste lid, onder g, is het van meerwaarde als het project zich richt op een van de volgende innovatieversnellers:

    • a.

      digitalisering;

    • b.

      creatief design;

    • c.

      skillsontwikkeling.

  • 3.

    Onverminderd voorgaande leden wordt, indien sprake is van staatssteun, om voor subsidie als bedoeld in artikel 5.2 in aanmerking te komen, voldaan aan, voor zover van toepassing, een van de artikelen 14, 15, 17, 18, 22, 25, eerste lid, tweede lid, onder c of d, 26, 26a, 26 bis, 27, 28, 29, 30, 31, 32, 33, 34, 35, 36, 36a, 36 bis, 38, 38 bis, 39, 41, 42, 43, 45, 46, 47, 48, 49 52, 53, 56, 56ter, 56quater van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

  • 4.

    Onverminderd het eerste en tweede lid, wordt, indien sprake is van staatssteun en het project niet voldoet aan een van de vereisten in het derde lid, slechts subsidie verstrekt indien wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd in de de-minimisverordening.

Artikel 5.4 Indieningsvereisten

Onverminderd artikel 1.4 worden bij de aanvraag de volgende gegevens verstrekt:

  • a.

    een projectplan waarin in ieder geval is opgenomen op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf;

  • b.

    een begroting en sluitend financieringsplan van de aanvrager;

  • c.

    een samenwerkingsovereenkomst;

  • d.

    een MKB-verklaring van alle projectpartners die mkb zijn.

Artikel 5.5 Aanvraagperiode

Aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 5.2 worden ingediend binnen de tenderperiode van 1 april 2026 vanaf 09.00 uur tot en met 12 juni 2026, tot 17.00 uur.

 

Artikel 5.6 Subsidieplafond

De beheerautoriteit stelt het subsidieplafond vast op € 0 voor de tenderperiode, genoemd in artikel 5.5.

 

Artikel 5.7 Subsidiehoogte

  • 1.

    De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 5.2 bedraagt 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 1.500.000.

  • 2.

    Het percentage, bedoeld in het eerste lid, wordt gehanteerd onder het voorbehoud dat het totaal van overheidsbijdragen die aangemerkt moeten worden als staatssteun aan de subsidieontvanger niet meer bedraagt dan op grond van een van de artikelen 14, 15, 17, 18, 22, 25, eerste lid, tweede lid, onder c of d, 26, 26a, 26 bis, 27, 28, 29, 30, 31, 32, 33, 34, 35, 36, 36a, 36 bis, 38, 38 bis, 39, 41, 42, 43, 45, 46, 47, 48, 49 52, 53, 56, 56ter, 56quater van de algemene groepsvrijstellingsverordening is toegestaan.

  • 3.

    Onverminderd het eerste en tweede lid, wordt niet meer subsidie verstrekt dan op grond van artikel 67, eerste lid, onder a, van verordening 2021/1060 is toegestaan.

Artikel 5.8 Verdeelcriteria

  • 1.

    Indien de binnen de tenderperiode ingediende volledige subsidieaanvragen die voldoen aan de vereisten van deze paragraaf, het vigerende subsidieplafond te boven gaan, worden de aanvragen op basis van een onderlinge vergelijking gerangschikt naar geschiktheid als bedoeld in artikel 4.2.8 van de REES 2021 op grond van punten waarbij de aanvraag met de meeste punten bovenaan eindigt.

  • 2.

    De punten worden bepaald door toepassing van de in artikel 5.3, eerste lid, onder g, opgenomen criteria met de daarin gegeven punten.

Artikel 5.9 Adviescommissie Stimulus Programmamanagement

  • 1.

    De beheerautoriteit legt aanvragen voor subsidie voor advies over artikel 5.3, eerste lid, onder g, voor aan de Adviescommissie Stimulus Programmamanagement.

  • 2.

    Aanvragers van subsidieaanvragen lichten op verzoek van de beheerautoriteit hun subsidieaanvraag mondeling toe bij de Adviescommissie Stimulus Programmamanagement.

Artikel II Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

’s-Hertogenbosch, 2 december 2025

Gedeputeerde Staten voornoemd,

de voorzitter,

mr. I.R. Adema

de secretaris,

drs. G.H.E. Derks

Naar boven