Besluit van gedeputeerde staten van de provincie Zeeland tot vaststelling van de Beleidsregel Wet Bibob Provincie Zeeland 2025

Besluit van gedeputeerde staten van de provincie Zeeland van 2 december 2025, kenmerk 783521, tot vaststelling van de Beleidsregel Wet Bibob Provincie Zeeland 2025.

 

Gedeputeerde Staten van de provincie Zeeland;

  • overwegende dat,

    • -

      het doel van de Wet Bibob is het voorkomen dat de Provincie en/of haar bestuursorganen strafbare activiteiten faciliteren en/of faciliteren dat onrechtmatig verkregen voordeel wordt benut. Dit gebeurt door een Bibob-onderzoek uit te voeren naar de betrokkene en diens Bibob-relaties. Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek kunnen bijvoorbeeld vergunningen of subsidies worden geweigerd of ingetrokken of kan de Provincie besluiten geen overheidsopdracht te gunnen aan een partij of geen vastgoedtransactie aan te gaan;

    • -

      de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) hen beleidsruimte verschaft bij de besluitvorming omtrent het toepassen van hun uit deze wet voortvloeiende bevoegdheden;

  • gelet op het bepaalde in de Wet Bibob en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

besluit vast te stellen de volgende beleidsregel:

 

Beleidsregel Wet Bibob Provincie Zeeland 2025

 

Hoofdstuk 1 Algemeen

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

  • 1.

    De definities van artikel 1 van de Wet Bibob zijn van overeenkomstige toepassing op deze beleidsregel;

  • 2.

    In deze beleidslijn wordt voorts verstaan onder:

    • a.

      Awb: Algemene wet bestuursrecht;

    • b.

      eigen onderzoek: de wijze waarop de Provincie of Gedeputeerde Staten toepassing geeft aan artikel 7a van de Wet;

    • c.

      Provincie Zeeland: de Provincie Zeeland, vertegenwoordigd door het college van Gedeputeerde Staten en zij met ter zake dienend mandaat;

    • d.

      RIEC: het Regionaal Informatie en Expertisecentrum;

    • e.

      vergewisplicht: de plicht, bedoeld in artikel 3:9 Awb tot vergewissing door Gedeputeerde Staten dat elke beslissing betreffende een Bibob advies zorgvuldig tot stand komt;

    • f.

      vragenformulier: door of namens de Provincie Zeeland of Gedeputeerde Staten aan een betrokkene toe te zenden of toegezonden formulier in verband met de uitvoering van een eigen onderzoek als bedoeld in artikel 7a, vijfde lid van de Wet;

    • g.

      de Wet: Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

Hoofdstuk 2 Toepassingsbereik

Artikel 2. Eigen onderzoek bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning

  • 1.

    Gedeputeerde Staten kunnen een eigen onderzoek uitvoeren bij een aanvraag om een omgevingsvergunning, voordat zij een besluit nemen ten aanzien van deze aanvraag.

  • 2.

    Gedeputeerde Staten zullen een eigen onderzoek uitvoeren bij aan aanvraag om een omgevingsvergunning bouwactiviteit, indien signalen ontstaan of bestaan over de integriteit van de betrokkene, zijn potentiële, huidige of voormalige Bibob-relaties (als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van de Wet Bibob), de organisatiestructuur, de zeggenschapsverhouding of de wijze van financiering.

  • 3.

    Gedeputeerde Staten zullen een eigen onderzoek uitvoeren bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit, indien signalen ontstaan of bestaan over de integriteit van de betrokkene, zijn potentiële, huidige of voormalige Bibob-relaties (als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van de Wet Bibob), de organisatiestructuur, de zeggenschapsverhouding of de wijze van financiering.

Artikel 3. Eigen onderzoek bij een verleende omgevingsvergunning

  • 1.

    Gedeputeerde Staten kunnen een eigen onderzoek uitvoeren bij een verleende omgevingsvergunning, indien de omgevingsvergunning zal gaan gelden voor een ander dan de aanvrager of de vergunninghouder als bedoeld in artikel 5.37, tweede lid van de Omgevingswet.

  • 2.

    Gedeputeerde Staten kunnen een eigen onderzoek uitvoeren bij een verleende omgevingsvergunning, indien er sprake is van een wijziging van (indirecte) leidinggevende(n) of (indirecte) zeggenschaphebbende(n) van de vergunninghouder.

  • 3.

    Gedeputeerde Staten zullen een eigen onderzoek uitvoeren bij een verleende omgevingsvergunning, indien signalen ontstaan of bestaan over de integriteit van de betrokkene, zijn potentiële, huidige of voormalige Bibob-relaties (als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van de Wet Bibob), de organisatiestructuur, de zeggenschapsverhouding of de wijze van financiering.

Artikel 4. Eigen onderzoek bij subsidies

  • 1.

    Gedeputeerde Staten kunnen een eigen onderzoek uitvoeren bij een aanvraag voor een subsidie dan wel een reeds verleende subsidie zoals bedoeld in de Algemene subsidieverordening Zeeland 2023.

  • 2.

    Gedeputeerde Staten zullen een eigen onderzoek uitvoeren bij een aanvraag voor een subsidie dan wel een reeds verleende subsidie zoals bedoeld in de Algemene subsidieverordening Zeeland 2023, indien signalen ontstaan of bestaan over de integriteit van de betrokkene, zijn potentiële, huidige of voormalige Bibob-relaties (als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van de Wet Bibob), de organisatiestructuur, de zeggenschapsverhouding of de wijze van financiering.

  • 3.

    Gedeputeerde Staten passen de Wet niet toe in de gevallen als bedoeld in het eerste lid indien het aangevraagde subsidiebedrag minder bedraagt dan € 10.000, tenzij zich een situatie voordoet als bedoeld in het tweede lid.

Artikel 5. Eigen onderzoek bij een vastgoedtransactie

  • 1.

    De Provincie Zeeland kan een eigen onderzoek uitvoeren bij vastgoedtransacties, waarbij zij partij is.

  • 2.

    De Provincie Zeeland zal een eigen onderzoek uitvoeren bij vastgoedtransacties, indien signalen ontstaan of bestaan over de integriteit van de betrokkene, zijn potentiële, huidige of voormalige Bibob-relaties (als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van de Wet Bibob), de organisatiestructuur, de zeggenschapsverhouding of de wijze van financiering.

  • 3.

    Geen onderzoek zal worden uitgevoerd bij vastgoedtransacties wanneer er sprake is van een voor Provincie Zeeland gedwongen situatie indien Provinciale Staten dan wel Gedeputeerde Staten een plan hebben vastgesteld waarin verwerving van eigendom noodzakelijk is of een besluit hebben genomen dat verwerving van eigendom noodzakelijk is, tenzij zich een situatie voordoet als bedoeld in het tweede lid.

  • 4.

    Bij de start van de onderhandelingen zal de Provincie Zeeland de wederpartij ervan in kennis stellen dat de toepassing van de Wet deel kan uitmaken van de procedure. In de overeenkomst behorende bij de vastgoedtransactie wordt een integriteitsclausule opgenomen op basis waarvan kan worden overgegaan tot ontbinding, opzegging, vernietiging of opschorting van de overeenkomst, indien zich feiten of omstandigheden voordoen als bedoeld in artikel 9 derde en vierde lid van de Wet.

  • 5.

    Indien de Provincie Zeeland de Wet toepast, zal er niet eerder worden overgegaan tot het passeren van de notariële akte ter zake het vastgoedobject bij de notaris totdat het eigen onderzoek volledig is afgerond en het onderzoek naar het oordeel van de Provincie Zeeland geen aanleiding geeft tot het ontbinden van de overeenkomst.

Artikel 6. Eigen onderzoek bij overheidsopdrachten

  • 1.

    De Provincie Zeeland kan een eigen onderzoek uitvoeren bij alle aanbestedingen voor overheidsopdrachten waarbij uitsluitingsgronden van toepassing zijn verklaard.

  • 2.

    De Provincie Zeeland zal een eigen onderzoek uitvoeren bij de aanbesteding voor overheidsopdrachten, indien signalen ontstaan of bestaan over de integriteit van de betrokkene, zijn potentiële, huidige of voormalige Bibob-relaties (als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van de Wet Bibob), de organisatiestructuur, de zeggenschapsverhouding, de wijze van financiering of onderaannemers.

  • 3.

    De Provincie Zeeland maakt bij de start van een aanbestedingsprocedure bekend dat een eigen onderzoek deel kan uitmaken van de procedure.

  • 4.

    In de overeenkomst voor een overheidsopdracht, of in de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden worden, voor zover van toepassing, bepalingen opgenomen op basis waarvan kan worden overgegaan tot ontbinding, opzegging, vernietiging of opschorting van de overeenkomst, indien zich feiten of omstandigheden voordoen als bedoeld in artikel 9 tweede lid van de Wet.

Artikel 7. Geen eigen onderzoek

  • 1.

    De Provincie Zeeland en/of Gedeputeerde Staten zullen geen eigen onderzoek uitvoeren:

    • a.

      naar dezelfde betrokkene(n) binnen een periode van drie jaren na afronding van een eigen onderzoek, tenzij zich een situatie voordoet als bedoeld in artikel 3, eerste of tweede lid.

    • b.

      naar een onderneming die volledig in eigendom toebehoort aan één of meer rechtspersonen met een overheidstaak.

    • c.

      naar een betrokkene die een rechtspersoon met een overheidstaak is.

  • 2.

    De Provincie Zeeland en/of Gedeputeerde Staten zullen wel een eigen onderzoek uitvoeren in de gevallen als bedoeld in het eerste lid, indien signalen ontstaan of bestaan over de integriteit van de betrokkene, zijn potentiële, huidige of voormalige Bibob-relaties (als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van de Wet Bibob), de organisatiestructuur, de zeggenschapsverhouding, de wijze van financiering of onderaannemers in geval van een overheidsopdracht.

Artikel 8. Signalen voor eigen onderzoek

  • 1.

    De signalen, als bedoeld in artikel 2 t/m 7, kunnen gebaseerd zijn op:

    • a.

      informatie verkregen van de eigen ambtelijke organisatie;

    • b.

      informatie verkregen van één of meerdere partners binnen het RIEC;

    • c.

      informatie verkregen van het Landelijk Bureau Bibob als bedoeld in de artikelen 11 en 11a van de Wet;

    • d.

      informatie verkregen van de officier van justitie, een bestuursorgaan of een rechtspersoon met een overheidstaak, als bedoeld in artikel 26 van de Wet;

    • e.

      handhavingsinformatie van de eigen omgevingsdienst.

Hoofdstuk 3 Start eigen onderzoek

Artikel 9. Algemeen

Alvorens het eigen onderzoek wordt gestart, zullen de aanvragen als bedoeld in artikel 2 en de beschikkingen als bedoeld in artikel 3 van deze beleidsregel eerst beoordeeld worden conform de bepalingen van de Awb en de reguliere weigeringsgronden vanuit de desbetreffende regelgeving.

 

Artikel 10. Vragenformulier

  • 1.

    Aan betrokkene wordt door Gedeputeerde Staten of de Provincie Zeeland in het kader van het eigen onderzoek een vragenformulier ter invulling uitgereikt. Bij dit vragenformulier dienen documenten te worden gevoegd, die in dit vragenformulier zijn vermeld en/of bij de uitreiking van het formulier door of namens Gedeputeerde Staten of de Provincie Zeeland worden gevraagd.

  • 2.

    In het belang van het eigen onderzoek kunnen Gedeputeerde Staten of de Provincie Zeeland, na ontvangst van het vragenformulier en daarbij behorende documenten, nadere informatie van betrokkene verlangen.

Artikel 11. Expertise RIEC

Bij de uitvoering van het eigen onderzoek kunnen Gedeputeerde Staten of de Provincie Zeeland desgewenst gebruik maken van de expertise van het RIEC.

 

Artikel 12. Advies Landelijk Bureau Bibob

  • 1.

    Gedeputeerde Staten of de Provincie Zeeland kunnen na uitvoering van het eigen onderzoek advies vragen aan het Landelijk Bureau Bibob indien:

    • a.

      vragen blijven bestaan over personen in het onderzoek of de wijze van financiering;

    • b.

      een 11a bericht is ontvangen;

    • c.

      een tip is gegeven door de officier van justitie, door een ander bestuursorgaan of een rechtspersoon met een overheidstaak, of het Landelijk Bureau Bibob;

    • d.

      de expertise of informatiepositie van het Landelijk Bureau Bibob noodzakelijk is.

  • 2.

    Gedeputeerde Staten of de Provincie Zeeland informeren betrokkene dat het Landelijk Bureau Bibob om advies is verzocht.

  • 3.

    Bij ontvangst van het advies vergewissen Gedeputeerde Staten of de Provincie Zeeland zich ervan dat het advies zorgvuldig tot stand is gekomen.

Artikel 13. Zienswijze

Voordat Gedeputeerde Staten of de Provincie Zeeland op basis van het eigen onderzoek of het advies van het Landelijk Bureau Bibob een negatieve beslissing neemt als bedoeld in artikel 3, eerste lid, zesde lid, of zevende lid, stelt het de betrokkene en de in de voorgenomen beschikking in verband met deze gronden genoemde derde in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen.

 

Hoofdstuk 4 Gevolgen van een Bibob onderzoek

Artikel 14. Gevolgen van gebrekkige informatievoorziening

  • 1.

    Gedeputeerde Staten of de Provincie Zeeland kunnen een aanvraag buiten behandeling stellen of weigeren, een verstrekte beschikking intrekken, (onderhandelingen voor) een vastgoedtransactie afbreken, ontbinden, opzeggen, vernietigen of opschorten en een overheidsopdracht niet gunnen, ontbinden, opzeggen, vernietigen of opschorten, indien:

    • a.

      het vragenformulier niet, niet geheel, niet tijdig of niet waarheidsgetrouw is ingevuld en geretourneerd;

    • b.

      aanvullende vragen door Gedeputeerde Staten, de Provincie Zeeland of het Landelijk Bureau Bibob niet, niet geheel, niet tijdig of niet waarheidsgetrouw zijn beantwoord.

  • 2.

    Voorafgaande aan toepassing van het eerste lid zal betrokkene, indien in redelijkheid mogelijk, door Gedeputeerde Staten of de Provincie Zeeland in de gelegenheid worden gesteld de geconstateerde gebreken te herstellen.

  • 3.

    Indien betrokkene onjuiste informatie verschaft of opzettelijk informatie weglaat, kan door Gedeputeerde Staten of de Provincie Zeeland aangifte worden gedaan.

Artikel 15. Gevolgen van een Bibob onderzoek bij een (aanvraag voor) een beschikking

  • 1.

    Gedeputeerde Staten zullen in beginsel overgaan tot het afwijzen van een aanvraag voor een beschikking of tot intrekking van een reeds verstrekte beschikking, indien naar het oordeel van Gedeputeerde Staten sprake is van een ernstig gevaar in de zin van de Wet, dan wel een situatie zich voordoet als bedoeld in artikel 3 zesde lid van de Wet.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid kunnen Gedeputeerde Staten voorschriften verbinden aan een beschikking, indien naar het oordeel van Gedeputeerde Staten, de ernst van de strafbare feiten een weigering of intrekking van de beschikking niet rechtvaardigt.

  • 3.

    Gedeputeerde Staten kunnen eveneens overgaan tot het verbinden van voorschriften aan een beschikking, indien naar het oordeel van Gedeputeerde Staten sprake is van een mindere mate van gevaar.

Artikel 16. Gevolgen van een Bibob onderzoek bij een vastgoedtransactie

  • 1.

    De Provincie Zeeland zal in beginsel overgaan tot het afbreken van de onderhandelingen, indien uit het eigen onderzoek en/of een eventueel daarop gegeven advies van het Landelijk Bureau Bibob blijkt, dat:

    • a.

      er sprake is van tenminste een mindere mate van gevaar dat de vastgoedtransactie mede zal worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten;

    • b.

      er sprake is van tenminste een mindere mate van gevaar dat in, op of met de onroerende zaak waar de vastgoedtransactie betrekking op heeft, mede strafbare feiten zullen worden gepleegd;

    • c.

      er feiten en omstandigheden zijn die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat ter verkrijging of behoud van een vastgoedtransactie een strafbaar feit is gepleegd;

    • d.

      er sprake is van feiten en/of omstandigheden die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat betrokkene in relatie staat tot strafbare feiten die naar het oordeel van de Provincie Zeeland een integriteitsrisico vormen.

  • 2.

    In de gevolgen van een Bibob onderzoek, dat is gestart nadat de vastgoedtransactie is aangegaan, wordt bij overeenkomst voorzien.

Artikel 17. Gevolgen van een Bibob onderzoek bij overheidsopdrachten

  • 1.

    In geval van een inschrijving op een overheidsopdracht kan het Bibob onderzoek dienen als onderbouwing van het niet voldoen aan één of meerdere geschiktheidseisen en/of het van toepassing zijn van een uitsluitingsgrond als bedoeld in de Aanbestedingswet 2012.

  • 2.

    Bij lopende overeenkomsten voor overheidsopdrachten waarbij de contractuele bepaling is opgenomen zoals bedoeld in artikel 5 tweede lid van de Wet kan het eigen onderzoek dienen als onderbouwing van het zich voordoen van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 9 tweede lid van de Wet.

Hoofdstuk 5 Slotbepalingen

Artikel 18. Rechtsbeginselen

Gedeputeerde Staten of de Provincie Zeeland handelen overeenkomstig de beginselen van evenredigheid, proportionaliteit en subsidiariteit.

 

Artikel 19. Intrekking

Met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze beleidsregel wordt het besluit “Beleidsregel Bibob Provincie Zeeland 2024 inzake omgevingsvergunningen, subsidies, vastgoedtransacties en overheidsopdrachten“ ingetrokken.

 

Artikel 20. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    De Beleidsregel Wet Bibob Provincie Zeeland 2025 treedt in werking met ingang van de dag volgend op de datum van publicatie in het Provinciaal Blad.

  • 2.

    Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel Wet Bibob Provincie Zeeland 2025.

 

 

Aldus vastgesteld door Gedeputeerde Staten van de provincie Zeeland in de vergadering van 2 december 2025.

Dhr. H.M. de Jonge, voorzitter

Drs. M.C.J. Franken, secretaris

Naar boven