Provinciaal blad van Gelderland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Gelderland | Provinciaal blad 2025, 19601 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Gelderland | Provinciaal blad 2025, 19601 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Vijftiende wijziging van de Regels Subsidieverlening Gelderland 2023
De Regels Subsidieverlening Gelderland 2023 worden als volgt gewijzigd:
In artikel 2.18.7 wordt “bedraagt 60%” vervangen door: bedraagt maximaal 60%.
Artikel 2.20.8 komt te luiden:
Artikel 2.20.8 Hoogte van de subsidie
De subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten en bedraagt maximaal de in bijlage II onderdeel 4 van de Regeling specifieke uitkering versnelling natuurinclusief isoleren genoemde bedrag per gemeente.
Artikel 2.29.7 wordt als volgt gewijzigd:
In artikel 2.29.10, zesde lid, wordt “van het vooroverleg” vervangen door: waarop de subsidieaanvraag is ingediend.
In artikel 2.29.11, onderdeel b, wordt “de datum van publicatie van de SPUK Regeling provinciale gebiedsgerichte beëindiging veehouderlocaties” vervangen door: 26 november 2024.
Artikel 2.29.12 wordt als volgt gewijzigd:
Het negende lid komt te luiden:
In het geval de veehouder voornemens is om op de locatie na de sluiting andere activiteiten te gaan verrichten, doet deze binnen 18 maanden na datum subsidiebeschikking een mededeling aan Gedeputeerde Staten dat het bevoegd gezag op verzoek van de veehouder een besluit heeft genomen:
waarbij voor zover het besluit een wijziging van een natuurvergunning betreft de vergunninghouder wordt verplicht om de toestemming voor de stikstofemissie van de andere activiteiten te laten intrekken ten behoeve van een of meer Natura 2000-gebieden, wanneer hij niet langer gebruik maakt van die toestemming.
Artikel 2.29.13, wordt als volgt gewijzigd:
De subsidieontvanger zorgt ervoor dat het bevoegd gezag een besluit heeft genomen op grond waarvan de toegestane stikstofemissie vanaf de locatie niet meer bedraagt dan de stikstofemissie ten gevolge van het houden van het aantal landbouwhuisdieren dat nog kan worden gehouden na de onomkeerbare gedeeltelijke sluiting van de veehouderijlocatie.
Artikel 2.29.14 komt te luiden:
In aanvulling op artikel 26, eerste lid, en 27, eerste lid, van de AsG gaat de aanvraag om vaststelling vergezeld van:
In artikel 3.6.3, onderdeel b, vervalt ‘in 2025’.
De titel van paragraaf 4.9 komt te luiden:
Paragraaf 4.9 Realiseren en verwijderen bushaltes
Artikel 4.9.1 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 4.9.2 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 4.9.3 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 4.9.4 Hoogte van de subsidie
De subsidie bedraagt ten hoogste 100% van de subsidiabele kosten.
In artikel 4.9.7 vervallen de woorden “of loop- en infrastructuur”.
De titel van paragraaf 4.10 komt te luiden:
Paragraaf 4.10 Eenvoudige maatregelen veilig fietsverkeer
Artikel 4.10.1, tweede lid, komt te luiden:
In artikel 4.10.4 vervalt het tweede lid.
Artikel 4.10.5, tweede lid, komt te luiden:
De titel van paragraaf 4.11 komt te luiden:
Paragraaf 4.11 Gedrags- en inframaatregelen veilig fietsverkeer
Artikel 4.11.2 komt te luiden:
Subsidie wordt alleen verstrekt als:
Artikel 4.11.3, tweede lid, komt te luiden:
In artikel 4.11.6, tweede lid, wordt “50%” vervangen door: 75%.
In artikel 4.11.9, onderdeel a, wordt “de kruising of fietsoversteek” vervangen door: de locatie.
Na paragraaf 4.14 wordt een nieuwe paragraaf ingevoegd, luidende:
Paragraaf 4.15 Clean energy hubs
Artikel 4.15.1 Begripsomschrijving
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
clean energy hub: openbaar toegankelijke tank-, laad- of bunkerfaciliteit voor de weg of binnenvaart die minimaal één hernieuwbare brandstof en minimaal één zero-emissie energiedrager aanbiedt.
Artikel 4.15.2 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verleend voor:
Subsidie voor het laten uitvoeren van een haalbaarheidsonderzoek wordt alleen verstrekt als het onderzoek zich richt op:
de geschiktheid van de locatie, door middel van een marktverkenning ter identificatie van de behoeften van gebruikers, doelgroepen en omgeving van de clean energy hub, kansen en marktniches en vermindering van risico’s en kosten, met als doel het achterhalen van de noodzakelijke kenmerken, randvoorwaarden, voorzieningen, capaciteiten en omvang van een clean energy hub; of
de haalbaarheid van netbalancering, inhoudende het inzetten van balanceringsmaatregelen om de balans in het elektriciteitsnet te herstellen bij frequentieafwijkingen die ontstaan als gevolg van de toenemende vraag naar elektriciteit en piekmomenten in de vraag en de schommelingen in de opwek van hernieuwbare energie.
Artikel 4.15.7 Subsidiabele kosten
Voor subsidie als bedoeld in artikel 4.15.2, onderdeel c, komen in aanmerking de kosten voor de bouw, installatie, upgrade of uitbreiding van de oplaad- of tankinfrastructuur voor waterstof of elektriciteit en de daarmee verband houdende technische uitrusting, de installatie of verbetering van elektrische of andere onderdelen, met inbegrip van elektriciteitskabels en transformatoren die nodig zijn voor de aansluiting van de oplaad- of tankinfrastructuur.
Voor subsidie als bedoeld in artikel 4.15.2, onderdeel d, komen in aanmerking de kosten voor de bouw, installatie, verbetering of uitbreiding van oplaad- of tankinfrastructuur voor waterstof of elektriciteit en de daarmee verband houdende technische uitrusting, met inbegrip van vaste, mobiele of drijvende faciliteiten, de installatie of verbetering van elektrische of andere onderdelen, met inbegrip van elektriciteitskabels en transformatoren die nodig zijn voor de aansluiting van de oplaad- of tankinfrastructuur.
Artikel 4.15.8 Hoogte van de subsidie
De subsidiabele activiteiten zijn uiterlijk 31 december 2030 uitgevoerd.
Artikel 4.15.10 Communautair toetsingskader
Na paragraaf 4.15 wordt een nieuwe paragraaf ingevoegd, luidende:
Paragraaf 4.16 Verduurzaming of duurzame vervanging Gelderse veren
Artikel 4.16.1 Begripsomschrijving
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
duurzame motor: permanente veerpontmotor die voor zijn normale functioneren zijn energie haalt uit elektriciteit of waterstof.
Artikel 4.16.2 Subsidiabele activiteit
Subsidie kan worden verleend voor:
Subsidie voor de aankoop van een veerpont met een duurzame motor wordt alleen verleend als:
In aanvulling op artikel 1.2.3 wordt bij een aanvraag om subsidie een offerte van de aanschaf of retrofit van de veerpont bijgevoegd.
Artikel 4.16.6 Hoogte van de subsidie
Artikel 4.16.7 Subsidiabele kosten
Artikel 4.16.8 Instandhoudingsbepaling
In aanvulling op artikel 1.4.7 zet de subsidieontvanger de veerpont minimaal tien jaar in binnen de provincie Gelderland.
Artikel 4.16.9 Weigeringsgrond
Subsidie wordt geweigerd als de aanvrager op grond van deze paragraaf voor dezelfde veerpont al eerder subsidie heeft ontvangen.
Artikel 4.16.10 Communautair kader
Subsidie wordt alleen verstrekt voor zover dat niet in strijd is met de reguliere De-minimisverordening.
Na paragraaf 4.16 wordt een nieuwe paragraaf ingevoegd, luidende:
Paragraaf 4.17 Aanpassen bushaltes
Artikel 4.17.1 Begripsomschrijving
In deze paragraaf wordt verstaan onder
wegbeheerder: Rijkswaterstaat, gemeente of waterschap, die verantwoordelijk is voor het beheer en onderhoud van de weg.
Artikel 4.17.2 Subsidiabele activiteit
Subsidie voor het realiseren of aanpassen van loop- en fietsinfrastructuur naar een bushalte wordt alleen verstrekt als de infrastructuur binnen een straal van 200 meter van een bushalte ligt.
Artikel 4.17.4 Hoogte van de subsidie
De subsidie bedraagt maximaal 75% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 150.000 per bushalte.
Artikel 4.17.5 Subsidiabele kosten
In aanvulling op artikel 1.3.4 komen interne loonkosten van de aanvrager niet in aanmerking voor subsidie.
Subsidie kan worden verstrekt aan een wegbeheerder.
In aanvulling op artikel 1.2.3 wordt bij een aanvraag om subsidie een ontwerp van de bushalte of loop- en fietsinfrastructuur bijgevoegd.
Artikel 4.17.8 Weigeringsgrond
Subsidie wordt geweigerd als de aanvraag naar het oordeel van de provincie niet in afdoende mate voldoet aan de geldende CROW-richtlijnen.
In de titel van paragraaf 5.2 wordt “professionals” vervangen door: makers.
Artikelen 5.2.1 en 5.2.2 worden vernummerd tot 5.2.2 en 5.2.3.
Voor artikel 5.2.2 (nieuw) wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 5.2.1 Begripsomschrijvingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
artistieke uiting: zichtbaar maken van de ontwikkelstap van de maker voor het publiek;
grootschalig: productie met een begroting van meer dan € 25.000;
interdisciplinair: productie waarin minimaal twee makers vanuit verschillende creatieve disciplines samenwerken;
maker: maker of kunstenaar, wonende in Gelderland, die een beroepspraktijk uitoefent waarin het scheppen, ontwikkelen, of presenteren van artistieke, ontwerpende of innovatieve uitingen centraal staat;
talentontwikkelingsprogramma: door provincie Gelderland ondersteunde programma voor professionele groei in de creatieve sector.
Artikel 5.2.2 (nieuw) komt te luiden:
Artikel 5.2.2 Subsidiabele activiteit
Artikel 5.2.3 (nieuw) komt te luiden:
Onder vernummering van artikelen 5.2.3 (oud) tot en met 5.2.6 (oud) tot 5.2.5 tot en met 5.2.8 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Voordat een aanvraag wordt ingediend, vindt vooroverleg plaats aan de hand van het format voor het ontwikkelplan.
Artikel 5.2.5 (nieuw) komt te luiden:
Artikel 5.2.5 Hoogte van de subsidie
Artikel 5.2.6 (nieuw) komt te luiden:
Subsidie kan worden aangevraagd door een maker.
Na artikel 5.2.6 worden twee nieuwe artikelen toegevoegd, luidende:
In aanvulling op artikel 1.2.3 bevat de aanvraag:
Voor alle subsidies dient de subsidieontvanger:
De titel van paragraaf 5.5 komt te luiden:
Paragraaf 5.5 Historische molens, stoomgemalen en stoomhoutzagerijen
Artikel 5.5.1. komt te luiden:
Artikel 5.5.1 Begripsomschrijvingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
historische molen: door wind, water of ros aangedreven krachtwerktuig inclusief het bouwwerk, geschikt of bedoeld voor een historisch maalproductieactiviteitbedrijf;
historisch stoomgemaal: door stoom aangedreven installatie inclusief het bouwwerk, geschikt of bedoeld voor historische bemaling van een polder;
historische stoomhoutzagerij: door stoom aangedreven installatie inclusief het bouwwerk geschikt of bedoeld voor het zagen van hout.
In artikel 5.5.2 wordt de zinsnede “historische molens en stoomgemalen” vervangen door: historische molens, historische stoomgemalen of historische stoomhoutzagerijen.
Subsidie wordt alleen verstrekt als de historische molen, het historisch stoomgemaal of de historische stoomhoutzagerij:
In artikel 5.5.4 wordt de zinsnede “historische molens of stoomgemalen” vervangen door: historische molens, historische stoomgemalen of historische stoomhoutzagerijen.
Het tweede lid van artikel 5.5.5 alsmede de aanduiding “1.” voor het eerste lid vervallen.
In artikel 5.5.6 wordt de zinsnede “per historische molen of stoomgemaal” vervangen door: per historische molen, historisch stoomgemaal of historische stoomhoutzagerij.
Artikel 6.3.1 wordt als volgt gewijzigd:
In de alfabetische volgorde wordt na de begripsomschrijving van “nominale waarde” een begripsomschrijving ingevoegd, luidende:
onrendabele top: deel van de investering van een toegelaten instelling in de activiteit, die niet kan worden terugverdiend met de huuropbrengsten in het eerste jaar na oplevering;
Artikel 6.3.2, onderdeel a, komt te luiden:
Artikel 6.3.3 wordt als volgt gewijzigd:
In artikel 6.3.6, onderdeel e, wordt “grond- en opstalexploitaties” vervangen door: de berekening van het exploitatietekort.
Artikel 6.3.7 wordt als volgt gewijzigd:
Na artikel 6.3.8, vijfde lid, wordt een lid toegevoegd, luidende:
Artikel 6.4.9 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 6.4.10 komt te luiden:
Artikel 6.4.10 Weigeringsgrond
Subsidie wordt geweigerd als geen vooroverleg heeft plaats gevonden.
Na paragraaf 6.10 wordt een nieuw paragraaf ingevoegd, luidende:
Paragraaf 6.11 Beter benutten bestaande voorraad
Artikel 6.11.1 Begripsomschrijvingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
betaalbare wooneenheden: huurwooneenheden met een aanvangshuurprijs van ten minste het bedrag bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag, en ten hoogste de maximale huurprijs behorende bij 186 punten op grond van de waardering van de kwaliteit als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte of koopwooneenheden met een koopprijs van ten hoogste de geïndexeerde bovengrens, bedoeld in artikel 1, derde lid, van de Huisvestingswet 2014;
haalbaarheidsonderzoek: analyse op technisch, financieel, planologisch of juridisch vlak met duidelijke aanbevelingen of adviezen met betrekking tot de toe te voegen woningen, op grond waarvan een vervolgbesluit genomen kan worden;
woningaanbouw: aanbouwen van één of meer zelfstandige woningen tegen een bestaande woning;
woningsplitsing: verbouwen van een huis tot twee of meer kleinere zelfstandige wooneenheden.
Artikel 6.11.2 Subsidiabele activiteit
Subsidie kan worden verleend voor:
In aanvulling op artikel 1.2.3, tweede lid, bevat de aanvraag:
Artikel 6.11.5Hoogte van de subsidie
Artikel 6.11.6 Subsidiabele kosten
Artikel 6.11.8 Weigeringsgrond
Subsidie wordt geweigerd als voor dezelfde wooneenheden eerder subsidie als bedoeld in 6.11.2, onder a, is verstrekt.
In artikel 7.4.1 wordt in de alfabetische volgorde ingevoegd:
circulariteit: activiteiten en processen die gericht zijn op het verminderen van het gebruik van primaire grondstoffen, het vervangen daarvan door hernieuwbare of biogene materialen, het verlengen van de levensduur van producten, en het bevorderen van hergebruik en recycling, waarbij producten en materialen zo veel mogelijk in omloop blijven, hun waarde behouden en afval tot een minimum wordt;
Artikel 7.4.2 wordt als volgt gewijzigd:
In artikel 7.4.3 wordt onder vernummering van het tweede en derde lid tot derde en vierde lid, een lid ingevoegd, luidende:
Aan artikel 7.4.7 wordt een lid toegevoegd, luidende:
In artikel 7.5.3 wordt onder vernummering van het tweede tot en met vierde lid tot derde tot en met vijfde lid, een lid ingevoegd, luidende:
In artikel 7.5.11, onderdeel d, wordt “onder e” vervangen door: onder e of f.
In artikel 8.7.9 wordt “31 december 2025” vervangen door: 31 januari 2026.
In artikel 9.3.8, vijfde lid, wordt "2025” vervangen door: 2027.
Artikel 9.7.4, eerste lid, komt te luiden:
Onder vernummering van artikelen 10.5.1 tot en met artikel 10.5.9 tot artikel 10.5.2 tot en met artikel 10.5.10 wordt een nieuw artikel 10.5.1 ingevoegd, luidende:
Artikel 10.5.1 Begripsomschrijvingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
gemeenschapsvoorziening: openbare voorziening voor inwoners in een gemeenschap of wijk die gebruikt wordt of gaat worden voor het houden van sociale, culturele, educatieve of sportieve activiteiten.
Na paragraaf 10.5 wordt een nieuwe paragraaf ingevoegd, luidende:
Paragraaf 10.6 Ondersteuning leefbaarheidsinitiatieven gemeenten
Artikel 10.6.1 Subsidiabele activiteit
Subsidie kan worden verstrekt voor het stimuleren van activiteiten op het gebied van sport, cultuur of sociale verbondenheid.
Subsidie wordt alleen verstrekt ten behoeve van lokale activiteiten.
Subsidie wordt aangevraagd door een gemeente.
Artikel 10.6.5 Hoogte van de subsidie
Bij de toepassing van het eerste lid wordt het inwoneraantal bepaald aan de hand van Inwoners per gemeente | CBS.
De subsidieontvanger verstrekt het subsidiebedrag als bedoeld in artikel 10.6.5 binnen 24 maanden na het verlenen daarvan aan de entiteit die de activiteiten gaat uitvoeren, indien dit subsidiebedrag niet door aanvrager zelf als opdracht is verstrekt.
Bij toepassing van artikel 25, derde lid, en artikel 26, vierde lid, AsG worden subsidies boven € 25.000 vastgesteld op grond van artikel 25, eerste lid, onder b, AsG.
Paragraaf 12.2 komt te luiden:
Artikel 12.2.1 Begripsomschrijvingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
regio: regio's Veluwe, Achterhoek/Liemers, Airborne Region, Rivierengebied en Rijk van Nijmegen, zoals aangegeven op de regiokaart die is opgenomen in het Gelders Programma Vrijheid.
Artikel 12.2.2 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden aangevraagd voor de voorbereiding en uitvoering van:
In aanvulling op artikel 1.2.3 wordt bij de aanvraag voor het verkrijgen van subsidie voor een bovenregionaal project een door alle deelnemende partijen ondertekend document gevoegd waarin voor iedere deelnemer is uitgewerkt welk onderdeel van het project hij zal uitvoeren;
Artikel 12.2.5 Hoogte van de subsidie
Artikel 12.2.6 Niet-subsidiabele kosten
In aanvulling op artikel 1.3.4 wordt geen subsidie verstrekt voor kosten voor de bouw, verbouw of het onderhoud van gebouwen en herdenkingsmonumenten.
De toelichting op de Regels Subsidieverlening Gelderland 2023 wordt als volgt gewijzigd:
De algemene toelichting onder het kopje ‘Staatssteun’ wordt als volgt gewijzigd:
De tweede alinea komt te luiden:
Dit is het geval bij de paragrafen 2.2 (voor wat betreft artikel 2.2.1 onderdeel a, b, als steun aan gemeenten, c en d), 2.5, 2.12, 2.13 (als steun aan particulieren), 2.15.3, 2.15.5, 2.15.7, 2.20, 2.22, 3.4, 3.5, 3.6, 4.7, 4.8, 4.13, 5.4, 5.5, 5.7, 5.10, 6.2, 6.4, 6.11, (voor wat betreft artikel 6.11.2, onder a, als steun aan gemeenten), 7.4, 8.4, 8.6, 8.7, 9.4, 9.6 (voor wat betreft artikel 9.6.3, onderdeel b, sub i tot en met vii), 9.7 (voor wat betreft artikel 9.7.2, onderdeel a), 10.2, 10.3, 10.4, 10.5, 10.6, 11.2 (voor wat betreft de programma’s van side events), 11.4 en 12.2.
De vierde alinea komt te luiden:
De aanleg van openbare infrastructuur, zoals wegen, fietspaden, straatverlichting en aansluiting op openbare nutsvoorzieningen, vormt een belangrijk deel van overheidsinvesteringen bij gebiedsontwikkeling. Zolang deze infrastructuur algemeen toegankelijk blijft voor alle potentiële eindgebruikers is er geen sprake van staatssteun. Voor wat betreft de aanleg of verbetering van infrastructuur ter verbetering van de sociale veiligheid geldt dat geen staatssteun optreedt zolang de infrastructuur niet commercieel wordt geëxploiteerd en algemeen toegankelijk blijft voor alle potentiële eindgebruikers. Het betreft de paragrafen 4.5, 4.9, 4.10, 4.11 en 4.17.
De zesde alinea komt te luiden:
Voor bepaalde activiteiten heeft de Europese Commissie specifieke vrijstellings- en de-minimisverordeningen vastgesteld. Het gaat daarbij vooral om de AGVV, de LVV en de Landbouw de-minimisverordening. Daar waar een van deze verordeningen van toepassing is, wordt niet getoetst aan de De-minimisverordening. Dit betreft de paragrafen 2.2 (voor wat betreft artikel 2.2.1, onderdeel b (als de onderneming actief is in primaire landbouwproductie) en e), 2.4, 2.6, 2.7 (voor wat betreft artikel 2.7.1, onderdeel e), 2.10, 2.11, 2.13 (als onderneming actief is in primaire landbouwproductie), 2.15.2, onderdeel b voor zover uitgevoerd op landbouwgronden en onderdeel c, 2.15.4, 2.16, 2.17, 2.18, 2.19, 2.21, 2.23, 2.25, 2.27, 2.28, 2.31, 4.15, 4.16, 5.3 (voor wat betreft artikel 5.3.1, onderdelen a tot en met d), 5.6, 5.8, 7.2a, 7.5 (voor wat betreft artikel 7.5.2, onderdelen a, b, c en e), 8.3, 8.8, 9.3 en 9.6 (voor wat betreft artikel 9.6.3, onderdeel b, sub x en xi).
De laatste alinea komt te luiden:
Op grond van die verordening bedraagt de totale overheidssteun maximaal € 300.000 over een periode van drie jaren. De verordening bevat een aantal (procedurele) voorwaarden waaraan in alle gevallen moet worden voldaan. Het proces van subsidieverlening bij de provincie Gelderland is zodanig ingericht dat aan deze voorwaarden wordt voldaan. Voor subsidie op grond van de paragrafen 2.2 (voor wat betreft artikel 2.2.1, onderdeel b (als steun aan bos- en landgoedeigenaren)), 2.18, 2.26.2, onderdeel b, 4.15 (voor wat betreft artikel 4.15.2, onderdeel a en b), 5.2, 5.3 (voor wat betreft artikel 5.3.1 onder e), 6.10, 6.11, 7.2, 7.5 (artikel 7.5.7, derde lid), 8.2, 8.10, artikel 9.6.3 onderdeel b, sub viii tot en met x, voor zover sprake is van consultancyadviesdiensten aan grote ondernemingen, en 13.2 geldt, volgens de vangnetbepaling van artikel 1.3.2, eerste lid, dat de subsidie alleen wordt verstrekt met inachtneming van de De-minimisverordening.
In de artikelsgewijze toelichting vervalt de toelichting op paragraaf 2.9.
In de artikelsgewijze toelichting op paragraaf 2.29 vervalt in de derde alinea de zinsnede “en de provincie op grond daarvan een taxatie heeft laten uitvoeren”.
De artikelsgewijze toelichting op artikel 2.29.3 komt te luiden:
Het doel van het vooroverleg is een beeld te krijgen van de omvang van de aanvraag.
Na de artikelsgewijze toelichting op artikel 2.29.6 wordt een artikelsgewijze toelichting ingevoegd, luidende:
Er wordt geen subsidie verstrekt voor niet-noodzakelijke of bovenmatige kosten. Opdrachtverlening voor het slopen en verwijderen van de productiecapaciteit moet op marktconforme wijze plaatsvinden, daarom vragen wij twee offertes. De opdracht wordt verleend aan degene die de offerte heeft geleverd met de beste prijs-kwaliteitverhouding.
In de artikelsgewijze toelichting op artikel 2.29.10 wordt “vijfde lid” vervangen door: zesde lid.
Na de artikelsgewijze toelichting op paragraaf 4.9 komt de artikelsgewijze toelichting op paragraaf 4.10 te vervallen.
Na de toelichting op paragraaf 4.13 wordt een artikelsgewijze toelichting op paragraaf 4.15 ingevoegd, luidende:
Paragraaf 4.15 Clean energy hubs
Artikel 4.15.1 Begripsomschrijving
De ideale locatie van een clean energy hub voor de weg is bij de ontsluiting van een bedrijven- of distributiepark, tussen de hoofdweg en het betreffende park, wetende dat 95% van het goederenvervoer van en naar deze parken gaat. Hiermee wordt tevens invulling gegeven aan de doelstelling van de Europese Alternative Fuel Infrastructure Regulation (AFIR) – de Verordening betreffende infrastructuur voor alternatieve brandstoffen.
Andere factoren van een locatieonderzoek kunnen zijn mogelijke koppelkansen, zoals nieuwe ov-remises, stadsdistributie, pakketservices, truckparking, en food. Voor binnenvaartlocaties kan tevens worden gedacht aan ontgassingsinstallaties en walstroom.
Artikel 4.5.10 Communautair toetsingskader
Een aanvrager dient aan te tonen dat aan de relevante voorwaarden uit artikel 36bis AGVV wordt voldaan, waaronder het achtste, negende, twaalfde, en dertiende lid, als deze van toepassing zijn.
Een aanvrager dient aan te tonen dat aan de relevante voorwaarden uit artikel 56quater AGVV wordt voldaan, waaronder lid 6, 7, en 7bis, als deze van toepassing zijn.
De artikelsgewijze toelichting op artikel 5.2.2, onderdeel f, komt te vervallen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2025-19601.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.