Vijftiende wijziging van de Regels Subsidieverlening Gelderland 2023

Gedeputeerde Staten van Gelderland

 

Gelet op artikel 3, vierde lid, van de Algemene subsidieverordening Gelderland 2016

 

BESLUITEN

 

vast te stellen de vijftiende wijziging van de Regels Subsidieverlening Gelderland 2023

Artikel I  

De Regels Subsidieverlening Gelderland 2023 worden als volgt gewijzigd:

 

A.

 

Paragraaf 2.9 vervalt.

 

B.

 

Paragraaf 2.14 vervalt.

 

C.

 

In artikel 2.18.7 wordt “bedraagt 60%” vervangen door: bedraagt maximaal 60%.

 

D.

 

Artikel 2.20.8 komt te luiden:

 

Artikel 2.20.8 Hoogte van de subsidie

De subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten en bedraagt maximaal de in bijlage II onderdeel 4 van de Regeling specifieke uitkering versnelling natuurinclusief isoleren genoemde bedrag per gemeente.

 

E.

 

Artikel 2.29.7 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Onderdeel a vervalt.

  • 2.

    Onderdelen b tot en met d worden geletterd a tot en met c.

F.

 

In artikel 2.29.10, zesde lid, wordt “van het vooroverleg” vervangen door: waarop de subsidieaanvraag is ingediend.

 

G.

 

In artikel 2.29.11, onderdeel b, wordt “de datum van publicatie van de SPUK Regeling provinciale gebiedsgerichte beëindiging veehouderlocaties” vervangen door: 26 november 2024.

 

H.

 

Artikel 2.29.12 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Het vierde lid, onderdeel b, komt te luiden:

    • b.

      mededeling aan Gedeputeerde Staten dat het bevoegd gezag de omgevingsvergunning milieu voor de locatie heeft ingetrokken of zodanig heeft aangepast dat het niet langer is toegestaan op de locatie landbouwhuisdieren te houden.

  • 2.

    In het vijfde lid wordt “, verzoekt de subsidieontvanger binnen 14 maanden na subsidieverlening om intrekking van de natuurvergunning” vervangen door: voor de locatie, zorgt de subsidieontvanger ervoor dat de natuurvergunning wordt ingetrokken.

  • 3.

    Het negende lid komt te luiden:

    • 9.

      In het geval de veehouder voornemens is om op de locatie na de sluiting andere activiteiten te gaan verrichten, doet deze binnen 18 maanden na datum subsidiebeschikking een mededeling aan Gedeputeerde Staten dat het bevoegd gezag op verzoek van de veehouder een besluit heeft genomen:

      • a.

        op grond waarvan de toegestane stikstofemissie vanaf de locatie niet meer bedraagt dan de stikstofemissie ten gevolge van die activiteiten, met een maximum van 15% van de stikstofemissie van de activiteiten waarvoor voorheen toestemming was verleend;

      • b.

        waarbij voor zover het besluit een wijziging van een natuurvergunning betreft de vergunninghouder wordt verplicht om de toestemming voor de stikstofemissie van de andere activiteiten te laten intrekken ten behoeve van een of meer Natura 2000-gebieden, wanneer hij niet langer gebruik maakt van die toestemming.

I.

 

Artikel 2.29.13, wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Het vijfde lid, onderdeel b, komt te luiden:

    • b.

      mededeling aan Gedeputeerde Staten dat het bevoegd gezag de omgevingsvergunning milieu voor de locatie zodanig heeft aangepast dat het niet langer is toegestaan op de locatie landbouwhuisdieren te houden met een aantal dat het in omvang teruggebrachte aantal landbouwhuisdieren overstijgt.

  • 2.

    Het zesde lid komt te luiden:

    • 6.

      De subsidieontvanger zorgt ervoor dat het bevoegd gezag een besluit heeft genomen op grond waarvan de toegestane stikstofemissie vanaf de locatie niet meer bedraagt dan de stikstofemissie ten gevolge van het houden van het aantal landbouwhuisdieren dat nog kan worden gehouden na de onomkeerbare gedeeltelijke sluiting van de veehouderijlocatie.

J.

 

Artikel 2.29.14 komt te luiden:

 

Artikel 2.29.14 Vaststelling

In aanvulling op artikel 26, eerste lid, en 27, eerste lid, van de AsG gaat de aanvraag om vaststelling vergezeld van:

  • a.

    een kopie van de kennisgeving over het geheel of gedeeltelijk vervallen van het productierecht, bedoeld in artikel 2.29.12, derde lid of artikel 2.29.13, vierde lid;

  • b.

    een bewijs van de omgevingsrechtelijke melding, dan wel van de intrekking of aanpassing van de omgevingsvergunning milieu, bedoeld in artikel 2.29.12, vierde lid of artikel 2.29.13, vijfde lid;

  • c.

    een bewijs waaruit blijkt dat de natuurvergunning is ingetrokken, als bedoeld in artikel 2.29.12, vijfde lid of een bewijs van het besluit, bedoeld in artikel 2.29.13, zesde lid;

  • d.

    een kopie van het verzoek aan de gemeente voor aanpassing van het omgevingsplan en van een bericht van de gemeente waaruit blijkt dat het verzoek in behandeling is genomen.

K.

 

In artikel 3.6.3, onderdeel b, vervalt ‘in 2025’.

 

L.

 

De titel van paragraaf 4.9 komt te luiden:

 

Paragraaf 4.9 Realiseren en verwijderen bushaltes

 

M.

Artikel 4.9.1 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    De begripsomschrijving van hoogwaardig openbaar vervoer vervalt.

  • 2.

    In de alfabetische volgorde wordt de volgende begripsomschrijving ingevoegd:

    bushalte: halteplaats voor bussen van het openbaar vervoer waar reizigers kunnen in- en uitstappen en die toegankelijk is volgens de Leidraad toegankelijkheid van het CROW;

N.

Artikel 4.9.2 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    In het eerste lid wordt “het realiseren of verwijderen” vervangen door: het realiseren, verlengen of verwijderen.

  • 2.

    Het tweede en derde lid en de aanduiding “1.” voor het eerste lid vervallen.

O.

 

Artikel 4.9.3 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Onder vernummering van het tweede en derde lid tot derde en vierde lid, wordt een lid ingevoegd, luidende:

    • 2.

      Subsidie voor het verlengen van een bushalte wordt alleen verstrekt als in het geldende vervoerplan is opgenomen dat met langere bussen wordt gereden, waarbij de bus met de grootste lengte maatgevend is.

  • 2.

    Het derde lid (nieuw) komt te luiden:

    • 3.

      Subsidie voor het verwijderen van een bushalte wordt alleen verstrekt als er bij die bushalte na de laatste wijziging van het vervoerplan niet meer wordt gehalteerd.

  • 3.

    Het vierde lid (nieuw) komt te vervallen.

P.

 

Artikel 4.9.4 komt te luiden:

 

Artikel 4.9.4 Hoogte van de subsidie

De subsidie bedraagt ten hoogste 100% van de subsidiabele kosten.

 

Q.

 

In artikel 4.9.7 vervallen de woorden “of loop- en infrastructuur”.

 

R.

 

De titel van paragraaf 4.10 komt te luiden:

 

Paragraaf 4.10 Eenvoudige maatregelen veilig fietsverkeer

 

S.

 

Artikel 4.10.1, tweede lid, komt te luiden:

  • 2.

    Als eenvoudige maatregel wordt aangemerkt:

    • a.

      het aanbrengen van verlichting langs wegen, vrijliggende fietspaden of fiets- of bromfietspaden of op specifieke gevaarpunten waardoor het zicht op of van fietsers verbetert;

    • b.

      het aanleggen of verbeteren van voorzieningen voor voetgangers;

    • c.

      het aanbrengen van kant- of asmarkering op fietspaden;

    • d.

      het saneren van onnodig geplaatste paaltjes, inclusief het dichten van het gat, en verticale elementen op of vlak naast het fietspad;

    • e.

      het verbeteren van de zichtbaarheid van de overgebleven noodzakelijke paaltjes en verticale elementen op of vlak naast het fietspad;

    • f.

      het saneren van verticale trottoirbanden en overbruggen van hoogteverschillen tussen verharding en berm met schuine trottoirbanden langs een fietsstrook of fietspad;

    • g.

      het aanleggen van gesloten verharding op fietsstroken en -paden zodat het wegdek vervlakt;

    • h.

      het verbreden van fietspaden;

    • i.

      de aanleg van een drempel of plateau waar een fietspad een weg kruist;

    • j.

      de aanleg van een ongelijkvloerse fietsoversteek;

    • k.

      het verwijderen van wegversmallingen en chicanes voor fietsers; of

    • l.

      het aanbrengen van bermverharding langs fietspaden.

T.

 

Artikel 4.10.2 vervalt.

 

U.

 

In artikel 4.10.4 vervalt het tweede lid.

 

V.

 

Artikel 4.10.5, tweede lid, komt te luiden:

  • 2.

    Per aanvrager wordt per kalenderjaar maximaal € 100.000 verstrekt.

W.

 

De titel van paragraaf 4.11 komt te luiden:

 

Paragraaf 4.11 Gedrags- en inframaatregelen veilig fietsverkeer

 

X.

 

Artikel 4.11.2 komt te luiden:

 

Artikel 4.11.2 Criteria

Subsidie wordt alleen verstrekt als:

  • a.

    de maatregel met name is gericht op het verbeteren van de verkeersveiligheid van fietsverkeer; en

  • b.

    de locatie voorkomt op de kaart “Gedrags- en inframaatregelen veilig fietsverkeer” van het verkeersveiligheidsmodel.

Y.

 

Artikel 4.11.3, tweede lid, komt te luiden:

  • 2.

    Het doel van het vooroverleg is het bespreken van het ontwerp aan de hand van de criteria en de geldende CROW-richtlijnen.

Z.

 

In artikel 4.11.6, tweede lid, wordt “50%” vervangen door: 75%.

 

AA.

 

In artikel 4.11.9, onderdeel a, wordt “de kruising of fietsoversteek” vervangen door: de locatie.

 

BB.

 

Na paragraaf 4.14 wordt een nieuwe paragraaf ingevoegd, luidende:

 

Paragraaf 4.15 Clean energy hubs

 

Artikel 4.15.1 Begripsomschrijving

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

clean energy hub: openbaar toegankelijke tank-, laad- of bunkerfaciliteit voor de weg of binnenvaart die minimaal één hernieuwbare brandstof en minimaal één zero-emissie energiedrager aanbiedt.

 

Artikel 4.15.2 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verleend voor:

  • a.

    het laten uitvoeren van een haalbaarheidsonderzoek voor het realiseren of uitbreiden van een clean energy hub voor het beroepsgoederenvervoer over de weg;

  • b.

    het laten uitvoeren van een haalbaarheidsonderzoek voor het realiseren of uitbreiden van een clean energy hub voor de binnenvaart in een binnenhaven;

  • c.

    de aanleg of uitbreiding van de tank- of oplaadinfrastructuur voor waterstof of elektriciteit op een clean energy hub voor het beroepsgoederenvervoer over de weg; of

  • d.

    de aanleg of uitbreiding van de tank- of oplaadinfrastructuur voor waterstof of elektriciteit op een clean energy hub voor de binnenvaart in een binnenhaven.

Artikel 4.15.3 Criteria

  • 1.

    Subsidie voor het laten uitvoeren van een haalbaarheidsonderzoek wordt alleen verstrekt als het onderzoek zich richt op:

    • a.

      de geschiktheid van de locatie, door middel van een marktverkenning ter identificatie van de behoeften van gebruikers, doelgroepen en omgeving van de clean energy hub, kansen en marktniches en vermindering van risico’s en kosten, met als doel het achterhalen van de noodzakelijke kenmerken, randvoorwaarden, voorzieningen, capaciteiten en omvang van een clean energy hub; of

    • b.

      de haalbaarheid van netbalancering, inhoudende het inzetten van balanceringsmaatregelen om de balans in het elektriciteitsnet te herstellen bij frequentieafwijkingen die ontstaan als gevolg van de toenemende vraag naar elektriciteit en piekmomenten in de vraag en de schommelingen in de opwek van hernieuwbare energie.

  • 2.

    Subsidie voor de aanleg of uitbreiding van een clean energy hub wordt alleen verstrekt als:

    • a.

      uit het haalbaarheidsonderzoek van de locatie blijkt dat deze geschikt is voor de aanleg of uitbreiding van een clean energy hub; en

    • b.

      de eigenaar van de grond toestemming geeft voor de aanleg of uitbreiding.

  • 3.

    Subsidie voor de aanleg of uitbreiding van een clean energy hub voor de weg wordt voorts alleen verstrekt als de oplaadinfrastructuur voor elektriciteit met een uitgangsvermogen tot 22 kW in staat is om slimme oplaadfuncties te ondersteunen.

Artikel 4.15.4 Vooroverleg

  • 1.

    Voordat een aanvraag kan worden ingediend, vindt vooroverleg plaats aan de hand van het door de provincie beschikbaar gestelde vooroverlegformulier.

  • 2.

    Het vooroverleg wordt gepland binnen 4 weken na ontvangst van het vooroverlegformulier.

Artikel 4.15.5 Aanvrager

  • 1.

    Subsidie als bedoeld in artikel 4.15.2, onderdeel a en b, kan worden aangevraagd door de eigenaar of exploitant van een huidige of mogelijk te realiseren clean energy hub-locatie of door een gemeente.

  • 2.

    Subsidie voor de aanleg of uitbreiding van een clean energy hub kan worden aangevraagd door de eigenaar van de te realiseren of uit te breiden clean energy hub.

Artikel 4.15.6 Aanvraag

  • 1.

    In aanvulling op artikel 1.2.3 bevat een aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 4.15.2, onderdeel a en b, een offerte van een derde partij voor het doen van een haalbaarheidsonderzoek.

  • 2.

    In aanvulling op artikel 1.2.3 bevat een aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 4.15.2, onderdeel c:

    • a.

      als de aanvrager geen eigenaar is van de grond waarop de clean energy hub wordt gerealiseerd, schriftelijke toestemming van de eigenaar;

    • b.

      het haalbaarheidsonderzoek waaruit blijkt dat de locatie geschikt is voor een clean energy hub; en

    • c.

      offertes van de uit te voeren werkzaamheden voor de aanleg of uitbreiding van de clean energy hub.

  • 3.

    Per locatie kan een aanvraag worden gedaan voor zowel een haalbaarheidsonderzoek als voor de aanleg of uitbreiding van de clean energy hub.

Artikel 4.15.7 Subsidiabele kosten

  • 1.

    Voor subsidie als bedoeld in artikel 4.15.2, onderdeel a en b, komen in aanmerking de kosten van de door externe consultants verrichte consultancydiensten.

  • 2.

    Voor subsidie als bedoeld in artikel 4.15.2, onderdeel c, komen in aanmerking de kosten voor de bouw, installatie, upgrade of uitbreiding van de oplaad- of tankinfrastructuur voor waterstof of elektriciteit en de daarmee verband houdende technische uitrusting, de installatie of verbetering van elektrische of andere onderdelen, met inbegrip van elektriciteitskabels en transformatoren die nodig zijn voor de aansluiting van de oplaad- of tankinfrastructuur.

  • 3.

    Voor subsidie als bedoeld in artikel 4.15.2, onderdeel d, komen in aanmerking de kosten voor de bouw, installatie, verbetering of uitbreiding van oplaad- of tankinfrastructuur voor waterstof of elektriciteit en de daarmee verband houdende technische uitrusting, met inbegrip van vaste, mobiele of drijvende faciliteiten, de installatie of verbetering van elektrische of andere onderdelen, met inbegrip van elektriciteitskabels en transformatoren die nodig zijn voor de aansluiting van de oplaad- of tankinfrastructuur.

Artikel 4.15.8 Hoogte van de subsidie

  • 1.

    De subsidie voor het uitvoeren van een haalbaarheidsonderzoek bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 40.000 per onderzoek.

  • 2.

    De subsidie voor de aanleg of uitbreiding van een clean energy hub bedraagt:

    • a.

      voor kleine ondernemingen maximaal 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 250.000 per clean energy hub;

    • b.

      voor middelgrote ondernemingen maximaal 40% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 250.000 per clean energy hub;

    • c.

      in overige gevallen maximaal 20% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 250.000 per clean energy hub.

Artikel 4.15.9 Verplichting

De subsidiabele activiteiten zijn uiterlijk 31 december 2030 uitgevoerd.

 

Artikel 4.15.10 Communautair toetsingskader

  • 1.

    Subsidie als bedoeld in artikel 4.15.2, onderdeel a en b, wordt alleen verleend in overeenstemming met artikel 18 AGVV of de reguliere De-minimisverordening.

  • 2.

    Subsidie voor de aanleg of uitbreiding van een clean energy hub voor het beroepsgoederenvervoer over de weg wordt alleen verleend in overeenstemming met artikel 36bis AGVV.

  • 3.

    Subsidie voor de aanleg of uitbreiding van een clean energy hub voor de binnenvaart wordt alleen verleend in overeenstemming met artikel 56quater AGVV.

CC.

Na paragraaf 4.15 wordt een nieuwe paragraaf ingevoegd, luidende:

 

Paragraaf 4.16 Verduurzaming of duurzame vervanging Gelderse veren

 

Artikel 4.16.1 Begripsomschrijving

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

duurzame motor: permanente veerpontmotor die voor zijn normale functioneren zijn energie haalt uit elektriciteit of waterstof.

 

Artikel 4.16.2 Subsidiabele activiteit

Subsidie kan worden verleend voor:

  • a.

    de aankoop van een veerpont met een duurzame motor; of

  • b.

    het retrofitten van een veerpont met een fossiele motor naar een duurzame motor.

Artikel 4.16.3 Criteria

Subsidie voor de aankoop van een veerpont met een duurzame motor wordt alleen verleend als:

  • a.

    de te vervangen veerpont ouder is dan dertig jaar;

  • b.

    bij aankoop van een tweedehands veerpont: deze maximaal tien jaar oud is.

Artikel 4.16.4 Aanvrager

  • 1.

    Subsidie kan worden aangevraagd door de eigenaar van een veerpont die in de provincie Gelderland vaart.

  • 2.

    Als een aanvrager meerdere veerponten in eigendom heeft, kan per veerpont subsidie worden aangevraagd.

Artikel 4.16.5 Aanvraag

In aanvulling op artikel 1.2.3 wordt bij een aanvraag om subsidie een offerte van de aanschaf of retrofit van de veerpont bijgevoegd.

 

Artikel 4.16.6 Hoogte van de subsidie

  • 1.

    De subsidie voor vervanging van een veerpont bedraagt maximaal 15% van de subsidiabele kosten;

    • a.

      met een maximum van € 127.500 voor een veerpont die minder dan zes auto’s of vijftig personen per overtocht kan vervoeren;

    • b.

      met een maximum van € 262.500 voor een veerpont die meer dan vijf auto’s of 49 personen per overtocht kan vervoeren.

  • 2.

    De subsidie voor de retrofit van een veerpont bedraagt maximaal 100% van de subsidiabele kosten;

    • a.

      met een maximum van € 62.500 voor een veerpont die minder dan zes auto’s of vijftig personen per overtocht kan vervoeren;

    • b.

      met een maximum van € 125.000 voor een veerpont die meer dan vijf auto’s of 49 personen per overtocht kan vervoeren.

Artikel 4.16.7 Subsidiabele kosten

  • 1.

    Voor de aanschaf van een veerpont komen de aanschafkosten van de veerpont voor subsidie in aanmerking.

  • 2.

    Voor het retrofitten van een veerpont komen de kosten voor de aanschaf en installatie van de duurzame motor voor subsidie in aanmerking.

Artikel 4.16.8 Instandhoudingsbepaling

In aanvulling op artikel 1.4.7 zet de subsidieontvanger de veerpont minimaal tien jaar in binnen de provincie Gelderland.

 

Artikel 4.16.9 Weigeringsgrond

Subsidie wordt geweigerd als de aanvrager op grond van deze paragraaf voor dezelfde veerpont al eerder subsidie heeft ontvangen.

 

Artikel 4.16.10 Communautair kader

Subsidie wordt alleen verstrekt voor zover dat niet in strijd is met de reguliere De-minimisverordening.

 

DD.

 

Na paragraaf 4.16 wordt een nieuwe paragraaf ingevoegd, luidende:

 

Paragraaf 4.17 Aanpassen bushaltes

 

Artikel 4.17.1 Begripsomschrijving

In deze paragraaf wordt verstaan onder

wegbeheerder: Rijkswaterstaat, gemeente of waterschap, die verantwoordelijk is voor het beheer en onderhoud van de weg.

 

Artikel 4.17.2 Subsidiabele activiteit

  • 1.

    Subsidie kan worden verleend voor het aanpassen van een bushalte door:

    • a.

      het verruimen van de doorgangen bij de bushalte;

    • b.

      de bushalte op hoogte brengen;

    • c.

      het aanbrengen van een abri;

    • d.

      het aanbrengen van verlichting;

    • e.

      het aanbrengen van fietsparkeerplaatsen;

    • f.

      het plaatsen van afvalbakken;

    • g.

      het aanbrengen van zit- of leungelegenheid; en

    • h.

      het verhogen van het fietspad naast een te smal perron.

  • 2.

    Subsidie kan worden verleend voor het realiseren of aanpassen van loop- en fietsinfrastructuur naar een bushalte door:

    • a.

      het realiseren of verbreden van loop- of fietspaden;

    • b.

      het realiseren of verbeteren van een oversteekvoorziening voor fietsers en voetgangers;

    • c.

      het optimaliseren van loop- en fietspaden bij rotondes;

    • d.

      het aanbrengen van openbare verlichting langs loop- en fietsroutes;

    • e.

      het toepassen van gesloten verharding; en

    • f.

      het instellen van voorrang voor fietsers en voetgangers.

Artikel 4.17.3 Criteria

Subsidie voor het realiseren of aanpassen van loop- en fietsinfrastructuur naar een bushalte wordt alleen verstrekt als de infrastructuur binnen een straal van 200 meter van een bushalte ligt.

 

Artikel 4.17.4 Hoogte van de subsidie

De subsidie bedraagt maximaal 75% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 150.000 per bushalte.

 

Artikel 4.17.5 Subsidiabele kosten

In aanvulling op artikel 1.3.4 komen interne loonkosten van de aanvrager niet in aanmerking voor subsidie.

 

Artikel 4.17.6 Aanvrager

Subsidie kan worden verstrekt aan een wegbeheerder.

 

Artikel 4.17.7 Aanvraag

In aanvulling op artikel 1.2.3 wordt bij een aanvraag om subsidie een ontwerp van de bushalte of loop- en fietsinfrastructuur bijgevoegd.

 

Artikel 4.17.8 Weigeringsgrond

Subsidie wordt geweigerd als de aanvraag naar het oordeel van de provincie niet in afdoende mate voldoet aan de geldende CROW-richtlijnen.

 

EE.

 

In de titel van paragraaf 5.2 wordt “professionals” vervangen door: makers.

 

FF.

 

Artikelen 5.2.1 en 5.2.2 worden vernummerd tot 5.2.2 en 5.2.3.

 

GG.

 

Voor artikel 5.2.2 (nieuw) wordt een artikel ingevoegd, luidende:

 

Artikel 5.2.1 Begripsomschrijvingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

 

artistieke uiting: zichtbaar maken van de ontwikkelstap van de maker voor het publiek;

grootschalig: productie met een begroting van meer dan € 25.000;

interdisciplinair: productie waarin minimaal twee makers vanuit verschillende creatieve disciplines samenwerken;

maker: maker of kunstenaar, wonende in Gelderland, die een beroepspraktijk uitoefent waarin het scheppen, ontwikkelen, of presenteren van artistieke, ontwerpende of innovatieve uitingen centraal staat;

talentontwikkelingsprogramma: door provincie Gelderland ondersteunde programma voor professionele groei in de creatieve sector.

 

HH.

 

Artikel 5.2.2 (nieuw) komt te luiden:

 

Artikel 5.2.2 Subsidiabele activiteit

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt voor de begeleiding en uitvoering van een ontwikkeltraject van een maker, gericht op de versterking van diens artistieke of professionele praktijk.

  • 2.

    Hierbij gelden de volgende categorieën:

    • a.

      Module A: ondersteunen van artistieke ontwikkeling onder professionele begeleiding;

    • b.

      Module B: ondersteunen van artistieke en professionele ontwikkeling onder professionele begeleiding;

    • c.

      Module C: ondersteunen van artistieke en professionele ontwikkeling en publieksbereik onder professionele begeleiding.

II.

 

Artikel 5.2.3 (nieuw) komt te luiden:

 

Artikel 5.2.3 Criteria

  • 1.

    Subsidie voor Module A wordt alleen verstrekt als:

    • a.

      er een ontwikkelplan is waarin beschreven staat welke artistieke ontwikkeling wordt beoogd, met welke ontwikkelstap dit bereikt wordt en hoe de maker hierin begeleid wordt;

    • b.

      de ontwikkelstap past binnen de beoogde ontwikkeling van de maker;

    • c.

      uit het ontwikkelplan blijkt dat evaluatie en borging belangrijke elementen vormen van de begeleiding;

    • d.

      de artistieke ontwikkeling leidt tot een artistieke uiting;

    • e.

      de artistieke uiting geen herhaling of een heropvoering betreft;

    • g.

      bij de voorbereiding van de aanvraag een vooroverleg met de provincie heeft plaatsgevonden over het ontwikkeltraject.

  • 2.

    Aanvullend op de criteria uit het eerste lid, gelden voor Module B de volgende criteria:

    • a.

      uit het ontwikkelplan blijkt welke professionele ontwikkeling wordt beoogd en hoe de maker hierin wordt begeleid;

    • b.

      uit het ontwikkelplan blijkt hoe de maker deelneemt aan het talentontwikkelingsprogramma;

    • c.

      uit het ontwikkelplan blijkt hoe de maker diens professionele netwerk in de provincie uitbreidt.

  • 3.

    Aanvullend op de criteria uit het eerste en tweede lid, gelden voor Module C de volgende criteria:

    • a.

      de artistieke uiting is een grootschalige of interdisciplinaire productie;

    • b.

      uit het ontwikkelplan blijkt hoe de maker een visie en aanpak op publieksbereik, samenwerking en kennisdeling ontwikkelt, en hoe de maker hierin wordt begeleid.

JJ.

 

Onder vernummering van artikelen 5.2.3 (oud) tot en met 5.2.6 (oud) tot 5.2.5 tot en met 5.2.8 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

 

Artikel 5.2.4 Vooroverleg

Voordat een aanvraag wordt ingediend, vindt vooroverleg plaats aan de hand van het format voor het ontwikkelplan.

 

KK.

 

Artikel 5.2.5 (nieuw) komt te luiden:

 

Artikel 5.2.5 Hoogte van de subsidie

  • 1.

    De subsidie bedraagt:

    • a.

      € 4.500 voor Module A;

    • b.

      € 7.500 voor Module B;

    • c.

      € 12.500 voor Module C.

  • 2.

    De subsidie wordt per aanvrager maximaal eens per vier jaar verstrekt.

LL.

 

Artikel 5.2.6 (nieuw) komt te luiden:

 

Artikel 5.2.6 Aanvrager

Subsidie kan worden aangevraagd door een maker.

 

MM.

 

Na artikel 5.2.6 worden twee nieuwe artikelen toegevoegd, luidende:

 

Artikel 5.2.7 Aanvraag

In aanvulling op artikel 1.2.3 bevat de aanvraag:

  • a.

    een curriculum vitae van de maker en de begeleider; en

  • b.

    een ontwikkelplan voor het ontwikkeltraject volgens het provinciale format.

Artikel 5.2.8 Verplichtingen

Voor alle subsidies dient de subsidieontvanger:

  • a.

    het ontwikkelplan binnen twee jaar te realiseren of uit te voeren;

  • b.

    de artistieke uiting zichtbaar te maken voor het publiek.

NN.

 

De titel van paragraaf 5.5 komt te luiden:

 

Paragraaf 5.5 Historische molens, stoomgemalen en stoomhoutzagerijen

 

OO.

 

Artikel 5.5.1. komt te luiden:

 

Artikel 5.5.1 Begripsomschrijvingen

 

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

 

historische molen: door wind, water of ros aangedreven krachtwerktuig inclusief het bouwwerk, geschikt of bedoeld voor een historisch maalproductieactiviteitbedrijf;

historisch stoomgemaal: door stoom aangedreven installatie inclusief het bouwwerk, geschikt of bedoeld voor historische bemaling van een polder;

historische stoomhoutzagerij: door stoom aangedreven installatie inclusief het bouwwerk geschikt of bedoeld voor het zagen van hout.

 

PP.

 

In artikel 5.5.2 wordt de zinsnede “historische molens en stoomgemalen” vervangen door: historische molens, historische stoomgemalen of historische stoomhoutzagerijen.

 

QQ.

 

Artikel 5.5.3 komt te luiden:

 

Artikel 5.5.3 Criteria

Subsidie wordt alleen verstrekt als de historische molen, het historisch stoomgemaal of de historische stoomhoutzagerij:

  • a.

    draaivaardig is; en

  • b.

    periodiek geïnspecteerd wordt op de staat van onderhoud.

RR.

 

In artikel 5.5.4 wordt de zinsnede “historische molens of stoomgemalen” vervangen door: historische molens, historische stoomgemalen of historische stoomhoutzagerijen.

 

SS.

 

Het tweede lid van artikel 5.5.5 alsmede de aanduiding “1.” voor het eerste lid vervallen.

 

TT.

 

In artikel 5.5.6 wordt de zinsnede “per historische molen of stoomgemaal” vervangen door: per historische molen, historisch stoomgemaal of historische stoomhoutzagerij.

 

UU.

 

Artikel 6.3.1 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    In de alfabetische volgorde wordt na de begripsomschrijving van “nominale waarde” een begripsomschrijving ingevoegd, luidende:

    onrendabele top: deel van de investering van een toegelaten instelling in de activiteit, die niet kan worden terugverdiend met de huuropbrengsten in het eerste jaar na oplevering;

  • 2.

    De begripsomschrijving “transformeren gebied” vervalt.

  • 3.

    De begripsomschrijving “transformeren gebouw” komt te luiden:

    transformeren: in verband met een functiewijziging noodzakelijke ingrijpende kwalitatieve aanpassingen aan een gebouw of aan een of meerdere gebouwen met bijbehorende gronden en openbare ruimte.

VV.

 

Artikel 6.3.2, onderdeel a, komt te luiden:

 

  • a.

    een integrale gebiedsgerichte aanpak binnen de bebouwde kom, waarbij het gaat om het herontwikkelen of transformeren van een of meerdere gebouwen met bijbehorende gronden in een gebied, gecombineerd met een aanpak van de openbare ruimte of de openbaar toegankelijke ruimte;

WW.

 

Artikel 6.3.3 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    In het eerste lid, onderdeel b, wordt de zinsnede “of de” vervangen door: of een deel van de gebouwen met bijbehorende.

  • 2.

    In het vijfde lid wordt na de zinsnede “opgenomen termijn” ingevoegd: , het in het derde lid, onderdeel a opgenomen percentage.

XX.

 

In artikel 6.3.6, onderdeel e, wordt “grond- en opstalexploitaties” vervangen door: de berekening van het exploitatietekort.

 

YY.

 

Artikel 6.3.7 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    In het eerste lid wordt “grondexploitatietekort” vervangen door: exploitatietekort of de rendabele top en komt de zinsnede “en bedraagt niet meer dan de investeringen van de aan de activiteit deelnemende partijen” te vervallen.

  • 2.

    In het tweede lid wordt “opstalexploitatietekort” vervangen door: exploitatietekort of de rendabele top en komt de zinsnede “en bedraagt niet meer dan de investeringen van de aan de activiteit deelnemende partijen” te vervallen.

  • 3.

    In het derde lid wordt “grondexploitatietekort” vervangen door: exploitatietekort of de rendabele top en komt de zinsnede “en bedraagt niet meer dan de investeringen van de aan de activiteit deelnemende partijen” te vervallen.

ZZ.

 

Na artikel 6.3.8, vijfde lid, wordt een lid toegevoegd, luidende:

 

  • 6.

    Op aanvraag kan worden afgeweken van het in het eerste lid opgenomen percentage.

AAA.

 

Artikel 6.4.9 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    In het eerste lid, onderdeel a, wordt “aanhef en onder a en b” vervangen door: aanhef en onder b.

  • 2.

    In het eerste lid, onderdeel b, wordt “aanhef en onder c, d en e” vervangen door: aanhef en onder a, c en e en wordt “binnen 12 maanden” vervangen door: binnen twaalf maanden.

  • 3.

    In het eerste lid, onderdeel c, wordt “aanhef en onder f” vervangen door: aanhef en onder d en f.

BBB.

 

Artikel 6.4.10 komt te luiden:

 

Artikel 6.4.10 Weigeringsgrond

Subsidie wordt geweigerd als geen vooroverleg heeft plaats gevonden.

 

CCC.

 

Na paragraaf 6.10 wordt een nieuw paragraaf ingevoegd, luidende:

 

Paragraaf 6.11 Beter benutten bestaande voorraad

 

Artikel 6.11.1 Begripsomschrijvingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

 

betaalbare wooneenheden: huurwooneenheden met een aanvangshuurprijs van ten minste het bedrag bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag, en ten hoogste de maximale huurprijs behorende bij 186 punten op grond van de waardering van de kwaliteit als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte of koopwooneenheden met een koopprijs van ten hoogste de geïndexeerde bovengrens, bedoeld in artikel 1, derde lid, van de Huisvestingswet 2014;

haalbaarheidsonderzoek: analyse op technisch, financieel, planologisch of juridisch vlak met duidelijke aanbevelingen of adviezen met betrekking tot de toe te voegen woningen, op grond waarvan een vervolgbesluit genomen kan worden;

woningaanbouw: aanbouwen van één of meer zelfstandige woningen tegen een bestaande woning;

woningsplitsing: verbouwen van een huis tot twee of meer kleinere zelfstandige wooneenheden.

 

Artikel 6.11.2 Subsidiabele activiteit

Subsidie kan worden verleend voor:

  • a.

    het laten uitvoeren van een haalbaarheidsonderzoek naar woningaanbouw, het optoppen van woningen of woningsplitsing om minimaal zes betaalbare wooneenheden te realiseren;

  • b.

    de realisatie van één of meerdere betaalbare wooneenheden door woningaanbouw of woningsplitsing.

Artikel 6.11.3 Aanvrager

  • 1.

    Subsidie als bedoeld in artikel 6.11.2, onder a, kan worden aangevraagd door:

    • a.

      gemeenten;

    • b.

      Verenigingen van Eigenaren;

    • c.

      woningcorporaties;

    • d.

      vastgoedeigenaren.

  • 2.

    Subsidie als bedoeld in artikel 6.11.2, onder b, kan worden aangevraagd door:

    • a.

      woningcorporaties;

    • b.

      woningeigenaren;

    • c.

      vastgoedeigenaren.

  • 3.

    Een Vereniging van Eigenaren kan alleen subsidie aanvragen als de ledenvergadering van de Vereniging van Eigenaren aantoonbaar een besluit heeft genomen het haalbaarheidsonderzoek uit te voeren.

Artikel 6.11.4 Aanvraag

In aanvulling op artikel 1.2.3, tweede lid, bevat de aanvraag:

  • a.

    een projectplan in het door de provincie beschikbaar gestelde format, en

  • b.

    voor subsidie als bedoeld in artikel 6.11.2, onder a, een offerte van een externe deskundige voor het haalbaarheidsonderzoek;

  • c.

    voor subsidie als bedoeld in artikel 6.11.2, onder a, als de aanvrager een Vereniging van Eigenaren is: een afschrift van de notulen van de vergadering waarin is besloten het haalbaarheidsonderzoek uit te gaan voeren.

  • d.

    voor subsidie als bedoeld in artikel 6.11.2 onder b, een huisnummerbesluit van maximaal zes maanden oud van de betreffende gemeente waarin aan de te realiseren zelfstandige betaalbare wooneenheden een huisnummer wordt toegekend.

Artikel 6.11.5Hoogte van de subsidie

  • 1.

    De subsidie voor de activiteiten, genoemd in artikel 6.11.2, onder a, bedraagt 70% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 10.000.

  • 2.

    De subsidie voor de activiteiten, genoemd in artikel 6.11.2, onder b, bedraagt € 8.000 per nieuw te realiseren woning tot maximaal € 300.000.

Artikel 6.11.6 Subsidiabele kosten

Subsidiabel zijn:

  • a.

    voor activiteiten als bedoeld in artikel 6.11.2, onder a: de kosten van een haalbaarheidsonderzoek;

  • b.

    voor activiteiten als bedoeld in artikel 6.11.2, onder b: de kosten van woningaanbouw of woningsplitsing.

Artikel 6.11.7 Verplichtingen

  • 1.

    De subsidiabele activiteit, genoemd in artikel 6.11.2, onder a, moet binnen een jaar na datum subsidieverlening zijn afgerond.

  • 2.

    De subsidiabele activiteit, genoemd in artikel 6.11.2, onder b, is binnen twee jaar na datum subsidieverlening afgerond.

  • 3.

    De subsidieontvanger overlegt op verzoek van de provincie in het kader van een evaluatieonderzoek als bedoeld in artikel 1.4.8 het haalbaarheidsonderzoek.

Artikel 6.11.8 Weigeringsgrond

Subsidie wordt geweigerd als voor dezelfde wooneenheden eerder subsidie als bedoeld in 6.11.2, onder a, is verstrekt.

 

DDD.

 

In artikel 7.4.1 wordt in de alfabetische volgorde ingevoegd:

circulariteit: activiteiten en processen die gericht zijn op het verminderen van het gebruik van primaire grondstoffen, het vervangen daarvan door hernieuwbare of biogene materialen, het verlengen van de levensduur van producten, en het bevorderen van hergebruik en recycling, waarbij producten en materialen zo veel mogelijk in omloop blijven, hun waarde behouden en afval tot een minimum wordt;

 

EEE.

 

Artikel 7.4.2 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    In onderdeel a aan het slot vervalt “of”.

  • 2.

    In onderdeel b aan het slot vervalt “en”.

  • 3.

    In onderdeel c, onder xi, wordt “laadinfrastructuur” vervangen door: laadinfrastructuur voor personenvervoer.

FFF.

 

In artikel 7.4.3 wordt onder vernummering van het tweede en derde lid tot derde en vierde lid, een lid ingevoegd, luidende:

  • 2.

    Voor subsidie die wordt verstrekt voor cofinanciering van activiteiten die in aanmerking komen voor een rijksbijdrage uit een Regio Deal als gedefinieerd in artikel 9.7.1, geldt dat minimaal 25% van de financiering van de totale subsidiabele kosten bestaat uit private of gemeentelijke financiering.

GGG.

 

Aan artikel 7.4.7 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 3.

    In afwijking van het eerste lid bedraagt de subsidie voor planvorming van collectieve fysieke maatregelen over het thema circulariteit, als bedoeld in artikel 7.4.2, aanhef en onder c, onderdeel iv, maximaal 90% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 100.000.

HHH.

 

In artikel 7.5.3 wordt onder vernummering van het tweede tot en met vierde lid tot derde tot en met vijfde lid, een lid ingevoegd, luidende:

 

  • 2.

    Minimaal 25% van de financiering van de totale subsidiabele kosten dient te bestaan uit private of gemeentelijke financiering als:

    • a.

      subsidie wordt verstrekt voor activiteiten als bedoeld in artikel 7.5.2, onderdelen d of g; en

    • b.

      subsidie wordt verstrekt voor cofinanciering van activiteiten die in aanmerking komen voor een rijksbijdrage uit een Regio Deal als gedefinieerd in artikel 9.7.1.

III.

 

In artikel 7.5.11, onderdeel d, wordt “onder e” vervangen door: onder e of f.

 

JJJ.

 

Paragraaf 8.5 vervalt.

 

KKK.

 

In artikel 8.7.9 wordt “31 december 2025” vervangen door: 31 januari 2026.

 

 

LLL.

 

In artikel 9.3.8, vijfde lid, wordt "2025” vervangen door: 2027.

 

MMM.

 

Artikel 9.7.4, eerste lid, komt te luiden:

  • 1.

    De subsidie, genoemd in artikel 9.7.2, onder a, bedraagt voor de Regio Rivierenland maximaal € 2.000.000.

 

NNN.

 

Onder vernummering van artikelen 10.5.1 tot en met artikel 10.5.9 tot artikel 10.5.2 tot en met artikel 10.5.10 wordt een nieuw artikel 10.5.1 ingevoegd, luidende:

 

Artikel 10.5.1 Begripsomschrijvingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

 

gemeenschapsvoorziening: openbare voorziening voor inwoners in een gemeenschap of wijk die gebruikt wordt of gaat worden voor het houden van sociale, culturele, educatieve of sportieve activiteiten.

 

OOO.

 

Na paragraaf 10.5 wordt een nieuwe paragraaf ingevoegd, luidende:

 

Paragraaf 10.6 Ondersteuning leefbaarheidsinitiatieven gemeenten

 

Artikel 10.6.1 Subsidiabele activiteit

Subsidie kan worden verstrekt voor het stimuleren van activiteiten op het gebied van sport, cultuur of sociale verbondenheid.

 

Artikel 10.6.2 Criterium

Subsidie wordt alleen verstrekt ten behoeve van lokale activiteiten.

 

Artikel 10.6.3 Aanvrager

Subsidie wordt aangevraagd door een gemeente.

 

Artikel 10.6.4 Aanvraag

  • 1.

    In aanvulling op artikel 1.2.3, eerste lid, bevat de aanvraag een projectplan volgens het door de provincie beschikbaar gestelde format.

  • 2.

    Subsidie wordt aangevraagd uiterlijk op 30 juni 2026.

Artikel 10.6.5 Hoogte van de subsidie

  • 1.

    De hoogte van de subsidie wordt bepaald op basis van het inwoneraantal van een gemeente op 1 januari van 2024:

    • a.

      Van 0 tot 10.000 inwoners bedraagt de subsidie € 50.000;

    • b.

      Van 10.000 tot 25.000 inwoners bedraagt de subsidie € 100.000;

    • c.

      Van 25.000 tot 40.000 inwoners bedraagt de subsidie € 175.000;

    • d.

      Van 40.000 tot 50.000 inwoners bedraagt de subsidie € 250.000;

    • e.

      Van 50.000 tot 100.000 inwoners bedraagt de subsidie € 325.000;

    • f.

      Van 100.000 en meer inwoners bedraagt de subsidie € 400.0000.

  • 2.

    Bij de toepassing van het eerste lid wordt het inwoneraantal bepaald aan de hand van Inwoners per gemeente | CBS.

Artikel 10.6.6 Verplichtingen

De subsidieontvanger verstrekt het subsidiebedrag als bedoeld in artikel 10.6.5 binnen 24 maanden na het verlenen daarvan aan de entiteit die de activiteiten gaat uitvoeren, indien dit subsidiebedrag niet door aanvrager zelf als opdracht is verstrekt.

 

Artikel 10.6.7 Vaststelling

Bij toepassing van artikel 25, derde lid, en artikel 26, vierde lid, AsG worden subsidies boven € 25.000 vastgesteld op grond van artikel 25, eerste lid, onder b, AsG.

 

PPP.

 

Paragraaf 12.2 komt te luiden:

 

Paragraaf 12.2 Vrijheid

 

Artikel 12.2.1 Begripsomschrijvingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

 

regio: regio's Veluwe, Achterhoek/Liemers, Airborne Region, Rivierengebied en Rijk van Nijmegen, zoals aangegeven op de regiokaart die is opgenomen in het Gelders Programma Vrijheid.

 

Artikel 12.2.2 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden aangevraagd voor de voorbereiding en uitvoering van:

  • a.

    een regioproject;

  • b.

    een bovenregionaal project.

Artikel 12.2.3 Criteria

  • 1.

    Subsidie wordt alleen verstrekt als het project aan de volgende criteria voldoet:

    • a.

      de Tweede Wereldoorlog is het uitgangspunt;

    • b.

      de actualiteit rond het thema vrijheid en herdenken maakt substantieel deel uit van de activiteiten;

    • c.

      het beoogt het bewustzijn van de waarde van vrijheid bij de inwoners van Gelderland te vergroten;

    • d.

      het stimuleert ontmoeting en moedigt deelnemers aan met elkaar in gesprek te gaan over vrijheid en herdenken;

    • e.

      bij de uitvoering worden veteranen die hebben deelgenomen aan een vredesmissie en jongeren betrokken;

    • f.

      het project past binnen het Gelders programma Vrijheid.

  • 2.

    Subsidie voor een regioproject wordt, in aanvulling op het eerste lid, alleen verstrekt als:

    • a.

      het project is voorbesproken met de regio waarin het wordt uitgevoerd;

    • b.

      bij de voorbereiding en uitvoering van het project inwoners van of organisaties uit minimaal twee gemeenten in de regio betrokken worden; en

    • c.

      het project aantoonbaar een bovenlokaal of regionaal bereik heeft.

  • 3.

    Subsidie voor een bovenregionaal project wordt, in aanvulling op het eerste lid, alleen verstrekt als:

    • a.

      het project wordt voorbereid en uitgevoerd door een samenwerkingsverband bestaande uit partijen die in minimaal twee verschillende regio's gevestigd zijn; en

    • b.

      met de uitvoering van het project aantoonbaar inwoners uit meerdere regio's bereikt worden of het project in minimaal twee regio’s wordt uitgevoerd.

Artikel 12.2.4 Aanvraag

In aanvulling op artikel 1.2.3 wordt bij de aanvraag voor het verkrijgen van subsidie voor een bovenregionaal project een door alle deelnemende partijen ondertekend document gevoegd waarin voor iedere deelnemer is uitgewerkt welk onderdeel van het project hij zal uitvoeren;

 

Artikel 12.2.5 Hoogte van de subsidie

De subsidie bedraagt:

  • a.

    voor regioprojecten maximaal 50% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 10.000 en een maximum van € 30.000;

  • b.

    voor bovenregionale projecten maximaal 50% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 30.000 en een maximum van € 50.000.

Artikel 12.2.6 Niet-subsidiabele kosten

In aanvulling op artikel 1.3.4 wordt geen subsidie verstrekt voor kosten voor de bouw, verbouw of het onderhoud van gebouwen en herdenkingsmonumenten.

 

Artikel 12.2.7 Verplichtingen

  • 1.

    De subsidieontvanger is verplicht de activiteit binnen 12 maanden na verlening uit te voeren.

  • 2.

    De subsidieontvanger is verplicht bij online en offline uitingen over de activiteit en bij de uitvoering van de activiteit gebruik te maken van het logo van het Gelders programma Vrijheid en het logo van de provincie Gelderland.

  • 3.

    De subsidieontvanger stelt beeld- of audiomateriaal van de activiteit aan de provincie beschikbaar voor publicatie door de provincie.

Artikel II  

 

De toelichting op de Regels Subsidieverlening Gelderland 2023 wordt als volgt gewijzigd:

 

A.

 

De algemene toelichting onder het kopje ‘Staatssteun’ wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    De tweede alinea komt te luiden:

    Dit is het geval bij de paragrafen 2.2 (voor wat betreft artikel 2.2.1 onderdeel a, b, als steun aan gemeenten, c en d), 2.5, 2.12, 2.13 (als steun aan particulieren), 2.15.3, 2.15.5, 2.15.7, 2.20, 2.22, 3.4, 3.5, 3.6, 4.7, 4.8, 4.13, 5.4, 5.5, 5.7, 5.10, 6.2, 6.4, 6.11, (voor wat betreft artikel 6.11.2, onder a, als steun aan gemeenten), 7.4, 8.4, 8.6, 8.7, 9.4, 9.6 (voor wat betreft artikel 9.6.3, onderdeel b, sub i tot en met vii), 9.7 (voor wat betreft artikel 9.7.2, onderdeel a), 10.2, 10.3, 10.4, 10.5, 10.6, 11.2 (voor wat betreft de programma’s van side events), 11.4 en 12.2.

  • 2.

    De vierde alinea komt te luiden:

    De aanleg van openbare infrastructuur, zoals wegen, fietspaden, straatverlichting en aansluiting op openbare nutsvoorzieningen, vormt een belangrijk deel van overheidsinvesteringen bij gebiedsontwikkeling. Zolang deze infrastructuur algemeen toegankelijk blijft voor alle potentiële eindgebruikers is er geen sprake van staatssteun. Voor wat betreft de aanleg of verbetering van infrastructuur ter verbetering van de sociale veiligheid geldt dat geen staatssteun optreedt zolang de infrastructuur niet commercieel wordt geëxploiteerd en algemeen toegankelijk blijft voor alle potentiële eindgebruikers. Het betreft de paragrafen 4.5, 4.9, 4.10, 4.11 en 4.17.

  • 3.

    De zesde alinea komt te luiden:

    Voor bepaalde activiteiten heeft de Europese Commissie specifieke vrijstellings- en de-minimisverordeningen vastgesteld. Het gaat daarbij vooral om de AGVV, de LVV en de Landbouw de-minimisverordening. Daar waar een van deze verordeningen van toepassing is, wordt niet getoetst aan de De-minimisverordening. Dit betreft de paragrafen 2.2 (voor wat betreft artikel 2.2.1, onderdeel b (als de onderneming actief is in primaire landbouwproductie) en e), 2.4, 2.6, 2.7 (voor wat betreft artikel 2.7.1, onderdeel e), 2.10, 2.11, 2.13 (als onderneming actief is in primaire landbouwproductie), 2.15.2, onderdeel b voor zover uitgevoerd op landbouwgronden en onderdeel c, 2.15.4, 2.16, 2.17, 2.18, 2.19, 2.21, 2.23, 2.25, 2.27, 2.28, 2.31, 4.15, 4.16, 5.3 (voor wat betreft artikel 5.3.1, onderdelen a tot en met d), 5.6, 5.8, 7.2a, 7.5 (voor wat betreft artikel 7.5.2, onderdelen a, b, c en e), 8.3, 8.8, 9.3 en 9.6 (voor wat betreft artikel 9.6.3, onderdeel b, sub x en xi).

  • 4.

    De laatste alinea komt te luiden:

    Op grond van die verordening bedraagt de totale overheidssteun maximaal € 300.000 over een periode van drie jaren. De verordening bevat een aantal (procedurele) voorwaarden waaraan in alle gevallen moet worden voldaan. Het proces van subsidieverlening bij de provincie Gelderland is zodanig ingericht dat aan deze voorwaarden wordt voldaan. Voor subsidie op grond van de paragrafen 2.2 (voor wat betreft artikel 2.2.1, onderdeel b (als steun aan bos- en landgoedeigenaren)), 2.18, 2.26.2, onderdeel b, 4.15 (voor wat betreft artikel 4.15.2, onderdeel a en b), 5.2, 5.3 (voor wat betreft artikel 5.3.1 onder e), 6.10, 6.11, 7.2, 7.5 (artikel 7.5.7, derde lid), 8.2, 8.10, artikel 9.6.3 onderdeel b, sub viii tot en met x, voor zover sprake is van consultancyadviesdiensten aan grote ondernemingen, en 13.2 geldt, volgens de vangnetbepaling van artikel 1.3.2, eerste lid, dat de subsidie alleen wordt verstrekt met inachtneming van de De-minimisverordening.

B.

 

In de artikelsgewijze toelichting vervalt de toelichting op paragraaf 2.9.

 

C.

 

In de artikelsgewijze toelichting op paragraaf 2.29 vervalt in de derde alinea de zinsnede “en de provincie op grond daarvan een taxatie heeft laten uitvoeren”.

 

D.

 

De artikelsgewijze toelichting op artikel 2.29.3 komt te luiden:

 

Artikel 2.29.3 Vooroverleg

 

Het doel van het vooroverleg is een beeld te krijgen van de omvang van de aanvraag.

 

E.

 

Na de artikelsgewijze toelichting op artikel 2.29.6 wordt een artikelsgewijze toelichting ingevoegd, luidende:

 

Artikel 2.29.7

Onder c

Er wordt geen subsidie verstrekt voor niet-noodzakelijke of bovenmatige kosten. Opdrachtverlening voor het slopen en verwijderen van de productiecapaciteit moet op marktconforme wijze plaatsvinden, daarom vragen wij twee offertes. De opdracht wordt verleend aan degene die de offerte heeft geleverd met de beste prijs-kwaliteitverhouding.

 

F.

 

In de artikelsgewijze toelichting op artikel 2.29.10 wordt “vijfde lid” vervangen door: zesde lid.

 

G.

 

Na de artikelsgewijze toelichting op paragraaf 4.9 komt de artikelsgewijze toelichting op paragraaf 4.10 te vervallen.

 

H.

 

Na de toelichting op paragraaf 4.13 wordt een artikelsgewijze toelichting op paragraaf 4.15 ingevoegd, luidende:

 

Paragraaf 4.15 Clean energy hubs

 

Artikel 4.15.1 Begripsomschrijving

De ideale locatie van een clean energy hub voor de weg is bij de ontsluiting van een bedrijven- of distributiepark, tussen de hoofdweg en het betreffende park, wetende dat 95% van het goederenvervoer van en naar deze parken gaat. Hiermee wordt tevens invulling gegeven aan de doelstelling van de Europese Alternative Fuel Infrastructure Regulation (AFIR) – de Verordening betreffende infrastructuur voor alternatieve brandstoffen.

 

Artikel 4.15.3 Criteria

Eerste lid, onderdeel a

Andere factoren van een locatieonderzoek kunnen zijn mogelijke koppelkansen, zoals nieuwe ov-remises, stadsdistributie, pakketservices, truckparking, en food. Voor binnenvaartlocaties kan tevens worden gedacht aan ontgassingsinstallaties en walstroom.

 

Artikel 4.5.10 Communautair toetsingskader

 

Tweede lid

Een aanvrager dient aan te tonen dat aan de relevante voorwaarden uit artikel 36bis AGVV wordt voldaan, waaronder het achtste, negende, twaalfde, en dertiende lid, als deze van toepassing zijn.

 

Derde lid

Een aanvrager dient aan te tonen dat aan de relevante voorwaarden uit artikel 56quater AGVV wordt voldaan, waaronder lid 6, 7, en 7bis, als deze van toepassing zijn.

 

I.

 

De artikelsgewijze toelichting op artikel 5.2.2, onderdeel f, komt te vervallen.

Artikel III  

  • 1.

    Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2026.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid treden artikel I, onderdelen E tot en met J, UU tot en met BBB, en NNN, en artikel II, onderdelen C tot en met F in werking op 26 november 2025.

Gedeputeerde Staten van Gelderland

Daniël Wigboldus

Commissaris van de Koning

Johan Osinga

Secretaris

Naar boven