Provinciaal blad van Utrecht
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Utrecht | Provinciaal blad 2025, 19188 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Utrecht | Provinciaal blad 2025, 19188 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 11 november 2025, nr. UTSP-814175531-1633 tot wijziging van de Subsidieregeling Groene, gezonde en klimaatbestendige steden en dorpen 2025-2027
Gedeputeerde Staten van Utrecht;
Gelet op artikel 1.4 van de Algemene subsidieverordening provincie Utrecht 2022,
Overwegende dat het wenselijk is de Subsidieregeling Groene, gezonde en klimaatbestendige steden en dorpen 2025-2027 te wijzigen om een nieuwe paragraaf toe te voegen naar aanleiding van deelname aan het landelijke programma Werklandschappen van de Toekomst, waarbij het opzetten van een voucherregeling voor ondersteuning van bedrijventerreinen onderdeel van de deelname is, en om een aantal inhoudelijke wijzigingen aan de bestaande paragrafen door te voeren;
De Subsidieregeling Groene, gezonde en klimaatbestendige steden en dorpen 2025-2027 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 1.1 wordt als volgt gewijzigd:
Onder verlettering van de onderdelen d tot en met v tot e tot en met w wordt na onderdeel c een nieuw onderdeel ingevoegd, luidende:
bedrijventerrein: een terrein van minimaal 1 hectare bruto dat vanwege zijn bestemming bestemd en geschikt is voor gebruik door handel, nijverheid, industrie en commerciële en niet-commerciële dienstverlening, met uitzondering van een terrein voor grondstoffenwinning, olie- en gaswinning, terrein voor waterwinning, terrein voor agrarische doeleinden, terrein voor afvalstort en terreinen met laad- en/of loskade langs diep vaarwater toegankelijk voor grote zeeschepen. De provincie Utrecht maakt binnen werklocaties het onderscheid tussen winkelgebieden, kantorenterreinen en bedrijventerreinen. Welke werklocaties vallen onder de noemer bedrijventerreinen is aangegeven op de kaart “Bedrijventerreinen” op de Atlas van de provincie Utrecht;
Onderdeel p (nieuw) komt te luiden:
lage SES wijken: wijken of buurten waar bewoners gemiddeld een lage sociaal-economische status (SES-WOA) hebben, die op de kaart “Versteende wijken en lage SES wijken” op de Atlas van de provincie Utrecht het label “lage SES” hebben;
Onder verlettering van onderdelen q (nieuw) tot en met w (nieuw) tot r tot en met x, wordt na onderdeel p een nieuw onderdeel ingevoegd, luidende:
programma Werklandschappen van de Toekomst: een landelijk programma vanuit de stichting Werklandschappen van de Toekomst met als doel de transitie van grijze naar groene, gezonde en klimaatbestendige bedrijventerreinen te versnellen. De provincie Utrecht is aangesloten bij dit programma als deelnemer voor pakket A en kent zodoende één Living Lab en twee Ambassadeursterreinen binnen de kaders van dit programma en zet zich in op andere onderdelen van dit programma, zoals een voucherregeling voor bedrijventerreinen;
Onderdeel x (nieuw) komt te luiden:
versteende wijken: wijken of buurten die volgens de kaart Groene stad groenlabel F hebben.
Aan artikel 1.2 wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel c door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
Artikel 1.3, tweede lid, komt te luiden:
Artikel 1.5 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 2.2, onderdeel d, komt te luiden:
Artikel 3.1, onderdeel c, komt te luiden:
Artikel 3.2 wordt als volgt gewijzigd:
Aan artikel 3.4 wordt een vijfde lid toegevoegd, luidende:
Artikel 3.5, onderdeel b, komt te luiden:
Artikel 4.2 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 4.4, eerste lid, komt te luiden:
Artikel 4.5, onderdeel b, komt te luiden:
Onder vernummering van paragraaf 5 tot 6, en onder vernummering van artikelen 5.1 tot en met 5.5 tot 6.1 tot en met 6.5 wordt na paragraaf 4 een paragraaf ingevoegd:
Paragraaf 5 Vouchers Werklandschappen van de Toekomst
Artikel 5.1 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verleend voor de proceswerkzaamheden voorafgaand aan de fysieke uitvoering van vergroening van een bedrijventerrein in de provincie Utrecht, waarbij het gaat om een of meerdere van de volgende proceswerkzaamheden:
Subsidie kan slechts worden verstrekt aan twee of meer bedrijven, een vertegenwoordiger van ondernemers op een bedrijventerrein of een gemeente in samenwerking met twee of meer ondernemers, met inachtneming van artikel 4.1 AsvpU 2022.
Artikel 5.4 Bij de aanvraag te overleggen gegevens
Als gebruik wordt gemaakt van een De-minimisverordening, dan levert de aanvrager een volledig ingevulde en ondertekende De-minimisverklaring aan waaruit blijkt dat aan de deelnemer slechts een zodanig bedrag wordt verstrekt dat over een periode van drie belastingjaren het plafond voor De-minimissteun niet wordt overschreden.
Voor subsidiabele activiteiten zoals bedoeld in artikel 5.1 bedraagt het subsidieplafond:
Artikel 5.6 Hoogte van de subsidie
Artikel 5.7 Subsidieverplichtingen
De subsidieontvanger is verplicht binnen 24 maanden na verlening van de subsidie de activiteiten te hebben afgerond.
In aanvulling op artikel 1.8 wordt de subsidie in ieder geval geweigerd indien de aanvraag een bedrijventerrein betreft dat meedoet als Living Lab of Ambassadeursterrein binnen het programma Werklandschappen van de toekomst.
Artikel 6.1 (nieuw) komt te luiden:
Indien subsidie wordt verleend op grond van paragraaf 3 van deze regeling, en er sprake is van staatssteun, vindt subsidieverlening plaats met inachtneming van de De-minimis verordening Nr. 2023/2831, PbEU L van 15 december 2023) of de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (Verordening (EU) Nr. 2023/1315 van de Commissie van 23 juni 2023)).
Indien subsidie wordt verleend op grond van paragraaf 5 van deze regeling, en er sprake is van staatssteun, vindt subsidieverlening plaats met inachtneming van de De-minimis verordening (Verordening (EU) Nr. 2023/2831, PbEU L van 15 december 2023) of artikel 49 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (Verordening (EU) Nr. 2023/1315 van de Commissie van 23 juni 2023 (AGVV)).
De bijlage bij de regeling vervalt.
De toelichting bij de regeling wordt als volgt gewijzigd:
De tekst onder Onder p: lage SES wijken komt te luiden:
De sociaal-economische status (SES-WOA) is een cijfer dat de welvaart (W), het opleidingsniveau (O) en de deelname aan de arbeidsmarkt (A) van een bepaald gebied in onderlinge samenhang weergeeft. Om te bepalen wat een ‘lage’ status is, kijken we naar de cijfers van het CBS. Een gemiddelde SES-WOA totaalscore van nul of lager geldt in deze subsidieregeling als ‘laag'. Voor de toetsing gebruiken we de kaart “Versteende wijken en lage SES wijken” op de Atlas van de provincie Utrecht. Hierop staat per buurt of wijk aangegeven of deze een ‘hoge’ of ‘lage’ SES score heeft. Deze kaart is gebaseerd op gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), uit een tabel genaamd ‘Sociaal-economische status; scores per wijk en buurt, regio-indeling 2024’. Deze is te vinden op de website van het CBS.
De tekst onder Artikel 1.3 Algemene criteria, onder Lid 1 Hoofddoelen subsidieregeling komt te luiden:
Deze subsidieregeling kent een integrale insteek en wil projecten stimuleren die bijdragen aan tenminste twee van de genoemde doelen. Deze liggen deels in elkaars verlengde en vaak dragen projecten op logische wijze vanzelfsprekend bij aan meerdere doelen. Aanvullend hierop heeft de provincie uiteraard meer doelen, zoals de energietransitie, woningbouw, circulariteit, mobiliteit, sport en bewegen en sociale cohesie. Vanuit onze integrale aanpak als organisatie zien wij graag in aanvragen terug op welke wijze projecten mogelijk ook bijdragen aan deze andere provinciale ambities.
De tekst onder Artikel 1.3 Algemene criteria, onder Lid 2 Voorwaarden aan beplanting komt te luiden:
De gekozen planten moeten voor minimaal 50% inheems zijn en/of aantoonbaar een bijdrage leveren aan biodiversiteit. Inheemse planten (en zaden) worden opgekweekt uit planten met een regionale herkomst (die oorspronkelijk uit Nederland komen). Gebruik geen ‘inheemse’ soorten die uit het buitenland ingevoerd worden.
Planten kunnen een aantoonbare bijdrage leveren aan de biodiversiteit door te voorzien in voedsel, schuil- en verblijfplaatsen, nestgelegenheid en hierdoor specifieke diersoorten (met name insecten) aantrekken (dit geldt bijvoorbeeld voor lavendel, helenium, etc.). Om tot de 50% te komen mogen exoten die bijdragen aan biodiversiteit opgeteld worden bij inheemse soorten.
Pesticiden hebben een negatieve invloed op biodiversiteit. Zowel zaadmengsels als vaste planten mogen daarom geen pesticiden bevatten. Van zaden en /of planten die biologisch geteeld zijn is het zeker dat deze gifvrij zijn. Deze zijn bijvoorbeeld te koop bij een biologische kwekerij.
Voor biodiversiteit is het goed om terughoudend om te gaan met het inzaaien van plantenzaden. Idealiter vinden planten hun eigen weg naar een gebied en vestigen zich er dan op eigen kracht. Als snel een mooi resultaat nodig is, kan ervoor gekozen worden om planten in te zaaien. Zadenmengsels mogen niet alleen uit eenjarige planten bestaan.
Let er bij het kiezen van zaaigoed (en planten) op of de soorten qua behoefte aan licht, vocht en grondsoort passen bij de locatie. Zaai alleen in de bebouwde kom, niet in het buitengebied.
Op https://milieudefensie.nl/actueel/magazine/back-up-van-de-natuur staat meer informatie over inheemse soorten en het belang van streekeigen zaden.
Op deze website van de Vlinderstichting staat een lijst van leveranciers voor inheems bloemenzaad.
De tekst onder Artikel 1.5 Bij de aanvraag te overleggen gegevens, onder Lid 2, onderdeel a, i: een bewijs dat er 50% inheemse beplanting wordt toegepast komt te luiden:
Bij de aanvraag moet worden aangetoond dat de gebruikte beplanting niet invasief is, het voor minimaal 50% uit inheemse beplanting bestaat en/of een aantoonbare bijdrage levert aan de biodiversiteit. Dit bewijs kan worden geleverd in verschillende vormen, bijvoorbeeld door het aanleveren van een plantenlijst, een gespecificeerde offerte per soort van een hovenier, of een verklaring van de hovenier dat er aan bovenstaande voorwaarde wordt voldaan.
Aan de tekst onder Artikel 2.4 Bij de aanvraag te overleggen gegevens wordt toegevoegd:
Lid 1 onder b Subsidiabele kosten op de offerte
De totale subsidiabele kosten uit de offerte moeten gelijk aan of groter dan het bedrag van de voucher zijn (15.000 of 20.000 euro). Als er in de offerte niet-subsidiabele kosten zijn opgenomen, zoals kosten voor een speel- of sporttoestel, dan worden de kosten hiervan van het totale bedrag van de offerte afgetrokken. Het overgebleven bedrag moet dan nog steeds gelijk aan of groter zijn dan het bedrag van de voucher.
De tekst onder Artikel 2.6 Hoogte van de subsidie, onder Lid 1 en 2 Bedragen voor versteende wijken en lage SES wijken komt te luiden:
Om initiatieven in versteende wijken extra te stimuleren is ervoor gekozen om het maximale subsidiebedrag en het subsidiepercentage hier te verhogen. Initiatieven in versteende wijken die binnen de ‘Groene Stad Challenge’ laag scoren op groen ("label F") worden ondersteund met een vast bedrag van 20.000 euro. Dit in tegenstelling tot een vast bedrag van 15.000 euro bij initiatieven in andere wijken. Initiatieven in versteende buurten hebben een grotere impact op de omgeving, het tegengaan van hitte-stress, het vergroten van de biodiversiteit en de gezondheid van inwoners. Versteende wijken zijn vindbaar in de Atlas van provincie Utrecht op de kaart ”Groene stad”. Op deze kaart zijn de gegevens verwerkt die voortkomen uit de ‘Groene Stad Challenge'. Buurten hebben daarin een groenlabel van A tot en met F gekregen op basis van de hoeveelheid groen per inwoner, de gezondheid van het groen en de verdeling van groen en water. A is het beste groenlabel, F het minst goede. In de legenda staat aangegeven dat donkerpaarse gebieden "label F" hebben.
Om initiatieven in wijken met een lage sociaal-economische status (SES-WOA, zie de toelichting bij artikel 1.1 onder p ‘lage SES wijken’) extra te stimuleren is ervoor gekozen om het maximale subsidiebedrag en het subsidiepercentage hier te verhogen. De ‘lage SES wijken’ zijn te vinden op de kaart “Versteende en lage SES wijken” op de Atlas van de provincie Utrecht. Initiatieven in lage SES wijken worden ondersteund met een vast bedrag van 20.000 euro. Dit in tegenstelling tot een vast bedrag van 15.000 euro bij initiatieven in andere wijken. Extra ondersteuning is nodig in deze wijken om de leefomgeving te verbeteren. Bewoners van lage SES-wijken ervaren vaker uitdagingen zoals beperkte toegang tot groen, hogere blootstelling aan hittestress, en gezondheidsproblemen door een minder gezonde leefomgeving.
De tekst onder Artikel 3.6 Hoogte van de subsidie, onder Lid 1 en 2 Bedragen voor versteende wijken en lage SES wijken komt te luiden:
Om initiatieven in versteende wijken extra te stimuleren is ervoor gekozen om het maximale subsidiebedrag en het subsidiepercentage hier te verhogen. Initiatieven in versteende wijken die binnen de ‘Groene Stad Challenge’ laag scoren op groen ("label F") worden ondersteund met maximaal 75% van de subsidiabele kosten. Dit in tegenstelling tot maximaal 50% bij initiatieven in andere wijken (niet versteende wijken).
Initiatieven in versteende buurten hebben een grotere impact op de omgeving, het tegengaan van hittestress, het vergroten van de biodiversiteit en de gezondheid van inwoners. Versteende wijken zijn vindbaar in de Atlas van provincie Utrecht op de kaart “Groene stad”. Op deze kaart zijn de gegevens verwerkt die voortkomen uit de ‘Groene Stad Challenge'. Buurten hebben daarin een groenlabel van A tot en met F gekregen op basis van de hoeveelheid groen per inwoner, de gezondheid van het groen en de verdeling van groen en water. A is het beste groenlabel, F het minst goede. In de legenda staat aangegeven dat donkerpaarse gebieden "label F" hebben.
Om initiatieven in wijken met een lage sociaal-economische status (SES-WOA, zie de toelichting bij artikel 1.1 onder p ‘lage SES wijken’) extra te stimuleren is ervoor gekozen om het maximale subsidiebedrag en het subsidiepercentage hier te verhogen. De ‘lage SES wijken’ zijn te vinden op de kaart “Versteende en lage SES wijken” op de Atlas van de provincie Utrecht. Initiatieven in lage SES wijken worden ondersteund met maximaal 75% van de subsidiabele kosten. Dit in tegenstelling tot maximaal 50% bij initiatieven in andere wijken. Extra ondersteuning is nodig in deze wijken om de leefomgeving te verbeteren. Bewoners van lage SES-wijken ervaren vaker uitdagingen zoals beperkte toegang tot groen, hogere blootstelling aan hittestress, en gezondheidsproblemen door een minder gezonde leefomgeving.
De tekst onder Artikel 4.2 Criteria komt te luiden:
Onder a: Afspraken klimaatadaptief bouwen
Op initiatief van de provincie Utrecht zijn in 2021 de Afspraken Klimaatadaptief Bouwen Utrecht gemaakt. Deze gelden voor zowel bestaande bouw als nieuwbouw. In zowel de bestaande bouw als in nieuwbouw streven we dezelfde doelen na, omdat de gevolgen van weersextremen niet zullen verschillen.
Wanneer een subsidiabele activiteit alleen plaatsvindt in de openbare ruimte, wordt alleen aan de eisen uit de Afspraken Klimaatadaptief Bouwen getoetst die van toepassing zijn op de openbare ruimte. Het gaat om de eisen hieronder.
Onder b: Convenant Toekomstbestendig Bouwen
De Afspraken klimaatadaptief bouwen voor nieuwbouw zijn opgenomen in het Convenant Toekomstbestendig Bouwen 2.0
Dit convenant is een initiatief uit 2021 van de provincies Utrecht, Flevoland, Noord-Holland en Zuid-Holland. In dit convenant staan nog meer eisen waar nieuwbouwwijken aan moeten voldoen rondom de thema's energie, circulariteit, duurzame mobiliteit, natuurinclusiviteit en biodiversiteit en gezonde leefomgeving. Voor het Convenant Toekomstbestendig Bouwen gelden drie ambitieniveaus. Aanvragen binnen deze subsidieregeling worden in ieder geval getoetst op het ambitieniveau ‘zilver’ voor de thema’s natuurinclusiviteit en biodiversiteit, gezonde leefomgeving en klimaatadaptatie.
Wanneer een subsidiabele activiteit alleen plaatsvindt in de openbare ruimte, wordt alleen getoetst aan de eisen uit het Convenant Toekomstbestendig Bouwen die van toepassing zijn op de openbare ruimte. Zie een indicatie hiervan bij de toelichting hierboven voor artikel 4.2, lid 1 onder b Afspraken klimaatadaptief bouwen.
Onder c: Toegankelijk en bruikbaar groen
Voorbeelden van soorten groenvoorzieningen die toegankelijk en bruikbaar zijn:
Hierbij wordt de toename van allergieën en infectieziekten voorkomen en is de beschikbaarheid van giftige (delen van) planten beperkt.
Tip: Het koppelen van een fysieke ingreep aan een sociale ingreep, zorgt ervoor dat mensen goed gebruik maken van groen. Bijvoorbeeld doordat groen voor minimaal 15% van de bewoners bruikbaar is en toegankelijk voor iedereen. Het toevoegen van straatmeubilair (zoals een bankje) in bestaand groen valt niet onder een sociale ingreep.
Na de tekst onder Artikel 4.2 Criteria wordt ingevoegd:
Artikel 4.4 Bij de aanvraag te overleggen gegevens
Lid 1, onder a, onder ii: Monitoren
In de aanvraag wordt beschreven hoe de aanvrager de effecten gaat monitoren. Hierbij hoort: de nulsituatie in kaart brengen, aangeven welke activiteiten gerealiseerd zijn en reflecteren op het effect hiervan op de leefomgeving, mens en dier.
Aan het einde van de toelichting wordt toegevoegd:
Paragraaf 5 Vouchers Werklandschappen van de Toekomst
Deze subsidies worden verstrekt onder het programma Werklandschappen van de Toekomst. Dit is een samenwerking tussen de provincie Utrecht en de stichting Werklandschappen van de toekomst om bedrijventerreinen te helpen de transitie te maken naar groene en duurzame bedrijventerreinen.
Bedrijventerreinen in de provincie Utrecht kunnen een voucher aanvragen via deze regeling. De voucherregeling is specifiek bedoeld voor het proces voorafgaand aan de uitvoering van fysieke maatregelen op een bedrijventerrein, zoals de planvorming of het uitvoeren van stresstesten.
Voor subsidie voor de uitvoering van fysieke maatregelen kunnen bedrijventerreinen binnen de provincie Utrecht een subsidieaanvraag doen middels de subsidieregeling Groene, gezonde en klimaatbestendige steden en dorpen 2025-2027 onder paragraaf 3.
Meer informatie over het programma en het aanbod vanuit Werklandschappen van de toekomst is te vinden via deze link.
Onder hernieuwbare brandstoffen worden verstaan:
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2025-19188.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.