Provinciaal blad van Limburg
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Limburg | Provinciaal blad 2025, 19068 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Limburg | Provinciaal blad 2025, 19068 | ander besluit van algemene strekking |
Openstellingsbesluit 2025 Paragraaf 6: Samenwerking integrale gebiedsontwikkeling uitvoering Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Limburg
Gedeputeerde Staten van Limburg maken ter voldoening aan het bepaalde in de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Limburg (laatst gewijzigd Pb.2025, nr. 11088) bekend dat zij in hun vergadering van 11 november het volgende besluit hebben genomen:
Openstellingsbesluit 2025 Paragraaf 6: Samenwerking integrale gebiedsontwikkeling uitvoering Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Limburg
Gelet op artikel 1.2 van de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Limburg (laatst gewijzigd Pb. 2025, nr. 11088), hierna te noemen "Verordening", besluiten Gedeputeerden Staten van Limburg “Paragraaf 6: Samenwerking integrale gebiedsontwikkeling uitvoering” van hoofdstuk 2 (hierna te noemen "paragraaf 6" van deze Verordening) voor de (her)inrichting, of transformatie van het landelijk gebied op landbouwgrond onder volgende nadere regels open te stellen.
Het subsidieplafond voor aanvragen die betrekking hebben op de focusgebieden uit het Limburgs Offensief Stikstof, bedraagt € 3.924.200,00. Dit bedrag bestaat voor € 1.687.406,00 uit Europese middelen (= 43%) en uit € 2.236.794,00 aan provinciale middelen (= 57%). Het subsidieplafond voor aanvragen die betrekking hebben op overige gebieden in Limburg bedraagt € 2.345.394,68. Dit bedrag bestaat uit middelen vanuit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO).
Bijlage: Openstellingsbesluit 2025 Paragraaf 6: Samenwerking integrale gebiedsontwikkeling uitvoering Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Limburg
In aanvulling op artikel 1.1 van de Verordening wordt in deze nadere regels verstaand onder:
LOS: Limburgs Offensief Stikstof. Vastgesteld door Gedeputeerde Staten van Limburg op 23 september 2025. Limburgs Offensief Stikstof - Provincie Limburg
Subsidie kan worden verstrekt aan deelnemers van een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 2.6.3, tweede lid, van de Verordening.
In aanvulling op artikel 1.6 van de Verordening bevatten aanvragen in de categorieën A 2.1; B 1.2; B 2.2; B 2.3 en C 2.1. in bijlage B, een bewijsstuk van de aanvraag van een vergunning dan wel van de reeds verkregen vergunning wanneer blijkt dat geloosd wordt op bestaand oppervlaktewater of aanwezige rioleringen.
Aanvragen die voor subsidie als bedoeld in artikel 2.6.1, eerste lid onder b van de Verordening in aanmerking komen, worden door een onafhankelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 1.13 van de Verordening geselecteerd en gerangschikt op basis van de selectiecriteria en wegingsfactoren, zoals opgenomen in Bijlage C van dit openstellingsbesluit.
Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het tweede lid, en de subsidieontvanger verlenging van die termijn wenselijk acht, kan hij uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging tot uiterlijk 31 december 2028.
Bijlage A Investeringslijst 2025 productieve investeringen in landbouwbedrijven voor klimaat, bodem, water, lucht en biodiversiteit Verordening Europese landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Limburg
Biodiversiteit en biologische bestrijding
Bijlage B Investeringslijst 2025 Niet-productieve investeringen op landbouwbedrijven Verordening Europese landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Limburg
In onderstaande investeringslijst worden de investeringen onderverdeeld in verschillende categorieën:
Bijlage C Selectiecriteria 2025 Samenwerking integrale gebiedsontwikkeling uitvoering Verordening Europese landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Limburg
Na sluiting van de indieningstermijn worden alle tijdig ontvangen aanvragen door een onafhankelijke adviescommissie beoordeeld als bedoeld in artikel 1.13 van de Verordening Europese landbouwsubsidies 2023-2027. Op basis van de in artikel 2.6.10, tweede lid, van de Verordening bedoelde selectiecriteria worden deze in rangorde op een lijst geplaatst. Het puntentotaal per project wordt samengesteld uit de te behalen punten op basis van deze methodiek. Het toekennen van punten vindt per selectiecriterium als volgt plaats:
De behaalde punten per selectiecriterium worden vervolgens gewogen:
|
Ambitie van het plan ten aanzien van de te realiseren gebiedsdoelen |
||||
|
Diversiteit van de partijen en aantal samenwerkende partijen |
||||
Het maximumaantal punten dat behaald kan worden is 75. Het project met het meest aantal punten krijgt de hoogste ranking. Toetsing vindt plaats door een onafhankelijk adviescommissie die Gedeputeerde Staten adviseert. Er worden maximaal 5 punten toegekend per criterium. Aan elk selectiecriterium is een wegingsfactor toegekend. Een project dient op elk selectiecriterium minimaal 1 punt te scoren.
In totaal zijn maximaal 75 punten te behalen. De plaats in de rangorde wordt bepaald door het aantal punten dat de adviescommissie aan het project toekent. Voor elk project geldt dat een minimumaantal punten dient te worden behaald om voor subsidie in aanmerking te kunnen komen (60% van 75 punten = minimaal 45 punten). Indien een aanvraag minder dan 45 punten behaalt, wordt de aanvraag niet gehonoreerd. Het doel van deze systematiek is om alle projecten onderling te vergelijken en de beste projecten uit het totaalaanbod te kunnen selecteren.
Aanvragen worden op volgorde van de rangschikking gehonoreerd. Als twee of meer aanvragen een gelijk aantal punten hebben gekregen en de som van de aangevraagde bedragen dusdanig is dat het subsidieplafond wordt overschreden, dan vindt tussen hen een prioritering plaats op de afzonderlijke scores in de volgorde: 1. Categorie a, 2. Categorie c, 3. Categorie d, 4. Categorie f, 5 Categorie g, 6 Categorie b, 7 Categorie e. Indien de aanvragen een gelijk aantal punten hebben behaald, wordt de rangschikking van de aanvragen bepaald door loting. Het toekennen van de scores en de rangschikking vindt plaats door een adviescommissie zoals bedoeld in artikel 1.13 van de Verordening.
Voor het bepalen van de rangschikking van projecten zijn vier selectiecriteria benoemd in artikel 2.6.10 van de Verordening. Het bepalen van de scores van de selectiecriteria vindt als volgt plaats. Per selectiecriterium zijn diverse aspecten benoemd op basis waarvan een project wordt beoordeeld:
De ambitie wordt bepaald door in samenhang te ijken naar de volgende aspecten:
Blijkt uit de ambitie van het gebiedsplan een gebiedsgerichte, integrale aanpak? Hoe is de gebiedsopgave beschreven: in hoeverre zijn gezamenlijk gevoelde problemen en uitdagingen in een afgebakend gebied omschreven waarbij de ambitie is geformuleerd om gezamenlijk tot oplossingen te komen voor deze uitdagingen? In hoeverre spelen landbouwers en de landbouw hierin een rol?
De diversiteit van het samenwerkingsverband: welke partijen investeren samen in oplossingen voor de gebiedsopgave die is opgenomen in het gebiedsplan. Dit wordt beoordeeld aan de hand van de volgende aspecten:
Nemen, naast landbouwers, voor de beschreven gebiedsopgave relevante gebiedspartijen deel zoals overheden, collega-ondernemers, terrein beherende organisaties, natuur- en landschapsorganisaties, kennispartijen, grondeigenaren? Of anderzijds betrokken partijen, zoals boerenorganisaties, landgoedeigenaren, ketenpartners, adviseurs of burgers?
Het draagvlak voor de uitvoering van het gebiedsplan wordt beoordeeld door te kijken naar of de uitvoering van het gebiedsplan obstakelvrij is. In samenhang met de volgende aspecten wordt het draagvlak voor het gebiedsplan als volgt beoordeeld:
Op welke steun, bijvoorbeeld van lokale overheden of lokale gevestigde andere ondernemers en partijen, kan de uitvoering van het gebiedsplan van de partners in het samenwerkingsverband rekenen en hoe is dit onderbouwd? Hoe divers is de opsomming van betrokken belanghebbende gebiedspartijen die draagvlak hebben getoond voor de uitvoering van het gebiedsplan?
De mate van effectiviteit wordt beoordeeld aan de hand van de volgende aspecten:
In hoeverre draagt het gebiedsplan bij aan de doelen van de openstelling: klimaat, milieu (bodem, water en lucht) en biodiversiteit; en aan de doelen van het beleidskader: Perspectief voor het Landelijk gebied. Een gebiedsplan dat bijdraagt aan zowel klimaat, milieu als biodiversiteit, zal hoger scoren dan een gebiedsplan dat enkel bijdraagt aan één van deze doelen. Is ook een nulmeting over deze doelen opgenomen om te kunnen sturen op streefbeelden en beoogde resultaten?
Ten aanzien van efficiëntie wordt gekeken naar op welke wijze input (geld, kennis, kunde, overige middelen) wordt ingezet in het gebiedsplan om een beoogde output te kunnen realiseren.
Beoordeeld wordt of bijvoorbeeld de partners in het samenwerkingsverband voldoende expertise hebben voor de uitvoering van het gebiedsplan en of de kosten in de juiste verhouding staan tot de beoogde opbrengsten (verhouding investeringskosten tegenover proceskosten)..
Bij haalbaarheid wordt gelet op de kans van slagen van de uitvoering van het gebiedsplan, gedurende de uitvoering maar ook in de tijd na ‘oplevering’ van het gebiedsplan. Belangrijk element hierin is in hoeverre de toekomst van de landbouw geborgd is. De mate van haalbaarheid wordt beoordeeld door in samenhang te kijken naar:
Staan de voorgenomen investeringen in verhouding tot de toekomst voor de voortzetting van de bedrijven? Zijn de investeringen logisch haalbare gekozen investeringen? In hoeverre zullen de investeringen leiden tot het genereren van een bestendig inkomen voor de boerenbedrijven? Bevat het gebiedsplan een beschrijving van de structurele inbedding van de resultaten na afloop (waaronder beheer- en exploitatiekosten)?
Urgentie is gebiedsgebonden en kan per doel waar de activiteiten uit het gebiedsplan bij aansluiten, benoemd worden. Bij de mate van urgentie wordt gelet op in hoeverre de voorgenomen activiteiten in het gebiedsplan onderdeel zijn van een in de regio noodzakelijke opgave. Bepalend is de mate van overbrugging van de huidige situatie naar de gewenste situatie ten aanzien de Europese doelen voor klimaat, waterkwaliteit en natuur, provinciale doelen uit het beleidskader ‘Perspectief voor het landelijk gebied’ of vanuit beleid van gemeenten.
Toelichting Openstellingsbesluit 2025 Paragraaf 6 Samenwerking integrale gebiedsontwikkeling uitvoering Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Limburg
Voorliggend openstellingsbesluit moet in samenhang gelezen worden met de Verordening Europese landbouwsubsidies 2023-2027 van de provincie Limburg (de Verordening).
Met dit openstellingsbesluit wordt paragraaf 6 uit hoofdstuk 2 van de Verordening – de maatregel Samenwerking voor integrale gebiedsontwikkeling – opengesteld. De artikelen 2.6.1 tot en met 2.6.12 van de Verordening moeten tezamen gelezen worden met de artikelen in dit openstellingsbesluit. Daarnaast zijn de algemene en slotbepalingen uit de Verordening ook van toepassing op een aanvraag.
Samenwerking voor integrale gebiedsontwikkeling
De bedoeling is dat agrariërs en andere gebiedspartners middels deze maatregel worden uitgenodigd en gefaciliteerd om met elkaar een gebiedsanalyse te doen en een plan van aanpak op te stellen ter versterking van de doelen op het gebied van klimaat, water en biodiversiteit. De verwachting is dat door de partners in het gebied zelf aan het roer te zetten in de versterking van hun gebied op de doelen klimaat, water en biodiversiteit, sneller verbetering in het gebied wordt gerealiseerd dan wanneer individuele gebiedspartners afzonderlijk acties aanvragen en uitvoeren, of wanneer van bovenaf door overheden regels worden opgelegd. Door deze aanpak worden agrarisch ondernemers en andere gebiedspartijen uitgedaagd om de kansen in hun gebied echt in kaart te brengen en vervolgens gezamenlijk acties te bedenken en uit te voeren om het te versterken.
Deze interventie dient om in te kunnen spelen op de behoefte aan maatwerk voor de eigen context van gebieden en waar naar verwachting een meerjarige programmatische aanpak meerwaarde biedt. Het uitgangspunt is dat met elkaar samenhangende en afgestemde activiteiten met een actieve rol van een samenwerkingsverband effectiever zijn aan te pakken dan als losstaande projecten. Een programmatische aanpak verlaagt ook de afhankelijkheid van andere projectgerichte GLB-steunmogelijkheden via openstellingen, die vaak maar eens per jaar plaatsvinden en lange doorlooptijden kennen, waardoor tijd- en momentumverlies wordt voorkomen.
Elk project zal duidelijk moeten maken hoe het project bijdraagt aan de doelen klimaat, water of biodiversiteit, maar hoe ook het project bijdraagt aan de opgaven zoals nitraat en stikstof.
Algemeen: het beleidskader Perspectief voor het landelijk gebied
In dit beleidskader worden de doelen en ambities voor het landelijk gebied geconcretiseerd en uitgewerkt naar actielijnen en inzet van middelen voor de coalitieperiode 2023-2027. Het landelijk gebied staat voor grote opgaven. In de provincie Limburg werken we aan het versterken van de kwaliteit van het Limburgse landschap en daarmee ook de leefbaarheid van het landelijk gebied, zowel voor de mens als voor de natuur.
Vanzelfsprekend is de landbouw een cruciale factor in de transitie van het landelijk gebied. Perspectief voor de landbouw en het in goede staat brengen van de natuur en het water moeten in goede balans tot uitvoering komen en vormen daarmee de basis voor een leefbaar landelijk gebied. In het kader Perspectief voor het landelijk gebied heeft de landbouw een centrale plek in de transitie van het landelijk gebied en geven wij aan hoe wij landbouwbedrijven concreet willen ondersteunen bij het vinden van hun richting in relatie tot de eisen die vanuit de omgeving gesteld worden.
Via het instrument van subsidiëring, stimuleren we partijen om de doelen van ons beleid met betrekking tot het landelijke gebied te realiseren. In het beleidskader Perspectief voor het landelijk gebied 2023-2027 hebben we aangegeven het subsidie instrument Gemeenschappelijk LandbouwBeleid (GLB) in te zetten ter verbetering van het landelijk gebied en de transitie naar meer natuurinclusieve landbouw.
Deze openstelling GLB-NSP richt zich dan ook op het landelijke gebied, op het uitvoeren van een uitvoeringsagenda door een samenwerkingsverband in het landelijk gebied om met behulp van de GLB-NSP openstelling “Samenwerking integrale gebiedsontwikkeling uitvoering” activiteiten uit een gebiedsplan uit te voeren die betrekking hebben op het verbeteren het water- en bodemsysteem voor landbouw-, water – en klimaatdoelen en die bijdragen aan de doelen binnen het beleidskader Perspectief voor het landelijk gebied.
Het beleidskader Perspectief voor het landelijk gebied is beschikbaar op de internetpagina van de Provincie Limburg onder het coalitieakkoord 2023-2027:Coalitieakkoord 2023-2027 - Provincie Limburg.
Het Limburgs Offensief Stikstof
Limburg staat voor flinke uitdagingen, ook in het landelijk gebied. De vergunningverlening zit op slot en de kwaliteit van natuur en water staat onder druk. Om te zorgen dat we nu en in de toekomst kunnen wonen, werken en ondernemen én om natuur en water te versterken, móet er beweging ontstaan. Daarom komt het College van Gedeputeerde Staten met dit ‘Limburgs Offensief Stikstof (LOS)’.
Het LOS staat voor een langjarig programma dat werk maakt van stikstofreductie en natuurherstel en weer zorgt voor perspectief op vergunningverlening voor economische en maatschappelijke ontwikkelingen in Limburg. We nemen zelf verantwoordelijkheid en wachten niet langer op de uitwerkingen van het Rijk. We willen snel aan de slag met realistische plannen. Aan de slag omdat de opgaven groot zijn en we als gezamenlijke overheden nu eindelijk moeten doorpakken. Met realistische plannen die aansluiten bij wat in gebieden en op het boerenerf haalbaar is en bij wat we met de nu beschikbare middelen al kunnen doen.
Voor deze openstelling is gekozen voor een buffer van ca. 1500m rondom de focusgebieden. Deze buffer is gekozen, omdat uit ervaring is gebleken dat maatregelen die op deze afstand van het natuurgebied genomen worden, nog invloed hebben op het gebied.
Gedeputeerde Staten heeft met het LOS de ambitie om concrete resultaten te bereiken voor reductie van de stikstofdeposities, natuurherstel en perspectief op vergunningverlening voor economische en maatschappelijke ontwikkelingen. Dat moet de basis vormen voor een leefbaar landelijk gebied, nu en in de toekomst. Daarvoor willen we de beschikbare financiële middelen en instrumenten in samenhang inzetten en beginnen met wat nu al mogelijk is. In de uitvoering willen we nauw samenwerken met initiatiefnemers en gebiedspartners die resultaten willen halen. De ontwikkelingen en maatregelen worden van onderop, in regionale en lokale samenhang, aangepakt. Op deze wijze maken we ontwikkelingen weer mogelijk, waarbij we tegelijkertijd natuur en water beschermen en herstellen.
De Verordening betreft een Europees kader voor plattelandsontwikkeling. Deze Verordening is gebaseerd op het zogenoemde Gemeenschappelijk LandbouwBeleid (GLB) en het Nationaal Strategisch Plan (NSP).
Om tot subsidiëring van projecten over te kunnen gaan maakt de Provincie gebruik van openstellingsbesluiten. Het openstellingsbesluit ”Paragraaf 6 Samenwerking integrale gebiedsontwikkeling uitvoering” is één van de openstellingsbesluiten, op basis waarvan GLB-NSP-middelen kunnen worden aangevraagd. De Verordening is te vinden op: Verordening Europese landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Limburg - Provincie Limburg.
Het subsidieplafond voor aanvragen die betrekking hebben op de focusgebieden uit het Limburgs Offensief Stikstof, bedraagt € 3.924.200,00. Dit bedrag bestaat voor € 1.687.406,00 uit Europese middelen (= 43%) en uit € 2.236.794,00 aan provinciale middelen (= 57%). Het subsidieplafond voor aanvragen die betrekking hebben op overige gebieden in Limburg bedraagt € 2.345.394,68. Dit bedrag bestaat uit middelen vanuit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO).
De openstelling is gericht op activiteiten van samenwerkingsverbanden die betrekking hebben op het verbeteren van het water- en bodemsysteem voor landbouw-, water – en klimaatdoelen, zoals vastgelegd in genoemd provinciaal beleid. Activiteiten dienen plaats te vinden in de Nederlandse provincie Limburg.
Artikel 2 Subsidiabele activiteit
Subsidie is beschikbaar voor de uitvoering van het gebiedsplan. Een gebiedsplan is primair gericht op de volgende drie Europese doelen:
Een gebiedsplan kan vrij worden ingevuld binnen de kaders van dit openstellingsbesluit. Elk gebied kan een eigen plan op maat maken. Deze regeling uitvoering van samenwerking voor integrale gebiedsontwikkeling biedt gebieden de mogelijkheid van een budget waar allerlei verschillende activiteiten uit betaald kunnen worden. Het subsidieaandeel voor het proces (management voor de uitvoering van het gebiedsplan) mag niet meer zijn dan 25% van de totaal verstrekte subsidie voor de uitvoering van het gebiedsplan. De Europese Commissie stelt dat tenminste 75% van de subsidie naar investeringen moet gaan.
Voorop staat dat in gebiedsplannen de gebiedskoers zich integraal richt op de Europese doelen voor klimaat, milieu en biodiversiteit en verduurzaming van de landbouw én aansluit bij het beleid van provincie, waterschap en gemeenten, zoals het beleidskader ‘Perspectief voor het landelijk gebied’ van de provincie Limburg.
Daarom zullen desbetreffende overheden direct betrokken zijn bij de gebiedskoers, de doelen van het gebiedsplan en mogelijk zelf partner zijn in het samenwerkingsverband in het specifieke gebied. Dit Openstellingsbesluit GLB uitvoering van samenwerking voor integrale gebiedsontwikkeling is een breed samenbindend instrument met subsidie voor investeringen en open van opzet. Het gebiedsplan kan allesomvattend zijn maar dat hoeft ook niet. Tegelijk gaat het om focus en wat realistisch haalbaar is met het oog op de beschikbare subsidiabele investeringsmogelijkheden bij uitvoering van het gebiedsplan.
De uitvoering van het gebiedsplan kan bestaan uit de volgende subsidiabele activiteiten:
|
Investeringen voor de uitvoering van het gebiedsplan waaronder: |
Management voor de uitvoering van het gebiedsplan, waaronder: |
|
|
Voor productieve en niet-productieve investeringen kan uitsluitend gebruik gemaakt worden van investeringen uit bijlage A en B van dit openstellingsbesluit.
Binnen de voorbereiding en uitvoering van een ruilverkaveling worden uitsluitend de kosten die rechtstreeks samenhangen met de werkzaamheden van het Kadaster subsidiabel gesteld. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om:
De subsidie voor het in samenwerking uitvoeren van een integraal gebiedsplan kan worden aangevraagd door de penvoerder van het samenwerkingsverband dat het gebiedsplan gaat uitvoeren. De penvoerder moet gemachtigd zijn door alle deelnemers om het plan uit te voeren. Alle partners in het samenwerkingsverband maken op basis van hun eigen deelbegroting in het gebiedsplan kosten en zijn daarmee medebegunstigden van de subsidie die ze voor deze kosten aanvragen.
Artikel 4 Samenwerkingsverband
Een samenwerkingsverband moet bestaan uit minimaal vier landbouwbedrijven. Daarbij geldt dat onder andere ook eventueel een of meerdere van de volgende partijen betrokken kunnen zijn in het samenwerkingsverband:
Als sprake is van een kennisoverdracht als onderdeel van de activiteiten in het gebiedsplan, moet in het samenwerkingsverband ook een kennisaanbieder als projectpartner vertegenwoordigd zijn.
In gebieden kunnen processen lopen die niet altijd het kenmerk van gezamenlijk eigenaarschap dragen. Soms zijn niet alle overheden aan boord, soms ontbreekt het aan een groep boeren die zich betrokken voelt. Plannen van natuur- en landschapsorganisaties en burgerinitiatieven zijn af en toe in uitvoering zonder betrokkenheid van boeren of overheid.
Overheidspartijen kunnen deelnemer zijn van het samenwerkingsverband. Het is goed voorstelbaar dat een gemeente of waterschap de penvoerdersrol neemt. Het staat een gebied vrij om voor een andere penvoerder te kiezen.
Een aanvraag om subsidie kan alleen worden ingediend door een nieuw samenwerkingsverband. Reeds bestaande samenwerkingsverbanden kunnen ook een aanvraag indienen, mits de activiteiten waarvoor dan subsidie wordt aangevraagd, nieuw zijn voor dit bestaande samenwerkingsverband.
Artikel 7 Niet subsidiabele kosten
Niet subsidiabel zijn kosten die gemaakt worden voor werkzaamheden van derden, zoals advies- en begeleidingskosten van externe adviseurs, procesbegeleiders of andere private partijen. Ook overige indirecte kosten, zoals interne uren van betrokken partijen of communicatietrajecten, vallen buiten de subsidiabele activiteiten.
Kosten van investeringen van € 2.000.000 of meer voor grootschalige ingrepen in de infrastructuur komen niet voor subsidie in aanmerking tenzij deze kosten betrekking hebben op investeringen in het watersysteem met als doel de waterkwaliteit te verbeteren.
Artikel 9 Hoogte subsidie en deelplafonds
Voor de uitvoering van gebiedsplannen kan per opgenomen activiteit een ander subsidiepercentage van toepassing zijn. De subsidie voor de uitvoering van het gebiedsplan kan bestaan uit:
niet productieve investeringen waarvoor 100% subsidie geldt. Als niet productieve investeringen betrekking hebben op het watersysteem en gedaan worden door landbouwers geldt 70% subsidie. Wanneer deze investeringen alleen betrekking hebben op waterkwantiteit en gedaan worden door niet landbouwbedrijven, geldt ook 70% subsidie;
Bovenvermelde onderdelen maken tezamen minimaal 75% van de subsidie uit.
Verder kan een gebiedsplan bestaan uit:
Bovenvermelde onderdelen maken tezamen maximaal 25% van de subsidie uit.
In het tweede lid is bepaald dat de subsidie minimaal €125.000,00 en maximaal €2.500.000,00 bedraagt. En in het derde lid is zijn twee deelplafonds opgenomen:
De uitvoering van het gebiedsplan moet uiterlijk 30 juni 2028 afgerond zijn. Dat betekent dat alle activiteiten uitgevoerd moeten zijn en dat de kosten ervan gemaakt zijn op deze datum. Indien dit niet mogelijk is kan de aanvrager middels een wijzigingsverzoek de einddatum verlengen tot uiterlijk 31 december 2028. Met deze einddatum wordt binnen de huidige GLB-periode maximaal ruimte gegeven voor de uitvoering van gebiedsplannen.
Aansluiting op het Nationale (Netwerk platteland) en Europese EIP netwerk draagt ertoe bij dat samenwerkingsverbanden gedurende het gehele project gebruik kunnen maken van beschikbare kennis en ervaring voor een hogere effectiviteit. Het doel hiervan is dat het delen van de kennis die opgedaan wordt tijdens de projecten, door anderen gebruikt kan worden en daardoor bijdraagt effectievere en innovatieve gebiedsplannen in Nederland en in Europa. Daarnaast kunnen via de netwerken ook interacties ontstaan tussen de verschillende samenwerkingsverbanden zodat deze elkaar kunnen versterken door een community te vormen.
De subsidieontvanger is verplicht om de resultaten van het project te delen via de hiertoe geëigende netwerken. Onder geëigende netwerken wordt in ieder geval begrepen:
*Met Groen Kennisnet, het kennisplatform van de groene sector in Nederland, is een speciale samenwerking aangegaan. Groen Kennisnet maakt voor elk Nederlands project een pagina aan om de plannen en eindresultaten te delen. Ook tijdens uw project kunt u resultaten delen via Groen Kennisnet. Groen Kennisnet neemt hierover contact met u op.
** Het Europees Innovatienetwerk voor de Landbouw (EIP-AGRI) werkt aan de bevordering van concurrerende en duurzame land- en bosbouw in Europa. Het EIP-AGRI-netwerk is onderdeel van het CAP Network van de EU. Elk project wordt gemeld aan dit Europese EIP netwerk.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2025-19068.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.