Provinciaal blad van Zeeland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zeeland | Provinciaal blad 2025, 18786 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zeeland | Provinciaal blad 2025, 18786 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Openstellingsbesluit van Gedeputeerde Staten van Zeeland houdende GLB | NSP openstelling en vaststelling subsidieplafond Samenwerking integrale gebiedsontwikkeling Zeeland 2026
Besluit van Gedeputeerde Staten van Zeeland van 11 november 2025 (kenmerk 744121), houdende openstelling en vaststelling subsidieplafond Samenwerking integrale gebiedsontwikkeling Zeeland 2026;
Overwegende dat voor verstrekking van subsidie in het kader van hoofdstuk 2, paragraaf 6 ‘Samenwerking integrale gebiedsontwikkeling’ van de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Zeeland een openstellingsperiode en een subsidieplafond dient te worden vastgesteld en nadere regels kunnen worden gesteld;
Vast te stellen dat aanvragen voor het verstrekken van subsidie in het kader van hoofdstuk 2, paragraaf 6 ‘Samenwerking integrale gebiedsontwikkeling’ van de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Zeeland (hierna: de Verordening) kunnen worden ingediend met ingang van 24 februari 2026, 09.00 uur, tot en met 30 juni 2026, 17.00 uur;
Vast te stellen dat de vaststelling van de begroting door Provinciale Staten kan leiden tot een verlaging van het subsidieplafond en te besluiten dat, indien de binnen de openstellingsperiode ingediende volledige subsidieaanvragen het verlaagde subsidieplafond te boven gaan, het beschikbare bedrag wordt verdeeld op volgorde van puntenaantal beginnend bij de aanvraag met de meeste punten, en indien daarbij het plafond wordt overschreden er wordt verdeeld door middel van loting;
In aansluiting op artikel 1 van de Verordening wordt in dit openstellingsbesluit verstaan onder:
Bedrijfsmiddelen: Bedrijfsmiddelen zijn zaken die worden gebruikt in een onderneming en die niet bestemd zijn voor verkoop. Deze zijn benodigd om producten te kunnen maken of diensten te kunnen verlenen. Bij bedrijfsmiddelen moet worden gedacht aan machines, transportmiddelen, gereedschappen, inventaris en dergelijke.
Onderzoeksorganisatie zonder winstoogmerk met eigen medewerkers in loondienst, die tot doel heeft via het structureel doen van eigen onderzoek en het ontwikkelen en testen van technische toepassingen door haar medewerkers, de technologische kennis op een specifiek terrein te bevorderen, die geen instelling is als bedoeld in onderdelen a tot en met c.
Landbouwer: een natuurlijke of rechtspersoon of een groep natuurlijke of rechtspersonen die landbouwproducten produceert als bedoeld in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, bijlage I, met uitzondering van visserijproducten, alsmede hakhout met korte omlooptijd, of die landbouwareaal in een staat houdt die begrazing of teelt mogelijk maakt zonder dat daarvoor voorbereidende activiteiten nodig zijn die verder gaan dan activiteiten op basis van de gebruikelijke landbouwmethoden en -machines.
Penvoerder: partij bij een samenwerkingsovereenkomst, die door partijen bij die overeenkomst is aangewezen als de penvoerder van het project waarvoor de subsidie is aangevraagd en die zal optreden als de indiener van de subsidieaanvraag en als rechtsgeldige vertegenwoordiger van de samenwerkende partijen in het samenwerkingsverband.
Samenwerkingsverband: verband dat geen rechtspersoonlijkheid bezit, niet zijnde een vennootschap, bestaand uit ten minste twee niet in een groep verbonden deelnemers, dat is opgericht ten behoeve van de uitvoering van activiteiten. In het kader van dit openstellingsbesluit wordt daarbij bedoelt; samenwerkingsverbanden zonder rechtspersoonlijkheid;
Artikel 3 Integraal gebiedsplan
Conform 2.6.2 van de Verordening bestaat een integraal gebiedsplan als bedoeld in artikel 2, eerste lid, uit minimaal één van de volgende activiteiten:
Conform artikel 2.6.3, tweede lid van de Verordening wordt subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, verstrekt aan de deelnemers van een samenwerkingsverband.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1.6 van de Verordening bevat een aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, conform artikel 2.6.5, tweede lid, van de Verordening een integraal gebiedsplan met:
Onverminderd artikel 1.5 van de Verordening wordt subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, geweigerd indien:
Artikel 9 Niet-subsidiabele kosten
Onverminderd artikel 1.10 van de Verordening en conform artikel 2.6.8 van de Verordening komen kosten van investeringen van € 2.000.000,- of meer voor de aanleg of verbetering van infrastructuur, met uitzondering van investeringen in het watersysteem die als doel hebben de waterkwaliteit te verbeteren, niet voor subsidie in aanmerking.
Op de subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, zijn de regels inzake subsidie op basis van arrangement 3 zoals bedoeld in artikel 1.7, eerste lid onder c, in artikel 1.18, derde lid en in artikel 1.21 van de Verordening van toepassing.
Aanvragen voor subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, die voldoen aan de subsidievereisten en waarop geen weigeringsgronden van toepassing zijn, worden overeenkomstig artikel 2.6.10, tweede lid van de Verordening door een adviescommissie als bedoeld in artikel 1.13 van de Verordening beoordeeld en gerangschikt op basis van de volgende selectiecriteria:
1. Ambitie van het plan ten aanzien van de te realiseren gebiedsdoelen
De ambitie wordt bepaald door in samenhang te kijken naar de volgende aspecten:
Worden alle relevante (beleids)doelen meegenomen, welke wel en niet en is dit onderbouwd met data voor de verschillende indicatoren op de gebiedskaart? Denk aan: alleen of alle drie de doelen, biodiversiteit, milieu en/of klimaat; en wordt ook gekeken naar gezondheid, dierenwelzijn, sociaaleconomische versterking.
2. Diversiteit van de partijen en aantal samenwerkende partijen
De diversiteit wordt bepaald door in samenhang te kijken naar de volgende aspecten:
Nemen, naast landbouwers zelf, alle relevante gebiedspartijen deel zoals, overheden, natuur- en landschapsorganisaties en andere initiatieven? Denk aan een groep boeren in een gebied, boerenorganisatie, ZLTO of agrarisch collectief, Ketenpartners: erfbetreders, adviseurs, toeleveranciers, afnemers; Burgers met burgerinitiatieven.
3. Draagvlak voor het gebiedsplan
Het draagvlak wordt bepaald door in samenhang te kijken naar de volgende aspecten:
4. Effectiviteit van de activiteit
Met effectiviteit van de activiteit wordt bedoeld de mate waarin wordt bijgedragen aan het doel dat met de openstelling resp. de samenwerking wordt nagestreefd (‘wat voegt dit project toe’).
Een project dat bijdraagt aan zowel klimaat, water en biodiversiteit, zal hoger scoren dan een project dat enkel bijdraagt aan klimaat.
In samenhang worden de volgende aspecten bezien:
5. Efficiëntie van de uitvoering van de activiteit
Gekeken wordt naar de input (geld, kennis, kunde, overige middelen) die wordt ingezet om de output te kunnen realiseren. De efficiëntie wordt bepaald door in samenhang te kijken naar de volgende aspecten:
6. Haalbaarheid van de activiteit
De haalbaarheid wordt bepaald door in samenhang te kijken naar de volgende aspecten:
7. Mate van urgentie van de activiteit
De urgentie wordt bepaald door in samenhang te kijken naar het volgende aspect:
Artikel 13 Wegingsfactoren en rangschikking
Na sluiting van de openstellingstermijn worden aanvragen beoordeeld op basis van de in artikel 12, genoemde selectiecriteria en gerangschikt op volgorde van het aantal toegekende punten, waarbij:
Indien de subsidiabele activiteit wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, en de subsidieontvanger verlenging van die termijn wenselijk acht, kan hij tot uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij gedeputeerde staten tot verlenging van de termijn tot en met uiterlijk 31 december 2028.
Onverminderd artikel 1.15 van de Verordening is de subsidieontvanger conform artikel 2.6.11 van de Verordening verplicht om de opgedane kennis en resultaten van het project gedurende de uitvoering van het project openbaar te maken via het Nationale en Europese EIP-netwerk als bedoeld in artikel 127 van verordening 2021/2115 en andere geëigende netwerken.
Aldus vastgesteld door Gedeputeerde Staten van de provincie Zeeland in de vergadering van 11 november 2025.
H.M. de Jonge, voorzitter
Drs. M.C.J. Franken, secretaris
Bijlage 1 Toelichting bij het Openstellingsbesluit ‘Samenwerking integrale gebiedsontwikkeling Zeeland 2026’
Voorliggend openstellingsbesluit moet in samenhang gelezen worden met de Verordening Europese landbouwsubsidies 2023-2027 van de provincie Zeeland .
Met dit openstellingsbesluit wordt paragraaf 6 uit hoofdstuk 2 van de Verordening – de interventie Samenwerking integrale gebiedsaanpak – opengesteld. De artikelen 2.6.1 tot en met 2.6.12 van paragraaf 6 uit hoofdstuk 2 van de Verordening moeten tezamen gelezen worden met de artikelen in dit openstellingsbesluit. Daarnaast zijn de algemene bepalingen uit hoofdstuk 1 en slotbepalingen uit hoofdstuk 3 van de Verordening ook van toepassing op een aanvraag.
Met deze maatregel worden agrariërs en andere gebiedspartners uitgenodigd en gefaciliteerd om met elkaar een integraal gebiedsplan uit te voeren, ter versterking van de doelen op het gebied van klimaat, water en biodiversiteit. De verwachting is dat door de partners in het gebied zelf aan het roer te zetten in de versterking van hun gebied op de doelen klimaat, water en biodiversiteit, sneller verbetering in het gebied wordt gerealiseerd dan wanneer individuele gebiedspartners afzonderlijk acties aanvragen en uitvoeren, of wanneer van bovenaf regels worden opgelegd. Door deze aanpak worden agrarisch ondernemers en andere gebiedspartijen uitgedaagd om de kansen in hun gebied echt in kaart te brengen en vervolgens gezamenlijk acties te bedenken en uit te voeren om het te versterken.
Een samenwerkingsverband in een afgebakend gebied kan van deze provinciale GLB-interventie gebruik maken. Met als partijen in elk geval landbouwers, maar voor de hand liggen voorts overheden als gemeente en waterschap, natuur- en landschapsorganisaties en andere organisaties en personen.
In artikel 2 van dit openstellingsbesluit is bepaald dat het project een bijdrage moet leveren aan één van de volgende doelen:
De NSP-adviescommissie beoordeeld als uitwerking van de in artikel 2, onder 2, van dit openstellingsbesluit genoemde doelen in welke mate het project bijdraagt aan de doelen uit hoofdstuk 3.1 t/m 3.4 van het Uitvoeringsprogramma Landelijk Gebied 2021-2030 van de Provincie Zeeland.
Netwerkregisseurs Provincie Zeeland
In een aantal gebieden in de provincie Zeeland is er een netwerkregisseur. De netwerkregisseur kent het gebied goed en begeleid gebiedspartijen bij samenwerking. Als het gebiedsplan betrekking heeft op één van onderstaande gebieden is het advies om contact op te nemen met de netwerkregisseur.
|
E-mail: njg.de.visser@zeeland.nl |
||
|
E-mail: k.hengst@zeeland.nl |
||
|
E-mail: sp.van.uffelen@zeeland.nl |
||
|
E-mail: rj.rozemeijer@zeeland.nl |
||
|
E-mail: lf.krijger@zeeland.nl |
Aanvraagprocedure en benodigde documenten
Om in aanmerking te komen voor subsidie op basis van dit openstellingsbesluit moet er een subsidie aanvraag worden ingediend via het online portal van RVO. De link naar het online aanvraagportal wordt enkele dagen voor de openstelling bekend gemaakt via de website van de provincie Zeeland. Om uw aanvraag te kunnen doen is E-herkenning 3 benodigd.
Bij de aanvraag moeten verschillende verplichte bijlagen worden meegestuurd, waaronder het volledig ingevulde format projectplan, een volledig ingevuld format begroting en een onderbouwing van de kosten. Daarnaast kunnen er één of meerdere bijlagen verplicht zijn in uw situatie, zoals een volledig ingevulde MKB-verklaring, een de-minimis steunverklaring of een vergunning, indien deze noodzakelijk is voor het uitvoeren van het project.
Indien de uitvoering van uw project langer duurt dan één jaar is het verplicht om een jaarlijks voortgangsverslag in te dienen. Daarbij geldt de verplichting om te rapporteren over het gerealiseerde en eventueel nog te verwachten aantal personen dat van advies, opleiding, kennisuitwisseling of deelname aan de EIP groep heeft geprofiteerd om betere duurzame economische, sociale, milieu- en klimaatprestaties en prestaties op het gebied van hulpbronnenefficiëntie te leveren. Daarnaast is het ook mogelijk om maximaal één deelbetalingsverzoek per jaar in te dienen. Na afronding van het project is er 13 weken de tijd om een vaststellingsverzoek in te dienen in het online portal, welke eisen daaraan worden gesteld is afhankelijk van het toegekende subsidiebedrag. De mogelijke arrangementen staan in de toelichting van artikel 11 uitgewerkt.
Artikel 2 Subsidiabele activiteit
Subsidie is beschikbaar voor de uitvoering van het gebiedsplan. Een gebiedsplan is primair gericht op de volgende drie Europese doelen:
Een gebiedsplan kan vrij worden ingevuld binnen de kaders van dit openstellingsbesluit. Elk gebied kan een eigen plan op maat maken. De regeling voor Samenwerking Integrale Gebiedsontwikkeling biedt gebieden de mogelijkheid van een budget waar allerlei verschillende activiteiten uit betaald kunnen worden. Het subsidieaandeel voor het proces (management voor de uitvoering van het gebiedsplan) mag niet meer zijn dan 25% van de totaal verstrekte subsidie voor de uitvoering van het gebiedsplan. De Europese Commissie stelt dat tenminste 75% van de subsidie naar investeringen in het gebied moeten gaan.
Voorop staat dat de gebiedsplannen zich integraal richten op de Europese doelen voor klimaat, water en bodem en biodiversiteiten verduurzaming van de landbouw. Daarnaast moeten de plannen goed aansluiten op het beleid van de provincie, het waterschap en gemeenten, zoals het Uitvoeringsprogramma Landelijk Gebied 2021-2030van de Provincie Zeeland, de bosvisie, het Zeeuwse gebiedsprogramma of het Zeeuws deltaplan zoetwater. Daarom zullen desbetreffende overheden direct betrokken zijn bij de gezamenlijke aanpak van het gebied, de doelen van het gebiedsplan en mogelijk zelf partner zijn in het samenwerkingsverband in het specifieke gebied.
Deze regeling van Samenwerking voor integrale gebiedsontwikkeling is een breed samenbindend instrument met subsidie voor investeringen en open van opzet. Een gebiedsplan kan een aantal aspecten bevatten die onderdeel zijn van een (breder) gebiedsproces, idealiter worden alle uitdagingen in het gebiedsproces opgelost. Tegelijk gaat het om focus en wat realistisch haalbaar is met het oog op de beschikbare subsidiabele investeringsmogelijkheden bij uitvoering van het gebiedsplan.
Artikel 3 Integraal gebiedsplan
De uitvoering van het gebiedsplan kan bestaan uit de volgende subsidiabele activiteiten:
|
Investeringen voor de uitvoering van het gebiedsplan waaronder: |
Management voor de uitvoering van het gebiedsplan, waaronder: |
|
|
Voorbeelden van subsidiabele activiteiten per onderdeel zoals hierboven genoemd:
Productieve investeringen groen- blauw en dierenwelzijn
investeringen in bedrijfsmiddelen met een effect op de economische bedrijfsvoering en gericht op de doelen water, biodiversiteit en biologische bestrijding, energie en klimaat, veehouderij en precisielandbouw. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan regelbare drainage, agroforestry, elektrische machines of werktuigen, vergistingsinstallaties en mestverwerkingssystemen, emissiearme vloeren of precisiebemesting.
Niet productieve investeringen op landbouwbedrijven
investeringen op landbouwgrond die geen invloed hebben op de economische bedrijfsvoering, bijvoorbeeld op het gebied van watergebruik/beheer, investeringen voor het aanleggen van een bloemrijke rand, de aanleg van voorzieningen (o.a. plas-dras) voor weidevogelbeheer, de aanleg van landschapselementen, de aanleg van kruidenrijk grasland, de aanleg van greppels ten behoeve van waterkwaliteit of natuurvriendelijke oevers en plasdras sloten. Meer concreet kan hierbij gedacht worden aan herstel en aanleg singels, houtwallen, heggen, hagen, bosjes, solitaire bomen, pingo’s, dobben en drenkpoelen, herstel en aanleg van akkerranden, struweelranden, vogelakkers, natuurvriendelijke oevers en herstel beplanting agrarische erven. Hierbij moet worden opgemerkt dat niet-productieve investeringen landbouw niet per definitie onder de beheerkosten via het ANLb gaan vallen. Daarnaast kunnen de investeringen leiden tot een verandering op percelen. Deze veranderingen dienen in het perceelsregister verwerkt te worden, vanwege mogelijke gevolgen voor de steun die op grond van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 ontvangen wordt.
Niet productieve investeringen op niet-landbouwbedrijven
investeringen buiten landbouwgrond die geen invloed hebben op de economische bedrijfsvoering en gericht zijn op het uitvoeren van herstelmaatregelen en (grootschalige) inrichting van gebieden die bijdragen aan verbetering van de waterhuishouding, natuur, klimaatmitigatie en -adaptatie en biodiversiteit, investeringen in waterlopen, (op)vaarten en cultuurlandschappelijk slotenpatroon, herstel en aanleg natuurvriendelijke oevers.
activiteiten voor het delen van kennis en ervaring met groepen landbouwers, dit kunnen trainingen, workshops, coachingsactiviteiten, voorlichtingsacties of demonstraties zijn. Hierbij kan verder gedacht worden aan bewustwording en educatie over kringlooplandbouw en toekomstig boeren. Bijeenkomsten om te leren samenwerken met alle partijen in het gebied vanuit de gedachten doelsturing en gezamenlijk eigenaarschap, wat zijn de doelen en opgaven in het eigen gebied en hoe kan draagvlak vergroot worden? Leren wat datagedreven werken is en participatieve monitoring met bijvoorbeeld citizen science sensoring.
Ontwikkelen en beproeven van innovaties
activiteiten voor het ontwikkelen, doorontwikkelen, beproeven of praktijkrijp maken van nieuwe concepten, producten of diensten dienend aan de doelen van het gebiedsplan. Hierbij kan gedacht worden aan het sluiten van kringlopen met een groep van landbouwbedrijven, ketenbenadering waaronder korte ketens, de omslag naar produceren voor biobased bouwen en promoten van de boer-burger dialoog.
De som van de kosten van de activiteiten voor voorbereiding en uitvoering van ruilverkaveling en draagvlakontwikkeling en samenwerkingsactiviteiten bedragen maximaal 25% van de totale subsidie voor de uitvoering van het gebiedsplan. Tezamen vormen deze onderdelen het management voor de uitvoering van het gebiedsplan. Daarbij kan meer algemeen gedacht worden aan kosten voor de penvoerder, inzet van personeel, om de samenwerking en administratie te organiseren. De penvoerder zou een gemeente kunnen zijn maar ook een waterschap, een krachtig agrarisch collectief of een grote natuur of landschapsorganisatie. Of elk andere organisatie of entiteit met voldoende administratieve kennis en ervaring.
De subsidie voor het in samenwerking uitvoeren van een integraal gebiedsplan kan worden aangevraagd door de penvoerder van het samenwerkingsverband dat het gebiedsplan gaat uitvoeren. De penvoerder moet gemachtigd zijn door alle deelnemers om het plan uit te voeren. Alle partners in het samenwerkingsverband zijn medebegunstigden van de subsidie.
Artikel 5 Samenwerkingsverband
Een samenwerkingsverband kan bestaan uit meerdere partijen waarin minimaal één landbouwer vertegenwoordigd is en minimaal één van de volgende partijen:
In gebieden kunnen processen lopen die echter niet altijd het kenmerk van gezamenlijk eigenaarschap dragen. Soms zijn niet alle overheden aan boord, soms ontbreekt het aan een groep boeren die zich betrokken voelen. Plannen van natuur- en landschapsorganisaties en burgerinitiatieven zijn af en toe in uitvoering zonder betrokkenheid van boeren of overheid.
Optreden als één overheid is belangrijk om het vertrouwen van burgers en bedrijven in de overheid voldoende sterk te maken. Overheidspartijen kunnen deelnemer zijn van het samenwerkingsverband of ervoor kiezen om de rol van toezicht houden op de doelen en resultaten van het gebiedsplan op zich te nemen. Het is goed voorstelbaar dat een gemeente of waterschap de penvoerdersrol neemt. Het staat een gebied vrij om voor een andere penvoerder te kiezen.
Voor boeren is het toekomstperspectief dat na het doen van de investeringen het beheer uiteindelijk terecht komt in de nieuwe ANLb contracten in de volgende GLB-programmaperiode. Verbreding van doelen, verzwaring van bepaald beheer en meer areaal.
Governance van het samenwerkingsverband
Wat in de praktijk goed blijkt te werken is een governance met een stuurgroep en uitvoeringsorganisatie waarbij de penvoerder faciliteert en regisseert. In stappen kan gewerkt worden van een intentieverklaring, naar een samenwerkingsovereenkomst, uitvoeringsorganisatie en programmabegroting. Elke stap heeft een eigen doorlooptijd nodig.
Deze regeling gaat uit van een penvoerder die juridisch de eindverantwoordelijkheid kan dragen voor het samenwerkingsverband met de verschillende partijen. Omdat de penvoerder zorg draagt voor uitvoering van de afspraken die de stuurgroep van het samenwerkingsverband maakt, welke doelen, welke middelen, wie krijgt wat, ontzorgt de penvoerder het gehele gezelschap waarvan de partners anders ieder voor zich een aanvraag doen, niet weten of ze succes hebben en zelf de projectadministratie moet doen.
Een aanvraag voor subsidie voor de uitvoering van een gebiedsplan bevat als bijlage een integraal gebiedsplan met:
De aanvraag bevat als bijlage tevens een samenwerkingsovereenkomst (bij voorbereiding van het gebiedsplan en samenwerking gaat het om intentieverklaringen van beoogde partijen):
welke gebiedspartner namens alle partijen zal optreden als aanvrager (leadpartner). De leadpartner treedt op als contactorganisatie richting de subsidieverstrekker en de bevoegde controleautoriteiten. De leadpartner is tevens verantwoordelijk voor de inrichting van de projectadministratie en het rapporteren over de voortgang van het project conform de voorwaarden zoals gesteld door subsidieverstrekker. Controle van deze projectadministratie zal worden uitgevoerd door de bevoegde controleautoriteiten.
De aanvraag bevat als bijlage een begroting op basis van een ingevuld rekenformulier in Excel (zie format op website)
De weigeringsgronden zoals beschreven in artikel 1.5 en 2.6.6 van de Verordening zijn hier van toepassing en onverminderd het bepaalde in artikel 4:25 en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht wordt subsidie geheel of gedeeltelijk geweigerd indien:
de activiteiten een voorziene negatieve uitwerking hebben op het dierenwelzijn van landbouwhuisdieren, te weten dieren die in het kader van de uitoefening van een landbouwbedrijf worden gehouden in verband met de productie van bijvoorbeeld melk, vlees, wol, veren of eieren of in verband met het berijden van dieren;
Kosten zijn subsidiabel wanneer deze bestaan uit:
Kosten die voor subsidie in aanmerking komen zijn berekend volgens de methode voor werkelijke kosten, zie hiervoor artikel 1.9a, eerste lid, onder a, van de Verordening.
Voor de uitvoering van gebiedsplannen kan per opgenomen activiteit een ander subsidiepercentage van toepassing zijn.
De subsidie voor de uitvoering van het gebiedsplan kan bestaan uit:
Bovenvermelde onderdelen maken tezamen minimaal 75% van de subsidie uit.
Verder kan een gebiedsplan voor maximaal 25% bestaan uit management:
Bovenvermelde onderdelen maken tezamen maximaal 25% van de subsidie uit.
Voor de verantwoording van de subsidie voor de uitvoering van een gebiedsplan geldt dat alle kosten waarvoor subsidie is verleend, verantwoord moeten worden aan de hand van een inhoudelijk en financieel verslag conform arrangement 3 uit de Verordening. In feite vindt de verantwoording van de subsidie plaats op basis van daadwerkelijk gerealiseerde kosten.
Criteria voor het selecteren van subsidieaanvragen voor de uitvoering van een gebiedsplan:
Een gebiedsplan komt tot stand door integraal te werken, dat is de kerngedachte van deze maatregel Samenwerking voor integrale gebiedsontwikkeling. Hiermee wordt bedoeld dat de aanpak integraal moet zijn waarbij de mate van integraliteit toe kan nemen wanneer de diversiteit aan doelen waar het gebiedsplan over gaat hoger is, wanneer de diversiteit aan gebiedspartners betrokken bij het gebiedsplan hoger is en wanneer de diversiteit aan voorgenomen en begrote maatregelen en activiteiten in het gebiedsplan hoger is. De integraliteit wordt getoetst aan de hand van bovenstaande criteria over ambitie, diversiteit van betrokken partijen en effectiviteit van activiteiten.
Een gebiedspartij kan een individu zijn of een groep met dezelfde bedrijfsvoering. Als er meerdere landbouwers betrokken zijn wordt dit gezien als één soort gebiedspartij.
Artikel 13 Wegingsfactoren en Rangschikking
Voor de rangschikking van alle aanvragen geldt dat een individuele aanvraag minimaal 60% van de maximaal te behalen score moet halen.
Er is sprake van een tender binnen deze openstelling. Voor de selectie van de gebiedsplannen die voor subsidie in aanmerking komen, is een adviescommissie samengesteld. Aanvragen worden gescoord aan de hand van selectiecriteria en vervolgens gerangschikt. Alleen de aanvragen met de minimumscore of hoger komen voor subsidie in aanmerking, voor zover het binnen het opengestelde plafond past.
De plaats in de rangorde wordt bepaald door het aantal punten dat de adviescommissie aan de aanvraag toekent. Voor elke aanvraag geldt dat een minimumaantal punten dient te worden behaald om voor subsidie in aanmerking te kunnen komen (60% van de maximum aantal te behalen punten). Indien een aanvraag minder dan 33 punten behaalt, wordt de aanvraag niet gehonoreerd. Het doel van deze systematiek is om alle aanvragen onderling te vergelijken en de beste aanvragen uit het totaalaanbod te kunnen selecteren. Puntenscores worden niet afgerond.
Aanvragen worden op volgorde van de rangschikking gehonoreerd. Als twee of meer aanvragen een gelijk aantal punten hebben gekregen en de som van de aangevraagde bedragen dusdanig is dat het subsidieplafond wordt overschreden, dan vindt tussen hen een prioritering plaats op de afzonderlijke scores in de volgorde:
Als van de twee gelijk scorende aanvragen aanvraag 1 bijvoorbeeld 4 punten op effectiviteit heeft gescoord en aanvraag 2 3 punten, dan wordt de aanvraag 1 hoger gerankt dan aanvraag 2, ondanks de overall gelijke score van aanvraag 1 en 2.
Indien de aanvragen in het geheel een gelijk aantal punten hebben behaald, dus ook op de afzonderlijke selectiecriteria, dan wordt de rangschikking van de aanvragen bepaald door loting. Het toekennen van de scores en de rangschikking vindt plaats door een adviescommissie zoals bedoeld in artikel 1.13 van de Verordening.
Naast de verplichtingen die in artikel 14 worden genoemd, gelden ook de algemene verplichtingen uit artikel 1.15 van de Verordening. Dit betreft de navolgende verplichtingen:
De subsidieontvanger, of in geval van een samenwerkingsverband de penvoerder, doet onverwijld schriftelijk mededeling aan Gedeputeerde Staten van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot het op de subsidieontvanger, of in geval van een samenwerkingsverband op een deelnemer aan het samenwerkingsverband, van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, of tot verlening van surseance van betaling aan de subsidieontvanger, of in geval van een samenwerkingsverband aan een deelnemer in het samenwerkingsverband, of tot faillietverklaring van de subsidieontvanger, of in geval van een samenwerkingsverband van een deelnemer in het samenwerkingsverband.
De subsidieontvanger is verplicht:
indien sprake is van een investering in infrastructuur of een productieve investering gedurende vijf jaar na de subsidievaststelling te voldoen aan de instandhoudingsverplichting als bedoeld in artikel 65 van verordening 2021/1060, tenzij sprake is van een investering door een mkb-onderneming of sprake is van een investering die leidt tot door een mkb-onderneming gecreëerde banen, in welk geval de instandhoudingsverplichting drie jaar bedraagt;
Aansluiting op het Nationale (Netwerk platteland) en Europese EIP netwerk draagt ertoe bij dat samenwerkingsverbanden gedurende het gehele project gebruik kunnen maken van beschikbare kennis en ervaring voor een hogere effectiviteit. Het doel hiervan is dat het delen van de kennis die opgedaan wordt tijdens de projecten, door anderen gebruikt kan worden en daardoor bijdraagt effectievere en innovatieve gebiedsplannen in Nederland en in Europa. Daarnaast kunnen via de netwerken ook interacties ontstaan tussen de verschillende samenwerkingsverbanden zodat deze elkaar kunnen versterken door een community te vormen.
De subsidieontvanger is verplicht om de resultaten van het project te delen via de hiertoe geëigende netwerken. Onder geëigende netwerken wordt in ieder geval begrepen:
*Met Groen Kennisnet, het kennisplatform van de groene sector in Nederland, is een speciale samenwerking aangegaan. Groen Kennisnet maakt voor elk Nederlands project een pagina aan om de plannen en eindresultaten te delen. Ook tijdens uw project kunt u resultaten delen via Groen Kennisnet. Groen Kennisnet neemt hierover contact met u op.
** Het Europees Innovatienetwerk voor de Landbouw (EIP-AGRI) werkt aan de bevordering van concurrerende en duurzame land- en bosbouw in Europa. Het EIP-AGRI-netwerk is onderdeel van het CAP Network van de EU. Elk project wordt gemeld aan dit Europese EIP netwerk.
Artikel 15 Bevoorschotting, voortgangsverslagen en deelbetalingen
Bij voorgangsverslagen, verzoeken tot deelbetaling en vaststelling (in geval van subsidie voor de uitvoering van gebiedsplannen) gelden rapportageverplichtingen. Deze verplichtingen worden opgelegd omdat de lidstaten verplicht zijn dergelijke gegevens aan te leveren bij de Europese Commissie. In eerste instantie dient men te rapporteren over het aantal personen dat baat gehad heeft bij het gebiedsplan en wordt als volgt in beeld gebracht: het gerealiseerde aantal personen dat van advies, opleiding, kennisuitwisseling of deelname aan de EIP groep heeft geprofiteerd om betere duurzame economische, sociale, milieu- en klimaatprestaties en prestaties op het gebied van hulpbronnenefficiëntie te leveren.
Mogelijke toepassing BIBOB-onderzoek
Wanneer u subsidie aanvraagt kan de Provincie Zeeland gebruik maken van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen (Bibob). Deze wet dient te voorkomen dat de provincie criminele activiteit(en) faciliteert door subsidie te verlenen.
Wanneer het Bibob-onderzoek op u van toepassing is ontvangt u van ons een brief waarin het Bibob-onderzoek verder wordt uitgelegd. Het onderzoek bestaat uit een uitgebreide vragenlijst die u moet invullen.
https://www.zeeland.nl/bestuur/beleid-en-regelgeving/ondermijning
Op wie is het Bibob-onderzoek van toepassing?
Vraagt u een omgevingsvergunning of een subsidie aan, doet u mee met een overheidsopdracht, of sluit u een vastgoedtransactie met de Provincie Zeeland? Dan kan de Provincie Zeeland gebruikmaken van de Wet Bibob. Op de pagina Bibob beleid staat een lijst van activiteiten waarop wij vaak een Bibob-onderzoek toepassen. Wanneer het Bibob-onderzoek op u van toepassing is ontvangt u van ons een brief waarin het Bibob-onderzoek verder wordt uitgelegd.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2025-18786.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.