Provinciaal blad van Groningen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Groningen | Provinciaal blad 2025, 18632 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Groningen | Provinciaal blad 2025, 18632 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Wijzigingsbesluit Investeringsregeling voor micro-mkb'ers met schadeherstel- of versterkingsopgaven
Artikel 1, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
De begripsbepaling van ‘AGVV’ komt te luiden: Verordening EU Nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de gemeenschappelijke markt verenigbaar worden verklaard, PbEU L 187/1 van 26 juni 2014;
De begripsbepaling van ‘bedrijfsgebouw’ komt te luiden: een gebouw of zelfstandig functionerend gedeelte daarvan, waarin niet gewoond wordt en waarin de onderneming van aanvrager haar bedrijfsmatige activiteiten feitelijk en rechtmatig ontplooit of zou hebben ontplooid als aan dat gebouw geen versterkingsmaatregelen of schadeherstel uitgevoerd werd.
In artikel 1, derde lid, wordt 'bedrijfsgebouw van de onderneming' vervangen door 'bedrijfsgebouw'.
In artikel 3, eerste lid, wordt 'verrichtten' vervangen door 'verrichten'.
Artikel 3, derde lid, komt te luiden:
In artikel 6, eerste lid, onder a en b, wordt 'bedrijfsgebouw van de onderneming' vervangen door 'bedrijfsgebouw'.
In paragraaf 3 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:
De algemene toelichting en artikelsgewijze toelichting komt als volgt te luiden :
De Investeringsregeling voor micro-mkb'ers met schadeherstel- of versterkingsopgaven (hierna: de Investeringsregeling) is een subsidieregeling die wordt uitgevoerd door Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen als onderdeel van het zogenoemde Mkb-programma. Het Mkb-programma is een samenwerking tussen provincie Groningen, ondernemers en gemeenten in het aardbevingsgebied en de Rijksoverheid. Met het Mkb-programma worden mkb’ers in het aardbevingsgebied op allerlei wijzen ondersteund.
Schadeherstel en versterkingsvraagstukken bij mkb’ers in het algemeen en micro-mkb'ers in het bijzonder zijn voor de betrokken ondernemers ingrijpend en vanwege de grote diversiteit van mkb-bedrijven vaak complex. Daardoor duren schadeherstel- en versterkingstrajecten vaak lang, waardoor mkb’ers investeringen uitstellen en hun concurrentievermogen beschadigd raakt. Dit werkt door in de economische en maatschappelijke structuren waar die bedrijven deel vanuit maken.
Met de Investeringsregeling kan aan micro-mkb'ers in het versterkingsgebied een subsidie worden verstrekt, waarmee zij de investeringen in hun bedrijf weer op gang kunnen brengen.
De uitvoering van de Investeringsregeling wordt betaald uit het budget van het Mkb-programma. Het Rijk verstrekt de provincie in totaal € 36 miljoen voor de uitvoering van het Mkb-programma.
Opgemerkt wordt, dat de subsidies niet worden verstrekt met het oogmerk om schade als bedoeld in de Tijdelijke wet Groningen te vergoeden of om versterkingsmaatregelen te financieren: schadeherstel (en schadevergoeding) en versterken blijven de verantwoordelijkheid van onderscheidenlijk IMG en NCG.
De juridische grondslag van deze regeling is artikel 3, derde lid, van de Kaderverordening subsidies provincie Groningen 2017 (hierna: de Kaderverordening). In die bepaling hebben Provinciale Staten aan Gedeputeerde Staten de bevoegdheid tot het stellen van nadere regels over subsidieverstrekking en de daarmee gepaard gaande procedure gedelegeerd. Verder zijn in het bijzonder de bepalingen van titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en de Procedureregeling subsidies provincie Groningen 2018 (hierna: de Procedureregeling) van belang.
Subsidieverstrekking aan ondernemingen is vaak een vorm van staatssteun. De Investeringsregeling is ontworpen om binnen de kaders van de zogeheten reguliere de-minimisverordening (de verordening (EU) 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023, PbEU 2023, L-serie d.d. 15 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun) subsidie te kunnen verstrekken.
De reguliere de-minimisverordening is niet van toepassing op een aantal branches, zie artikel 1 van de reguliere de-minimisverordening. Het gaat, kort gezegd, om visserij- en landbouwbedrijven. Voor deze bedrijven gelden specifieke de-minimisverordeningen.
Dit artikel bevat de begripsbepalingen. Begrippen waarvan de betekenis op grond van de Algemene wet bestuursrecht, de Kaderverordening of de Procedureregeling voldoende duidelijk zijn, zijn niet opnieuw gedefinieerd.
Toelichting n.a.v. de wijziging van artikel 1, eerste lid, onder c
De definitie van "bedrijfsgebouw van de onderneming" is op een aantal punten gewijzigd. In de eerste plaats zijn de woorden "van de onderneming" vervallen. Dit vereenvoudigt de leesbaarheid. Elders in de regeling (in artikel 1 lid 3 en in artikel 6 lid 1 en lid 2) wordt als gevolg van deze wijziging ook het begrip "bedrijfsgebouw" gebruikt in plaats van "bedrijfsgebouw van de onderneming".
In de tweede plaats is de zinsnede "dat niet voor bewoning bestemd is" vervallen. In plaats daarvan is bepaald, dat in het bedrijfsgebouw niet gewoond wordt. Hierdoor is het niet meer relevant of het bedrijfsgebouw in het omgevingsplan ook een woonbestemming heeft. Relevant is alleen de feitelijke situatie: wordt in het gebouw of het zelfstandig functionerend gedeelte daarvan gewoond, dan is geen sprake van een "bedrijfsgebouw" zoals bedoeld in deze regeling. Er is sprake van wonen, wanneer iemand (of meerdere personen) in het gebouw of het zelfstandig functionerend gedeelte daarvan woont (of wonen). Het is niet relevant of sprake is van kamerverhuur, tijdelijke verhuur, bewoning door arbeidsmigranten of studenten, gekraakte woonruimte: al deze (en andere) vormen van bewoning hebben tot gevolg dat geen sprake is van een "bedrijfsgebouw".
In de laatste plaats is aangegeven dat een gedeelte van een gebouw ook aangemerkt kan worden als "bedrijfsgebouw" wanneer dat gedeelte zelfstandig functionerend is. Dat laatste wil in ieder geval zeggen dat het gedeelte een eigen toegang voor bezoekers ('voordeur') heeft en beschikt over eigen sanitaire voorzieningen. Vergelijk de eisen die de Belastingdienst stelt aan het toepassen van kostenaftrek voor een zelfstandige werkruimte aan huis.
Artikel 2. Doel van deze regeling en toepasselijk staatssteunkader
Het eerste lid van dit artikel bevat het algemene doel van deze Investeringsregeling: het versterken van de door de gaswinningsproblematiek aangetaste economische structuur van de in de provincie Groningen gevestigde micro-ondernemingen. In het tweede lid wordt vermeld dat de op grond van de Investeringsregeling te verstrekken subsidies binnen de reikwijdte van de reguliere de-minimisverordening vallen.
Toelichting bij artikel 3 zoals dit komt te luiden na de wijziging van de regeling ten behoeve van de tweede openstelling
Dit artikel bevat de beschrijving van de doelgroep.
Op grond van het eerste en tweede lid behoren kort gezegd twee categorieën micro-ondernemingen de doelgroep:
Micro-ondernemingen die sinds 6 november 2020 hun activiteiten verrichten vanuit een in de provincie Groningen gelegen bedrijfsgebouw, dat gelegen is op een adres dat vermeld is in Bijlage 3. En er is sprake geweest van erkende schade aan dat bedrijfsgebouw. In het vierde lid wordt uitgelegd wat onder 'erkende schade' wordt verstaan.
Ook micro-ondernemingen die op grond van het eerste en tweede lid niet tot de doelgroep behoren, kunnen onder omstandigheden op grond van het derde lid tot de doelgroep behoren. Namelijk als zij voldoen aan de twee in het derde lid genoemde voorwaarden:
De eerste voorwaarde (zie het derde lid onder a) bestaat uit twee onderdelen waaraan voldaan moet worden. In de eerste plaats beoordelen Gedeputeerde Staten of naar hun oordeel de uitvoering van versterking of schadeherstel in doorslaggevende mate het ritme waarin de micro-ondernemingen hun investeringen kunnen realiseren vertraagt of vertraagd heeft. In de tweede plaats beoordelen Gedeputeerde Staten of naar hun oordeel verstrekking van een aangevraagde subsidie het gelijke speelveld tussen ondernemingen niet verstoort. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn wanneer een micro-onderneming sinds 6 november 2020 of eerder in een bedrijfsgebouw te maken heeft gehad met schade en na 6 november 2020 verplaatst is naar een bedrijfsgebouw buiten het in Bijlage 3 opgenomen postcodegebied. Voor de duidelijkheid: een micro-ondernemer die niet met versterking te maken heeft gehad maar met schade aan een bedrijfsgebouw dat niet gelegen is op een adres dat vermeld is in Bijlage 3, behoort niet tot de doelgroep.
De tweede voorwaarde (zie het derde lid onder b) bestaat ook uit twee onderdelen, maar in dit geval hoeft maar aan één van beide onderdelen voldaan te worden. Het eerste onderdeel heeft betrekking op de situatie waarin een micro-onderneming nog steeds in hetzelfde, binnen de provincie Groningen gelegen, bedrijfsgebouw gevestigd is als op 6 november 2020. Het tweede onderdeel heeft betrekking op de situatie waarin een micro-onderneming na 6 november 2020 vanuit een binnen de provincie Groningen gelegen bedrijfsgebouw verplaatst is naar een ander, eveneens binnen de provincie Groningen gelegen, bedrijfsgebouw.
Artikel 4. Subsidievorm en wijze van subsidieverstrekking
De subsidie wordt verstrekt in de vorm van een geldbedrag. Er wordt geen subsidie verstrekt in de vorm van bijvoorbeeld een borgstelling.
Artikel 5. Subsidiabele activiteiten
De subsidie wordt verstrekt voor investeringsprojecten waarmee aanvrager één of meer van de op de bijlage vermelde subsidiabele activiteiten verricht. Bijlage 1 somt concrete typen investeringen op. Deze zijn verdeeld over drie categorieën: investeringen in bedrijfsgebouwen, investeringen in percelen van aanvrager en overige investeringen, bijvoorbeeld in machines.
Zie voor de definitie van 'bedrijfsgebouw ' artikel 1.
Uit de definitie van 'bedrijfsgebouw ' volgt, dat het kan gaan bedrijfsgebouw dat aanvrager huurt of in eigendom heeft.
Van belang is verder, dat gebouwen van aanvrager (of delen daarvan) die aan anderen verhuurd worden, niet onder het begrip 'bedrijfsgebouw' vallen, zie artikel 1 lid 3.
Artikel 6. Subsidiabele kosten
De subsidie kan worden verstrekt voor de kosten die aanvrager maakt bij het realiseren van de op Bijlage 1 vermelde investeringen.
Aanvrager krijgt alleen subsidie voor de kosten van zijn of haar eigen investeringen. Dit betekent dat de investeringen die aanvrager met de subsidie doet, op de balans van de onderneming van aanvrager komen te staan.
In lid 2 wordt vermeld welke kosten niet voor subsidie in aanmerking komen.
Als de subsidieontvanger door het uitvoeren van het investeringsproject inkomsten genereert - bijvoorbeeld: bij inruil van machines of verkoop van sloopschroot - dan worden die inkomsten in mindering gebracht op de subsidiabele kosten, zie lid 3.
Artikel 7. Maximaal subsidiebedrag en maximale subsidie-intensiteit
Het subsidiebedrag moet aan de volgende twee voorwaarden voldoen:
Artikel 8 en artikel 9 Weigeringsgronden
Artikel 8 en 9 van de regeling bevatten gronden waarop een aangevraagde subsidie wordt geweigerd. Dit in aanvulling op de weigeringsgronden die in de Algemene wet bestuursrecht en de Procedureregeling zijn opgenomen. Artikel 8 bevat algemene weigeringsgronden. Artikel 9 bevat de weigeringsgronden die gaan over het subsidiebedrag.
Subsidie kan worden aangevraagd tijdens door Gedeputeerde Staten vast te stellen aanvraagperiodes. Per aanvraagperiode stellen Gedeputeerde Staten een subsidieplafond vast. Dit is geldbedrag dat maximaal beschikbaar is voor subsidies die verstrekt worden naar aanleiding van aanvragen die tijdens de aanvraagperiode zijn ingediend. Als verstrekking van een subsidie tot gevolg hebben dat het subsidieplafond overschreden zou worden, wordt de subsidie geweigerd. Zie artikel 4:25 lid 2 van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 11. Verdeelsystematiek
Omdat gewerkt wordt met een subsidieplafond, wordt in dit artikel beschreven hoe de volgorde bepaald wordt waarin de tijdens een aanvraagperiode ingediende aanvragen voor subsidie in aanmerking komen. Als uitgangspunt geldt, dat de volgorde van binnenkomst bepalend is. Het gaat daarbij om de dag waarop de volledige aanvragen ontvangen is of een onvolledige aanvraag volledig is gemaakt.
Als het subsidieplafond op enig moment overschreden dreigt te worden, wordt met loting bepaald in welke volgorde de aanvragen die op de bewuste dag zijn ontvangen, voor subsidieverstrekking in aanmerking komen. Dit kan betekenen dat aanvankelijk alle aanvragen geloot worden. Zodra de volledigheid van de aanvragen beoordeeld is, worden de onvolledige aanvragen 'doorgehaald' op volgordelijst die door loting tot stand is gekomen.
Artikel 12. Verplichtingen van de subsidieontvanger.
De subsidieontvanger krijgt in dit artikel een aantal verplichtingen opgelegd. Die verplichtingen waarborgen dat de subsidie - die betaald wordt met schaarse publieke middelen - daadwerkelijk tot gevolg heeft dat de subsidiabele activiteiten worden uitgevoerd en het met de subsidieregeling beoogde doel kan worden bereikt. De meeste verplichtingen eindigen vijf jaar na subsidievaststelling.
Artikel 14. Vergoeding vanwege vermogensvorming
Op grond van artikel 4:41 van de Algemene wet bestuursrecht kan de subsidieontvanger in bepaalde situaties de verplichting opgelegd krijgen, om een vergoeding vanwege vermogensvorming te betalen. Het gaat bijvoorbeeld om:
De verplichting wordt opgelegd door Gedeputeerde Staten. De hoogte van de verplichting loopt af van 100 % van het subsidiebedrag tot en met het eerste jaar na de subsidievaststelling tot uiteindelijk 20 % van het subsidiebedrag in het vijfde jaar.
Een verleende maar nog niet vastgestelde subsidie is na voorafgaande toestemming van Gedeputeerde Staten overdraagbaar. Het tweede en derde lid bevat het kader waaraan Gedeputeerde Staten een verzoek om toestemming toetst. Aan een toestemming kunnen verplichtingen verbonden worden.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2025-18632.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.