Wijzigingsbesluit Investeringsregeling voor micro-mkb'ers met schadeherstel- of versterkingsopgaven

GEDEPUTEERDE STATEN VAN DE PROVINCIE GRONINGEN

 

Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen

 

Overwegende dat:

 

  • -

    wij bij besluit van 1 april 2025 de Investeringsregeling voor micro-mkb'ers met schadeherstel- of versterkingsopgaven hebben vastgesteld;

  • -

    de hiervoor bedoelde regeling inmiddels éénmaal is opengesteld en de daarbij opgedane ervaringen aanleiding geven om enkele wijzigingen aan de regeling door te voeren;

  • -

    het wenselijk is om ook de toelichting van de hiervoor bedoelde regeling opnieuw integraal vast te stellen;

Gelet op:

 

  • -

    titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • -

    artikel 3, derde lid, van de Kaderverordening subsidies provincie Groningen 2017;

  • -

    de Procedureregeling subsidies provincie Groningen 2018;

Besluiten de Investeringsregeling voor micro-mkb'ers met schadeherstel- of versterkingsopgaven als volgt te wijzigen:

Artikel I  

A.

 

Artikel 1, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    De begripsbepaling van ‘AGVV’ komt te luiden: Verordening EU Nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de gemeenschappelijke markt verenigbaar worden verklaard, PbEU L 187/1 van 26 juni 2014;

  • 2.

    De begripsbepaling van ‘bedrijfsgebouw’ komt te luiden: een gebouw of zelfstandig functionerend gedeelte daarvan, waarin niet gewoond wordt en waarin de onderneming van aanvrager haar bedrijfsmatige activiteiten feitelijk en rechtmatig ontplooit of zou hebben ontplooid als aan dat gebouw geen versterkingsmaatregelen of schadeherstel uitgevoerd werd.

  • 3.

    In de alfabetische volgorde wordt de volgende begripsbepaling ingevoegd:

  • versterkingsmaatregelen: maatregelen als bedoeld in artikel 13j, eerste lid, onder a, van de Tijdelijke wet Groningen.

B.

 

In artikel 1, derde lid, wordt 'bedrijfsgebouw van de onderneming' vervangen door 'bedrijfsgebouw'.

 

C.

 

In artikel 3, eerste lid, wordt 'verrichtten' vervangen door 'verrichten'.

 

D.

 

Artikel 3, derde lid, komt te luiden:

 

  • 3.

    Tot de doelgroep van deze regeling behoren voorts andere micro-ondernemingen dan die bedoeld in de voorgaande leden, mits die aan elk van de volgende twee voorwaarden voldoen:

    • a.

      naar het oordeel van Gedeputeerde Staten:

      • i.

        de uitvoering van versterking en schadeherstel in doorslaggevende mate het ritme vertraagt of vertraagd heeft waarin een micro-onderneming haar investeringen kan realiseren; en

      • ii.

        verstoort de verstrekking van de aangevraagde subsidie het gelijke speelveld tussen ondernemingen niet;

    • b.

      de micro-onderneming:

      • i.

        verricht sinds 6 november 2020 of eerder haar bedrijfsmatige activiteiten geheel of gedeeltelijk in een in de provincie Groningen gelegen bedrijfsgebouw; of

      • ii.

        verrichtte sinds 6 november 2020 of eerder haar bedrijfsmatige activiteiten geheel of gedeeltelijk in een in de provincie Groningen gelegen bedrijfsgebouw en heeft die activiteiten na 6 november 2020 verplaatst naar een ander in de provincie Groningen gelegen bedrijfsgebouw.

E.

 

In artikel 6, eerste lid, onder a en b, wordt 'bedrijfsgebouw van de onderneming' vervangen door 'bedrijfsgebouw'.

 

F.

 

In paragraaf 3 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

 

Artikel 14a. Overgangsrecht

  • 1.

    De regeling zoals die luidde op het moment waarop een aanvraag om subsidie is ingediend, is van toepassing op:

    • a.

      de beschikking tot subsidieverstrekking gegeven op de in de aanhef bedoelde aanvraag;

    • b.

      een verzoek om wijziging van de beschikking tot subsidieverstrekking gegeven op de in de aanhef bedoelde aanvraag;

    • c.

      een besluit tot wijziging of intrekking van de beschikking tot subsidieverstrekking gegeven op de in de aanhef bedoelde aanvraag;

    • d.

      de aanvraag om subsidievaststelling volgend op de beschikking tot subsidieverlening gegeven op de in de aanhef bedoelde aanvraag;

    • e.

      een besluit tot subsidievaststelling volgend op de beschikking tot subsidieverlening gegeven op de in de aanhef bedoelde aanvraag.

  • 2.

    Indien bezwaar is gemaakt, beroep is ingesteld of hoger beroep is ingesteld tegen een in het eerste lid genoemd besluit, blijft de regeling zoals die ingevolge het eerste lid op dat besluit van toepassing was, van toepassing totdat het besluit onherroepelijk is.

  • 3.

    In dit artikel wordt verstaan onder een beschikking tot subsidieverstrekking: de beschikking tot subsidieverlening of, indien de subsidie bij toekenning direct wordt vastgesteld, de beschikking tot subsidievaststelling.

G

 

De algemene toelichting en artikelsgewijze toelichting komt als volgt te luiden :

 

Algemene toelichting

 

Beleidsdoel

De Investeringsregeling voor micro-mkb'ers met schadeherstel- of versterkingsopgaven (hierna: de Investeringsregeling) is een subsidieregeling die wordt uitgevoerd door Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen als onderdeel van het zogenoemde Mkb-programma. Het Mkb-programma is een samenwerking tussen provincie Groningen, ondernemers en gemeenten in het aardbevingsgebied en de Rijksoverheid. Met het Mkb-programma worden mkb’ers in het aardbevingsgebied op allerlei wijzen ondersteund.

 

Schadeherstel en versterkingsvraagstukken bij mkb’ers in het algemeen en micro-mkb'ers in het bijzonder zijn voor de betrokken ondernemers ingrijpend en vanwege de grote diversiteit van mkb-bedrijven vaak complex. Daardoor duren schadeherstel- en versterkingstrajecten vaak lang, waardoor mkb’ers investeringen uitstellen en hun concurrentievermogen beschadigd raakt. Dit werkt door in de economische en maatschappelijke structuren waar die bedrijven deel vanuit maken.

 

Met de Investeringsregeling kan aan micro-mkb'ers in het versterkingsgebied een subsidie worden verstrekt, waarmee zij de investeringen in hun bedrijf weer op gang kunnen brengen.

 

De uitvoering van de Investeringsregeling wordt betaald uit het budget van het Mkb-programma. Het Rijk verstrekt de provincie in totaal € 36 miljoen voor de uitvoering van het Mkb-programma.

 

Opgemerkt wordt, dat de subsidies niet worden verstrekt met het oogmerk om schade als bedoeld in de Tijdelijke wet Groningen te vergoeden of om versterkingsmaatregelen te financieren: schadeherstel (en schadevergoeding) en versterken blijven de verantwoordelijkheid van onderscheidenlijk IMG en NCG.

 

Juridische grondslag

De juridische grondslag van deze regeling is artikel 3, derde lid, van de Kaderverordening subsidies provincie Groningen 2017 (hierna: de Kaderverordening). In die bepaling hebben Provinciale Staten aan Gedeputeerde Staten de bevoegdheid tot het stellen van nadere regels over subsidieverstrekking en de daarmee gepaard gaande procedure gedelegeerd. Verder zijn in het bijzonder de bepalingen van titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en de Procedureregeling subsidies provincie Groningen 2018 (hierna: de Procedureregeling) van belang.

 

Staatssteun

Subsidieverstrekking aan ondernemingen is vaak een vorm van staatssteun. De Investeringsregeling is ontworpen om binnen de kaders van de zogeheten reguliere de-minimisverordening (de verordening (EU) 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023, PbEU 2023, L-serie d.d. 15 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun) subsidie te kunnen verstrekken.

 

Uitgezonderde branches

De reguliere de-minimisverordening is niet van toepassing op een aantal branches, zie artikel 1 van de reguliere de-minimisverordening. Het gaat, kort gezegd, om visserij- en landbouwbedrijven. Voor deze bedrijven gelden specifieke de-minimisverordeningen.

 

Artikelsgewijze toelichting

 

Artikel 1. Begripsbepalingen

Dit artikel bevat de begripsbepalingen. Begrippen waarvan de betekenis op grond van de Algemene wet bestuursrecht, de Kaderverordening of de Procedureregeling voldoende duidelijk zijn, zijn niet opnieuw gedefinieerd.

 

Toelichting n.a.v. de wijziging van artikel 1, eerste lid, onder c

 

De definitie van "bedrijfsgebouw van de onderneming" is op een aantal punten gewijzigd. In de eerste plaats zijn de woorden "van de onderneming" vervallen. Dit vereenvoudigt de leesbaarheid. Elders in de regeling (in artikel 1 lid 3 en in artikel 6 lid 1 en lid 2) wordt als gevolg van deze wijziging ook het begrip "bedrijfsgebouw" gebruikt in plaats van "bedrijfsgebouw van de onderneming".

 

In de tweede plaats is de zinsnede "dat niet voor bewoning bestemd is" vervallen. In plaats daarvan is bepaald, dat in het bedrijfsgebouw niet gewoond wordt. Hierdoor is het niet meer relevant of het bedrijfsgebouw in het omgevingsplan ook een woonbestemming heeft. Relevant is alleen de feitelijke situatie: wordt in het gebouw of het zelfstandig functionerend gedeelte daarvan gewoond, dan is geen sprake van een "bedrijfsgebouw" zoals bedoeld in deze regeling. Er is sprake van wonen, wanneer iemand (of meerdere personen) in het gebouw of het zelfstandig functionerend gedeelte daarvan woont (of wonen). Het is niet relevant of sprake is van kamerverhuur, tijdelijke verhuur, bewoning door arbeidsmigranten of studenten, gekraakte woonruimte: al deze (en andere) vormen van bewoning hebben tot gevolg dat geen sprake is van een "bedrijfsgebouw".

 

In de laatste plaats is aangegeven dat een gedeelte van een gebouw ook aangemerkt kan worden als "bedrijfsgebouw" wanneer dat gedeelte zelfstandig functionerend is. Dat laatste wil in ieder geval zeggen dat het gedeelte een eigen toegang voor bezoekers ('voordeur') heeft en beschikt over eigen sanitaire voorzieningen. Vergelijk de eisen die de Belastingdienst stelt aan het toepassen van kostenaftrek voor een zelfstandige werkruimte aan huis.

 

Artikel 2. Doel van deze regeling en toepasselijk staatssteunkader

Het eerste lid van dit artikel bevat het algemene doel van deze Investeringsregeling: het versterken van de door de gaswinningsproblematiek aangetaste economische structuur van de in de provincie Groningen gevestigde micro-ondernemingen. In het tweede lid wordt vermeld dat de op grond van de Investeringsregeling te verstrekken subsidies binnen de reikwijdte van de reguliere de-minimisverordening vallen.

 

Artikel 3. Doelgroep

Toelichting bij artikel 3 zoals dit komt te luiden na de wijziging van de regeling ten behoeve van de tweede openstelling

 

Dit artikel bevat de beschrijving van de doelgroep.

 

Op grond van het eerste en tweede lid behoren kort gezegd twee categorieën micro-ondernemingen de doelgroep:

  • a.

    Micro-ondernemingen die sinds 6 november 20201 hun activiteiten verrichten vanuit een in de provincie Groningen gelegen bedrijfsgebouw. En uit een versterkingsadvies blijkt dat voor dat bedrijfsgebouw versterkingsmaatregelen nodig zijn of nodig zijn geweest.

  • b.

    Micro-ondernemingen die sinds 6 november 2020 hun activiteiten verrichten vanuit een in de provincie Groningen gelegen bedrijfsgebouw, dat gelegen is op een adres dat vermeld is in Bijlage 3. En er is sprake geweest van erkende schade aan dat bedrijfsgebouw. In het vierde lid wordt uitgelegd wat onder 'erkende schade' wordt verstaan.

Ook micro-ondernemingen die op grond van het eerste en tweede lid niet tot de doelgroep behoren, kunnen onder omstandigheden op grond van het derde lid tot de doelgroep behoren. Namelijk als zij voldoen aan de twee in het derde lid genoemde voorwaarden:

 

De eerste voorwaarde (zie het derde lid onder a) bestaat uit twee onderdelen waaraan voldaan moet worden. In de eerste plaats beoordelen Gedeputeerde Staten of naar hun oordeel de uitvoering van versterking of schadeherstel in doorslaggevende mate het ritme waarin de micro-ondernemingen hun investeringen kunnen realiseren vertraagt of vertraagd heeft. In de tweede plaats beoordelen Gedeputeerde Staten of naar hun oordeel verstrekking van een aangevraagde subsidie het gelijke speelveld tussen ondernemingen niet verstoort. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn wanneer een micro-onderneming sinds 6 november 2020 of eerder in een bedrijfsgebouw te maken heeft gehad met schade en na 6 november 2020 verplaatst is naar een bedrijfsgebouw buiten het in Bijlage 3 opgenomen postcodegebied. Voor de duidelijkheid: een micro-ondernemer die niet met versterking te maken heeft gehad maar met schade aan een bedrijfsgebouw dat niet gelegen is op een adres dat vermeld is in Bijlage 3, behoort niet tot de doelgroep.

 

De tweede voorwaarde (zie het derde lid onder b) bestaat ook uit twee onderdelen, maar in dit geval hoeft maar aan één van beide onderdelen voldaan te worden. Het eerste onderdeel heeft betrekking op de situatie waarin een micro-onderneming nog steeds in hetzelfde, binnen de provincie Groningen gelegen, bedrijfsgebouw gevestigd is als op 6 november 2020. Het tweede onderdeel heeft betrekking op de situatie waarin een micro-onderneming na 6 november 2020 vanuit een binnen de provincie Groningen gelegen bedrijfsgebouw verplaatst is naar een ander, eveneens binnen de provincie Groningen gelegen, bedrijfsgebouw.

 

Artikel 4. Subsidievorm en wijze van subsidieverstrekking

De subsidie wordt verstrekt in de vorm van een geldbedrag. Er wordt geen subsidie verstrekt in de vorm van bijvoorbeeld een borgstelling.

 

Artikel 5. Subsidiabele activiteiten

De subsidie wordt verstrekt voor investeringsprojecten waarmee aanvrager één of meer van de op de bijlage vermelde subsidiabele activiteiten verricht. Bijlage 1 somt concrete typen investeringen op. Deze zijn verdeeld over drie categorieën: investeringen in bedrijfsgebouwen, investeringen in percelen van aanvrager en overige investeringen, bijvoorbeeld in machines.

 

Zie voor de definitie van 'bedrijfsgebouw ' artikel 1.

 

Uit de definitie van 'bedrijfsgebouw ' volgt, dat het kan gaan bedrijfsgebouw dat aanvrager huurt of in eigendom heeft.

 

Van belang is verder, dat gebouwen van aanvrager (of delen daarvan) die aan anderen verhuurd worden, niet onder het begrip 'bedrijfsgebouw' vallen, zie artikel 1 lid 3.

 

Artikel 6. Subsidiabele kosten

De subsidie kan worden verstrekt voor de kosten die aanvrager maakt bij het realiseren van de op Bijlage 1 vermelde investeringen.

 

Aanvrager krijgt alleen subsidie voor de kosten van zijn of haar eigen investeringen. Dit betekent dat de investeringen die aanvrager met de subsidie doet, op de balans van de onderneming van aanvrager komen te staan.

 

In lid 2 wordt vermeld welke kosten niet voor subsidie in aanmerking komen.

 

Als de subsidieontvanger door het uitvoeren van het investeringsproject inkomsten genereert - bijvoorbeeld: bij inruil van machines of verkoop van sloopschroot - dan worden die inkomsten in mindering gebracht op de subsidiabele kosten, zie lid 3.

 

Artikel 7. Maximaal subsidiebedrag en maximale subsidie-intensiteit

Het subsidiebedrag moet aan de volgende twee voorwaarden voldoen:

  • 1.

    het is nooit groter dan € 50.000 (lid 1); en

  • 2.

    het bedraagt maximaal 80 % van de subsidiabele kosten (lid 2).

Artikel 8 en artikel 9 Weigeringsgronden

Artikel 8 en 9 van de regeling bevatten gronden waarop een aangevraagde subsidie wordt geweigerd. Dit in aanvulling op de weigeringsgronden die in de Algemene wet bestuursrecht en de Procedureregeling zijn opgenomen. Artikel 8 bevat algemene weigeringsgronden. Artikel 9 bevat de weigeringsgronden die gaan over het subsidiebedrag.

 

Artikel 10. Subsidieplafond

Subsidie kan worden aangevraagd tijdens door Gedeputeerde Staten vast te stellen aanvraagperiodes. Per aanvraagperiode stellen Gedeputeerde Staten een subsidieplafond vast. Dit is geldbedrag dat maximaal beschikbaar is voor subsidies die verstrekt worden naar aanleiding van aanvragen die tijdens de aanvraagperiode zijn ingediend. Als verstrekking van een subsidie tot gevolg hebben dat het subsidieplafond overschreden zou worden, wordt de subsidie geweigerd. Zie artikel 4:25 lid 2 van de Algemene wet bestuursrecht.

 

Artikel 11. Verdeelsystematiek

Omdat gewerkt wordt met een subsidieplafond, wordt in dit artikel beschreven hoe de volgorde bepaald wordt waarin de tijdens een aanvraagperiode ingediende aanvragen voor subsidie in aanmerking komen. Als uitgangspunt geldt, dat de volgorde van binnenkomst bepalend is. Het gaat daarbij om de dag waarop de volledige aanvragen ontvangen is of een onvolledige aanvraag volledig is gemaakt.

 

Als het subsidieplafond op enig moment overschreden dreigt te worden, wordt met loting bepaald in welke volgorde de aanvragen die op de bewuste dag zijn ontvangen, voor subsidieverstrekking in aanmerking komen. Dit kan betekenen dat aanvankelijk alle aanvragen geloot worden. Zodra de volledigheid van de aanvragen beoordeeld is, worden de onvolledige aanvragen 'doorgehaald' op volgordelijst die door loting tot stand is gekomen.

 

Artikel 12. Verplichtingen van de subsidieontvanger.

De subsidieontvanger krijgt in dit artikel een aantal verplichtingen opgelegd. Die verplichtingen waarborgen dat de subsidie - die betaald wordt met schaarse publieke middelen - daadwerkelijk tot gevolg heeft dat de subsidiabele activiteiten worden uitgevoerd en het met de subsidieregeling beoogde doel kan worden bereikt. De meeste verplichtingen eindigen vijf jaar na subsidievaststelling.

 

Artikel 14. Vergoeding vanwege vermogensvorming

Op grond van artikel 4:41 van de Algemene wet bestuursrecht kan de subsidieontvanger in bepaalde situaties de verplichting opgelegd krijgen, om een vergoeding vanwege vermogensvorming te betalen. Het gaat bijvoorbeeld om:

  • a.

    vervreemding of bezwaring van zaken die men met de subsidie heeft aangeschaft;

  • b.

    een wijziging van het gebruik van die zaken (bijvoorbeeld: van zakelijk gebruik naar privégebruik);

  • c.

    het ontvangen van een schadevergoeding in verband met verlies of beschadiging van die zaken;

  • d.

    het geheel of gedeeltelijk beëindigen van de bedrijfsmatige activiteiten ten behoeve waarvan de subsidie verstrekt is;

  • e.

    intrekking van de beschikking tot subsidieverlening (bijvoorbeeld omdat de subsidieontvanger de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet is nagekomen);

  • f.

    ontbinding van de rechtspersoon van de subsidieontvanger.

De verplichting wordt opgelegd door Gedeputeerde Staten. De hoogte van de verplichting loopt af van 100 % van het subsidiebedrag tot en met het eerste jaar na de subsidievaststelling tot uiteindelijk 20 % van het subsidiebedrag in het vijfde jaar.

 

Artikel 15. Overdraagbaarheid

Een verleende maar nog niet vastgestelde subsidie is na voorafgaande toestemming van Gedeputeerde Staten overdraagbaar. Het tweede en derde lid bevat het kader waaraan Gedeputeerde Staten een verzoek om toestemming toetst. Aan een toestemming kunnen verplichtingen verbonden worden.

Artikel II  

Dit besluit treedt in werking op de dag na publicatie ervan in het Provinciaal Blad.

Groningen, 4 november 2025

Gedeputeerde Staten van Groningen:

René Paas, voorzitter

Hans Schrikkema, secretaris

Naar boven