Regeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 21 oktober 2025 tot wijziging van de Subsidieregeling Kickstarter en Innovatie studententeams Noord-Brabant in verband met het doorvoeren van enkele wijzigingen (Eerste wijziging Subsidieregeling Kickstarter en Innovatie studententeams Noord-Brabant)

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant;

 

Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;

 

Overwegende dat het wenselijk is de Subsidieregeling Kickstarter en Innovatie studententeams Noord-Brabant te wijzigen in verband met het doorvoeren van enkele wijzigingen in de paragrafen 1 en 2 van die regeling;

 

Besluiten vast te stellen de volgende regeling:

Artikel I Wijziging Subsidieregeling Kickstarter en Innovatie studententeams Noord-Brabant

De Subsidieregeling Kickstarter en Innovatie studententeams Noord-Brabant wordt als volgt gewijzigd:

 

A.

In artikel 1.1 komt de begripsbepaling “studententeam” als volgt te luiden:

studententeam: interdisciplinaire groep studenten van een onderwijsinstelling, verenigd in een non-profitorganisatie, waarvan het bestuur ook enkel uit studenten bestaat.

 

B.

Artikel 1.6 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Onder verlettering van de onderdelen c tot en met e tot d tot en met f, wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

    • c.

      de bestuursleden van het studententeam beschikken over een bewijs van inschrijving van de onderwijsinstelling waar zij hun studie volgen;

  • 2.

    Onderdeel d (nieuw) komt te luiden:

    • d.

      e subsidieaanvrager heeft een innovatief idee gericht op een van de volgende onderwerpen:

      • 1°.

        Slimme mobiliteit;

      • 2°.

        Circulaire economie;

      • 3°.

        Energietransitie en duurzaamheid;

      • 4°.

        Kunst, design en technologie;

      • 5°.

        Kunstmatige intelligentie en datatechnologie;

      • 6°.

        Financiële technologie en digitale economie;

      • 7°.

        Gezondheid en welzijn;

      • 8°.

        Agrifood en biobased innovatie;

      • 9°.

        Semiconductor en hightech systemen;

C.

In artikel 1.8 wordt “14 november 2024 tot en met 1 juli 2025” vervangen door “4 november 2025 tot en met 30 april 2026”.

 

D.

In artikel 1.9 wordt “€ 45.000” vervangen door “€ 30.000”.

 

E.

Artikel 2.1 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    De volgende begripsbepaling wordt in alfabetische rangschikking ingevoegd:

  • opleidingsvorm: WO-, HBO-, of MBO-opleiding;

  • 2.

    De begripsbepaling “studententeam” komt als volgt te luiden:

  • studententeam: interdisciplinaire groep studenten van een onderwijsinstelling, verenigd in een non-profitorganisatie, waarvan het bestuur ook enkel uit studenten bestaat.

F.

In artikel 2.5, onder e, wordt “€ 25.000” vervangen door “€ 10.000”.

 

G.

Artikel 2.6 komt te luiden:

Artikel 2.6 Subsidievereisten

Om voor subsidie als bedoeld in deze paragraaf in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

    het project wordt uitgevoerd in de provincie Noord-Brabant;

  • b.

    het project is aantoonbaar innovatief en gericht op het ontwikkelen van een prototype, product of dienst;

  • c.

    de subsidieaanvrager is een studententeam, samengesteld uit een combinatie van studenten van universiteiten, hogescholen of mbo's en waarin tenminste twee verschillende opleidingsvormen worden vertegenwoordigd;

  • d.

    indien binnen het studententeam twee opleidingsvormen zijn vertegenwoordigd, toont de subsidieaanvrager aan dat hij zich heeft ingespannen om een student, afkomstig van een derde opleidingsvorm aan het studententeam toe te voegen;

  • e.

    de bestuursleden van het studententeam beschikken over een bewijs van inschrijving van de onderwijsinstelling waar zij hun studie volgen;

  • f.

    het project wordt ondersteund door een of meerdere Brabantse onderwijsinstellingen, blijkend uit een ondersteuningsbrief;

  • g.

    het project heeft een minimale looptijd van zeven maanden;

  • h.

    het project is gericht op een van de volgende onderwerpen:

    • 1°.

      Slimme mobiliteit;

    • 2°.

      Circulaire economie;

    • 3°.

      Energietransitie en duurzaamheid;

    • 4°.

      Kunst, design en technologie;

    • 5°.

      Kunstmatige intelligentie en datatechnologie;

    • 6°.

      Financiële technologie en digitale economie;

    • 7°.

      Gezondheid en welzijn;

    • 8°.

      Agrifood en biobased innovatie;

    • 9°.

      Semiconductor en hightech systemen;

  • i.

    het project heeft commercieel perspectief;

  • j.

    de subsidieaanvrager levert een projectplan aan met gebruikmaking van het daartoe door Gedeputeerde Staten vastgestelde format, waarin in ieder geval is opgenomen:

    • 1°.

      op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten van dit artikel;

    • 2°.

      een realistische en sluitende begroting;

    • 3°.

      een risicoanalyse;

    • 4°.

      een haalbare en realistische planning;

  • k.

    de subsidieaanvrager heeft voor het project voor minimaal 15% van de subsidiabele kosten een bijdrage ontvangen vanuit het bedrijfsleven, dan wel een schriftelijke toezegging daartoe.

H.

Artikel 2.7 komt te luiden:

Artikel 2.7 Subsidiabele kosten

  • 1.

    Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:

    • a.

      interne arbeids- en personeelsuren, tot een maximum van € 20,00 per uur;

    • b.

      kosten derden in de vorm van uren, tot een maximum van € 85,00 per uur, exclusief btw, te verrekenen met eventueel niet verrekenbare btw;

    • c.

      materiaalkosten van prototypes of producten;

    • d.

      huur van ruimtes of machines ten behoeve van ontwikkeling of testen van prototypes of producten;

    • e.

      kosten voor huisvesting, die specifiek en onlosmakelijk zijn verbonden met het project;

    • f.

      kosten voor gebruik en aanschaf van licenties gedurende de looptijd van het project.

  • 2.

    De totale subsidiabele interne arbeids- en personeelsuren als bedoeld in het eerste lid, onder a, mogen niet meer bedragen dan 50% van de totale subsidiabele kosten.

  • 3.

    Voor de berekening van subsidiabele uurtarieven van arbeids- en personeelsuren van de subsidieaanvrager past de subsidieaanvrager de berekeningswijze, genoemd in artikel 1.4, eerste lid, onder c, van de Regeling algemene subsidienormen Noord-Brabant toe.

I.

Artikel 2.8 komt te luiden:

Artikel 2.8 Niet subsidiabele kosten

In afwijking van artikel 2.7 komen de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    kosten die gemaakt zijn voor de startdatum van het project;

  • b.

    kosten derden in de vorm van uren van publiekrechtelijke rechtspersonen;

  • c.

    kosten van gerechtelijke procedures, boetes of sancties.

J.

Artikel 2.9 komt te luiden:

Artikel 2.9 Aanvraagtijdvak

Subsidieaanvragen worden ingediend van:

  • a.

    8 januari 2025 tot en met 12 februari 2025;

  • b.

    3 februari 2026 tot en met 24 februari 2026.

K.

Artikel 2.10 komt te luiden:

Artikel 2.10 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 2.4 vast op:

  • a.

    € 320.000 voor de periode, genoemd in artikel 2.9, onder a;

  • b.

    € 320.000 voor de periode, genoemd in artikel 2.9, onder b.

L.

Artikel 2.12 komt te luiden:

Artikel 2.12 Verdelingswijze

  • 1.

    Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

  • 2.

    Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.

  • 3.

    Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting, in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.

  • 4.

    De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris, waarbij de aanvragen worden gerangschikt op volgorde van trekking en de eerst getrokken aanvraag als eerstvolgende in aanmerking komt voor subsidie en de laatst getrokken aanvraag als laatste.

  • 5.

    De subsidie wordt verdeeld over aanvragen die:

    • a.

      opeenvolgend zijn in de rangschikking; en

    • b.

      volledig gehonoreerd kunnen worden.

M.

Artikel 2.13 komt te luiden:

Artikel 2.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger

  • 1.

    De subsidieontvanger:

    • a.

      start het project binnen zes maanden na verlening van de subsidie;

    • b.

      rondt het project af binnen twee jaar na verlening van de subsidie;

    • c.

      bewaart facturen en ondertekende offertes.

  • 2.

    Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder b, en de subsidieontvanger verlenging van die termijn wenselijk acht, kan hij uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging met maximaal zes maanden.

N.

Artikel 2.14 komt te luiden:

Artikel 2.14 Verantwoording

  • 1.

    Bij subsidies tot € 25.000, toont de subsidieontvanger desgevraagd aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van bijvoorbeeld facturen, ondertekende offertes of foto- of videomateriaal.

  • 2.

    Bij subsidies van € 25.000 tot € 125.000 toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van een activiteitenverslag.

O.

Na artikel 2.14 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 2.14a Subsidievaststelling

Bij subsidies tot € 25.000 wordt de subsidie op grond van artikel 20, eerste lid, onder b, van de Asv ambtshalve vastgesteld.

Artikel II Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

’s-Hertogenbosch, 21 oktober 2025

Gedeputeerde Staten voornoemd,

de voorzitter,

mr. I.R. Adema

de secretaris,

drs. G.H.E. Derks MPA

Toelichting behorende bij de Eerste wijziging Subsidieregeling Kickstarter en Innovatie studententeams Noord-Brabant

I. Algemeen

 

De eerste wijziging van de Subsidieregeling Kickstarter en Innovatie studententeams Noord-Brabant wijzigt paragraaf 1 Kickstarter en paragraaf 2 Innovatie studententeams. Deze wijzigingsregeling ziet op nieuwe openstellingstermijnen, nieuwe subsidieplafonds en enkele technische aanpassingen. Tenslotte wordt een nieuwe verdelingssystematiek in paragraaf 2 geïntroduceerd.

 

II. Artikelsgewijs

 

Artikel II (Wijziging Subsidieregeling Kickstarter en Innovatie studententeams Noord-Brabant)

 

Onder G (artikel 2.6)

 

Onder b

Een project is innovatief wanneer het zich onderscheidt van bestaande aanpakken, praktisch toepasbaar is en tastbare waarde toevoegt voor de samenleving of de markt. In dit kader wordt innovatie bekeken vanuit vier samenhangende invalshoeken.

 

1. Originaliteit

Het project introduceert nieuwe of sterk verbeterde technologieën, processen, producten of diensten en onderscheidt zich door zijn originaliteit. De innovatie is uniek of wijkt duidelijk af van bestaande methoden of technieken. Het studententeam laat hierbij creativiteit en out-of-the-box denken zien binnen de ontwikkeling en uitvoering van het project.

 

2. Toepasbaarheid

Het studententeam kiest en werkt met een methode of techniek die niet alleen inhoudelijk klopt, maar ook in de praktijk toepasbaar is. Daarbij staat de haalbaarheid van gebruik en implementatie centraal: de innovatie moet niet blijven steken in een idee op papier, maar ook uitvoerbaar zijn in de praktijk. Verder is het van belang dat de oplossing niet te beperkt blijft tot één enkele situatie of organisatie, maar potentie heeft om op grotere schaal of in bredere context binnen sector of markt gebruikt te worden.

 

3. Maatschappelijke en economische impact

Het studententeam werkt aan een innovatie die meerwaarde biedt voor zowel de maatschappij als economie. Dat kan bijvoorbeeld gaan om voordelen voor eindgebruikers, de markt of de samenleving in bredere zin. Denk hierbij aan verbeteringen op het gebied van duurzaamheid, kostenbesparing, gebruiksgemak of andere relevante aspecten. Belangrijk is dat de innovatie niet alleen technisch werkt, maar ook bijdraagt aan de maatschappelijke en economische vooruitgang ten opzichte van bestaande oplossingen.

 

4. Technische complexiteit

Het studententeam werkt aan een project waarin een duidelijke mate van technische diepgang of complexiteit aanwezig is. Dit kan zich uiten in het gebruik van geavanceerde technologieën, specialistische methoden of de toepassing van diepgaande kennis. Belangrijk is dat het team laat zien hoe deze complexiteit wordt aangepakt, bijvoorbeeld door middel van onderzoek, technische iteraties of samenwerking met experts. Zo wordt zichtbaar dat de innovatie niet alleen vernieuwend is in idee, maar ook stevig onderbouwd is in de uitvoering.

 

Onder i

Met commercieel perspectief wordt bedoeld dat het innovatieproject niet alleen vernieuwend is, maar ook aanknopingspunten biedt voor toepassing. Het gaat om het nadenken over mogelijke gebruikers of klanten, de maatschappelijke of economische meerwaarde en de uitvoerbaarheid van het idee. Er wordt geen volledig uitgewerkte businesscase gevraagd, maar wel een realistisch inzicht in hoe het project zou kunnen uitgroeien tot een waardevolle toepassing.

 

Onder j

Het studententeam onderbouwt de subsidieaanvraag door middel van het maken van een projectplan, waarin een aantal aspecten verplicht aan de orde komt. Een van deze onderdelen is dat een realistische en haalbare planning wordt gemaakt met een daaraan gekoppelde realistische en sluitende begroting. Ook maakt het studententeam een risicoanalyse.

 

De uitvoering van een project wordt aantoonbaar haalbaar geacht als aan een aantal randvoorwaarden is voldaan. Daarbij spelen de volgende aspecten een belangrijke rol:

 

1. Budget

Het studententeam wordt geacht het project zodanig vorm te geven dat het haalbaar is binnen het gestelde budget. Daarbij wordt gekeken naar de mate van detaillering en realisme van de kostenraming, de efficiëntie in het gebruik van de beschikbare middelen en de aansluiting van het budget op de projectvereisten.

 

2. Planning

Het studententeam wordt geacht een realistische planning op te stellen, zodat het project binnen de gestelde termijn kan worden afgerond. Daarbij wordt gekeken naar de duidelijkheid en haalbaarheid van de geformuleerde mijlpalen en deadlines.

 

3. Risicobeheer en flexibiliteit:

Het studententeam wordt geacht goed voorbereid te zijn op mogelijke risico’s en hierop passende maatregelen te hebben getroffen. Daarbij wordt gekeken naar de identificatie van potentiële risico’s en knelpunten, en of planning en budget voldoende flexibiliteit bieden om hiermee om te gaan. Er wordt expliciet een risicoanalyse aangeleverd met inschattingen van technische en operationele risico’s, inclusief mitigerende maatregelen.

 

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

 

de voorzitter,

mr. I.R. Adema

 

de secretaris,

drs. G.H.E. Derks MPA

Naar boven