Wijzigen Reglement van Orde

Provinciale Staten van Zuid-Holland,

 

Gelezen het voorstel van de Werkgroep Herziening RvO

Gelet op het advies van het Fractievoorzittersoverleg van 6 oktober 2025

 

Gelet op Artikel 16 van de Provinciewet;

 

Besluiten:

 

I. Het Reglement van Orde voor de vergaderingen van Provinciale Staten, de Statencommissies, het Fractievoorzittersoverleg en de Agendacommissie van de provincie Zuid-Holland (voor het laatst gewijzigd op 18 september 2024 (nr. 7673)), als volgt te wijzigen:

 

A.

In artikel 1, worden ‘Rondvraag’ en ‘Vragenuur’ en de definities daarvan geschrapt.

 

B.

In artikel 1 komt de omschrijving van ‘Mondelinge vraag’ te luiden: vraag van niet technische aard over een urgent actueel politiek onderwerp dat niet voor de betreffende vergadering is geagendeerd.

 

C.

Artikel 13, tweede lid, komt te luiden:

  • 2.

    Een verzoek tot het toevoegen van een agendapunt als bedoeld in het eerste lid dient, voorzien van een toelichting waaruit de actualiteit en de urgentie voor agendering blijkt, uiterlijk om 12.00 uur op de tweede werkdag voorafgaand aan de vergadering door tussenkomst van de statengriffier bij de voorzitter te worden ingediend.

D.

Artikel 20 komt te luiden:

Artikel 20 Spreektijdregeling

  • 1.

    De vergadering bepaalt de spreektijd van de fracties, groepen en Gedeputeerde Staten in het kader van de vaststelling van de agenda en de regeling van werkzaamheden als bedoeld in artikel 12. De Agendacommissie doet hiertoe een voorstel.

  • 2.

    De spreektijd, welke geldt voor de op de agenda vermelde bespreekpunten, wordt op basis van een vaste verdeelsleutel aan de fracties, groepen en Gedeputeerde Staten toegekend.

  • 3.

    De verdeling van spreektijd als bedoeld in het tweede lid vindt plaats naar grootte van de fractie of groep volgens het uitgangspunt van een gelijke basisspreektijd per fractie of groep, met een opslag per fractielid of groepslid met dien verstande dat de spreektijd voor een groep de helft is van een fractie met dezelfde omvang. Een en ander overeenkomstig het bepaalde in bijlage 1 van dit reglement.

  • 4.

    Buiten de toegekende spreektijd vallen:

    • -

      Voorstellen van orde;

    • -

      Woordvoeringen over persoonlijke feiten;

    • -

      stemverklaringen, en

    • -

      Woordvoeringen tijdens een mondelinge vraag of een interpellatie.

  • 5.

    Voor de reactie op een interruptie worden dertig seconden extra spreektijd toegekend.

  • 6.

    Ingeval van een interpellatie doet de voorzitter een afzonderlijk voorstel voor de spreektijd.

  • 7.

    De spreektijdverdeling tussen Provinciale Staten en Gedeputeerde Staten vindt plaats in een verhouding van 3:1.

E.

Artikel 24, derde lid, komt te luiden:

  • 3.

    Voor elk van de insprekers geldt een spreektijd van ten hoogste drie minuten per agendapunt of onderwerp, met dien verstande dat de totale spreektijd voor de insprekers per agendapunt of onderwerp maximaal dertig minuten bedraagt. Indien meerdere personen het woord wensen te voeren dan de maximale spreektijden toestaan, wordt de maximale spreektijd evenredig over de sprekers verdeeld.

F.

In artikel 48B wordt lid 3 vernummerd tot 4, en wordt een nieuw (derde) lid toegevoegd, luidende:

  • 3.

    Als Gedeputeerde Staten voornemens zijn Provinciale Staten voor te stellen de geheimhouding van aan Provinciale Staten verstrekte informatie op grond van artikel 86, vierde lid Provinciewet op te heffen, kunnen Gedeputeerde Staten die geheime informatie delen met belanghebbenden met het oog op de zienswijzeprocedure actieve openbaarmaking.

G.

Artikel 50 komt te luiden:

Artikel 50 Mondelinge vraag

  • 1.

    Het lid dat tijdens de vergadering van Provinciale Staten een mondelinge vraag wil stellen, meldt dit bij voorkeur uiterlijk achtenveertig uur voorafgaand aan de vergadering door tussenkomst van de statengriffier, bij de voorzitter. Het lid geeft daarbij een aanduiding van het onderwerp en de te stellen vragen. Vragen die uiterlijk achtenveertig uur voorafgaand aan de vergadering worden gesteld, worden in de vergadering beantwoord. Bij vragen die bij aanvang van de vergadering worden gesteld hebben Gedeputeerde Staten de mogelijkheid die later, na de vergadering, te beantwoorden.

  • 2.

    Het onderwerp van de vraag dient van een zodanige urgente, actuele en politieke aard te zijn dat de vraag niet in de eerstvolgende commissievergadering aan de orde kan komen.

  • 3.

    De voorzitter kan weigeren een mondelinge vraag toe te staan, indien hij het onderwerp en de urgente, actuele en politieke aard hiervan niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven. De voorzitter doet bij de vaststelling van de Regeling van werkzaamheden mededeling van de vragen welke hij om deze reden niet in behandeling neemt.

  • 4.

    De mondelinge vragen worden gesteld op een door voorzitter in overleg met de vergadering te bepalen tijdstip tijdens de vergadering.

  • 5.

    De voorzitter bepaalt de volgorde waarin de mondelinge vragen worden gesteld.

  • 6.

    De vragensteller wordt het woord verleend om één of meer vragen aan Gedeputeerde Staten of de commissaris van de Koning te stellen en een toelichting te geven.

  • 7.

    Na de beantwoording door Gedeputeerde Staten dan wel de commissaris van de Koning wordt de vragensteller het woord verleend om aan Gedeputeerde Staten dan wel de commissaris van de Koning aanvullende vragen te stellen.

  • 8.

    Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden het woord verlenen om vragen te stellen over hetzelfde onderwerp, hetzij aan Gedeputeerde Staten dan wel de commissaris van de Koning, hetzij aan de vragensteller.

  • 9.

    De voorzitter kan per onderwerp de spreektijd bepalen voor de vragensteller, voor Gedeputeerde Staten dan wel de commissaris van de Koning en voor de overige leden.

H.

Artikel 50b, zesde lid, komt te luiden:

  • 6.

    Artikel 54, lid 1 is van overeenkomstige toepassing.

I.

Artikel 61, eerste lid, komt te luiden:

  • 1.

    Met inachtneming van de Participatieverordening Zuid-Holland kunnen burgerinitiatieven ter besluitvorming aan Provinciale Staten worden voorgelegd.

J.

Artikel 71 komt te luiden:

Artikel 71 Agenda

  • 1.

    De commissievoorzitter stelt in overleg met de commissiegriffier de conceptagenda voor een commissievergadering op.

  • 2.

    De fracties en groepen kunnen onder opgaaf van redenen bij de commissievoorzitter agendapunten voorstellen. Een dergelijk voorstel gaat vergezeld van een toelichting op het onderwerp van het betreffende agendapunt en het doel van de behandeling ervan door de commissie.

  • 3.

    De conceptagenda voor een commissievergadering bevat in ieder geval de volgende onderdelen:

    • a.

      Procedurevergadering:

      • -

        opening en mededelingen

      • -

        besluitenlijst vorige vergadering

      • -

        ingekomen stukken

      • -

        planning

      • -

        sluiting

    • b.

      overlegvergadering:

      • -

        mededelingen

      • -

        vaststellen van de agenda

      • -

        spreekrecht

      • -

        mondelinge vraag

      • -

        verslag vorige vergadering

      • -

        bespreekstukken

      • -

        sluiting

  • 4.

    De agenda voor een commissievergadering wordt vastgesteld in het kader van de procedurevergadering als bedoeld in het derde lid. Deze procedurevergadering wordt door de commissie schriftelijk voorbereid. Tijdens deze procedurevergadering worden geen technische vragen gesteld.

  • 5.

    De conceptagenda vermeldt, indien van toepassing, bij elk agendapunt de voor het betreffende onderwerp verantwoordelijke portefeuillehouder.

  • 6.

    Indien een te behandelen stuk of onderwerp op het werkterreinen van meerdere commissies is gelegen, wordt door de voorzitters van de betrokken commissies in onderling overleg besloten op welke commissieagenda het stuk of onderwerp wordt geplaatst. De overige betrokken commissies worden in die gevallen uitgenodigd om aan de beraadslaging van die commissie deel te nemen. In gevallen waarin de betrokken commissievoorzitters niet tot overeenstemming kunnen komen, beslist de Agendacommissie.

  • 7.

    In afwijking van het bepaalde in het zevende lid, wordt de programmabegroting, de voorjaarsnota, de najaarsnota en de jaarstukken op de agenda van alle Statencommissies geplaatst, elk voor zoveel dit het werkterreinen van die commissies betreft.

  • 8.

    De conceptagenda voor een commissievergadering alsmede alle daarop vermelde stukken worden ten minste tien dagen voorafgaand aan de vergadering bekend gemaakt door plaatsing in het Stateninformatiesysteem op de website van de provincie. Van deze plaatsing wordt terstond per email mededeling gedaan aan Provinciale Staten en Gedeputeerde Staten. Van deze bekendmakingstermijn kan worden afgeweken bij een spoedvergadering als bedoeld in artikel 70, tweede lid. In dat geval dienen conceptagenda en bespreekstukken uiterlijk drie dagen voor aanvang van die vergadering bekend te worden gemaakt via plaatsing op het Stateninformatiesysteem.

  • 9.

    Stukken welke verband houden met reeds op een agenda geplaatste bespreekonderwerpen en welke door de Statengriffie worden ontvangen na de in het achtste lid bedoelde plaatsing op het Stateninformatiesysteem, worden zo spoedig mogelijk maar uiterlijk de donderdag voorafgaand aan de vergadering toegevoegd aan de op het Stateninformatiesysteem geplaatste conceptagenda en bijbehorende stukken voor de betreffende vergadering. Van de toevoeging van stukken wordt terstond per email mededeling gedaan aan Provinciale Staten en Gedeputeerde Staten.

  • 10.

    De commissievoorzitter kan overleg voeren met de gedeputeerde als de stukken niet tijdig conform de in lid 9 bedoelde termijn aan Provinciale Staten worden aangeboden.

K.

Artikel 72 komt te luiden:

Artikel 72 Mondelinge vraag

  • 1.

    De conceptagenda voor een overlegvergadering biedt de fracties en groepen in de betreffende commissie de gelegenheid tot het stellen van mondelinge vragen.

  • 2.

    Vragen als bedoeld in het eerste lid dienen actueel, urgent en politiek van aard te zijn. De commissievoorzitter beoordeelt de vraag en mag weigeren deze toe te laten.

  • 3.

    Een fractie of groep die tijdens de vergadering ten aanzien van een mondelinge vraag een inhoudelijk antwoord van de verantwoordelijke portefeuillehouder beoogt te verkrijgen, dient deze vraag uiterlijk achtenveertig uur voorafgaand aan de vergadering bij de commissiegriffier in te dienen. De commissiegriffier stelt de portefeuillehouder zo spoedig mogelijk van de door hem ontvangen mondelinge vragen op de hoogte. Van de portefeuillehouder wordt een adequaat inhoudelijk antwoord verwacht tijdens de vergadering ten behoeve waarvan de vragen zijn gesteld. Bij mondelinge vragen die later dan 48 uur voorafgaand aan de vergadering bij de commissiegriffier worden ingediend, heeft de verantwoordelijk portefeuillehouder de mogelijkheid die later, na de vergadering te beantwoorden.

  • 4.

    De vragensteller stelt de mondelinge vraag kort en bondig. De portefeuillehouder geeft kort en bondig een adequaat inhoudelijk antwoord op de gestelde vragen. Indien gewenst kan de vragensteller een verduidelijkende vraag stellen. Door fracties kunnen geen aanvullende vragen gesteld worden. Over een mondelinge vraag vindt geen (inhoudelijk) debat plaats.

L.

Artikel 72a, tweede lid, komt te luiden:

  • 2.

    Technische vragen die later dan achtenveertig uur voorafgaand aan de vergadering bij de commissiegriffier worden ingediend, worden na de commissievergadering maar voor de eerstvolgende Statenvergadering door de portefeuillehouder beantwoord. Technische vragen over een niet op een vergadering geagendeerd onderwerp worden binnen vier weken door de portefeuillehouder beantwoord.

M.

Artikel 78, tweede lid komt te luiden:

  • 2.

    De totale spreektijd per fractie en groep per vergadering bestaat indicatief uit het aantal bespreekpunten maal drie minuten. De spreektijd voor Gedeputeerde Staten is een derde deel van het totaal van Provinciale Staten. De spreektijden zijn inclusief interrupties. Voor de reactie op een interruptie worden dertig seconden extra spreektijd toegekend. Voor grote onderwerpen kunnen zowel de voorzitter, als de leden van de commissievergadering een voorstel doen voor extra spreektijd e.e.a. te bepalen door de meerderheid van de vergadering bij het vaststellen van de planning. Indien een bespreekpunt ad hoc aan de agenda wordt toegevoegd, kan staande de vergadering besloten worden tot meer spreektijd.

N.

Artikel 79, zesde lid, komt te luiden:

  • 6.

    Voor elk van de toehoorders die in de gelegenheid worden gesteld het woord te voeren, geldt een spreektijd van ten hoogste drie minuten per agendapunt, met dien verstande dat de totale spreektijd voor toehoorders per vergadering niet meer dan dertig minuten bedraagt. Indien er meer toehoorders het woord wensen te voeren dan de maximale spreektijden toestaan, wordt de maximale spreektijd evenredig over de sprekers verdeeld.

O.

Artikel 99, eerste lid, komt te luiden:

  • 1.

    Artikel 82 van dit reglement is van overeenkomstige toepassing op besluiten van het Fractievoorzittersoverleg. Bij het staken van de stemmen beslist de voorzitter. Op adviezen van het Fractievoorzittersoverleg aan Provinciale Staten is artikel 81 van dit reglement van overeenkomstige toepassing.

II. Dit besluit bekend te maken door publicatie in het Provinciaal Blad.

Den Haag, 15 oktober 2025

Provinciale Staten van Zuid-Holland,

Griffier

drs. B.S.M. Sepers

Voorzitter

mr. A.W. Kolff

Naar boven