Aanwijzingsbesluit DAEB voor het uitvoeren van ondersteunings-activiteiten door Stichting Natuur en Milieufederatie Utrecht aan bewonersinitiatieven op het gebied van energiebesparing en collectieve warmte in het kader van het Servicepunt Energie

Het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht

 

Gelet op:

  • -

    de artikelen 14 en 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU);

  • -

    het besluit van de Europese Commissie van 20 december 2011 (2012/21/EU), betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het VWEU op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen (Publicatieblad van de Europese Unie, L 7/3, 11 januari 2012) “DAEB-Vrijstellingsbesluit”;

  • -

    artikel 158 van de Provinciewet;

  • -

    artikel 1.4, eerste lid van de Algemene subsidieverordening provincie Utrecht 2022

  • -

    de Algemene wet bestuursrecht,

Overwegende dat:

  • -

    de provincie Utrecht de Europese en landelijke doelstelling onderschrijft om (uiterlijk) in 2050 CO2-neutraal te zijn;

  • -

    de provincie deze doelstelling heeft vastgelegd in de Omgevingsvisie Provincie Utrecht;

  • -

    de provincie in de Energievisie heeft vastgelegd om te streven naar een klimaatneutrale energievoorziening in 2040, voldoende duurzame energie voor de gebouwde omgeving in 2050, jaarlijks gemiddeld 1,5 % energiebesparing per inwoner en minimaal 50% lokaal of publiek eigendom bij opwek- en warmtenetprojecten;

  • -

    een servicepunt op het gebied van warmte en besparen daarin een belangrijke rol kan spelen;

  • -

    het Servicepunt Energie een maatschappelijk initiatief is om een bijdrage te leveren aan de omvangrijke en complexe opgave van de warmtetransitie;

  • -

    bij besluit van 13 december 2022 (docnr. USTP-279699493-38648) Stichting Natuur en Milieufederatie Utrecht (voortaan: NMU) is aangewezen voor het uitvoeren van Diensten van Algemeen Economisch Belang betreffende het Servicepunt Warmte;

  • -

    NMU in samenwerking met Projectenbureau Energie van Utrecht B.V. diverse activiteiten en diensten heeft ontwikkeld voor het ondersteunen van bewonersinitiatieven voor de periode 2026 t/m 2028;

  • -

    de diensten van NMU zich daarin onderscheiden van die van EVU, waarbij NMU uitsluitend bewonersinitiatieven ondersteunt die gericht zijn op collectieve acties voor energiebesparing en op de fase van voorbereiding, visievorming en samenwerking bij een collectieve warmteoplossing zoals een warmtenet;

  • -

    het wenselijk is de activiteiten NMU in het kader van het Servicepunt Warmte voort te zetten onder de naam Servicepunt Energie en daarmee bij te dragen aan de ontwikkeling van projecten die voortvloeien uit bewonersinitiatieven;

  • -

    de provincie het Servicepunt Energie ondersteunt;

  • -

    de initiatiefnemers van het Servicepunt Energie diverse bestaande activiteiten en diensten willen voortzetten en nieuwe diensten en activiteiten willen ontwikkelen voor bewonersinitiatieven op het gebied van collectieve warmte;

  • -

    Stichting Natuur en Milieufederatie Utrecht (NMU) verantwoordelijk is voor de coördinatie en uitvoering van dit plan in samenwerking met Projectbureau Energie van Utrecht B.V. en andere initiatiefnemers en uitvoerders;

  • -

    NMU een stichting is die in de provincie Utrecht samen met bewoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden werkt aan natuur- en milieuvriendelijke oplossingen en een dusdanig aanbod aan activiteiten ontplooit waardoor NMU in staat is om bewonersinitiatieven te ondersteunen om te komen tot projecten die leiden tot energiebesparing door particuliere woningeigenaren en het benutten van duurzame warmtebronnen;

  • -

    NMU de partij is die reeds 50 jaar een sterk netwerk heeft in de provincie Utrecht en langdurige contacten onderhoudt met de “beweging van onderop” en overheden en zich daarmee van andere marktpartijen onderscheidt die slechts op deelgebieden opereren en minder effectief zijn, omdat zij niet zoals NMU vanuit een breed perspectief en zonder een belang bij een specifieke aanpak naar het uitgebreide pallet aan mogelijkheden kan kijken;

  • -

    de provincie Utrecht uit oogpunt van zorgvuldigheid een gedegen marktonderzoek heeft verricht naar de functie en het aanbod van deze activiteiten, waarbij zij zich onder meer baseert op rapporten van Procap en de Participatiecoalitie;

  • -

    dit marktonderzoek de functie en het belang van de activiteiten heeft onderschreven, doch dat hieruit eveneens is gebleken dat de markt niet of onvoldoende voorziet in een ondersteunende, coördinerende en faciliterende rol voor bewonersinitiatieven en gemeenten die de warmtetransitie op buurt- en wijkniveau willen stimuleren;

  • -

    de provincie Utrecht op voorgaande gronden van mening is dat de activiteiten van het Servicepunt Warmte het algemeen belang dienen en dat sprake is van marktfalen;

  • -

    hoewel van meerdere activiteiten van NMU kan worden vastgesteld dat deze niet economisch van aard zijn, evenwel discussie kan bestaan omtrent de vraag of de resterende activiteiten wel economisch van aard zijn;

  • -

    indien en voor zover de betreffende activiteiten van NMU economisch van aard zouden zijn, de provincie Utrecht die activiteiten wenst aan te wijzen als diensten van algemeen economisch belang (DAEB);

  • -

    NMU zich in het bijzonder richt op activiteiten gericht op energiebesparing en de ontwikkeling van collectieve warmteoplossingen door bewoners die invulling geven aan het Servicepunt Energie, door het bemensen van een helpdesk met deskundigen, het ontsluiten van een platform, het bijdragen aan actieve kennisdeling door het organiseren van sessies en Comunity of Practices (CoP’s) en door hulp te bieden bij het identificeren en initiëren van projecten;

  • -

    in dit aanwijzingsbesluit bepaalde DAEB-activiteiten aan NMU, als subsidieontvanger, worden opgedragen;

  • -

    in nader te nemen subsidiebesluiten compensatie zal worden verleend voor de uitvoering van een DAEB door NMU op grond van dit aanwijzingsbesluit;

  • -

    toepassing wordt gegeven aan het DAEB Vrijstellingsbesluit, waardoor de compensatie voor het verrichten van de DAEB met de interne markt verenigbaar is en van de verplichting tot voorafgaande aanmelding als bedoeld in artikel 108 lid 3 VWEU is vrijgesteld.

Besluit:

vast te stellen het volgende aanwijzingsbesluit DAEB:

 

A. DAEB-activiteiten

  • 1.

    Als diensten van algemeen economisch belang worden de volgende diensten aangewezen:

    • a.

      Generieke kennisdeling en netwerkbeheer: het opbouwen en faciliteren van een netwerk van bewonersinitiatieven gericht op energiebesparing en collectieve warmteoplossingen;

    • b.

      Advies op maat gericht op technisch-inhoudelijke, organisatorische- of financiële vraagstukken door het beantwoorden van vragen via een centrale helpdesk, door middel van adviesgesprekken of door kortdurende projectbegeleiding bij:

      • i.

        de fase van voorbereiding voor een collectief project voor energiebesparing van woningen of voor een collectieve warmteoplossing vanuit een bewonersinitiatief;

      • ii.

        de fase van visievorming en samenwerking voor een collectieve warmteoplossing vanuit een bewonersinitiatief;

    • c.

      Specifieke kennisdeling gericht op technisch-inhoudelijke, organisatorische- of financiële vraagstukken middels trainingen en cursussen bij:

      • i.

        het starten van een project voor energiebesparing of voor een collectieve warmteoplossing;

      • ii.

        het begeleiden van bewonersinitiatieven in de fase van visievorming en samenwerking voor een collectieve warmteoplossing

    • d.

      Het opzetten en faciliteren van een intervisiegroep energiebesparing en energiearmoede;

  • 2.

    De bovenstaande activiteiten worden nader uitgewerkt in de subsidieaanvraag van Stichting Natuur en Milieufederatie Utrecht.

B. Betrokken onderneming

Bovengenoemde activiteiten worden opgedragen aan Stichting Natuur en Milieufederatie Utrecht (NMU), ingeschreven in het handelsregister met KvK-nummer 41177152. NMU biedt diensten aan op het grondgebied van de provincie Utrecht.

 

C. Hoogte compensatie

  • i.

    Het compensatiebedrag is niet hoger dan nodig om de netto kosten van de uitvoering van de DAEB te dekken;

  • ii.

    Het compensatiebedrag wordt toegekend op basis van één of meerdere subsidieaanvragen door NMU;

  • iii.

    In de subsidieaanvraag of aanvragen wordt op duidelijke wijze uiteengezet welke kosten noodzakelijkerwijs moeten worden gemaakt voor de realisatie van de hierboven genoemde DAEB-activiteiten. Hierover zal NMU zich na afloop van de activiteiten moeten verantwoorden.

D. Parameters voor berekening, controle en herziening van de compensatie

  • i.

    De parameters voor de berekening, de controle en de herziening van de compensatie worden uitgewerkt in de subsidiebeschikking.

  • ii.

    De maximale subsidie voor de DAEB-activiteiten bestaat in ieder geval uit:

    • a.

      de totale kosten die specifiek aan de DAEB-activiteiten zijn toe te rekenen, en

    • b.

      een passende bijdrage aan niet-specifiek aan de DAEB-activiteiten toe te rekenen indirecte kosten.

  • iii.

    Uitsluitend kosten die doelmatig en redelijkerwijs nodig zijn voor de uitvoering van de activiteiten komen in aanmerking voor de berekening van de compensatie.

  • iv.

    Voor berekening van de loonkosten wordt gebruik gemaakt van een gemiddeld vast uurtarief dat is opgebouwd uit primaire loonkosten plus een opslag voor indirecte kosten. Met indirecte kosten worden die kosten bedoeld die niet rechtstreeks aan een subsidiabele activiteit worden toegerekend, maar via toerekening van een kostendrager.

  • v.

    Gedurende de looptijd wordt op basis van tussenrapportages gecontroleerd of er sprake is van overcompensatie.

  • vi.

    Om dit inzichtelijk te maken, zal NMU:

    • a.

      Een gescheiden boekhouding hanteren (inkomsten en uitgaven gescheiden administreren: DAEB-activiteiten - overige activiteiten;);

    • b.

      de ureninzet in een urenregistratiesysteem opnemen.

E. Looptijd

Deze DAEB-aanwijzing heeft een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2028. De aanwijzing als DAEB eindigt om die reden op 31 december 2028.

 

F. Regeling om overcompensatie te vermijden

Om eventuele overcompensatie te vermijden en terug te vorderen gelden de volgende bepalingen:

  • i.

    de maximale beschikbare compensatie bedraagt: € 612.000.

  • ii.

    aan het einde van de looptijd van de openbare dienstverplichting controleren Gedeputeerde Staten of er geen overcompensatie heeft plaatsgevonden.

  • iii.

    NMU Utrecht is gehouden na afloop van de activiteiten een vaststellingsaanvraag in te dienen bij Gedeputeerde Staten. Onderdeel van deze verantwoording is een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de gesubsidieerde activiteiten overeenkomstig de opgelegde verplichtingen hebben plaatsgevonden. Verder bevat de verantwoording een financieel verslag. Dit bestaat uit een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden kosten en inkomsten.

  • iv.

    NMU voert een boekhoudkundige scheiding tussen kosten en inkomsten verbonden aan de DAEB-activiteit en kosten en inkomsten van haar overige activiteiten.

  • v.

    Bij de vaststelling van de subsidie door Gedeputeerde Staten wordt bepaald of de subsidie conform de afspraken in de subsidieverlening en dit aanwijzingsbesluit zijn besteed. Als blijkt dat er minder kosten zijn gemaakt of bepaalde (subsidie)voorwaarden niet zijn nagekomen, wordt de subsidie lager vastgesteld.

  • vi.

    Gedeputeerde Staten vorderen betaalde overcompensatie terug en passen de parameters ter berekening van de compensatie voor het vervolg van de openbare dienstverplichting zo nodig aan.

G. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Aanwijzingsbesluit DAEB Servicepunt Energie – Activiteiten NMU.

Aldus besloten in de vergadering van Gedeputeerde Staten van Utrecht, gehouden op 14 oktober 2025 (docnr.USTP-279699493-64751).

Gedeputeerde Staten van Utrecht,

Voorzitter,

mr. J.H. Oosters

Secretaris,

mr. drs. A.G. Knol-van Leeuwen

Naar boven