Artikel I
Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2022
2.8 Vitaliteit van dorpen en steden (stads- en dorpsarrangementen)
Artikel 2.8.7 Beschikbaar budget voor de subsidieregeling
‘2024 en 2025.’ komt als volgt te luiden: 2025 tot en met 2027.
Artikel 2.8.10 Looptijd
‘2025’ wordt vervangen door: 2027
2.13 Langer zelfstandig wonen
Artikel 2.13.1 Betekenis van de begrippen
Het begrip ‘Geclusterde woonvorm’ komt als volgt te luiden:
Geclusterde woonvorm: woningen in het segment sociale huur, midden huur en betaalbare koop in een geclusterde woonvorm. Het gaat om tenminste twaalf zelfstandige woningen die aan elkaar geschakeld zijn met een inpandige of nabijgelegen en gedeelde ontmoetingsruimte. De geclusterde woonvorm wordt bewoond overwegend door ouderen, dan wel zorggroepen of in een gemengde woonvorm met andere doelgroepen. Bron: Externe link: Handreiking-Geclusterde-woonvormen-voor-senioren.pdf.
In het begrip ‘Ontmoetingsruimte’ wordt tussen ‘en’ en ‘bewoners’ gevoegd: waar mogelijk
In het begrip ’Zorggeschikte woningen’ komt de laatste zin als volgt te luiden: Zorggeschikte woningen zijn geschikt voor mensen met een zorgprofiel VV4 t/m VV10, VG3 t/m VG8 of ZG-vis 2 tot en met ZG-vis 5.
Artikel 2.13.2 Doel van de subsidieregeling
De zin ‘Daarnaast…. Stimuleren' komt als volgt te luiden: Daarnaast heeft de subsidieregeling tot doel een bijdrage te leveren aan langer zelfstandig wonen voor ouderen en zorgdoelgroepen door ontmoetingsruimtes bij de geclusterde woonvormen en vernieuwende woonconcepten te stimuleren.
Artikel 2.13.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
Lid 2, onderdeel e: in de passage ‘ouderenhuisvesting en bijbehorende Regionale Woonzorgvisie’ wordt ‘en’ vervangen door: en/of.
Lid 2, onderdeel f, komt als volgt te luiden: f. binnen 5 jaar na het indienen van de subsidieaanvraag moet gestart worden met de bouw.
Lid 4, onderdeel a. Tussen ‘en’ en ‘buurtbewoners’ wordt gevoegd: waar mogelijk
Lid 4, onderdeel b. Tussen ‘ontmoetingsruimte’ en ‘niet’ wordt gevoegd: die
Artikel 2.13.6 Hoogte van de subsidie
Lid 2 komt als volgt te luiden:
- 2.
De subsidie voor de realisatie van een ontmoetingsruimte die:
- a.
alleen toegankelijk voor bewoners is, is maximaal 25% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 100.000,-;
- b.
ook aantoonbaar openstaat voor en gericht is op buurtbewoners is maximaal 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 200.000,-.
Lid 4 komt als volgt te luiden:
- 4.
Voor het project mag maximaal 2 keer subsidie worden ontvangen op basis van deze subsidieregeling.
Artikel 2.13.7 Eigen bijdrage
Dit artikel komt als volgt te luiden: De eigen bijdrage voor realisatie van een ontmoetingsruimte bedraagt bij ontmoetingsruimten alleen voor bewoners minimaal 75% en bij ontmoetingsruimten voor bewoners en buurtbewoners minimaal 50% van de subsidiabele kosten. Minimaal de helft van de eigen bijdrage bestaat uit een geldbijdrage van de aanvrager of derden. Als de eigen bijdrage deels bestaat uit inzet van vrijwilligersuren dan mogen deze op de dekkingskant van de begroting opgenomen worden voor een bedrag van € 15,- per uur.
Artikel 2.13.8 Subsidieaanvraag
Lid 4, onderdeel b komt als volgt te luiden: b. een bestek of een bouwtekening of een technische omschrijving;
Lid 4: een nieuw onderdeel c wordt toegevoegd, dat luidt: c. een raming of offerte voor de bouwkosten en eventueel voor inventaris.
Artikel 2.13.9 Beschikbaar budget voor de regeling
Lid 1: het cijfer 1 komt te vervallen
Lid 2 komt te vervallen
Artikel 2.13.10 Aanvullende verplichtingen
In onderdeel a wordt ‘36’ vervangen door: 60
Paragraaf 2.16 wordt toegevoegd:
2.16 Samenwerking woonplatforms Overijssel
Artikel 2.16.1 Betekenis van de begrippen
In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd.
- -
- -
Woonplatform: een woonplatform is een samenwerkingsverband van ten minste één of meerdere gemeenten, woningcorporaties, marktpartijen en de provincie Overijssel, dat zich richt op het realiseren van de woningbouwopgave, aansluitend op de doelen uit de Woondeals. Het platform fungeert als overleg- en samenwerkingsstructuur waarin kennisdeling, realisatie van woningbouw, het wegnemen van belemmeringen en samenwerking in gebiedsontwikkelingen centraal staan.
Artikel 2.16.2 Doel van de subsidieregeling
Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan het realiseren van voldoende woningen in Overijssel die aansluiten bij de woningbouwbehoefte. Dit door woonplatforms te ondersteunen die bijdragen aan de doelen die zijn opgenomen in de Woondeals Overijssel 2022-2030.
Artikel 2.16.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
- 1.
De subsidie wordt verleend voor activiteiten die bijdragen aan de realisatie van de Woondeals Overijssel. Het gaat om de volgende activiteiten:
- a.
het organiseren van bijeenkomsten om kennis en ervaringen te delen tussen leden en stakeholders;
- b.
activiteiten gericht op (het versterken van) de samenwerking rondom de woningbouwopgave;
- c.
inzet bij gebiedsontwikkelingsprojecten die bijdragen aan de woonopgaven;
- 2.
De subsidie wordt alleen verstrekt als:
- a.
minimaal één van deze gemeenten Zwolle, Almelo, Deventer, Hengelo of Enschede deelneemt en een financiële bijdrage levert aan het platform.
- b.
minimaal de volgende partijen samenwerken: gemeenten, woningcorporaties, marktpartijen en de provincie.
Artikel 2.16.4 Aanvrager
De aanvrager is een stichting of een vereniging zonder winstoogmerk.
Artikel 2.16.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen
De subsidie is een vast bedrag per aanvrager per jaar. De artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.9 zijn niet van toepassing.
Artikel 2.16.6 Hoogte van de subsidie
- 1.
De subsidie is € 10.000,- per aanvrager per jaar.
- 2.
De subsidie wordt verleend voor de jaren 2026 en 2027.
Artikel 2.16.7 Subsidieaanvraag
- 1.
De aanvraag kan vanaf 1 december 2025 worden ingediend en moet uiterlijk 30 januari 2026 ontvangen zijn.
- 2.
De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Samenwerking woonplatforms Overijssel.
- 3.
De aanvrager levert aanvullend een activiteitenplan voor de jaren 2026 en 2027 in. In het activiteitenplan is minimaal opgenomen:
- a.
bijeenkomsten voor kennisdeling en netwerkvorming;
- b.
samenwerkingsactiviteiten rondom de woningbouwopgave
- 4.
De aanvrager hoeft geen begroting en een dekkingsplan in te dienen. Artikel 1.2.13 is niet van toepassing.
Artikel 2.16.8 Beschikbaar budget voor de regeling
Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2026 en 2027.
Artikel 2.16.9 Geen staatssteun
De subsidie levert geen staatssteun op.
Artikel 2.16.10 Looptijd
De subsidieregeling vervalt op 30 november 2028 om 17.00 uur.
3.3 Energiebesparende maatregelen (geld terug actie)
Artikel 3.3.4 Aanvrager
Lid 2 komt als volgt te luiden:
- 2.
De energiekosten van de aanvrager waren in één van de jaren 2020 - 2025 minder dan € 60.000,- per jaar.
Artikel 3.3.6 Hoogte van de subsidie
Lid 2 komt als volgt te luiden: De subsidie voor energiebesparende maatregelen is maximaal € 2.500,- per aanvraag.
Artikel 3.3.8 Aanvraag
Lid 3 sub a onderdeel 1: ‘2021, 2022, 2023 of 2024’ wordt vervangen door: 2021, 2022, 2023, 2024 of 2025;
Artikel 3.3.9 Beschikbaar budget voor de subsidieregeling
Sub b komt als volgt te luiden: de jaren 2024 tot en met 2027.
Artikel 3.3.11 Looptijd
‘2025’ wordt vervangen door: 2027
Paragraaf 3.6 wordt geheel herzien en komt als volgt te luiden:
3.6 Lokale energie-initiatieven 5.0
Artikel 3.6.1 Betekenis van de begrippen
In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd.
- -
Lokaal energie-initiatief: een collectief van inwoners en eventueel lokale organisaties of lokale bedrijven met als doel om projecten uit te voeren die bijdragen aan de energietransitie in Overijssel.
- -
Nominaal vermogen: maximale vermogen van een productie-installatie voor hernieuwbare energie dat onder normale omstandigheden of voorwaarden benut kan worden voor de productie van hernieuwbare energie en dat door de leverancier wordt gegarandeerd bij continu gebruik.
- -
Lokaal energiesysteem: een systeem waarbij opgewekte hernieuwbare energie lokaal wordt opgeslagen en verbruikt, waarbij vraag en aanbod zo goed mogelijk op elkaar worden afgestemd.
Artikel 3.6.2 Doel van de subsidieregeling
Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan de energietransitie in Overijssel. Dit door lokale energie-initiatieven te ondersteunen in de initiatief- en ontwerpfase.
Artikel 3.6.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
- 1.
De subsidie wordt verleend voor activiteiten in de initiatief- en ontwerpfase van een energieproject om te bepalen of een energieproject haalbaar en uitvoerbaar is.
- 2.
Het energieproject wordt uitgevoerd door een lokaal energie-initiatief, draagt bij aan de energietransitie in Overijssel en ziet op één of meer van de volgende technieken:
- a.
elektriciteitsproductie door zonne-energie;
- b.
elektriciteitsproductie door windenergie;
- c.
kleinschalige warmtenetten;
- d.
- 3.
Een lokaal energie-initiatief voldoet aan de volgende voorwaarden:
- a.
het lokaal energie-initiatief is onafhankelijk van andere partijen, zoals commerciële ontwikkelaars of een gesloten groep ondernemers of grondeigenaren;
- b.
het lokaal energie-initiatief heeft een bestuur van minimaal twee personen;
- c.
het lokaal energie-initiatief laat de lokale omgeving waar het project wordt uitgevoerd, meebeslissen over de ontwikkeling van het project;
- d.
alle bewoners en lokaal verankerde mkb’s gevestigd in de lokale omgeving kunnen lid worden van het lokaal energie-initiatief en zeggenschap verwerven, zonder financieel bij te dragen aan het lokaal energie-initiatief;
- e.
de opbrengsten die door realisatie van het project worden gehaald komen ten goede aan leden, klanten of maatschappelijke bestemmingen in de lokale omgeving van het project.
- 4.
Het energieproject voldoet aan de volgende voorwaarden:
- a.
de elektriciteitsproductie door zonne-energie heeft een nominaal vermogen van minimaal 15 kWp;
- b.
de elektriciteitsproductie door windenergie heeft een nominaal vermogen van minimaal 5MW per windturbine;
- c.
het kleinschalige warmtenet levert warmte aan maximaal 1.500 aansluitingen;
- d.
voor een lokaal energiesysteem worden bewezen technieken gebruikt.
- 5.
Er mag voor het energieproject geen financiering door het Energiefonds Overijssel of een andere financier aangevraagd of toegekend zijn.
Artikel 3.6.4 Verkennend adviesgesprek
- 1.
Voordat een aanvraag wordt ingediend wordt het initiatief voorgelegd aan een LEI-coach die advies geeft over het energieproject. Een LEI-coach is een persoon die in opdracht van de provincie Overijssel een lokaal energie-initiatief ondersteunt. Op regelen.overijssel.nl zijn de contactgegevens van de LEI-coach te vinden.
- 2.
Als sprake is van een energieproject op het gebied van wind dan wordt vóór indiening van de aanvraag voor subsidie een verkennend adviesgesprek gevoerd met een projectleider windenergie van de provincie Overijssel. Op regelen.overijssel.nl zijn de contactgegevens van de projectleider vinden.
Artikel 3.6.5 Aanvrager
De aanvrager is een stichting, een vereniging, of een coöperatie én is ingeschreven bij het Handelsregister van de Kamer van Koophandel.
Artikel 3.6.6 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen
- 1.
Alleen de kosten van derden zijn subsidiabel. Artikel 1.2.6 is niet van toepassing.
- 2.
De volgende kosten komen niet in aanmerking voor de subsidie: de kosten voor de aanschaf- en installatie van technische voorzieningen. Artikel 1.2.7 lid 1 onderdeel b en c zijn niet van toepassing.
Artikel 3.6.7 Hoogte van de subsidie
- 1.
De subsidie is maximaal 80% van de subsidiabele kosten en maximaal:
- a.
€ 10.000,- per energieproject op het gebied van zon;
- b.
€ 15.000,- voor andere energieprojecten.
- 2.
Het lokale energie-initiatief mag per kalenderjaar maximaal 2 keer subsidie ontvangen op basis van deze subsidieregeling. Het moet dan gaan om 2 verschillende energieprojecten.
Artikel 3.6.8 Eigen bijdrage
Minimaal 20% van de subsidiabele kosten van een energieproject wordt betaald met een geldbijdrage van de aanvrager of derden. Als sprake is van een energieproject kleinschalige warmtenet dan betaalt de betreffende gemeente minimaal € 2.500,- van de subsidiabele kosten.
Artikel 3.6.9 Aanvraag
- 1.
De aanvraag kan het hele jaar worden ingediend.
- 2.
De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Lokale energie-initiatieven.
- 3.
De aanvrager levert een begroting en een dekkingsplan in. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde begrotingsformat te gebruiken.
Artikel 3.6.10 Beschikbaar budget voor de subsidieregeling
Er geldt een subsidieplafond voor de jaren 2024 tot en met 2026.
Artikel 3.6.11 Aanvullende verplichtingen
De subsidieontvanger is verplicht:
- a.
de activiteiten binnen 24 maanden na subsidieverlening uitgevoerd te hebben;
- b.
de inwoners binnen een specifiek gebied in Overijssel actief uit te nodigen om lid of klant van het lokale energie-initiatief te worden.
Artikel 3.6.12 Geen staatssteun
Er is geen sprake van staatssteun als de subsidie verleend kan worden onder de Algemene De-minimisverordening. Artikel 1.2.10 lid 4 is van toepassing.
Artikel 3.6.13 Looptijd
Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2026 om 17.00 uur.
3.11 Kleine mestvergister op boerderijen
Artikel 3.11.13 Looptijd
‘2025’ wordt vervangen door: 2026
3.13 Zonne-energieleverende parkeerterreinen Overijssel
Artikel 3.13.13 Looptijd
‘2025’ wordt vervangen door: 2027
3.16 Stimuleren energie-innovatie
Artikel 3.16.8 Beschikbaar budget voor de subsidieregeling
Sub b komt als volgt te luiden:
- b.
de jaren 2024 tot en met 2027.
Artikel 3.16.11 Looptijd
‘2025’ wordt vervangen door: 2027
4.2 Meer bos in Overijssel
Artikel 4.2.1 Betekenis van de begrippen
Toegevoegd wordt het begrip ‘houtwal’, dat luidt:
- -
Houtwal: een zelfstandig liggend, lijnvormig landschapselement bestaande uit een beplanting van streekeigen en inheemse bomen en struiken, eventueel met hakhout. Een houtwal/singel kan een aarden wal hebben en kan aan één- of beide kanten begrensd worden door een greppel. Een houtwal is minimaal 25 meter lang en maximaal 20 meter breed.
Artikel 4.2.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
Lid 1. Een onderdeel c wordt toegevoegd, dat luidt:
- c.
de realisatie van houtwallen, inclusief het opstellen van een inrichtingsplan, beplantingsplan en een beheerplan. Categorie II.1 en III.4 van de Catalogus groenblauwe diensten zijn van toepassing;
Lid 4. Onderdeel f: ‘vervallen’ wordt vervangen door: de houtwal wordt robuust aangelegd zoals bedoeld in de Catalogus Groenblauwe Diensten;
Lid 5:
Onderdeel a: ‘bos of natuur’ komt te luiden: bos, houtwal of natuur.
Onderdeel c: na ‘bos’ wordt toegevoegd: of houtwal
Artikel 4.2.4 Aanvrager
Lid 1: na ‘bos’ wordt toegevoegd: of houtwal.
Artikel 4.2.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen
Lid 1: na ‘bos’ wordt toegevoegd: of houtwal
Lid 4: na ‘bos’ wordt toegevoegd: of houtwal
Artikel 4.2.6 Hoogte van de subsidie
Lid 1: na ‘bos’ wordt toegevoegd: of houtwal
Artikel 4.2.8. Pretoets en taxatie
Lid 1: na ‘bos’ wordt toegevoegd: of houtwal
Artikel 4.2.9 Beschikbaar budget voor de regeling
Lid 1: ‘2025’ wordt vervangen door: 2027
Lid 1: achteraan wordt een zin toegevoegd die luidt: Dit geldt niet voor het deelplafond ‘realisatie van houtwallen’. Dat deelplafond geldt voor de jaren 2022 tot en met 2025
Lid 2 wordt omgenummerd naar 3.
Lid 2 komt als volgt te luiden: Er geldt een deelplafond voor:
- a.
- b.
realisatie van houtwallen;
Artikel 4.2.10 Aanvullende verplichtingen
Lid 1:
Onderdeel a aanhef: na ‘bos’ wordt toegevoegd: of houtwal
Onderdeel a sub 2: na ‘bos’ wordt toegevoegd: of houtwal
Onderdeel c: de tekst ‘of de houtwal’ komt te vervallen.
Onderdeel d: na ‘bos’ wordt toegevoegd: of houtwal
Onderdeel e: na ‘bos’ wordt toegevoegd: of houtwal.
Onderdeel f: na ‘bos’ wordt toegevoegd: of houtwal
Onderdeel g, sub 1: na ‘bos’ wordt toegevoegd: of houtwal.
Onderdeel g, sub 2: na ‘bos’ wordt toegevoegd: of houtwal.
Onderdeel j na ‘bos’ wordt toegevoegd: of houtwal
Onderdeel k na ‘bos’ wordt toegevoegd: of houtwal.
Lid 2, onderdeel b na ‘bos’ wordt toegevoegd: of houtwal
Lid 3: na ‘bos’ wordt toegevoegd: of houtwal
Artikel 4.2.15 Looptijd
‘2025’ wordt vervangen door: 2027
4.4 Advies en ondersteuning Agro&food in Overijssel
4.4.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
Lid 2 sub e komt te vervallen.
Artikel 4.4.7 Eigen bijdrage
Lid 2: In de laatste zin komt de tweede 'wordt' te vervallen.
Artikel 4.4.8 Subsidieaanvraag
In lid 2 komt ‘2024’ te vervallen.
Lid 3 komt als volg te luiden
- 3.
De aanvrager levert aanvullend een offerte in. De offerte is onder voorbehoud van het verkrijgen van de subsidie, ondertekend door de aanvrager en door de persoon of organisatie die wordt ingezet voor de beantwoording van het vraagstuk, die het onderzoek uitvoert of het bedrijfsplan, ondernemersprofiel opstelt of de cursus of training geeft.
4.8 Groene schoolpleinen
Artikel 4.8.9 komt als volgt te luiden:
Artikel 4.8.9 Beschikbaar budget voor de subsidieregeling
Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2024 tot en met 2027.
Artikel 4.8.12 Looptijd
‘2025’ wordt vervangen door: 2027
4.14 Gemeentelijk soortenmanagementplan voor natuurvriendelijk isoleren
Artikel 4.14.8 Beschikbaar budget
‘2026’ wordt vervangen door: 2027
Artikel 4.14.9a Aanvullende verplichtingen
Onderdeel a: ‘2027’ wordt vervangen door: 2030
Artikel 4.14.11 Looptijd
‘2026’ wordt vervangen door: 2030
4.17 Aanpak van invasieve exoten 2.0
Artikel 4.17.6.a. komt te luiden: Artikel 4.17.6a Eigen bijdrage
4.20 Uitvoering ontwikkelopgave Natura 2000
Artikel 4.20.7 Subsidieaanvraag
Lid 4 onderdeel b komt als volgt te luiden: een door de programmaleider van de Ontwikkelopgave Natura 2000 ingevuld toetsformulier.
4.22 Wolf- en goudjakhals preventieve middelen
Artikel 4.22.14 Beschikbaar budget voor de regeling
Lid 1 sub b: 'het jaar 2025’ wordt ‘de jaren 2025 en 2026’
Artikel 4.22.16 Looptijd
‘2025’ wordt vervangen door: 2026
4.23 Samenwerking (voor)verkenningsfase koploperprojecten maatregelpakketten Overijssel 2025
Artikel 4.23.1 Betekenis van de begrippen
‘Programmateam maatregelpakketten’ wordt vervangen door: Kernteam maatregelpakketten
Artikel 4.23.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
Lid 3 sub a: ‘programmateam’ wordt vervangen door: kernteam
Artikel 4.23.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen
Lid 2 onderdeel a: ‘inzet van’ wordt vervangen door: ureninzet van initiatiefnemers,
Lid 2 onderdeel b komt als volgt te luiden:
- b.
een uurtarief tot maximaal € 100,- voor inhuur of inkoop van projectleiders, agrarische adviseurs en communicatieadviseurs die als zodanig zijn ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel;
Lid 2 onderdeel c komt als volg te luiden:
- c.
een uurtarief tot maximaal € 130,- voor inhuur of inkoop van vakspecialisten. Dit betreft experts met minimaal 5 jaar aantoonbare kennis en ervaring die nodig is in de (voor)verkenning. Dit moet aangetoond kunnen worden door 2 referentieprojecten.
Artikel 4.23.7 Subsidieaanvraag
Lid 4 sub d wordt toegevoegd:
- d.
de pretoets als bedoeld in artikel 4.23.7a
Na artikel 4.23.7 wordt artikel 4.23.7 a toegevoegd:
Artikel 4.23.7a Pretoets
- 1.
Voordat een aanvraag wordt ingediend wordt het initiatief voorgelegd aan het kernteam maatregelpakketten die een pretoets uitvoert. Het kernteam toetst of het initiatief voldoende bijdraagt aan realisatie van doelen in de 3x3 aanpak, de activiteiten doelmatig zijn; en de verhouding tussen de activiteiten en de kosten daarvan redelijk zijn.
- 2.
- 3.
De aanvrager moet bij de aanmelding de volgende stukken meesturen: omschrijving van het initiatief met een kostenindicatie en beoogde locatie. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde format te gebruiken.
Artikel 4.23.8 Beschikbaar budget voor de subsidieregeling
‘het jaar 2025’ wordt vervangen door: de jaren 2025 en 2026
Artikel 4.23.9 Aanvullende verplichtingen
‘2026’ wordt vervangen door: 2027
Na artikel 4.23.10 wordt een nieuw artikel toegevoegd:
Artikel 4.23.10 a
Sisa
-verantwoording
De financiële verantwoording van gemeenten en provincies loopt via de Sisa-verantwoording. Artikel 1.2.22 is van toepassing. De verantwoording wordt ingediend onder Sisa-code L35/L35B.
Artikel 4.23.12 Looptijd
‘2025’ wordt vervangen door: 2026
Bijlage I
Rij 4: ‘Beuningen’ wordt vervangen door: Gebiedsproces Losser-Noord
Na rij 4 wordt een nieuwe rij 5 toegevoegd:
|
5
|
Noordoost-Twente
|
Gebiedsproces Stroomgebied bovenstroom Lolle - Middensloot
|
Huidige rijnummers 5 t/m 34 wordt vernummerd tot rijnummers 6 t/m 35
4.25 Transitievergoeding nieuwe teelten Overijssel
Artikel 4.25.10 Geen staatssteun
Dit artikel wordt vernummerd naar Artikel 4.25.11 Geen staatssteun.
Artikel 4.25.11 Looptijd
Dit artikel wordt vernummerd naar Artikel 4.25.12 Looptijd.
4.27 Alternatieve verblijfplaatsen beschermde diersoorten
Artikel 4.27.1 Betekenis van de begrippen
Aan het begrip ‘Compensatieplan’ wordt achteraan de laatste zin toegevoegd: en het Handboek.
Artikel 4.27.8 Beschikbaar budget voor de regeling
‘en 2025’ wordt vervangen door: tot en met 2028
Artikel 4.27.11 Looptijd
‘2025’ wordt vervangen door: 2029
Bijlage 1 Overzicht maximale subsidie per gemeente 4.27 Alternatieve verblijfplaatsen beschermde
diersoorten
De tabel komt als volgt te luiden:
|
Gemeente
|
Minimaal aantal te realiseren verblijfplaatsen
|
Maximaal subsidiebedrag
|
|
Almelo
|
11
|
€ 35.078,43
|
|
Borne
|
4
|
€ 12.096,01
|
|
Dalfsen
|
12
|
€ 37.497,64
|
|
Deventer
|
16
|
€ 53.222,45
|
|
Dinkelland
|
16
|
€ 48.384,05
|
|
Enschede
|
18
|
€ 56.851,25
|
|
Haaksbergen
|
6
|
€ 18.144,02
|
|
Hardenberg
|
34
|
€ 102.816,10
|
|
Hellendoorn
|
15
|
€ 48.384,05
|
|
Hengelo
|
12
|
€ 39.916,84
|
|
Hof van Twente
|
11
|
€ 36.288,03
|
|
Kampen
|
20
|
€ 56.832,84
|
|
Losser
|
10
|
€ 30.240,03
|
|
Oldenzaal
|
7
|
€ 24.192,02
|
|
Olst-Wijhe
|
13
|
€ 39.916,84
|
|
Ommen
|
8
|
€ 25.401,62
|
|
Raalte
|
9
|
€ 32.659,23
|
|
Rijssen-Holten
|
9
|
€ 25.401,62
|
|
Staphorst
|
9
|
€ 26.611,23
|
|
Steenwijkerland
|
35
|
€ 118.356,78
|
|
Tubbergen
|
10
|
€ 36.288,03
|
|
Twenterand
|
11
|
€ 31.449,63
|
|
Wierden
|
5
|
€ 16.934,42
|
|
Zwartewaterland
|
11
|
€ 33.850,42
|
|
Zwolle
|
15
|
€ 45.946,43
|
|
Totaal
|
327
|
€ 1.032.760,00
|
4.31 Stimuleren Agroforestry
Artikel 4.31.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
Lid 3, onderdeel d komt te vervallen.
Paragraaf 4.33 wordt geheel herzien en komt als volgt te luiden:
4.33 Natuur voor Elkaar- inwonersinitiatieven
Artikel 4.33.1 Betekenis van de begrippen
In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd.
- -
Aandachtsoortenlijst 2024-2028: een lijst van dier- en plantsoorten waarvoor gerichte maatregelen nodig zijn. Ze zijn aanvullend op het huidige provinciale beleid. De lijst is te vinden op: https://regelen.overijssel.nl/Producten_en_diensten/Subsidies/Natuur_en_landschap/Ondersteunen_van_Overijsselse_aandachtsoorten/Lijst_van_Overijsselse_aandachtsoorten_2024_2028
- -
Activiteiten: de set van maatregelen die nodig is om het initiatief te realiseren.
- -
Arrangement: Een aanvraag die afgestemd is met het programmateam Natuur voor Elkaar en past binnen één van de genoemde categorieën.
- -
Initiatief: een plan of idee.
- -
Initiatiefnemer: contactpersoon en (mede-)verantwoordelijke voor het initiatief.
- -
Project: totale aanpak voor realisatie van het initiatief.
- -
Speelaanleiding: een speelaanleiding nodigt uit tot divers speelgedrag, bijvoorbeeld een liggende boomstam, keien, speelheuvel, stromend water en wilgentenen tunnel, maar niet een speeltoestel, zoals schommel, wipkip en glijbaan.
Artikel 4.33.2 Doel van de subsidieregeling
Met deze subsidieregeling wil de provincie bevorderen dat lokale groepen zich verantwoordelijk voelen voor de eigen natuurlijke leefomgeving en zelf een actieve bijdrage leveren aan de realisatie van beleefbaar en biodivers groen. Specifieke aandacht gaat uit naar groen ten behoeve van het tegengaan van de negatieve effecten van klimaatverandering. En naar groenbeleving door kinderen en mensen die weinig toegang of afstand hebben tot de natuur, bijvoorbeeld vanwege ziekte of gezondheidsproblemen.
Artikel 4.33.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
- 1.
De subsidie wordt verleend voor initiatieven die bijdragen aan:
- a.
Groen in de Buurt: meer beleefbaar en/of biodivers groen in de directe leefomgeving van inwoners van Overijssel;
- b.
Natuurlijk Spelen: meer speelnatuur in de directe leefomgeving van kinderen door het realiseren van een groene speelgelegenheid met natuurlijke speelaanleidingen buiten schoolpleinen om;
- c.
Groen en zorg: meer beleefbaar en/of biodivers groen bij zorginstellingen;
- d.
Inwoners voor Soorten: versterking van de leefcondities van Overijsselse Aandachtsoorten door inwoners of inwonersinitiatieven.
- e.
Liefde voor Natuur: vergroten van het besef en beeld dat ook mensen natuur zijn en dat natuur bijdraagt aan een gezond leven.
- 2.
Het initiatief voldoet aan de volgende algemene voorwaarden:
- a.
de activiteiten vinden plaats in Overijssel;
- b.
het initiatief is voorzien van een advies van het uitvoeringteam voor de Natuur voor Elkaar;
- c.
een aanvrager mag maximaal één aanvraag per kalenderjaar indienen;
- d.
de grondeigenaar gaat akkoord met realisatie van het initiatief;
- e.
met uitzondering van de activiteiten als genoemd in artikel 4.33.3 lid 1 onder categorie e, is het voortbestaan, het beheer en onderhoud van het initiatief aantoonbaar gewaarborgd voor minimaal vijf jaar na realisatie;
- f.
met uitzondering van de activiteiten als genoemd in artikel 4.33.3 lid 1 onder categorie e, vergroot het initiatief de algehele biodiversiteit op de locatie ten opzichte van de huidige situatie;
- g.
de directe gebruikers (of vertegenwoordigers) zijn betrokken bij het opstellen en uitvoeren van het initiatief;
- h.
de activiteiten hebben geen winstoogmerk, maar een doelstelling die zich zoveel mogelijk richt op maatschappelijke behoeften en vraagstukken uit de buurt of gemeente;
- i.
als sprake is van realisatie van fysiek groen is dit openbaar toegankelijk. Dit geldt niet voor arrangement c (Groen en Zorg) en de maatregelen onder arrangement d (Inwoners voor Soorten).
- 3.
De activiteiten in arrangement a (Groen in de Buurt) voldoen aan de volgende extra voorwaarden:
- a.
het resultaat van het initiatief bestaat in ieder geval uit fysiek, beleefbaar groen;
- b.
de aanvrager werkt met minimaal twee andere partijen samen, niet zijnde ingehuurde partijen;
- c.
de aanvraag scoort minimaal 45 punten op basis van tabellen 1 en 2.
- 4.
De activiteiten in arrangement b (Natuurlijk Spelen) voldoen aan de volgende extra voorwaarden:
- a.
de aanvrager realiseert een groene speelgelegenheid met natuurlijke speelaanleidingen buiten schoolpleinen;
- b.
de aanvrager werkt met minimaal 2 andere partijen (niet zijnde ingehuurde partijen) samen;
- c.
kinderen zijn actief betrokken bij de planontwikkeling;
- d.
de aanvraag scoort minimaal 55 punten op basis van tabellen 1 en 3.
- 5.
De activiteiten in arrangement c (Groen en Zorg) voldoen aan de volgende extra voorwaarden:
- a.
het resultaat van het initiatief bestaat in ieder geval uit fysiek, beleefbaar groen;
- b.
zorgvragers (afhankelijk van doelgroep kan dit ook via een vertegenwoordiger) en zorgverleners zijn actief betrokken bij de ontwikkeling van het initiatief;
- c.
de aanvraag scoort minimaal 50 punten in totaal op basis van tabellen 1 en 4.
- 6.
De activiteiten in arrangement d (Inwoners voor Soorten) voldoen aan de volgende extra voorwaarden:
- a.
het initiatief is gericht op het uitbreiden of verbeteren van het leefgebied van de Overijsselse Aandachtsoorten, zoals beschreven op de Aandachtsoortenlijst;
- b.
het initiatief omvat realisatie van activiteiten die direct voordeel hebben voor de Overijsselse Aandachtsoorten;
- c.
het terrein waarop de maatregelen uitgevoerd worden is kleiner dan 20 hectare;
- d.
de aanvraag scoort minimaal 55 punten op basis van tabellen 1 en 5.
- 7.
De activiteiten in arrangement e (Liefde voor Natuur) voldoen aan de volgende extra voorwaarden:
- a.
de aanvraag betreft één of meer van de drie onderstaande activiteiten:
- 1.
de aanvrager organiseert activiteiten die natuur en/of biodiversiteit dichter bij nieuwe doelgroepen brengen;
- 2.
de aanvrager ontwikkelt vernieuwende communicatiemiddelen om natuur en/of biodiversiteit positief onder de aandacht te brengen;
- 3.
de aanvrager ontwikkelt een project dat met een vernieuwende of andere invalshoek de liefde voor natuur vergroot;
- b.
de aanvraag scoort minimaal 45 punten op basis van de tabel 6.
- 8.
De volgende activiteiten komen niet in aanmerking voor de subsidie:
- a.
de aanleg van verharding en hekwerken;
- b.
de aanleg van speeltoestellen;
- c.
de toepassing van staalslakken;
- d.
vergroening van basisschoolpleinen. Hiervoor is subsidieregeling 4.8 Groene schoolpleinen beschikbaar.
Artikel 4.33.4 Aanvrager
- 1.
De aanvrager is een rechtspersoon.
- 2.
- 3.
In afwijking van lid 1 en 2 kan bij arrangement d (Inwoners voor Soorten) en e (liefde voor natuur) de aanvrager een particulier zijn.
Artikel 4.33.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen
- 1.
Alleen kosten die toerekenbaar, aantoonbaar en doelmatig zijn, zijn subsidiabel. De artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.9 zijn niet van toepassing.
- 2.
Maximaal 25% van de totale subsidiabele kosten mag bestaan uit grondwerk, bemesting of grondverbetering.
- 3.
Halfverharding is alleen subsidiabel als deze wordt ingezet ten behoeve van de natuurbeleving en/of klimaatadaptatie. De kosten voor halfverharding mogen maximaal 25% van de subsidiabele kosten uitmaken.
- 4.
Kosten voor onderhoud en beheer komen niet voor de subsidie in aanmerking.
- 5.
Kosten voor de aanschaf van materieel en gereedschap dat gebruikt wordt voor aanleg, beheer en onderhoud, zijn niet subsidiabel. Hieronder wordt niet verstaan kosten voor lesmateriaal; lesmateriaal is wel subsidiabel.
- 6.
Maximaal 25% van de totale begrote kosten mag bestaan uit vrijwilligersuren. Dit moeten uren zijn die worden besteed aan de realisatie van het project. Deze uren mogen op de begroting worden opgevoerd aan zowel de kostenkant als aan de inkomstenkant voor een vast bedrag van € 15,- per uur.
Artikel 4.33.6 Hoogte van de subsidie
- 1.
De subsidie is maximaal 50% van de subsidiabele kosten en is het bedrag dat opgenomen is in het arrangement van het betreffende initiatief.
- 2.
De hoogte van de subsidie is afhankelijk van de subsidiabele posten die de initiatiefnemer in de begroting opneemt. Er geldt een minimum en maximum subsidiebedrag per initiatief:
- a.
initiatief A, B of C: minimaal € 5.000,- en maximaal € 30.000,-;
- b.
initiatief D: minimaal € 2.000,- en maximaal € 20.000,-;
- c.
initiatief E: minimaal € 1.000,- en maximaal € 7.500,-.
Artikel 4.33.7 Eigen bijdrage
- 1.
De aanvrager of derden dragen minimaal 50% bij aan de kosten van de activiteiten.
- 2.
De ureninzet van vrijwilligers mag worden ingezet als cofinanciering voor maximaal 25% van de begrote kosten en inkomsten en onder toepassing van een vast uurtarief van € 15,-.
Artikel 4.33.8 Preadvies en vaststellen arrangement
- 1.
Voordat de aanvraag wordt ingediend wordt een arrangement vastgesteld en een preadvies afgegeven door het uitvoeringsteam Natuur voor Elkaar van de provincie.
- 2.
- 3.
De aanvrager moet bij de aanmelding de volgende stukken meesturen:
- a.
omschrijving van het initiatief met een kostenindicatie en beoogde locatie;
- b.
contactpersoon en contactgegevens.
Artikel 4.33.9 Subsidieaanvraag
- 1.
De aanvraag kan het hele jaar worden ingediend.
- 2.
De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Natuur voor Elkaar Inwonersinitiatieven.
- 3.
De aanvrager levert daarnaast in:
- a.
het formulier preadvies van het Uitvoeringteam Natuur voor Elkaar;
- b.
een projectplan met daarin in ieder geval het ontwerp, het beplantingsplan en de begroting van het project;
- c.
als de aanvrager niet de eigenaar van de grond is: een verklaring van de eigenaar van de grond dat deze instemt met de realisatie van het initiatief op zijn grond.
Artikel 4.33.10 Beschikbaar budget voor de regeling
Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2024 tot en met 2027.
Artikel 4.33.11 Aanvullende verplichtingen
De subsidieontvanger is verplicht:
- a.
de uitvoering van het initiatief te starten binnen 3 maanden;
- b.
het initiatief binnen 18 maanden na subsidieverlening uitgevoerd te hebben;
- c.
het initiatief of het resultaat ervan minimaal 5 jaar in stand te houden.
Artikel 4.33.12 Geen staatssteun
Er is geen sprake van staatssteun als de subsidie verleend kan worden onder Algemene De-minimisverordening of De-minimisverordening Landbouw.
Artikel 4.33.13 Looptijd
De subsidieregeling vervalt op 30 november 2027 om 17.00 uur
Puntentabellen
Tabel 1: Algemene scoretabel voor alle arrangementen, met uitzondering van categorie E.
|
1. Mate waarin de activiteit bijdraagt aan de Vijf V's voor een soort: Voortplanting, Veiligheid, Voedsel, Verbinding en Variatie.
|
Onvoldoende: 0 punten
Voldoende: 5 punten
Goed: 10 punten
|
|
2. Mate waarin de activiteit bijdraagt aan biodiversiteit, doordat het groen voldoet aan de kenmerken:
- •
- •
- •
afgestemd op de natuurlijke omgeving.
|
Onvoldoende: 0 punten
Voldoende: 5 punten
Goed: 10 punten
|
|
3. Mate waarin de activiteit bijdraagt aan klimaatadaptatie doordat deze bijvoorbeeld bestaan uit:
- •
maatregelen tegen hittestress;
- •
maatregelen tegen wateroverlast;
- •
maatregelen tegen droogte.
|
Onvoldoende: 0 punten
Voldoende: 5 punten
Goed: 10 punten
|
|
4. De mate waarin bij de uitvoering rekening wordt gehouden met slagingskans voor het aanslaan van de beplanting (samenstelling grond, vochthuishouding, weers- en seizoensomstandigheden en plantseizoen e.d.). Dit kan bijvoorbeeld worden onderbouwd door het beplantingsplan.
|
Onvoldoende: 0 punten
Voldoende: 5 punten
Goed: 10 punten
|
Tabel 2: Aanvullende scoretabel voor arrangement a (Groen in de buurt):
|
Wegingscriteria
|
Beoordeling
|
|
1. Mate waarin de activiteit bijdraagt aan sociale ontmoeting.
|
Onvoldoende: 0 punten
Voldoende: 5 punten
Goed: 10 punten
|
|
2. Mate waarin de activiteit bijdraagt aan beleefbaarheid van groen:
|
Onvoldoende: 0 punten
Voldoende: 5 punten
Goed: 10 punten
|
Tabel 3: Aanvullende scoretabel voor arrangement b (Natuurlijk Spelen)
|
Wegingscriteria
|
Beoordeling
|
|
1. Mate waarin de activiteit bijdraagt aan natuurbeleving door kinderen.
|
Onvoldoende: 0 punten
Voldoende: 5 punten
Goed: 10 punten
|
|
2. Mate waarin de activiteit bijdraagt aan divers spelen in het groen.
|
Onvoldoende: 0 punten
Voldoende: 5 punten
Goed: 10 punten
|
|
3. Mate waarin de activiteit bijdraagt aan sociale ontmoeting.
|
Onvoldoende: 0 punten
Voldoende: 5 punten
Goed: 10 punten
|
|
4. Mate waarin de activiteit bijdraagt aan speelmogelijkheden voor kinderen met een beperking.
|
Onvoldoende: 0 punten
Voldoende: 5 punten
Goed: 10 punten
|
Tabel 4: Aanvullende scoretabel voor arrangement c (Groen en Zorg)
|
Wegingscriteria
|
Beoordeling
|
|
1. De mate waarin de activiteit bijdraagt aan de natuurbeleving van zorgafnemers.
|
Onvoldoende: 0 punten
Voldoende: 5 punten
Goed: 10 punten
|
|
2. De mate waarin het gerealiseerde groen gebruikt gaat worden voor therapeutische, activerende of ontspannende toepassingen voor de zorgafnemers.
|
Onvoldoende: 0 punten
Voldoende: 5 punten
Goed: 10 punten
|
|
3. Mate waarin de activiteit bijdraagt aan betrokkenheid van de buurt en lokale partijen zoals scholen bij de zorginstelling.
|
Onvoldoende: 0 punten
Voldoende: 5 punten
Goed: 10 punten
|
Tabel 5: Aanvullende scoretabel, voor arrangement d (Inwoners voor Soorten)
|
Wegingscriteria
|
Beoordeling
|
|
1. Mate waarin de activiteit bijdraagt aan een verbetering van de leefomgeving voor één of meer Overijsselse Aandachtsoorten.
|
Onvoldoende: 0 punten
Voldoende: 25 punten
Goed: 50 punten
|
Tabel 6: Aanvullende scoretabel, voor arrangement e (Liefde voor Natuur)
|
Wegingscriteria
|
Beoordeling
|
|
1. Mate waarin de activiteit bijdraagt aan vernieuwing en verrijking van bestaand aanbod
|
Onvoldoende: 0 punten
Voldoende: 5 punten
Goed: 10 punten
|
|
2. De mate waarin de activiteit één van de onderstaande doelgroepen betrekt:
- •
- •
inwoners van wijken waar natuur verder weg is;
- •
mensen die zorg nodig hebben of een fysieke, mentale of sociale beperking ervaren;
- •
nieuwe doelgroepen die nog niet of weinig in aanraking zijn gekomen met natuur of met het programma.
|
Onvoldoende: 0 punten
Voldoende: 5 punten
Goed/uitstekend: 10 punten
|
|
3. In het projectvoorstel zijn de resultaten concreet geformuleerd; wat levert de investering op en welke impact heeft dat voor mens en natuur.
|
Onvoldoende: 0 punten
Voldoende: 5 punten
Goed: 10 punten
|
|
4. De mate waarin de activiteit zich richt op een van de onderstaande aandachtsgebieden uit het Investeringsvoorstel:
- •
- •
sport en vrijetijdsbesteding;
- •
- •
- •
|
Onvoldoende: 0 punten
Voldoende: 5 punten
Goed/uitstekend: 10 punten
|
|
5. Mate waarin de activiteit deelnemers toerust om zich actief in te zetten voor verbetering van de groene leefomgeving in hun eigen werk of omgeving.
|
Onvoldoende: 0 punten
Voldoende: 5 punten
Goed: 10 punten
|
|
6. De activiteit is ook te herhalen/vertalen naar andere locaties (uitrolbaarheid activiteit).
|
Onvoldoende: 0 punten
Voldoende: 5 punten
Goed: 10 punten
|
Paragraaf 4.34 wordt volledig herzien en komt als volgt te luiden:
4.34 Natuur voor Elkaar Creatie en Innovatie
Artikel 4.34.1 Betekenis van de begrippen
In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd.
- -
Buitenruimte: open ruimte die zich buiten een gebouw bevindt en bedoeld is voor buitenactiviteiten en recreatie en die in principe openbaar toegankelijk is.
- -
Eerstelijns ondersteuning: (potentiële) initiatiefnemers van groene initiatieven helpen oriënteren, informeren en inspireren door het organiseren van ontmoetingen, het beschrijven en aanjagen van nieuwe ontwikkelingen.
- -
Investeringsvoorstel Natuur voor Elkaar (PS23-001402): document met omschrijving van de beleidsambitie met bijbehorende doelen en bijhorende (financieel) kader voor Natuur voor Elkaar voor de periode van 2024-2027.
- -
Programmaplan Natuur voor Elkaar 2024-2027: het plan waarin de uitvoering van het investeringsvoorstel Natuur voor Elkaar is uitgewerkt, hier te lezen: https://www.natuurvoorelkaar.nl/project/97/programmaplan-natuur-voor-elkaar-2024---2027.
- -
Groene Loper: een lokale, informele werkorganisatie die zoveel mogelijk mensen met de natuur in hun eigen leefomgeving wil verbinden. Dit door bewoners(groepen) te inspireren en adviseren, verschillende initiatieven met elkaar in contact te brengen en gezamenlijke activiteiten te organiseren.
- -
Natuurkwaliteit: het bevorderen van biodiversiteit, het gebruik van inheemse soorten en/of het toepassen van klimaatadaptieve maatregelen.
- -
Intermediaire partijen: Organisaties, stichtingen of bedrijven die een verbindende rol spelen tussen beleid en praktijk, met aantoonbare deskundigheid of netwerk op het gebied van de activiteit. Denk aan zorginstellingen, onderwijsorganisaties, woningcorporaties, hoveniers en andere bedrijven die direct bijdragen aan het dagelijks leven van inwoners.
- -
Natuurinclusief: initiatieven of maatregelen die bijdragen aan biodiversiteit, gebruik maken van inheemse soorten, beleefbare natuur stimuleren en/of klimaatadaptief zijn.
- -
Programmalijnen: de drie lijnen zoals benoemd in het investeringsvoorstel en Programmaplan Natuur voor Elkaar waaronder de projecten intern worden onderverdeeld. Programmalijnen zijn:
- a.
Natuur in de Buurt: meer beleefbaar en biodivers groen in de directe leefomgeving van inwoners van Overijssel;
- b.
Natuur voor Mensen, Mensen voor Natuur: meer verbondenheid van mens met de natuur, met speciale aandacht voor inwoners met meer afstand tot natuur;
- c.
Liefde voor Natuur: vergroten van het besef en beeld dat ook mensen natuur zijn en dat natuur bijdraagt aan een gezond leven.
Artikel 4.34.2 Doel van de subsidieregeling
Met deze subsidieregeling faciliteert de provincie activiteiten van de organisaties die samen het netwerk Natuur voor Elkaar vormen en dat een belangrijke bijdrage levert aan het vergroten van de groene beweging Natuur voor Elkaar.
Artikel 4.34.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
- 1.
De subsidie wordt verleend voor het uitvoeren van projecten, pilots en/of het bieden van eerstelijnsondersteuning die bijdragen aan één of meer van onze ambities:
- a.
Overijsselaren voelen zich meer verbonden met de natuur dichtbij en weten wat zij zelf kunnen doen om de natuur een handje te helpen. Zij ontdekken wat de natuur voor henzelf betekent. Hierbij hebben we extra aandacht voor inwoners die meer afstand tot de natuur hebben, zoals kinderen, jongeren, mensen die in wijken wonen waar natuur verder weg is en mensen die zorg nodig hebben.
- b.
Kennis en het bewustzijn bij Overijsselaren over de (sociale, maatschappelijke en economische) meerwaarde van de natuur in eigen omgeving is vergroot.
- c.
Er is meer groen toegevoegd in alle steden en dorpen in Overijssel en kwaliteit van groen op het platteland is toegenomen. Daarmee is de kwaliteit van onze algemeen voorkomende natuur toegenomen; groen dat bijdraagt aan meer biodiversiteit, klimaatopgaven, sociale cohesie en gezondheid.
- d.
De liefde voor en kennis over Overijsselse aandachtsoorten en algemeen voorkomende soorten in steden, dorpen en op het platteland is bij inwoners en professionals toegenomen.
- e.
Het netwerk van ambassadeurs Natuur voor Elkaar is gegroeid met nieuwe partners.
- 2.
De activiteiten voldoen aan de volgende voorwaarden:
- a.
de activiteiten worden uitgevoerd in Overijssel;
- b.
de activiteiten zijn vernieuwend of vormen een aanvulling op bestaande of reeds uitgevoerde activiteiten binnen het provinciale programma Natuur voor Elkaar. Uitzondering hierop zijn activiteiten die worden uitgevoerd in het kader van de Groene Loper; deze mogen voortbouwen op eerder uitgevoerde initiatieven binnen dit programma;
- c.
de activiteit dient het algemeen belang, dat wil zeggen dat er geen sprake is van een winstoogmerk;
- d.
de activiteit vormt aantoonbaar een oplossing voor een behoefte of vraag van de beoogde gebruikers of hun vertegenwoordigers. Deze behoefte is vastgesteld op basis van voorafgaande participatie, waarbij de doelgroep aantoonbaar is betrokken bij de planvorming;
- e.
de te realiseren fysieke vergroening moeten waar mogelijk openbaar toegankelijk of beleefbaar zijn. Indien de doelgroep of de activiteit het niet toelaat dat de vergroening openbaar beleefbaar is, kan hiervan gemotiveerd worden afgeweken. De aanvrager dient dit in de aanvraag duidelijk te onderbouwen;
- f.
de aanvrager dient in de aanvraag inzichtelijk te maken op welke wijze de activiteit duurzaam wordt geborgd. Deze borging dient concreet en toetsbaar te zijn opgenomen in de aanvraag:
- 1.
bij fysieke vergroening betreft dit een uitgewerkte aanpak voor beheer en onderhoud gedurende minimaal vijf jaar na realisatie;
- 2.
bij procesgerichte activiteiten gaat het om de wijze waarop wordt voorzien in implementatie, verankering en nazorg van de ontwikkelde aanpak, kennis of werkwijze;
- g.
de activiteit draagt aantoonbaar bij aan één of meerdere van de onderstaande Natuur voor Elkaar impactdoelen:
- 1.
Overijsselse huishoudens nemen steeds meer initiatief om de natuurkwaliteit van hun buitenruimte te versterken;
- 2.
medeoverheden en/of intermediaire partijen in Overijssel tonen steeds meer inspanningen om buitenruimtes en terreinen natuurinclusief in te richten en te beheren;
- 3.
er is in Overijssel een toename in m2 buitenruimtes en terreinen waar de gebiedseigen natuurkwaliteit is versterkt;
- 4.
er is in Overijssel een toename in m2 beleefbare, drempelvrije, groene buitenruimte en terreinen;
- 5.
er is in Overijssel een toename in m2 buitenruimte en terreinen waar natuur inclusieve klimaat adaptieve maatregelen zijn genomen;
- 6.
er is een toename van Overijsselaren dat dagelijks in hun directe leefomgeving, waar nodig ondersteunt door professionals/vrijwilligers, de positieve werking van de natuur op hun welzijn ervaart;
- 7.
Overijsselaren dragen steeds meer zorg voor de natuur in hun dagelijks leven door de keuzes die ze maken;
- 8.
intermediaire partijen en/of medeoverheden in Overijssel tonen steeds meer initiatief om de waarde van natuur integraal onderdeel te maken van hun dagelijkse praktijk/bedrijfsvoering;
- 9.
steeds meer Overijsselaren (her)ontdekken de liefde voor de natuur;
- 10.
intermediaire partijen en/of medeoverheden in Overijssel zijn zich steeds meer bewust van de waarde van de natuur en zijn toegerust om dit in hun dagelijkse praktijk te integreren.
- 11.
Overijsselaren voelen zich steeds meer gesterkt in het nemen van groene initiatieven, en dragen de liefde voor natuur uit aan andere Overijsselaren.
- h.
de activiteit scoort minimaal 100 punten op basis van scoretabel 1.
Artikel 4.34.4 Aanvrager
De aanvrager is een rechtspersoon.
Artikel 4.34.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen
De personeelskosten en de kosten van derden zijn subsidiabel. De artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.9 zijn van toepassing, met uitzondering van artikel 1.2.7 lid 1 onderdeel c: de aankoopkosten van machines en apparatuur zijn niet subsidiabel. Daaronder vallen ook bijkomende kosten zoals licenties voor software en de onderhoudskosten van een machine of apparatuur.
Artikel 4.34.6 Hoogte van de subsidie
- 1.
Voor de uitvoering van de activiteit in artikel 4.34.3 lid 1 onderdeel a is de subsidie maximaal 100% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 300.000,- per aanvraag.
- 2.
De subsidie voor de uitvoering van een Groene Loper-project is maximaal 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 22.500,- voor een bestaand Groene Loper project en maximaal 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 30.000,- voor een nieuw Groene Loper project.
- 3.
Overijsselse gemeenten kunnen gebruik maken van deze subsidie dit is maximaal 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 15.000,- per Overijsselse gemeente.
- 4.
Een Overijsselse gemeente mag per impactdoel zoals benoemd in 4.34.3 lid 2 onderdeel g, één keer subsidie ontvangen op grond van deze regeling.
Artikel 4.34.7 Subsidieaanvraag
- 1.
De aanvraag kan ingediend worden tot en met 1 mei 2027.
- 2.
De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Natuur voor Elkaar Creatie en Innovatie.
- 3.
De aanvrager levert aanvullend een projectplan in. Het is verplicht het voorgeschreven format te gebruiken. In dit plan is beschreven hoe en in welke mate wordt bijgedragen aan de voorwaarden van de subsidiabele activiteiten zoals opgenomen in deze regeling en in scoretabel 1.
Artikel 4.34.8 Beschikbaar budget voor de subsidieregeling
- 1.
Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2025 tot en met 2027.
- 2.
Er geldt een deelplafond voor Groene Loper aanvragen en Overijsselse Gemeenten.
Artikel 4.34.9 Aanvullende verplichtingen
- 1.
In geval van subsidie voor de activiteiten in artikel 4.34.3 lid 1 alle onderdelen, heeft de activiteit een looptijd tot maximaal 31 december 2027 vanaf de datum van subsidieverlening.
- 2.
In geval van subsidie voor een Groene Loper: de Groene Loper is na verlening van de subsidie minimaal 2 jaar actief.
- 3.
De resultaten van de activiteiten en opgedane kennis en ervaring worden actief gedeeld.
Artikel 4.34.10 Staatssteun
- 1.
Als de aanvrager zowel economische als niet economische activiteiten uitvoert, dan moet de aanvrager een gescheiden boekhouding voeren tussen de economische en niet economische activiteiten.
- 2.
De activiteiten eerstelijnsondersteuning zijn niet economisch van aard en leveren geen staatssteun op. Deze activiteiten zijn beperkt in tijdsbeslag en hebben primair het karakter van algemene voorlichting en kennisdeling en betreffen daarmee niet-economische activiteiten.
- 3.
Er is geen sprake van staatssteun als de subsidie verleend kan worden onder de Algemene De-minimisverordening. Artikel 1.2.10 lid 4 is van toepassing.
- 4.
De subsidie aan een gemeente is geen staatssteun.
Artikel 4.34.11 Looptijd
Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2027 om 17.00 uur.
Scoretabel 1 – Algemene scoretabel
|
Criterium
|
Te behalen punten
|
|
a. Mate waarin de activiteit aantoonbaar bijdraagt aan het realiseren van de ambities van Natuur voor Elkaar, zoals verwoord in 4.34.3 lid 1.
|
Onvoldoende: 0 punten
Voldoende: 15 punten
Goed/uitstekend: 30 punten
|
|
b. Mate waarin de activiteit een significante verandering beoogt te realiseren op een of meer van de Natuur voor Elkaar impactdoelen, zoals verwoord in 4.34.3 lid 2 onderdeel g.
|
Onvoldoende: 0 punten
Voldoende: 15 punten
Goed/uitstekend: 30 punten
|
|
c. Impact potentieel: mate van waarschijnlijkheid dat de activiteit daadwerkelijk leidt tot de beoogde verandering.
|
Onvoldoende: 0 punten
Voldoende: 5 punten
Goed/uitstekend: 10 punten
|
|
d. Additiviteit: mate waarin de activiteit aanvullend of vernieuwend is ten opzichte van bestaande activiteiten in Overijssel
|
Onvoldoende: 0 punten
Voldoende: 5 punten
Goed/uitstekend: 10 punten
|
|
e. Relevantie: mate waarin de gekozen aanpak aansluit bij de rol en taak van Natuur voor Elkaar.
|
Onvoldoende: 0 punten
Voldoende: 5 punten
Goed/uitstekend: 10 punten
|
|
f. Substantieel: mate waarin er sprake is van een redelijke balans tussen omvang van impact en gevraagde investering.
|
Onvoldoende: 0 punten
Voldoende: 5 punten
Goed/uitstekend: 10 punten
|
|
g. Noodzakelijkheid: mate waarin de investering van Natuur voor Elkaar nodig is om de gewenste verandering te realiseren.
|
Onvoldoende: 0 punten
Voldoende: 5 punten
Goed/uitstekend: 10 punten
|
|
h. De beoogde resultaten zijn SMART geformuleerd in het projectvoorstel: specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden.
|
Onvoldoende: 0 punten
Voldoende: 5 punten
Goed/uitstekend: 10 punten
|
|
i. Netwerk: mate waarin andere overheden, maatschappelijke organisaties of andere partijen bijdragen aan de activiteit, hetzij financieel, hetzij in natura. (Een substantiële en aantoonbare bijdrage van derden vergroot het maatschappelijk draagvlak en versterkt de impact van het project.)
Specifiek voor Groene Lopers geldt een inspanningsverplichting om minimaal € 10.000,- aan bijdragen van derden te realiseren.
|
Onvoldoende: 0 punten
Voldoende: 5 punten
Goed/uitstekend: 10 punten
|
|
j. Mate waarin de activiteit gericht is op het realiseren van impact bij een of meer van de volgende doelgroepen, welke als met prioriteit zijn benoemd in het investeringsvoorstel:
- o
- o
inwoners van wijken waar natuur verder weg is;
- o
mensen die zorg nodig hebben of een fysieke, mentale of sociale beperking ervaren;
- o
nieuwe doelgroepen die nog niet of weinig in aanraking zijn gekomen met natuur of met het programma.
|
Onvoldoende: 0 punten
Voldoende: 5 punten
Goed/uitstekend: 10 punten
|
|
k. De mate waarin de activiteit zich richt op een van de onderstaande aandachtsgebieden uit het Investeringsvoorstel:
- o
- o
sport en vrijetijdsbesteding;
- o
- o
- o
|
Onvoldoende: 0 punten
Voldoende: 5 punten
Goed/uitstekend: 10 punten
|
|
Totaal: 150 punten
|
|
4.39 Beleid transformatie agrarische bebouwing, erven en gronden
Artikel 4.39.8 Beschikbaar budget voor de regeling
De tekst komt als volgt te luiden: Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2025 en 2026.
Paragraaf 4.42 wordt toegevoegd:
4.42 Stimuleren samenwerking agrarische onderwijsinstellingen
Artikel 4.42.1 Betekenis van begrippen
In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd.
- -
Agro&food sector: alle ondernemingen of organisaties in de voedselketen, waarbij de plantaardige en dierlijke economische ketens centraal staan, inclusief de voor de voedingsmiddelen bestemde logistiek, handel, financiële dienstverlening en onderzoek en ontwikkeling. Als niet met zekerheid kan worden bepaald of een aanvrager onder de Agro&food sector valt, wordt gekeken naar de Monitor topsectoren, Methodebeschrijving en tabellenset van het CBS.
- -
Agrarische onderwijsinstelling: onderwijsinstelling die onderwijs aanbiedt op het gebied van landbouw, veehouderij, voedselproductie, natuurbeheer of aanverwante thema’s. Het gaat om bekostigd onderwijs gefinancierd door de overheid om opleidingen te verzorgen. Dit wordt ook wel regulier onderwijs genoemd. Commerciële particuliere opleidingen en kennisinstellingen vallen hier niet onder.
Artikel 4.42.2 Doel van de regeling
Deze subsidieregeling heeft als doel het stimuleren van samenwerking tussen agrarische onderwijsinstellingen (mbo en hbo) gericht op het ontwikkelen van onderwijs en praktijkgericht onderzoek dat bijdraagt aan een toekomstbestendige landbouwsector.
Artikel 4.42.3 Subsidiabele activiteiten
- 1.
Subsidie kan worden verstrekt voor het gezamenlijk ontwikkelen van leergangen, onderwijsmodules of praktijkprojecten op het gebied van minimaal een van de volgende thema’s: nieuwe teelten, emissiearme landbouw, biologische landbouw, regionaal voedselsysteem, verbinding stad platteland, nieuwe verdienmodellen, agritech, duurzame veehouderij en natuurlijke ecosystemen.
- 2.
De activiteiten voldoen aan de volgende voorwaarden:
- a.
er is sprake van samenwerking tussen minimaal een agrarische mbo- of hbo-onderwijsinstelling en minimaal een mbo- of hbo-onderwijsinstelling fysiek gevestigd in Overijssel;
- b.
de samenwerkende onderwijsinstellingen streven ernaar om, waar mogelijk, een gelijk aantal uren aan de activiteiten te besteden. Daarbij geldt dat geen van de deelnemende instellingen minder dan 30% van het totaal begrote uren mag bijdragen;
- c.
het gaat om nieuwe activiteiten en nieuwe samenwerkingen die bijdragen aan een toekomstbestendige landbouw in Overijssel. Dit betekent dat bestaande leergangen, onderwijsmodules of praktijkprojecten niet voor de subsidie in aanmerking komen;
- d.
agrarische bedrijven en/of maatschappelijke partijen doen mee en worden betrokken bij het ontwikkelen van de nieuwe leergangen, onderwijsmodules of praktijkprojecten;
- e.
de samenwerking is gericht op inhoudelijke kennisontwikkeling en -deling en van elkaar leren;
- f.
de te ontwikkelen leergangen, onderwijsmodules of praktijkprojecten of onderdelen ervan worden voor minimaal 3 jaar opgenomen in het onderwijsaanbod. Het gaat erom dat de activiteiten niet eenmalig zijn, maar een blijvend effect hebben blijkend uit het ingediende projectplan;
- g.
een leergang, onderwijsmodule of praktijkproject die al eerder gesubsidieerd is op basis van deze subsidieregeling komt niet voor de subsidie in aanmerking ook niet als het een nieuw onderdeel of doorontwikkeling betreft.
Artikel 4.42.4 Aanvrager
- 1.
De aanvrager is een samenwerkingsverband van minimaal een agrarische mbo- of hbo- onderwijsinstelling en minimaal een mbo- of hbo-onderwijsinstelling fysiek gevestigd in Overijssel.
- 2.
Bij een samenwerkingsverband zijn alle deelnemers aanvrager. Alle deelnemers zijn voor het eigen deel verantwoordelijk voor de subsidie. Deelnemers zijn verplicht een samenwerkingsovereenkomst te sluiten. De penvoerder is een van de deelnemers en maakt de ontvangen subsidie over aan de deelnemers. Voor de uitleg van de begrippen samenwerkingsverband en samenwerkingsovereenkomst geldt artikel 1.1.3.
Artikel 4.42.5 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
- 1.
Alleen de personeelskosten van de aanvrager(s) en de inhuur van derden door de aanvragers zijn subsidiabel. Artikel 1.2.7 lid 1 onderdeel b tot en met e zijn niet van toepassing. Dit betekent dat de kosten van bijvoorbeeld materialen, de aankoopkosten van machines en apparatuur niet subsidiabel zijn.
- 2.
Als samenwerkende onderwijsinstellingen elkaar inhuren als derden, dan zijn die kosten niet subsidiabel.
Artikel 4.42.6 Hoogte van de subsidie
- 1.
De subsidie is maximaal 80% van de subsidiabele kosten.
- 2.
De subsidie is maximaal € 75.000,- per aanvraag en maximaal € 150.000,- per aanvrager of deelnemende onderwijsinstelling. Dit betekent dat een onderwijsinstelling vaker subsidie kan ontvangen op basis van deze subsidieregeling, met een maximum van € 150.000,-.
- 3.
De subsidie wordt niet verleend als de berekende subsidie per aanvraag minder dan € 20.000,- is. Artikel 1.2.17 lid 2 is niet van toepassing.
Artikel 4.42.7 Subsidieaanvraag
- 1.
Een subsidieaanvraag kan het hele jaar worden ingediend.
- 2.
De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Stimuleren samenwerking agrarische onderwijsinstellingen.
- 3.
De aanvrager levert een begroting en een dekkingsplan in. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde begrotingsformat te gebruiken.
- 4.
De aanvrager levert aanvullend een projectplan in waarin in ieder geval is opgenomen:
- a.
doelstelling van het project: hoe draagt het project bij aan een toekomstbestendige landbouw? Welke onderwijsmodules, leergangen of praktijkprojecten worden ontwikkeld?
- b.
beschrijving van de activiteiten: Welke activiteiten worden uitgevoerd (zoals praktijkgericht onderzoek, kennisdeling, netwerkvorming)? Hoe zijn deze nieuw en innovatief?
- c.
samenwerking: Welke agrarische onderwijsinstellingen zijn betrokken? Welke agrarische bedrijven en/of maatschappelijke organisaties doen mee? Hoe wordt de samenwerking vormgegeven?
- d.
inhoudelijke bijdrage: Hoe draagt het project bij aan kennisontwikkeling en toepassing in de praktijk? Hoe wordt kennis verspreid?
- e.
planning en fasering van de activiteiten;
- f.
structurele borging van het resultaat. Hoe worden de leergangen, onderwijsmodules of praktijkprojecten opgenomen in het onderwijsaanbod?
- 5.
De aanvrager levert aanvullend een samenwerkingsovereenkomst in. Artikel 1.2.13 lid 7 is van toepassing. In deze overeenkomst worden ten minste de volgende elementen opgenomen: de taken, verantwoordelijkheden en financiële bijdragen van iedere deelnemende partij; de penvoerder binnen het samenwerkingsverband; de betrokken agrarische onderwijsinstellingen, bedrijven en/of maatschappelijke organisaties; en de wijze waarop de samenwerking wordt vormgegeven.
Artikel 4.42.8 Beschikbaar budget voor de subsidieregeling
Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2025 tot en met 2027.
Artikel 4.42.9 Aanvullende verplichtingen
De subsidieontvanger is verplicht:
- a.
de ontwikkelde leergangen, onderwijsmodules of praktijkprojecten en de resultaten ervan beschikbaar te stellen via bijvoorbeeld Groenkennisnet. Het is niet toegestaan om een vergoeding te vragen;
- b.
de activiteiten uiterlijk 31 december 2027 uitgevoerd te hebben;
- c.
de ontwikkelde leergangen, onderwijsmodules of praktijkprojecten of onderdelen ervan worden voor minimaal 3 jaar opgenomen in het onderwijsaanbod. Het gaat erom dat de activiteiten niet eenmalig zijn, maar een blijvend effect hebben blijkend uit het ingediende projectplan.
Artikel 4.42.10 Geen staatssteun
De subsidiabele activiteiten leveren geen staatssteun op.
Artikel 4.42.11 Looptijd
Deze subsidieregeling vervalt 30 november 2027.
5.4 Inzet vrijwilligers bij buurtbussen in Overijssel
Artikel 5.4.9 Looptijd
‘2025’ wordt vervangen door: 2027
5.5 Verduurzamen mobiliteitsbeleid werkgevers
Artikel 5.5.7 komt als volgt te luiden:
Artikel 5.5.7 Beschikbaar budget voor de subsidieregeling
Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2024 tot en met 2026.
Artikel 5.5.10 Looptijd
‘2025’ wordt vervangen door: 2026
5.6 Verbeteren infrastructuur openbaar vervoer
Artikel 5.6.8 Subsidieaanvraag
Lid 1: ‘16 september’ wordt vervangen door: 24 oktober
5.9 Stimulering elektrische vrachtfiets
Artikel 5.9.9 Beschikbaar budget voor de subsidieregeling
‘2025’wordt vervangen door: 2026.
Artikel 5.9.12 Looptijd
‘2025’ wordt vervangen door: 2026
5.11 Stimuleren slim en duurzaam goederenvervoer,
Artikel 5.11.9 Beschikbaar budget voor de subsidieregeling
Sub b: ‘2025’ wordt vervangen door: 2026
Artikel 5.11.12 Looptijd
‘2025’ wordt vervangen door: 2026
6.2 MIT-Haalbaarheidsprojecten
Artikel 6.2.11 Looptijd
‘2025’ wordt vervangen door: 2026
6.3 MIT-R&D-samenwerkingsprojecten
Artikel 6.3.13 Looptijd
‘2025’ wordt vervangen door: 2026
6.13 Digitale en circulaire industrie Overijssel
Artikel 6.13.8 Subsidieaanvraag
‘30 november’ wordt vervangen door: 15 december
Artikel 6.13.12 Looptijd
‘2025’ wordt vervangen door: 2026
6.18 Regio Deal Regio Zwolle 2024-2028
Artikel 6.18.14 Staatsteun
Lid 3: na ‘29’ wordt een komma geplaats en toegevoegd: 41
6.20 Bijzondere regionale evenementen 2025
In de titel wordt ‘2025’ vervangen door: 2026
Artikel 6.20.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
Lid 5:
- -
voor ‘carnavalsoptocht’ komt het woord ‘lokale’ te vervallen.
- -
tussen ‘één enkele culturele voorstelling’ en ‘planten- of dierenshow,’ toevoegen: een reeks concerten
Artikel 6.20.8 Subsidieaanvraag
Lid 1: De tekst komt als volgt te luiden: De subsidieaanvraag kan ingediend worden vanaf 20 oktober2025 en moet 21 november 2025 voor 17.00 uur zijn ontvangen.
Lid 2: ‘2025’ wordt vervangen door: 2026
Puntentabel
Onderdeel 4 komt als volgt te luiden:
4. Het evenement heeft inhoudelijke, artistieke* en organisatorische en zakelijke kwaliteit, die aannemelijk gemaakt is aan de hand van de onderbouwing van:
Inhoudelijke kwaliteit:
- •
Beschrijving van het doel van het evenement.
- •
Een gemotiveerde keuze voor het programma en de verschillende onderdelen daarin.
Artistieke kwaliteit:
- •
Uitwerking van hoe zorggedragen wordt voor een goede (artistieke) kwaliteit van de activiteiten.*
Organisatorische kwaliteit:
- •
Uitwerking van hoe er zorg wordt gedragen voor een kundige organisatie van het evenement.
Zakelijke kwaliteit:
- •
Beschrijving van het doel van het evenement.
- •
Het financieringsplan blijkend uit de meegeleverde begroting
- *
Artistieke kwaliteit geldt niet bij sportevenementen
6.22 Provinciale cofinanciering Regio Deal ‘Sterker in 3D’
Artikel 6.22.11 Staatsteun
Lid 2: na ‘38’ wordt een komma geplaats en toegevoegd: 41
7.7 Cultuurparticipatie, mee doen is kunst
Artikel 7.7.1 Doel van de subsidieregeling
De tekst ‘van publiek’ komt te vervallen.
Artikel 7.7.5 Hoogte van de subsidie
Lid 2: € 20.000,- wordt vervangen door: € 10.000,-
Lid 3 komt als volgt te luiden;
- 3.
De subsidie voor activiteiten om de deskundigheid van de aanvragende organisatie te verbeteren bedraagt maximaal 100% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 1.500,-.
Lid 6 komt als volgt te luiden:
- 6.
De aanvrager mag maximaal 1 keer subsidie ontvangen in de periode 2025-2028 op basis van deze subsidieregeling.
Artikel 7.7.6 Eigen bijdrage
De tekst van dit artikel komt als volgt te luiden:
Minimaal 35% van de begrote kosten wordt gefinancierd met een geldelijke bijdrage van de aanvrager of derden en is op het moment van de subsidieaanvraag definitief geregeld. Deze 35% dekking gaat over 35% van de totale begroting.
Artikel 7.7.7 Subsidieaanvraag
Lid 4 komt te vervallen.
7.10 Vernieuwing sociale kwaliteit
Artikel 7.10.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
Lid 3, onderdeel a komt als volgt te luiden:
- a.
de aanvraag heeft betrekking op tenminste twee beleidsthema’s. De beleidsthema’s waarin veel vrijwilligers werkzaam zijn, zijn sociale kwaliteit, natuur en landschap, mobiliteit, cultuur en erfgoed;
7.16 Overijssel toont talent
Artikel 7.16.10 Looptijd
‘2025’ wordt vervangen door: 2028
7.21 Dorpsplannen
Artikel 7.21.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
Lid 2, onderdeel f, komt als volgt te luiden:
- f.
de inwoners van het dorp worden uitgenodigd om ideeën aan te leveren en mee te werken aan het opstellen van het dorpsplan. Het dorpsplan wordt opgesteld in een open proces en alle dorpsbewoners kunnen meedoen. Het dorpsplan wordt opgesteld in minimaal de volgende processtappen: agenderen (waar gaan we het over hebben), bespreken (wat vinden we er van) en beslissen (wat komt er in het dorpsplan te staan). In de offerte van de procesbegeleider wordt beschreven op welke wijze bewoners aan elk van de drie processtappen mee kunnen doen;
Een nieuw onderdeel g wordt toegevoegd, dat luidt:
- g.
het dorpsplan is meer dan een wensenlijstje. Het bevat ook een projectenlijst – in de offerte van de procesbegeleider is beschreven hoe en wanneer werkgroepen worden gevormd of kartrekkers worden benoemd, zodat niet alle verantwoordelijkheid bij plaatselijk belang/dorpsraad blijft liggen en het echt een plan is ván, vóór en dóór het hele dorp. In het dorpsplan wordt per onderwerp aangegeven hoe de uitvoering wordt aangepakt of opgestart en wie dit oppakt (namen noemen hoeft niet, maar bijvoorbeeld: ‘er is een werkgroep met vier mensen’);
Een nieuw onderdeel h wordt toegevoegd dat luidt:
- h.
de offerte van de procesbegeleider bevat een communicatieparagraaf: hoe wordt de communicatie aangepakt, zowel met inwoners als met de gemeente? En hoe worden mensen betrokken die uit zichzelf niet zo snel meedoen (zoals jongeren)? En hoe wordt het dorpsplan gedeeld met het dorp?
Een nieuw lid 3 wordt toegevoegd, dat luidt:
- 3.
Voorafgaand aan het indienen van de aanvraag heeft afstemming plaatsgevonden met een provinciale beleidsmedewerker leefbaar platteland.
Een nieuw lid 4 wordt toegevoegd, dat luidt:
- 4.
Een aanvrager mag niet vaker dan een keer subsidie ontvangen op basis van deze regeling, behalve als Gedeputeerde Staten anders besluiten.
Artikel 7.21.4 Aanvrager
Dit artikel komt als volgt te luiden: De aanvrager of de penvoerder is een stichting of een vereniging.
Artikel 7.21.8 Beschikbaar budget voor de regeling
'en 2025’ wordt vervangen door: tot en met 2027
Artikel 7.21.9 Aanvullende verplichtingen
Een nieuw lid d wordt toegevoegd, dat luidt:
- d.
de aanvrager deelt opgedane kennis en ervaringen met initiatiefnemers van dorpsplannen in andere Overijsselse dorpen met vergelijkbare initiatieven.
Artikel 7.21.11 Looptijd
‘2025’ wordt vervangen door: 2027
7.22 Planvorming, uitwerking en analyses leefbaar platteland
Artikel 7.22.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
In lid 1 wordt ‘lid 2 onderdeel c’ vervangen door lid 2, onderdeel d
Lid 2. In de eerste zin wordt ‘intiatief’ vervangen door: initiatief
Lid 3 wordt omgenummerd naar lid 4 en komt als volgt te luiden:
- 4.
De volgende activiteiten komen niet in aanmerking voor subsidie:
- a.
initiatieven van of voor individuen of individuele ondernemingen;
- b.
initiatieven die deel uitmaken van de regiodeal Zwolle;
- c.
initiatieven die betrekking hebben op alleen verduurzaming, energiebesparing of energieopwekking;
- d.
initiatieven waarvoor al een subsidie is verleend op grond van deze regeling.
Lid 3 komt als volgt te luiden:
- 3.
Voorafgaand aan het indienen van de aanvraag heeft afstemming plaatsgevonden met een provinciale beleidsmedewerker leefbaar platteland.
Artikel 7.22.4 Aanvrager
Dit artikel komt als volgt te luiden:
- 1.
De aanvrager is een stichting of een vereniging.
- 2.
Een aanvrager mag niet vaker dan twee keer subsidie ontvangen op basis van deze regeling, tenzij Gedeputeerde Staten anders besluiten.
Artikel 7.22.9 Aanvullende verplichtingen
Dit artikel komt als volgt te luiden:
- 1.
De subsidieontvanger is verplicht de activiteiten binnen 3 maanden na de datum waarop de subsidie is verleend te starten.
- 2.
De aanvrager deelt opgedane kennis en ervaringen met initiatiefnemers van vergelijkbare initiatieven elders in Overijssel.
Artikel 7.22.11 Looptijd
‘2026’ wordt vervangen door: 2027
7.23 Kader cultuur en erfgoed 2025-2028
Bijlage 1: Tabel 1 bij 7.23 Kader culturele en erfgoedinstellingen Overijssel 2025 tot en met 2028
De tekst in de rij ‘De Fundatie’ komt als volgt te luiden:
|
De Fundatie
|
€ 6.432.536,00
|
€ 1.326.884,00
|
€ 1.701.884,00
|
€ 1.701.884,00
|
€ 1.701.884,00
|
De tekst in de totaalrij komt als volgt te luiden:
|
Totaal
|
€ 39.587.404,00
|
€ 9.615.601,00
|
€ 9.990.601,00
|
€ 9.990.604,00
|
€ 9.990.604,00
|
7.25 Fysieke investeringen leefbaar platteland
Artikel 7.25.1 Betekenis van de begrippen
In het begrip ‘dorp’ komt de tekst ‘minimaal 500 en’ te vervallen.
Artikel 7.25.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
Lid 3 wordt omgenummerd naar lid 4.
Een nieuw lid 3 wordt toegevoegd dat luidt:
- 3.
Een groot project voldoet aan de volgende aanvullende voorwaarden:
- a.
het vindt plaats in een dorp met een minimale grootte (inclusief buitengebied) van 500 inwoners;
- b.
voorafgaand aan het indienen van de aanvraag heeft afstemming plaatsgevonden met een provinciaal medewerker leefbaar platteland;
- c.
er is niet eerder een subsidie of meerdere subsidies verstrekt aan het betreffende dorp op grond van de subsidieregelingen 2.14 of 2.2 Leefbaar Platteland of een ASV-subsidie van in totaal meer dan € 150.000,-.
Artikel 7.25.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen
Lid 4 komt te vervallen.
Artikel 7.25.10 Aanvullende verplichtingen
Een nieuw lid e wordt toegevoegd, dat luidt:
- e.
de aanvrager deelt opgedane kennis en ervaringen met initiatiefnemers van vergelijkbare initiatieven elders in Overijssel.
Artikel 7.25.12 Looptijd
‘2026’ wordt vervangen door: 2027
7.26 Sociale hypotheek 2025-2026
Artikel 7.26.9 Beschikbaar budget voor de subsidieregeling
Lid 1. De tekst ‘Er geldt een jaarlijks subsidieplafond’ wordt vervangen door: Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2025 en 2026.
7.27 Productieregeling cultuur Overijssel
De scoretabellen 1 en 2 komen als volgt te luiden:
Scoretabel 1 (één productie)
|
Criteria
|
Te behalen punten
|
|
Artistieke kwaliteit, die blijkt uit:
Uit de aanvraag blijkt duidelijk vanuit welke inhoudelijke visie de producties vorm krijgen.
De combinatie van ambachtelijke vaardigheden en visie vormen het vakmanschap van de kunstenaar.
Bij oorspronkelijkheid gaat het om de mate waarin de activiteiten zich in artistieke en conceptuele zin onderscheiden van het overige aanbod in de culturele sector van Overijssel. Zeggingskracht ontstaat uit het vakmanschap plus wat wel de ‘noodzaak' of ‘urgentie' van een artistieke activiteit genoemd wordt. Hierbij kan de vraag worden gesteld waarom de productie juist nu van belang is.
De score wordt als volgt bepaald per onderdeel a, b en c:
Uitstekend: 10 punten
Goed: 5 punten
Onvoldoende: 0 punten
|
Voor dit gehele onderdeel geldt:
Minimaal benodigd aantal punten: 15 punten.
Maximaal te behalen: 30 punten
|
|
Zakelijke kwaliteit, die blijkt uit een realistische begroting met dekkingsplan, een overtuigend presentatieplan en een realistische planning
De score wordt als volgt bepaald:
Uitstekend: 10 punten
Goed: 5 punten
Onvoldoende: 0 punten
|
Voor dit onderdeel geldt:
Minimaal benodigd aantal punten: 5 punten
Maximaal te behalen:
10 punten
|
|
Mate waarin wordt samengewerkt met andere relevante partijen.
De score wordt als volgt bepaald:
Uitstekend: 10 punten
Goed: 5 punten
Onvoldoende: 0 punten
|
Voor dit onderdeel geldt:
Minimaal benodigd aantal punten: 5 punten
Maximaal te behalen: 10 punten
|
|
Mate waarin het presentatieplan realistisch is. Dit blijkt uit toezeggingen of intentieverklaringen van presentatieplekken.
De score wordt als volgt bepaald:
Uitstekend: 10 punten
Goed: 5 punten
Onvoldoende: 0 punten
|
Voor dit onderdeel geldt:
Minimaal benodigd aantal punten: 5 punten
Maximaal te behalen: 10 punten
|
|
Totale score
|
Minimaal benodigd: 30 punten Maximaal te behalen: 60 punten
|
Scoretabel 2 (Productieprogramma)
|
Criteria
|
Te behalen punten
|
|
Artistieke kwaliteit, die blijkt uit:
Uit de aanvraag blijkt duidelijk vanuit welke inhoudelijke visie de producties vorm krijgen.
De combinatie van ambachtelijke vaardigheden en visie vormen het vakmanschap van de kunstenaar.
Bij oorspronkelijkheid gaat het om de mate waarin de activiteiten zich in artistieke en conceptuele zin onderscheiden van het overige aanbod in de culturele sector van Overijssel. Zeggingskracht ontstaat uit het vakmanschap plus wat wel de ‘noodzaak' of ‘urgentie' van een artistieke activiteit genoemd wordt. Hierbij kan de vraag worden gesteld waarom de productie juist nu van belang is.
De score wordt als volgt bepaald per onderdeel a, b en c:
Uitstekend: 15 punten
Goed: 10 punten
Voldoende: 5 punten
Onvoldoende: 0 punten
|
Voor dit gehele onderdeel geldt:
Minimaal benodigd aantal punten: 30 punten.
Maximaal te behalen: 45 punten
|
|
Zakelijke kwaliteit, die blijkt uit een realistische begroting met dekkingsplan, overtuigend PR en marketingplan waarin omschrijving van beoogde (nieuwe) doelgroepen en een realistische planning
De score wordt als volgt bepaald:
Uitstekend: 15 punten
Goed: 10 punten
Voldoende: 5 punten
Onvoldoende: 0 punten
|
Voor dit gehele onderdeel geldt: Minimaal benodigd aantal punten: 10 punten
Maximaal te behalen: 15 punten
|
|
Mate waarin wordt samengewerkt met andere relevante partijen.
De score wordt als volgt bepaald:
Uitstekend: 15 punten
Goed: 10 punten
Voldoende: 5 punten
Onvoldoende: 0 punten
|
Minimaal benodigd aantal punten: 5 punten
Maximaal te behalen: 15 punten
|
|
Mate waarin het presentatieplan realistisch is. Dit blijkt uit toezeggingen of intentieverklaringen van presentatieplekken
De score wordt als volgt bepaald:
Uitstekend: 15 punten
Goed: 10 punten
Voldoende: 5 punten
Onvoldoende: 0 punten
|
Minimaal benodigd aantal punten: 10 punten
Maximaal te behalen: 15 punten
|
|
Totale score
|
Minimaal benodigd aantal punten: 55 punten
Maximaal te behalen: 90 punten
|
Paragraaf 7.28 wordt toegevoegd:
7.28 De bibliotheek van de toekomst 2025-2028
Artikel 7.28.1 Betekenis van de begrippen
In dit artikel wordt een vaker voorkomend begrip uitgelegd.
- -
Bibliotheekinnovatie: het proces van uitvoeren van experimenten of pilots en/of de invoering van vernieuwingen bij lokale bibliotheken. Het kan gaan om:
- -
vernieuwing of verbetering van (bedrijfs)processen;
- -
nieuwe samenwerkingen met inwoners en partners voor programmering;
- -
nieuwe producten of diensten;
- -
deskundigheidsbevordering van personeel en vrijwilligers gericht op de vernieuwing op het gebied van proces, nieuwe samenwerkingen voor programmering en/of nieuwe producten of diensten.
Artikel 7.28.2 Doel van de subsidieregeling
Wij streven naar een Overijssel waarin iedereen kan lezen, online kan meekomen en zich een leven lang kan ontwikkelen. Bibliotheken spelen daarbij een belangrijke rol. Op basis van de Wet Stelsel Openbare Bibliotheken stimuleren wij onder meer bibliotheekinnovatie bij lokale bibliotheken. Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan innovatieve projecten waarmee bibliotheken hun aanbod, functies en werkwijze aanpassen om beter aan te sluiten op maatschappelijke behoeften.
Artikel 7.28.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
- 1.
De subsidie wordt verleend voor activiteiten die bijdragen aan bibliotheekinnovatie.
- 2.
De activiteiten voldoen aan de volgende voorwaarden:
- a.
ze worden ontwikkeld door een in Overijssel gevestigde of aantoonbaar werkzame organisatie;
- b.
ze worden uitgevoerd in Overijssel;
- c.
ze dragen bij aan of zijn gericht op minimaal één van de opgaven, zoals benoemd in het Netwerkplan Overijssels Bibliotheeknetwerk 2025-2028:
- 1.
- 2.
Participeren in de (informatie)samenleving
- 3.
- 4.
De basis garanderen (bibliotheekorganisatie)
- d.
voor het bibliotheeknetwerk relevante gerealiseerde producten of opgedane kennis worden gedeeld met het Overijssels bibliotheeknetwerk;
- e.
ze zijn afgestemd op het gemeentelijke beleid en worden inhoudelijk ondersteund door de gemeente.
- 3.
De volgende activiteiten komen niet in aanmerking voor de subsidie:
- a.
bouwkundige- of installatiewerkzaamheden of andere materiële aanpassingen aan gebouw of inventaris;
- b.
de ontwikkeling van cultuureducatiematerialen;
- c.
de gebruikelijke, doorlopende bedrijfsvoering en exploitatie van een bibliotheek.
- 4.
Als de aanvraag een vervolgtraject is op activiteiten die eerder subsidie hebben gekregen onder de regeling Bibliotheek van de Toekomst 2021-2024, moeten eerst de resultaten van deze activiteiten opgeleverd worden voordat gestart kan worden met het vervolgtraject.
Artikel 7.28.4 Aanvrager
De aanvrager is een stichting die volgens haar statuten openbaar bibliotheekwerk voor een gemeente in de provincie Overijssel uitvoert.
Artikel 7.28.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen
- 1.
De personeelskosten en de kosten van derden zijn subsidiabel. De artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.9 zijn van toepassing. Er gelden geen uitzondering op de subsidiabele en niet subsidiabele kosten.
- 2.
Vergoedingen die vrijwilligers, stagiaires en meewerkende studenten ontvangen voor de gesubsidieerde activiteiten, zijn subsidiabel. Als een vrijwilligersvergoeding voor ureninzet wordt verstrekt aan de vrijwilliger, mag deze voor een uurtarief van maximaal € 15,- op de begroting worden ogenomen.
- 3.
De volgende kosten komen niet in aanmerking voor de subsidie:
- a.
kosten van gebouwen en inventaris;
- b.
kosten voor de reguliere taken van de bibliotheek.
Artikel 7.28.6 Hoogte van de subsidie
- 1.
De subsidie is maximaal 100% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 90.000,- per gemeente waarvoor de bibliotheekstichting werkzaam is en waarin zij de subsidiabele activiteiten uitvoert.
- 2.
De bibliotheekstichting kan één of meer aanvragen indienen tot het maximale bedrag als bedoeld in lid 1.
Artikel 7.28.7 Subsidieaanvraag
- 1.
De aanvraag kan vanaf 3 november 2025 worden ingediend en moet uiterlijk 1 december 2026 vóór 17.00 uur ontvangen zijn.
- 2.
De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier De bibliotheek van de toekomst 2025-2028.
- 3.
De aanvrager levert een begroting in. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde begrotingsformat te gebruiken. Artikel 1.2.1 is van toepassing.
- 4.
De aanvrager levert een schriftelijke verklaring van de gemeente in, waarin deze aangeeft de aanvraag inhoudelijk te ondersteunen.
- 5.
De aanvrager levert aanvullend ook het ingevulde format projectplan in.
Artikel 7.28.8 Beschikbaar budget voor de regeling
Het subsidieplafond geldt voor de indieningsperiode uit artikel 7.28.7 lid 1.
Artikel 7.28.9 Aanvullende verplichtingen
De subsidieontvanger is verplicht:
- a.
de activiteiten voor 31 december 2028 uit te voeren;
- b.
de voor het bibliotheeknetwerk relevante gerealiseerde producten en/of opgedane kennis actief beschikbaar te stellen aan het Overijsselse Bibliotheeknetwerk.
Artikel 7.28.10 Staatssteun
Als sprake is van staatssteun, dan voldoet de subsidie aan hoofdstuk 1 en artikel 53 van de AGVV. Omdat door een prognose vooraf is bepaald dat er geen onevenredige winst wordt behaald, is het niet nodig om een winst- en verliesrekening toe te sturen.
Artikel 7.28.11 Looptijd
De subsidieregeling vervalt op 31 december 2028, om 17.00 uur.
Paragraaf 8.9 wordt toegevoegd:
8.9 Versterken weerbaarheid vakantieparken Overijssel
Artikel 8.9.1 Betekenis van de begrippen
In dit artikel wordt een vaker voorkomend begrip uitgelegd.
- -
Vakantiepark: een vakantiepark is een groep van minimaal vijf recreatiewoningen, waaronder chalets, die qua ligging, bouwperiode en bouwstijl een eenheid vormen.
Artikel 8.9.2 Doel van de subsidieregeling
Met deze subsidieregeling wil de provincie vakantieparken in Overijssel ondersteunen bij het versterken van hun toekomstbestendigheid. Dit gebeurt door het stimuleren van het opstellen van toekomstplannen die bijdragen aan de lokale economie, leefbaarheid, de weerbaarheid en recreatieve waarde van het park en om eventuele dreigende verloedering of ondermijning tegen te gaan.
Artikel 8.9.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
- 1.
Subsidie wordt verstrekt voor begeleiding bij het opstellen van een toekomstplan voor een vakantiepark.
- 2.
Het vakantiepark voldoet aan de volgende voorwaarden:
- a.
het vakantiepark is door de gemeente aangemerkt als park met afnemende kwaliteit en/of een onzeker toeristisch-recreatief toekomstperspectief;
- b.
- 3.
Het op te stellen toekomstplan voldoet aan de volgende voorwaarden:
- a.
het toekomstplan bevat verbetervoorstellen gericht op:
- 1.
verhoging van de toeristische en recreatieve kwaliteit, de leefbaarheid en weerbaarheid van het park;
- 2.
verbeteren van de onderlinge samenwerking op het vakantiepark en de samenwerking met de gemeente;
- 3.
minimaal 1 van de volgende onderwerpen: juridische structuur eigenaarsvereniging, natuurinclusiviteit, duurzaamheid, verhuurbaarheid of meerjarig onderhoud;
- 4.
het voorkomen van onrechtmatige (permanente) bewoning;
- b.
bij het opstellen van het toekomstplan wordt in ieder geval de gemeente betrokken;
- c.
het toekomstplan wordt opgesteld door een onafhankelijke deskundige externe coach. De coach verbindt het park met passende instrumenten en kennispartners. De coach is:
- 1.
niet verbonden aan de gemeente of het expertteam voor vitale vakantieparken van de Provincie Overijssel;
- 2.
heeft geen belang in het vakantiepark;
- 3.
beschikt over relevante inhoudelijke expertise, blijkend uit minimaal 3 referentieprojecten of opdrachten.
Artikel 8.9.4 Aanvrager
- 1.
De aanvrager is een eigenaarsvereniging, beheerder of VvE, die ten behoeve van het te maken toekomstplan de belangen behartigt van minimaal 75% van de perceeleigenaren. Het is niet vereist dat alle perceeleigenaren lid zijn van de betreffende organisatie, mits zij zich expliciet achter het voornemen tot planvorming scharen en instemmen met de eventuele vervolgstappen daarvan.
- 2.
Vakantieparken met een actieve ondernemer of beheerder met economisch belang, kunnen geen aanvraag indienen ter voorkoming van belangenconflicten, tenzij de ondernemer/beheerder in dienst van de aanvrager van de subsidie werkt.
- 3.
De aanvrager is bevoegd of gemachtigd om namens minimaal 75% van de perceeleigenaren te kunnen spreken.
Artikel 8.9.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen
Alleen kosten van derden, zijnde de externe begeleiding bij het opstellen van het toekomstplan, zijn subsidiabel. Artikel 1.2.6 is niet van toepassing.
Artikel 8.9.6 Hoogte van de subsidie
De subsidie is maximaal 65% van de subsidiabele kosten en maximaal € 17.000,- per vakantiepark.
Artikel 8.9.7 Bijdrage gemeente
Minimaal 35% van de kosten van derden worden gedekt door de gemeente.
Artikel 8.9.8 Subsidieaanvraag
- 1.
De subsidieaanvraag kan het hele jaar worden ingediend.
- 2.
De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Versterken weerbaarheid vakantieparken Overijssel.
- 3.
De aanvrager levert aanvullend de volgende stukken in:
- a.
een offerte waaruit de kosten van de externe begeleiding van het op te stellen toekomstplan blijkt;
- b.
een schriftelijke verklaring van de gemeente waaruit de bijdrage van de gemeente blijkt;
- c.
de uitgevoerde vitaliteitscan.
- 4.
De aanvrager hoeft geen begroting in te leveren. Artikel 1.2.13 lid 2 is niet van toepassing.
Artikel 8.9.9 Beschikbaar budget voor de subsidieregeling
Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2025 tot en met 2027.
Artikel 8.9.10 Aanvullende verplichtingen
De subsidieontvanger is verplicht het toekomstplan binnen 12 maanden na subsidieverlening opgesteld te hebben.
Artikel 8.9.11 Geen staatssteun
Er is geen sprake van staatssteun als de subsidie verleend kan worden onder de Algemene De-minimisverordening. Artikel 1.2.10 lid 4 is van toepassing.
Artikel 8.9.12 Looptijd
Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2027, om 17.00 uur.