Provinciaal blad van Groningen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Groningen | Provinciaal blad 2025, 17067 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Groningen | Provinciaal blad 2025, 17067 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Het Programma Landbouw 2025 - 2029 provincie Groningen vast te stellen,
zoals is aangegeven in Bijlage A.
Het besluit tot vaststelling in werking te laten treden met ingang van de dag na bekendmaking.
Groningen, 9 september 2025
Gedeputeerde Staten van Groningen:
René Paas, voorzitter
Hans Schrikkema, secretaris
Groningen is en blijft een belangrijke landbouwprovincie. Met bijna 2500 boerenbedrijven en een sterke agroketen vormt de landbouw een onmisbare pijler onder onze economie, leefomgeving en identiteit. Tegelijkertijd staat de sector voor grote uitdagingen én kansen: van verduurzaming en innovatie tot het versterken van het verdienvermogen en het leveren van maatschappelijke diensten.
Met dit Beleidsprogramma Landbouw 2025– 2029 zetten we als provincie een duidelijke koers uit richting een perspectiefvolle landbouw in 2035. Een landbouw die economisch sterk is, ecologisch verantwoord en sociaal verbonden. We doen dit niet alleen, maar samen met boeren, ketenpartners, kennisinstellingen en overheden. Alleen door samenwerking en maatwerk kunnen we dit vormgeven.
Dit programma is geen eindpunt, maar een uitnodiging tot dialoog en actie. We bouwen voort op wat er al is, en investeren in wat nodig is. Wat de provincie de komende jaren gaat doen, staat uitgewerkt in het Uitvoeringsprogramma Landbouw 2025– 2027 dat als bijlage bij dit programma is toegevoegd.
Maar een Perspectiefvolle landbouw in Groningen realiseren we niet alleen. Daarvoor is de inzet nodig van álle betrokken partijen en organisaties. Daarom nodig ik iedereen van harte uit om mee te doen! Laten we samen bouwen aan een landbouw die past bij Groningen: vooruitstrevend, duurzaam en met oog voor elkaar. Samen maken we het verschil!
Leo Wenneger
Gedeputeerde Landbouw Provincie Groningen
Het Beleidsprogramma Landbouw 2025-2029 is een uitwerking van de Economische Visie (juli 2024) van de provincie Groningen. Het programma bouwt voort op bestaand beleid en neemt het toekomstbeeld en opgave van de nieuwe Omgevingsvisie en input uit andere richtinggevende kaders mee in de programmatische aanpak. Daarmee geeft het invulling aan de richting, rol en aanpak van de provincie ten aanzien van de toekomstige landbouw. Aan dit Beleidsprogramma Landbouw is een Uitvoeringsprogramma gekoppeld (bijlage IV) waarin staat welke taken en activiteiten in de periode tot en met 2027 uitgevoerd worden.
De provincie Groningen wil een actieve bijdrage leveren aan het verhogen van de brede welvaart voor haar inwoners. Brede welvaart omvat niet alleen materiële welvaart, maar ook gezondheid, onderwijs, cultuur, milieu, sociale cohesie, persoonlijke ontwikkeling en veiligheid. Vanuit de economische visie richt de provincie zich daarbij op drie maatschappelijk doelen:
Het vergroten van het verdienvermogen van de Groninger economie, oftewel het verhogen van het besteedbaar inkomen van de Groninger en het verhogen van de (arbeids)productiviteit van de Groninger bedrijven
Een circulaire economie waarin de waarde van producten, materialen en hulpbronnen zo lang mogelijk in stand blijft en
Een toekomstbestendige arbeidsmarkt en een sterk vestigingsklimaat.
Vanuit deze drie maatschappelijke doelen zijn zes opgaven geformuleerd, waaronder het stimuleren van een perspectiefvolle landbouw in 2035. Gezien de prominente rol van de landbouw in Groningen, de maatschappelijke uitdagingen waarmee de sector wordt geconfronteerd en de politieke aandacht hiervoor, is ervoor gekozen om deze opgave uit te werken in een afzonderlijk beleidsprogramma. De overige opgaven zijn opgenomen in het Beleidsprogramma Economie.
In dit programma wordt de landbouwopgave vertaald naar een gerichte aanpak voor de komende jaren, gebaseerd op het toekomstbeeld uit de Economische Visie. Ook sluit de aanpak aan op de ambities en opgaven uit de (nieuwe) Omgevingsvisie. En er wordt een verbinding gelegd met het Gebiedsplan Toekomst Landelijk Gebied (zie bijlage III).
De Omgevingsvisie streeft naar een gezonde, veilige en aantrekkelijke leefomgeving. De landbouw is een van de dragers van onze Groningse omgeving en identiteit. Zij levert een belangrijke bijdrage aan onze ambitie voor behoud, herstel en ontwikkeling van het landschap, en aan de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving. Maar ook voor nieuwe ontwikkelingen naar circulaire en hoogwaardige producten en (maatschappelijke) diensten kan de landbouw in toenemende mate een rol spelen. Daarom zetten we vanuit de (nieuwe) Omgevingsvisie in op het bieden van ruimte voor toekomstbestendige landbouw. Het beleidsprogramma Landbouw is vastgesteld vóór de vaststelling van de definitieve Omgevingsvisie, die begin 2026 wordt verwacht. De nieuwe Provinciale Omgevingsverordening (POV), met de uitwerking van de Omgevingsvisie, volgt daarna. In de tussentijd werkt de provincie aan randvoorwaarden en criteria voor maatregelen zoals bouwperceelvergroting en mestvergisting. De uitwerking daarvan kan leiden tot een actualisatie van dit programma. Deze aanpak voorkomt vertraging, biedt ruimte voor dialoog en geeft alvast richting aan het toekomstperspectief voor de landbouwsector.
Om dit beleidsprogramma te kunnen maken zijn diverse gesprekken gevoerd met externe experts en stakeholders en met diverse beleidsteams. Ook is een dialoog gevoerd met Statenleden op 6 november 2024, zie bijlage II. Verder is het programma ter consulatie voorgelegd aan Provinciale Staten en op 14 mei 2025 en 4 juni 2025 besproken in Statencommissie en Provinciale Staten.
Landbouwbeleid is geen wettelijke provinciale taak, maar de provincie Groningen heeft het afgelopen decennium vanuit beleidsmatige keuzes van Gedeputeerde Staten (GS) een actieve rol gespeeld in het bevorderen van innovatieve en duurzame landbouwpraktijken. We zijn ons daarbij van bewust er veel factoren invloed hebben op de ontwikkeling van de landbouw en dat de provincie daarmee een bescheiden rol heeft bij de ontwikkelingen.
De provincie werkt in de uitvoering van het landbouwbeleid nauw samen met andere provincies. Ook ondersteunt ze diverse sectorale samenwerkingsverbanden. Regelmatig overleg met sectorvertegenwoordigers zorgt voor een sterke verbinding tussen de provinciale overheid en de landbouwsector. De aanwezigheid van een goede infrastructuur, coöperatieve en private ketens zijn samen met kennis en innovatiekracht basispijlers om de Groningse landbouw verder te ontwikkelen.
De provincie wil de komende beleidsperiode een stimulerende rol (blijven) spelen bij initiatieven en samenwerkingen die bijdragen aan een perspectiefvolle landbouw in Groningen. We zetten daarbij vooral in op het ontwikkelen en richten van beleidsinstrumenten (subsidie, regels) die bijdragen aan de gestelde beleidsdoelen. Daarnaast faciliteren we samenwerking en allianties die gericht zijn op het toekomstbeeld in 2035. Dit kan in de vorm van financiële ondersteuning, maar ook in de vorm van het leveren van expertise of door lobbyactiviteiten. Tot slot dragen we bij aan het ontwikkelen en toepassen van nieuwe kennis (innovaties) die bijdragen aan de vernieuwing van de landbouw in de provincie. Een nadere uitwerking van de rol en bijdrage van de provincie aan een Perspectiefvolle Landbouw in Groningen is opgenomen in het Uitvoeringsprogramma Landbouw 2025-2027 dat als bijlage bij dit programma is bijgevoegd.
Groningen is en blijft een landbouwprovincie. Dat is het uitgangspunt van de economische- en (nieuwe) omgevingsvisie van de provincie. In de economische visie van de provincie Groningen is het toekomstbeeld (visie) voor de landbouw in 2035 verder uitgewerkt. Op basis van wat we in 2035 graag willen bereiken met de landbouw zijn (strategische) doelen opgesteld. Deze vormen de basis voor het landbouwbeleid van 2025 tot 2029 (middellange termijn).
Huidige positie van de landbouw in Groningen (Bron: Noord-Nederlandse agrosector en -cluster in beeld, editie 2022)
Groningen is vandaag de dag nog steeds een echte landbouwprovincie. De provincie telt bijna 2500 boerenbedrijven die samen zo’n 162.000 hectare in gebruik hebben. Dat is ruim 70% van het totale provincieoppervlak. Iets meer dan de helft van de landbouwgrond wordt voor akkerbouw gebruikt. En dan met name de productie van aardappelen, bieten en granen. Het restant wordt voornamelijk benut door melkveehouders (grasland en maïs). De provincie telt 114 intensieve veehouderijbedrijven voor vlees en eieren. Van alle primaire bedrijven is in Groningen 4,2% biologisch. Het merendeel van de Groningse landbouwproducten wordt verwerkt en verwaard door (grotendeels) in Groningen gevestigde bedrijven. De zogenaamde verwerkende industrie. Samen met de primaire sector, toeleveringsbedrijven en distributiebedrijven het 'agrocluster' genoemd. Bijna 70.000 mensen werken in het noordelijke agrocluster. Goed voor zo’n 11% van de totale werkgelegenheid in Noord-Nederland. De totale omzet van het cluster is € 5,3 miljard euro. Dat is circa 10% van de totale toegevoegde waarde in Noord-Nederland.
Toekomstbeeld Landbouw 2035 (Bron: Economische Visie 2035, 17‑07‑2024)
Groningen kent in 2035 een landbouwsector die producten levert met een zo hoog mogelijk toegevoegde waarde en daarnaast diensten levert die bijdragen aan maatschappelijke opgaven. Op hoofdlijnen zien we voor de toekomst dat de Groningse landbouw en bijbehorende ketens blijvend bijdragen aan het leveren van hoogwaardig voedsel en groene grondstoffen (inclusief uitgangsmateriaal). Dit zijn producten die aansluiten bij de toenemende vraag naar hoog nutritionele voeding, maar ook aan bijvoorbeeld duurzame en circulaire bouwmaterialen of basisproducten voor groene chemie. Ontbrekende schakels in de keten van landbouwproduct naar eindproduct worden zoveel mogelijk coöperatief en in samenwerking met de regio opgelost. Het innovatieprogramma Fascinating is een voorbeeld hoe nu al vanuit de landbouwsector wordt gewerkt aan het realiseren van deze ambitie. Hiernaast kan de landbouw haar rol spelen in groen-blauwe diensten, zoals natuur- en landschapsbeheer en mitigerende maatregelen, zoals waterberging en -retentie. Hier zijn ook koppelkansen met vrijetijds- en gezondheidseconomie. En als laatste staat onze landbouw in 2035 goed in positie om kennis en innovaties te ontwikkelen en toe te passen. Deze kunnen wereldwijd worden toegepast voor het verduurzamen van landbouwsystemen en het zorgdragen voor voldoende gezond voedsel op mondiaal niveau als ook in de eigen regio. De landbouwsector draagt hiermee dus ook direct bij aan de ontwikkeling van de kenniseconomie en een voedselstrategie. Bovenstaande gebeurt op een manier die bijdraagt aan:
een goede inkomenspositie (verdienvermogen) van de Groningse agrarisch ondernemers;
voldoende en gezond voedsel uit en voor de eigen regio;
een gezonde leefomgevingskwaliteit (natuur, biodiversiteit, lucht, bodem, water en klimaat);
de brede welvaart. Onder brede welvaart verstaan we de balans tussen ecologische-, economische-, sociaal-culturele- en landschappelijke waarden van het landelijk gebied;
Opgave: Perspectiefvolle Landbouw
In de economische visie is de opgave voor een "Perspectiefvolle Landbouw" als volgt omschreven (p. 42):
De landbouwsector in Groningen levert nu en in de toekomst een belangrijke bijdrage aan de brede welvaart van de Groningers. We stimuleren en ondersteunen daarom initiatieven die bijdragen aan:
een goed inkomen voor de boer;
het op een schone en efficiënte manier voortbrengen van hoogwaardig voedsel en groene grondstoffen en;
het leveren van diensten die bijdragen aan maatschappelijk gewenste ontwikkelingen.
Beleidsdoelen 2035
Op basis van visie en opgave uit de Economische visie komen we tot de volgende beleidsdoelen waaraan de komende jaren wordt gewerkt. Deze doelen bieden richting aan beleid en projecten en maken duidelijk hoe de provincie bijdraagt aan een "Perspectiefvolle Landbouw". De voortgang van de beleidsdoelen worden actief gevolgd en gerapporteerd via de online Landbouwmonitor van de provincie Groningen (dsvg.nl/landbouwmonitor), zie ook Hoofdstuk 6. De zes beleidsdoelen zijn:
Toekomstperspectief voor boeren: De provincie vindt het belangrijk dat landbouwbedrijven blijven bestaan en in 2035 ook nog steeds voldoende toekomstperspectief hebben. Daarbij hechten we aan een landbouw die streeft naar evenwicht tussen economische, ecologische en sociale belangen om de landbouwproductie naar de toekomst toe te waarborgen zonder natuurlijke hulpbronnen uit te putten of schade toe te brengen aan het milieu en de samenleving. Om dit te bereiken, stimuleren we boeren om hun bedrijfsvoering toekomstgericht in te richten. Daarbij zetten we in op de inzet van innovatieve technieken, het ontwikkelen van nieuwe kennis en het actief delen van ervaringen en inzichten. In 2035 heeft Groningen een perspectiefvolle landbouw; de bedrijfscontinuïteit en bedrijfsopvolging van landbouwbedrijven in Groningen ligt dan ook hoger dan het nationaal gemiddelde. [Bedrijfscontinuïteit wordt weergegeven met een continuïteitspercentage. Dit cijfer geeft aan hoeveel landbouwbedrijven naarverwachting over ongeveer vijftien jaar nog steeds actief zullen zijn. In 2020 lag dit percentage in Groningen op 64%, iets hoger dan het landelijk gemiddelde van 61%. Bedrijfsopvolging wordt weergegeven met een opvolgingspercentage. Dit percentage laat zien hoeveel bedrijven met eenbedrijfshoofd van 51 jaar of ouder al een opvolger hebben. In Groningen was dat in 2020 45%, tegenover 40% landelijk.]
Hoogwaardige landbouwproducten: Door landbouwproducten uit Groningen lokaal of regionaal te verwerken, ontstaat er meer toegevoegde waarde. Dit geldt vooral wanneer de verwerking zich richt op hoogwaardige markten. Denk daarbij aan ingrediënten voor allerlei voedingsmiddelen maar ook aan gezonde en smakelijke streekproducten of andere toepassingen voor menselijke consumptie. Dit zorgt er niet alleen voor dat boeren een betere prijs voor hun producten ontvangen, maar ook dat gezond en lokaal voedsel beter beschikbaar wordt in de regio. De provincie ondersteunt daarom initiatieven die bijdragen aan het vergroten van de waarde van landbouwproducten. Dit kan gaan om verwerkingsbedrijven, coöperaties of samenwerkingen in korte ketens. Daarnaast zet de provincie via haar economisch beleid 3) Bedrijfscontinuïteit wordt weergegeven met een continuïteitspercentage. Dit cijfer geeft aan hoeveel landbouwbedrijven naar verwachting over ongeveer vijftien jaar nog steeds actief zullen zijn. In 2020 lag dit percentage in Groningen op 64%, iets hoger dan het landelijk gemiddelde van 61%. 4) Bedrijfsopvolging wordt weergegeven met een opvolgingspercentage. Dit percentage laat zien hoeveel bedrijven met een bedrijfshoofd van 51 jaar of ouder al een opvolger hebben. In Groningen was dat in 2020 45%, tegenover 40% landelijk. 5) De toegevoegde waarde van het Agrocluster (primaire productie, verwerking, toelevering en distributie) in Groningen bedroeg in 2020 1,87 miljard euro. Dit is 9 procent van de totale economie in dat jaar. Hierin is de verwerking van buitenlandse agrarische grondstoffen niet meegerekend. Bron: De Noord Nederlandse agrosector en agrocluster in beeld, editie 2022, zie https://edepot.wur. nl/579918 in op een aantrekkelijk vestigingsklimaat, zodat nieuwe agrofoodbedrijven zich in Groningen willen vestigen en bestaande ondernemingen kunnen doorgroeien. I n 2035 is de toegevoegde waarde van het agrocluster in Groningen verder toegenomen ten opzichte van de situatie in 2020. [De toegevoegde waarde van het Agrocluster (primaire productie, verwerking, toelevering en distributie) in Groningen bedroeg in2020 1,87 miljard euro. Dit is 9 procent van de totale economie in dat jaar. Hierin is de verwerking van buitenlandse agrarischegrondstoffen niet meegerekend. Bron: De Noord Nederlandse agrosector en agrocluster in beeld, editie 2022, zie https://edepot.wur.nl/579918]
Emissiearme landbouw: Dit beleidsdoel is gericht op het door de sector verlagen en reduceren van emissies van stikstof, fosfaat, broeikasgassen, gewasbeschermingsmiddelen en diergeneesmiddelen. Dit kan worden bereikt door de oorzaak van verliezen goed in beeld te brengen op bedrijfsniveau en mogelijke maatregelen te verkennen. Precisielandbouw (robotisering), technische innovaties maar ook het gebruik van biologische gewasbeschermingsmiddelen zien we als belangrijke maatregelen. Ook wordt er gewerkt aan het tegengaan en reduceren van broeikasgassen uit veenbodems. We willen met de landbouwsector afspraken maken over het toepassen van maatregelen om de uitstoot te verminderen. Dit willen we concreet maken met een systeem van doelsturing en via een zogenaamde stoffenbalans. Dit beleidsdoel heeft een nauwe verbinding met de uitvoering van het Gebiedsplan Toekomst Landelijk gebied. In 2035 voldoet de Groningse landbouw aan de wettelijke emissiereductieopgaven.
Circulaire landbouw: Binnen dit doel wil de provincie stimuleren dat regionale nutriëntenkringlopen zoveel mogelijk worden gesloten. Dit kan door het (her)gebruik van regionale(rest)stromen. Ook kan de landbouw een bijdrage leveren aan de regionale energieopgave door reststromen te benutten voor energieopwekking. Provincie ondersteunt daarom boeren en agro-ketens bij ontwikkeling en implementeren van circulaire landbouwpraktijken. In 2035 werkt de landbouw in Groningen met eenefficiënte stoffenbalans waarmee (nutriënten)kringlopen zoveel mogelijk zijn gesloten en erminimale verliezen zijn van stikstof, fosfaat en koolstof.
Gezond bodem- en watersysteem: Gezonde Groningse landbouwbodems vormen de basis voor een robuust en weerbaar landbouwsysteem die naar de toekomst toe voldoende en kwalitatief hoogwaardige landbouwproducten blijft produceren. De provincie zet daarom in op het stimuleren van duurzaam bodem- en waterbeheer. In 2035 neemt meer dan de helft van de Groningse boeren 1 of meerdere maatregelen ter bevordering van een gezond bodem- en watersysteem.
Maatschappelijke diensten: De landbouw in Groningen is vooral gericht op het voortbrengen van landbouwproducten. Echter naast het produceren van voedsel en groene grondstoffen kan de landbouw ook maatschappelijke diensten leveren die bijdragen aan landschap, biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Dit wordt ook wel multifunctionele landbouw genoemd. De provincie stimuleert boeren om deze diensten op te nemen in hun bedrijfsvoering omdat het kan bijdragen aan een beter inkomen en bijdraagt aan maatschappelijk gewenste doelen en opgaven. Daarom zet de provincie zich, onder andere via lobby richting het Rijk, in op passende vergoedingen voor het leveren van maatschappelijke diensten. I n 2035 is het aantal Groningse boeren met eenvorm van multifunctionele landbouw toegenomentot op het niveau van het landelijk gemiddelde. [Uit het onderzoek Verkenning Agrotoerisme Groningen (juni 2025) blijkt dat in 2023 relatief minder agrarische bedrijven in Groningen aan multifunctionele landbouw (boerderijverkoop, zorglandbouw, recreatie, kinderopvang en educatie) deden dan gemiddeld in Nederland. Een positieve uitzondering hierop is het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb): 22% van deGroningse agrarische bedrijven nam hieraan deel, tegenover 18% landelijk.
De Economische Visie, Omgevingsvisie en Leefbaarheidsvisie vormen het vertrekpunt voor het provinciale beleid. Zo ook voor het Beleidsprogramma Landbouw. Een aantal andere (strategische) kaders die hieronder worden beschreven, sluiten hier nauw op aan. Deze strategische kaders vormen daarmee ook een belangrijk uitgangspunt voor de uitvoering van het Beleidsprogramma Landbouw.
De drie provinciale visies
We werken als provincie vanuit de Economische Visie, de Omgevingsvisie, de Leefbaarheidsvisie en verschillende programma’s aan het verbeteren van de Brede Welvaart van onze inwoners. In de economische visie geven we aan hoe we als provincie de komende jaren weken aan een toekomstbestendige economie. De omgevingsvisie vormt het integrale beleidskader voor alle aspecten van de fysieke leefomgeving. In de Leefbaarheidsvisie geven we aan wat de provinciale ambities en doelen tot 2035 zijn als het om leefbaarheid gaat. Voor het Beleidsprogramma Landbouw is de Economische visie leidend.
Nij Begun
Het Nij Begun programma is opgesteld om de regio Groningen te herstellen en een nieuw perspectief te bieden na de gevolgen van de gaswinning. Vanuit Nij Begin zijn twee agenda's opgesteld: de sociale en de economische agenda. Het doel van de sociale agenda is om ervoor te zorgen dat de regio weer minimaal op het landelijk gemiddelde scoort op het gebied van (mentale) gezondheid, leefbaarheid, kansen voor de volgende generatie en werk en armoede. De economische agenda richt zich op het versterken van de economische structuur ten behoeve van goed leven, wonen, ondernemen, leren en investeren. Landbouw is als apart thema opgenomen in de economische agenda. Gedurende de looptijd van Nij Begun (2026-2055) wordt voor zowel de sociale als de economische agenda jaarlijks 100 miljoen euro beschikbaar gesteld.
Nationaal Programma Groningen (NPG)
Het Nationaal Programma Groningen is een samenwerkingsverband van Rijk, provincie en gemeenten. Het programma heeft een looptijd van tien jaar en duurt tot 2030. Voor de periode 2024 tot en met 2029 werkt de provincie Groningen aan de uitvoering van het provinciaal programmaplan. In dit plan ligt de focus op vier thema’s: Energie, Landelijk gebied, Gezondheid en Onderwijs & arbeidsmarkt. Binnen het thema Landelijk Gebied is 22,1 mln euro gereserveerd voor de uitvoering van het programma Fascinating gedurende de periode tot 2030. Het programma Fascinating (Food Agro Sustainable Circular Nature Technology in Groningen) is een open test- en innovatieprogramma dat boeren, bedrijven en kennisinstellingen met elkaar verbindt. Het doel is een circulair landbouwsysteem te creëren dat duurzaamheid, biodiversiteit en gezonde voeding in balans brengt, terwijl het boeren een goed verdienmodel biedt.
Toekomst Landelijk Gebied (TLG)
In het programma Toekomst Landelijk Gebied werkt de provincie Groningen aan natuurherstel als voorwaarde voor een gezonde leefomgeving en een gezonde landbouwsector. Samen met natuur- en landbouworganisaties, ondernemers, inwoners, gemeenten en waterschappen werken we aan een toekomstbestendig Groninger platteland. In het Gebiedsplan Toekomst Landelijk Gebied Groningen zijn verschillende initiatieven en maatregelen opgenomen die gericht zijn op natuurherstel, een robuuster watersysteem, bodemkwaliteit en een duurzamere landbouw. Het plan dient het als leidraad om in samenhang te werken aan de opgaven voor landbouw, natuur, water en klimaat.
Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB)
Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) van de Europese Unie is een van de oudste en belangrijkste beleidsterreinen van de EU. Het werd in 1962 ingevoerd en heeft als doel om de voedselvoorziening in Europa veilig te stellen, een redelijk inkomen voor boeren te garanderen, duurzame landbouw te bevorderen, en plattelandsontwikkeling te stimuleren. Het GLB heeft een aanzienlijke invloed op boeren. Ten eerste biedt het GLB inkomenssteun aan boeren, wat helpt om hun financiële stabiliteit te waarborgen en voedselzekerheid te bevorderen. Daarnaast stimuleert het GLB duurzame landbouwpraktijken door middel van subsidies en programma's die gericht zijn op milieubescherming en klimaatverandering. Bovendien bevordert het GLB innovatie en concurrentievermogen door investeringen in onderzoek en technologie te ondersteunen en ondersteunt het via Leader initiatieven van onderop. Het GLB levert daarmee een bijdrage aan boeren om efficiënter te werken en hun positie in de voedselvoorzieningsketen te versterken. De huidige GLB periode loopt tot en met 2027. In de periode 2025-2027 worden de voorbereidingen getroffen voor een nieuwe GLB periode.
Nationaal landbouwbeleid
Stimuleren van duurzame landbouwpraktijken, versterken van voedselzekerheid en behoud van natuur zijn speerpunten uit het regeerakkoord van demissionaire kabinet-Schoof, getiteld "Hoop, Lef en Trots". Deze speerpunten worden vanuit het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) verder uitgewerkt door het ontwikkelen van een systeem voor doelsturing, voedselzekerheid te waarborgen, innovaties te bevorderen, natuurbehoud, verlichten van de mestmarkt en het verbeteren van dierenwelzijn in de landbouwsector. Met name via de werkgroep Landbouw van het IPO worden provincies betrokken bij het nationale beleid.
Het Beleidsprogramma Landbouw 2025-2029 geeft invulling aan de richting, rol en aanpak van de provincie Groningen voor de komende jaren op het gebied van landbouw, zoals beschreven in de economische visie en sluit aan bij een aantal andere strategische (beleids)programma's. De focus voor de komende jaren ligt op de zes beleidsdoelen. Dit doen we via een aanpak langs drie ontwikkelroutes: 1) Hoogwaardige Producten en 2) Diensten, Duurzame Landbouwpraktijk en 3) Samenwerking. Hiervoor hebben we een aantal activiteiten benoemd die verder zijn uitgewerkt in het Uitvoeringsprogramma Landbouw 2025-2027 (Bijlage IV).
Ontwikkelroutes en activiteiten
Om het toekomstbeeld uit de economische visie en de geformuleerde beleidsdoelen voor 2035 (Hoofdstuk 2) te bereiken, werken we binnen de komende jaren dit programma langs drie ontwikkelroutes. Hieronder worden ze nader toegelicht. Per route hebben we ook een aantal (hoofd)activiteiten geformuleerd voor de periode 2025-2029. In het Uitvoeringsplan Landbouw 2025-2027 geven we een nadere invulling van onze activiteiten.

Route 1: hoogwaardige producten en diensten
De route Hoogwaardige Producten en Diensten richt zich op het voortbrengen van voedsel en groene grondstoffen door de landbouw, evenals het leveren van maatschappelijke diensten. Hiermee kan de landbouw een directe bijdrage leveren aan de brede welvaart van de regio. Bovendien biedt dit kansen voor een goed inkomen voor boeren.
Regionale en duurzame ketens verlagen transportkosten en de ecologische voetafdruk, en versterken de regionale economie en werkgelegenheid. Met subsidies willen we bijdragen aan het versterken van regionale agrofoodketens, door onder andere samenwerking tussen teelt, verwerking, logistiek en afzet te bevorderen.
Daarnaast richten we ons op het stimuleren van teelt van gewassen voor kansrijke nieuwe markten, zoals bouwmaterialen, groene chemie en farmaceutische producten. Dit biedt boeren kansen voor diversificatie en levert innovatieve, duurzame producten die aansluiten bij toekomstige vraag. Ook het benutten en verwaarden van reststromen, zoals bijvoorbeeld energieopwekking uit mest, zien we als een goede mogelijkheid om extra waarde te creëren voor landbouwproducten en daarmee een bijdrage te leveren aan een goed inkomen voor boeren.
Boeren kunnen ook maatschappelijke diensten leveren, zoals natuurbeheer, koolstofvastlegging en agrotoerisme, wat extra inkomstenbronnen biedt en de verbinding tussen landbouw en samenleving versterkt. We zien dit als een kans voor zowel de sector als de samenleving en willen dit graag verder bevorderen.
Activiteiten 2025-2029 route 1
1. Agroketens: We versterken regionale agroketens door het uitvoeren van een subsidieregeling via onder andere het GLB-NSP gericht op valorisatie van landbouwproducten.
2. Fascinating: We leveren een inhoudelijke bijdrage aan het Fascinating-programma en geven invulling aan de toezegging aan de Staten ten aanzien van evaluatie Fascinating [Toezegging PS, 5 februari 2025: Evaluatie Fascinating en onderzoek.]
3. Regionale producten: We stimuleren de vraag naar regionale producten door regionale markten te promoten en dit te ondersteunen met een convenant [Toezegging PS, 6 maart 2024: Korte Voedselketens.]
4. Voedselstrategie: We werken samen met andere overheden aan een Voedselstrategie voor Groningen.
5. Maatschappelijke diensten: We moedigen boeren aan om maatschappelijke diensten zoals natuurbeheer, waterbeheer, energieproductie en agrotoerisme op te nemen in hun bedrijfsvoering. Daarbij verkennen we de mogelijkheden voor (financiering van) deze diensten onder andere door extra ANLb-pakketten. Voor deze activiteiten sluiten we aan bij ambities en doelen van de beleidsprogramma's Natuur, Energie en Vrijetijdseconomie.
Route 2: duurzame landbouwpraktijk
Vanuit de route Duurzame Landbouwpraktijk gaat het ons om het ontwikkelen en toepassen van nieuwe inzichten, kennis en innovaties die bijdragen aan verduurzaming van landbouwsystemen en zorgen voor voldoende productie van gezond voedsel en groene grondstoffen. Op bedrijfsniveau zien we vooral een belangrijke uitdaging bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, meststoffen en water. Dit wordt ingegeven door internationale wetten en richtlijnen ter voorkoming van emissies van onder andere stikstof en methaan naar het milieu. Deze hebben tot gevolg dat boeren in de toekomst (nog) efficiënter moeten omgaan met deze inputs. Het toepassen van hightech en data-gestuurde innovaties -eventueel met ondersteuning van AI- kan een belangrijke rol spelen om toch de productie op peil te houden. Ook het gebruik van groene gewasbeschermingsmiddelen en het benutten van regionale nutriëntenstromen kunnen hierin een oplossing bieden.
We willen de ontwikkeling en uitwisseling van kennis over diverse landbouwvormen zoals biologische, natuurinclusieve, circulaire en regeneratieve landbouw blijven bevorderen. Hoewel niet voor iedere boer weggelegd, kunnen ze -soms in z'n geheel of op onderdelen- bijdragen aan het verminderen van emissies, het verbeteren van de bodemkwaliteit, het bevorderen van biodiversiteit en het versterken van gewassen. Deze benaderingen kunnen een belangrijke rol spelen in het verduurzamen van de landbouw en het behalen van beleidsdoelen.
Het veranderende klimaat vraagt om het vergroten van het adaptief vermogen van landbouwbodems. Het stimuleren van kennis en kunde over bodemsamenstelling en bodemprocessen kan bijdragen aan een betere water- en nutriëntenopname door gewassen. Dit maakt de landbouwproductie minder kwetsbaar voor klimaatverandering en helpt de bodem gezond te houden voor toekomstige generaties.
Een belangrijk aandachtspunt voor een perspectiefvolle landbouw is de zorg voor voldoende zoetwater van goede kwaliteit. Water is essentieel voor de landbouw, vooral in tijden van droogte of onregelmatige neerslag. Ook het ontwikkelen en delen van kennis over adaptieve teelten, die beter bestand zijn tegen de effecten van klimaatverandering zoals extreme weersomstandigheden of toenemende verzilting, kunnen boeren helpen hun productie te stabiliseren.
Verder is er aandacht voor het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen, (primair en secundair) fijnstof en stikstof door de landbouwsector. Dit sluit onder andere aan bij het Schone Lucht Akkoord waar provincie sinds 2020 deelnemer van is. In dit Akkoord hebben wij ons geconformeerd aan een aantal maatregelen, ook op het gebied van landbouw. Het beter benutten van emissiereducerende technieken, het sluiten van kringlopen, waarbij reststromen efficiënt worden hergebruikt, spelen een belangrijke rol voor het verminderen van de uitstoot. In het kader van de Regionale Veenweidestrategie wordt er gewerkt aan onderzoek, pilots en gebiedsprocessen die bijdragen aan het beperken van veenoxidatie in gebieden met veengronden.
Tot slot richten we ons op de koppeling van de landbouwpraktijken met het ruimtelijk instrumentarium en grondbeleid van de provincie. We verkennen daarvoor in het ruimtelijk beleid de mogelijkheden om de landbouw meer te ruimte te bieden om te ondernemen en tegelijkertijd stappen in verduurzaming te zetten zoals emissiereductie en dierenwelzijn. Ook onderzoeken we de mogelijkheid voor het opzetten van een grondbank als instrument voor landbouwstructuurversterking.
Activiteiten 2025-2029 route 2
6. Duurzame en innovatieve landbouwpraktijken: We ontwikkelen een provinciale subsidieregeling voor het bevorderen van duurzame en innovatieve landbouwpraktijken. Tevens verkennen we andere mogelijkheden om voortrekkers op gebied van innovatie en verduurzaming te ondersteunen
7. Natuurinclusieve Landbouw: Natuurinclusieve landbouw draagt bij aan het versterken van de biodiversiteit en een veerkrachtige landbouw. We hebben dit in de periode 2020-2024 gestimuleerd vanuit de Regiodeal Natuurinclusieve Landbouw. De resterende middelen van de Regiodeal Natuurinclusieve Landbouw blijven we inzetten voor de oorspronkelijke doelen van de Regiodeal om zo praktijkinitiatieven te steunen die hieraan bijdragen.
8. Kennis: We ondersteunen samenwerkingsverbanden die actief werken aan kennisontwikkeling en -overdracht op het gebied van duurzame landbouwpraktijken.
9. Toekomst Landelijk Gebied (TLG): We dragen -vanuit onze inzet voor TLG- actief bij aan het bevorderen van duurzame landbouw door Rijksmiddelen (SPUK) in te zetten voor innovaties, mestverwaarding en ondersteuning van boeren bij gebiedsprocessen. Ook hebben we een actieve meewerk-rol bij de uitwerking van een systematiek voor doelsturing. Verder denken we mee bij diverse initiatieven die voortkomen uit het TLG-gebiedsproces en een raakvlak hebben met de landbouw zoals groen-blauwe dooradering, agroforestry, kavelruil en multifunctionele landbouw.
10. Landbouw en Ruimte: De provincie werkt momenteel nieuw ruimtelijk beleid uit in het kader van de nieuwe Omgevingsvisie. Deze visie biedt ruimte en perspectief voor de ontwikkeling van de landbouw en draagt bij aan verdere verduurzaming en dierenwelzijn. Intern werkt een multidisciplinair, provinciaal team aan de uitgangspunten en randvoorwaarden die passend zijn om deze verduurzaming ruimtelijk mogelijk te maken. Hiervoor is het traject Landbouw en Ruimte gestart. Binnen dit traject worden randvoorwaarden en criteria uitgewerkt voor maatregelen zoals bouwperceelvergroting, het wisselen van diercategorieën, voor de intensieve veehouderij, het samenvoegen van intensieve veehouderijen (salderen) en lokale mestvergisters. Deze uitwerkingen worden onderdeel van de nieuwe Omgevingsverordening. Daarnaast wordt er onderzoek gedaan naar een ruimtelijke visie voor de bollenteelt in Groningen. Ook wordt onderzocht of het Groninger Verdienmodel kan worden doorontwikkeld tot een brede, integrale maatwerkmethode. Tot slot verkent de provincie de mogelijkheid van een Grondbank voor agrarische aankoop, gericht op versterking van de landbouwstructuur [ Toezegging PS, 6 maart 2024: Uitwerking grondbank voor agrarische aankoop.]
11. Bodem en Water: een vitale bodem en voldoende water van goede kwaliteit zijn randvoorwaardelijk voor de landbouw. Daarom ondersteunen we initiatieven die hieraan werken. Ook denken we denken actief mee over nieuwe waterwingebieden in Groningen, de implementatie van maatregelen vanuit de KaderRichtlijn Water (KRW) en uitvoering van het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW).
Route 3: samenwerking
De route Samenwerking richt zich op het bevorderen van slimme en krachtige samenwerkingen om de beleidsdoelen te bereiken en de praktijk van (jonge) boeren te ondersteunen. We verkennen of we vanuit verbinding en samenwerking kunnen komen tot afspraken over een meerjarige programmatische beweging waarin overheden, onderwijsinstellingen en ondernemers gezamenlijk werken aan een gedeeld belang en verlangen. Een belangrijk onderdeel is het maken van duidelijke afspraken hierover, gekoppeld aan monitoring en doelsturing.
Daarnaast willen we een bijdrage leveren aan de samenwerking in Noord-Nederland. Dit doen we door actieve deelname en/of (financiële) ondersteuning in verschillende samenwerkingsverbanden.
Onze interne organisatie richten we zo in dat provinciale middelen en capaciteit optimaal kunnen worden ingezet voor het behalen van de doelen uit het Beleidsprogramma Landbouw.
Activiteiten 2025-2029, route 3
12. Landbouwakkoord: We onderzoeken de mogelijkheden voor een Gronings 'landbouwakkoord' waarin we samen met de sector en andere relevante partijen en op basis van een gezamenlijke visie komen tot afspraken over een perspectiefvolle landbouwsector in Groningen.
13. Jonge boeren: In overleg met het Gronings Agrarisch Jongeren Kontakt (GrAJK) verkennen we de behoeften en mogelijkheden voor ondersteuning van jonge boeren vanuit het GLB.
14. Samenwerkingsverbanden: We dragen financieel en inhoudelijk bij aan noordelijke samenwerkingsverbanden zoals de Agro Agenda Noord Nederland, SALTA, Akkoord van Groningen, Agenda voor de Veenkoloniën, Greenport Noord, NOLG en het Samenwerkingsverband Noord Nederland. We stimuleren nieuwe samenwerkingsvormen tussen overheden, kennisinstellingen en bedrijfsleven (triple helix) ten behoeve van kennisontwikkeling en innovatie in de landbouwsector.
15. IPO: We zorgen voor een goede aansluiting bij landelijke en Europese beleidsontwikkelingen door actieve deelname aan de Bestuurlijke en Ambtelijke Advies Commissie Landelijk Gebied inclusief de IPO -werkgroep Landbouw.
Voor de uitvoering van het Beleidsprogramma Landbouw is in de jaren 2025, 2026 en 2027 jaarlijks €1,25 miljoen beschikbaar vanuit de provinciale meerjarenbegroting. Deze middelen zijn ondergebracht in het Beleidskrediet Verduurzaming en Innovatie Landbouw. Daarnaast is er een structureel (jaarlijks) beleidskrediet van €190.000 per jaar voor Innovatieve Kwaliteitssprongen (IKS), en een aanvullend budget van €1,6 miljoen uit de Regiodeal Natuurinclusieve Landbouw. Voor de periode 2025 t/m 2027 is er in totaal 5,9 mln euro aan provinciale middelen beschikbaar voor uitvoering van dit programma. Deze zullen worden ingezet voor incidentele subsidies (€1,5 miljoen), subsidieregelingen (€ 3,0 miljoen), samenwerkingsverbanden (€0,5 miljoen) en uitvoeringskosten (€0,9 miljoen).
Vanuit het Toukomst-project Oogst van Groningen is €1,45 miljoen beschikbaar gesteld voor het versterken van korte ketens. Deze middelen zullen via subsidieregelingen beschikbaar worden gesteld aan initiatiefnemers.
Ook is er €18 miljoen Europees budget beschikbaar vanuit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB-NSP). Deze middelen worden via diverse subsidieregelingen beschikbaar gesteld aan initiatiefnemers. De uitvoering van deze subsidieregelingen is belegd bij het Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN).
Naast deze middelen voor de landbouw zijn er ook nog andere fondsen en budgetten beschikbaar zoals het Nationaal Programma Groningen (NPG), Nij Begun en diverse Rijksbudgetten (SPUK-middelen). Hoewel deze niet direct gekoppeld zijn aan het Beleidsprogramma Landbouw, is de inzet wel om een deel van deze middelen te koppelen aan de beleidsdoelen van dit programma.
Monitoring is een belangrijk onderdeel van het provinciale landbouwbeleid. Het geeft inzicht in de voortgang en effectiviteit van het beleid en helpt om bij te sturen waar nodig. Daarbij realiseren we ons dat de provincie een beperkte mate van invloed heeft op de ontwikkelingen in de landbouw. Veel factoren liggen buiten onze directe invloedssfeer, maar waar mogelijk dragen we actief bij aan een toekomstgerichte en duurzame landbouw. Vanuit dit programma volgen we de ontwikkelingen op twee niveaus: de beleidsdoelen en de uitvoering.
De beleidsdoelen zijn afgeleid van de strategische doelen uit de Economische Visie (H2) en richten zich op de periode 2025–2035. Om deze doelen meetbaar en inzichtelijk te maken, zijn indicatoren opgesteld (zie navolgende tabel). De bijbehorende kerncijfers worden gepubliceerd op de website De Staat van Groningen, zodat zowel beleidsmakers als andere betrokkenen de voortgang kunnen volgen. Voor een aantal beleidsdoelen zijn de indicatoren en data nog in ontwikkeling en zullen we -waar mogelijk- aansluiten bij initiatieven op gebied van doelsturing.
Daarnaast monitoren we de uitvoering van het beleid. Via de jaarlijkse Planning & Control-cyclus van de provincie Groningen rapporteren we over de inzet en resultaten. Deze uitvoering is gekoppeld aan het Uitvoeringsprogramma Landbouw 2025–2027 (zie Bijlage IV).

Door middel van interviews met experts, agrarische ondernemers en kennisinstellingen, interne afstemming met beleidsteams en een dialoog met Provinciale Staten zijn de belangrijkste thema’s en uitdagingen helder in kaart gebracht. De uitkomsten van deze gesprekken bieden waardevolle inzichten die een essentiële basis vormen voor zowel het Beleidsprogramma Landbouw als het bijbehorende Uitvoeringsprogramma.
Interviews met (externe) experts
Het beleidsprogramma landbouw is mede tot stand gekomen door interviews met stakeholders, ngo's, wetenschappers, kennisinstellingen en een brede afspiegeling van de agrarische ondernemers in Groningen. In totaal zijn er 15 externe gesprekken gevoerd. De gesprekken zijn verwerkt in doelen en aanpak van het beleidsprogramma. De gesprekken zijn een belangrijke input voor het beleidsprogramma maar ook veelal concreet opgenomen in het Uitvoeringsprogramma. Duidelijk naar voren is gekomen dat er binnen het duurzaamheid en managementmodel, integraal en in samenhang afgewogen dient te worden tussen People, Planet en Profit. Een positieve bijdrage op alle 3 indicatoren is belangrijk in de succesformule, tevens richtinggevend en in belangrijke mate het afwegingskader binnen het Uitvoeringsprogramma. Ook een optimale benutting van de Triple Helix, Wetenschap, Bedrijfsleven en Overheid in Groningen is hierin bepalend voor het succes in beleid en uitvoeringsprogramma landbouw. Een gemeenschappelijk beeld is dat er voor Groningen volop kansen worden gezien als landbouwprovincie, er veel mogelijkheden zijn om veranderingen door te voeren in relatie met de uitdagingen voor klimaat, water en natuur. Er zijn veel ondersteunende programma's, een sterke structuur in kennis en wetenschap, sterke ketenpartijen en een goede agrarische uitgangspositie op de landbouwbedrijven.
Interne gesprekken met andere beleidsthema's
Voor de ontwikkeling van het beleidsprogramma Landbouw is overleg gevoerd met medewerkers van andere beleidsteams over thema's die raakvlakken hebben met landbouw. Omdat landbouw een rol speelt binnen diverse beleidsterreinen, is het cruciaal om in de uitvoering te zorgen voor voldoende wederzijdse afstemming en samenwerking. Dit krijgt een plek in het Uitvoeringsprogramma 2025-2027. Daarbij zal ook een prioritering worden gemaakt op basis van beschikbare capaciteit en middelen.
Dialoog met PS
Op 6 november 2024 vond een Statenexcursie plaats in Slochteren, met als thema ‘De toekomst van de landbouw in Groningen’. Statenleden werden geïnformeerd over het landbouwbeleid en werden betrokken bij de keuzes die voorliggen. De middag bestond uit plenaire sessies en gesprekken aan verschillende tafels met Statenleden, ambtenaren en agrarische ondernemers. De belangrijkste conclusies waren:
Bodemgezondheid als Basis: De bodem werd herhaaldelijk genoemd als de basis voor een toekomstbestendige landbouw. Een gezonde bodem is essentieel voor gewasproductiviteit, biodiversiteit en het weerstaan van klimaatveranderingen.
Noodzaak van Duurzame Praktijken: Zowel regeneratieve als natuurinclusieve landbouwpraktijken werden geprezen. Er is behoefte aan meerjarige ondersteuning en een systematische aanpak om deze praktijken te bevorderen. Belang van
Agroketens: Agroketens spelen een cruciale rol in de economie van Groningen. Het stimuleren van innovaties, marketing en bewustwording van regionaal voedsel zijn belangrijke stappen om deze ketens te versterken.
Innovatie en Maatwerk: Innovatie in de landbouw, zoals hightech en datagestuurde technieken, is essentieel. Er is behoefte aan maatwerk en een langetermijnvisie vanuit de provincie om deze innovaties te ondersteunen en te integreren.
Samenwerking en Dialoog: De excursie benadrukte het belang van samenwerking tussen boeren, beleidsmakers en andere stakeholders. Open gesprekken en het delen van zorgen en ambities dragen bij aan het maken van goed en kundig beleid.
Het concept Beleidsprogramma Landbouw 2025–2029 is op 18 maart vastgesteld door GS en daarna ter consultatie voorgelegd aan Provinciale Staten. PS heeft het programma besproken tijdens de vergaderingen van de Statencommissie op 14 mei 2025 en Provinciale Staten op 4 juni 2025. Tijdens deze bijeenkomsten is uitvoerig stilgestaan bij de inhoud van het beleidsprogramma en de bredere positie van de landbouw in de provincie Groningen. Daarbij hebben diverse Statenfracties het College van Gedeputeerde Staten (GS) opgeroepen tot nadere actie of verduidelijking op specifieke onderwerpen. Hieronder een beknopt overzicht van verzoeken die zijn voortgekomen uit de behandeling en die verwerkt zijn in dit Beleidsprogramma Landbouw en/of het Uitvoeringsprogramma Landbouw.
Resultaten landbouw: In het beleidsprogramma zal een overzicht worden opgenomen van behaalde resultaten van/door de landbouw.
Bollenteelt: in het Uitvoeringsprogramma zal worden aangegeven hoe het college de ontwikkeling van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de bollenteelt gaat volgen.
Instrument duurzame landbouw: GS gaat de mogelijkheden verkennen voor een (revolverend) instrument gericht op duurzame en toekomstbestendige landbouw.
Formatie landbouwteam: Er wordt gezorgd voor voldoende personele capaciteit voor de uitvoering van het Beleidsprogramma Landbouw.
SMART-doelen: De doelen uit het beleidsprogramma worden SMART uitgewerkt in het Uitvoeringsprogramma 2025–2027, dat ter informatie aan Provinciale Staten zal worden aangeboden.
Water en landbouw: het thema ‘water en landbouw’ wordt opgenomen in het Uitvoeringsprogramma.
Economische betekenis van de landbouw in Groningen [Economische visie, juli 2024]:
Groningen kent in 2035 een landbouwsector die producten levert met een zo groot mogelijke toegevoegde waarde en diensten die bijdragen aan de maatschappelijke opgaven. Op hoofdlijnen zien we een toekomst waarin de sector - en bijbehorende ketens - blijvend bijdragen aan het leveren van hoogwaardig voedsel en groene grondstoffen (inclusief uitgangsmateriaal). We hebben het dan over landbouwproducten die aansluiten bij de toenemende vraag naar hoog nutritionele voeding, maar ook over bijvoorbeeld duurzame en circulaire bouwmaterialen en over basisproducten voor groene chemie.
Ontbrekende schakels in de keten van landbouwproduct naar eindproduct worden zo veel mogelijk coöperatief - en in samenwerking met de regio - opgelost. Daarnaast speelt landbouw haar rol in groenblauwe diensten, denk aan natuur- en landschapsbeheer en mitigerende maatregelen zoals waterberging en -retentie. Hier liggen ook koppelkansen met de vrijetijds- en gezondheidssector.
Als laatste is de landbouw anno 2035 goed in staat om kennis en innovaties te ontwikkelen en toe te passen. Deze kunnen zowel regionaal als mondiaal worden toegepast in het verduurzamen van landbouwsystemen en zorg dragen voor voldoende gezond voor iedereen en overal op de wereld. De landbouwsector draagt hiermee expliciet bij aan de ontwikkeling van de kenniseconomie en een voedselstrategie.
Resumerend draagt de landbouwsector (ook) in de toekomst bij aan:
De brede welvaart in Groningen: een gezonde balans tussen de ecologische- , economische-, sociaal-culturele- en landschappelijke waarden van het landelijk gebied.
Een goede inkomenspositie (verdienvermogen) van de Groningse agrarisch ondernemers.
Een gezonde leefomgeving (natuur, biodiversiteit, lucht, bodem, water en klimaat). Voldoende en gezond voedsel uit en voor de eigen regio.
Positie van Landbouw in het landelijk gebied [concept(nieuwe) Omgevingsvisie, versie maart 2025]:
Een duurzaam landbouwgebied
Groningen is en blijft een echte landbouwprovincie. De primaire landbouwgebieden - Waddenkust, Wierdenland, Veenkoloniën, Westerwolde en Oldambt - dragen blijvend bij aan de levering van voldoende hoogwaardig en gezond voedsel en groene grondstoffen (inclusief pootgoed). Het zijn ook de gebieden waar kennis en innovatie worden ontwikkeld die mondiaal kan worden toegepast voor het verduurzamen van landbouwsystemen.
Dit gebeurt zodanig dat de milieugebruiksruimte beperkt blijft en dat er sprake is van een gezonde leefomgeving in combinatie met een goed en eerlijk inkomen voor de boer. Er wordt gewerkt met moderne kringlooplandbouw en de akkerbouw- en veeteeltbedrijven vullen elkaar aan.
In de gebieden rondom de steden heeft de landbouw zich ontwikkeld tot een bedrijfsvoering met korte afzetketens. Met directe klandizie van de inwoners van de stad en de omliggende kernen. Ze organiseert - in nauwe samenwerking met natuurbeheerders, gemeenten, waterschappen en waterwinbedrijven - tevens de instandhouding en het onderhoud van natuurgebieden, landschappen en waterwingebieden. De agrariërs ontvangen hiervoor een marktconforme vergoeding, met langjarige afspraken.
In de laagste delen van de provincie - zoals het Duurswoldgebied en gebieden in het Westerkwartier - is er sprake van een stapeling van uitdagingen door bodemdaling en veenoxidatie. Deze gebieden vervullen bovendien een cruciale rol in de toekomstige waterstructuur. Hier gaan we met de samenleving en partners werken aan een ontwikkelperspectief met meervoudig gebruik en meer ruimte voor water. We gebruiken daarvoor ontwerpend onderzoek. Met als inzet: een van de mooiste nieuwe landschappen van Nederland. Met als perspectieven: ruimte voor nieuwe invulling van functies, ruimte voor water, behoud van de landschappelijke hoofdstructuur en cultuurhistorische waarden. En niet te vergeten; een perspectief met keuzemogelijkheden voor ondernemers en agrariërs.
Om te verduurzamen en dieren meer ruimte te bieden, hebben boerenbedrijven soms meer ruimte nodig op het bouwperceel. Die ruimte willen wij geven, maar wel met een kwaliteitsgarantie en onder voorwaarde dat de kwaliteit van het landschap wordt versterkt. Ook bieden we meer ruimte aan herbestemming van vrijkomende agrarische bebouwing en agrarische erven. Bijvoorbeeld voor een woonfunctie. Landschappelijke inpassingen en koppeling met andere maatschappelijke opgaven zijn daarbij randvoorwaarden. We ondersteunen gemeenten bij het maken van boerderijenvisies en handelingsperspectieven. We werken aan inspirerende voorbeelden gericht op agrarisch landschappelijk bouwen. We ondersteunen boeren in het aardbevingsgebied met het Agro Programma en boerderijen met een erfgoedstatus via het Erfgoedprogramma.
Toekomstbeeld landbouw in Groningen (uit Gebiedsplan Toekomst Landelijk Gebied, februari 2025)
In de toekomst zien we een landbouwsector die zich toelegt op:
Het leveren en doorontwikkelen (ingrediënten, samenstelling) van hoogwaardig voedsel.
Groene en hoogwaardige grondstoffen en ketenontwikkeling.
Maatschappelijke diensten, zoals natuur- en landschapsbeheer, landbouw & klimaat (koolstofvastlegging) en water(berging).
Energieneutraal opereren.
Ontwikkeling van kennis en innovaties voor verduurzaming van landbouwsystemen, nieuwe vormen van samenwerking en gezond hoogwaardig voedsel.
Dit gebeurt op een manier die bijdraagt aan een goede inkomenspositie (verdienvermogen) van de Groningse boer, maar ook aan een gezonde leefomgeving en aan de brede welvaart van Groningen. De ecologische-, economische- en sociaal-culturele waarden zijn in balans en de activiteiten passen ruimtelijk en in het landelijk gebied en voegen waarde toe. Het toekomstbeeld van de Groningse deelgebieden zal onderling verschillen. Het Koersdocument voor de Omgevingsvisie en het Ruimtelijke Voorstel benoemt en verbeeldt op hoofdlijnen drie typen perspectieven die in de Omgevingsvisie in wording verder worden uitgewerkt en verfijnd.
Beeld Landelijk Gebied 2050:
In 2050 is Groningen nog steeds een prettige provincie om te wonen, te werken en te recreëren. Er zijn nieuwe elementen aan de kaart van Waardevol Groningen toegevoegd. Er is een duidelijk zichtbare dynamische kustzone ontstaan. We houden meer water vast. Onze specifieke landschapswaarden zijn versterkt en hersteld. Landbouw en natuurwaarden zijn met elkaar in evenwicht en de landbouw heeft (een vernieuwende) koers met perspectief.
Dit is in grote lijnen de eerste alinea van het geschetste toekomstbeeld in het ruimtelijk voorstel Waardevol Groningen (2024). Het biedt een eerste aanzet en beeld van de toekomst van het landelijk gebied in Groningen. In het proces met de zeven deelgebieden is dit toekomstbeeld (2050) verder geconcretiseerd en aangescherpt. Het geeft in grote lijnen aan waar we in Groningen - in samenwerking met de omgeving - naar toe willen werken. Dit toekomstbeeld van het landelijk gebied wordt beschreven aan de hand van onderstaande thema’s.
Versterkte landschappelijke waarden:
De diversiteit van het landschap en haar specifieke kernkwaliteiten stonden altijd al centraal in de ontwikkeling van het Groningse landelijk gebied. Het zijn de dragers van de identiteit en van de ruimtelijke kwaliteit van het landelijke gebied. De landbouw vormde mede het karakter van dat landschap en is er deels ook beheerder van.
Landschappelijke structuren in vooral de primaire landbouwgebieden langs de Waddenkust, het Wierdenland, de Veenkoloniën, Westerwolde en Oldambt zijn in 2050 tot in de haarvaten van dit landbouwgebied versterkt met een natuurnetwerk. Denk aan ecologische oevers en fraaie akkerranden die ervoor
zorgen dat akkervogels floreren. In het Zuidelijk Westerkwartier heeft het coulisselandschap aan waarde gewonnen, singels zijn versterkt en uitgebreid. In heel Groningen zijn verbindingen en dijken, waar het landschappelijk past, verrijkt met ecologische bermen, bomenrijen en/of struiken. Bos is zo veel mogelijk ontwikkeld rondom woonkernen en langs woonlinten.
Een duurzaam Landbouwgebied
Groningen is en blijft een echte landbouwprovincie. De primaire landbouwgebieden langs de Waddenkust, het Wierdenland, de Veenkoloniën, Westerwolde en Oldambt dragen blijvend bij aan de levering van voldoende hoogwaardig voedsel en groene grondstoffen (inclusief pootgoed). In deze gebieden vindt ook innovatie plaats die wereldwijd wordt toegepast bij het verduurzamen van landbouwsystemen. Dit gebeurt zo dat de milieudruk beperkt is en de sector bijdraagt aan een gezonde leefomgeving en aan een adequaat inkomen voor de boer. Er wordt gewerkt met moderne kringlooplandbouw, de akkerbouw- en veehouderij vullen elkaar aan.
In de gebieden rondom de steden heeft de landbouw zich ontwikkeld tot een bedrijfsvoering met eigen korte afzetkanalen. Met directe klandizie van stedelingen en inwoners van de omliggende kernen. In nauwe samenwerking met natuurbeheerders, gemeenten, waterschappen en waterwinbedrijven draagt de sector bij aan de instandhouding en het onderhoud van natuurgebieden, landschappen en waterwingebieden. Ze ontvangt hiervoor een marktconforme vergoeding op basis van langjarige afspraken.
Natuur op orde en in evenwicht met de landbouw
Het Natuurnetwerk Nederland is gerealiseerd en het beheer is geregeld. Waar mogelijk is op plekken natuur ontwikkeld voor vogelsoorten die in het boerenland leven (VHR-doelen). De provincie Groningen bezit een robuuste en veerkrachtige natuur met een aangepast watersysteem dat tevens beleefbaar is voor inwoners en bezoekers van de provincie. Grote delen van het agrarisch gebied zijn in trek bij weide- en akkervogels. De boeren zorgen met hun beheer dat het landschap aantrekkelijk blijft voor deze vogels. Rondom Natura 2000-gebieden vindt vooral meer extensieve en op natuur gerichte agrarische bedrijvigheid plaats. Dit in combinatie met toeristisch-recreatieve activiteiten en (betaalde) maatschappelijke diensten.
De milieu-impact van de landbouw is substantieel verkleind, onder andere met behulp van technische- en beheermaatregelen (precisielandbouw). En waar nodig met zonering en extensivering van de bedrijfsvoering (op vrijwillige basis). Economische productie, biodiversiteit en ecologische duurzaamheid zijn in balans. In de meer kleinschalige veengebieden zijn veel opgaven samengekomen op het gebied van water, bodem, landbouw en natuur met als gevolg dat de veehouderij extensiever is geworden en perspectief is ontwikkeld voor de agrarische bedrijven, met onder meer groenblauwe diensten, toerisme en recreatie en energie. Over de vergoeding voor de groenblauwe diensten en agrarisch natuurbeheer zijn langlopende afspraken gemaakt.
Klimaatadaptieve en dynamische kustzone:
Het buitendijkse Waddengebied kent belangrijke natuurwaarden met de status van Natura 2000-gebied en UNESCO-werelderfgoed. Binnendijks vindt hoogwaardige voedselproductie en pootgoedteelt plaats, van internationale betekenis. Richting 2050 is met een integrale aanpak de kustveiligheid vergroot, zijn de natuurwaarden versterkt, is de verzilting aangepakt en zijn de omstandigheden voor met name de laaggelegen akkerbouwgronden verbeterd. Kustversterking langs de Dollard is gecombineerd met natuurontwikkeling (kwelders). Overtollig sediment is benut om laaggelegen landbouwgronden (vooral akkerbouw) op te hogen. Dit als remedie voor maaivelddaling, bodemdaling en verzilting.
Schoon water en voldoende zoetwater beschikbaar:
Het grond- en oppervlaktewater voldoet in 2050 aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water. Het is schoon en gezond. Er wordt meer water vastgehouden om droge periodes goed te kunnen doorstaan. Daarmee worden de gevolgen van de verminderde beschikbaarheid van zoetwater uit het IJsselmeer beperkt. Bij de ontwikkeling van functies is zoveel mogelijk aangesloten op de natuurlijke kenmerken van het water- en bodemsysteem. Dat kwam ten goede aan de kwaliteit van zowel bodem als water. Aan de groeiende vraag naar drinkwater wordt voldaan dankzij de aangewezen Aanvullende Strategisch Voorraden en door waterbesparingsmaatregelen, onder andere met precisiemaatregelen in de landbouw.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2025-17067.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.