Mandaatbesluit Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing 2026

Het college van gedeputeerde staten van Fryslân en de commissaris van de Koning van Fryslân, ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft;

 

gelet op het bepaalde in

  • afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht,

  • de Provinciewet,

  • de Gemeenschappelijke regeling FUMO - 2022;

besluiten:

vast te stellen het Mandaatbesluit Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing 2026

Artikel 1 - Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • 1.

    commissaris: commissaris van de Koning van Fryslân;

  • 2.

    college: college van gedeputeerde staten van Fryslân;

  • 3.

    DB: dagelijks bestuur van de Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing;

  • 4.

    machtiging: bevoegdheid om in naam van het college of de commissaris feitelijke handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn;

  • 5.

    mandaatgever: bestuursorgaan dat met dit besluit mandaat verleent aan het DB;

  • 6.

    omgevingsdienst: openbaar lichaam Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO);

  • 7.

    ondermachtiging: door de gemachtigde op zijn beurt verlenen van machtiging aan een ander;

  • 8.

    ondermandaat: door de gemandateerde op zijn beurt verlenen van mandaat aan een ander;

  • 9.

    ondervolmacht: door de gevolmachtigde op zijn beurt verlenen van volmacht aan een ander;

  • 10.

    provinciale staten: provinciale staten van Fryslân;

  • 11.

    volmacht: bevoegdheid om in naam van het college of de commissaris privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten.

Artikel 2 - Mandaat, volmacht en machtiging

  • 1.

    Het college en de commissaris, ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft:

    • a.

      verleent mandaat aan het DB voor het uitoefenen van de bevoegdheden

    • b.

      verleent machtiging en volmacht aan het DB voor het verrichten van feitelijke handelingen en privaatrechtelijke rechtshandelingen, en

    • c.

      bepaalt dat brieven en besluiten namens het bestuursorgaan kunnen worden getekend,

    voor zover de bevoegdheid of handeling is genoemd in de bijlage bij dit besluit en de uitoefening daarvan noodzakelijk is voor het verrichten van de taken van de omgevingsdienst.

  • 2.

    Het DB kan voor de bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en voor de handelingen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, schriftelijk ondermandaat, ondervolmacht en ondermachtiging verlenen aan functionarissen die werkzaam zijn voor de omgevingsdienst.

  • 3.

    Wat in dit besluit is bepaald met betrekking tot mandaat is van overeenkomstige toepassing op volmacht en machtiging en op ondermandaat, ondervolmacht en ondermachtiging.

  • 4.

    Bij de ondertekening, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt aangegeven dat die ondertekening plaatsvindt namens het college of commissaris.

Artikel 3 – Wettelijke kaders en beleid

  • 1.

    Het DB oefent de gemandateerde bevoegdheden uit binnen de kaders van daarvoor geldende regelgeving en vastgesteld beleid.

  • 2.

    Indien regelgeving en beleid als bedoeld in het eerste lid wordt vastgesteld of gewijzigd door mandaatgever, dan wordt over het voornemen daartoe overlegd met het DB.

  • 3.

    De mandaatgever zorgt ervoor dat de omgevingsdienst beschikt over het beleid als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 4 – Instructies

Instructies van de mandaatgever aan het DB worden schriftelijk en tijdig gegeven.

Artikel 5 – Informeren en afstemmen

  • 1.

    Voordat een bevoegdheid, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, wordt uitgeoefend, wordt overlegd met de mandaatgever, wanneer die uitoefening:

    • a.

      afwijkt van een door de mandaatgever gegeven instructie;

    • b.

      naar verwachting grote politieke of maatschappelijke gevolgen kan hebben; of

    • c.

      mogelijk tot aansprakelijkstelling van de provincie kan leiden.

  • 2.

    Als het DB het verleende mandaat in een bepaald geval niet wenst uit te oefenen, of de mandaatgever het gegeven mandaat in een bepaald geval intrekt, informeert de mandaatgever provinciale staten hierover.

Artikel 6 - Overgangsrecht

Op de uitoefening van bevoegdheden op grond van het overgangsrecht bij de Omgevingswet, in samenhang met het recht zoals dit gold voor inwerkingtreding van de Omgevingswet, blijft voor de duur van dat overgangsrecht, het mandaatbesluit van 14 januari 2014 (Provinciaal blad 16 januari 2014, nr. 12) alsmede de wijzigingen van 9 december 2014 (Provinciaal blad 9 januari 2015, nr. 107) en 30 november 2021 (Provinciaal blad 3 december 2021, nr. 11756) van toepassing.

Artikel 7 – Intrekking

  • 1.

    Het Mandaatbesluit Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing 2024 (Mandaatbesluit FUMO 2024) wordt ingetrokken.

Artikel 8 – Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.

Artikel 9 Citeerwijze

Dit besluit wordt aangehaald als: “Mandaatbesluit FUMO 2026”

Aldus besloten in de vergadering van het college van gedeputeerde staten van Fryslân en de commissaris van de Koning van Fryslân d.d. 7 oktober 2025.

Leeuwarden,

Het college van gedeputeerde staten van Fryslân,

de secretaris,

drs. ing. J.J. Algra

de commissaris van de Koning,

drs. A.A.M. Brok

Bijlage bij artikel 2 van het Mandaatbesluit FUMO 2026

 

1: Begripsbepalingen

  • 1.

    Bal: Besluit activiteiten leefomgeving;

  • 2.

    Bbl: Besluit bouwwerken leefomgeving;

  • 3.

    Bkl: Besluit kwaliteit leefomgeving;

  • 4.

    Ob: Omgevingsbesluit;

  • 5.

    Ow: Omgevingswet;

  • 6.

    Wet Bibob: Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur;

  • 7.

    Woo: Wet open overheid;

  • 8.

    Wet hergebruik overheidsinformatie;

  • 9.

    Wm: Wet milieubeheer.

2: Volledige proceslijn

Indien onder 3 en 4 een bevoegdheid wordt gemandateerd tot het nemen van een besluit, dan wordt daarmee de volledige proceslijn met betrekking tot dat besluit gemandateerd, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald. Onder de ‘volledige proceslijn’ worden de bevoegdheden als bedoeld in 2.1 t/m 2.7 verstaan.

Taak/bevoegdheid

Volledige proceslijn - Het voorbereiden en nemen van besluiten

2.1  Het voorbereiden en nemen van de volgende besluiten:

  • a.

    het beslissen op de aanvraag;

  • b.

    het voorbereiden van de besluitvorming, waaronder het voeren van correspondentie daarover en het opvragen van gegevens en bescheiden;

  • c.

    het horen als bedoeld in artikel 4:7, 4:8 en 4:11 van de Awb;

  • d.

    het ter inzage leggen van stukken;

  • e.

    het verzorgen van kennisgevingen en bekendmakingen in het Provincieblad;

  • f.

    het nemen van andere beslissingen inzake de procedure ter voorbereiding van een besluit;

  • g.

    het afdoen van herhaalde aanvragen, buiten behandeling stellen en het niet-ontvankelijk verklaren van aanvragen (artikel 4:5, 4:6 Awb en 16.10 Ow);

  • h.

    het verdagen van beslistermijnen (artikel 4:14 Awb jo. Artikel 16.64 en 16.66 Ow; artikel 7:10 Awb);

  • i.

    het opschorten van beslistermijnen (artikel 4:15 en artikel 7:10 Awb);

  • j.

    inzake de verbeurte van dwangsommen bij niet-tijdig beslissen (paragraaf 4.1.3.2 Awb);

  • k.

    het nemen van beslissingen op bezwaar(artikel 7:11 Awb);

  • l.

    het instemmen met rechtstreeks beroep (overslaan bezwaarfase) voor besluiten die in mandaat genomen zijn door de omgevingsdienst (artikel 7:1a Awb);

  • m.

    het van toepassing verklaren van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure als bedoeld in afdeling 3.4 Awb (artikel 3.10 Awb jo. artikel 16.65 Ow en artikel 10.24 Ob);

  • n.

    het buiten toepassing verklaren van afdeling 3.4 Awb bij een kennelijke verschrijving (artikel 16.24 lid 2 Ow);

  • o.

    het nemen van coördinatiebesluiten en het optreden als coördinerend bestuursorgaan (afdeling 3.5 Awb);

  • p.

    het actualiseren, wijzigen, intrekken en reviseren van (voorschriften van) een omgevingsvergunning;

  • q.

    het intrekken van besluiten;

  • r.

    het verzamelen, verwerken, beheren, verstrekken, beschikbaar stellen, uitwisselen, doorzenden en publiceren van informatie, gegevens, aanvragen en (ontwerp)besluiten;

  • s.

    het beoordelen van rapporten;

  • t.

    het behandelen van informatieplichten;

  • u.

    het behandelen van meldingen.

Volledige proceslijn - Toezicht en handhaving

2.2 Het uitoefenen van toezicht op de naleving van hetgeen waarvoor onder 3 en 4 mandaat is verleend.

2.3 Het aanwijzen van personen, belast met het houden van toezicht (artikel 18.6 Ow), ter handhaving van de taken en bevoegdheden waarvoor in 3 en 4 mandaat is verleend.

2.4 Het nemen van handhavingsbesluiten en bijbehorende besluitvorming, zoals bedoeld in hoofdstuk 4 en 5 Awb en titel 18.1.1 Ow, ter handhaving van de taken en bevoegdheden waarvoor in 3 en 4 mandaat is verleend.

Volledige proceslijn - Het voeren van procedures

2.5 Het in rechte vertegenwoordigen van het college en het nemen van besluiten inzake procedures voor hetgeen waarvoor in 3 en 4 mandaat is verleend, en handelingen in voorbereiding daarop.

Hieronder vallen in ieder geval, maar niet uitsluitend:

  • a.

    het instellen van pro forma en/of incidenteel (hoger) beroep;

  • b.

    het indienen van andere stukken in het kader van bezwaar, beroep of hoger beroep;

  • c.

    het voeren van verweer en het indienen van verweerschriften;

  • d.

    het indienen van verzoeken om geheimhouding ex artikel 8:29 Awb;

  • e.

    handelingen of besluiten in het kader van een tussenuitspraak of bestuurlijke lus (artikelen 8:51a, 8:51b, 8:51c, 8:80a en 8:80b Awb);

  • f.

    het vragen van uitstel van de behandeling van een bezwaar- of beroepschrift en het verrichten van andere proceshandelingen;

  • g.

    het verlenen van een eenmalige of doorlopende machtiging voor het voeren van het woord ter zitting;

  • h.

    het voeren van het woord als derde belanghebbende ter zitting;

  • i.

    het verrichten van handelingen als bedoeld in artikel 158, lid 1, onder e en f Provinciewet.

Volledige proceslijn - Overig

2.6 Het nemen van besluiten of het verrichten van handelingen op grond van of krachtens de Awb, ter uitvoering van hetgeen waarvoor in 3 en 4 mandaat verleend is.

2.7 Het verrichten van (privaatrechtelijke) rechtshandelingen en feitelijke handelingen ter uitvoering van hetgeen waarvoor in 3 en 4 mandaat verleend is.

 

3: Bevoegdheden ter uitvoering van de standaardtaken

Taak/bevoegdheid

3.1 Beslissingen op aanvragen om omgevingsvergunningen en het toepassen van paragraaf 5.1.5 Ow, voor activiteiten die zijn aangewezen in categorie 1 tot en met 4 (zie aanhangsel), met uitzondering van omgevingsvergunningen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten en de toepassing van de Wet Bibob.

3.2 Het beoordelen van meldingen als bedoeld in artikel 4.4, lid 1 Ow en beschikkingen op aanvragen om toestemming tot het heffen van een gelijkwaardige maatregel, voor activiteiten die zijn aangewezen in categorie 1 en 5 (zie aanhangsel)

3.3 Beschikkingen tot het stellen van maatwerkvoorschriften, voor activiteiten die zijn aangewezen in categorie 1 en 5 (zie aanhangsel).

3.4 Het houden van toezicht op de naleving van:

  • a.

    de verboden, bedoeld in de artikelen 5.1, 5.4, 5.5 en 5.6 Ow, voor activiteiten die zijn aangewezen in categorie 1 tot en met 4 (zie aanhangsel); en

  • b.

    de regels gesteld bij of krachtens de Ow en de Wm, over activiteiten die zijn aangewezen in categorie 1 tot en met 6 en 8 van (zie aanhangsel).

3.5 Het houden van ketentoezicht op de regels over activiteiten die zijn aangewezen in categorie 7 (zie aanhangsel).

3.6 Bestuurlijke sancties ter handhaving van de verboden en regels, bedoeld onder 3.4 en 3.5.

 

4: Bevoegdheden ter uitvoering van de aanvullende taken

Taak/bevoegdheid

Aanvullende taken - Vergunningverlening

4.1 Het nemen van besluiten als bedoeld in afdeling 5.1 Ow, anders dan genoemd in artikel 3, voor een:

  • a.

    omgevingsplanactiviteit;

  • b.

    een ontgrondingsactiviteit;

    • a.

      een Natura 2000-activiteit;

    • b.

      bouwactiviteit;

    • c.

      milieubelastende activiteit;

    • d.

      lozingsactiviteit;

    • e.

      wateronttrekkingsactiviteit;

    • f.

      flora- en fauna-activiteit;

    • g.

      een omgevingsverordeningplichtige activiteit;

    • h.

      actualisering omgevingsvergunning (voorschriften);

    • i.

      wijziging voorschriften omgevingsvergunning;

    • j.

      evisievergunning.

4.2  Het beoordelen van meldingen (artikel 4.4 Ow).

4.3  Het stellen van maatwerkvoorschriften (artikel 4.5 Ow).

4.4  Het besluiten over het treffen van gelijkwaardige maatregelen (artikel 4.7 lid 1 Ow).

Aanvullende taken – Omgevingswet

4.5  Het opleggen van gedoogplichten (Afdeling 10.3 Ow).

4.6 Het verplichten om maatregelen te nemen en het geven van aanwijzingen bij een ongewoon voorval (artikel 19.4 Ow), het treffen van maatregelen en het op schrift stellen van de beslissing tot het treffen van die maatregelen (artikel 19.5 Ow) en het verhalen van de kosten die daarbij worden gemaakt op de veroorzaker (artikel 19.6 Ow).

4.7 Het verplichten om maatregelen te nemen bij een toevalsvondst van verontreiniging op of in de bodem (artikel 19.9a Ow), het treffen van maatregelen en het op schrift stellen van de beslissing tot het treffen van die maatregelen (artikel 19.9c Ow) en het verhalen van de kosten die daarbij worden gemaakt op de veroorzaker (artikel 19.9d Ow).

4.8  Het besluiten over geluidwerende maatregelen (afdeling 3.5 Bkl).

4.9 Besluiten inzake het beoordelen van PRTR-verslagen en het verrichten van werkzaamheden in het kader van de PRTR-verordening als bedoeld in paragraaf 11.2.6 Bkl en paragraaf 10.8.6 Ob.

4.10 Het uitoefenen van bevoegdheden op grond van het behandelen en het nemen van besluiten over mobiel puinbreken (afdeling 7.2 Bbl).

4.11 Het besluiten over milieueffectrapportages voor projecten als bedoeld in paragraaf 16.4.2 Ow.

4.12 Het stellen van maatwerkvoorschriften of het verlenen van toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen bij activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 11 Bal (natuur, flora en fauna).

4.13 Het stellen van maatwerkvoorschriften of het verlenen van toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen bij activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 15 Bal (zwemwater).

Aanvullende taken – Milieu overig 

4.14 Het uitvoeren van taken, afdoen van meldingen en nemen van besluiten bij of krachtens hoofdstukken 8, 9, 10, 18 en 19 Wm.

4.15 Grondwater

  • a.

    bodemenergiesystemen, Landelijk Grondwater Register en warmte-koude-opslag

  • b.

    grondwatersaneringen en bouwen op verontreinigd grondwater, Kader Richtlijn Water.

4.16 Externe veiligheid a. Register Externe Veiligheid, Atlas leefomgeving en risicokaart; b. programma omgevingsveiligheid.

4.17 Geluid

  • a.

    ontheffing Besluit geluidproduktie sportmotoren;

  • b.

    het voorbereiden en vaststellen van geluidproductieplafonds provinciale wegen, geluidbelastingkaart, actieplan geluid, saneringslijst en saneringsprogramma;

  • c.

    monitoring van geluidproductieplafonds.

4.18 Het nemen van besluiten op grond van hetgeen is bepaald bij of krachtens het Vuurwerkbesluit.

Aanvullende taken - Overig

4.19 Het geven van wettelijke en vrijwillige adviezen, inspraakreacties en/of commentaar op beleidsplannen, regelgeving van en vergunningverlening door andere overheden of externe partijen.

4.20 Het reageren op, bezwaar maken of beroep instellen tegen plannen en besluiten van andere bestuursorganen.

4.21 Het beslissen op aanvragen en het doen van meldingen als bedoeld in de Algemene verordening gegevensbescherming.

4.22 De bevoegdheid te besluiten tot het aanvragen van subsidies, bedoeld in artikel 4:21 Awb, op basis van regelingen van andere overheidsorganen, het Rijk en de Europese Unie, alsmede het aangaan van uitvoeringsovereenkomsten ter verkrijging van deze subsidies.

4.23 Het afgeven van gedoogverklaringen.

4.24 Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken (Wkpb):

het aanbieden aan de Dienst voor het kadaster en de openbare registers van besluiten waaruit een publiekrechtelijke beperking voortvloeit, dan wel besluiten waarvan een zodanige beperking wordt gewijzigd of komt te vervallen.

4.25

  • a.

    toezicht op de naleving van TUG-ontheffingen, luchthavenregelingen en luchthavenbesluiten;

  • b.

    het voorbereiden en opleggen van bestuurlijke sancties op grond van de Wet luchtvaart.

 

Aanhangsel bij 3 van de lijst standaardtaken

 

Categorie 1

  • 1.

    Milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstukken 3 en 19 van het Bal.

  • 2.

    Onder deze aanwijzing vallen niet de activiteiten die zijn aangewezen in de volgende paragrafen:

    • a.

      paragraaf 3.2.1, 3.2.7 of 3.2.9, tenzij die:

      • 1°.

        als vergunningplichtig zijn aangewezen op grond van hoofdstuk 3 van dat besluit; of

      • 2°.

        onderdeel uitmaken van een activiteit die is aangewezen in de afdelingen 3.3 tot en met 3.11 van dat besluit en niet onder b tot en met e is uitgezonderd;

    • b.

      paragraaf 3.7.1, voor zover die alleen worden verricht ter ondersteuning van verkoop aan particulieren of de opgeslagen afvalstoffen alleen bestaan uit materialen die voor de werkzaamheden zijn meegenomen;

    • c.

      paragraaf 3.7.8, voor zover die alleen worden verricht ter ondersteuning van verkoop aan particulieren;

    • d.

      paragraaf 3.8.4, voor zover die alleen bestaan uit het herstellen van ruitschade of het onderhouden of vervangen van banden; en

    • e.

      paragraaf 3.8.6, voor zover die alleen worden verricht voor vervoer van of naar particulieren.

Categorie 2

Bouw- en sloopactiviteiten als bedoeld in het Bbl, voor zover gedeputeerde staten het bevoegd gezag zijn op grond van:

  • a.

    artikel 4.6, tweede lid, onder a, voor zover het gaat om omgevingsplanactiviteiten van provinciaal belang, bestaande uit milieubelastende-, bouw- of sloopactiviteiten;

  • b.

    artikel 4.6, tweede lid, onder c; of

  • c.

    artikel 4.16, eerste lid.

Categorie 3

Omgevingsplanactiviteiten, bestaande uit milieubelastende-, bouw- of sloopactiviteiten, voor zover gedeputeerde staten het bevoegd gezag zijn op grond van:

  • a.

    artikel 4.6, tweede lid, onder a, voor zover het gaat om omgevingsplanactiviteiten van provinciaal belang, bestaande uit milieubelastende-, bouw- of sloopactiviteiten;

  • b.

    artikel 4.6, tweede lid, onder c; of

  • c.

    artikel 4.16, eerste lid.

Categorie 4

Omgevingsplanactiviteiten van provinciaal belang, bestaande uit milieubelastende-, bouw- of sloopactiviteiten.

 

Categorie 5

Het bedrijfsmatig verwijderen van asbest als bedoeld in bijlage I bij het Bbl en asbesthoudende producten uit bouwwerken, en het bedrijfsmatig opruimen van asbest als bedoeld in bijlage I bij het Bbl en asbesthoudende producten vrijgekomen als gevolg van een incident.

 

Categorie 6

Activiteiten met stoffen, preparaten, producten en toestellen waarover regels zijn gesteld bij of krachtens de Wet milieubeheer, voor zover deze worden verricht in samenhang met een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Bal.

 

Categorie 7

Bedrijfsmatige activiteiten met betrekking tot:

  • -

    afvalstoffen;

  • -

    vuurwerk als bedoeld in bijlage I bij het Bal en explosieven voor civiel gebruik;

  • -

    secundaire grondstoffen; en

  • -

    andere milieugevaarlijke stoffen.

Categorie 8

Het in stand houden van bouwwerken voor zover daarover regels zijn gesteld in artikel 3.84 van het Bbl.

Naar boven