Wijzigingsbesluit loonkosten NPG-regeling Waterstof Ketenontwikkeling

GEDEPUTEERDE STATEN VAN DE PROVINCIE GRONINGEN

 

Gelet op:

  • -

    titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • -

    de Kaderverordening subsidies provincie Groningen 2017;

  • -

    de Procedureregeling subsidies provincie Groningen 2018;

Besluiten:

 

De Subsidieregeling Ketenontwikkeling waterstof provincie Groningen 2025 te wijzigen als volgt:

ARTIKEL I  

In artikel 9 wordt de tekst:

“Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    voor activiteiten uit artikel 5, eerste en tweede lid worden de subsidiabele kosten beperkt tot kosten als genoemd in artikel 49 AGVV;

  • b.

    voor de activiteit uit artikel 5, derde lid worden de subsidiabele kosten beperkt tot kosten als genoemd in artikel 41 AGVV;

  • c.

    voor de activiteit uit artikel 5, vierde lid worden de subsidiabele kosten beperkt tot kosten als genoemd in artikel 36 AGVV.”

vervangen door:

  • 1.

    Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:

    • a.

      voor activiteiten uit artikel 5, eerste en tweede lid worden de subsidiabele kosten beperkt tot kosten als genoemd in artikel 49 AGVV;

    • b.

      voor de activiteit uit artikel 5, derde lid worden de subsidiabele kosten beperkt tot kosten als genoemd in artikel 41 AGVV;

    • c.

      voor de activiteit uit artikel 5, vierde lid worden de subsidiabele kosten beperkt tot kosten als genoemd in artikel 36 AGVV.

  • 2.

    Indien er sprake is van subsidiabele loonkosten binnen het project op grond van de bepalingen in lid 1, worden deze meegenomen tegen de volgende tarieven:

    • a.

      een forfaitair tarief van € 60,-; of

    • b.

      een vast maandbedrag van € 8.600,-.”

ARTIKEL II TOELICHTING

In de toelichting op de regeling wordt een toelichting op artikel 9 lid 2 opgenomen:

“Artikel 9 lid 2: loonkosten

De aanvrager mag (soms) kiezen tegen welk tarief zij de loonkosten van het project willen berekenen. Hiervoor zijn twee tarieven bepaald, met elk haar eigen administratieve last.

Uurtarief € 60,--

Het betreft een vast tarief, waarin inflatiecorrectie reeds is verdisconteerd. Dit tarief kan worden gehanteerd door medewerkers die in loondienst zijn bij de projectpartner en als sprake is van eigen arbeid van personen die niet worden verloond. Bijvoorbeeld bij:

  • -

    Zelfstandigen die geen brutoloon ontvangen, waarbij voor de aangifte inkomstenbelasting sprake is van ‘winst uit onderneming’;

  • -

    DGA's die niet worden verloond (bijvoorbeeld in V.O.F.’s, maatschappen of eenmanszaken);

  • -

    Meewerkende echtgeno(o)t(e);

  • -

    (Onbezoldigde) bestuurders indien zij als bestuurder geregistreerd staan in het handelsregister van de Kamer van Koophandel.

Ter onderbouwing van de loonkosten dienen gedurende en na uitvoering van het project de volgende documenten te worden overlegd:

  • -

    Urenregistratie per medewerker (een format hiervoor is beschikbaar op de website van het SNN)

  • -

    Indien sprake is van verloning: verzamelloonstaat of een ander document (bijvoorbeeld een uitdraai uit een betrouwbaar personeelssysteem) ter onderbouwing van het dienstverband.

Vast maandbedrag € 8.600,- -

Dit maandbedrag kan worden gehanteerd voor medewerkers die voor een vast deel van hun arbeidstijd aan het project werken. Dit vaste maandbedrag kan naar rato van de ingezette uren per medewerker variëren.

Bij het opstellen van de begroting vooraf, worden de totale loonkosten per medewerker berekend door het vaste maandbedrag van € 8.600,-- te vermenigvuldigen met het verwachte aantal maanden dat de medewerker inzet voor het project zal leveren. Dit bedrag wordt vermenigvuldigd met het standaardpercentage van de werkweek dat de medewerker naar verwachting aan het project zal werken.

Als medewerkers een vast percentage van hun tijd werkzaam zijn voor de uitvoering van een project, kan een werkgeversdocument volstaan als onderbouwing van de ureninzet. De werkgever stelt voor de medewerkers een document op met vermelding van de namen van de medewerkers en het vaste percentage van de tijd per maand dat zij werkzaam zijn voor het project. Het document wordt bij voorkeur voorafgaand aan de start van de projectactiviteiten opgesteld. Indien de arbeidstijd van de medewerker aan het project gedurende de projectperiode wijzigt, dient er een nieuw werkgeversdocument aangeleverd te worden. Een format voor het werkgeversdocument wordt beschikbaar gesteld op de website van het SNN.

Voorbeeld:

Vast maandbedrag (bij fulltime dienstverband (40 uur))

€ 8.600,00

Percentage werkzaam voor project

50%

Aantal maanden werkzaam voor project

10

Te begroten loonkosten

€ 43.000,00

 

Ter onderbouwing van de loonkosten dient gedurende en na uitvoering van het project moeten de volgende documenten worden overlegd:

  • -

    Werkgeversdocument waaruit de tijdsinzet voor het project van de medewerker(s) blijkt;

  • -

    Indien sprake is van verloning: een document waaruit het dienstverband en de omvang daarvan blijkt van de medewerker.”

ARTIKEL III  

Dit wijzigingsbesluit wordt in de Provinciale Blad van de provincie Groningen bekendgemaakt en gepubliceerd. Deze wijziging treedt in werking de dag na bekendmaking in het Provinciale Blad en werkt terug tot en met 29 april 2025.

Groningen, 23 september 2025

Gedeputeerde Staten van Groningen:

René Paas, voorzitter

Hans Schrikkema, secretaris

Naar boven