Wijziging van de Subsidieregeling Versneller Innovatieve Ambities Drenthe en Fryslân 2025-2026

Gedeputeerde Staten van Drenthe en Fryslân

 

Besluiten:

 

De Subsidieregeling Versneller Innovatieve Ambities Drenthe en Fryslân 2025-2026 te wijzigen als volgt:

ARTIKEL I  

A. In artikel 9 onder g wordt de tekst

 

“er geen afgeronde haalbaarheidsstudie aanwezig is, die de aanleiding/grondslag is voor de aanvraag;”

 

Vervangen door:

 

“Een eventuele haalbaarheidsstudie, die aanleiding/grondslag is voor de aanvraag, niet is afgerond;”

 

B. In artikel 11 lid 1 onder c wordt de tekst

 

“de loonkosten van de onderzoekers, technici en ander ondersteunend personeel en bijdrage eigen uren van de onderzoekers, technici en ander ondersteunend personeel voor zover zij zich met de activiteit bezighouden.

 

De loonkosten of de bijdrage in eigen uren wordt meegenomen tegen:

  • i.

    een forfaitair tarief van € 55,--; of

  • ii.

    een vast maandbedrag van € 7.800,--.”

Vervangen door:

 

“ de loonkosten en/of bijdrage eigen uren van de onderzoekers, technici en ander ondersteunend personeel voor zover zij zich bezighouden met het uitvoeren van het haalbaarheidsproject.

 

  • i.

    De loonkosten of de bijdrage in eigen uren gemaakt voor 1 juli 2025 worden meegenomen tegen een forfaitair tarief van € 55,-;

  • ii.

    De loonkosten of de bijdrage in eigen uren gemaakt vanaf 1 juli 2025 worden meegenomen tegen:

    No 1. een forfaitair tarief van € 60,-; of

    No 2. een vast maandbedrag van € 8.600,-.

ARTIKEL II TOELICHTING

A. In de toelichting op artikel 11 sub c en d wordt de tekst:

 

“Artikel 11, sub c en d Loonkosten

 

De aanvrager mag (soms) kiezen tegen welk tarief zij de loonkosten van het project willen berekenen. Hiervoor zijn twee tarieven bepaald, met elk haar eigen administratieve last.

 

Uurtarief € 55,--

 

Het betreft een vast tarief, waarin inflatiecorrectie reeds is verdisconteerd. Dit tarief kan worden gehanteerd door medewerkers die in loondienst zijn bij de projectpartner en als sprake is van eigen arbeid van personen die niet worden verloond. Bijvoorbeeld bij:

  • -

    zelfstandigen die geen brutoloon ontvangen, waarbij voor de aangifte inkomstenbelasting sprake is van ‘winst uit onderneming’;

  • -

    DGA's die niet worden verloond (bijvoorbeeld in V.O.F.’s, maatschappen of eenmanszaken);

  • -

    Meewerkende echtgeno(o)t(e);

  • -

    (Onbezoldigde) bestuurders indien zij als bestuurder geregistreerd staan in het handelsregister van de Kamer van Koophandel.

Ter onderbouwing van de loonkosten dient gedurende en na uitvoering van het project moeten de volgende documenten worden overlegd:

  • -

    urenregistratie per medewerker (een format hiervoor is beschikbaar op de website van het SNN)

  • -

    indien sprake is van verloning: verzamelloonstaat of een ander document (bijvoorbeeld een uitdraai uit een betrouwbaar personeelssysteem) ter onderbouwing van het dienstverband.

Vast maandbedrag € 7.800,--

 

Dit maandbedrag kan worden gehanteerd voor medewerkers die voor een vast deel van hun arbeidstijd aan het project werken. Dit vaste maandbedrag kan naar rato van de ingezette uren per medewerker variëren.

 

Bij het opstellen van de begroting vooraf, worden de totale loonkosten per medewerker berekend door het vaste maandbedrag van € 7.800,-- te vermenigvuldigen met het verwachte aantal maanden dat de medewerker inzet voor het project zal leveren. Dit bedrag wordt vermenigvuldigd met het standaardpercentage van de werkweek dat de medewerker naar verwachting aan het project zal werken.

 

Als medewerkers een vast percentage van hun tijd werkzaam zijn voor de uitvoering van een project, kan een werkgeversdocument volstaan als onderbouwing van de ureninzet. De werkgever stelt voor de medewerkers een document op met vermelding van de namen van de medewerkers en het vaste percentage van de tijd per maand dat zij werkzaam zijn voor het project. Het document wordt bij voorkeur voorafgaand aan de start van de projectactiviteiten opgesteld. Indien de arbeidstijd van de medewerker aan het project gedurende de projectperiode wijzigt, dient er een nieuw werkgeversdocument aangeleverd te worden. Een format voor het werkgeversdocument wordt beschikbaar gesteld op de website van het SNN.

 

Voorbeeld:

 

Vast maandbedrag (bij fulltime dienstverband)

€ 7.800,00

Percentage werkzaam voor project

50%

Aantal maanden werkzaam voor project

10

Te begroten loonkosten

€ 39.000,00

Ter onderbouwing van de loonkosten dient gedurende en na uitvoering van het project moeten de volgende documenten worden overlegd:

  • -

    werkgeversdocument waaruit de tijdsinzet voor het project van de medewerker(s) blijkt;

  • -

    indien sprake is van verloning: een document waaruit het dienstverband en de omvang daarvan blijkt van de medewerker.

Berekening aantal subsidiabele uren:

 

De berekening van het totaal aan subsidiabele loonkosten per kalenderjaar gaat uit van een 40-urige werkweek. Indien de medewerker een arbeidsovereenkomst heeft met een lager aantal contracturen per week, dan wordt het aantal uren van 1.720 naar verhouding aangepast.

 

Hieronder staan een aantal voorbeelden van berekeningen van de maximale subsidiabele loonuren van een aangepast aantal contracturen:

  • -

    24-urige werkweek: 1.032 uur per jaar

  • -

    32-urige werkweek: 1.376 uur per jaar

  • -

    36-urige werkweek: 1.548 uur per jaar

Onder ondersteunend personeel wordt niet verstaan stagiairs. De uren van stagiairs die meewerken aan het project komen niet in aanmerking voor subsidie

 

Eigen arbeid

 

In geval van eigen arbeid is er geen sprake van een dienstverband en daarmee geen sprake van loonkosten. De inbreng van eigen arbeid wordt gezien als een bijdrage in natura. De overige projectkosten die subsidiabel zijn op grond van de regeling betreffen zogenaamde “out of pocketkosten”. Dit zijn kosten die gemaakt en betaald worden door de aanvrager.

 

De betaalde overheidssteun aan een project, dat bijdragen in natura bevat, mag niet hoger zijn dan de totale subsidiabele uitgaven exclusief de bijdragen in natura. Met ander woorden: de subsidie kan niet meer bedragen dan het bedrag dat aan “out of pocketkosten” wordt gemaakt.

 

Voorbeeld 1:

 

Kostensoort

Begrote kosten

Eigen arbeid (natura)

€ 10.000,00

Overige kosten (out of pocket)

€ 20.000,00

Totaal subsidiabele kosten

€ 30.000,00

Totaal subsidie (o.b.v. 35% subsidie)

€ 10.500,00

In dit voorbeeld kan de subsidie maximaal € 20.000,-- bedragen. Aangezien in dit voorbeeld de totale subsidiabele uitgaven exclusief de bijdragen in natura € 20.000,-- bedraagt.

 

Voorbeeld 2:

 

Kostensoort

Begrote kosten

Eigen arbeid (natura)

€ 50.000,00

Overige kosten (out of pocket)

€ 10.000,00

Totaal subsidiabele kosten

€ 60.000,00

Totaal subsidie (o.b.v. 35% subsidie)

€ 10.000,00

In dit voorbeeld kan de subsidie maximaal € 10.000,-- bedragen. Aangezien in dit voorbeeld de totale subsidiabele uitgaven exclusief de bijdragen in natura € 10.000,-- bedraagt.”

 

Vervangen door:

 

“Artikel 11 lid 1 sub c en d Loonkosten

 

De aanvrager mag kiezen tegen welk tarief zij de loonkosten van het project willen berekenen. Hiervoor zijn twee tarieven bepaald, met elk haar eigen administratieve last.

 

Uurtarief € 60,--

 

Het betreft een vast tarief, waarin inflatiecorrectie reeds is verdisconteerd. Dit tarief kan worden gehanteerd door medewerkers die in loondienst zijn bij de projectpartner en als sprake is van eigen arbeid van personen die niet worden verloond. Bijvoorbeeld bij:

  • -

    zelfstandigen die geen brutoloon ontvangen, waarbij voor de aangifte inkomstenbelasting sprake is van ‘winst uit onderneming’;

  • -

    DGA's die niet worden verloond (bijvoorbeeld in V.O.F.’s, maatschappen of eenmanszaken);

  • -

    Meewerkende echtgeno(o)t(e);

  • -

    (Onbezoldigde) bestuurders indien zij als bestuurder geregistreerd staan in het handelsregister van de Kamer van Koophandel.

Ter onderbouwing van de loonkosten dienen gedurende en na uitvoering van het project de volgende documenten te worden overlegd:

  • -

    urenregistratie per medewerker (een format hiervoor is beschikbaar op de website van het SNN)

  • -

    indien sprake is van verloning: verzamelloonstaat of een ander document (bijvoorbeeld een uitdraai uit een betrouwbaar personeelssysteem) ter onderbouwing van het dienstverband.

Vast maandbedrag € 8.600,--

 

Dit maandbedrag kan worden gehanteerd voor medewerkers die voor een vast deel van hun arbeidstijd aan het project werken. Dit vaste maandbedrag kan naar rato van de ingezette uren per medewerker variëren.

 

Bij het opstellen van de begroting vooraf, worden de totale loonkosten per medewerker berekend door het vaste maandbedrag van € 8.600,-- te vermenigvuldigen met het verwachte aantal maanden dat de medewerker inzet voor het project zal leveren. Dit bedrag wordt vermenigvuldigd met het standaardpercentage van de werkweek dat de medewerker naar verwachting aan het project zal werken.

 

Als medewerkers een vast percentage van hun tijd werkzaam zijn voor de uitvoering van een project, kan een werkgeversdocument volstaan als onderbouwing van de ureninzet. De werkgever stelt voor de medewerkers een document op met vermelding van de namen van de medewerkers en het vaste percentage van de tijd per maand dat zij werkzaam zijn voor het project. Het document wordt bij voorkeur voorafgaand aan de start van de projectactiviteiten opgesteld. Indien de arbeidstijd van de medewerker aan het project gedurende de projectperiode wijzigt, dient er een nieuw werkgeversdocument aangeleverd te worden. Een format voor het werkgeversdocument wordt beschikbaar gesteld op de website van het SNN.

 

Voorbeeld:

 

Vast maandbedrag (bij fulltime dienstverband)

€ 8.600,00

Percentage werkzaam voor project

50%

Aantal maanden werkzaam voor project

10

Te begroten loonkosten

€ 43.000,00

Ter onderbouwing van de loonkosten dienen gedurende en na uitvoering van het project de volgende documenten te worden overlegd:

  • -

    werkgeversdocument waaruit de tijdsinzet voor het project van de medewerker(s) blijkt;

  • -

    indien sprake is van verloning: een document waaruit het dienstverband en de omvang daarvan blijkt van de medewerker.

Berekening aantal subsidiabele uren:

 

De berekening van het totaal aan subsidiabele loonkosten per kalenderjaar gaat uit van een 40-urige werkweek. Indien de medewerker een arbeidsovereenkomst heeft met een lager aantal contracturen per week, dan wordt het aantal uren van 1.720 naar verhouding aangepast.

 

Hieronder staan een aantal voorbeelden van berekeningen van de maximale subsidiabele loonuren van een aangepast aantal contracturen:

  • -

    24-urige werkweek: 1.032 uur per jaar

  • -

    32-urige werkweek: 1.376 uur per jaar

  • -

    36-urige werkweek: 1.548 uur per jaar

Onder ondersteunend personeel wordt niet verstaan stagiairs. De uren van stagiairs die meewerken aan het project komen niet in aanmerking voor subsidie.”

 

B. In de toelichting op artikel 11 sub d en e wordt de aanhef:

“Artikel 11, sub d en e Verbonden- en partnerondernemingen”

 

Vervangen door:

 

“Artikel 11 lid 1 sub d en e Verbonden- en partnerondernemingen”

 

C. In de toelichting op artikel 11 sub f wordt de aanhef:

“Artikel 11 sub f Huurkosten”

 

Vervangen door:

 

“Artikel 11 lid 1 sub f Huurkosten”

ARTIKEL III  

Dit wijzigingsbesluit wordt in de Provinciale Bladen van Drenthe en Fryslân bekendgemaakt en gepubliceerd en treedt in werking op 19 september 2025 en werkt terug tot en met 1 juli 2025.

Aldus vastgesteld in de vergadering van Gedeputeerde Staten op 16 september te Leeuwarden,

drs. A.A.M. Brok,

voorzitter

drs. ing. J.J. Algra,

secretaris

Naar boven