Lijst met aangewezen buitenplanse omgevingsplanactiviteiten 2025

De lijst met gevallen waarvoor advies en instemming nodig is voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten onder de Omgevingswet, zoals bedoeld in artikel 16.15a (advies) en 16.16 (instemming) Omgevingswet jo. artikel 4.25 Omgevingsbesluit.

Artikel 1. Begrippen

In dit besluit wordt verstaan onder:

 

Bestaand stedelijk gebied

Het gebied zoals begrensd op de van de Omgevingsverordening deel uitmakende kaarten ‘Begrenzing bestaand stedelijk gebied’.

 

Buitenplanse omgevingsplanactiviteit

Vergunningplichtige activiteit, inhoudende:

  • a.

    een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met de regels uit het omgevingsplan, of

  • b.

    een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan.

Instructieregels

Alle regels in hoofdstuk 2 en 6 van de Omgevingsverordening.

 

Omgevingsverordening (OVO)

De Omgevingsverordening Fryslân 2022 en iedere wijziging daarvan.

 

Vooroverleg

Vorm van overleg met betrokkenheid van de provincie zoals beschreven in de notitie ‘Werkwijze planadvisering onder de Omgevingswet’ vastgesteld door Gedeputeerde Staten.

Artikel 2. Aanwijzing van gevallen

Als gevallen als bedoeld in artikel 16.15a, sub d, van de Omgevingswet worden aangewezen de buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarover instructieregels zijn gesteld in hoofdstuk 2 (ruimtelijk omgevingsbeleid) en hoofdstuk 6 (duurzame energie) van de Omgevingsverordening.

Artikel 3. Uitzondering advies en instemming

  • 1.

    In afwijking van artikel 2 kan een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit zonder advies en instemming als bedoeld artikel 4.25, eerste en derde lid, van het Omgevingsbesluit worden verleend, indien:

    • a.

      er aantoonbaar vooroverleg over is geweest tussen de dienst van de provincie en de dienst van de gemeente waarbij:

       

      • 1°.

        er naar aanleiding van dit vooroverleg een positieve vooroverlegreactie is gegeven door of namens GS; en

      • 2°.

        ook is aangegeven dat het niet nodig is de omgevingsvergunning ter advisering voor te leggen aan GS; en

      • 3°.

        de aanvraag om een omgevingsvergunning die in procedure wordt gebracht in overeenstemming is met de uitkomsten van het vooroverleg; of

    • b.

      het een activiteit betreft gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied;

    • c.

      het één van de volgende activiteiten betreft gelegen buiten het bestaand stedelijk gebied:

       

      Woonfunctie

      • 1°.

        uitbreiding woning of bouw bijgebouwen binnen grenzen bestaand woon-perceel;

      • 2°.

        vergroten van één woonperceel tot maximaal 5.000m2;

      • 3°.

        functiewijziging agrarisch bouwperceel naar wonen waarbij gebruik wordt gemaakt van bestaande bebouwing (artikel 2.24 lid 1 OVO bij hergebruik en verbouw);

      • 4°.

        splitsen van een woning;

      • 5°.

        permanente bewoning van een recreatiewoningen als deze oorspronkelijk als woning is gebouwd (artikel 2.18 lid 2 OVO).

    • Recreatie

      • 6°.

        kleinschalige kamperen t/m 25 standplaatsen op het bestaande bouwperceel (artikel 2.14 lid 1 onderdeel a OVO);

      • 7°.

        logies, recreatiewoningen of groepsaccommodatie in de bestaande bebouwing (artikel 2.14 lid 1 onderdeel b OVO).

    • Bedrijvigheid en wonen

      • 8°.

        uitbreiding van een bestaand niet-agrarisch bedrijf, maatschappelijke voorziening, horecagelegenheid of vergelijkbare functie tot maximaal 50% van het bestaande bebouwde oppervlak (artikel 2.9 lid 1 OVO);

      • 9°.

        hergebruik vrijkomende (niet-)agrarische bebouwing; (artikel 2.24 lid 1 OVO bij hergebruik of verbouw van vrijkomende gebouwen).

    • Agrarische functie

      • 10°.

        Nevenactiviteiten op het bouwperceel van agrarische bedrijven (artikel 2.22 lid 1 t/m 3 OVO).

    • Duurzame energie

      • 11°.

        Windturbine ashoogte 15 meter (artikel 6.1 lid 2 en 3 OVO);

      • 12°.

        Opstelling zonne-energie op bestaand bouwperceel/functievlak (artikel 6.5 lid 1 OVO).

  • 2.

    Onverminderd het eerste lid, onderdeel a, is het eerste lid, onderdeel b, niet van toepassing op:

    • 1°.

      een afwijking van het woningbouwprogramma/woondeals bij meer dan 11 woningen;

    • 2°.

      een afwijking van de bedrijventerreinenprogrammering;

    • 3°.

      een afwijking van het advies van de FAMKE of geaccordeerde verdiepingsslag van de gemeente;

    • 4°.

      een activiteit die betrekking heeft op de vermelde kenmerken en waarden van de Cultuurhistorische Kaart (CHK);

    • 5°.

      op de CHK aangeduide boerderijplaatsen;

    • 6°.

      detailhandel buiten het kernwinkelgebied;

    • 7°.

      een toename van bedden/recreatie op een Waddeneiland;

    • 8°.

      een ontwikkeling binnen de reserveringszone;

    • 9°.

      buitendijks bouwen;

    • 10°.

      herontwikkeling van een bestaande woonwijk; of

    • 11°.

      een activiteit in een waterwin- of grondwaterbeschermingsgebied;

  • 3.

    Onverminderd het eerste lid, onderdeel a, is het eerste lid, onderdeel c, niet van toepassing op:

    • 1°.

      een afwijking van het woningbouwprogramma bij meer dan 3 woningen;

    • 2°.

      een afwijking van de bedrijventerreinenprogrammering;

    • 3°.

      een afwijking van het advies van de FAMKE of geaccordeerde verdiepingsslag van de gemeente;

    • 4°.

      een activiteit die betrekking heeft op de vermelde kenmerken en waarden van de Cultuurhistorische Kaart (CHK);

    • 5°.

      op de CHK aangeduide boerderijplaatsen;

    • 6°.

      een toename van bedden/recreatie op een Waddeneiland;

    • 7°.

      een ontwikkeling binnen de reserveringszone;

    • 8°.

      buitendijks bouwen;

    • 9°.

      een activiteit in een waterwin- of grondwaterbeschermingsgebied;

    • 10°.

      een nieuw bouwperceel in of grenzend aan NNN of weidevogelkansgebied;

    • 11°.

      een activiteit met effect op landschap bepalende lanen, elzensingels, houtwallen of beeldbepalende bomen/boomgroepen.

Artikel 4. Intrekking besluit

De ‘Lijst aangewezen gevallen buitenplanse omgevingsplanactiviteiten’ d.d. 19 december 2023, wordt ingetrokken.

Artikel 5. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking een dag na bekendmaking.

Artikel 6. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: lijst met aangewezen buitenplanse omgevingsplan-activiteiten 2025.

Toelichting  

Algemeen

In deze lijst is aangegeven in welke gevallen GS een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) voor advies en instemming wil zien. GS stellen hiermee vast dat gemeenten voor BOPA’s waarover instructieregels zijn gesteld in hoofdstuk 2 en 6 van de Omgevingsverordening verplicht advies aan GS moeten vragen. Hierop zijn uitzonderingen geformuleerd, zoals genoemd in artikel 3 van de ‘Lijst met aangewezen buitenplanse omgevingsplanactiviteiten’.

 

GS kiezen vooralsnog voor advies én instemming, waarbij het streven is dat voor de meeste BOPA’s het vooroverleg zodanig wordt afgerond dat formeel advies niet meer nodig is. In de adviesfase kan per geval worden aangegeven of een BOPA nog voor instemming dient te worden voorgelegd.

 

Artikelsgewijze toelichting

 

Artikel 2

In dit artikel wijzen GS de gevallen aan waarbij advies en instemming is vereist. Hierbij wordt verwezen naar de hoofdstukken 2 en 6 van de Omgevingsverordening. Die hoofdstukken bevatten instructieregels die het college van B&W in acht moeten nemen bij het verlenen van Omgevingsvergunningen. Indien het college van B&W besluit om af te wijken van het door GS afgegeven advies kunnen GS besluiten om geen instemming aan het verleende besluit te verlenen.

 

Artikel 3

In de basis dienen alle buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (bopa’s) die ontwikkelingen mogelijk maken die zijn genoemd in hoofdstuk 2 en 6 van de Omgevingsverordening, aan de provincie voor advies en instemming te worden voorgelegd. In artikel 3 zijn hierop uitzonderingen geformuleerd.

 

Eerste lid

In het eerste lid, onderdeel a is tot uitdrukking gebracht dat bopa’s waarover het vooroverleg positief is afgerond, na het indienen van de aanvraag niet meer aan de provincie te hoeven worden voorgelegd, mits de aanvraag in overeenstemming is met de uitkomst van het vooroverleg. Het vooroverleg is nader uitgewerkt in de notitie ‘Werkwijze planadvisering onder de Omgevingswet’, vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 28-01-2025.

 

In het eerste lid, onderdeel b zijn activiteiten binnen bestaand stedelijk gebied uitgezonderd van advies en instemming. In het tweede lid zijn een aantal uitzonderingen geformuleerd.

 

In het eerste lid, onderdeel c zijn een aantal activiteiten buiten bestaand stedelijke gebied uitgezonderd van advies en instemming. In het derde lid zijn een aantal uitzonderingen geformuleerd.

 

Tweede lid

Activiteiten binnen bestaand stedelijk gebied, die genoemd worden in het tweede lid, worden wel voor advies en instemming voorgelegd aan de provincie. Hiervoor geldt dat advies en instemming achterwege kan blijven als het vooroverleg positief is afgerond, zoals genoemd in het eerste lid, onderdeel a.

 

Derde lid

Activiteiten buiten bestaand stedelijk gebied, die genoemd worden in het derde lid, worden wel voor advies en instemming voorgelegd aan de provincie. Hiervoor geldt dat advies en instemming achterwege kan blijven als het vooroverleg positief is afgerond, zoals genoemd in het eerste lid, onderdeel a.

 

Naar boven