Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 23 september, nr. UTSP-1070387110-3770 tot wijziging van Subsidieregeling Cultuur en Erfgoed provincie Utrecht 2025-2028

Gelet op artikel 1.4, eerste lid, van de Algemene subsidieverordening provincie Utrecht 2022;

 

Overwegende dat

 

  • -

    het wenselijk is om de subsidieplafonds van paragraaf 4 ‘Bekend en beleefbaar maken van Het Verhaal van Utrecht’ voor de jaren 2025 en 2026, van de Subsidieregeling Cultuur en Erfgoed provincie Utrecht 2025-2028 te wijzigen;

  • -

    het wenselijk is om de subsidieplafonds van paragraaf 5 ‘Utrechtse Streek- en Kasteelmusea’ voor de jaren 2025, 2026, 2027, 2028, van de Subsidieregeling Cultuur en Erfgoed provincie Utrecht 2025-2028 te wijzigen;

  • -

    het wenselijk is om voorwaarden onder artikel 2.2. van paragraaf 2 ‘Regionale museale samenwerking beeldende kunst’ te wijzigen;

  • -

    het wenselijk is om de voorwaarde onder artikel 3.3, lid 1 van paragraaf 3 ‘Versterken kwaliteit van de leefomgeving door middel van erfgoed’ te wijzigen;

  • -

    Het wenselijk is om enkele redactionele wijzigingen door te voeren zodat de regeling duidelijk en van betere juridische kwaliteit wordt;

Besluiten:

Artikel I  

De Subsidieregeling Cultuur en Erfgoed provincie Utrecht 2025-2028 wordt als volgt gewijzigd:

 

A

Artikel 1.3, eerste lid, komt te luiden:

  • 1.

    Subsidieaanvragen kunnen jaarlijks doorlopend worden ingediend van 1 januari tot en met 30 september, waarbij de verdeling van het beschikbare budget op basis van volgorde van ontvangst plaatsvindt met inachtneming van artikel 2.2 AsvpU.

B

In artikel 1.3 wordt onder vernummering van het tweede lid tot derde lid, een nieuw tweede lid ingevoegd, luidende:

  • 2.

    In afwijking van lid 1 van dit artikel kan een subsidieaanvraag in de zin van artikel 3.1, eerste lid, onderdeel d, worden ingediend tot 30 september 2025.

C

Artikel 2.2 komt te luiden:

Subsidie als bedoeld in artikel 2.1 kan worden verstrekt aan musea en tentoonstellingsorganisaties voor beeldende kunst, met uitzondering van amateurinstellingen en -verenigingen, mits het museum, dan wel de tentoonstellingsorganisatie minimaal gedurende zes maanden per jaar vier dagen per week voor publiek toegankelijk is.

 

D

In artikel 3.1, eerste lid, wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel c onder ii door een puntkomma, een nieuw onderdeel toegevoegd, luidende:

  • d.

    historisch of ontwerpend onderzoek als onderdeel van voor het Erfgoed Deal Uitvoeringsprogramma 2025 ingediende projecten, welke zijn gericht op de inzet van cultuurhistorische en archeologische waarden bij grote maatschappelijke opgaven zoals klimaatadaptatie, energietransitie en stedelijke groei in projecten, zoals beschreven in het programma Erfgoed Deal 2019-2025.

E

In artikel 3.3 wordt, onder vernummering van het derde en het vierde lid tot vierde en vijfde lid, en nieuw derde lid ingevoegd, luidende:

  • 3.

    Subsidie als bedoeld in artikel 3.1 lid 1 onder d, bedraagt maximaal € 50.000.

F

Artikel 4.6 komt te luiden:

Het subsidieplafond voor subsidies op grond van deze paragraaf bedraagt in:

2025: €450.000,-;

2026: €450.000,-;

2027: €250.000,-;

2028: €250.000,-.

 

G

Artikel 5.4, onderdeel a, komt te luiden:

  • a.

    een beknopt overzicht van hoe, naar inzicht van de subsidieaanvrager, wordt voldaan aan de criteria gesteld in artikel 5.1;

H

Artikel 5.5 komt te luiden:

Het subsidieplafond voor subsidies op grond van deze paragraaf bedraagt in de periode van 2025 tot en met 2028 €430.000,-, waarbij dit plafond als volgt is verdeeld:

  • -

    voor activiteiten bedoeld in het eerste lid onder a, € 400.000;

  • -

    voor activiteiten bedoeld in het eerste lid onder b, € 30.000.

Artikel II  

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van het Provinciaal blad waarin het wordt geplaatst en werkt het terug tot en met 1 januari 2025.

Aldus vastgesteld in de vergadering van gedeputeerde staten van Utrecht van 23 september 2025.

Gedeputeerde Staten van Utrecht,

Voorzitter,

mr. J.H. Oosters

Secretaris,

mr. drs. A.G. Knol-van Leeuwen

Naar boven