Provinciaal blad van Noord-Brabant
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Noord-Brabant | Provinciaal blad 2025, 15667 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Noord-Brabant | Provinciaal blad 2025, 15667 | ander besluit van algemene strekking |
Natuurbeheerplan Noord-Brabant 2026
[De bijbehorende kaarten zijn overeenkomstig artikel 7 lid 2 Bekendmakingswet bekendgemaakt.]
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant;
Gelet op artikel 1.2 van de Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Brabant 2016 en op de Subsidieregeling realisering Natuurnetwerk Noord-Brabant;
Overwegende dat de basistekst van het Natuurbeheerplan wordt geactualiseerd naar de meest recente beleidsplannen en beleidsontwikkelingen die gelden voor de Provincie Noord-Brabant;
Overwegende dat jaarlijks op verzoek en ambtshalve wijzigingen plaatsvinden in de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), zoals die is vastgelegd in de Omgevingsverordening welke zijn doorwerking heeft in de begrenzing van het Natuurbeheerplan;
Overwegende dat jaarlijks fouten worden gecorrigeerd en dat periodiek de begrenzing van het Natuurbeheerplan wordt aangepast aan de wijzigingen die vanuit het ruimtelijke spoor hebben plaatsgevonden in het Natuurnetwerk Nederland (NNN);
Gewijzigd vast te stellen ten opzichte van het ontwerp Natuurbeheerplan Noord-Brabant 2026:
De plantekst van het Natuurbeheerplan Noord-Brabant 2026 en de kaart met de begrenzing van de natte natuurparels
Gewijzigd vast te stellen ten opzichte van het ontwerp Natuurbeheerplan Noord-Brabant 2026 de bijhorende kaarten:
Vast te stellen de Nota van Wijzigingen Natuurbeheerplan Noord-Brabant 2026.
Het ontwerp Natuurbeheerplan Noord-Brabant heeft van 25 april tot en met 5 juni 2025 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode is iedereen in staat gesteld om schriftelijk of mondeling zijn of haar zienswijze over het ontwerp kenbaar te maken. GS hebben de reacties behandeld in de ‘Nota van zienswijzen en wijzigingen omgevingsverordening Noord-Brabant kaartaanpassingen 2025-2 en Natuurbeheerplan 2026’. Naar aanleiding van de reacties is het Natuurbeheerplan Noord-Brabant 2026 aangepast.
Dit besluit kan worden aangehaald als: Natuurbeheerplan Noord-Brabant 2026.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin het wordt geplaatst.
De plantekst van het Natuurbeheerplan 2026 is vrijwel ongewijzigd ten opzichte van de plantekst van het Natuurbeheerplan 2025. De tekst is geactualiseerd voor wat betreft ontwikkeling in beleid waaronder o.a. het stopzetten van het NPLG, het vaststellen van de Aanpak Landelijk Gebied en de Brabantse Ontwikkelaanpak Stikstof 2.0. Daarnaast is de tekst geactualiseerd vanwege de verwerking van de in december 2024 door PS vastgestelde aanwijzing van de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) die onder andere van invloed is op het verstrekken van SNL beheervergoeding.
Wat betreft de kaarten behorend bij het Natuurbeheerplan 2026 zijn er 46 wijzigingsverzoeken ingediend. Deze wijzigingsverzoeken hebben tot een aantal wijzigingen geleid van de begrenzing van het NNN ten opzichte van de begrenzing van het Natuurbeheerplan 2025. Op verzoek van particuliere eigenaren, collectieven en beheerders zijn percelen uit de begrenzing van het NNN verwijderd of begrensd als NNN, zijn verbeteringen aangebracht in de begrenzing van een aantal natuurbeheertypen, is het natuurbeheertype gewijzigd of is de begrenzing van het NNN aangepast aan de wijzigingen die vanuit het ruimtelijke spoor hebben plaatsgevonden. Daarnaast hebben wij op eigen initiatief fouten gecorrigeerd. Ook is de begrenzing van de natte natuurparels aangepast.
In de Nota van Wijzigingen Natuurbeheerplan Noord-Brabant 2026 zijn alle ingediende wijzigingsverzoeken en de ambtelijke wijzigingen samengevat en is de reactie van Gedeputeerde Staten op de wijzigingsverzoeken verwoord.
Er zijn 6 inspraakreacties op het ontwerp Natuurbeheerplan 2026 ontvangen. Geen van deze reacties heeft tot een aanpassing van de begrenzing en/of het beheertype/ambitietype van het NNN geleid ten opzichte van het ontwerpplan. Er waren wel 3 ambtelijke reacties dat wijzigingen niet correct waren doorgevoerd in het ontwerpplan. Hiervoor zijn geringe aanpassingen aan de begrenzing van het NNN doorgevoerd. De reacties die hebben geleid tot een wijziging van de begrenzing van het NNN zijn in de Nota van wijzigingen Natuurbeheerplan Noord-Brabant 2026 cursief weergegeven. Verder is het voorliggende plan ongewijzigd ten opzichte van het ontwerpplan. Op het beleidsplan zijn geen inspraakreacties ontvangen.
Heeft u vragen over de inhoud van het Natuurbeheerplan Noord-Brabant 2026? Neem dan contact op via natuurbeheerplan@brabant.nl of via 073 681 28 12.
U kunt dit besluit en de bijbehorende stukken digitaal bekijken via het digitale publicatieblad op officielebekendmakingen.nl. De documenten hangen als ‘Bekijk documenten’ aan deze publicatie (zie linker kolom). Het Natuurbeheerplan Noord-Brabant 2026 en de Nota van wijzigingen Natuurbeheerplan Noord-Brabant 2026 liggen digitaal ter inzage van 26 september tot en met 6 november 2025. De bijbehorende kaarten zijn te vinden op de internetpagina https://noord-brabant.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=aadeed0954ee4cebaa058ed0ae6a4c40.
Het Natuurbeheerplan Noord-Brabant 2026 en het kaartmateriaal zijn ook beschikbaar op de provinciale website: https://www.brabant.nl/onderwerpen/natuur-landschap/natuurbeheerplan/
GS hebben ervoor gekozen om bij de vaststelling van het Natuurbeheerplan Noord-Brabant 2026 de in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht geregelde procedure te volgen. Dat betekent dat belanghebbenden die gereageerd hebben op het ontwerp Natuurbeheerplan Noord-Brabant 2026, belanghebbenden met bezwaren tegen de ten opzichte van het ontwerp aangebrachte wijzigingen, of belanghebbenden die redelijkerwijs niet verweten kan worden dat zij niet eerder gereageerd hebben op het ontwerp, binnen zes weken na bekendmaking van het vaststellingsbesluit een beroepschrift in kunnen dienen bij de Rechtbank Oost-Brabant, sector Bestuursrecht, Postbus 90125, 5200 MA ‘s-Hertogenbosch. Het beroepschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten: naam en adres van de indiener, dagtekening, omschrijving van het besluit waartegen het beroep is gericht en de gronden van het beroep. Voor de behandeling van een beroepschrift is griffierecht verschuldigd.
Let wel, beroep kan alleen worden ingediend tegen de gewijzigde onderdelen in de tekst en de kaarten. De onderdelen van de tekst die niet zijn gewijzigd ten opzichte van het Natuurbeheerplan Noord-Brabant 2025 en de onderdelen van de kaarten die niet zijn gewijzigd ten opzichte van het besluit Kaartaanpassingen Natuurbeheerplan Noord-Brabant april 2025, zijn onherroepelijk en daarom niet vatbaar voor beroep.
Bovenstaand besluit treedt in werking, ook al wordt een beroepsschrift ingediend. Het is daarom mogelijk om gelijktijdig met of na het indienen van een beroepschrift een zogenaamde “voorlopige voorziening” te vragen bij: de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Oost-Brabant, sector Bestuursrecht, Postbus 90125, 5200 MA 's-Hertogenbosch.
Een voorlopige voorziening is in feite het nemen van een tijdelijke maatregel, bijvoorbeeld het schorsen van het besluit gedurende de tijd die nodig is om de bezwaren te behandelen en daarop een besluit te nemen. Voorwaarde om zo’n voorlopige voorziening te vragen is, dat er sprake is van spoedeisend belang.
Voor het vragen van een voorlopige voorziening is griffierecht verschuldigd.
1. Wat is het Natuurbeheerplan?
Voor u ligt het Natuurbeheerplan van de Provincie Noord-Brabant 2026. Dit plan beschrijft de beleidsdoelen en de subsidiemogelijkheden voor de ontwikkeling en het beheer van natuurgebieden en agrarisch natuur- en landschapsbeheer (ANLb) in de provincie. Het Natuurbeheerplan is verankerd in het Subsidiestelsel Natuur en Landschap (SNL) 2016. Dit stelsel bestaat uit: de ‘Subsidieregeling Natuur- en Landschapsbeheer 2016’ (SNL2016) voor het beheer van (agrarische) natuur en landschap en de ‘Subsidieregeling realisering Natuurnetwerk Noord-Brabant’, voor investeringen in natuur en landschap (omvorming, inrichting en kwaliteitsontwikkeling).
De provincie stelt de kaders voor de uitvoering van het natuur- en landschapsbeheer en het agrarische beheer door dit Natuurbeheerplan vast te stellen. Het Natuurbeheerplan geeft aan waar welke natuur aanwezig is (natuurbeheertypen) en welke beheerdoelen hiervoor gelden. Het Natuurbeheerplan bepaalt bovendien de ambitie van het natuurnetwerk via ambitietypen. Daarnaast financiert de provincie een aanzienlijk deel van de kosten voor de ontwikkeling en het beheer van natuur door middel van subsidies. Het Natuurbeheerplan vormt de basis voor de aanvraag van deze subsidies.
Het plan is geen statisch document. De provincie kan de inhoud van de plantekst, indien nodig, jaarlijks aanpassen. Ook worden jaarlijks kaartaanpassingen doorgevoerd; grenswijzigingen van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en/of het Natuurnetwerk Brabant (NNB) worden eenmaal per jaar doorgevoerd (in ontwerp in april, definitief in september), wijzigingen van natuurbeheertypen en/of ambitietypen en agrarische zoekgebieden worden tweemaal per jaar doorgevoerd (in april en november).
1.2 Doel en status Natuurbeheerplan
Het Natuurbeheerplan is een beleidskader om het Europese, Rijks- en Provinciale natuur- en landschapsbeleid te realiseren. Het gaat daarbij om bestaande natuurgebieden, zoals Natura 2000, gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt en landbouwgebieden die worden beheerd volgens agrarisch natuur- en landschapsbeheer. Het Natuurbeheerplan beschrijft per (deel)gebied welke natuur- en landschapsdoelen nagestreefd worden. Het plan bevat de begrenzing van de natuurgebieden en agrarische zoekgebieden, toegespitst op de internationale biodiversiteitsdoelen en de internationale natuurgerichte agromilieu-, water- en klimaatdoelen. Het plan is het beleidskader voor het provinciale natuurbeleid en ook voor de implementatie van artikel 65 van het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid- Nationaal Strategisch Plan (GLB-NSP). Het plan is verankerd in de SNL2016 en de Subsidieregeling realisering Natuurnetwerk Noord-Brabant en daarmee kaderstellend voor de SNL-subsidies.
In het Natuurpact en de overeenkomst met de Manifestpartijen zijn afspraken gemaakt om naast internationale soortendoelen ook internationale Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen op te nemen. Als waterschappen voor waterbeheerdiensten (blauwe diensten) gebruik willen maken van EU-cofinanciering dan kan dit uitsluitend via gebiedsaanvragen van agrarische collectieven, het Natuurbeheerplan en de SNL2016. De waterschappen geven daarvoor aan voor welke waterdoelen welke waterbeheerdiensten nodig zijn, inclusief randvoorwaarden en prioriteiten.
In het GLB-NSP is afgesproken om naast de internationale soortendoelen en KRW-doelen ook klimaatdoelen op te nemen. Het kader hiervoor wordt gevormd door het Klimaatakkoord, de nationale klimaatadaptatiestrategie en de bossenstrategie. Er wordt ingezet op klimaatadaptatie en -mitigatie. Voorbeelden zijn het verminderen van effecten van extreme weersomstandigheden door water-, bodem- en teeltmanagement. En de reductie van uitstoot broeikasgassen.
Begrenzing van natuur en landschap
In het Natuurbeheerplan zijn de Natura 2000-gebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN), het NNB buiten het Natuurnetwerk Nederland, de gerealiseerde ecologische verbindingszones en de agrarische zoekgebieden aangeduid (‘begrensd’). De begrenzing van de Natura 2000-gebieden, het Natuurnetwerk Brabant (inclusief het NNN) en de ecologische verbindingszones is vastgelegd op de begrenzingenkaart.
Bepalen van huidige en gewenste beheerdoelen van natuurgebieden en agrarisch beheer
In het Natuurbeheerplan zijn de huidige en de gewenste beheerdoelen voor de Natura 2000-gebieden, het Natuurnetwerk Nederland, het Natuurnetwerk Brabant en agrarische gebieden met natuurwaarden opgenomen. In dit plan begrenst en beschrijft de provincie de gebieden waar subsidiëring van beheer en ontwikkeling van natuur, agrarische natuur en landschapselementen plaats kan vinden. De begrenzing voor natuurgebieden is aangeduid op twee kaarten: de beheertypenkaart en de ambitiekaart. Voor het agrarisch beheer via het ANLb zijn er kaarten met agrarische zoekgebieden.
De vaststelling en begrenzing van het natuurnetwerk in planologisch opzicht is opgenomen in de Omgevingsverordening. Het betreft daarbij de ruimtelijke planologische borging. Niet alleen het NNN, maar ook de gronden buiten het Natuurnetwerk Nederland, binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Brabant, zijn planologisch geborgd. Doorwerking vindt plaats in het Natuurbeheerplan van Noord-Brabant. Gemeenten nemen de bescherming van het Natuurnetwerk Brabant over in bestemmingsplannen. Het Natuurbeheerplan heeft geen planologische consequenties of consequenties voor bestemmingsplannen en heeft dus geen invloed op eigendomsrechten of bestaande gebruiksmogelijkheden.
Het Natuurbeheerplan bevat geen bindende regels of verplichtingen voor burgers. Ook kunnen er geen rechten aan worden ontleend in die zin dat opname van een terrein in het Natuurbeheerplan dus niet vanzelfsprekend leidt tot een positief besluit over subsidiëring van het beheer. Het zorgt er alleen voor dat gecertificeerde beheerders en (agrarische) collectieven van de gronden die zijn begrensd als natuurgebied, als agrarische natuur of als landschapselement de mogelijkheid krijgen om subsidie aan te vragen voor het beheer van deze gronden. Ook is het mogelijk om subsidie aan te vragen voor natuurgerichte agromilieu, klimaat en waterdoelen.
2.1 Europees kader natuur en landschap
Het Natuurbeheerplan is gebaseerd op het vigerend beleid voor het landelijk gebied voor water, milieu en ruimtelijke ordening van de Europese Unie, het Rijk en de provincie. In dit hoofdstuk lichten wij de belangrijkste onderdelen van het vigerend beleid en de recente ontwikkelingen toe.
De lidstaten van de EU hebben gezamenlijk specifieke wetten en beleidsdoelen vastgesteld voor het instandhouden van bepaalde planten- en diersoorten en natuurlijke habitats van internationale betekenis via de Vogel- en Habitatrichtlijn (VR/HR) en Natura 2000, voor de instandhouding van gezonde watersystemen (Kaderrichtlijn water) en voor een schoon milieu (Nitraatrichtlijn). De Europese Commissie (EC) ziet erop toe dat de lidstaten deze afspraken nakomen.
Naast de bovenstaande beleidskaders is zowel de Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer 2016 (SVNL2016) als de Subsidieregeling realisering Natuurnetwerk Noord-Brabant getoetst op staatssteun. Op basis van de Richtsnoeren voor de land en bosbouwsector heeft de Europese Commissie goedkeuring verleend aan de beide modelverordeningen en hebben de provincies zich daarmee gecommitteerd aan de bijbehorende vereisten.
Voor het platteland zijn door de EC beleidsdoelen en regels vastgesteld met betrekking tot de verduurzaming en vergroening van de landbouw. Dit wordt concreet geëffectueerd in de vorm van het GLB-NSP 2023-2027. Het Nationaal Strategisch Plan (NSP) betreft de Nederlandse invulling van het Europese beleidskader, welke aan de lidstaten een zekere vrijheid laat om keuzes te maken. Het motto van het NSP is ‘Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) gaat toekomstbestendig boeren beter belonen’. Alle 9 doelen moeten in samenhang aan de orde komen, afhankelijk van de behoeften van de lidstaat. Daarin is de lidstaat niet helemaal vrij, het GLB kent een aantal Europese vereisten. Daarnaast zijn ook de nationale vereisten meegenomen in het GLB-NSP. Het GLB-NSP staat in het teken van de noodzaak om een toekomstbestendige landbouw te realiseren, aan de hand van 9 Europese specifieke doelstellingen en een overkoepelende opgave tot innoveren, netwerken en digitaliseren. Het GLB-NSP moet ook ingezet worden voor de Green Deal, met in het bijzonder de strategieën Farm2Fork (Boer tot Bord) en Biodiversiteit. Met het GLB-NSP zetten rijk, provincies en waterschappen samen de beleidslijnen uit voor beide subsidiefondsen van het GLB, zowel het Plattelandsfonds (pijler 2), als het Garantiefonds (pijler 1). Het Garantiefonds wordt deels ingezet via het nieuwe instrument ‘ecoregelingen’ en door budget over te hevelen naar het plattelandsfonds, waardoor meer ruimte ontstaat voor investeringen, innovatie, samenwerken en kennisoverdracht voor toekomstgerichte bedrijven en verbreding en optimalisatie van het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb).
Duidelijk is inmiddels dat ecoregelingen en conditionaliteiten uit pijler 1 van het GLB-NSP en het agrarisch natuur- en landschapsbeheer uit pijler 2 van het GLB-NSP naast elkaar kunnen worden ingezet en elkaar kunnen versterken. Ook is het mogelijk om ze beide in te zetten, mits zogenaamde ‘double funding’ voorkomen wordt, wat betekent dat voor hetzelfde perceel niet twee keer subsidie voor dezelfde maatregel mag worden verleend. De ecoregelingen en conditionaliteiten hebben een meer nationale generieke invulling (met regionale gebiedsgerichte accenten). Het herstel en de instandhouding van habitats en landschappen vergt een integrale aanpak die past bij het gebied. Het ANLb richt zich op gebiedsgerichte activiteiten die boeren samen ondernemen om doelsoorten en doelen uit de opgave Water en Klimaat te ondersteunen.
De bijdrage die de Nederlandse lidstaat levert aan het agromilieu, water en klimaat is vastgelegd in het GLB-NSP-fiche, waarin de ambitie van Nederland is aangeduid. Het agrarisch natuurbeleid, het ecologisch waterbeheer en klimaatdoelen worden gekoppeld aan het ANLb en worden deels gefinancierd met Europees geld. Daarmee moet de uitvoering van het agrarisch natuurbeheer, inclusief natuur gerelateerde water- en klimaatdoelen, voldoen aan het GLB-NSP-fiche. In het fiche zijn drie leefgebieden (open grasland, open akkerland, dooradering) en de categorieën water en klimaat opgenomen.
Op 18 augustus 2024 is de Europese natuurherstelverordening in werking getreden. Deze verordening verplicht lidstaten om doeltreffende maatregelen te treffen om de natuur te herstellen, continu te verbeteren en niet te laten verslechteren. Het bevat oplopende kwantitiatieve doelstellingen voor terrestrische, kust- en zoetwaterecosystemen en mariene ecosystemen die nu niet in goede conditie verkeren, voor 2030, 2040 en 2050. Ook zijn er aanvullende doelstellingen, bijvoorbeeld voor landbouwecosystemen. Daarnaast gelden er verplichtingen m.b.t. het opstellen van een nationaal natuurherstelplan (voor 1 september 2026), monitoring en verslaglegging. Alle artikelen van de verordening zijn direct van toepassing. Op dit moment wordt uitgewerkt welke aanpassingen van het Rijks- en provinciaal beleid noodzakelijk zijn. Dit heeft daarom nog niet tot aanpassing in dit Natuurbeheerplan geleid.
2.2 Rijksbeleid natuur en landschap
Het Rijk stelt in het kader van de internationale verplichtingen op hoofdlijnen de ambities voor de agromilieu-, water- en klimaatdiensten vast en geeft de kaders aan waarbinnen die ambities gerealiseerd kunnen worden.
Het Rijksbeleid heeft zich de afgelopen jaren ontwikkeld langs twee lijnen: de eerste lijn betreft het versterken en verbeteren van het bestaande natuurbeleid. Dit richt zich op natuurgebieden en de directe omgeving daarvan. Denk hierbij aan de uitvoering van het Natuurpact (2013) door de provincies. Daarnaast heeft het Rijk verantwoordelijkheid voor het beheren en verbeteren van natuur in de grote wateren, duurzame bescherming van de Noordzee en het verder ontwikkelen van de Nationale Parken. Met het landelijke Programma Natuur is in het kader van de stikstofaanpak extra geld beschikbaar gesteld voor natuurherstel en -ontwikkeling met een focus op stikstofgevoelige natuurgebieden. De tweede lijn gaat over het verbreden van het natuurbeleid naar andere sectoren en domeinen. Hierin past de transitie naar een natuur inclusieve samenleving, waaronder de transitie in de landbouw richting kringlooplandbouw. Hierin werkt het Ministerie van LVVN via o.a. de Agenda Natuurinclusief, het Deltaplan Biodiversiteitsherstel en Basiskwaliteit Natuur samen met provincies en maatschappelijke partijen aan de transitie naar een natuur inclusieve samenleving.
De uitvoering van het stimuleringsbeleid voor natuur en platteland is met ingang van 2014 gedecentraliseerd naar de provincies en vastgelegd in een decentralisatieakkoord 2014-2027 en een Natuurpact van overheden en maatschappelijke organisaties. Dit is op 18 september 2013 door staatssecretaris Dijksma aangeboden aan de Tweede kamer. In dit Natuurpact zijn de ambities vastgelegd met betrekking tot ontwikkeling en beheer van natuur in Nederland voor de periode tot en met 2027. Het Rijk draagt bij aan de realisatie van deze ambities door jaarlijks extra te investeren in natuur. De onderdelen van deze ambities zijn:
Ontwikkeling Robuust Natuurnetwerk Nederland (NNN) inclusief Natura 2000-gebieden. Het NNN moet een robuuste ruggengraat van de natuur in Nederland zijn. Dat gaat gebeuren door hem te vergroten, te verbeteren en belangrijke natuurlijke verbindingen te realiseren tussen natuurgebieden onderling en tussen natuurgebieden en hun omgeving.
Soortenbescherming; Bescherming van afzonderlijke plant- en diersoorten is nodig vanwege Europese verplichtingen en afspraken waaraan Nederland zich in internationaal verband heeft gecommitteerd (VR/HR). Soortenbescherming vindt plaats binnen en buiten het NNN door het nemen van juridische en/of fysieke maatregelen, die vestiging of uitbreiding van een soortenpopulatie stimuleren.
Agrarisch natuurbeheer; het ANLb kan buiten en binnen het NNN worden toegepast. De uitvoering van het agrarisch natuurbeheer moet eenvoudiger en met minder kosten, en zal een duidelijke meerwaarde voor natuur, landschap en agrarisch ondernemerschap moeten opleveren. Het ANLb moet vooral worden ingezet voor het beschermen en verbeteren van internationale soorten.
Natuur en water; Er zijn diverse mogelijkheden om de ontwikkeling van de natuur, de vergroting van het NNN en de aanpak van de Natura 2000-gebieden optimaal te laten samengaan met het verbeteren van de condities van de kwantiteit en de kwaliteit van het water. Er wordt daarbij maximale synergie gezocht met maatregelen om te voldoen aan de KRW en de Nitraatrichtlijn.
Aanpak Ruimte voor Landbouw en Natuur
Het ministerie van LVVN heeft het Nationaal Programma Landelijk Gebied stopgezet en in de kamerbrief van 29 november 2024 aangekondigd deze te vervangen door de aanpak Ruimte voor Landbouw en Natuur. Deze aanpak beoogt een bijdrage te leveren aan het behalen van wettelijke doelstellingen voor natuur-, water en klimaat. Concreet betreft het de Europese doelen van de Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR), de Natuurherstelverordening (NHV), de Kaderrichtlijn water (KRW) en de (Europese) Klimaatverplichtingen voor de landbouw. Ook zal er in het kader van de inbreukprocedure voor de grutto, specifieke aandacht worden besteed aan uitbreiding van het ANLb bij weidevogelkerngebieden (met name ten behoeve van de grutto). Deze aanpak wordt momenteel uitgewerkt door het Rijk, in samenwerking met de provincies.
Daarnaast is er naar aanleiding van twee rechterlijke uitspraken een ministeriële commissie Economie en Natuurherstel opgericht, die moet komen met een programma van maatregelen gericht op een gegarandeerde vermindering van stikstofuitstoot en natuurherstel.
In de loop van 2025 wordt meer bekend over de inhoud van deze beleidslijnen.
Na het stoppen van het Nationaal Programma Landelijk Gebied heeft de provincie Noord-Brabant in februari 2025 besloten om het herstel van het landelijk gebied voort te zetten via de Aanpak Landelijk Gebied (ALG). Deze aanpak richt zich onder andere op het versnellen van het herstel van N2000-gebieden en KRW, via een versnelde uitvoering van maatregelen. Zie 2.3.
2.3 Provinciaal beleid natuur en landschap
De provincies zijn – op grond van het decentralisatieakkoord natuur – volledig verantwoordelijk voor de uitvoering van het natuurbeleid. De doelen worden door de provincies vastgelegd in onder andere dit Natuurbeheerplan.
In dit provinciale Natuurbeheerplan, dat de kaders en ambities bevat waarbinnen een subsidieaanvraag kan worden ingediend, is aangegeven in welke gebieden bepaalde natuur-, agromilieu-, water- en klimaatdiensten ingezet kunnen worden.
Het provinciale beleid geeft invulling aan het Europese en Rijksbeleid en voegt daar provinciale doelen aan toe. Provincies houden bij de uitvoering van het natuurbeleid, conform de door Nederland geratificeerde Europese Landschapsconventie, rekening met beleidsdoelen van andere overheden en activiteiten in het landelijk gebied, zoals het waterbeleid, recreatiebeleid en milieubeleid, zodat synergie kan worden bereikt.
De provinciale beleids- en normenkaders en besluiten die min of meer een directe invloed hebben op het Natuurbeheerplan worden hieronder kort toegelicht. Hiermee kunnen de doelen van het NNN naar verwachting in 2030 worden bereikt. In 2035 zijn dan tevens de beoogde EVZ’s aangelegd, waarmee het Brabantse Natuurnetwerk compleet zal zijn.
De Brabantse Omgevingsvisie (vastgesteld in 2018) is een samenhangende visie op de fysieke leefomgeving. Hoe moet de Brabantse leefomgeving er in 2050 uitzien? En wat willen we in 2030 voor elkaar hebben om de ambities voor 2050 te halen? De Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Dat gaat om ambities op gebied van de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. In de Omgevingsvisie heeft de provincie als uitgangspunt opgenomen dat zij haar ambities en doelen samen met andere partijen wil realiseren. Samen met andere overheden, initiatiefnemers en andere betrokkenen zoeken we actief praktijken op waarin de nieuwe manier van werken centraal staat.
In het Beleidskader Natuur 2030 (vastgesteld in 2022) wordt omschreven wat we in 2030 als Brabant op het gebied van natuur willen bereiken. Het beleidskader stelt de doelen, beschrijft hoe we die willen bereiken en wat daarbij de inzet van de provincie is. Het beleidskader is te vatten in drie belangrijke pijlers: Robuuste Natuur, Brabant Natuurinclusief en Natuur voor en door Brabanders. Alle pijlers dragen bij aan de ambitie voor een robuuste, inclusieve en verbonden natuur en bescherming en herstel van de biodiversiteit. De provincie zet op de eerste plaats in op het verder realiseren van het robuuste Natuurnetwerk Brabant. Daarnaast moet de kwaliteit van bestaande en nieuwe natuur in Brabant beter. Verschillende beleidssectoren, zoals natuur, landbouw en stikstof werken hierbij samen met de Brabantse natuurpartners.
De Uitvoeringsagenda 2023-2027 (vastgesteld in 2023) geeft aan hoe we de doelen uit het Beleidskader Natuur 2030 willen gaan realiseren. Er staat in waar we de komende jaren aan werken en welke projecten en activiteiten we gaan uitvoeren. We gaan door met het herstellen en versterken van Natura 2000-gebieden, het aanleggen van ecologische verbindingszones, het tegengaan van verdroging en het versterken van waardevolle natte natuurgebieden. Dit gaat samen met het herstel van water, bodem en luchtkwaliteit én de intensivering van het herstel van de overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden.
In 2013 is de businesscase NNB/GOB opgesteld, voorafgaand aan de oprichting van het Groen Ontwikkelfonds. Op basis van deze businesscase hebben PS destijds besloten tot de oprichting van het GOB, met daarbij de opdracht om te zorgen voor verwerving van provinciale NNB, inrichting van het NNB en realisatie van Ecologische Verbindingszones (EVZ’s). GOB BV kreeg daarnaast de opdracht om Rijks NNB te realiseren met middelen van het Rijk. De opdracht aan GOB BV voor de realisatie van het NNB en EVZ’s loopt tot 31-12-2030.
Besluit GS mbt tijdelijke stop op realisatie Provinciaal NNB
Op 5 december 2022 hebben Gedeputeerde Staten besloten om met ingang van 15 december 2022 een (tijdelijke) subsidiestop in te stellen voor realisatie van het Provinciale deel van het natuurnetwerk. De focus ligt voor nu op initiatieven in het Rijksdeel van het natuurnetwerk en de realisatie van ecologische verbindingszones. Daarnaast is het per 1 januari 2023 niet meer mogelijk voor het GOB om subsidiebeschikkingen af te geven voor gronden die buiten het NNB zijn gelegen (en die later naar verwachting door de provincie toegevoegd worden aan het NNB). Dit besluit komt voort uit de bezuinigingen waartoe Provinciale Staten in 2020 hebben besloten. Op alle provinciale programma’s wordt een bezuiniging doorgevoerd. Voor het Programma Natuur is er een bezuinigingsopgave gesteld die met name gaat landen in het provinciale deel van het NNB en in 175 van de 1325 hectaren EVZ’s waarvoor geen structurele provinciale dekking meer is. De ambities voor natuur blijven overeind.
Besluit PS mbt de herbegrenzing van het NNB
Op 27 februari 2024 hebben GS het besluit genomen om de te ruime begrenzing van de opgave nieuwe natuur binnen het NNB terug te brengen tot de afgesproken omvang uit het Natuurpact van 20.000 ha en om de te ruime begrenzing nieuwe natuur van ongeveer 1.800 ha in een aparte kaartlaag op te nemen. In mei 2024 hebben GS besloten om het NNN (Natuurnetwerk Nederland) binnen het NNB op kaart aan te gaan wijzen, en zo de opgave uit het Natuurpact zichtbaar te maken. Dit is via een ontwerpbesluit wijziging Omgevingsverordening Noord-Brabant (OVNB) in procedure gebracht. Er is aangegeven welke gebieden binnen het NNB deel uitmaken van de met het Rijk afgesproken hectares voor het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en welke percelen (waaronder de te ruime begrenzing) buiten het NNN liggen. Het NNB blijft voorlopig in zijn geheel intact om herstel van natuur- en waterdoelen op percelen mogelijk te houden. Voor de hectares NNN blijft geld beschikbaar voor afwaardering en inrichting via het GOB (voor nu alleen binnen het Rijks NNN) en voor beheervergoeding vanuit SNL. Voor de hectares NNB buiten het Natuurnetwerk Nederland zijn geen Natuurpactmiddelen beschikbaar voor afwaardering en inrichting of voor beheervergoeding. Het ontwerpbesluit wijziging Omgevingsverordening Noord-Brabant (OVNB) heeft ter visie gelegen en is in december 2024 door PS vastgesteld.
Verzoeken tot wijziging van de begrenzing van het NNN kunnen nog steeds worden ingediend, maar dit is in principe niet meer mogelijk (saldo nul benadering). GS zullen eventuele verzoeken dan ook zeer kritisch beoordelen.
In de Aanpak Landelijk Gebied (ALG) (vastgesteld februari 2025) richt de provincie zich op het versnellen van de uitvoering in gebieden waar dat voor doelbereik op de Vogel en Habitat Richtlijn en de Kaderrichtlijn Water het hardst nodig is. Dit plan geeft aan hoe de provincie koers houdt op het realiseren van de wettelijke doelen voor natuur, stikstof, water en klimaat in samenhang met een duurzaam perspectief voor de landbouw. Met deze aanpak wil het college de uitvoering van groenblauwe projecten versnellen die bijdragen aan het wettelijk doelbereik. Dit om Brabant open te houden zodat er zicht ontstaat op vergunningverlening voor economische en maatschappelijke projecten. De focus ligt daarbij op 12 stikstofgevoelige N2000-gebieden en de bijbehorende Gebiedsgerichte Aanpak. Onderdeel van ALG is ook om beleid voor overgangsgebieden te ontwikkelen, rondom N2000-gebieden. Onder andere de inzet van Agrarisch Natuurbeheer (ANB) zal in deze gebieden een grote rol gaan spelen.
Brabantse Ontwikkelaanpak Stikstof 2.0 (BOS) 2024-2027
De meerjarige programmering BOS 2.0 (vastgesteld december 2024) richt zich op de uitvoering van een aanpak voor de stikstofreductieopgave in Brabant. De BOS 2.0 beschrijft de maatregelen en instrumenten, borging en monitoring. Hiermee wil de provincie de vele natuur in Brabant herstellen en blijvend beschermen en verbeteren. Deze aanpak vermindert de uitstoot van stikstof. We zetten hiermee een belangrijke stap om vergunningverlening voor economische en maatschappelijke ontwikkelingen weer mogelijk te maken.
In het Klimaatakkoord (juni 2019) is afgesproken dat het Rijk en de provincies samen met een bossenstrategie komen. Provincie Noord-Brabant heeft in januari 2020 een Brabantse bossenstrategie opgesteld met als doel het areaal bos in Brabant te vergroten, de kwaliteit ervan te verbeteren en de afzet te verduurzamen. Tot 2030 wordt 13.000 ha nieuw bos ontwikkeld. Hiervan kan 8.000 ha landen in het natuurnetwerk en 5.000 ha daarbuiten. Deze verdeling is een richtlijn; van belang is dat elke kans en mogelijkheid om bos aan te leggen, zowel binnen als buiten het netwerk, wordt aangegrepen. De belangrijkste opgave is echter het gezond maken van 60.000 ha bestaand bos, vooral op de drogere zandgronden. Dat is een opdracht met een looptijd tot 2050.
In het Actieplan Brabantse Bomen (vastgesteld in 2022) wordt inzichtelijk gemaakt hoe de provincie, samen met partners, de doelen uit de Brabantse bossenstrategie wil gaan bereiken. Hiervoor hebben GS voor deze collegeperiode 40 korte en lange termijn acties opgezet om 40 miljoen bomen aangeplant te krijgen en alle verzwakte bossen te herstellen.
De Nota Grondbeleid Brabant 2022 (vastgesteld op 24 juni 2022) geeft de kaders voor verwerving van het NNB. Er wordt ingezet op een gebiedsgerichte aanpak, waarmee een gehele afronding via verwerving of functieverandering en vervolgens inrichting van het Natuurnetwerk Brabant en de EVZ’s, tot stand komt. Gronden worden verkocht via een procedure van gelijkberechtiging.
Regionaal Water en Bodem Programma 2022-2027
Het Regionaal Water en Bodem Programma 2022-2027 (vastgesteld in 2021) geeft invulling aan het op orde houden van de basis van het natuurlijk water- en bodemsysteem en is mede gebaseerd op wettelijke regels en beleid. Dit is onder andere vastgelegd in de wettelijk omschreven rollen en taken in het waterbeleid in Nederland, dat uitgaat van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Het Regionaal Water en Bodem Programma formuleert de tussendoelen voor 2027 die nodig zijn om de uiteindelijke ambitie in 2050 te behalen. De waterschappen voeren het waterbeleid uit door middel van de waterbeheerplannen. Het NNB gerelateerde deel van het waterbeleid bestaat uit realisatie van N2000 gebieden, natte natuurparels, beek- en kreekherstel en waterkwaliteit. Rondom natte natuurparels is een hydrologische beschermingszone van kracht.
Addendum Regionaal Water en Bodem Programma 2022-2027
De afgelopen jaren zijn er diverse ontwikkelingen geweest. Het gaat onder meer over de aanpassing van het eigen provinciale beleid in het Beleidskader Leefomgeving, landelijke ontwikkelingen rondom ‘Water en Bodem sturend’ en klimaatontwikkelingen. Daarom heeft de provincie het bestaande Regionaal Water en Bodem Programma al tijdens de looptijd aangevuld met een addendum (vastgesteld in februari 2025). De aanpak van het Regionaal Water en Bodem Programma wordt met dit addendum verder aangevuld ten behoeve van de reeds bestaande doelen. De aanvulling betreft met name het verwerken van de consequenties van ‘Water en Bodem sturend’.
Beleidslijn ontgrondingen en bouwgrondstoffen Provincie Noord-Brabant 2021-2030
Het provinciaal ontgrondingenbeleid is vastgelegd in de nota ‘beleidslijn ontgrondingen en bouwgrondstoffen Provincie Noord-Brabant 2021-2030’. Dit beleid is verder uitgewerkt in een verordening en in beleidsregels.
Op een aantal uitzonderingen na, is elke verlaging van het maaiveld vergunningplichtig op basis van de Omgevingswet (voorheen Ontgrondingenwet). Natuurontwikkelingsprojecten die aan bepaalde voorwaarden voldoen, zijn vrijgesteld van de vergunningplicht maar dienen wel gemeld te worden (zie Omgevingsverordening art. 3.67 lid 2). Deze vrijstelling geldt alleen voor zogenoemde functionele ontgrondingen. Een functionele ontgronding is gekoppeld aan de realisering van een maatschappelijk gewenste functie (in dit geval realisatie van natuur); het winnen van grondstoffen (zand, klei, etc.) is daarbij geen doel op zich, maar een essentieel onderdeel van de verbetering van de omgevingskwaliteit. Voor functioneel ontgronden is een handleiding opgesteld: ‘Provinciaal toetsingskader en handleiding voor functioneel ontgronden’. In deze handleiding worden de inrichtings- en locatievoorwaarden voor de meest voorkomende categorieën functionele ontgrondingen beschreven.
Relevant voor het Natuurbeheerplan is bijvoorbeeld dat een ontgronding om voedselarme omstandigheden te creëren in principe niet dieper mag gaan dan de onderzijde van de voedselrijke bouwvoor of veraarde veenlaag; afgraven van de eutrofe bouwvoor dient beperkt te blijven tot maximaal 40 cm.
De noodzaak van een afgraving dieper dan 40 cm dient te worden onderbouwd met bodemonderzoek ter plaatse. Als de afgraving plaatsvindt omdat er dieper dan 40 cm nog te veel fosfaat in de bodem zit, dient eerst te worden afgewogen of er geschikte andere beheertypen zijn dan het oorspronkelijke voedselarme ambitietype. In natte omstandigheden is dat b.v. een dynamisch moeras, gemaaid rietland of een nat bostype; in droge omstandigheden zijn een ruigteveld, kruiden- en faunarijke akker of een natuurbostype een goed alternatief. Als het gaat om de aanleg van een ven of poel, dan dient te worden aangetoond dat dimensies en locatie hiervan passen in het landschap en voldoen aan de eisen die door de soorten van deze habitats worden gesteld.
3. Subsidiestelsel Natuur en Landschap
Het beschermen van dieren en planten is belangrijk voor de mens. Deze bescherming vindt plaats om ecologische, economische en ethische redenen. De diversiteit van dieren en planten verhoogt de spankracht van de natuur (ecologie). Daarnaast is de biodiversiteit een belangrijke productiefactor (economie). Ten slotte worden dieren en planten vanwege hun intrinsieke waarde beschermd (ethiek). De provincie hecht veel belang aan het behoud en de ontwikkeling van de provinciale natuur. Daarom verleent zij daarvoor subsidie via het Subsidiestelsel Natuur en Landschap (SNL). Het SNL is een landelijk stelsel dat door alle provincies op een uniforme manier wordt uitgevoerd. De Brabantse SNL2016 is een afgeleide van de landelijke modelregeling.
De provincie bepaalt in het Natuurbeheerplan in welke gebieden natuurbeheerders, natuurcollectieven en agrarische collectieven subsidie kunnen krijgen voor (agrarisch) natuur- en landschapsbeheer, blauwe diensten en klimaatdiensten. In het Natuurbeheerplan liggen de verschillende natuurbeheer- en landschapsbeheertypen van de Index Natuur en Landschap voor percelen en/of terreinen vast. Subsidie is alleen mogelijk voor het beheertype dat in het Natuurbeheerplan is aangegeven en begrensd, en op subsidiabel ‘ja’ staat.
Subsidie voor beheer en kwaliteitsimpulsen
In het Subsidiestelsel Natuur en Landschap wordt een onderscheid gemaakt tussen financiering van het beheer van de bestaande natuur en landschap en eenmalige investeringen ter verbetering van de natuurkwaliteit (kwaliteitsimpulsen) en functieverandering. De subsidie voor het beheer van natuur, agrarische natuur en landschapselementen is geregeld in de Subsidieregeling Natuur- en Landschapsbeheer Noord-Brabant 2016 (SNL2016). De subsidie voor de kwaliteitsimpulsen en functieverandering is geregeld in de Subsidieregeling realisering Natuurnetwerk Noord-Brabant.
Voor meer informatie over de subsidieverordening- en regelingen en subsidiemogelijkheden zie www.brabant.nl of https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/subsidiestelsel-natuur-en-landschap/verordeningen/
3.1. De Index Natuur en Landschap
De basis voor het Natuurbeheerplan wordt gevormd door de Index Natuur en Landschap. Deze Index is een landelijk uniforme en sterk gestandaardiseerde “natuurtaal” waarin de Nederlandse natuur- en landschapselementtypen worden vastgelegd. De Index is van belang voor de aanduiding van de natuur- en landschapsdoelen door de overheid en voor de monitoring en bevordert ook een goede afstemming tussen beheerders onderling en tussen beheerders en overheden.
De Index Natuur en Landschap bestaat uit de onderdelen natuur, agrarische natuur en landschapselementen. In de Index worden twee niveaus onderscheiden: de natuurtypen voor de sturing op landelijk niveau en de beheertypen voor de operationele aansturing van het beheer op regionaal en lokaal niveau. Voor de begrenzing in het Natuurbeheerplan en de subsidieverlening wordt voor het natuurbeheer het niveau van de beheertypen gebruikt. Voor het agrarisch natuurbeheer wordt het niveau van natuurtypen gebruikt.
De natuurtypen zijn bedoeld als sturings- en verantwoordingsinstrument op landelijk niveau. Daarbij valt te denken aan afspraken en rapportages tussen rijk en provincies. De beheertypen van de natuurgebieden zijn geschikt voor de aansturing van het natuurgebiedenbeheer op interprovinciaal, provinciaal en lokaal niveau. Zij vormen de basis voor afspraken over doelen en middelen tussen provincie en beheerder.
In de Index Natuur en Landschap worden de natuurtypen, landschapstypen en agrarische natuurtypen en beheertypen beschreven.
De beschrijving van de agrarische natuur- en beheertypen is gebaseerd op het advies dat is opgesteld door Alterra met beschrijvingen van de agrarische natuurtypen/leefgebieden en de daaronder vallende agrarische beheertypen. Zie https://www.bij12.nl/wp-content/uploads/2024/02/16926_Alterra_Rapport-2585_Totaal_LR.pdf voor het advies van Alterra. Voor meer informatie over de Index Natuur en Landschap zie onderdeel thema ‘Index Natuur en Landschap’ op https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap.
3.2 Natuurbeheerplan: beheertypenkaart en ambitiekaart
Het Natuurbeheerplan kent een beheertypenkaart en een ambitiekaart voor het natuurbeheer. Zij vormen met de beschrijving van de doelen de kern van het plan.
De beheertypenkaart geeft alle aanwezige natuur en landschap weer met de benamingen volgens de landelijk uniforme systematiek van de Index Natuur en Landschap. Met de beheertypenkaart stimuleert de provincie de instandhouding van de op die kaart aangegeven en begrensde beheertypen. Deze kaart vormt de basis voor het verlenen van beheersubsidies op grond van de SNL2016.
Voor een deel van de natuurgebieden en agrarische gebieden met natuurwaarden bestaat een ambitie om het huidige gebruik of beheer te veranderen. Het verschil tussen de beheertypenkaart en de ambitiekaart laat zien waar een verbetering van de natuurkwaliteit mogelijk en wenselijk is. De ambitiekaart vormt de basis voor de (subsidiëring) van omvorming van landbouwgrond naar natuur en/of verbetering van de natuurkwaliteit. De percelen waarvan het indertijd de wens was die om te vormen van landbouwgrond naar natuur worden over het algemeen aangeduid als ‘Nieuwe Natuur’. Uitzonderingen zijn enkele landbouwenclaves gelegen in Bestaande Natuur, deze noemen wij Bestaande Natuur Enclave. Een agrarisch perceel wordt na inrichting en functiewijziging naar natuur niet omgezet naar het label ‘Bestaande natuur’, het blijft dan Nieuwe Natuur heten.
Het verstrekken van subsidies voor beheer en voor kwaliteitsimpulsen draagt bij aan de realisatie van het in hoofdstuk 2 beschreven beleid en de in hoofdstuk 4 beschreven Provinciale natuur- en landschapsdoelen.
Zowel de beheertypenkaart als de ambitiekaart zijn afgestemd op de beheerplannen die in het kader van Natura 2000 zijn opgesteld.
3.2.1 Beheertypenkaart - Beheersubsidie natuur en landschap op grond van de SNL2016
Op de beheertypenkaart wordt alle bestaande en reeds gerealiseerde nieuwe natuur en landschapselementen aangegeven. Tevens wordt aangegeven of het terrein voor een subsidie in het kader van de SNL2016 in aanmerking komt. Als een terrein als ‘niet subsidiabel’ op kaart is aangegeven, dan komt het terrein niet voor subsidie in aanmerking, ook al is het onderdeel van het NNN. Per oppervlakte/natuurterrein is één beheertype toegekend. Omdat veel beheertypen vaak in kleinschalig mozaïek voorkomen (praktisch niet karteerbaar) moet er ruimte zijn voor het kleinschalig voorkomen van andere beheertypen binnen begrensde eenheden. Daarbij is gehanteerd dat 20% van de oppervlakte kleinschalig en in menging tot een ander beheertype mag behoren.
Een terreineigenaar komt alleen voor financiering van het aangewezen beheertype in aanmerking. Indien het perceel nog niet is omgevormd naar natuur en er nog geen bestaand beheertype aanwezig is, wordt het als type N00.01 aangegeven. Dit betekent dat hier ontwikkeling tot een gewenst beheertype uit de ambitiekaart nodig is. Deze gronden komen niet direct, maar pas na inrichting c.q. functieverandering voor beheersubsidie in aanmerking. Voor het bepalen van het dan gewenste beheertype moet vaak nog aanvullend onderzoek gedaan worden.
Op de aanwezige natuur kan ook subsidie voor landschapsbeheer worden verstrekt. Op de beheertypenkaart is aangegeven voor welke landschapselementen subsidies landschapsbeheer kunnen worden verstrekt.
In 2002 is de begrenzing van het natuurnetwerk vastgelegd, zowel de reeds aanwezige natuur als de toen nog te realiseren natuur, die nog geen natuurbestemming of -functie had. Om zicht te houden op die (rest)opgave van nog te realiseren natuur hebben alle delen van het netwerk een label gekregen. De reeds aanwezige natuur kreeg het label Bestaande Natuur en de rest het label Nieuwe Natuur.
Het NNB bestaat uit de volgende onderdelen:
Dit zijn de natuurgebieden waarover Rijk en provincie afspraken hebben gemaakt in het Natuurpact 2013. Het gaat om:
NNB buiten het Natuurnetwerk Nederland
Om realisatie van de nieuwe natuur te versnellen is er in het verleden de mogelijkheid geboden om gronden aan het NNB toe te voegen. Er werden echter niet gelijktijdig ook gronden buiten het NNB gebracht. Dit heeft ertoe geleid dat de omvang van het NNB toenam tot ongeveer 22.000 ha en groter is geworden dan de opgave van 20.000 ha nieuwe natuur waarvoor de provincie aan de lat staat. De te ruime begrenzing van ongeveer 1.800 ha is in 2024 aangewezen. Naast deze 1.800 ha die in potentie geschikt zijn om als natuur in te richten, liggen er ook natuurgebieden die vanuit eigenstandig Brabants beleid zijn gerealiseerd buiten het NNN, zoals natuur die op landgoederen is aangelegd en de gerealiseerde Ecologische Verbindingszones.
Wij hanteren het volgende subsidiebeleid voor Bestaande Natuur en Nieuwe Natuur:
Het provinciale beleid laat geen afsluiten van nieuwe natuurbeheersubsidies toe in Bestaande Natuur. Er kan alleen verlenging van eerdere subsidies plaatsvinden. Verlenging is mogelijk voor terreinen waarvoor in de periode na 1 januari 2016 een beheersubsidie is verstrekt of waar inrichting heeft plaatsvonden van Bestaande natuur enclave.
Er is een uitzondering voor Bestaande Natuur-natuurcompensatie. Hier geldt een aanloopperiode waarbij de initiatiefnemer zelf de beheerkosten voor de natuurcompensatie betaalt. In het natuurcompensatieplan is de periode van dit zogenaamde aanloopbeheer bepaald. Is dit niet zo dan geldt een periode van 6 jaar. Daarna gaan de beheerkosten over naar de eindbeheerder, die daarvoor een beheervergoeding kan aanvragen. De redenering daarbij is dat de vernietigde natuur naar verwachting ook beheervergoeding heeft gekregen. Bovendien wensen wij natuurcompensatiegebied na realisatie van de gewenste natuur goed te beheren.
Kwaliteitsverbetering in Bestaande of Nieuwe Natuur ontstaat ook door uitvoer van herstelmaatregelen vanuit de Subsidieregeling realisering Natuurnetwerk Noord-Brabant. Bijvoorbeeld bos dat wordt omgezet in heidecorridors ten behoeve van de gladde slang. De beheertypenkaart wordt vervolgens aangepast.
Landschapselementen die in de meest recente versie van het Natuurbeheerplan op de beheertypenkaart zijn ingetekend en subsidiabel zijn komen voor beheervergoeding in aanmerking. Aanvragen voor het intekenen van landschapselementen in Bestaande natuur wijzen wij af, omdat zij niet voor beheervergoeding in aanmerking komen. Aanvragen voor het intekenen van landschapselementen in Nieuwe natuur honoreren wij en wij stellen deze landschapselementen open voor beheervergoeding.
In 2007 is met het Rijk een overeenkomst gesloten voor het saneren van een aantal zogenaamde MOB-complexen (voormalige mobilisatiecomplexen van Defensie). Een deel van de door Defensie afgestoten MOB-complexen wordt omgevormd tot natuur, en is daarmee onderdeel van het NNN. Na doorlevering van de gronden aan een eindgebruiker komen deze in principe voor een beheervergoeding in aanmerking.
De beheertypen N10.01 Nat schraalland of N10.02 Vochtig hooiland worden na vaststelling van de inrichting alleen opgenomen op de beheertypenkaart en opengesteld voor beheervergoeding als de beheerder kan aantonen dat er minimaal 1 kwalificerende soort uit de Index Natuur en Landschap op het betreffende perceel aanwezig is voor dit beheertype (en daarmee voldoet aan de minimale biotische kwaliteitsbepaling), kan aantonen dat het perceel zo nat is dat er met specialistisch materiaal gemaaid moet worden of als de voedselrijke toplaag van het perceel is afgegraven. Tot die tijd nemen wij het perceel op als N12.02 op de beheertypenkaart en stellen wij het open voor beheervergoeding. Ook als de inrichting als N10.01 Nat schraalland of N10.02 Vochtig hooiland nog niet kan plaatsvinden vanwege nog te nemen hydrologische maatregelen, nemen wij het perceel op als N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland tot de hydrologische maatregelen zijn genomen en wordt voldaan aan de eisen die gesteld worden aan N10.01 Nat schraalland of N10.02 Vochtig hooiland.
Beheervergoeding voor de volgende specifieke natuurbeheertypen in Bestaande of Nieuwe Natuur staat niet open. Bij deze typen is geen of te geringe ecologische waarde te verwachten. Het betreft L01.09 Hoogstamboomgaard, L02.01 Fortterrein, L02.02 Historisch bouwwerk en erf en L02.03 Historische tuin.
De Voorzieningen-, Monitoring-, Schapen- en vaarbijdrage is op kaart weergegeven. Om binnen het gebied waar een bijdrage mogelijk is, in aanmerking te kunnen komen voor de betreffende bijdrage, moet daarnaast worden voldaan aan de voorwaarden van de subsidieregeling. Het beleid ten aanzien van de bijdragen is in beginsel als volgt:
3.2.2 Ambitiekaart - Functieverandering en inrichting op grond van de Subsidieregeling realisering Natuurnetwerk Noord-Brabant
Landbouwgronden die voorkomen op de ambitiekaart, en op de beheertypenkaart beheertype N00.01 hebben, kunnen definitief worden omgezet in natuur, waarbij de waardevermindering van de grond wordt vergoed. Ook particulieren (of samenwerkingsverbanden van particulieren) komen voor deze vergoeding in de vorm van subsidie functieverandering in aanmerking. De particulieren zijn en blijven in dat geval eigenaar van de gronden. Voor deze functieverandering bestaat sinds 2005 een fiscale vrijstelling. Particulier natuurbeheer is een belangrijk middel voor de realisatie van het Natuurnetwerk Brabant.
Voor de specifieke voorwaarden met betrekking tot de verlening van een subsidie voor functiewijziging wordt verwezen naar de Subsidieregeling realisering Natuurnetwerk Noord-Brabant of naar www.groenontwikkelfondsbrabant.nl. De Werkeenheid, levert informatie over het opstellen van inrichtingsplannen en kan particulieren ondersteunen bij het indienen van subsidieaanvragen bij het GOB. De werkeenheid is te bereiken onder werkeenheidnatuurnetwerk@brabant.nl
3.2.3 Agrarische zoekgebieden– leefgebieden, water en klimaat
Voor het agrarisch natuur- en landschapsbeheer (ANLb) onderscheiden de provincies de volgende drie leefgebieden: open grasland, open akkerland en dooradering. Deze drie leefgebieden zijn de drie agrarische natuurtypen van de Index Natuur en Landschap. Daarnaast wordt gewerkt met een categorie water en een categorie klimaat.
In het Natuurbeheerplan worden deze drie agrarische leefgebieden/natuurtypen en de categorieën water en klimaat als agrarische zoekgebieden op de natuurtypenkaart aangeduid. Alleen binnen de begrenzing van de zoekgebieden is subsidie voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer mogelijk. Zie het vierde tabblad in de viewer van het Natuurbeheerplan.
Voor de drie agrarische natuurtypen/leefgebieden en de categorieën water en klimaat worden subsidiecriteria meegegeven. Zie Hoofdstuk 4 en de bijlagen.
Bij de begrenzing van de zoekgebieden in het Natuurbeheerplan en de keuze op welke soorten wordt ingezet, houdt de provincie rekening met de naastgelegen provincies. Dit om een goed afgestemd soortenbeleid over de provincies te garanderen.
Er wordt naar gestreefd om het agrarisch natuur- en landschapsbeheer in te zetten in de meest kansrijke gebieden voor stabiele populaties. Hierbij is de versterking van en/of verbinding voor het Natuurnetwerk Nederland (NNN) een belangrijk uitgangspunt. Tevens is het gericht op de kansrijkheid voor soorten die (deels) afhankelijk zijn van het agrarische cultuurlandschap. Ten opzichte van het vorige Natuurbeheerplan worden enkele wijzigingen doorgevoerd. Dit is mede ingegeven door de ‘Tussenevaluatie van de stelselvernieuwing Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer’ (www.tweedekamer.nl).
Op de kaart met agrarische zoekgebieden worden de doelstellingen voor specifieke soorten of soortengroepen binnen de agrarische natuurtypen niet aangeduid. Welke specifieke doelstellingen de provincie heeft m.b.t. soorten of soortengroepen wordt beschreven in hoofdstuk 4 en/of de bijlagen.
Voor het zoekgebied water is in hoofdstuk 4 en/of de bijlagen aangegeven op welke blauwe diensten ingezet kan worden en welke criteria daarvoor gelden. Dit geldt ook voor het zoekgebied klimaat.
Monitoring is een essentieel onderdeel van de beheercyclus. De uitvoering van het natuurbeleid en beheer dient onderzocht te worden om te weten of de afgesproken doelen ook gehaald en zo nodig bijgesteld moeten worden. Behalve informatie over de gerealiseerde hectares en het daarvoor benodigde geld (kwantiteit), is ook informatie nodig over de resultaten in termen van bijv. aantallen dieren en planten (kwaliteit).
Voor de monitoring van het natuurbeheer is door de gezamenlijke provincies in overleg met de natuurbeheerders een methodiek vastgesteld, die is beschreven in de “Werkwijze Monitoring en Beoordeling Natuurnetwerk en Natura 2000/PAS”, die te vinden is op de website van BIJ12 (https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/monitoring-en-natuurinformatie/). Hierin wordt per beheertype beschreven welke monitoring noodzakelijk is en hoe deze moet worden uitgevoerd. Op de website van BIJ12 zijn ook bijlagen en achtergronddocumenten te downloaden.
Gecertificeerde natuurbeheerders hebben het recht om de monitoring zelf uit te (laten) voeren en krijgen daarvoor een monitoringssubsidie gebaseerd op de monitoringstarieven zoals vastgesteld in het openstellingsbesluit. Voor de natuurbeheerders die de monitoring niet zelf willen uitvoeren, voert de provincie de monitoring uit.
Er wordt gewerkt aan het provinciaal monitoringplan SNL in samenwerking met de beheerders. Een belangrijk onderdeel daarvan is de rapportagecyclus. Op basis van dit plan wordt jaarlijks de monitoring voor natuur in de natuurgebieden uitgevoerd.
Agrarisch natuur- en landschapsbeheer
Voor de monitoring van het agrarisch natuurbeheer is in 2016 een systematiek ontwikkeld. Daarin wordt onderscheid gemaakt tussen beheermonitoring (het verzamelen van natuurgegevens die nodig zijn om het beheer (beter) uit te voeren) en beleidsmonitoring (het verzamelen van gegevens om de realisatie van de beleidsdoelen (op provinciaal, landelijk en Europees niveau) te evalueren). De verantwoordelijkheid voor de beheermonitoring bij het agrarisch natuurbeheer ligt bij de agrarische collectieven, de provincie is verantwoordelijk voor de beleidsmonitoring. Bij de beleidsmonitoring worden niet alleen de landelijke soorten meegenomen, maar ook de Brabantse soorten.
De blauwe diensten worden ingezet op een bijdrage aan de waterkwaliteit van de KRW-watergangen en het verhogen van het waterbergend vermogen. Hiervoor is een bestaand monitoringsprogramma van waterschappen en provincies (kwaliteit en kwantiteit) via welke lijn de toestand en ontwikkeling van de betreffende parameters worden gemonitord. Dit betekent dat voor blauwe diensten niet een apart monitoringsprogramma ontwikkeld hoeft te worden.
4. Natuur- en Landschapsdoelen
Dit Natuurbeheerplan geeft invulling aan het in hoofdstuk 2 beschreven natuur- en landschapsbeleid van de Europese Unie, het Rijk, de provincie en waterschappen. In hoofdstuk 4 en de genoemde bijlagen worden de beleidsdoelen en criteria beschreven ten aanzien van de provinciale natuur-, landschaps-, klimaat- en waterdoelen. Hieraan zullen de subsidieaanvragen van natuurbeheerders en de gebiedsaanvragen van de agrarische collectieven worden getoetst.
Het hoofdstuk start met een integrale gebiedsomschrijving en een visie, gevolgd door de beleidsdoelen en criteria op het vlak van natuurgebiedenbeheer. Het vervolg van het hoofdstuk gaat over beheer op agrarisch gebied en de criteria en beleidsdoelen die daar gelden.
4.1 Integrale gebiedsbeschrijving en visie op behoud en ontwikkeling
We beogen het realiseren van het volledige Natuurnetwerk Nederland. We doen dit vanuit een aantal overwegingen.
We streven naar een goed leef- en vestigingsklimaat in onze provincie. Eén van de speerpunten hierbij is robuuste en veerkrachtige natuur.
Ook is maatschappelijk draagvlak essentieel. Dit is nodig voor het op peil houden van de natuur en landschapsambitie voor de langere termijn. Onderdeel is de nieuwe verantwoordelijkheidsverdeling tussen publiek en privaat, waarbij de overheid haar regulerende rol durft los te laten en de cross overs tussen economie en ecologie. In 2019 hebben de Manifestpartners de nota ‘De Brabantse aanpak: Ondernemend & Samen’ opgesteld waarin zij een oproep doen voor een gezamenlijke gebiedsgerichte aanpak van de transities van landbouw, natuur, klimaat en energie.
Verder uiteraard behoud van biodiversiteit. Hiervoor is een robuust Natuurnetwerk noodzakelijk. Niet alleen sterke natuurgebieden met het op orde brengen van de fysieke omstandigheden, maar ook de verbindingen met elkaar bepalen de robuustheid. Het waterbeleid is mede gericht op het herstellen van verdroogde gebieden en het uitvoeren van beek- en kreekherstel. De geformuleerde doelstellingen voor natuur bepalen de hydrologsiche eisen. Milieueisen zoals stikstof en fosfaat zijn eveneens sterk bepalend. Het natuurnetwerk wint aan kracht als er meer ruimte komt voor natuurlijke processen, zoals predatie, begrazing en het herstellen van kringlopen door toestaan van successie. Dit zogenaamde procesbeheer krijgt ruimte in een aantal gebieden. De klimaatbestendigheid neemt hierdoor toe. Andere gebieden hebben natuurwaarden als gevolg van specifiek beheer. Dit zogenaamde patroonbeheer zetten wij voort.
4.2 Beleidsdoelen en criteria natuur- en landschapsbeheer
De begrenzing van het NNB is tot stand gekomen in 2002, bij het vaststellen van de natuurgebiedsplannen in Noord-Brabant. De bezuinigingsopgave voor het NNB die in 2011 manifest werd, heeft in Noord-Brabant niet zoals elders geleid tot de keuze om NNB te verwijderen of bestaande natuur te verkopen. Daarmee ontstond een financieel tekort voor zowel verwerving/functieverandering als voor inrichting. Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben een aanzienlijk financieel bedrag ter beschikking gesteld om het tekort aan te vullen. Daarnaast hebben de Brabantse Manifestpartners een bijdrage toegezegd.
De beleidsverantwoordelijkheid voor het NNB is met het decentralisatieakkoord in Brabant gesplitst in een deel Rijks NNB en een deel Provinciale NNB. Het Rijks NNB bestaat uit het deel van het NNB, waarvoor het Rijk een Europese verplichting is aangegaan, in casu N2000 en KRW-gebieden (het soortenbeleid is niet rechtstreeks ruimtelijk aan het NNN te koppelen). Het Provinciale NNB is het overige NNB. Voor de financiering (cq subsidiering) van het Rijks- of Provinciale NNB is het onderscheid tevens van belang. Door bovenstaande is de omvang van het NNN niet gewijzigd, maar is de financiering aangepast.
In 2022 bleek echter dat de omvang van het NNB zo sterk was toegenomen dat de omvang nieuwe natuur ongeveer 1.800 hectare groter was dan de afgesproken omvang van 20.000 hectare. Hieronder lagen geen beleidsafspraken en er waren ook geen middelen voor gereserveerd. Vanwege de uitspraak van de Raad van State inzake het Reuseldalarrest (3-8-2022) was er urgentie om deze te ruime begrenzing direct terug te brengen. Het toenmalige Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bepaalde namelijk dat de omvang van het NNN minimaal gelijk moet blijven. Doordat in de provinciale verordening geen onderscheid werd gemaakt tussen de afgesproken 20.000 hectare nieuwe natuur die deel uitmaakt van het NNN en de 1.800 hectare die te ruim was begrensd, gaf de RvS aan dat het NNB, zoals begrensd in de verordening, juridisch in zijn geheel gezien moet worden als NNN zoals in het Barro bedoeld. Deze te ruime begrenzing konden we, mede vanwege bezuinigingen, niet opnemen als NNN. De uitspraak Reuseldal bood gelukkig aanknopingspunten om op zo kort mogelijke termijn, éénmalig de NNB-begrenzing te herzien op een manier die recht doet aan de provinciale ambitie voor nieuwe natuur, waaronder de afspraken uit het Natuurpact. In 2024 hebben GS dan ook besloten om het NNN binnen het NNB op kaart aan te gaan wijzen, waaronder de opgave uit het Natuurpact. In december 2024 hebben PS het besluit wijziging Omgevingsverordening Noord-Brabant (OVNB) vastgesteld. Hierin is aangegeven welke gebieden binnen het Natuurnetwerk Brabant (NNB) deel uitmaken van de met het Rijk afgesproken hectares voor het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en welke percelen (waaronder de te ruime begrenzing van ongeveer 1.800 ha) buiten het NNN liggen. Het NNB blijft voorlopig in zijn geheel intact om herstel van natuur- en waterdoelen op percelen mogelijk te houden. Ook verandert er niets aan de bescherming van het NNB. Alle grond binnen het NNB behoudt de al aanwezige planologische bescherming.
De ambities met het natuurbeheer zijn vastgelegd op de ambitiekaart en de te realiseren beheerdoelen op de beheertypenkaart. In paragraaf 3.2.1 staat een toelichting op de interpretatie en werkwijze van de beheertypenkaart en de ambitiekaart.
4.3 Beleidsdoelen en criteria agrarisch natuur- en landschapsbeheer
Het Agrarisch Natuur en Landschapsbeheer kent 3 agrarische natuurtypen (A11, A12, A15) die ook wel de leefgebieden worden genoemd en twee categorieën (W01 en K01). Samen vormen zij de ‘agrarische zoekgebieden’. De 5 agrarische zoekgebieden zijn:
Brabant is ten behoeve van het ANLb ingedeeld in Regio’s. Deze zijn gebaseerd op geografische, landschappelijke en ecologische kenmerken, waarbij (zoveel mogelijk) rekening is gehouden met administratieve eenheden zoals werkgebieden van waterschappen en collectieven. De Regio’s hebben elk een schaalgrootte die van voldoende omvang is om samenhangend beheer uit te voeren.
Binnen de leefgebieden van de respectievelijke Regio’s wordt door de collectieven focus aangebracht. Die gebieden noemen collectieven vaak ‘werkgebieden’ of ‘kerngebieden’. Daar wordt door collectieven samenhangend beheer uitgevoerd, afgestemd op de eisen die doelsoorten stellen. In de Regio’s kunnen zich meerdere kerngebieden bevinden. Waar de beheermaatregelen daadwerkelijk landen wordt het ‘beheerde areaal’ dan wel ‘beheerareaal’ genoemd.
Voor de Regio’s zijn ‘criteria voor effectiviteit’ beschreven (bijlage 3). De belangrijkste criteria daarvan worden ‘instapcriteria’ genoemd. Met name de instapcriteria zijn belangrijk voor de beoordeling van de gebiedsplannen.
De agrarische leefgebieden zijn gebieden die bijdragen aan de instandhouding en/of verbetering van een aantal soorten of soortengroepen uit de Vogel- en Habitat Richtlijn (VHR-soorten). Het doel is om de leefgebieden te behouden, verbeteren en versterken ten behoeve van soorten. Naast de bekende soorten streeft de provincie ook naar het behoud van aanvullende soorten, welke tot nu toe (te) weinig aandacht hebben gehad. Het gaat in alle gevallen om soorten die afhankelijk zijn van of in grote mate baat hebben bij agrarisch natuurbeheer. Op de website van BIJ12 is per agrarische natuurtype een aantal soorten genoemd. Duiding is eveneens te vinden via het rapport https://www.bij12.nl/wp-content/uploads/2024/02/Rap_2013-65_kansrijke_gebieden_voor_agrarisch_natuurbeheer.pdf De doelsoorten staan in bijlage 1 vermeld. Synergie wordt gezocht met kwaliteitsverbetering van het landschap en de doelen voor water en klimaat.
Selectie en begrenzing van de gebieden
Het is de bedoeling om maximale effectiviteit te bereiken door een geconcentreerde inzet van de juiste beheermaatregelen op de juiste locatie. Om de Brabantse leefgebieden per 2023 te bepalen is een analyse uitgevoerd. Hierbij zijn lagere selectiecriteria gehanteerd dan een aantal jaar geleden. Dit benadrukt de noodzaak om ANLb nog gerichter in te zetten en dat is het doel van de provincie Brabant, teneinde populaties van soorten beter te behouden en versterken.
In voorkomende gevallen zijn percelen begrensd als leefgebied, terwijl (nog) niet aan de minimale aantallen doelsoorten wordt voldaan. Het is mogelijk dat op die locaties aangepast of langer beheer nodig is, voordat de potentie van het beheerde gebied wordt bereikt. Deze locaties voldeden op basis van de gebruikte monitoringsdata niet aan de selectiecriteria, maar zijn toch als leefgebied aangewezen, zodat het agrarisch collectief een afweging kan maken over het beheer. De provincie vraagt in de gebiedsplannen extra aandacht voor de onderbouwing van de voortzetting van het beheer in relatie tot de doelen in het gebied.
Vanaf 2023 worden de landelijke termen gehanteerd om de agrarische zoekgebieden (waaronder de leefgebieden) te benoemen. Voorheen werkte Brabant met eigen benamingen, die goede onderbouwing hadden. Door voortaan de landelijke termen te gebruiken is het makkelijker de verbinding te leggen met de gebieden en activiteiten in de rest van het land.
De selectiecriteria van leefgebieden wijken op onderdelen af van de landelijke selectiecriteria (Alterra, 2014, https://edepot.wur.nl/328376). De provincie heeft soms andere criteria gehanteerd, welke beter aansluiten op de Brabantse situatie om te komen tot de begrenzing. Het gaat hier met name om criteria voor de aanwezigheid en dichtheden van doelsoorten. Collectieven kunnen voor begrensde leefgebieden een gebiedsaanvraag doen. Meer informatie over selectiecriteria staat in de bijlagen.
In algemene zin zijn de leefgebieden ruim begrensd, op basis van hun ecologische waarde en het voorzetten van bestaand beheer. Het aantal doelsoorten (bijlage 1) is teruggebracht, om meer focus te krijgen op de ANLb inzet. Hierbij worden de landelijke soorten als doelsoorten gebruikt (https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/subsidiestelsel-natuur-en-landschap/agrarisch-natuurbeheer-anlb/kennisbank/), met daarbij een aantal Brabantse soorten die als prioritair worden beschouwd.
In de Regio’s kunnen een of meerdere agrarische zoekgebieden liggen en deze kunnen overlappen. De essentiële randvoorwaarden voor het beheer binnen leefgebieden worden “instapcriteria” genoemd. De bredere criteria voor het slagen van een leefgebied worden “criteria voor effectiviteit” genoemd, zie bijlage 3.
De collectieven hebben per definitie veel autonomie, omdat de inhoud van beheercontracten en de betaalde vergoedingen door hen zelf worden bepaald. Door frequente informatie-uitwisseling kunnen de collectieven de provincie meenemen in hun aanpak en resultaten. Voor een effectief ANLb is verder de samenwerking van agrarische collectieven, overheden, terrein beherende organisaties en kennisorganisaties belangrijk. Synergie moet worden nagestreefd voor ecologische doelen, agrarisch waterbeheer en agrarische klimaatbeheer (zie paragraaf 4.4 en de bijlage 3). In het gebiedsplan beschrijft een agrarisch collectief hoe zij de beschikbare middelen effectief en strategisch inzetten. De provincie toetst de gebiedsaanvraag op basis van paragraaf 4.3 en 4.4 en de bijlagen van het Natuurbeheerplan.
Algemene vereisten en soortenfiches
Voor het te beheren gebied wordt aan collectieven gevraagd dat ze een integraal gebiedsplan maken waarin de ecologische-, water- en klimaatdoelen worden gerealiseerd. Hierbij wordt er gekeken hoe er synergie wordt gevonden bij de verschillende doelen en opgaven in het gebied op het vlak van natuur, water en klimaat. Verzocht wordt gebruik te maken van de Soortenfiches. De Soortenfiches vormen een verzameldocument met per soort specifieke leefgebiedeninformatie met inrichting- en beheermaatregelen. Deze informatie is bedoeld om de collectieven te helpen bij het onderbouwen van de gebiedsaanvragen, als men kiest voor inspanningen voor specifieke doelsoorten. Tegelijk helpt deze informatie de provincie om gebiedsaanvragen met beheer op specifieke doelsoorten goed te kunnen beoordelen.
In bijlage 3 staan per leefgebied, binnen elke Regio, de specifieke instapcriteria genoemd waar het gebiedsplan aan moet voldoen. Daarbij wordt verwacht dat er een onderbouwing wordt gegeven van het type beheer in relatie tot de aanwezige ecotopen en dat de beheerstrategie is afgestemd met het waterschap, andere collectieven en terrein beherende organisaties.
RVO.nl voert een controle uit op de (voorgenomen) subsidieverlening van de provincie aan agrarische collectieven, welke gebaseerd is op de gebiedsaanvragen. De criteria waar RVO.nl op toetst om te controleren of aan de nationale en Europese afspraken en regels vanuit het subsidiestelsel wordt voldaan, staan opgesomd in paragraaf 4.5.
4.4 Beleidsdoelen en criteria agrarisch water- en klimaatbeheer
In overleg met de waterschappen De Dommel, Aa en Maas, Rivierenland en Brabantse Delta zijn de waterdoelen opgenomen in dit Natuurbeheerplan. Zo kan er een bijdrage worden geleverd aan verbetering van de oppervlaktewaterkwaliteit en de grondwaterkwaliteit. Maatregelen voor het verhogen van het gehalte organische stof kunnen hier bijvoorbeeld een positieve rol spelen. Of er kan worden gedacht aan het verminderen van nitraat en bestrijdingsmiddelen in de bodem. Dit kan door bijvoorbeeld een onbemeste zone langs watergangen in te stellen, voor zover het hier niet reeds een verplichting uit de basis conditionaliteiten voor agrariërs betreft. Voor een optimale inzet van de middelen is het belangrijk dat synergie wordt gezocht met andere doelen. Gedacht kan worden aan: biodiversiteit op agrarische gebied en in natuurgebieden, klimaatdoelen, ecologische verbindingszones en grondwaterbeschermingsgebieden.
De mogelijke locaties om te werken aan de waterdoelen zijn middels het agrarische zoekgebied ‘Zoekgebied Water’ weergegeven op de kaart. Zie het vierde tabblad in de viewer van het Natuurbeheerplan. De beheerfuncties gekoppeld aan het agrarisch waterbeheer zijn te vinden in paragraaf 4.5. De beheerpakketten ANLb zijn te vinden via de website www.boerennatuur.nl.
Instapcriteria voor waterbeheergebieden
In de gebiedsaanvraag wordt een onderbouwing van de locatie en het type beheer gegeven. O.a. hoe deze samenhangt met het beheer in agrarische leefgebieden en hoe synergie wordt gevonden bij andere doelen als natuurgebieden en ecologische verbindingszones. Dit dient te zijn afgestemd met het des betreffende waterschap.
De categorie Klimaat is gericht op klimaatbeheermaatregelen die CO2- vastlegging, het verminderen van broeikasgassen en het vasthouden en afvoeren van water als doelstelling hebben. Deze doelstelling is opgesplitst in klimaatmitigatie en klimaatadaptatie. Deze klimaatdoelen zijn tevens weergegeven op de kaarten bij het Natuurbeheerplan. Collectieven kunnen op basis van paragraaf 4.5 de toegestane beheerfuncties toepassen.
De kaart ‘Klimaatbeheergebied’ is het kader voor agrarische collectieven bij het opstellen van het gebiedsplan. De volgende klimaatmitigatie-maatregelen komen in aanmerking:
Het verhogen van het gehalte organische stof in akkerbouwbodems
Deze maatregel geldt specifiek voor akkerbouwbodems. Hierbij kan worden gedacht aan een aantal verschillende maatregelen, bijvoorbeeld niet-kerende grondbewerking, het inzetten van vanggewassen/groenbemesters met aanvullende maatregelen en het gebruik van ruige stalmest.
Aanpassing gewaskeuze en teelttechniek in akkerbouw en weidebouw, inclusief onderhoud en beheer van nieuwe boomrijen, nieuwe struweellinten, het toepassen van agroforestry , het toepassen van meer CO2-bindende gewassen en precisie-landbouw
Bij deze maatregel staat het beheer van houtige landschapselementen centraal, voor zover deze een extra bijdrage leveren aan de opslag van CO2. Daarom wordt een peildatum van 1 januari 2019 gehanteerd voor nieuwe landschapselementen. Vanuit het ANLb kan slechts het beheer worden betaald. Voor de aanpassing van gewaskeuze kan bijvoorbeeld worden gekozen voor het telen van alternatieve gewassen in plaats van maïs. Aangepaste teelttechnieken kunnen helpen tegen ‘run off’ van overtollig water op het maaiveld maar ook ‘run off’ vanaf hellende percelen. Hierbij kan worden gedacht aan het ‘niet-haaks’ inzaaien op hellende percelen t.o.v. waterlopen.
Vermindering oxidatie van veenbodems, onder andere via verhoging grondwaterpeil en/of overstap naar natte teelten/ paludicultures
Doordat veen verdroogt, klinkt het in. Dit proces veroorzaakt bodemdaling en hierbij komt CO2 vrij. De meest effectieve manier om dit tegen te gaan is het opzetten van het waterpeil en daarmee het grondwaterpeil in de (laag)veenweidegebieden. Dit betreft maatwerk en dient gebiedsgericht te gebeuren in nauw overleg met de waterschappen. Het gaat dan met name over het opzetten het peil in de droge maanden. Het voeren van natte teelten is een manier om in de laagstgelegen delen van een peilvak bij een verhoogd waterpeil bruikbare gewassen te telen. Voorbeelden van gewassen die hiervoor in aanmerking komen zijn bijvoorbeeld riet en lisdodde.
De volgende maatregelen vallen onder klimaatadaptatie:
Meer water vasthouden in beekdalen en in infiltratiegebieden
Het vasthouden van water in beekdalen wordt gezien als een maatregel die vooral door de waterschappen kan worden uitgevoerd, onder meer via hermeanderen van beken en het anders inrichten van beken. Water vasthouden in infiltratiegebieden is van belang voor het tegengaan van verdroging en het herstel van kwelstromen. Maatregelen die hiervoor in aanmerking komen zijn o.a. het verondiepen of dempen van sloten en het opzetten van slootpeilen. Voor begrenzing zie kaart Infiltratiegebieden.
Adaptatie aan de verwachte hogere frequentie van inundaties in beekdalen en in laaggelegen akker- en weidegebieden
Adaptatie aan de verwachte hogere frequentie van inundaties in beekdalen en in laaggelegen akker- en weidegebieden houdt in dat agrariërs in delen van hun gronden inundatie accommoderen, mogelijk maken of toelaten, zodat inundatie op de meer waardevolle landbouwgronden en in laaggelegen bewoonde gebieden wordt voorkomen of verminderd. Inundaties kunnen tevens bijdragen aan verhoging biodiversiteit aangezien zo tijdelijke plas-drasgebieden ontstaan. Daarnaast zorgt het toelaten van tijdelijke inundatie ervoor dat de noodzaak voor andere maatregelen, zoals water wegpompen en dijkverhogingen wordt verminderd.
Instapcriteria voor klimaatbeheergebieden: In de gebiedsaanvraag wordt een onderbouwing van de locatie en het type beheer gegeven. O.a. hoe deze samenhangt met het beheer in agrarische leefgebieden en hoe synergie wordt gevonden bij andere doelen als natuurgebieden, ecologische verbindingszones en de watertransitie.
4.5 Beoordelingscriteria gebiedsaanvragen
De in deze paragraaf geschetste leefgebieden en beheerfuncties worden door RVO gebruikt om de gebiedsaanvraag en de jaarlijkse beheerplannen te toetsen op EU-conformiteit. In een gebiedsaanvraag worden meerdere leefgebieden/zoekgebieden opgenomen. De toetsing vindt plaats op de begrenzing van de zoekgebieden/leefgebieden en beheerfuncties. De kaarten met de leefgebieden/zoekgebieden (voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer en agromilieu- en klimaatdiensten) zijn digitaal te raadplegen. De Agrarische zoekgebieden-kaart in de provinciale viewer laat de zoekgebieden en ‘deelgebieden’ zien, waarbij nadrukkelijk wordt opgemerkt dat zowel de ‘financiële regio's’ als de ‘gebieden met voorwaarden’ een alternatieve vorm van deelgebieden zijn en geen eigen min.max qua hectares hebben. Deze vormen van deelgebieden worden door de provincie gebruikt bij subsidie openstellingen en beoordelingen van gebiedsaanvragen/subsidieaanvragen, zie verder paragraaf 4.3, 4.4 en de bijlagen.
|
Optimaliserenfoerageer-, en broed- en opgroeimogelijkheden (F01.12) en/en |
|||
|
Optimaliseren foerageer-, en broed- en opgroei mogelijkheden (F01.12) en/of |
|||
|
Water vasthouden (F02.14) en/of |
|||
De neergaande trend van veel beschermde soorten van het agrarisch gebied is niet gekeerd. Vanwege de zorgwekkende toestand van de natuur in het agrarisch gebied wordt samen met de collectieven minimaal 3 keer per jaar ‘een goed gesprek’ gevoerd. Daarbij wordt gekeken naar de wijze waarop het beleid zich verhoudt tot de praktijk van uitvoering en waar aanpassingen nodig zijn ten behoeve van de effectiviteit van de uitvoering. Uitgangspunten hierbij zijn de hoofdtekst en bijlagen bij het Natuurbeheerplan en de ingediende gebiedsplannen. Indien op basis van de gesprekken het onvoldoende mogelijk is om beleid en praktijk beter bij elkaar te laten aansluiten, behoudt de provincie zich de mogelijkheid voor om (op basis van o.a. de doelen en criteria zoals opgenomen omschreven in 4.3, de bijlagen en het gebiedsplan), meetbare criteria op te nemen in paragraaf 4.5. Hierbij valt o.a. te denken aan een percentage plas-dras, zwaar beheer of wintervoedsel.
5.2 Natuur- en landschapsbeheer
Beheersubsidie is een vergoeding voor het beheer van een beheertype. De Index beschrijft per beheertype aan welke terreinkenmerken het terrein moet voldoen. Beheertypen mogen elkaar niet overlappen. Op een oppervlakte kan één natuurbeheertype worden aangevraagd. De beheersubsidie is gebaseerd op de standaardkostprijs. De standaardkostprijs is een landelijke gemiddelde van de beheerkosten per beheertype. De beheersubsidie bedraagt 84% van de standaardkostprijs. Voor meer informatie zie: https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/subsidiestelsel-natuur-en-landschap/subsidiestelsel-natuur-en-landschap/tarieven/standaardkostprijzen/
Naast beheervergoeding zijn er ook een aantal bijdragen mogelijk. Dit zijn:
In de SNL2016 is een vergoeding mogelijk voor de inzet van gescheperde schaapskuddes ten behoeve van het beheer van natuur- en landschapsbeheertypen. Vergoeding is mogelijk voor een aantal specifieke beheertypen en is qua oppervlakte naar verhouding verdeeld over de verschillende beheerders.
Sommige beheereenheden kunnen uitsluitend via het water worden bereikt. De beheerkosten voor dit ‘vaarland’ zijn vanwege de moeilijke bereikbaarheid hoger dan voor natuurterreinen die normaal bereikbaar zijn. Voor deze gebieden kan een vergoeding voor transportkosten in verband met het beheer van een natuurterrein worden aangevraagd. In Brabant betreft dit alleen de Biesbosch.
De voorzieningenbijdrage is een vergoeding voor het voor het recreatief toegankelijk maken en houden van een natuurterrein door middel van het onderhoud van voorzieningen. De voorzieningenbijdrage is alleen aan te vragen in combinatie met een aanvraag voor beheersubsidie. Om de voorzieningenbijdrage te krijgen moet het gebied in principe jaarrond vrij toegankelijk zijn. Er is een mogelijkheid tot uitzondering in het geval van tijdelijke afsluiting ter bescherming van natuurwaarden.
Deze bijdrage is in Noord-Brabant niet beschikbaar via de SNL. De provincie heeft besloten hierop in te zetten via de eerder opgezette organisatie Samen Sterk in Brabant (SSIB). Dit zorgt voor een efficiënte en gecoördineerde inzet van de middelen en voorkomt versnippering van geld en mankracht. Tegelijk is besloten dat dit niet ten laste van de begroting van het natuurbeheer komt. Achtergrond hiervan is het besef dat zowel de oorzaken als de aanpak van toezicht en handhaving in het buitengebied niet ligt, laat staan zich beperkt tot, de natuurterreinen waar beheersubsidie wordt verleend.
Sinds 2017 is er voor een subsidieaanvraag voor natuur- en landschapsbeheer een ondergrens van 200 ha. Beheerders met minder eigendom kunnen subsidie aanvragen via een collectief. Een collectief is een (coöperatieve) vereniging/een samenwerkingsverband die veelal bestaat uit particuliere natuurbeheerders en andere beheerders met eigendomsrecht. De aanvraag en uitbetaling van de subsidie verloopt via het collectief.
Beheerders met een beheeroppervlakte boven de ondergrens kunnen deelnemen aan een collectief of individueel subsidie aanvragen.
Daarnaast moeten beheerders gecertificeerd zijn om in aanmerking te komen voor subsidie. Dit kan door individueel een certificaat aan te vragen of door een aanvraag te doen via een gecertificeerd collectief.
Meer informatie over certificering is hier te vinden. Ook worden daar de laatste ontwikkelingen weergegeven.
5.3 Agrarisch natuur- en landschapsbeheer en blauwe diensten
Alleen gecertificeerde agrarische collectieven kunnen subsidie krijgen voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer. Een agrarisch collectief is een (coöperatieve) vereniging/een samenwerkingsverband in een (zelfgekozen) begrensd gebied die bestaat uit agrariërs en andere beheerders met gebruiksrecht van landbouwgrond in een gebied. Het collectief is eindbegunstigde van de subsidie.
Voor het verkrijgen van subsidie is een samenhangende gebiedsaanvraag vereist. Dit is een in nauwe afstemming met gebiedspartners tot stand gekomen, samenhangend ecologisch effectief en economisch efficiënt plan van een agrarisch collectief voor het uitvoeren van agrarisch natuur- en landschapsbeheer in een bepaald gebied. Het aanvragen van subsidie voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer door een individuele agrariër is dus niet mogelijk. Per Regio wordt er 1 aanvraag gehonoreerd.
De eisen die gesteld worden aan de gebiedsaanvraag staan in de provinciale subsidieverordening.
5.4 Kwaliteitsimpuls: investeringen en functieverandering
De subsidieregeling realisering Natuurnetwerk Noord-Brabant is voor grondgebruikers die grond geschikt willen maken voor natuurbeheer en voor natuurbeheerders die de kwaliteit van de natuur verder willen ontwikkelen en verhogen. Deze subsidieregeling wordt namens Provincie Noord-Brabant door het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) uitgevoerd. Voor een kwaliteitsimpuls natuur en landschap zijn twee subsidiemogelijkheden: investeringssubsidie en subsidie functieverandering. Een combinatie hiervan is ook mogelijk.
Dit is subsidie voor maatregelen die het gebied geschikt maken voor natuurbeheer of voor een kwaliteitsverbetering van de natuur. Bij de kwaliteitsverbetering wordt de natuurkwaliteit van een bestaand natuurbeheertype verhoogd of wordt een bestaand beheertype omgezet naar een ander type.
Dit is subsidie voor de waardedaling van de grond door het veranderen van landbouwgrond in bos of andere natuur. Het gebied waar het om gaat moet met het beheertype N00.01 Nog om te vormen naar natuur zijn opgenomen op de ambitiekaart van het Natuurbeheerplan
De provincie Noord-Brabant heeft meerdere provinciale subsidie instrumenten naast de SNL2016, die elkaar wat betreft uitvoering, maatregelen en doelen aanvullen, maar gedeeltelijk ook vergelijkbaar zijn. Het betreft:
Stimuleringsregeling Landschap Noord-Brabant ( Stila )
Dit instrument richt zich op groene en blauwe diensten buiten het NNN. De overeenkomst met SNL is groot, maar de reikwijdte is verschillend. Vrijwel alle gemeentes en waterschappen in Brabant participeren in de aanleg van groene en blauwe elementen. Bij deze subsidie is sprake van cofinanciering door gemeenten en waterschappen.
Subsidieregeling Natuur Noord-Brabant
Deze subsidieregeling bevat meerdere paragrafen die elk een andere subsidieregeling omvatten. Zo wordt met paragraaf 3 bijvoorbeeld de aanleg van kleine landschapselementen buiten NNN gestimuleerd, en met paragraaf 9 kunnen subsidies worden verstrekt voor projecten gericht op de uitvoering van maatregelen ten behoeve van het behoud en herstel van prioritaire soorten en hun leefgebieden.
Subsidieregeling realisering natuurnetwerk Noord-Brabant
Deze subsidieregeling bevat meerdere paragrafen die elk een andere subsidieregeling omvatten. Zo worden met paragraaf 1 projecten op het gebied van verwerving, functieverandering en inrichting van nieuwe natuur gesubsidieerd. Met paragraaf 2 wordt de verwerving, functieverandering en inrichting van terreinen voor Ecologische Verbindings Zones (EVZ’s) en zogenaamde stapstenen gesubsidieerd. En met paragraaf 5 wordt het versneld herstel van N-2000 gebieden gestimuleerd.
De ecologische verbindingszones (EVZ’s) verbinden de grote natuurgebieden van het natuurnetwerk. De EVZ’s kennen een aparte financiering. De provincie stelt subsidie beschikbaar via het Groen Ontwikkelfonds Brabant. De EVZ’s zijn, zolang deze nog niet zijn gerealiseerd, ruimtelijk geborgd als zoekgebied met een breedte van 25 of 50 meter (stedelijk gebied) in de Omgevingsverordening. Na realisatie vervalt het zoekgebied en krijgen de concreet begrensde EVZ’s de functie NNB-EVZ. Dit betekent dat de EVZ’s dezelfde planologische bescherming hebben als het NNB, zij maken echter geen onderdeel uit van het NNB en er staat ook geen beheervergoeding voor open.
Subsidie Boscompensatie buiten Natuurnetwerk Brabant
Met deze regeling kunnen projecten gericht op boscompensatie worden gesubsidieerd, in de vorm van inrichting van natuurbos of inrichting van natuurbos in combinatie met functiewijziging.
Meer informatie over het (agrarisch) natuur- en landschapsbeheer vindt u op: www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/subsidiestelsel-natuur-en-landschap/
Dit portaal is de verzamelplaats van alle (beleids)informatie over Natuur en Landschap in Nederland.
Op https://www.groenontwikkelfondsbrabant.nl/ is meer informatie te vinden over het realiseren van nieuwe natuur in Brabant.
’s-Hertogenbosch, 16 september 2025
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,
de voorzitter,
mr. I.R. Adema
de secretaris,
drs. G.H.E. Derks MPA
Bijlage 1 Doelsoorten Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer
De soorten zijn overgenomen van de landelijke lijsten (https://www.bij12.nl/kennisbank/kennis-over-inhoud/). Waar extra soorten die prioritair zijn voor Brabant zijn toegevoegd, staat dit aangegeven.
De volgende soorten zijn soorten die voorkomen in het natuurtype open grasland, welke door agrarisch natuurbeheer worden ondersteund en waarvoor Nederland een internationale verantwoordelijkheid heeft. Niet alle soorten zijn (vaak) voorkomend in Brabant, zoals rotgans, noordse woelmuis, kwartelkoning en kemphaan.
De volgende soorten zijn soorten die voorkomen in het natuurtype open akker, welke door agrarisch natuurbeheer worden ondersteund en waarvoor Nederland een internationale verantwoordelijkheid heeft. Niet alle soorten zijn (vaak) voorkomend in Brabant, zoals de grauwe kiekendief, ruigpootbuizerd, grauwe gors, kwartelkoning en hamster.
De volgende soorten zijn soorten die voorkomen in het natuurtype dooradering, welke door agrarisch natuurbeheer worden ondersteund en waarvoor Nederland een internationale verantwoordelijkheid heeft. Niet alle soorten zijn (vaak) voorkomend in Brabant, zoals vroedmeesterpad, geelbuikvuurpad, grote vuurvlinder, grauwe gors, vliegend hert en hazelmuis. De soorten Patrijs t/m Steenuil worden vaak gekoppeld aan dooradering in drogere biotopen, de soorten Watersnip t/m Heikikker aan dooradering in nattere biotopen.
Achillea soorten, Blauw glidkruid, Blauwe knoop, Boerenwormkruid, Bosanemoon, boterbloemsoorten m.u.v. blaartrekkende boterbloem. Brunel, Campanulasoorten, Cichorei, Dopheide, Dotterbloem, Echte koekoeksbloem, Echte valeriaan, Ereprijssoorten, Gagel, Gele lis, Gele morgenster, Gewone engelwortel, Gewone margriet, Gewone reigersbek, Gewoon biggenkruid, Grasmuur, Grote kattenstaart, Hertshooisoorten, Hondsdraf, Hoornbloemsoorten, Hopklaver, Kale jonker, Karwij, Kervel, Klaversoorten, Klein vogelpootje, Knikkende distel, Knoopkruid, Koninginnekruid, Kruipwilg, Kruisdistel, Leeuwentandsoorten, Lidrus, Madeliefje, Moerasandoorn, Moerasspirea, Muizenoor, Ooievaarsbeksoorten, Orchissoorten, Paardenbloem, Pijptorkruid, Pinksterbloem, Poelruit, Potentilla soorten, primula-soorten, Ratelaarsoorten, Rolklaversoorten, Silenesoorten, Slangenkruid, Smalle weegbree, Streepzaadsoorten, Varkenskarwij, Veenwortel, Veldlathyrus, Veldsalie, Vergeet-mij-nietje soorten, Vleugeltjesbloem, Walstrosoorten, Watermunt, Wederiksoorten, Wikkesoorten, m.u.v voederwikke, Wilde marjolein, Wilde peen, Wilde tijm, Zandblauwtje, zuring soorten m.u.v. ridderzuring
Bijlage 2 De bepaling van agrarische zoekgebieden
Aan de hand van het voorkomen van soorten en/of dichtheden van soorten zijn de Brabantse leefgebieden bepaald. Voor heel Brabant is vervolgens een opdeling in Regio’s gemaakt. De Regio’s zijn afgebakende gebieden die op een of meerdere vlakken samenhang hebben (ecologisch, geologisch, landschappelijk, historisch). Voor de verschillende onderdelen is ingevuld welke beheerfuncties de provincie nastreeft, zie paragraaf 4.5.
Tabel - Selectiecriteria agrarische zoekgebieden
Bijlage 3 Regio’s, instapcriteria en overige criteria voor effectiviteit
De provincie heeft Regio’s samengesteld aan de hand van de ‘gebiedspaspoorten’ en de input uit het rapport ‘Naar effectief gebiedsgericht agrarisch natuurbeheer in Noord-Brabant’ (Alterra, 2014). Per Regio wordt een algemene omschrijving gegeven en worden doelsoorten en doel beschreven. Tevens zijn de verschillende ecotopen uitgewerkt.
|
Het Land Altena ligt in het rivierengebied en maakt onderdeel uit van het jonge rivierkleilandschap met hogere meer zandige oeverwallen langs de rivieren en lagergelegen open rivierkommen in het binnenland. Het buitendijkse uiterwaardengebied overstroomt jaarlijks. Het gebied valt binnen het Waterschap Rivierenland en wordt aan drie zijden begrensd door rivieren; Nieuwe Merwede, Bergsche Maas en Afgedamde Maas. Het Land van Altena is voor een belangrijk deel een landschap met rationeel ingerichte grootschalige en open rivierkleipolders en langgerekte meer besloten oeverwallen. De natte moerassige komgronden werden na de Tweede Wereldoorlog ontwaterd en ingericht voor de landbouw. Kenmerkende landschapselementen zijn grienden en eendenkooien. De oeverwallen waren van oudsher geschikte plekken voor landbouw en bebouwing. Het rivierenlandschap is rijk aan plant- en diersoorten van open weide- en akkergebieden, het halfopen oeverwallenlandschap, sloten, dijken, wegbermen en uiterwaarden. De rivierkleipolders vormen een rationeel ingericht accentgebied agrarische ontwikkeling. Kenmerkend is de grondgebonden landbouw, ten dienste waarvan ruilverkaveling en ontwatering plaatsvindt en waardoor grasland in een deel van het gebied over is gegaan in akkerbouw. Hierdoor komen de agrarische natuurwaarden onder druk te staan. Een belangrijk kenmerk is de openheid in de oostwest gerichte polders. De graslanden zijn in wezen komkleigronden van de Maas. Het is zaak in het graslandgebied, in verband met de predatiedruk op weidevogels, zoveel mogelijk de openheid te bewaren en de opgaande begroeiing niet toe te laten nemen. Een ander kenmerk van het landschap is dat het sterk is doorsneden door weteringen en andere watergangen. De gebieden hebben zich ontwikkeld tot intensief gebruikte landbouwbouwgebieden. De weidevogels konden zich slechts deels handhaven, mede dankzijn het stelsel voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer. |
|
|
De doelsoorten per leefgebied staan in bijlage 1. Voor de regio worden benadrukt: Open grasland – broedvogels: patrijs, veldleeuwerik, grutto Open grasland – overwinteraars: rietganzen; Open akker: kievit, scholekster Dooradering: kleine modderkruiper, grote modderkruiper, bittervoorn, spotvogel |
|
|
Synergie van doelen wordt behaald door opgaven voor agrarische biodiversiteit, waterdoelen en klimaatdoelen te combineren. Het primaat ligt bij het verbeteren van de kwaliteit van leefgebieden en de populaties van soorten versterken. Met de focus om de kwaliteit van het huidige weidevogelgebied en waterkwaliteit te verbeteren door in te zetten op een toename in zwaar beheer. Hierbij wordt er gekeken naar mogelijkheden voor plasdras voor weidevogels en/of inundatiezones voor de grote modderkruiper waarmee tevens wordt aangesloten bij het doel om water langer vast te houden. |
|
|
Aan de buitenrand liggen rivierdijken. Deze dijken hebben over het algemeen geen interessante vegetatie. In de winter verblijven er kleine zwanen en ganzen in het gebied. Graslanden voor kritische weidevogels Graslanden met voldoende dekking, rust en foerageermogelijkheden geven kansen aan kritische weidevogels. Kleine zwanen en ganzen foerageren op de rijkste graslanden en hebben vooral behoefte aan een zone waar geen verstoring door recreatie of bejaging plaatsvindt. De graslandgebieden in dit leefgebied zijn polders met een peil beneden NAP, dat optimaal op de landbouwkundige functie wordt afgestemd. Lokaal is in overleg met het waterschap door het oppompen van water in afgesloten peilvakken een hoger slootpeil mogelijk, bijvoorbeeld ten behoeve van plasdras voor weidevogels. Ook kunnen door het graven van watergangen of plassen, eenheden met water- en moerasvegetatie aangelegd worden die tevens dienst kunnen doen als waterberging. Wat betreft natte dooradering kan met natuuroevers en sloten gewerkt worden aan bijvoorbeeld het biotoop voor de kleine – en grote modderkruiper. Kijk naar aansluiting bij ecologische verbindingszones. In de drogere delen vindt akkerbeheer plaats. In dit leefgebied gaat het niet om echte akkersoorten. Zo kan tijdelijke braak worden ingezet om de overleving van weidevogelkuikens op akkers, vooral kievit en scholekster te bevorderen. Mogelijke beheervormen zijn vogelakker, kruidenrijke akkerrand en braakstrook. Verspreid in het gebied liggen er bosjes en voormalige eendenkooien. Het halfopen oeverwallenlandschap en biotopen als sloten, dijken, wegbermen kunnen een biodiverse dooradering opleveren. Indien er geïnvesteerd zou worden in houtwallen, hoogstam fruitbomen, lanen en bosjes dan kan het mogelijk agrarisch beheerd worden. Denk bij droge dooradering bijvoorbeeld aan de steenuil. Op dijken met een door deskundigen beoordeelde rijke vegetatie binnen dit leefgebied en in beheer bij agrariërs kunnen overeenkomsten voor botanisch beheer worden afgesloten. Hier zal ook de argusvlinder van profiteren. |
|
|
Instap criteria dikgedrukt, overige criteria zijn een advies |
|
|
Instap criteria dikgedrukt, overige criteria zijn een advies |
Indien de ‘weidevogelrustzoneregeling’ (www.brabantslandschap.nl) actief is kan deze een nuttige extra toepassing zijn om kritische weidevogels te helpen overleven en opgroeien. |
|
Instap criteria dikgedrukt, overige criteria zijn een advies |
Tenminste twee kilometer extensief beheerde ruige bermen en greppels per 100 ha kerngebied. |
|
Instap criteria dikgedrukt, overige criteria zijn een advies |
|
|
In de gebiedsaanvraag wordt een onderbouwing van de locatie en het type beheer gegeven. O.a. hoe deze samenhangt met het beheer in agrarische leefgebieden en hoe synergie wordt gevonden bij andere doelen als natuurgebieden en ecologische verbindingszones. |
|
Maaskant maakt onderdeel uit van het jonge rivierkleilandschap van de Maas met hogere meer zandige oeverwallen en lagergelegen open komgronden. Het betreft hier het rivierengebied. Aan de zuidzijde wordt het gebied begrensd door een brede dekzandrug ten hoogte van Heeseind, die de overgang met het Brabant van het zand markeert. Vanaf de middeleeuwen zijn de rivierkleigronden systematisch bedijkt. Door de aanleg van dijken resteerde minder ruimte voor het water van de Maas en is een complex stelsel van overlaten ontwikkeld. Zo kon het water ook ten tijde van hoge piekafvoeren in goede banen worden geleid. Cultuurhistorisch karakteristiek zijn de Beerse en Baardwijkse Overlaat. De komgronden waren vanwege de slechte ontwatering en de functie als overlaat lang als extensieve weidegronden in gebruik. In de kommen zijn meerdere eendenkooien ontstaan. Na de Tweede Wereldoorlog werden de komgebieden goed ontwaterd en ingericht voor de landbouw. Kenmerkend voor de ontwatering van de oostelijke Maaskant is het stelsel van oostwest lopende weteringen. De Hertogswetering is een ecologische verbindingszone, waar ruimte is voor moerasnatuur. |
|
|
De doelsoorten per leefgebied staan in bijlage 1. Voor deze regio’s worden benadrukt: Open grasland – broedvogels: Grutto, blauwe kiekendiefOpen grasland - overwinteraars: Rietganzen en kleine zwanenOpen akkerland: Veldleeuwerik, roodborsttapuit, blauwe kiekendief Dooradering: poelkikker, kleine modderkruiper, grote modderkruiper, wezel en hermelijn |
|
|
Synergie van doelen wordt behaald door opgaven voor agrarische biodiversiteit, waterdoelen en klimaatdoelen te combineren. Het primaat ligt bij het verbeteren van de kwaliteit van leefgebieden en de populaties van soorten te versterken en te doen groeien. In het graslandgebied de openheid bewaren (tegen predatie). Zoveel mogelijk inzetten op zwaar beheer en vernatting, voor zowel de ecologische- als de klimaatopgaven, waarbij ook in open akkergebied wordt gezocht naar mogelijkheden. |
|
|
In de Beerse overlaat liggen nog enkele dijken met interessante vegetatie. Graslanden voor kritische weidevogels Graslanden met voldoende, rust en foerageermogelijkheden geven kansen aan kritische weidevogels. Kleine zwanen en ganzen foerageren op de rijkste graslanden en hebben vooral behoefte aan een zone waar geen verstoring door recreatie of bejaging plaatsvindt. In de drogere delen vindt akkerbeheer plaats. In dit leefgebied gaat het niet sec om echte akkersoorten. Zo kan tijdelijke braak worden ingezet om de overleving van weidevogelkuikens op akkers, vooral kievit en scholekster te bevorderen. Mogelijke beheervormen zijn vogelakker, kruidenrijke akkerrand en braakstrook. Verspreid in het gebied liggen er bosjes en voormalige eendenkooien. Het halfopen oeverwallenlandschap en biotopen als sloten, dijken, wegbermen kunnen een biodiverse dooradering opleveren. Indien er geïnvesteerd zou worden in houtwallen, hoogstam fruitbomen, lanen en bosjes dan kan het mogelijk agrarisch beheerd worden. Denk bij droge dooradering bijvoorbeeld aan de steenuil. Op dijken met een door deskundigen beoordeelde rijke vegetatie binnen dit leefgebied en in beheer bij agrariërs kunnen overeenkomsten voor botanisch beheer worden afgesloten. Hier kunnen ook insecten van profiteren. Wat betreft natte dooradering kan met natuurvriendelijke oevers en sloten gewerkt worden aan bijvoorbeeld het biotoop voor grote en/of kleine modderkruiper. Kijk naar aansluiting bij ecologische verbindingszones. |
|
|
Instap criteria dikgedrukt, overige criteria zijn een advies |
|
|
Instap criteria dikgedrukt, overige criteria zijn een advies |
Indien de ‘weidevogelrustzoneregeling’ (www.brabantslandschap.nl) actief is kan deze een nuttige extra toepassing zijn om kritische weidevogels te helpen overleven en opgroeien. |
|
Instap criteria dikgedrukt, overige criteria zijn een advies |
|
|
Instap criteria dikgedrukt, overige criteria zijn een advies |
|
Het Natuurbeheerplan omschrijft waar welke natuur aanwezig is en wat de ambitie is wat betreft natuurkwaliteit voor de bestaande en nog te ontwikkelen natuurgebieden binnen de provincie Noord-Brabant. Dit plan vormt de basis voor verwerving en inrichting van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en het gesubsidieerde Natuurbeheer in de provincie. Ook geeft het Natuurbeheerplan inzicht in de mogelijkheden voor het gesubsidieerde agrarisch natuur- en landschapsbeheer in onze provincie.
Jaarlijks actualiseren wij de basistekst van het Natuurbeheerplan naar de meest recente beleidsplannen en beleidsontwikkelingen die gelden voor de provincie Noord-Brabant.
Daarnaast passen wij jaarlijks op verzoek en via ambtshalve wijzigingen de begrenzing van het NNN aan, zoals die is vastgelegd in de Omgevingsverordening en die zijn doorwerking heeft in de begrenzing van het Natuurbeheerplan.
In december 2024 hebben PS het besluit wijziging Omgevingsverordening Noord-Brabant (OVNB) vastgesteld. Hierin is aangegeven welke gebieden binnen het Natuur Netwerk Brabant (NNB) deel uitmaken van de met het Rijk afgesproken hectares voor het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en welke percelen (waaronder de te ruime begrenzing van ongeveer 1.800 ha) buiten het NNN liggen. Voor de hectares van het NNN is geld beschikbaar voor afwaardering en inrichting via het GOB (Rijksdeel) en voor beheervergoeding vanuit SNL. Vanwege deze herbegrenzing van het NNB is bijbegrenzing van percelen aan het NNN niet meer mogelijk, tenzij er met hetzelfde verzoek ook een verzoek tot uitbegrenzing wordt gedaan. De wijzigingsverzoeken in het ontwerp Natuurbeheerplan 2026 betreffen dan ook met name verzoeken voor uitbegrenzing. Ook het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) kan niet meer bijbegrenzen. Toch bleken er een aantal projecten te zijn waarvoor in het verleden wel subsidie is verstrekt, maar die abusievelijk destijds niet aan het (toenmalige) NNB zijn toegevoegd. Deze grenscorrecties voeren wij nu met dit ontwerp Natuurbeheerplan nog wel door.
In de periode 1 januari t/m 31 december 2024 hebben wij 20 wijzigingsverzoeken ontvangen van particuliere eigenaren, collectieven en beheerders voor aanpassing van de begrenzing van het NNN. Vanuit het GOB hebben wij 18 wijzigingsverzoeken ontvangen. Zelf hebben wij in 13 gebieden kaartfouten ontdekt of hebben wij in het kader van kaartopschoning wijzigingen aangebracht. Er zijn 7 grenswijzigingen van het NNN vanuit ruimtelijke procedures opgenomen. Daarnaast is de begrenzing van de natte natuurparels gewijzigd.
In deze Nota van Wijzigingen Natuurbeheerplan Noord-Brabant 2026 zijn de ingediende wijzigingsverzoeken en de ambtelijke wijzigingen samengevat en is de reactie van Gedeputeerde Staten op de wijzigingsverzoeken verwoord. Van 25 april tot en met 5 juni 2025 heeft het ontwerp Natuurbeheerplan 2026 in de inspraak gelegen. Hierop hebben wij 6 inspraakreacties ontvangen. In de Nota van zienswijzen en wijzigingen Omgevingsverordening Noord-Brabant kaartaanpassingen 2025-2 en Natuurbeheerplan 2026 is weergegeven welke reacties het betreft en wat de reactie van GS is. De inspraakreacties die hebben geleid tot een wijziging van de begrenzing van het NNB of van de beheertypenkaart of de ambitiekaart zijn in onderliggende Nota van wijzigingen Natuurbeheerplan Noord-Brabant 2026 cursief weergegeven.
Via de interactieve kaart, behorend bij het Natuurbeheerplan, is het mogelijk om de locaties te bekijken waar de wijzigingen hebben plaatsgevonden.
1. Ingekomen wijzigingsverzoeken NNN-begrenzing om ecologische redenen op verzoek van externe organisaties of personen
1.1 Algemeen. Rijksvastgoedbedrijf. Herbegrenzing NNN en wijziging beheertypenkaart en ambitiekaart diverse defensieterreinen
Het Rijksvastgoedbedrijf verzoekt namens het ministerie van Defensie om een herbegrenzing van het NNN. Verzocht wordt om op enkele delen van het NNN de begrenzing te verwijderen of de ambitietypen en beheertypen aan te passen. Het betreft de defensieterreinen:
Exclaveren is niet noodzakelijk bij voorgezet gebruik, omdat binnen een beheereenheid enige ‘vervuiling’ van bijvoorbeeld een pad of bijgebouwtje is toegestaan. In het verleden heeft er afstemming plaatsgevonden tussen het ministerie van LNV (nu LVVN), provincies en Defensie over het uit de EHS, het huidige NNN, halen van delen van defensieterreinen. Dit is zorgvuldig uitgevoerd. In het geval er sindsdien sprake is van vernietiging van bestaande natuurterreinen zal deze elders gecompenseerd moeten worden. Deze compensatie moet via een formele procedure lopen. Het is niet mogelijk vernietiging van het NNN op voorhand te exclaveren als er geen afspraken over natuurcompensatie tegenover staat. Wij stemmen dan ook niet in met de verzochte verwijderingen uit het NNN. Dit geldt voor:
Voor de volgende terreinen zijn de volgende aanpassingen van beheertypen en ambitietypen wel of niet overgenomen:
Vanaf 1 januari 2023 is het niet meer mogelijk om NNN toe te voegen vanwege de opdracht vanuit GS de te ruime begrenzing van het NNN in 2028 terug te brengen naar 0 ha. Op 13 december 2024 heeft PS de definitieve begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland binnen de provincie Noord-Brabant in de Omgevingsverordening vastgesteld. Verzoeken tot toevoeging aan het NNN kunnen alleen nog worden gehonoreerd als er tevens een verzoek tot verwijdering van NNN wordt gedaan, zodat er sprake is van een hectare-neutrale wijziging van de begrenzing van het NNN.
Aanpassing op kaart van infiltratiegebied, toevoeging. Vanaf 1 januari 2023 is het niet meer mogelijk om NNN toe te voegen vanwege de opdracht vanuit GS de te ruime begrenzing van het NNB in 2028 terug te brengen naar 0 ha. Op 13 december 2024 heeft PS de definitieve begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland binnen de provincie Noord-Brabant in de Omgevingsverordening vastgesteld. Verzoeken tot toevoeging aan het NNN kunnen alleen nog worden gehonoreerd als er tevens een verzoek tot verwijdering van NNN wordt gedaan, zodat er sprake is van een hectare-neutrale wijziging van de begrenzing van het NNN.
In totaal hebben wij voor een oppervlakte van 110 ha de beheertypen en ambitietypen aangepast.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
1.2 Gemeente Alphen-Chaam. Wijzigingen uitnodigingsgebied Chaamse Beek
Een coördinator van de eenheid Majeure Projecten & Ontwikkelbedrijf (MPO) voor het uitnodigingsgebied Chaamse Beek verzoekt om enkele aanpassingen van het NNN. Het betreft de percelen:
MPO heeft bovenstaande percelen allen als landbouwgrond aangekocht en realiseert zich nu dat er enkele delen foutief zijn begrensd als te realiseren Nieuwe natuur of Bestaande natuur in het NNN.
Wij stemmen in met dit wijzigingsverzoek. Wij verwijderen uit het NNN en NNB, niet zijnde NNN de volgende percelen:
Wij verwijderen 0,77 ha Bestaande natuur uit het NNN.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
1.3 Gemeente Alphen-Chaam en gemeente Goirle. VHNO. Toevoegen percelen landgoed de Hoevens
VHNO vraagt namens Landgoed de Hoevens om een toevoeging van ruim 30 ha N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland en N12.05 Kruiden- en faunarijke akker aan het Natuurnetwerk Nederland, waarbij de realisatie van ONNB als mogelijkheid wordt geopperd. Het betreft de kadastrale percelen APN03 E 968, E1131, E1153, E1155 t/m E1159, GLE01 H101 en H106.
Wij stemmen niet in met de toevoeging van de percelen aan het NNN. Vanaf 1 januari 2023 is het niet meer mogelijk om NNN toe te voegen vanwege de opdracht vanuit GS de te ruime begrenzing van het NNN in 2028 terug te brengen naar 0 ha. Op 13 december 2024 heeft PS de definitieve begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland binnen de provincie Noord-Brabant in de Omgevingsverordening vastgesteld. Verzoeken tot toevoeging aan het NNN kunnen alleen nog worden gehonoreerd als er tevens een verzoek tot verwijdering van NNN wordt gedaan, zodat er sprake is van een hectare-neutrale wijziging van de begrenzing van het NNN. Daarnaast moet er sprake zijn van een hoge tot zeer hoge ambitie, niet zijnde ONNB, op de toe te voegen percelen en moeten zowel de te verwijderen natuurtypen als de toe te voegen natuurtypen voldoende ecologisch onderbouwd zijn.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart niet gewijzigd.
1.4 Gemeente Alphen-Chaam. Waterschap Brabantse Delta. Omklappen NNN Batoniahoeve Galder
Waterschap Brabantse Delta en de eigenaren van perceel CHA00 H2314 verzoeken om een herbegrenzing van het NNN op het betreffende perceel. De eigenaar wil een voedselbos aanleggen, het waterschap wil de Galdersche beek vanwege de KRW-doelstelling herstellen op het perceel. De huidige beek biedt weinig ecologische waarde en heeft een dusdanig hoog peil dat doelen voor natte natuur niet behaald kunnen worden en verdroging van het perceel optreedt. Het verzoek is om van het hoger gelegen deel van het perceel, waar nu NNN begrensd is met grotendeels ambitietype N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland, het NNN te verwijderen en de NNN begrenzing te leggen op het lagergelegen deel aan de rand van het perceel waar de te herstellen beek gaat lopen en waar een hogere grondwaterstand en tevens kwel aanwezig is. Dit biedt betere kansen op hoogwaardige (natte) natuur. Deze herbegrenzing kan hectareneutraal plaatsvinden.
Wij stemmen in met dit verzoek. Het biedt kansen om tot een geïntegreerde oplossing te komen voor de beek, benutting van kwelwater en de aanleg van een moeras en (voedsel)bos. Uitgangspunt hierbij zijn het vergroten van de biodiversiteit en het verbeteren van de waterhuishouding, waterkwaliteit en bodemhuishouding. De nevengeul van de Galdersche beek zal doorgetrokken worden en gaan meanderen en er worden grote hoogwaterpoelen, ondiepe binnenbochten en steilere buitenbochten aangelegd. Hiermee wordt een hoge ecologische waarde gecreëerd, gebaseerd op de natuurlijke loop van de beek. In een zone van 20 meter breed gaat de beek meanderen, wat zorgt voor vertraagde afvoer en extra wateropvang in natte perioden. Ook maakt dit rivier- en beekbegeleidend bos mogelijk. De aanwezigheid van kwel langs de oevers van de watervoerende grenssloot maakt, na afplaggen, de aanleg van een schraal habitat mogelijk voor soorten als gevlekte rietorchis, dotterbloem en zeggevegetaties. Met deze inrichtingsmaatregelen is de verwachting dat diverse doelsoorten terugkeren in het gebied. Het gaat om soorten als de kamsalamander, het oranjetipje, de bosbeekjuffer, de levendbarende hagedis, de ijsvogel en de hermelijn. Wij verwijderen op perceel CHA00 H2314 0,56 ha met ambitietype N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland en zoekgebied 2 uit het NNN en voegen aan de westkant van het perceel 0,56 ha met ambitietype zoekgebied 2 toe aan het NNN. Na inrichting zal het gebied bestaan uit N05.04 Dynamisch moeras, N10.02 Vochtig hooiland en N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
1.5 Gemeente Breda. Verwijderen NNN Overaseweg
De gemeente Breda verzoekt om verwijdering van een geringe oppervlakte NNN Bestaande natuur N03.01 Beek en bron in het gebied ten noorden van de A58 en ten oosten van de A16 Het betreft o.a. het kadastrale perceel PCH00 T536. Het zou in werkelijkheid geen beek met open water zijn.
Wij stemmen in met dit wijzigingsverzoek. Het betreft een onlogische begrenzing van de Bestaande natuur N03.01 Beek en bron die niet overeenkomt met de werkelijkheid. Er is namelijk geen sprake van open water of een slootbegroeiing op de percelen. Daarnaast betreft het geen EVZ en verbindt het ook geen bestaande natuurterreinen met elkaar. Wij verwijderen de begrenzing NNN met beheertype N03.01 Beek en bron van de percelen PCH00 T327, T523, T534, T536, T537, T488, T487, T497, T498, T545, RBG01 K969, K970, K971, K972 en K974. In totaal gaat het om een oppervlakte van 0,3 ha.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
1.6 Gemeente Breda en gemeente Gilze en Rijen. Staatsbosbeheer. Verwijderen overlap met bestemming wonen, recreatie en horeca
Staatsbosbeheer verzoekt om in een aantal gebieden (delen) van percelen uit het NNN te verwijderen. Het betreft horecagelegenheid 'De Boschwachter’ op perceel PCH00 K1691 (bestemming horeca) en de Helenahoeve op de percelen GNK02 H2304 en H2400 (bestemming wonen en recreatie) in het Mastbos en delen van de percelen GZE00 H1504, H1505, H1824, H2162 en H2430 in Gilze en Rijen, omdat een groot deel in gebruik is als parkeerplaats en de bestemming bedrijventerrein heeft.
Wij stemmen in met het wijzigingsverzoek. De betreffende delen van percelen overlappen met bestemmingen die niet samengaan met een natuurfunctie en waar al vele jaren bebouwing aanwezig is. Wij verwijderen 1 ha Bestaande natuur N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland, N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos, N16.03 Droog bos met productie en een L01.07 Laan uit het Provinciale deel van het NNN.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
1.7 Gemeente Drimmelen. Waterschap Brabantse Delta. Verwijderen waterkering
Waterschap Brabantse Delta verzoekt om op perceelnummer MDE01 T2735 het deel N14.02 Hoog- en laagveenbos uit de begrenzing van het NNN te verwijderen. Dit deel overlapt met de primaire waterkering, waar bos niet is toegestaan.
Wij stemmen in met het wijzigingsverzoek. Wij verwijderen 440 m2 Bestaande natuur N14.02 Hoog- en laagveenbos uit het NNN.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
1.8 Gemeente Geldrop-Mierlo. Particulier. Kaartfout perceel GDP00 K1212
Een particuliere eigenaar geeft aan dat de begrenzing van het perceel GDP00 K1212 als Bestaande natuur in het Natuurnetwerk Nederland een fout op de kaart betreft. Het zou niet om een geheel bebost perceel gaan, maar om een weide met delen ruigte. Het verzoek is het gehele perceel uit het NNN te verwijderen.
Het perceel staat sinds 2002 als bestaand bos op de kaart en werd bij de aanwijzing van de Ecologische Hoofdstructuur niet als landbouwgrond opgenomen. Het perceel is niet geregistreerd in het Agrarisch Areaal Nederland en wordt niet opgegeven in de gecombineerde opgave bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). De eenheid Wonen, Werken & Leefomgeving geeft aan dat er een bestemming ‘Agrarisch met waarden’ op ligt met verschillende aanduidingen die natuur en kwetsbare soorten op deze locatie moeten beschermen. Daarom kunnen wij de begrenzing van het NNN niet verwijderen van het perceel. Wij passen wel het ambitietype en beheertype aan voor het aandeel dat in gebruik is als grasland/ruigte, namelijk N12.06 Ruigteveld. Dit betreft een oppervlakte van 0,17 ha. Voor het beboste deel van het perceel is de Wet Natuurbescherming van toepassing.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
1.9 Gemeente Gemert-Bakel. Brabants Landschap. Verwijderen perceel Kuikenvlaas Milheeze
Brabants Landschap verzoekt namens een particuliere eigenaar om perceel BKL02 S795 uit het NNN te verwijderen. Het perceel is nu begrensd als Bestaande natuur met beheertype N16.03 Droog bos met productie. In werkelijkheid zou het om een kaartfout gaan en betreft het landbouwgrond.
Wij stemmen in met dit wijzigingsverzoek. Er is in overeenstemming met collega’s van Wonen Werk & Leefomgeving besloten het gehele perceel uit het NNN te verwijderen, inclusief de landschapselementen. Op deze locatie hebben voorheen een vijftal grote kippenstallen gestaan die inmiddels zijn gesloopt en gesaneerd. De stallen waren in de jaren 90 omringd door veel opgaande begroeiing. Dit is waarschijnlijk de reden dat het perceel in zijn geheel als bestaand bosterrein op kaart terecht is gekomen. Er was, en is, in werkelijkheid sprake van landbouwgrond, woning en bedrijfslocatie. Het perceel ligt losliggend ten opzichte van het NNN en verbindt geen bestaande natuurterreinen. Door het uit het NNN te verwijderen krijgen de eigenaren andere mogelijkheden om natuur te realiseren die beter bij hun mogelijkheden en wensen voor toekomstig beheer passen. De huidige eigenaren willen wellicht meedoen met agrarisch natuurbeheer of Stila. Dit is niet mogelijk binnen de NNN-begrenzing.
Wij verwijderen 3,4 ha Bestaande natuur N16.03 Droog bos met productie uit het Provinciale deel van het NNN.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
1.10 Gemeente Goirle. Werkeenheid. Kaartopschoning uitnodigingsgebied Roovertsche Leij
De Werkeenheid verzoekt om enkele aanpassingen van de status van de restopgave Nieuwe natuur en om enkele herbegrenzingen van het NNN in het uitnodigingsgebied Roovertsche Leij. Het betreft de percelen:
Wij stemmen in met de voorgestelde wijzigingsverzoeken.
Ad a. Wij stemmen in met de wijzigingsverzoeken om de NNN-begrenzing te verwijderen. In alle gevallen gaat het om slivers in de buitengrens van het NNN of overlap van het NNN met o.a. de bestemming ‘verkeer’ of nutsvoorziening. In totaal verwijderen wij 0,14 ha uit het NNN.
Ad b. Wij stemmen in met de wijzigingsverzoeken waardoor de opgave als Bestaande natuur met beheertype en ambitietype N03.01 Beek en bron op kaart gezet wordt. Het gaat om een oppervlakte van 0,06 ha.
Ad c. Wij stemmen in met de voorgestelde verzoeken om de percelen als Bestaande natuur met beheertype en ambitietype N03.01 Beek en bron op kaart te zetten. In totaal gaat het om 0,1 ha.
Met het verwijderen van de percelen en het omzetten van Nieuwe naar Bestaande natuur neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur netto af met 0,14 ha.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
1.11 Gemeente Heeze-Leende. Staatsbosbeheer. Verwijderen bouwblok Heerstraat
Staatsbosbeheer verzoekt om perceel LDE01 D1908 uit het NNN te verwijderen daar waar het overlapt met een bestaande woning en garage van een particuliere eigenaar van een aangrenzend perceel (LDE01 D921).
Wij stemmen niet in met dit wijzigingsverzoek. Een deel van de garage van de particuliere eigenaar van perceel LDE01 D921 is in afwijking van ingediende bouwtekeningen op eigendom van Staatsbosbeheer uitgebouwd. Er is nu sprake van onrechtmatige overbouw. Het terugbrengen in oorspronkelijke staat is formeel voor rekening van de eigenaar van het perceel LDE01 D921 (tevens de eigenaar van natuurperceel LDE01 H378) , alleen is het voor de provincie Noord-Brabant onduidelijk of er sprake is van verjaring en wat het effect hiervan is op mogelijke hersteleisen. Idealiter had een maatwerk ruiling tussen betreffende particulier en Staatsbosbeheer een oplossing kunnen bieden. In dit geval is dit echter niet mogelijk omdat de betreffende overbouw overlapt met het Natura 2000 gebied Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux. Het aanpassen van een Natura 2000 begrenzing loopt via het ministerie van LVVN.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart niet gewijzigd.
1.12 Gemeente Heusden. Particulier. Verwijderen landbouwgrond Giersbergen
De particuliere eigenaar van perceel DNN00 D3004 verzoekt om het NNN Bestaande Natuur N16.03 Droog bos met productie van zijn perceel te verwijderen. De eigenaar geeft aan dat er sprake is van een fout op de kaart en dat het perceel landbouwgrond betreft.
Wij stemmen in met het verwijderen van het NNN van perceel DNN00 D3004. Er is inderdaad sprake van landbouwgrond, nu en ook ten tijde van de vaststelling van de EHS op kaart in 2002. Het perceel ligt tevens los en op afstand van het huidige NNN en is zeer gering in oppervlakte. Het is daarom ook niet onze wens om hier in de huidige situatie natuur te realiseren. Wij verwijderen de 0,16 ha Bestaande natuur N16.03 Droog bos met productie uit het NNN.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
1.13 Gemeente Heusden. Verwijderen NNN vanwege aanvraag Stila
De eigenaar van de percelen DNN00 D3133, D3423 en D3424 verzoekt om het NNN N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos van zijn percelen te verwijderen. Hij wil op zijn percelen in het kader van de Subsidieregeling Stimuleringsregeling Landschap Noord-Brabant (Stila) landschapselementen aanleggen en beheren. Deze overlappen echter met het NNN, waardoor er geen subsidie vanuit Stila verkregen kan worden. De bomen behorende bij het NNN staan echter niet op deze percelen, maar op het aanliggende perceel.
Wij stemmen in met dit wijzigingsverzoek. De bomen zijn inderdaad niet aanwezig op de percelen. Wij verwijderen 670 m2 Bestaande natuur N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos uit het Rijks NNN.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
1.14 Gemeente Maashorst. Landgoed ’t Oventje. Verwijderen landschapselementen vanwege aanvraag Stila
De eigenaar van perceel ZLD02 H3729 verzoekt om de heggen rondom de boomgaard en de smalle strook houtwal ten westen van de boomgaard uit het NNN te verwijderen. Deze landschapselementen zijn in het verleden aangelegd met financiering van de Subsidieregeling Groen Blauw Stimuleringskader Noord-Brabant (Stika) en zullen ook beheerd blijven worden met geld uit de opvolger van Stika, de Subsidieregeling Stimuleringsregeling Landschap Noord-Brabant (Stila).
Wij stemmen in met dit verzoek. Er kan geen subsidie uit Stila worden verkregen bij ligging van landschapselementen in het NNN en continuering van beheer is belangrijk. Wij verwijderen 431 m2 L01.02 Houtwal en houtsingel en L01.05 Knip- of scheerheg uit het Provinciale NNN.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
1.15 Gemeente Meierijstad. Werkeenheid. Verwijderen perceel vanwege agrarisch gebruik
De Werkeenheid verzoekt om een aanpassing van de NNN-begrenzing in de gemeente Meijerijstad bij Veghel. Het perceel VHL00 N1216 is in zijn geheel begrensd als Bestaande natuur met beheertype en ambitietype N16.04 Vochtig bos met productie. De Werkeenheid verzoekt om dit perceel uit het NNN te verwijderen, omdat het landbouwgrond betreft. Er zouden dan mogelijkheden beschikbaar komen om op dit perceel een opgave natuurcompensatie te laten landen.
Wij stemmen gedeeltelijk in met het wijzigingsvoorstel. Het perceel VHL00 N1216 is in zijn geheel begrensd als Bestaande natuur met beheertype en ambitietype N16.04 Vochtig bos met productie. Een deel van het perceel bestond ten tijde van de vaststelling van de Ecologische Hoofdstructuur uit landbouwgrond. Het zit in het Agrarisch Areaal Nederland en wordt ook elk jaar opgegeven in de gecombineerde opgave bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Dit deel ter grootte van 1,6 ha wordt uit het NNN verwijderd, omdat het een kaartfout betreft. Met het verzoek om het resterende zuidelijk gelegen deel van het perceel NNN, 0,6 ha Bestaande natuur, uit het NNN te verwijderen gaan wij niet akkoord, omdat het uit een bestaand bosterrein bestaat. Dit deel komt daarom ook niet in aanmerking om in te richten ten behoeve van natuurcompensatie.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
1.16 Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten. Werkeenheid. Vaderland Kruidenweide aan de Dommel
De Werkeenheid verzoekt om het deel van perceel NNN00 A2781 dat niet als NNN is begrensd toe te voegen aan het Rijks NNN. In het kader van het GOB-project Vaderland Kruidenweide aan de Dommel wordt het gehele perceel beschikt en zal het ook als een geheel worden ingericht en beheerd.
Wij stemmen in met het wijzigingsverzoek. Het vormt een logische beheereenheid om het gehele perceel binnen de begrenzing van het NNN te brengen. Wij voegen 698 m2 Nieuwe natuur N00.01 Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur toe aan het Rijksdeel van het NNN met als ambitietypen N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland voor het hoger gelegen deel en N00.01 Zoekgebied 2 voor het deel grenzend aan de Dommel.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
1.17 Gemeente Roosendaal. Verwijderen NNN vanwege aanvraag Stila
De eigenaar van perceel WOU00 N342 verzoekt om het NNN van zijn perceel te verwijderen. Hij wil op zijn perceel in het kader van de Subsidieregeling Stimuleringsregeling Landschap Noord-Brabant (Stila) landschapselementen aanleggen en beheren. Deze overlappen echter met het NNN N03.01 Beek en bron, waardoor er geen subsidie vanuit Stila verkregen kan worden. De beek is echter te breed ingetekend en ligt geheel op het naastgelegen perceel.
Wij stemmen in met dit wijzigingsverzoek. De beek is inderdaad te breed ingetekend. Wij verwijderen 532 m2 Bestaande natuur N03.01 Beek en bron uit het Provinciale NNN. Op eigen initiatief voegen wij 102 m2 Bestaande natuur N03.01 Beek en bron toe aan het Provinciale NNN op de percelen WOU00 N465 en N466 om de beekloop juist weer te geven.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
1.18 Gemeente Tilburg. Van Doormaal Advies. Herbegrenzing NNN vanwege overlap bedrijventerrein Vossenberg
Van Doormaal Advies verzoekt namens de eigenaar van perceel TBG0 1F4402 om de NNN-aanduiding van het perceel te verwijderen op de locaties waar volgens het vigerende bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Vossenberg 2008’ de bestemming bedrijf is gelegen.
Wij stemmen in met dit wijzigingsverzoek. Sinds jaar en dag wordt het achterste deel van het perceel gebruikt als bedrijf. Eerst voor een varkens- en nertsenhouderij en later als bedrijf voor opslagactiviteiten. Het voorste deel van het perceel heeft in 2008 een bosbestemming gekregen.
Wij verwijderen 1516 m2 Bestaande natuur N16.03 Droog bos met productie uit het Provinciaal NNN van perceel TBG0 1F4402.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
1.19 Gemeente Valkenswaard. Particulier. Toevoegen 3 percelen aan de Dommel
De particuliere eigenaren van de percelen VKW00 G1262, VKW00 G4209 en VKW00 H24 verzoeken om een toevoeging van deze percelen aan het NNN met ambitietype en beheertype N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland. De percelen zijn gelegen aan de Dommel en grenzen aan Natura2000-gebied Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux. Met toevoeging aan het NNN ontstaat een omvangrijke Ecologische verbindingszone waarmee versnippering van natuurgebieden wordt tegengegaan. Ook dragen de percelen bij aan het behalen van de KRW-doelstellingen.
Wij stemmen niet in met de toevoeging van de percelen aan het NNN. Vanaf 1 januari 2023 is het niet meer mogelijk om NNN toe te voegen vanwege de opdracht vanuit GS de te ruime begrenzing van het NNN in 2028 terug te brengen naar 0 ha. Op 13 december 2024 hebben PS de definitieve begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland binnen de provincie Noord-Brabant in de Omgevingsverordening vastgesteld. Verzoeken tot toevoeging aan het NNN kunnen alleen nog worden gehonoreerd als er tevens een verzoek tot verwijdering van NNN wordt gedaan, zodat er sprake is van een hectare-neutrale wijziging van de begrenzing van het NNN. Daarnaast moet er sprake zijn van een hoge tot zeer hoge ambitie op de toe te voegen percelen (daarvan is hier geen sprake) en moeten zowel de te verwijderen natuurtypen als de toe te voegen natuurtypen voldoende ecologisch onderbouwd zijn.
De particuliere eigenaar heeft mbt deze percelen tevens een procedure gevoerd bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (procedure ziet toe op ons besluit van 25 september 2018 waarmee wij de wijziging Verordening Ruimte Noord-Brabant, kaartaanpassingen 2018 en het Natuurbeheerplan 2019 vastgesteld hebben). Tijdens deze procedure is de indruk ontstaan dat de eigenaar met de betreffende percelen mee wil doen met het agrarisch natuurbeheer. Indien dat het geval is, kan er contact worden opgenomen met het agrarisch collectief Boerennatuur Brabant West, om te kijken of, en welke mogelijkheden er in het gebied zijn voor de betreffende percelen.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart niet gewijzigd.
1.20 Gemeente Veldhoven. Waterschap de Dommel. Herbegrenzing Run Heers-Dommel
Waterschap de Dommel verzoekt om binnen het project beekherstel Run Heers – Dommel (delen van) de percelen VHV01 B2923, B3442 en B3510 uit het NNN te verwijderen. Dit betreffen percelen van het talud van de A67, met als ambitietype zoekgebied beekbegeleidende natuur. Ook wordt verzocht om een deel van perceel VHV01 B3718 uit het NNN te verwijderen. Dit perceel bij Grootgoor heeft als ambitietype N10.02 Vochtig hooiland. In alle gevallen is de grondwaterstand te laag om deze ambitietypen te kunnen realiseren. Daarnaast wordt verzocht om (delen van) de percelen VHV01 B2735 t/m 2738, B2815, B3205, B3674, B3775 t/m B3777, B3780 en B3849 aan de begrenzing van het NNN toe te voegen. Op deze percelen kunnen door de hogere grondwaterstanden, in combinatie met het verwijderen van de fosfaatrijke toplaag, natuurtypen als Vochtig hooiland, Dynamisch moeras, Kruiden- en faunarijk grasland en Beekbegeleidend bos worden gerealiseerd.
Wij stemmen in met dit verzoek. In principe werkt herbegrenzing met een saldo nul benadering. Vanuit het afsprakenkader van de Grenscorridor N69 kan er echter 3 hectare NNN worden bijbegrensd. In dit geval wordt er 3 ha uit het NNN verwijderd en wordt er 5,5 ha NNN bijbegrensd. Dit past binnen de gemaakte afspraken. Deze herbegrenzing zorgt voor een robuuster natuurnetwerk rond de Natura2000 beek: percelen verder van de beek af worden geruild voor percelen direct langs de beek. Met het aanpassen van de begrenzing van het NNN wordt een robuuste verbinding van de natuur gerealiseerd langs de Run, welke aansluit bij de contouren van het beekdal en de structuur van het NNN verder stroomopwaarts. De ontwikkeling van de natuur wordt verder in het project beekherstel Run Heers-Dommel in uitvoering gebracht.
Met het toevoegen en verwijderen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur netto toe met 2,5 ha.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
Waterschap de Dommel heeft aangegeven dat er op perceel VHV01 B3674 nog een deel N15.02 Dennen-, eiken – en beukenbos ter grootte van 0,2 ha uit het NNN verwijderd moet worden. Het betreft een aantal camping staanplaatsen bij Topparken waar enkele solitaire bomen rondom de staanplaatsen staan. Bovendien is de grondwaterstand op dit perceel laag en heeft begrenzing van het NNN hier in het verleden mogelijk abusievelijk plaatsgevonden.
Wij stemmen in met het verzoek en verwijderen 0,2 ha Bestaande natuur N15.02 Dennen-, eiken – en beukenbos. Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
2. Ingekomen wijzigingsverzoeken NNN-begrenzing om ecologische redenen op verzoek van het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB)
2.1 Gemeente Bernheze. GOB. Project Bedafase Hoeve, correctie begrenzing
Wij constateren dat de begrenzing van het NNN op de percelen NTR00 G593 en G594 niet overeenkomt met de beschikte delen van de percelen door het Groen Ontwikkelfonds Brabant in het kader van Project Bedafse Hoeve. Wij passen de begrenzing van het NNN aan conform de GOB-beschikking en verwijderen 568 m2 ONNB met beheertype N00.01 Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur uit het Provinciale NNN en voegen 509 m2 ingerichte ONNB met beheertype B12.02 Kruiden- en faunarijk grasland toe aan het Provinciale NNN. Realisatie als ONNB staat niet open voor beheervergoeding.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd en het raster voor ONNB aangebracht.
2.2 Gemeente Boxtel. GOB. Project ARK Dommeldal Olland-Kerkakkers, correctie begrenzing
Wij constateren dat de begrenzing van het NNN op perceel LDE02 H592 niet overeenkomt met de beschikte delen van de percelen door het Groen Ontwikkelfonds Brabant in het kader van Project ARK Dommeldal Olland-Kerkakkers. Reeds in 2021 is subsidie verleend voor omvorming naar natuur van perceel LDE02 H592. Het perceel is echter destijds niet opgenomen in de begrenzing van het NNN. Dat herstellen wij bij deze. Wij voegen het perceel ter grootte van 0,06 ha toe aan het Rijks NNN. Het perceel is ingericht als N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos en N14.03 Haagbeuken- en essenbos. Wij stellen het perceel open voor beheervergoeding.
Daarnaast constateren wij dat een deel van perceel LDE02 H158 met onjuiste beheertypen op de beheertypenkaart en de ambitiekaart staat. Het perceel is ingericht als N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos en N14.03 Haagbeuken- en essenbos, niet als N05.04 Dynamisch moeras en N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland. Wij herstellen dat hierbij.
Met het toevoegen van het perceel neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 0,06 ha.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd en het label subsidiabel ja aangebracht.
2.3 Gemeente Boxtel. GOB. Project ARK Savendonk , correctie begrenzing
Wij constateren dat de begrenzing van het NNN op perceel BTL00 P623 niet overeenkomt met de beschikte delen van de percelen door het Groen Ontwikkelfonds Brabant in het kader van Project ARK Savendonk. Reeds in 2020 is subsidie verleend voor omvorming naar natuur van perceel BTL00 P623. Het perceel is echter destijds niet opgenomen in de begrenzing van het NNN. Dat herstellen wij bij deze. Wij voegen het perceel ter grootte van 0,1 ha toe aan het Rijks NNN. Het perceel is ingericht als N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos. Samen met het totale boscomplex De Geelders vormt het perceel een landschappelijk geheel en een essentiële uitbreiding voor de bestaande waardevolle leembossen. Wij stellen het perceel open voor beheervergoeding.
Met het toevoegen van het perceel neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 0,1 ha.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd en het label subsidiabel ja aangebracht.
2.4 Gemeente Boxtel. GOB. Project Dommelbimd , correctie begrenzing
Wij constateren dat de begrenzing van het NNN op de percelen BTL00 K404 en een klein deel van K1830 niet overeenkomt met de beschikte delen van de percelen door het Groen Ontwikkelfonds Brabant in het kader van Project Dommelbimd. De resterende percelen die vallen binnen het betreffende project zijn reeds in 2017 toegevoegd aan het NNB, deze 2 (delen van) percelen echter niet. Dit had wel moeten gebeuren. Stichting Dommelbimd heeft het geld voor verwerving en inrichting van de percelen op eigen kracht bijeengebracht, zonder een beroep te doen op provinciale middelen. Ze willen echter wel gebruik kunnen maken van beheervergoeding. Daarom voegen wij de percelen BTL00 K404 en een klein deel van K1830, ter grootte van 0,8 ha, toe aan het Provinciale NNN als ingerichte Nieuwe natuur met de beheertypen N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland en een klein deel N05.04 Dynamisch moeras. We stellen de percelen open voor beheervergoeding.
Met het toevoegen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe natuur toe met 0,8 ha.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd en het label subsidiabel ja aangebracht.
Wij hebben geconstateerd dat perceel BTL00 K404 geen deel uitmaakt van GOB—project Dommelbimd . Dit perceel is geen eigendom van Stichting Dommelbimd , maar van een particuliere eigenaar. Toevoeging van dit perceel aan het NNN is dan ook niet correct. Wij herstellen dat hierbij en verwijderen perceel BTL00 K404 weer uit het NNN.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
2.5 Gemeente Breda. GOB. Herinneringsbos Breda
Wij constateren dat de begrenzing van het NNB op perceel BDA00 L819 niet overeenkomt met de beschikte delen van het perceel door het Groen Ontwikkelfonds Brabant in het kader van het Project Herinneringsbos Breda. In 2021 is reeds een verzoek ingediend voor toevoeging van het perceel ter grootte van 10 ha aan het Provinciale deel van het NNB, maar dit is abusievelijk niet doorgevoerd. Inmiddels heeft er een herbegrenzing van het NNN plaatsgevonden en is toevoeging aan het NNN niet meer mogelijk zonder gelijktijdig hectares uit het NNN te verwijderen. Dit heeft ons doen besluiten om de percelen wel toe te voegen aan het NNB, maar als NNB, niet zijnde NNN. De voornaamste reden hiervoor is dat de percelen in bezit zijn van een gemeente (Breda). Gemeenten kunnen geen beheervergoeding aanvragen en percelen die geen deel uitmaken van het NNN komen sowieso niet in aanmerking voor beheervergoeding. Natuur binnen het NNB is planologisch wel beschermd, dus toevoeging aan het NNB, niet zijnde NNN is dan het meest voor de hand liggend. Dat doen wij bij deze.
Met de ontwikkeling van Rivier- en beekbegeleidend bos wordt invulling gegeven aan de bossenstrategie van de provincie en wordt het NNB in het natuurgebied 4e Bergboezem versterkt. Wij voegen het perceel toe aan het NNB, niet zijnde NNN met beheertype N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland. Dit omdat de aanplant van bomen geleidelijk plaatsvindt en er altijd delen van het perceel niet zijn ingericht als bos. Dit deel wordt beheerd als Kruiden- en faunarijk grasland. Als ambitietype nemen wij N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos op. NNB, niet zijnde NNN staat niet open voor beheervergoeding.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
2.6 Gemeente Eersel. GOB. Verwijderen fietspad en toegangspad
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om de percelen ESL00 K1496 en K1497 uit de begrenzing van het NNN te verwijderen.
Wij stemmen in met de verwijdering van deze twee percelen. Het GOB heeft een beschikking afgegeven voor het aangrenzende perceel ESL00 K1046, een perceel in eigendom van een particulier. De GOB aanvraag voor dit inrichtingsgebied langs de Run werd ingediend door waterschap de Dommel. Bij het vestigen van de KV’s in dit gebied is dit perceel gesplitst, waarbij enkele restanten Nieuwe natuur zijn ontstaan. Hierop wordt door het waterschap een fietspad en een toegangsweg gerealiseerd. Omdat er geen natuur gerealiseerd zal worden zullen wij deze snippers ter grootte van 0,01 ha uit het NNN verwijderen.
Met het verwijderen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur af met 0,01 ha.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
2.7 Gemeente Gemert-Bakel. GOB. Verkoop De Rips 3 percelen natuurcompensatie
Het Groen Ontwikkelfond Brabant verzoekt om een toevoeging van de percelen BKL02 A4884, A48846 en A48848 (7,9 ha) aan het NNN als natuurcompensatie. Het betreft percelen met het ambitietype N15.02 dennen-, eiken en beukenbos, nog in eigendom van provincie Noord-Brabant.
Wij stemmen in met de toevoeging van de percelen aan het NNN als zijnde Bestaande natuur Natuurcompensatie. In het verleden is bij 2 reconstructies van de huidige N279 sprake geweest van aantasting van natuurwaarden. Conform het toenmalige natuurcompensatiebeleid is voor beide aantastingen een natuurcompensatieopgave vastgesteld. Deze natuurcompensatieopgaven zijn tot op heden nog niet volledig gerealiseerd. Met de omvorming en verkoop van deze percelen die nu in eigendom zijn van de Provincie Noord-Brabant worden deze oude verplichtingen ingelost.
De opgave komt voort uit het Bestemmingsplan PW205 van de voormalige gemeenten Aarle-Rixtel en Beek en Donk (nu Laarbeek). Het vastgestelde compensatieplan bevat o.a. de 1 op 1 compensatie van 3 ha bos en 2 ha griend (aantasting van natuurgebied Wolfsputten en Scheepsstal). De 5 ha boscompensatie is, nadat diverse potentiële compensatielocaties zijn afgevallen, blijven liggen. In 2010 is voor de invulling van deze compensatie door de eenheid Vastgoed 7,87 ha grond gekocht nabij de Klotterpeel (Beleidsthema Betrouwbaar wegennet, subbeleidsthema infrastructurele grondverwerving). Door verschillende oorzaken (o.a. de opheffing van de DLG, de wijziging van het natuurcompensatiebeleid –binnen het NNB-, de vernietiging van Inpassingsplan N279 door de Raad van State) werd tot op heden geen invulling gegeven aan deze verplichting. Na interne afstemming is middels een openbare inschrijfprocedure een initiatiefnemer gevonden die het bos aanplant en na realisatie de grond koopt. Het natuurbeheertype dat gerealiseerd gaat worden is N15.02 Dennen-, eiken en beukenbos.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
2.8 Gemeente Heeze-Leende. GOB. Herbegrenzing NNN vanwege kavelruil Euvelwegen
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om de delen die bij de kavelruil Euvelwegen aan de particuliere grondeigenaren die deelnemen aan de kavelruil zijn toebedeeld, uit de begrenzing van het NNN te verwijderen. Hierover zijn eerder afspraken gemaakt met de provincie. Voor grond die nog niet binnen het NNN ligt, maar wel binnen het projectgebied, wordt verzocht deze aan het NNN toe te voegen.
Wij stemmen in met dit wijzigingsverzoek. Met deze kavelruil zijn diverse percelen gelegen aan Euvelwegen te Sterksel ingebracht en toebedeeld. Deze zijn deels binnen en deels buiten het NNN gelegen. Op de percelen binnen het NNN kan hierdoor nieuwe natuur ontwikkeld worden. Tevens kunnen voor de percelen binnen het NNN de doelen vanuit de Kaderrichtlijn Water worden gerealiseerd, waaronder beekherstel t.b.v. de Sterkselse Aa. Wij verwijderen 0,34 ha Nieuwe natuur N00.01 Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur en 0,07 ha Bestaande natuur N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos uit het NNN van de percelen HZE00 C3614, C3615, C3618, C4729, C4977, C4979, C4981, C4986, C4987, C4991 en C4992. Op de percelen HZE00 C762, C4978 en C4982 voegen wij 0,05 ha Nieuwe natuur N00.01 Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur met ambitietype zoekgebied 4 toe aan het Rijksdeel van het NNN.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
2.9 Gemeente Heeze-Leende. GOB. Project de Gribus Chijnsgoed Sterksel, correctie begrenzing
Wij constateren dat de begrenzing van het NNN op de percelen HZE00 H487 en H497 niet overeenkomt met de beschikte delen van de percelen door het Groen Ontwikkelfonds Brabant in het kader van Project de Gribus Chijnsgoed Sterksel. De percelen zijn al sinds het aanwijzen van de voormalige EHS onderdeel van het natuurnetwerk. Het zuidelijke deel van de percelen is destijds echter niet begrensd. Het GOB heeft voor de gehele percelen afwaarderings- en inrichtingssubsidie uitgekeerd en de percelen zijn inmiddels ingericht. Voor een logische afronding van het NNN hier trekken wij de grens van het NNN gelijk met de kadastrale grenzen en voegen 0,6 ha Nieuwe natuur toe aan het Rijksdeel van het NNN. De delen zijn ingericht als N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland en een L01.02 Houtwal. We stellen de percelen open voor beheervergoeding.
Met het toevoegen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe natuur toe met 0,6 ha.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd en het label subsidiabel ja aangebracht.
2.10 Gemeente Land van Cuijk. GOB. Project Bosaanleg ’t Zand, inrichting gereed
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om de percelen OLO00 R169 en R191 als ingericht op de beheertypenkaart aan te geven. De percelen zijn ingericht als N16.03 Droog bos met productie.
Wij constateren dat de percelen nog geen deel uitmaken van het NNB. In 2021 zijn de betreffende percelen beschikt door het GOB om toe te voegen aan het Provinciale deel van het NNB. Dit is echter nooit doorgevoerd in het Natuurbeheerplan. Inmiddels heeft er een herbegrenzing van het NNN plaatsgevonden en is toevoeging aan het NNN niet meer mogelijk zonder gelijktijdig hectares uit het NNN te verwijderen. Dit heeft ons doen besluiten om de percelen wel toe te voegen aan het NNB, maar als NNB, niet zijnde NNN. De voornaamste reden hiervoor is dat de percelen in bezit zijn van een gemeente (Land van Cuijk). Gemeenten kunnen geen beheervergoeding aanvragen en percelen die geen deel uitmaken van het NNN komen sowieso niet in aanmerking voor beheervergoeding. Natuur binnen het NNB is planologisch wel beschermd, dus toevoeging aan het NNB, niet zijnde NNN is dan het meest voor de hand liggend.
De gemeente Land van Cuijk heeft de 2,82 hectare gemeentelijke percelen aan ’t Zand beschikbaar gesteld voor de aanplant van nieuw bos. De gemeente heeft op de betreffende percelen een modelbos aangelegd als voorbeeld voor vergelijkbare initiatieven van bosaanplant op landbouwgrond. Tevens levert de gemeente met deze aanplant een bijdrage aan de ontsnippering van bosgebieden, aangezien de locatie grenst aan bossen binnen het Natuur Netwerk Brabant. Op de betreffende locatie laat de robuustheid van het natuurnetwerk te wensen over in vergelijking met de robuustheid in de regio. Daarnaast levert de aanleg van nieuw bos een bijdrage aan het verhogen van de koolstofvastlegging. De gemeente streeft naar een multifunctionele invulling, met economische, ecologische en maatschappelijke doelen.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
2.11 Gemeente Land van Cuijk. GOB. Project Stapsteen Laarakkerse Waterleiding
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om delen van de percelen CUI00 H116 en H176 toe te voegen aan het NNB als stapsteen voor de prioritaire soorten sleedoornpage en kamsalamander langs de bestaande ecologische verbindingszone Ecologische verbindingszone Laarakkerse Waterleiding – Drogesestraat. Het ambitietype voor de stapsteen is N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland met landschapselementen L01.01 Poel en L01.06 Struweelhaag.
Wij stemmen in met dit wijzigingsverzoek. Voor zowel de sleedoornpage als de kamsalamander geldt een te realiseren verbinding met stapstenen tussen de Kraaijenbergse Plassen en het Maasheggengebied onder Cuijk en voor de sleedoornpage geldt daarnaast ook een te realiseren verbinding tussen de Kraaijenbergse Plassen en het natuurgebied bij Keent. Daarom wil gemeente Land van Cuijk op twee percelen een stapsteen realiseren in de ecologische verbindingszone Laarakkerse Waterleiding – Drogesestraat. De stapsteen bestaat voor een belangrijk deel uit Kruiden- en faunarijk grasland. Langs de randen van de stapsteen komen struwelen met inheemse struik- en boomsoorten, waaronder sleedoorn. Door variatie in soorten, hoogte, dichtheid, bloeitijd, vruchten etc. biedt een dergelijke struweelvegetatie nestgelegenheid, schuilmogelijkheden en voedsel voor tal van struweelvogelsoorten (bijv. geelgors en roodborsttapuit, kleine zoogdieren (kleine marterachtigen, vleermuizen, das) en insecten, waaronder de sleedoornpage. Aan weerszijden van de Graafseweg worden poelen gegraven. Wij voegen 1,6 ha Ecologische verbindingszone toe. Ecologische verbindingszones staan na inrichting niet open voor beheervergoeding.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
2.12 Gemeente Land van Cuijk. GOB. Verkoop NNB-percelen Udenhout en Mill, correctie begrenzing
Wij constateren dat de begrenzing van het NNN op de percelen MIL00 N291 en N1040 niet overeenkomt met de beschikte delen van de percelen door het Groen Ontwikkelfonds Brabant in het kader van Project Verkoop NNB-percelen Udenhout en Mill. De percelen zijn in zijn geheel in 2022 door het GOB verkocht aan Brabants Landschap, die het ook in zijn geheel gaat inrichten. Er liggen nu echter kleine strookjes van de percelen buiten het NNN. Wij trekken de grens van het NNN gelijk met de kadastrale grenzen en voegen 742 m2 toe aan het Provinciale deel van het NNN.
Daarnaast constateren wij dat de ambitietypen voor de percelen MIL00 N1040 en MIL00 N281 onjuist op de ambitiekaart staan. De percelen staan nu als N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland op de ambitiekaart. Brabants Landschap wil de percelen echter inrichten als een kleinschalig, gevarieerd landschap met verschillende natuurtypen die in elkaar overlopen en die verrijkt worden met verschillende landschapselementen. Zo wordt een leefgebied gecreëerd voor een grote diversiteit aan planten en dieren. Op de hoger gelegen delen van perceel MIL00 N1040 komt N12.05 Kruiden- en faunarijke akker, waar akkervogels zoals patrijzen en de zomertortel van profiteren. Ook wordt er een N12.06 Ruigteveld ingericht waar de patrijs kan broeden en insecten kunnen overwinteren. In verband met een aanwezige dassenburcht wordt ook een hoogstamboomgaard gerealiseerd. Deze nemen wij niet als zodanig op op de ambitiekaart, omdat er geen beheersubsidie openstaat voor het beheertype L01.09 Hoogstamboomgaard. Hier laten wij het ambitietype op N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland staan. Op perceel MIL00 N281 wordt N14.03 Haagbeuken- en essenbos gerealiseerd. Het bos kan dienen als
landhabitat voor de kamsalamander en wordt in de toekomst geschikt voor de, in de omgeving
aanwezige, wielewaal. De ontwikkeling van bos draagt tevens bij aan de nationale (en provinciale) bossenstrategie.
Met het toevoegen van het perceel neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 742 m2.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
2.13 Gemeente Oss. GOB. Project MeerMaas Diedensche Uiterdijk-Demen, correctie begrenzing
Wij constateren dat de begrenzing van het NNN op perceel RVS00 C853 niet overeenkomt met de beschikte delen van de percelen door het Groen Ontwikkelfonds Brabant in het kader van Project MeerMaas Diedensche Uiterdijk-Demen. De omliggende percelen binnen dit project zijn al sinds het aanwijzen van de voormalige EHS onderdeel van het natuurnetwerk. Perceel RVS00 C853 is destijds echter abusievelijk niet begrensd. Voor een logische afronding van het NNN hier voegen wij het perceel ter grootte van 350 m2 toe aan het Provinciale deel van het NNN als Nieuwe natuur. Het is ingericht als N01.03 Rivier- en moeraslandschap. We stellen het perceel open voor beheervergoeding.
Met het toevoegen van het perceel neemt de oppervlakte Nieuwe natuur toe met 350 m2.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd en het label subsidiabel ja aangebracht.
2.14 Gemeente Sint-Michielsgestel. GOB. Dommelbeemden-de Hogert , correctie begrenzing
Wij constateren dat de begrenzing van het NNN op perceel MCG00 O225 niet overeenkomt met de beschikte delen van de percelen door het Groen Ontwikkelfonds Brabant in het kader van Project Dommelbeemden-de Hogert. In 2018 is reeds een verzoek ingediend voor toevoeging van het ontbrekende deel van 0,18 ha van het perceel aan het Rijksdeel van het NNB, maar dit is abusievelijk niet doorgevoerd. Het gedeelte ligt binnen de aangekochte kavel die Brabants Landschap als één geheel als natuur wil beheren. Het toevoegen van dit gedeelte aan het NNN zorgt voor een grote aaneengesloten natuureenheid. Wij voegen nu alsnog de 0,18 ha toe aan het Rijks NNN als Nieuwe natuur met beheertype N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland en ambitietype N10.02 Vochtig hooiland, conform de rest van het perceel en stellen het open voor beheervergoeding.
Met het toevoegen van het perceel neemt de oppervlakte Nieuwe natuur toe met 0,18 ha.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd en het label subsidiabel ja aangebracht.
2.15 Gemeente Sint-Michielsgestel. GOB. Project NNP Bossche Broek zuid, correctie begrenzing
Wij constateren dat de begrenzing van het NNN op de percelen MCG00 M145 en MCG00 N164 niet overeenkomt met de beschikte delen van de percelen door het Groen Ontwikkelfonds Brabant in het kader van Project NNP Bossche Broek zuid. In 2022 is de beschikking voor inrichtingssubsidie afgegeven aan Stichting Het Noordbrabants Landschap voor 37 percelen, waaronder de genoemde 2 percelen. Deze percelen zijn destijds abusievelijk niet aan het NNB toegevoegd. Ze vormen echter wel een logische afronding van het NNB in dit gebied. Wij voegen de percelen daarom toe aan het NNN. Het kleine ontbrekende deel van perceel MCG00 M145 voegen wij toe als Bestaande natuur aan het Rijks NNN met beheertype N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland en ambitietype N10.02 Vochtig hooiland, conform de rest van het perceel en stellen het open voor beheervergoeding. Het ontbrekende deel van perceel MCG00 N164 voegen wij als Nieuwe natuur toe aan het Provinciale NNN met beheertype N00.01 Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur met ambitietypen N10.02 Vochtig hooiland, N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland en L01.01 Poel. Daarnaast voegen wij op eigen initiatief kleine delen Bestaande natuur toe aan het Rijks NNN op de percelen MCG00 M137 en N167 met resp. het beheertype N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos en N10.02 Vochtig hooiland om te voorkomen dat er gaten ontstaan in de het NNN. Door ook deze ontbrekende (delen van) percelen toe te voegen en in te richten als Kruiden- faunarijk grasland en Vochtig hooiland wordt bijgedragen aan het herstel van het naastgelegen stikstofgevoelige N2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek en wordt de Natte Natuurparel Bossche Broek versterkt. Wij voegen 3,9 ha toe aan het NNN.
Met het toevoegen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe natuur toe met 3,7 ha.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
2.16 Gemeente Valkenswaard. GOB. Project Functiewijziging Borkel Riethoven Veldhoven, correctie begrenzing
Wij constateren dat de begrenzing van het NNN op perceel BKL06 E393 niet overeenkomt met de beschikte delen van de percelen door het Groen Ontwikkelfonds Brabant in het kader van het Project Functiewijziging Borkel Riethoven Veldhoven. Het GOB heeft het gehele perceel beschikt als Nieuwe natuur binnen het Rijksdeel van het NNN. Er ligt nu echter een kleine strook van het perceel buiten het NNN. Wij trekken de grens van het NNN gelijk met de kadastrale grens en voegen 261 m2 toe aan het Rijksdeel van het NNN met deels het ambitietype N05.04 Dynamisch moeras (langs de beek) en deels N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland, conform de ambitietypen van de rest van het perceel.
Met het toevoegen van het perceel neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 261 m2.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
2.17 Gemeente Zundert. GOB. EVZ de IJzermolen, inrichting gereed
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om perceel RBG01 C2373 toe te voegen aan het Provinciale deel van het NNB, niet zijnde NNN. Het perceel is als Ecologische verbindingszone ingericht als N16.03 Droog bos met productie.
Wij stemmen in met de toevoeging van het perceel als ingerichte EVZ. Het betreft een voormalig grasland dat tot voor kort in gebruik was voor intensieve veehouderij. Het perceel gaat als EVZ de functie vervullen als corridor voor foeragerend wild en verblijfplaats voor vogels als de boomklever, groene specht en zwarte specht. Het vormt een belangrijke stapsteen als verbinding tussen de natuurgebieden de Vloeiweide aan de westkant en de Krabbenbossen aan de oostkant. Realisatie als Ecologische verbindingszone staat niet open voor beheervergoeding.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
3. Ingekomen wijzigingsverzoeken NNN-begrenzing om ecologische redenen op verzoek van het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) met als doel realisatie Ondernemend Natuurnetwerk (ONNB)
3.1 Gemeente Laarbeek. GOB. Janmiekeshoeve
Wij constateren dat wij in het Natuurbeheerplan 2022 tekstueel hebben opgenomen dat wij de 4 percelen LHT00 K979, K1221, K1240 en K1242, behorend bij het bedrijf Janmiekeshoeve, gedeeltelijk toevoegen aan het NNB als Ondernemend Natuurnetwerk Brabant (ONNB), maar dat deze bijbegrenzing nooit heeft plaatsgevonden. Inmiddels heeft er een herbegrenzing van het NNN plaatsgevonden en is toevoeging aan het NNN niet meer mogelijk zonder gelijktijdig hectares uit het NNN te verwijderen. Dit heeft ons doen besluiten om de percelen wel toe te voegen aan het NNB, maar als NNB, niet zijnde NNN. De voornaamste reden hiervoor is dat de percelen worden ingericht in het kader van ONNB, waarvoor geen beheervergoeding openstaat. Percelen die geen deel uitmaken van het NNN komen ook niet in aanmerking voor beheervergoeding. Het is echter wel een goede ontwikkeling dat op de percelen een voedselbos, agroforestry, versterkt met landschapselementen is voorzien. Dit zal op termijn meer biodiversiteit opleveren dan het reguliere landbouwgebruik. Daarnaast bieden de ontwikkelingen op het terrein de mogelijkheid om zowel een droge als een natte ecologische verbinding te vormen, waardoor het NNB in robuustheid toeneemt. Er wordt een oost-west verbinding gerealiseerd tussen het aanliggende Mariahoutse bos en het bos het Lijnt. Ook ontstaat met de omvorming van de Janmiekeshoeve een kans om de natte EVZ Biezenloop te realiseren.
Wij voegen 18,5 ha ONNB toe aan het NNB, niet zijnde NNN met beheertype N00.01 Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur en ambitietype N16.03 Droog bos met productie.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
4.1 Gemeente Alphen-Chaam, Vught en Zundert. Kaartopschoning n.a.v. voortgangsgesprekken uitnodigingsgebieden
Wij constateren dat in enkele Uitnodigingsgebieden onterecht een opgave nog te verwerven en in te richten Nieuwe natuur ligt:
In projectgebied Turfvaartse Landgoederen (NNP_033) zetten wij 0,6 ha te realiseren Nieuwe natuur om naar Bestaande natuur (ZDT02 U49, U50, U89, U492, U493 en U1151). Het maakt deel uit van een gerealiseerd natuurterrein en bosgebied en krijgt de beheertypen die als ambitietypen zijn vastgelegd (N06.04 Vochtige heide, N06.06 Zuur ven of hoogveenven, N07.01 Droge heide, N12.06 Ruigteveld, N15.02 Dennen-, eiken-, en beukenbos.
Met het verwijderen van de percelen en het omzetten van Nieuwe naar Bestaande natuur neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur netto af met 1,6 ha.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
4.2 Gemeente Asten. Verwijderen overlap met bebouwing, Kokmeeuwenweg
Wij constateren dat het NNN op de percelen ATN01 D3737 en D3286 deels overlapt met de bestemming Agrarisch bedrijf uit het vigerende bestemmingsplan ‘Asten Verzamelplan 2023-1’. Wij verwijderen de overlap van 0,22 ha N00.01 Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur uit het NNN.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
4.3 Gemeente Baarle-Nassau. Waterschap Brabantse Delta. Verwijderen NNN RWZI Baarle-Nassau
Waterschap Brabantse Delta wijst ons erop dat er volgens de beheertypenkaart bos aanwezig is op het perceel waar de rioolwaterzuiveringsinstallatie Baarle-Nassau is gevestigd. Dit is echter niet het geval en is ook nooit het geval geweest. Wij corrigeren deze kaartfout en verwijderen 0,3 ha Bestaande natuur N16.04 Vochtig bos met productie uit het Provinciale deel van het NNN van de percelen BLE01 N389 en N405.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
4.4 Gemeente Boxtel. Halse Barrier. Correcties bestemming wonen
Wij constateren dat enkele delen van de Bestaande natuur in het NNN in de omgeving van de Halse Barier overlappen met de bestemming ‘wonen’ uit het vigerende bestemmingsplan. Dit betreft kaartfouten die wij hierbij herstellen. Wij verwijderen de overlap met Bestaande natuur in het NNN ter grootte van 0,4 ha voor de volgende vier clusters:
Wij verwijderen in totaal onderstaande beheertypen:
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart niet gewijzigd.
4.5 Gemeente Drimmelen. Herbegrenzing Binnenpolder Terheijden
Naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State inzake het Reuseldalarrest (3-8-2022) heeft de provincie in 2023 de opdracht gekregen de gehele NNB-begrenzing te herzien en definitief vast te stellen op een manier die recht doet aan de afspraken uit het Natuurpact. Met dit besluit wordt op de kaart van de Omgevingsverordening onderscheid gemaakt tussen enerzijds het ‘NNB binnen NNN’ zoals dat op grond van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) moet worden opgenomen, en anderzijds het ‘NNB buiten NNN’ (1.800 ha) waarbinnen de “te ruime” NNN-hectares worden opgenomen. Om de te ruime begrenzing van het NNB terug te dringen is ambtelijk en in overleg met de manifestpartners gekeken naar de doelen van het NNN. Dit zijn naast de realisatie van natuurgebieden en biodiversiteit, waaronder N2000, ook de Kader Richtlijn Water (KRW) en Natte Natuurparels, waterberging en waterveiligheid en klimaatmaatregelen. Om de meest “noodzakelijke” percelen aan te wijzen stond de vraag centraal welke hectares van het NNB essentieel zijn voor doelbereik voor natuur en water. De volgende eisen werden gehanteerd:
Op 15 december 2022 is door het GOB subsidie verleend voor de functiewijziging en inrichting van de percelen THD00 I519 en I520. De particuliere eigenaar heeft jammer genoeg besloten geen gebruik te maken van de subsidiemogelijkheden onder de geldende voorwaarden. Het GOB is genoodzaakt geweest het besluit tot subsidieverlening op nihil vast te stellen. De betreffende percelen zijn bij de aanwijzing van het NNB binnen NNN volgens de criteria aangewezen als zijnde ‘wenselijk’ maar niet ‘noodzakelijk’ maar door de nog lopende beschikking zijn de percelen vastgesteld als NNB binnen NNN. Met het wegvallen van de beschikking op betreffende percelen is de provincie van mening dat deze percelen net als omliggende percelen behoren tot het NNB, niet zijnde NNN. Wij passen daarom de status aan van deze percelen. Hierdoor komen wellicht andere subsidiemogelijkheden beschikbaar waardoor de eigenaar in de toekomst mogelijk wel natuur wil realiseren. In totaal wordt een oppervlakte van 5,2 ha omgezet van NNN naar NNB, niet zijnde NNN.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd en het label NNB, niet zijnde NNN aangebracht.
4.6 Gemeente Eersel. Verwijderen overlap woonbestemming Stroomkesberg Vessem
Wij constateren dat het NNN op de percelen VSM01 K1048 en K1049 deels overlapt met de bestemming wonen uit het vigerende bestemmingsplan. De woning staat al meer dan 50 jaar op deze locatie en de toenmalige EHS is hier destijds abusievelijk op gelegd. Wij corrigeren deze kaartfout hierbij. Omdat er na verwerking van de kaartfout een dusdanig klein oppervlakte aaneengesloten NNN overblijft verwijderen wij ook het deel buiten de bestemming wonen. Wij verwijderen 1037 m2 Bestaande natuur N16.03 Droog bos met productie uit het Provinciale deel van het NNN.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
4.7 Gemeente Eindhoven. Brainport Industries Campus (cluster 1), correctie begrenzing
Wij constateren dat de begrenzing van het NNN op de percelen WSL01 A4631, A4701 en A4702 niet overeenkomt met het vigerende bestemmingsplan ‘Brainport Industries Campus (cluster 1)’. Op perceel WSL01 A4702 overlapt het NNN met de bestemming ‘bedrijf’. Op de percelen WSL01 A4631, A4701 en A4702 ontbreekt er juist NNN terwijl hier in het bestemmingsplan wel de bestemming ‘natuur’ ligt. Wij corrigeren deze kaartfout hierbij en verwijderen 691 m2 Bestaande natuur N16.03 Droog bos met productie uit het Provinciale deel van het NNN en wij voegen ook weer 788 m2 Bestaande natuur N16.03 Droog bos met productie toe aan het Provinciale deel van het NNN.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
4.8 Gemeente Geldrop-Mierlo. Verwijderen overlap woonbestemming Rederijklaan
Wij constateren dat het NNN op de percelen MLO01 F5900 en F6806 overlapt met de bestemming wonen uit het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Geldrop-Mierlo’. Wij corrigeren deze kaartfout hierbij en verwijderen 0,8 ha Bestaande natuur N16.03 Droog bos met productie uit het Provinciale deel van het NNN.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
4.9 Gemeente ’s-Hertogenbosch. Binckhorst. Verwijderen overlap bestemming maatschappelijk
De eigenaar van terrein De Binckhorst heeft ons erop gewezen dat de begrenzing van het NNN hier niet overeenkomt met de werkelijkheid en niet overeenkomt met het vigerende bestemmingsplan. Het NNN is over gebouwen gelegen en over de bestemming 'maatschappelijk’. Wij corrigeren deze kaartfout hierbij en verwijderen 3,2 ha Bestaande natuur N16.03 Droog bos met productie uit het Provinciale deel van het NNN op de percelen RML00 C2501, C2502 en C2781.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
4.10 Gemeente Heusden. Nieuw stedelijk plan De Oosters
Wij constateren dat wij in het Natuurbeheerplan 2024 vergeten zijn een deel van het NNN op perceel HDN02 F820 te verwijderen. Het resterende deel van de bosstrook N16.04 Vochtig bos met productie hadden wij wel verwijderd vanwege ligging op het perceel van een andere eigenaar. Dat herstellen wij bij deze. Wij verwijderen 1 m2 Nieuwe natuur van perceel HDN02 F820 uit het Provinciale deel van het NNN.
Met het verwijderen van dit deel van het perceel neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur af met 1 m2.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
4.11 Gemeente Land van Cuijk. Verwijderen overlap woonbestemming
Gemeente Land van Cuijk heeft ons erop gewezen dat het noordelijke deel van het NNN op perceel BMR00 L1406 overlapt met een bouwvlak uit het vigerende bestemmingsplan. Wij corrigeren deze kaartfout hierbij en verwijderen 0,16 ha Bestaande natuur N16.03 Droog bos met productie uit het Provinciale deel van het NNN.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
4.12 Gemeente Rucphen. Verwijderen NNN Sprundel, te ruim begrensd
Tijdens een bezoek van de Veldcoördinator voor agrarisch natuurbeheer aan de eigenaren van de percelen RPN00 T675 en T676 is geconstateerd dat de NNN begrenzing van de Bestaande natuur te ruim is ingetekend en niet overeenkomt met de werkelijke situatie. De landbouwkundige percelen RPN00 T675 en T676, alsmede de percelen RPN00 T671 en T1821 van enkele andere particuliere eigenaren, zijn onterecht voor een deel begrensd als zijnde bebost terrein. In werkelijkheid gaat het om aparte kadastrale percelen landbouwgrond in landbouwkundig gebruik. Er is geen sprake van N15.02 Dennen-, eiken en beukenbos. Wij verwijderen 0,06 ha Bestaande natuur uit het NNN.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
4.13 Gemeente Waalre. Herbegrenzing Hoge Duinlaan
Wij constateren dat de begrenzing van het NNN niet geheel overeenkomt met de begrenzing van het bestemmingsplan ‘Aalst’ van gemeente Waalre. Er zijn delen van het NNN die overlappen met de bestemming wonen, maatschappelijk of verkeer uit het bestemmingsplan. Er zijn echter ook delen natuur binnen het bestemmingsplan die niet zijn opgenomen in het NNN. Dit brengen wij hierbij op orde. Wij verwijderen 1,5 ha Bestaande natuur NNN, hoofdzakelijk bestaand uit N16.03 Droog bos met productie en een paar kleine delen N06.06 Zuur ven of hoogveenven, N07.01 Droge heide, N07.02 Zandverstuiving en N16.04 Vochtig bos met productie, uit het NNN. En wij voegen 1 ha Bestaande natuur N06.06 Zuur ven of hoogveenven en N16.03 Droog bos met productie toe aan het NNN.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
5. Periodieke aanpassing NNN-begrenzing aan grenswijzigingen in het ruimtelijke spoor
5.1 Gemeente Bernheze. Bestemmingsplan Landgoed Het Geleer
Gemeente Bernheze wenst een wijziging door te voeren in verband met het bestemmingsplan 'Landgoed Het Geleer’. Het betreft realisatie van een nieuw landgoed van 13 hectare aan de Meerstraat in Heeswijk-Dinther. De landgoedontwikkeling bestaat uit het toevoegen van 2 ha nieuwe natuur in de vorm van bosaanplant (N14.03 Haagbeuken- en essenbos) op nog onbebouwde agrarische grond. Daarnaast wordt het aangrenzende bestaande productiebos van 11 ha omgevormd naar een structuurrijker natuurbos van type N14.03 Haagbeuken- en essenbos. Zo ontstaat een openbaar toegankelijk natuurgebied met daarnaast de mogelijkheid voor realisatie van een landhuis met maximaal 2 wooneenheden. De meerwaarde van realisatie van het landgoed voor de natuur is gelegen in de aansluiting op Ecologische Verbindingszone de Leijgraaf aan de noordkant. Hierdoor fungeert het gebied als een stapsteen voor de droge doelsoorten van de EVZ (zoals das, struweelvogels en dagvlinders). Naast een ecologische meerwaarde brengt de inrichting ook een klimaatgerichte meerwaarde met zich mee. Door de aanleg van nieuw bos wordt extra CO2 vastgelegd. Het bos zorgt voor een betere bodemontwikkeling, waardoor de bodem meer water kan vasthouden in natte tijden. Vanwege de natuurdoelstelling van het NNN is het niet gewenst om de bebouwing voor het landgoed binnen het NNN te realiseren. Daarom is het bouwvlak buiten het NNN gehouden. De bebouwing bestaat uit een woongebouw met maximaal 1.500 m3. Wij voegen het landgoed toe aan het NNB, niet zijnde NNN. De natuurtypen staan hierdoor niet open voor beheervergoeding.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
5.2 Gemeente Bernheze. Bestemmingsplan Laverdonk 9a Heeswijk-Dinther
Gemeente Bernheze wenst een wijziging door te voeren in verband met het bestemmingsplan ‘Laverdonk 9a Heeswijk-Dinther’. Het bestemmingsplan betreft het ontwikkelen van activiteiten bij een agrarisch bedrijf, waarbij het rundveebedrijf wordt gestaakt en het akkerbouwbedrijf actief blijft. Daarnaast wordt een niet-agrarische bedrijfsactiviteit in de vorm van op- en overslag van containers in combinatie met een webwinkel en een kleinschalige bed&breakfast gerealiseerd aan Laverdonk 9A in Heeswijk-Dinther. In de nabije omgeving worden natuurgronden, gelegen binnen de begrenzing van het NNN, omgezet naar landbouwgronden en wordt ter compensatie dezelfde oppervlakte landbouwgrond omgezet naar natuur. Met deze ontwikkeling verdwijnt op de percelen HWK02 E3161 en E3163 2 ha Bestaande natuur N16.04 Vochtig bos met productie uit het Provinciale deel van het NNN. Op de percelen HWK02 E2426, E2427 en E2890 wordt in het kader van de herplantplicht 2 ha N16.04 Vochtig bos met productie gerealiseerd en binnen de begrenzing van het Provinciale NNN gebracht.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
5.3 Gemeente Bladel. Bestemmingsplan Buitengebied Bladel 2014, derde herziening 2022, camping de Ganzenhof
Gemeente Bladel wenst een wijziging door te voeren in verband met het bestemmingsplan ‘Buitengebied Bladel 2014, derde herziening 2022’. Het bestemmingsplan voorziet in de juridische borging van de uitbreiding van camping de Ganzenhof aan de Molenweg 14 in Bladel. De eigenaren willen, met het oog op de toekomst van het bedrijf, de camping uitbreiden en de oostelijke groepsaccommodatie moderniseren waarvoor extra bebouwing benodigd is. De uitbreiding van de camping heeft betrekking op de uitbreiding van de hoeveelheid campingplaatsen en extra gemeenschappelijke voorzieningen (sanitairgebouw) ten behoeve van de campinggasten. Tevens zal er meer plaats komen voor het parkeren van de auto’s van de bezoekers. Deze uitbreiding van de camping vindt plaats binnen het NNN op nog om te vormen landbouwgrond naar natuur. Dit gebeurt in samenhang met de ontwikkeling van ca. 14,8 ha nieuwe natuur en 4,5 ha grondverkoop aan Waterschap de Dommel. In 2023 is er reeds 4,5 ha Nieuwe natuur toegevoegd aan het NNN door de eigenaren van de camping in het kader van het GOB-project Ganzenhof. Voor het realiseren van deze nieuwe natuur en voor de herinrichting van de Groote Beerze lopen separate procedures. De camping wordt met 2 lobben aan de noordzijde uitgebreid. Daarnaast zijn enkele kleine grenscorrecties van de bestemming ‘recreatie’ doorgevoerd. Wij verwijderen 1,4 ha Nieuwe natuur N00.01 Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur met ambitietype N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland uit het Rijks NNN van de percelen BDL01 H64, H3016, H3017 en H3019.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
5.4 Gemeente Geldrop-Mierlo. Bestemmingsplan Fazantlaan-West ( Luchen )
Gemeente Geldrop-Mierlo wenst een wijziging door te voeren in verband met het bestemmingsplan ‘Fazantlaan-West (Luchen)’. De gemeente ontwikkelt ten westen van de kern Mierlo de woonwijk Luchen. In totaal omvat de wijk circa 850 woningen, een bedrijventerrein, water- en groenvoorzieningen, maatschappelijke voorzieningen en een woonwagenlocatie. Het plan is in fasen ontwikkeld. Het plan Fazantlaan-West betreft het laatste deelgebied, waarmee de realisatie van de wijk tot een afronding komt. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch te kunnen regelen is het opstellen van een nieuw bestemmingsplan voor deze locatie noodzakelijk. Het plangebied ligt voor een klein deel binnen het NNN vanwege aanleg van een berm voor de nieuwe weg in de wijk.
Wij verwijderen 395 m2 Bestaande natuur N16.03 Droog bos met productie uit het Provinciale deel van het NNN van de percelen MLO01 F905 en F6348.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
5.5 Gemeente Roosendaal. Bestemmingsplan Snelfietsroute F58-westelijk deel
Gemeente Roosendaal wenst een wijziging door te voeren in verband met het bestemmingsplan ‘Snelfietsroute F58 – westelijk deel’. De steden Roosendaal en Bergen op Zoom liggen hemelsbreed twaalf kilometer van elkaar. Er zijn verschillende manieren om van en naar beide centra te fietsen, maar er is geen directe, korte en snelle fietsroute om snel op de fiets in Roosendaal en Bergen op Zoom te komen. Het realiseren van een kwalitatief hoogwaardige snelfietsroute tussen beide steden biedt kansen om het aantal fietsers tussen beide steden te vergroten. Deze nieuwe snelfietsroute moet de fietsverbinding tussen Bergen op Zoom en Roosendaal comfortabeler, veiliger, sneller en aantrekkelijker maken. Uiteindelijk zal de F58 Eindhoven, Tilburg, Breda, Etten-Leur, Roosendaal en Bergen op Zoom aan elkaar verbinden. Omdat de snelfietsroute niet geheel binnen de geldende bestemmingsplannen past, is voor een gedeelte (westelijk deel) van het tracé een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Het fietspad is voor een klein gedeelte gelegen binnen het NNN. Er moet een oppervlakte van 431 m2 N16.04 Vochtig bos met productie worden gekapt op perceel WOU00 P976 voor deze ontwikkeling. Omdat er ook voor andere delen van het tracé (buiten dit bestemmingsplan) sprake is van een ingreep in het NNN is ervoor gekozen de bijbehorende compensatie voor de hele ontwikkeling op één locatie uit te voeren. Het gaat om een nog niet uitgevoerd deel van het NNN, ter hoogte van de leidingenstraat en de hoogspanningsverbinding. De totale compensatieverplichting bedraagt 2.105 m2 . Op de voorgestelde locatie is ruimte voor 19.729 m2 compensatiegebied. Daarmee kan ruimschoots aan de compensatieverplichting worden voldaan. Dit compensatiegebied wordt ingericht met het vastgestelde natuurbeheertype (N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland). Hierdoor voorziet de natuurcompensatie, zoals overeengekomen voor het oostelijk deel van de snelfietsroute, tevens in voldoende mate voor het westelijk deel. De wijze van compenseren is afgestemd met de provincie en akkoord bevonden.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
5.6 Gemeente Tilburg. Bestemmingsplan Buitengebied Landgoederenzone Bredaseweg, 8e herziening (Bredaseweg 546)
Gemeente Tilburg wenst een wijziging door te voeren in verband met het bestemmingsplan ‘Buitengebied Landgoederenzone Bredaseweg, 8e herziening (Bredaseweg 546)’. In het bestemmingsplan ‘Buitengebied Landgoederenzone Bredaseweg, 3e herziening’, dat is vastgesteld in 2017, heeft Villa Vredelust aan de Bredaseweg 546 de bestemming Horeca gekregen. In dat plan was tevens een parkeerterrein opgenomen ter plaatse van 'de oude moestuin'. Omdat dat terrein uitsluitend bereikbaar bleek via een smalle, monumentale bomenlaan, die schade zou gaan ondervinden van autoverkeer, heeft het gemeentebestuur in 2020 geoordeeld dat het parkeerterrein beter gesitueerd kan worden aan de Pompstationweg. Hiertoe is in 2020 een omgevingsvergunning met tijdelijke afwijking van het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Landgoederenzone Bredaseweg’ verleend. In het plan ‘Buitengebied Landgoederenzone Bredaseweg, 8e herziening’, wordt e.e.a. definitief gemaakt. Het op basis van de genoemde omgevingsvergunning reeds gerealiseerde parkeerterrein krijgt de bestemming Horeca met aanduiding 'parkeerterrein', terwijl het oorspronkelijk beoogde parkeerterrein, de oude moestuin, de bestemming bos krijgt toebedeeld.
Het plangebied ligt deels in het NNN. Met deze herbegrenzing verdwijnt op de percelen TBG01 E2231 en E2276 1850 m2 N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos uit het NNN. Op perceel TBG01 E2231 wordt 1361 m2 N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos toegevoegd aan het NNN. De resterende 489 m2 NNN die moet worden gecompenseerd wordt aan de zuidzijde van het landgoed Prinsenhoef op perceel TBG01 E2231 gerealiseerd als N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland, als onderdeel van een grotere natuurontwikkeling daar.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
Wij constateren dat wij in het ontwerp Natuurbeheerplan 2026 hebben aangegeven dat er op perceel TBG01 E2231 NNN wordt gecompenseerd, dit is onjuist. De compensatie vindt plaats op perceel TBG01 E2177. Hier wordt 659 m2 N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland ingericht.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
5.7 Gemeente Valkenswaard. Bestemmingsplan Brugseheide 10
Gemeente Valkenswaard wenst een wijziging door te voeren in verband met het bestemmingsplan ‘Brugseheide 10’. Het bestemmingsplan maakt permanent verblijf op dit voormalige verblijfsrecreatieterrein mogelijk voor cliënten van zorgorganisatie het Spant. Ook maakt het extra bebouwing mogelijk. De locatie ligt nabij natuurgebied Brugven. Het tracé van de voormalige spoorlijn Hasselt-Eindhoven vormt de westelijke grens van het plangebied en maakt deel uit van het NNN. In het verleden blijkt de NNB-begrenzing abusievelijk over het plangebied te zijn gelegd. Wij corrigeren deze kaartfout hierbij en verwijderen 583 m2 Bestaande natuur N16.04 Vochtig bos met productie uit het Rijks NNN van perceel VKW00 K819.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
6. Wijziging van de begrenzing van de natte natuurparels
6.1 Algemeen. Doorwerking van grenswijzigingen NNN voor natte natuurparels
De begrenzingen van de natte natuurparels worden als volgt gewijzigd:
Ad. 1. Toegevoegde percelen aan het NNN worden soms natte natuurparel. Hier wijzigt in het Natuurbeheerplan de arcering van de percelen. Percelen worden alleen toegevoegd als ze een logische en hydrologische eenheid met de rest van de natte natuurparel vormen. Toevoegingen hebben geen gevolgen voor de ligging van de attentiezone waterhuishouding in en rondom de natte natuurparels.
Ad. 2. Natte natuurparels zijn altijd Rijks NNN, uitgezonderd de natte natuurparels in het beheergebied van waterschap Aa en Maas, niet zijnde Natura 2000 gebied. De wijziging naar Rijks NNN wordt toegevoegd.
Bijlage I Toelichting wijzigingsverzoeken NNN
Wij toetsen wijzigingsverzoeken aan de meerwaarde voor de kwaliteit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen EHS). Een eventueel nieuw verzoek tot uitbreiding van het NNN zal vergezeld moeten gaan van een evenredig verzoek tot vermindering elders. Daarbij valt het toevoegen van NNN in principe in de categorie Provinciale NNN. Uitbreiding van het Rijksdeel van het NNN is maar beperkt mogelijk. Verder toetsen wij wijzigingsverzoeken op de hoogte van de (toekomstige) beheerkosten. Deze moeten realistisch zijn. De beschikbare middelen voor beheer dienen efficiënt door ons ingezet te worden.
Het Natuurbeheerplan omschrijft de actuele waarde en het kwaliteitsstreefbeeld voor de bestaande en nog te ontwikkelen natuurgebieden binnen de provincie Noord-Brabant. Dit plan vormt de basis voor verwerving en inrichting van het NNN en het gesubsidieerde Natuurbeheer in de provincie. Ook geeft het Natuurbeheerplan inzicht in de mogelijkheden voor het gesubsidieerde agrarisch natuur- en landschapsbeheer in onze provincie. Door middel van regelmatige wijzigingen passen wij met name de bijbehorende kaarten van het Natuurbeheerplan aan.
Het provinciale beleid voor subsidies voor behoud en ontwikkeling van natuurgebieden en landschappen is te vinden in de “Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Brabant 2016” (SNL 2016 van 11 november 2017). Het algemene beleid voor het natuurbeheer is te vinden in het Natuurbeheerplan Noord-Brabant 2026. Onderdelen van dit Natuurbeheerplan Noord-Brabant 2026 zijn de volgende:
De beheertypenkaart bevat de actueel voorkomende natuur in Brabant in het veld en vormt de grondslag voor de beheersubsidie in het kader van het subsidiestelsel Natuur en Landschap (SNL). Aangezien veranderingen optreden door beheer en ontwikkeling moet de beheertypenkaart periodiek worden geactualiseerd. Het verkrijgen van beheervergoeding is mogelijk via collectieven of een individuele aanvraag van minimaal 200 ha.
De ambitiekaart geeft het gewenste eindbeeld (ambitie) van het NNN in Brabant aan. Ook in deze kaart kunnen wijzigingen optreden. Zoekgebieden zijn een onderdeel van de ambitiekaart. In dergelijke zoekgebieden bestaat de keuze uit (meestal) 3 mogelijke ambitietypen.
Het algemene beleid voor het agrarisch natuurbeheer is ook te vinden in het Natuurbeheerplan Noord-Brabant 2026. Per 2023 geeft de provincie nieuwe subsidiebeschikkingen af aan agrarische collectieven voor de uitvoering van het agrarisch natuur- en landschapsbeheer. Het Natuurbeheerplan Noord-Brabant 2026 geeft via teksten en kaarten kaders aan het agrarisch natuur- en landschapsbeheer. Voor agrarisch natuurbeheer bestaan er diverse kaartlagen die aangeven welke subsidiemogelijkheden in welk gebied beschikbaar kunnen zijn. Deze mogelijkheden verlopen allen via een Agrarisch natuurcollectief.
Tot 15 december 2022 verleende het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) functieveranderings- en inrichtingssubsidie ten behoeve van de realisatie van Nieuwe Natuur in het (toenmalige) NNB. Het GOB had de bevoegdheid binnen een vastgesteld kader functieveranderings- en inrichtingssubsidie te mogen verlenen voor een perceel met gewijzigde ambitie ten opzichte van het geldende Natuurbeheerplan. Tevens was het GOB bevoegd dergelijke subsidie te verlenen voor percelen tot 5 ha aansluitend aan het Rijksdeel van het NNB en voor percelen tot 25 ha aansluitend aan het Provinciale deel van het NNB. Wij voerden de wijzigingen volgend op de subsidieverlening door het GOB na beoordeling door in het Natuurbeheerplan (en in de Omgevingsverordening). Op 5 december 2022 hebben GS echter besloten om met ingang van 15 december 2022 een (tijdelijke) subsidiestop in te stellen voor realisatie van het Provinciale deel van het natuurnetwerk. De focus ligt voor nu op initiatieven in het Rijksdeel van het natuurnetwerk en de realisatie van ecologische verbindingszones. Daarnaast is het per 1 januari 2023 niet meer mogelijk voor het GOB om subsidiebeschikkingen af te geven voor gronden die buiten het NNB zijn gelegen. Dit heeft vooral te maken met de ontstane te ruime begrenzing van het NNB van ongeveer 1.800 ha ten opzichte van de afspraken uit het Natuurpact.
In februari 2024 hebben GS het besluit genomen om de te ruime begrenzing van de opgave nieuwe natuur binnen het NNB terug te brengen tot de afgesproken omvang uit het Natuurpact van 20.000 ha en om de te ruime begrenzing nieuwe natuur van ongeveer 1.800 ha in een aparte kaartlaag op te nemen. In mei 2024 hebben GS besloten niet te kiezen voor de aanwijzing van de te ruime begrenzing, maar om het NNN (Natuurnetwerk Nederland) binnen het NNB op kaart aan te gaan wijzen, waaronder de opgave uit het Natuurpact. In december 2024 hebben PS het besluit wijziging Omgevingsverordening Noord-Brabant (OVNB) vastgesteld. Hierin is aangegeven welke gebieden binnen het Natuur Netwerk Brabant (NNB) deel uitmaken van de met het Rijk afgesproken hectares voor het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en welke percelen (waaronder de te ruime begrenzing van ongeveer 1.800 ha) buiten het NNN liggen. Het NNB blijft voorlopig in zijn geheel intact om herstel van natuur- en waterdoelen op percelen mogelijk te houden. Voor de hectares NNN is geld beschikbaar voor afwaardering en inrichting via het GOB en voor beheervergoeding vanuit SNL. Voor de hectares NNB, niet zijnde NNN zijn geen Natuurpactmiddelen beschikbaar voor afwaardering en inrichting of voor beheervergoeding.
Verzoeken tot wijziging van de begrenzing van het NNN kunnen nog steeds worden ingediend, maar dit is in principe niet meer mogelijk, tenzij er evenveel hectares elders uit de begrenzing worden verwijderd (saldo nul benadering). GS zullen het verzoek dan ook zeer kritisch beoordelen.
Indienen wijzigingsverzoek en subsidie voor beheer
De kaarten van het Natuurbeheerplan worden 2 keer per jaar aangepast. Het is voor iedereen mogelijk wijzigingsverzoeken in te dienen. De wijzigingsverzoeken zullen een ecologische of hydrologische onderbouwing moeten hebben.
De perioden van indienen zijn als volgt:
Het GS besluit van september is de basis voor het verlenen van beheersubsidie voor agrarisch natuurbeheer. Het GS besluit van november van ieder jaar is de basis voor het verlenen van beheersubsidie voor natuurbeheer in het daaropvolgende kalenderjaar.
Het verlenen van subsidie is afhankelijk van o.a. cumulatie van beheervergoeding, continuatie van beheervergoeding en het op subsidiabel ja staan van het perceel in het Natuurbeheerplan (een zogenaamd label). De regelgeving voor continuatie en cumulatie is te vinden in het genoemde SNL 2016 van de provincie.
Samenhang met de procedure Omgevingsverordening
De begrenzing van het NNN in de Omgevingsverordening kan aangepast worden ten einde de ecologische samenhang te verbeteren, ("wijziging op basis van ecologische gronden"). De ecologische beoordeling van verzoeken van derden die geheel of gedeeltelijk betrekking hebben op een wijziging (lees: uitbreiding of verkleining) van de begrenzing van het NNN vindt plaats in het Natuurbeheerplan. Daar waar aanleiding bestaat aan de verzoeken tegemoet te komen, wordt gelijktijdig besloten tot aanpassing van de grenzen van het NNN in de Omgevingsverordening. Omdat aan het besluit tot wijziging van de Omgevingsverordening vanuit wetgeving andere eisen worden gesteld is dit een apart besluit met een eigen procedure. De besluiten zijn inhoudelijk geheel op elkaar afgestemd. De wijzigingen in de NNN-begrenzing in de Omgevingsverordening zijn dan ook direct overgenomen c.q. gehanteerd in het Natuurbeheerplan Noord-Brabant 2026.
Voor alle duidelijkheid is in deze toelichting op de kaartwijzigingen ook steeds vermeld of er sprake is van een wijziging in de Omgevingsverordening. Dit biedt duidelijkheid aan belanghebbenden doordat er een op elkaar afgestemd standpunt in het kader van beide besluiten is. Het besluit tot wijziging van de NNN-grens heeft daardoor zowel ruimtelijke betekenis als een bindende werking voor subsidie aanvragen. Het besluit leidt tot een grenswijziging op de kaart in de Omgevingsverordening en op de ambitiekaart en beheertypenkaart in het Natuurbeheerplan.
Ondernemend Natuur Netwerk Brabant (ONNB)
Er is voor percelen ook functieveranderingssubsidie en inrichtingssubsidie verleend binnen het door de provincie vastgestelde kader voor Ondernemend Natuur Netwerk Brabant (ONNB). Een belangrijk onderdeel van dit kader is dat de functie van de grond in het NNN agrarisch blijft, met de toevoeging “natuur en landschapswaarden” en dus niet wordt omgezet naar de functie natuur. Een ander belangrijk aspect is dat de ONNB-status bij het Kadaster in een Kwalitatieve Verplichting op het perceel wordt vastgelegd. Na het inrichten van het perceel bestaat geen mogelijkheid voor beheersubsidie. Doel van het ONNB dat er voor 50% natuurwaarden ontstaan en voor 50% landbouwkundige of andere economische productie plaatsvindt. De natuurwaarden geven wij aan in het passende natuurbeheertype op de ambitiekaart en de beheertypenkaart. Op de beheertypenkaart wordt een B-nummer opgenomen in plaats van een N-nummer. Door een B-nummer te gebruiken blijft recht bestaan op agrarische subsidies.
De overeenkomsten die voor percelen worden afgesloten onder de aanduiding ONNB registreren wij in een aparte aanduiding in het Natuurbeheerplan, zie hiervoor de legenda. Daarmee zijn de percelen ingericht voor het NNN en is realisatie een feit. Verzoeken tot omzetting van NNN naar ONNB dienen eerst te worden voorgelegd aan GS.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2025-15667.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.