Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 2 september 2025, nr. UTSP-8141755331-1302 tot wijziging van de Subsidieregeling Leefomgeving landelijk gebied provincie Utrecht

Gedeputeerde Staten van Utrecht;

 

Gelet op het gestelde in de Algemene subsidieverordening provincie Utrecht 2022, de Beleidsregel exploitatiesubsidies, de Beleidsregel projectsubsidies en de Beleidsregel Toezicht en naleving subsidieverplichtingen provincie Utrecht;

 

Overwegende dat:

 

het gewenst is om een deel van het subsidieplafond voor hoofdstuk 5 Beleefbare natuur voor 2025 te verschuiven naar 2026 om zo ook in 2026 subsidies Beleefbare natuur te kunnen verlenen;

 

het gewenst is om een nieuw onderdeel Stimulering en kennisdeling nieuwe teelten toe te voegen aan de Subsidieregeling Leefomgeving landelijk gebied, wordt dit als hoofdstuk 13 toegevoegd;

 

Besluiten:

Artikel I  

De Subsidieregeling Leefomgeving landelijk gebied provincie Utrecht wordt als volgt gewijzigd:

 

A.

 

Artikel 5.5 Subsidieplafond komt als volgt te luiden:

 

Het subsidieplafond bedraagt in het jaar 2025 € 180.000,- en in het jaar 2026 € 120.000,-.

 

B.

 

Hoofdstuk 13

 

[gereserveerd]

 

wordt vervangen door:

 

Hoofdstuk 13 Stimulering en kennisdeling nieuwe teelten

 

Artikel 13.1 Subsidiecriteria

 

  • 1.

    In het kader van meerjarendoel 2.4.1 “de landbouw is meer circulair, natuurinclusief, klimaatneutraal en economisch rendabel” uit de programmabegroting wordt subsidie beschikbaar gesteld voor activiteiten die in hoofdzaak gericht zijn op de teelt van één of meer gewassen die zijn opgenomen in de bijlage bij dit hoofdstuk en die plaatsvindt in samenhang met activiteiten op het gebied van, kennisontwikkeling en kennisdeling met betrekking tot deze gewassen.

  • 2.

    Subsidie wordt slechts verstrekt als de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, voldoen aan de volgende criteria:

    • a.

      als de teelt Vezelhennep Cannabis Sativa betreft, voldoet deze aan de voorwaarden voor dit type hennep zoals aangegeven door Externe link: RVO;

    • b.

      de teelt vindt plaats op gronden in de provincie Utrecht voor een aaneengesloten periode van minimaal vier jaar;

    • c.

      de teelt wordt toegepast op minimaal 1 hectare en maximaal 10 ha per aanvrager;

    • d.

      van minimaal één van de gewassen die opgenomen zijn in de bijlage bij dit hoofdstuk, wordt jaarlijks minimaal 1 hectare geteeld;

    • e.

      het aantal geteelde hectares blijft jaarlijks minimaal hetzelfde. Het is toegestaan om gewassen jaarlijks op een ander perceel te telen, zolang uit de Gecombineerde opgave blijkt dat deze gronden gebruikt of in beheer zijn;

    • f.

      de teelt gebeurt met zo min mogelijk negatieve impact voor milieu en klimaat;

    • g.

      zo mogelijk alle delen (eiwitten, mineralen en vezels) van het gewas worden benut en hiervoor worden aantoonbaar potentiële afnemers gezocht; en

    • h.

      de bij de teelt en verwaarding opgedane ervaringen en kennis, waaronder sluiten van kringlopen en de ontwikkeling van ketens, worden ten minste éénmaal per jaar gedeeld met andere landbouwbedrijven en kennis- en ketenpartners en de provincie.

Artikel 13.2 Subsidieontvangers (doelgroep)

 

Subsidie kan worden verstrekt aan een landbouwbedrijf.

 

Artikel 13.3 Aanvraag

 

  • 1.

    Subsidieaanvragen kunnen het gehele jaar worden ingediend.

  • 2.

    De verdeling van het beschikbare budget vindt plaats op basis van volgorde van ontvangst met inachtneming van artikel 2.2 AsvpU.

  • 3.

    Bij de subsidieaanvraag worden gevoegd:

    • a.

      een GIS-kaart waarop het perceel voor de nieuwe teelt is aangegeven;

    • b.

      een omschrijving van de nieuwe teelt en de planning. De omschrijving bevat ook een toelichting op maatregelen om gebruik van kunstmest en bestrijdingsmiddelen te beperken en bodembescherming toe te passen, zodat de impact op milieu en klimaat minimaal is;

    • c.

      een advies over de landschappelijke inpassing op basis van de Kwaliteitsgids Utrechtse Landschappen dat in ieder geval bevat:

      • i.

        aanwezige landschapselementen;

      • ii.

        ligging ten opzichte van weidevogelgebieden;

      • iii.

        andere relevante omgevingsfactoren;

    • d.

      als voor de activiteiten toestemming en medewerking vereist zijn van de eigenaar van het perceel, of van degene die krachtens overeenkomst of zakelijk recht gerechtigd is tot het gebruik van het perceel, een document waaruit die toestemming en medewerking voor de nieuwe teelt blijken;

    • e.

      als gebruik wordt gemaakt van een De-minimisregeling, een volledig ingevulde en ondertekende De-minimisverklaring.

  • 4.

    Het is, in afwijking van artikel 4.4, lid 1, AsvPU, niet nodig om een begroting bij de aanvraag te voegen.

Artikel 13.4 Weigeringsgronden

 

Subsidie wordt geweigerd als:

  • a.

    de nieuwe teelt (in welke vorm of hoeveelheid dan ook) wordt gebruikt voor veevoer, strooisel, dakbedekking (uitgezonderd isolatiemateriaal) of energieopwekking;

  • b.

    de nieuwe teelt landschappelijk niet in te passen is;

  • c.

    de subsidieaanvrager een onderneming is die in financiële moeilijkheden verkeert, als bedoeld in de Communautaire richtsnoeren inzake staatssteun voor reddings- en herstructureringssteun aan niet-financiële ondernemingen in moeilijkheden (PbEU 2014/C 249/01);

  • d.

    er een uitstaand bevel tot terugvordering is ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is verklaard (Deggendorf-clausule).

Artikel 13.5 Verplichtingen

 

De subsidieontvanger is verplicht:

  • a.

    minimaal vier aaneengesloten jaren de nieuwe teelt toe te passen, tenzij na het eerste jaar blijkt dat de bodem- en wateromstandigheden zodanig ongunstig zijn dat verdere teelt niet uitvoerbaar is. In dat geval is de subsidieontvanger verplicht om dit voor het nieuwe teeltseizoen schriftelijk te melden bij de provincie Utrecht en desgewenst inzage te geven in de Gecombineerde opgave van het afgelopen jaar respectievelijk de afgelopen jaren;

  • b.

    zoveel mogelijk rekening te houden met het belang van een gezonde bodem en het sluiten van kringlopen;

  • c.

    verwerking en afzet indien mogelijk regionaal plaats te laten vinden, binnen de eigen provincie of een vergelijkbaar gebied, en, als dat niet mogelijk is, binnen Nederland;

  • d.

    het advies over de landschappelijke inpassing als bedoeld in artikel 13.3.3 onder c. op te volgen.

Artikel 13.6 Subsidieplafond

 

Het subsidieplafond bedraagt € 150.000,- voor de periode 2026 tot en met 2029.

 

Artikel 13.7 Hoogte van de subsidie

 

De hoogte van de subsidie is een vast bedrag per hectare per teeltjaar, de zogeheten transitievergoeding, zoals opgenomen in de bijlage bij dit hoofdstuk. Dit is inclusief de bijdrage voor kennis- en ketenontwikkeling en kennisdeling.

 

Artikel 13.8 Staatssteun

 

De subsidie is geen staatssteun als deze verleend kan worden onder de van toepassing zijnde De-minimisverordening.

 

C.

 

In de bijlage bij Hoofdstuk 1 artikel 1.1

 

Begripsbepalingen

 

worden op volgorde van alfabet ingevoegd:

 

  • -

    gecombineerde opgave: jaarlijkse opgave waarin landbouwers hun landbouwgrond, gewassen, mestgebruik en subsidies doorgeven aan RVO;

  • -

    kwaliteitsgids Utrechtse Landschappen: beschrijving van de Utrechtse landschappen met als doel de belangrijkste kwaliteiten te beschermen en versterken. De kwaliteitsgids wordt als richtsnoer en inspiratiebron gebruikt door professionals die werkzaam zijn in het landschap om plannen en projecten verder te helpen. Zie: koepelkatern_kwaliteitsgids.pdf;

  • -

    nieuwe teelten: gewassen genoemd in de bijlage bij hoofdstuk 13, die onder specifieke voorwaarden worden geteeld om bij te dragen aan circulaire, natuurinclusieve en klimaatneutrale landbouw;

D.

 

Er wordt een bijlage bij hoofdstuk 13 ingevoegd, luidende:

 

Bijlage bij hoofdstuk 13 : Stimulering en kennisdeling nieuwe teelten

 

Naam gewas

Transitievergoeding (€) per hectare per teeltjaar

 

Jaar 1

Jaar 2

Jaar 3

Jaar 4

Vezelhennep

Cannabis Sativa

800

600

400

200

Vlas

Linum Ysitatissimum

2000

0

0

0

Sorghum

Sorghum Bicolor

800

600

400

200

Riet

Phragmites Australis

900

900

900

900

Olifantsgras

Miscanthus × giganteus

2500

500

500

500

Wilg

Salix alba & Salix vinimalis

900

900

900

900

Kalmoes

Acorus calamus

900

900

900

900

Zonnebloem

Helianthus annuus

600

600

600

600

 

E.

 

In de toelichting wordt tussen de toelichting op Hoofdstuk 12 en de toelichting op Hoofdstuk 14 ingevoegd:

 

Hoofdstuk 13 Stimulering en kennisdeling nieuwe teelten

 

Algemene toelichting

De regeling ‘Stimulering en kennisdeling nieuwe teelten’ is gericht op de bevordering van gewassen die bijdragen aan een circulaire, natuurinclusieve en klimaatneutrale landbouw. De subsidie is bedoeld voor agrariërs die experimenteren met of overstappen naar nieuwe gewassen met potentie voor hoogwaardige toepassingen in verschillende sectoren, zoals de food-sector, bouw, infra, chemie en textiel. Hierbij kunnen ondersteunende partijen zoals Building Balance een rol spelen bij het vinden van toepassingsmogelijkheden en geschikte samenwerkingspartners binnen de keten.

De regeling stimuleert niet alleen de teelt van innovatieve gewassen, maar ook de ontwikkeling van kennis en samenwerking binnen de keten. Door te investeren in zowel praktijkervaring als kennisdeling, wordt toegewerkt naar duurzame en economisch haalbare teeltsystemen die op termijn opschaalbaar zijn.

 

Artikelsgewijze toelichting

 

Artikel 13.1.2 onder f en g

Bij de uitvoering van de teelt wordt nadrukkelijk gestuurd op het beperken van de negatieve impact voor milieu en klimaat. Hieronder wordt verstaan:

  • Gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen moet tot een minimum worden beperkt;

  • Bemesting moet aantoonbaar worden gereduceerd, met oog voor de bodemgezondheid;

  • Verwaarding van gewassen moet zo hoogwaardig en regionaal mogelijk plaatsvinden, waarbij bij voorkeur alle onderdelen van het gewas (zoals eiwitten, vezels, mineralen) worden benut.

Artikel 13.1.2 onder h

Een belangrijk onderdeel van deze regeling is het delen van ervaringen en inzichten die voortkomen uit de teelt van nieuwe gewassen. Door kennis uit te wisselen met collega-landbouwers en ketenpartners, wordt gezamenlijk gewerkt aan de verdere ontwikkeling en verbreding van duurzame teeltsystemen.

Van deelnemers wordt verwacht dat zij op passende wijze bijdragen aan deze kennisuitwisseling. Dit kan onder meer door:

  • het bijhouden van een teeltlogboek;

  • het organiseren of bijwonen van demonstraties, excursies of bijeenkomsten;

  • het voeren van gesprekken met afnemers of andere ketenpartners;

  • deelname aan bestaande netwerken of kennisinitiatieven binnen de sector.

De invulling hiervan kan variëren per bedrijf en situatie. Het uitgangspunt is dat praktijkervaringen gedeeld worden waar dat mogelijk is, zodat anderen hiervan kunnen leren en samenwerkingen kunnen ontstaan.

 

Artikel 13.3.3 onder c. en artikel 13.5 onder d.

Het advies over de landschappelijke inpassing dient gemaakt te worden door de ervenconsulent bij de Stichting MooiSticht Ervenconsulent of een gelijkwaardige adviseur. In beide gevallen dient de Kwaliteitsgids het uitgangspunt voor het advies te zijn.

 

Artikel 13.5 onder a

Indien na het eerste jaar blijkt dat de bodem- en wateromstandigheden zodanig ongunstig zijn dat verdere teelt niet mogelijk is, dient de subsidieontvanger contact op te nemen met het team Landbouw, Voedsel en Natuurinclusief van de provincie Utrecht. Samen kan dan worden bekeken welke vervolgstappen mogelijk zijn met betrekking tot de resterende subsidieperiode.

Artikel II Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin het wordt geplaatst.

Aldus vastgesteld in de vergadering van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 2 september 2025.

Voorzitter,

mr. J.H. Oosters

Secretaris,

mr. drs. A.G. Knol-van Leeuwen

Naar boven