Provinciaal blad van Fryslân
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Fryslân | Provinciaal blad 2025, 15055 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Fryslân | Provinciaal blad 2025, 15055 | ander besluit van algemene strekking |
Besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân d.d. 2 september 2025 houdende regels omtrent de openstelling van de GLB-NSP maatregel Kennis en informatie 2025
In aanvulling op de definities als bepaald in artikel 1.1 van de regeling, wordt in dit openstellingsbesluit verstaan onder:
landbouwbeleidsbrief ‘Noflik buorkje in Fryslân 2025-2030’: het beleidskader van de provincie Fryslân te vinden op: Noflik Buorkje yn Fryslân, Beliedsbrief Lânbou Fryslân 2025-2030;
water- en bodemopgaven: opgaven met betrekking tot het verbeteren van waterkwaliteit, waterkwantiteit, (water)kringlopen, nutriëntenbalans, verzilting en bodemopgaven zoals beschreven in hoofdstuk 5 van de Friese bodemagenda https://cuatro.sim-cdn.nl/fryslan/uploads/bodemagenda_fryslan.pdf?cb=D-sfrqIAbodemagenda fryslan.pdf.
Conform artikel 2.10.2 lid 1 van de regeling kan subsidie als bedoeld in artikel 2 lid 1 van dit openstellingsbesluit worden verstrekt aan een kennisaanbieder of een samenwerkingsverband van kennisaanbieders.
Artikel 4 Openstellingsperiode
Een aanvraag is tijdig ingediend indien deze binnen de in het eerste lid genoemde periode door SNN is ontvangen via het daarvoor ontwikkelde webportaal (http://www.snn.nl/programmas/glb-23-27).
Het subsidieplafond dat beschikbaar is in de periode zoals bepaald in artikel 4, is vastgesteld op € 2.000.000,-- (samengesteld uit €860.000,-- Europese middelen (ELFPO) en €1.140.000,-- nationale cofinanciering).
Artikel 8 Niet subsidiabele kosten
Conform artikel 2.10.4 van de regeling en onverminderd het bepaalde in artikel 1.10 van de regeling wordt geen subsidie verstrekt voor:
Onverminderd artikel 1.6 van de regeling en in aanvulling op het bepaalde in artikel 1.3 van de regeling:
Dient een subsidieaanvraag te worden ingediend bij Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân via het SNN door middel van een daarvoor ontwikkelde webportal dat bereikbaar is via de website van http://www.snn.nl/programmas/glb-23-27.
Artikel 10 Selectiecriteria, weging en selectie
Aanvragen worden op volgorde van de rangschikking gehonoreerd. Als twee of meer aanvragen een gelijk aantal punten hebben gekregen en de som van de aangevraagde bedragen dusdanig is dat het subsidieplafond wordt overschreden, dan vindt tussen hen een prioritering plaats op de afzonderlijke scores in de volgorde: 1) Effectiviteit, 2) Efficiëntie en 3) Haalbaarheid. Indien de aanvragen een gelijk aantal punten hebben behaald, wordt de rangschikking van de aanvragen bepaald door loting.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1.5 van de regeling wordt subsidie geweigerd indien:
Aldus vastgesteld in de vergadering van Gedeputeerde Staten van Fryslân van 2 september 2025.
Voorzitter drs. A.A.M. Brok,
Secretaris drs. ing. J.J. Algra
Toelichting Openstellingsbesluit GLB-NSP Kennisverspreiding en informatie water en bodem 2025 Fryslân
Voorliggend openstellingsbesluit moet in samenhang gelezen worden met de Regeling Europese landbouwsubsidies provincie Fryslân 2023 – 2027. Met dit openstellingsbesluit wordt paragraaf 10 uit hoofdstuk 2 van de Regeling – de maatregel Kennis en informatie – opengesteld. De artikelen 2.10.1 tot en met 2.10.8 van paragraaf 10 uit hoofdstuk 2 van de regeling moeten tezamen gelezen worden met de artikelen in dit openstellingsbesluit. Daarnaast zijn de algemene en slotbepalingen uit de regeling ook van toepassing op een aanvraag.
Dit is een openstelling in de Provincie Fryslân waarmee we kennisaanbieders en landbouwers willen stimuleren om te voorzien in de behoefte om via kennisverspreiding, bewustwording en informatie ondernemers te ondersteunen op hun ontwikkelpad om te voldoen aan de eisen van de toekomst. Een duidelijk (ontwikkel)perspectief voor agrariërs is een belangrijke sleutel om de doelen op het gebied van natuur, water en klimaat en doelen voor de landbouw (provinciaal landbouwbeleid is beschreven in de Landbouwbeleidsbrief ‘Noflik buorkje in Fryslân 2025-2030") te kunnen halen. Hiervoor dienen de adviezen toegespitst te worden op de specifieke omstandigheden van het landbouwbedrijf. Agrarische ondernemers leren op verschillende manieren. Met voorliggend openstellingsbesluit wordt maatwerk per doelgroep nagestreefd om zo de effectiviteit van kennisverspreiding zo groot mogelijk te maken.
Artikel 2 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan de opgaven water en/of bodem. Onderstaande thema’s kunnen ook worden toegepast in relatie tot andere gerelateerde opgaven zoals weidevogelbeheer waarbij de bodemgesteldheid en waterhuishouding cruciaal zijn en daardoor ook (in)directe verbetering voor water en/of bodem optreedt. Voor provinciale bodemopgaven kan gekeken worden naar de Bodemagenda: bodemagenda_fryslan.pdf. Men kan kennisprojecten aanvragen op bijvoorbeeld de volgende thema’s (niet limitatief):
Kennisdeling in relatie tot ontwikkelen van duurzame verdienmodellen binnen de landbouw, met als resultaat een rendabel inkomen voor landbouwers – ten behoeve van water- en/of bodemopgaven.
Kennisdeling in relatie tot vergroten van de marktgerichtheid en het concurrentievermogen van landbouwbedrijven door meer aandacht voor onderzoek, nieuwe technologieën of digitalisering – ten behoeve van water- en/of bodemopgaven.
Kennisdeling in relatie tot het ontwikkelen van een marktrijp concept van een duurzame toegevoegde waardeketen gericht op landbouwproducten, waardoor de positie van de landbouwer in de waardeketen verbetert – ten behoeve van water- en/of bodemopgaven.
Bijdragen aan de beperking van en aanpassing aan de klimaatverandering door de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, de koolstofvastlegging te verbeteren of duurzame energie te bevorderen – ten behoeve van water- en/of bodemopgaven.
Bevorderen van de duurzame ontwikkeling en het efficiënte beheer van natuurlijke hulpbronnen zoals water, bodem en lucht, door de afhankelijkheid van chemische middelen te verkleinen – ten behoeve van water- en/of bodemopgaven.
Bijdragen aan het tot staan brengen en ombuigen van biodiversiteitsverlies, tot versterking van ecosysteemdiensten of de instandhouding van habitats of landschappen – ten behoeve van water- en/of bodemopgaven.
Trainingen, workshops, coaching, voorlichtingsacties en/of demonstratieactiviteiten aan groepen van landbouwers hebben een collectief karakter, maar als onderdeel hiervan kunnen individuele activiteiten (zoals ondernemerscoaching) aan meerdere landbouwers tegelijk worden opgenomen in het project.
Het gaat met name om activiteiten gericht op landbouwers, zoals trainingen, workshops, ondernemerscoaching, voorlichtingsacties en demonstratieactiviteiten. Daarbij vindt kennisuitwisseling plaats rond een specifiek onderwerp. Het doel is om landbouwers te informeren over nieuwe, maar bestaande (en dus nog niet breed aanwezige), kennis en innovaties in de landbouw die leiden tot toepassing ervan en bijdragen aan de verduurzaming van deze sector. Een project kan enkel gericht zijn op het delen van bestaande kennis over innovaties om deze innovaties verder te brengen en is daarmee niet gericht op het ontwikkelen van nieuwe kennis. Tegelijk kan een project ook geen deel uitmaken van reguliere programma’s en leergangen uit het reguliere onderwijs (MBO-, HBO-, en WO-onderwijs).
De aanvrager is een kennisaanbieder of samenwerkingsverband van kennisaanbieders die de kennisoverdracht levert en faciliteert. Veel ervaring en kennis wordt opgebouwd doordat landbouwbedrijven samenwerken met kennis- en/of onderwijsinstellingen en/of bedrijfs- of teeltadviseurs. Daarom wordt aanbevolen alle mogelijke andere relevante partijen bij de uitvoering van het project te betrekken. Dit om kennis en ervaringen met elkaar te delen en om verbindingen tussen boeren, bedrijven, onderwijs- en onderzoeksinstellingen te versterken.
Er geldt een subsidiepercentage van 80%. Het minimale subsidiebedrag betreft € 50.000,-- en maximaal € 500.000,--.
Subsidiabele kosten kunnen bestaan uit loonkosten, kosten van eigen arbeid en overige kosten derden. Voor de werkelijke kosten (zie artikel 1.9a van de regeling) dienen alle kosten te worden begroot en verantwoord.
Kennisinstellingen kunnen kiezen om gebruik te maken van IKS (integrale kostensystematiek). De IKS is een manier om directe en indirecte kosten toe te rekenen aan kostendragers, zoals arbeidsuren of machine-uren. De kennisinstelling kan de IKS tarieven gebruiken voor het opstellen van de begroting, in plaats van de tarieven zoals benoemd in artikel 1.9a van de regeling. De uitvoering van IKS is belegd bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Kennisinstellingen van wie de IKS reeds is goedgekeurd kunnen deze inzetten voor voorliggende subsidieopenstelling. Kennisinstellingen die gebruik willen maken van IKS maar waarvan deze nog niet is goedgekeurd, moeten zich eerst tot RVO wenden.
Artikel 8 Niet subsidiabele kosten
Er wordt géén subsidie verstrekt voor ontwikkeling van nieuwe kennis alsmede kennisaanbod dat deel uitmaakt van reguliere programma’s of leergangen in het mbo, hbo of wo. Ook zijn eigen uren besteed door landbouwers om als deelnemer aan de kennisoverdrachtactiviteit deel te nemen niet subsidiabel. Ingezette arbeidsuren van het in het samenwerkingsverband participerende bedrijf (kennisaanbieder/ aanvrager) worden wel vergoed. Het inhuren van andere landbouwbedrijven (zijnde géén partner in het samenwerkingsverband) voor het laten plaatsvinden van demonstratieactiviteiten op hun bedrijf is ook subsidiabel, mits dit gefactureerd wordt naar het samenwerkingsverband dat het project uitvoert.
Artikel 10 Selectiecriteria, weging en selectie
Voor het bepalen van de rangschikking van projecten zijn drie selectiecriteria benoemd in artikel 2.10.6 van de regeling. Het bepalen van de scores van de selectiecriteria vindt als volgt plaats. Per selectiecriterium zijn diverse aspecten benoemd op basis waarvan een project wordt beoordeeld.
Effectiviteit (maximaal 5 punten, de weging is 3, totaal te behalen punten is 15)
De effectiviteit is gerelateerd aan de doelstelling van de openstelling. Bij de bepaling wat de bijdrage is die het ingediende project aan de doelstelling van de openstelling levert, wordt gelet op de volgende aspecten:
Het maximumaantal punten dat behaald kan worden is 40. Het project met het meest aantal punten krijgt de hoogste ranking. Toetsing vindt plaats door een onafhankelijk adviescommissie die Gedeputeerde Staten adviseert. Er worden maximaal 5 punten toegekend per criterium. Aan elk selectiecriterium is een wegingsfactor toegekend. De plaats in de rangorde wordt bepaald door het aantal punten dat de adviescommissie aan het project toekent. Voor elk project geldt dat een minimumaantal punten dient te worden behaald om voor subsidie in aanmerking te kunnen komen (60% van 40 punten = minimaal 24 punten). Indien een aanvraag minder dan 24 punten behaalt, wordt de aanvraag niet gehonoreerd. Het doel van deze systematiek is om alle projecten onderling te vergelijken en de beste projecten uit het totaalaanbod te kunnen selecteren.
Aanvragen worden op volgorde van de rangschikking gehonoreerd. Als twee of meer aanvragen een gelijk aantal punten hebben gekregen en de som van de aangevraagde bedragen dusdanig is dat het subsidieplafond wordt overschreden, dan vindt tussen hen een prioritering plaats op de afzonderlijke scores in de volgorde: 1. effectiviteit, 2. efficiëntie en 3. haalbaarheid. Indien de aanvragen een gelijk aantal punten hebben behaald, wordt de rangschikking van de aanvragen bepaald door loting.
Het puntentotaal per project wordt samengesteld uit de te behalen punten op basis van deze methodiek. Het toekennen van punten vindt per selectiecriterium als volgt plaats:
Indien de periode van uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten meer dan twaalf maanden bedraagt dient een voortgangsverslag te worden overlegd. Dit verslag dient niet te worden aangeleverd indien in de afgelopen twaalf maanden een deelbetaling is aangevraagd waarbij ook een voortgangsverslag is aangeleverd. Vanaf dit moment geldt wederom dat iedere twaalf maanden een voortgangsverslag dient te worden ingediend. Bij elk voortgangsverslag en deelbetalingsverzoek dient het aantal deelnemers tot dan toe te worden vermeld. Na afloop van de activiteiten dient te worden gerapporteerd over het totaal aantal deelnemers.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2025-15055.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.