Provinciaal blad van Overijssel
Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
---|---|---|---|
Overijssel | Provinciaal blad 2025, 1345 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
---|---|---|---|
Overijssel | Provinciaal blad 2025, 1345 | ander besluit van algemene strekking |
Wijziging Regeling Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Overijssel
Paragraaf 6 Samenwerking integrale gebiedsontwikkeling wordt volledig vervangen door onderstaande tekst:
Paragraaf 6a Samenwerking integrale gebiedsontwikkeling - Voorbereiding
Deze interventie dient ervoor agrariërs en andere gebiedspartners uit te nodigen en te faciliteren met elkaar een gebiedsanalyse uit te voeren, met als doel het opstellen van een plan van aanpak voor integrale gebiedsontwikkeling. Dit plan van aanpak beschrijft welke acties de partijen in het gebied willen realiseren die bijdragen aan de doelen klimaat, water of biodiversiteit, maar ook hoe deze bijdragen aan de opgaven zoals nitraat en stikstof. De verwachting is dat door de partners in het gebied zelf aan het roer te zetten in de versterking van hun gebied op de doelen klimaat, water en biodiversiteit, sneller verbetering in het gebied wordt gerealiseerd dan wanneer individuele gebiedspartners afzonderlijk acties aanvragen en uitvoeren, of wanneer van bovenaf regels worden opgelegd. Door deze aanpak worden agrarisch ondernemers en andere gebiedspartijen uitgedaagd om de kansen in hun gebied echt in kaart te brengen en vervolgens gezamenlijk acties te bedenken en uit te voeren om het gebied te versterken.
Een samenwerkingsverband of samenwerkingsverband in oprichting in een afgebakend gebied kan van deze provinciale GLB-interventie gebruik maken, aan te vragen door een initiatiefnemer. Met als partijen in elk geval landbouwers, maar voor de hand liggen voorts overheden als provincie, gemeente en Waterschap, natuur- en landschapsorganisaties en andere organisaties en personen.
Artikel 2.6a.1 Subsidiabele activiteit
Subsidie kan worden aangevraagd voor het oprichten van het nieuwe samenwerkingsverband, het (laten) opstellen van een gebiedsplan en de voorbereiding voor het realiseren van het plan. Dit betekent dat na afloop van de activiteit aangetoond moet worden dat er een samenwerkingsverband is opgericht én een plan is opgesteld. De aanvraag kan worden gedaan door een initiatiefnemer namens het beoogde samenwerkingsverband voor het gebied.
De volgende specifieke GLB-doelstellingen staan centraal in deze paragraaf:
Biodiversiteit en cultuurhistorisch landschap (SO6): Meer en herstel biodiversiteit (soorten en habitatten en daarmee ook landschappen) in landbouwgebieden, door middel van verandering in bedrijfsvoering; Landbouw zo ingericht dat ecosysteemdiensten (producerende en regulerende) geleverd kunnen worden; Instandhouding en herstel van (cultuur)landschappen.
Artikel 2.6a.2 Integraal gebiedsplan
Een integraal gebiedsplan zoals bedoeld in artikel 2.6a.1, bestaat uit minimaal één van de volgende maatregelen:
Belangrijk is dat in gebiedsplannen de gebiedskoers zich integraal richt op de Europese doelen voor klimaat, water en bodem en biodiversiteit natuur, verduurzaming van de landbouw en aansluit bij het beleid van provincie, waterschap en gemeenten, rekening houdend met de richtlijnen voor het landelijk gebied, zoals beschreven in bijvoorbeeld in het Provinciaal Programma Landelijk Gebied. Daarom kunnen lokale overheden zoals gemeente en/of waterschap direct betrokken zijn bij de gebiedskoers, de doelen van het gebiedsplan en mogelijk zelf partner zijn in het samenwerkingsverband in het specifieke gebied.
Het integrale gebiedsplan hoeft zich ook niet te beperken tot het GLB. Voorstelbaar is dat er een groter gebiedsplan is waarbij het GLB-aandeel één van de onderdelen is in de instrumentenkoffer en in de dekking van de kosten. Plannen die provincies, waterschappen, gemeenten, boerenorganisaties hebben buiten het GLB gebruikmakend van andere regelingen en financieringsbronnen zoals omgevingsplannen, NPLG, DAW kunnen in samenhang met het GLB worden ingezet. Stapeling van subsidie of “paraplu financiering” behoort tot de mogelijkheden zolang er niet twee keer of vaker subsidie wordt verstrekt voor dezelfde activiteit. Zorgvuldigheid is hierbij van belang.
In een integraal gebiedsplan kunnen verschillende acties worden opgenomen:
De hierboven beschreven acties zijn limitatief, maar niet allemaal verplicht. Afhankelijk van de analyse die wordt uitgevoerd van het gebied, en de uitdaging die door het samenwerkingsverband wordt geformuleerd, kunnen de best passende acties worden opgenomen in het plan.
Subsidie als bedoeld in artikel 2.6a.1 kan worden verstrekt aan de initiatiefnemer van een samenwerkingsverband in oprichting.
De subsidie voor het voorbereiden en oprichten van een samenwerkingsverband, het formuleren van een gebiedsopgave en de uitwerking daarvan in een integraal gebiedsplan kan aangevraagd worden door de initiatiefnemer van het integraal gebiedsplan.
Artikel 2.6a.4 Samenwerkingsverband
Aan een samenwerkingsverband moet minimaal één landbouwer deelnemen.
In een openstellingsbesluit kunnen nadere voorwaarden aan het samenwerkingsverband worden verbonden. De nadere voorwaarden kunnen betrekking hebben op het aantal deelnemende partijen, maar ook op het type deelnemende partij. In een openstellingsbesluit kan bijvoorbeeld worden bepaald dat naast een landbouwer ook een terrein beherende organisatie moet deelnemen.
Artikel 2.6a.5 Aanvraagvereisten
Onverminderd het bepaalde in artikel 1.6 bevat een aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 2.6a.1:
Er dient een korte beschrijving van de organisatiestructuur te zijn opgenomen, op basis waarvan de adviescommissie onder meer toetst of het toekomstige samenwerkingsverband voldoende kans heeft om effectief uitvoering te geven aan het gebiedsplan.
In de op te stellen samenwerkingsovereenkomst kan onder andere de rolverdeling en juridische verantwoordelijkheden tussen de gebiedspartners vastgelegd worden. Ook wordt beschreven welke gebiedspartner namens alle partijen zal optreden als aanvrager (penvoerder). De penvoerder treedt op als contactorganisatie richting de subsidieverstrekker en de bevoegde controleautoriteiten. Daarnaast kan beschreven worden hoe het toekomstige samenwerkingsverband georganiseerd wordt: komt er een voorzitter, een projectleider, hoe wordt de ondersteuning voorzien, etc. Zijn er al potentiële samenwerkingspartners en hoe worden alle partijen met een belang in het gebied betrokken?
Een beschrijving van de afbakening, analyse en uitdagingen van het gebied
Een beschrijving van het beoogde gebied is onderdeel van de aanvraag, met daarnaast een beschrijving van de uit te voeren analyse en benoeming van de uitdagingen van het gebied. Ook kan worden opgenomen wat de meerwaarde is van een integrale gebiedsaanpak t.o.v. losstaande projecten.
Artikel 2.6a.6 Weigeringsgronden
Onverminderd artikel 1.5 wordt subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.6a.1 geweigerd indien de aanvraag wordt gedaan door een reeds bestaand samenwerkingsverband.
Subsidie voor de voorbereidingsfase (het oprichten van nieuwe samenwerkingsverbanden en het laten opstellen van het gebiedsplan) wordt alleen verleend voor nieuwe samenwerkingsverbanden. Wordt de aanvraag ingediend door een al bestaande samenwerking(sverband) dan wordt de subsidie geweigerd.
Artikel 2.6a.7 Berekening subsidiabele kosten
Subsidiabele kosten, als bedoeld in artikel 1.8, worden conform artikel 1.9 lid 1 onder a, berekend op basis van artikel 1.9a.
Artikel 2.6a.8 Hoogte subsidie
De totaal bedrag financiering voor de voorbereidende activiteiten betreft een bedrag van maximaal €40.000 euro dat wordt toegekend aan initiatiefnemers die voldoen aan de subsidiecriteria. De subsidie is bedoeld voor alle kosten t.b.v. het opstellen (of updaten) van het gebiedsplan, het mobiliseren van de partijen uit het gebied en het samenstellen (of actualiseren) van een samenwerkingsverband die de uitvoering van het plan in de 2e fase op zich kan nemen. Het gaat dan vooral om kosten voor het organiseren van bijeenkomsten, studies, adviseurs, communicatie, personeelskosten. Uitgesloten zijn kosten voor uitvoering van het plan.
De prestatie is een gebiedsplan, een uitwerking van het beoogde samenwerkingsverband en een begroting van het beoogde project. Achteraf vindt er geen controle op de werkelijk gemaakte kosten plaats, alleen de gerealiseerde prestatie (een samenwerkingsverband en een gebiedsplan zijn gerealiseerd) dient te worden aangetoond.
Artikel 2.6a.9 Selectiecriteria
Aanvragen worden beoordeeld op basis van de beschrijving in artikel 1.12, lid 3. Dat houdt in dat aanvragen op basis van de selectiecriteria worden beoordeeld door de adviescommissie. Per criterium worden 0-5 punten toegekend, waarna de weging wordt toegepast en de totaalscore wordt bepaald. Alleen projecten met een score van 24 of meer komen voor subsidie in aanmerking.
De aanvraag richt zich op activiteiten in het kader van het voorbereiden en oprichten van een samenwerkingsverband, het formuleren van een gebiedsopgave en de uitwerking daarvan in een integraal gebiedsplan (Artikel 2.6a.1, lid 1)
Aanvragen worden beoordeeld op basis van de volgende selectiecriteria:
a. De mate waarin de aanvrager in staat is een gebiedsplan op te stellen in relatie tot de opgave van het gebied
Hierbij wordt gekeken naar de mate waarin de aanvrager een gebiedsplan weet op te stellen in relatie tot de opgave van het gebied. Er zijn een aantal aspecten die daarvoor van belang zijn:
De punten worden als volgt toegekend:
0 punten als er sprake is van geen van de hierboven genoemde aspecten in relatie tot de opgave van het gebied.
1 punt wanneer sprake is van een van de hierboven genoemde aspecten in relatie tot de gebiedsopgave.
2 punten wanneer sprake is van twee van de hierboven genoemde aspecten in relatie tot de gebiedsopgave.
3 punten wanneer sprake is van drie van de hierboven genoemde aspecten in relatie tot de gebiedsopgave.
4 punten wanneer sprake is van vier van de hierboven genoemde aspecten in relatie tot de gebiedsopgave.
5 punten wanneer sprake is van vijf van de hierboven genoemde aspecten in relatie tot de gebiedsopgave.
b. De mate waarin de aanvrager in staat is het samenwerkingsverband te organiseren
Hierbij wordt gekeken naar de mate waarin de aanvrager in staat is het beoogde samenwerkingsverband bij elkaar te brengen. Er zijn een aantal aspecten die daarvoor van belang zijn:
De punten worden als volgt toegekend:
0 punten wanneer sprake is van geen van de hierboven genoemde aspecten in relatie tot het organiseren van het samenwerkingsverband.
1 punt wanneer sprake is van een van de hierboven genoemde aspecten in relatie tot het organiseren van het samenwerkingsverband.
2 punten wanneer sprake is van twee van de hierboven genoemde aspecten in relatie tot het organiseren van het samenwerkingsverband.
3 punten wanneer sprake is van drie van de hierboven genoemde aspecten in relatie tot het organiseren van het samenwerkingsverband.
4 punten wanneer sprake is van vier van de hierboven genoemde aspecten in relatie tot het organiseren van het samenwerkingsverband.
5 punten wanneer sprake is van vijf van de hierboven genoemde aspecten in relatie tot het organiseren van het samenwerkingsverband.
c. De voorgenomen organisatie en samenstelling van het samenwerkingsverband
Hierbij wordt gekeken welke partijen in het beoogde samenwerkingsverband voor de uitvoering van het gebiedsplan betrokken zijn. Hoe meer variatie en hoe meer partners, hoe hoger op de kwaliteit van de samenstelling van het samenwerkingsverband gescoord kan worden. Van elke beoogde partner in het samenwerkingsverband moet kernachtig een duidelijke toegevoegde waarde beschreven worden voor de uitvoering van het op te stellen gebiedsplan. Het beoogde samenwerkingsverband wordt bepaald door de betrokkenheid van de volgende partners:
De punten worden als volgt toegekend:
0 punten als geen inzicht wordt gegeven over de wijze van organisatie en samenstelling van het samenwerkingsverband rondom het uit te voeren gebiedsplan.
1 punt als duidelijk wordt omschreven waaruit het beoogde samenwerkingsverband bestaat en hoe de voorgenomen organisatie eruit komt te zien. Het samenwerkingsverband bestaat enkel uit landbouwers.
2 punten als duidelijk wordt omschreven waaruit het beoogde samenwerkingsverband bestaat en hoe de voorgenomen organisatie eruit komt te zien. Het beoogde samenwerkingsverband bestaat naast één landbouwer ook uit twee verschillende van de hierboven genoemde partners.
3 punten als duidelijk wordt omschreven waaruit het beoogde samenwerkingsverband bestaat en hoe de voorgenomen organisatie eruit komt te zien. Het beoogde samenwerkingsverband bestaat naast één of meer landbouwers ook uit drie verschillende van de hierboven genoemde partners.
4 punten als duidelijk wordt omschreven waaruit het beoogde samenwerkingsverband bestaat en hoe de voorgenomen organisatie eruit komt te zien. Het beoogde samenwerkingsverband bestaat naast één of meer landbouwers ook uit vier verschillende van de hierboven genoemde partners.
5 punten als duidelijk wordt omschreven waaruit het beoogde samenwerkingsverband bestaat en hoe de voorgenomen organisatie eruit komt te zien. Het beoogde samenwerkingsverband bestaat naast één of meer landbouwers ook uit vijf verschillende van de hierboven genoemde partners.
d. De haalbaarheid van de activiteiten
Hierbij wordt gekeken of het gebiedsplan en voorgestelde activiteiten haalbaar is in de beoogde tijdsplanning, gelet op de ambities, de beoogde expertise in het samenwerkingsverband. En of er rekening wordt gehouden met eventueel benodigde vergunningen. Past alles in de ruimtelijke ordening van het gebied? Is geïnventariseerd welke tegenwerkende effecten mogelijk kunnen optreden en welke maatregelen genomen kunnen worden om deze effecten te voorkomen?
De punten worden als volgt toegekend:
0 punten als de haalbaarheid zeer gering is. Er is geen vertrouwen dat de voorziene activiteiten kunnen worden uitgevoerd.
1 punt als de haalbaarheid gering is. Er is weinig tot geen vertrouwen dat de voorziene activiteiten kunnen worden uitgevoerd.
2 punten als de haalbaarheid matig is. Om de activiteit te kunnen uitvoeren, moet nog aan een aantal voorwaarden (bijvoorbeeld juridische uitvoerbaarheid van gewenste activiteiten) worden voldaan, waarbij het nog onzeker is of aan deze voorwaarden voldaan kan worden.
3 punten als de haalbaarheid voldoende is. De voorziene activiteiten kunnen realistisch worden uitgevoerd, de risico’s rondom een voorbereiding van het gebiedsplan zijn inzichtelijk gemaakt (bijvoorbeeld technische risico’s in de vorm van onvoorziene extra werkzaamheden, of organisatorische risico’s in de vorm van belangenconflicten), maar nog niet concreet beheersbaar gemaakt.
4 punten als de haalbaarheid goed is. De voorziene activiteiten kunnen worden uitgevoerd, de risico’s en uitdagingen in de voorbereiding van het gebiedsplan zijn benoemd en beheersbaar gemaakt.
5 punten als de haalbaarheid zeer goed is. De voorziene activiteiten kunnen worden uitgevoerd, ook als gedurende de voorbereiding draagvlak moeizaam te organiseren valt.
Activiteiten waarvoor subsidie is verleend, dienen uiterlijk 12 maanden na verlening van de subsidie te zijn afgerond.
Ambtshalve wordt een voorschot van 50% van de verleende subsidie verstrekt op basis van artikel 1.17 van de Regeling Europese Landbouwsubsidies Overijssel.
Artikel 2.6a.12 Verantwoording bij vaststelling
Onder verwijzing naar artikel 2.6a.9 onder lid 2 vindt verantwoording bij vaststelling plaats conform artikel 1.20.
Dit besluit treedt in werking 1 dag na publicatie van dit provinciaal blad.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2025-1345.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.