Algemeen reglement mandaat Gelderland 2025

Bekendmaking van het besluit van 8 juli 2025 - zaaknummer 2025-000471 tot vaststelling van een regeling

 

 

 

 

Gedeputeerde Staten van Gelderland

 

Besluiten

 

Vast te stellen het Algemeen reglement mandaat Gelderland 2025, luidende:

 

 

Hoofdstuk I Algemene bepalingen

 

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

  • 1.

    In dit reglement wordt, tenzij anders is bepaald, onder mandaat mede verstaan volmacht of machtiging.

  • 2.

    In dit reglement wordt verstaan onder:

  • a.

    algemeen directeur, tevens provinciesecretaris: functionaris die als zodanig door

  • Gedeputeerde Staten is benoemd;

  • b.

    directie: de algemeen directeur en de concerndirecteuren;

  • c.

    eerste ondermandaat: ondermandaat verleend door een gemandateerde;

  • d.

    legitimatiebewijs: legitimatiebewijs als bedoeld in artikel 5:12 Algemene wet

  • bestuursrecht.

  • e.

    ondermandaat: mandaat verleend door een gemandateerde of

  • ondergemandateerde;

  • f.

    Portefeuillehouder: het lid van gedeputeerde staten (GS) tot wiens portefeuille

  • betreffende onderwerp behoort conform de met de staten gedeelde portefeuille-

  • verdeling van GS;

  • g.

    toezichthouder: toezichthouder als bedoeld in artikel 5:11 van de Algemene wet

  • bestuursrecht;

  • h.

    tweede ondermandaat: ondermandaat verleend door een ondergemandateerde;

 

 

Hoofdstuk II Instructies

 

Artikel 2. Gemandateerde

  • 1.

    Mandaat kan worden verleend aan:

  • a.

    een gedeputeerde;

  • b.

    de algemeen directeur;

  • c.

    een persoon die niet werkzaam is onder de verantwoordelijkheid van Gedeputeerde

  • Staten of de Commissaris van de Koning.

  • 2.

    Mandaat aan een gedeputeerde wordt verleend aan de eerste portefeuillehouder.

  • 3.

    Op mandaatverlening aan een persoon die niet werkzaam is onder de verantwoordelijkheid

  • van Gedeputeerde Staten of van de Commissaris van de Koning is dit reglement van

  • overeenkomstige toepassing, tenzij anders wordt bepaald.

 

Artikel 3. Ondermandaat

  • 1.

    Tenzij bij de mandaatverlening anders is bepaald, kan de algemeen directeur een eerste

  • ondermandaat verlenen aan een directeur, een concernmanager of een externe die onder

  • zijn verantwoordelijkheid werkzaam is binnen de provinciale organisatie. Aan het

  • ondermandaat kunnen aanvullende voorwaarden worden verbonden.

  • 2.

    Het is een ondergemandateerde toegestaan om een tweede ondermandaat te verlenen,

  • tenzij bij de mandaatverlening anders is bepaald.

 

 

Artikel 4. Functie gemandateerde

  • 1.

    Een mandaat is gebonden aan de functie van de gemandateerde, tenzij bij de beslissing

  • tot verlening van mandaat anders is bepaald.

  • 2.

    Als de gemandateerde in zijn functie wordt opgevolgd door een ander, wordt het mandaat

  • geacht te zijn verleend aan die ander.

 

Artikel 5. Vervangingsregeling

  • 1.

    Binnen de directie geldt de volgende vervangingsregeling:

  • a.

    de algemeen directeur wordt vervangen door een concerndirecteur;

  • b.

    de provincie secretaris wordt vervangen door een concerndirecteur dan wel door

  • de concernmanager Bestuurszaken;

  • c.

    een concerndirecteur wordt in eerste instantie vervangen door een

  • concerndirecteur en in tweede instantie door de algemeen directeur.

  • 2.

    Een concerndirecteur wordt in eerste instantie vervangen door een concerndirecteur en in

  • tweede instantie door de algemeen directeurDe algemeen directeur kan andere personen

  • dan die bedoeld in de voorgaande leden, belasten met zijn vervanging.

 

 

Artikel 6. Mandaatregister

  • 1.

    Er is een openbaar mandaatregister, waarin algemene mandaten en eerste en tweede

  • ondermandaten worden opgenomen.

  • 2.

    De mandaatgever zorgt voor opname van de beslissing tot verlening van een algemeen

  • mandaat in het mandaatregister.

 

Artikel 7. Bewijs mondelinge mandaatverlening

  • 1.

    Onverminderd de verantwoordelijkheid van degene die mondeling mandaat heeft

  • verleend, draagt de gemandateerde zorg dat onverwijld een schriftelijk bewijsstuk wordt

  • opgemaakt van de beslissing tot verlening van mandaat.

  • 2.

    Is de gemandateerde een collegelid dan draagt de algemeen directeur zorg voor het

  • opmaken van een schriftelijk bewijsstuk.

 

Artikel 8. Instemming tweede portefeuillehouder

Een collegelid neemt een beslissing krachtens mandaat alleen met instemming van de tweede

portefeuillehouder.

 

Artikel 9. Informeren mandaatgever

  • 1.

    De gemandateerde legt een door hem te nemen beslissing voor aan de Gedeputeerde

  • Staten als:

  • a.

    advies nodig is van andere afdelingen en het advies niet aansluit op het eigen

  • standpunt dan wel niet tot dezelfde uitkomsten leidt;

  • b.

    de maatschappelijke, beleidsmatige, politieke, juridische of financiële

  • omstandigheden daartoe aanleiding geven.

  • 2.

    Het niet voldoen aan de in het vorige lid bedoelde verplichting doet niet af aan de

  • rechtsgeldigheid van de krachtens mandaat genomen beslissing.

  • 3.

    De gemandateerde informeert de mandaatgever onverwijld over een door hem genomen

  • beslissing als het van belang is dat deze daar kennis van neemt.

Artikel 10. Ondertekening

  • 1.

    Als mandaat een bevoegdheid van Gedeputeerde Staten betreft, worden uitgaande

  • stukken ondertekend met: "Namens Gedeputeerde Staten van Gelderland," gevolgd door

  • de handtekening, naam en functie van de gemandateerde.

  • 2.

    Als mandaat een bevoegdheid van de Commissaris van de Koning betreft, worden

  • uitgaande stukken ondertekend met: "Namens de Commissaris van de Koning van

  • Gelderland", gevolgd door de handtekening, naam en functie van de gemandateerde.

  • 3.

    Als volmacht is verleend om namens de Commissaris van de Koning de provincie in en

  • buiten rechte te vertegenwoordigen, wordt ondertekend met: "De provincie Gelderland,

  • namens de Commissaris van de Koning van Gelderland", gevolgd door de handtekening,

  • naam en functie van de gevolmachtigde.

  • 4.

    Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing voor zover het betreft de bekendmaking

  • en mededeling van in mandaat vastgestelde ontwerpbeslissingen of beslissingen van

  • Gedeputeerde Staten of de Commissaris van de Koning in het Provinciaal Blad of in een

  • dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad. In dat geval luidt de ondertekening “Gedeputeerde

  • Staten van Gelderland" respectievelijk "Commissaris van de Koning van Gelderland".

  • 5.

    Als mandaat een bevoegdheid van Gedeputeerde Staten betreft ter uitvoering van taken

  • als managementautoriteit voor het Operationeel Programma EFRO Oost-Nederland

  • 2014-2020 betreft, worden uitgaande stukken ondertekend met: "Namens de

  • Managementautoriteit Oost-Nederland", gevolgd door de handtekening, naam en functie

  • van de gemandateerde.

  • 6.

    Als mandaat een bevoegdheid van Gedeputeerde Staten betreft ter uitvoering van taken

  • als beheerautoriteit voor het Operationeel Programma EFRO Oost-Nederland 2021-2027

  • betreft, worden uitgaande stukken ondertekend met: "Namens de Beheerautoriteit Oost-

  • Nederland", gevolgd door de handtekening, naam en functie van de gemandateerde.

 

Artikel 11. Elektronisch besluitvormingssysteem

  • 1.

    Een gemandateerde als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b of c, neemt beslissingen

  • door het geven van een akkoord in het elektronisch besluitvormingssysteem van de

  • provincie. Beslissingen van een gemandateerde als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder

  • a, worden in het besluitvormingssysteem vastgelegd door ambtenaren die door de

  • Algemeen Directeur zijn aangewezen.

  • 2.

    De algemeen directeur kan bepalen dat in afwijking van het eerste lid, door hem

  • aangewezen eenvoudige beslissingen of categorieën van eenvoudige beslissingen kunnen

  • worden genomen zonder gebruikmaking van het elektronisch besluitvormingssysteem.

 

Artikel 12. Begrenzing

  • 1.

    Een gemandateerde oefent de aan hem gemandateerde bevoegdheid alleen uit als die

  • past binnen zijn taak en verantwoordelijkheid, de geldende regelgeving en het aan hem

  • toegekende budget.

  • Een gemandateerde oefent de aan hem gemandateerde bevoegdheid niet uit als hij

  • daarbij een persoonlijk belang heeft als bedoeld in artikel 2:4, tweede lid, van de

  • Algemene wet bestuursrecht.

 

 

Hoofdstuk III Mandaat algemene bevoegdheden

 

Paragraaf I Voorbereiding, bekendmaking, uitvoering en goedkeuring

 

Artikel 13. Voorbereiding, bekendmaking en uitvoering

  • 1.

    De algemeen directeur is bevoegd tot het verrichten van alle handelingen, benodigd voor

  • de voorbereiding, bekendmaking en uitvoering van een beslissing krachtens mandaat,

  • tenzij anders is bepaald.

  • 2.

    De algemeen directeur is daarnaast bevoegd tot het verrichten van alle handelingen,

  • benodigd voor de voorbereiding, de bekendmaking en uitvoering van:

  • a.

    een door een portefeuillehouder te nemen beslissing krachtens mandaat, tenzij

  • bij de verlening van het mandaat anders is bepaald;

  • b.

    door een provinciaal bestuursorgaan vast te stellen of vastgestelde besluiten;

  • c.

    een besluit van in verband met subsidieverstrekking als bedoeld in artikel 3 van

  • de Algemene subsidieverordening Gelderland 2016.

  • 3.

    De algemeen directeur is in ieder geval bevoegd in het kader van de door het

  • provinciebestuur uitgeoefende bevoegdheden:

  • a.

    de noodzakelijke inlichtingen te vragen;

  • b.

    bestuursorganen, natuurlijke of rechtspersonen in de gelegenheid stellen tot het

  • indienen van zienswijzen;

  • c.

    het horen van de aanvrager en andere belanghebbenden voorafgaand aan het

  • nemen van de beslissing op de aanvraag;

  • d.

    adviezen te verstrekken aan bestuursorganen, natuurlijke en rechtspersonen;

  • e.

    aanbevelingen te doen;

  • f.

    het aanhouden of het buiten behandeling laten van een aanvraag;

  • g.

    zienswijzen of bedenkingen naar voren te brengen of door te zenden;

  • h.

    een aanvraagformulier vast te stellen;

  • i.

    aan de aanvrager een dreigende termijnoverschrijding mee te delen;

  • j.

    de voor een besluit geldende beslistermijn te verlengen of op te schorten;

  • k.

    het toepassing te geven aan de doorzendplicht, bedoeld in artikel 2:3 van de

  • Algemene wet bestuursrecht;

  • l.

    het afwijzen van een aanvraag als bedoeld in artikel 4:6, tweede lid, van de

  • Algemene wet bestuursrecht;

  • m.

    het buiten toepassing laten van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht.

  • 4.

    De algemeen directeur is bevoegd tot bekendmaking en mededeling van

  • ontwerpbeslissingen en beslissingen van een bestuursorgaan.

  •  

Artikel 14. Uitvoering van wettelijke taken

De algemeen directeur is bevoegd tot het uitvoeren van de volgende wettelijke taken en

verplichtingen:

a. beheer en onderhoud;

b. het verzamelen, beheren en registreren van gegevens;

c. het verstrekken van informatie; en

d. rapportages, verslaglegging en monitoring.

 

Paragraaf II Subsidiebesluiten

 

Artikel 15. Subsidie

De algemeen directeur is bevoegd tot:

  • a.

    het nemen van besluiten tot het verstrekken van subsidie, met uitzondering van

  • besluiten op grond van artikel 3, tweede lid, van de Algemene

  • subsidieverordening Gelderland 2016;

  • b.

    intrekken of wijzigen van subsidie, niet inhoudende een verhoging van het

  • verleende bedrag, en tot het vaststellen van een subsidie overeenkomstig of lager

  • dan de subsidieverlening;

  • c.

    verlenen van een voorschot als bedoeld in artikel 4:95 van de Algemene wet

  • bestuursrecht;

  • d.

    terugvorderen of verrekenen van onverschuldigd betaalde subsidiebedragen en

  • voorschotten;

  • e.

    afwijzen van subsidieverzoeken als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de

  • Algemene subsidieverordening Gelderland 2016 en tot het verlenen van

  • toestemming als bedoeld in artikel 6, derde lid, van de Algemene

  • subsidieverordening Gelderland 2016;

  • f.

    het toepassen van artikel 10, eerste lid, onder c, van de Algemene

  • subsidieverordening Gelderland 2016;

 

Paragraaf III Besluiten Omgevingswet, omgevingsverordening en verkeersregelgeving

 

Artikel 16. Omgevingsvergunning, maatwerkvoorschrift, melding en verkeersontheffing

1. De algemeen directeur is bevoegd tot het nemen van de navolgende beslissingen:

  • a.

    besluiten in verband met toetsing van de ontvankelijkheid van een aanvraag om

  • een omgevingsvergunning;

  • b.

    besluiten op aanvragen om een omgevingsvergunning;

  • c.

    besluiten ambtshalve of op verzoek tot wijziging of intrekking van een

  • omgevingsvergunning;

  • d.

    besluiten naar aanleiding van een melding;

  • e.

    besluiten omtrent de gecoördineerde behandeling van aanvragen en de

  • coördinatie van besluiten;

  • f.

    het stellen van maatwerkvoorschriften;

  • g.

    het toestaan van het treffen van een gelijkwaardige maatregel;

  • h.

    het ambtshalve of op verzoek verbinden van voorschriften aan een

  • omgevingsvergunning, waaronder het voorschrift dat degene die de activiteit

  • verricht, financiële zekerheid stelt;

  • i.

    te bepalen dat een besluit eerder in werking treedt vanwege spoedeisende

  • omstandigheden;

  • 2.

    De onderdelen a, b en c van het eerste lid zijn van overeenkomstige toepassing op een

  • verkeersontheffing.

  • 3.

    Onderdeel b van het eerste lid is niet van toepassing op het weigeren van een

  • omgevingsvergunning vanwege de toepassing van de Wet bevordering

  • integriteitsbeoordelingen.

 

Artikel 17. Advies en instemming

De algemeen directeur is bevoegd tot het nemen van beslissingen in verband met het geven van

advies en van instemming als bedoeld in paragraaf 16.2.3 van de Omgevingswet en afdeling 4.2

van het Omgevingsbesluit.

 

Artikel 18. Milieueffectrapportage

De algemeen-directeur is bevoegd een mer-beoordelingsbesluit te nemen, als het nemen van dit

besluit is gekoppeld aan:

  • a.

    een besluit waarvan de bevoegdheid tot het nemen daarvan is gemandateerd;

  • b.

    de goedkeuring van een door het dagelijks bestuur van een waterschap genomen

  • projectbesluit als bedoeld in artikel 16.72 van de Omgevingswet.

 

Paragraaf IV Handhaving

 

Artikel 19. Maatregelen en gedoogplichten

De algemeen-directeur is bevoegd tot:

  • a.

    het treffen en doen uitvoeren van maatregelen, het geven van aanwijzingen tot het treffen

  • van maatregelen en het verhalen van de kosten van die maatregelen;

  • b.

    het opleggen van een gedoogplicht als bedoeld in afdeling 10.3 van de Omgevingswet.

 

Artikel 20. Handhaving

De algemeen directeur is bevoegd tot het nemen van de navolgende beslissingen in verband met

handhaving:

  • a.

    het beslissen op een verzoek tot handhaving;

  • b.

    het verlenen, weigeren, intrekken van een beschikking tot het opleggen van een last

  • onder bestuursdwang of last onder dwangsom;

  • c.

    het verlenen, weigeren, intrekken of verlengen van de termijn van een

  • gedoogbeschikking;

  • d.

    het intrekken van een omgevingsvergunning;

  • e.

    het verminderen, opschorten of opheffen van de werking van een last onder dwangsom

  • en het innen van een verbeurde dwangsom;

  • f.

    het instellen van onderzoek naar veiligheid op grond van artikel 3.5 van het Besluit

  • kwaliteit leefomgeving, het geven van een negatief zwemadvies en het instellen van een

  • zwemverbod met betrekking tot een zwemlocatie.

 

Paragraaf V Bezwaar, beroep, mediation en klachten

 

Artikel 21. Bezwaar

  • 1.

    De algemeen directeur is bevoegd tot het nemen van de navolgende beslissingen en het

  • verrichten van de navolgende handelingen in verband met het behandelen van

  • bezwaarschriften:

  • a.

    het verlenen van verder uitstel voor de beslissing op het bezwaarschrift indien:

  • i.

    verder uitstel is nodig in verband met de naleving van wettelijke

  • voorschriften; of

  • ii.

    de indiener instemt; en

  • iii.

    andere belanghebbenden niet in hun belangen worden geschaad of zij

  • daarmee instemmen;

  • b.

    het indienen van een verweerschrift en andere processtukken;

  • c.

    de vertegenwoordiging tijdens de hoorzitting.

  • 2.

    De algemeen directeur is bevoegd tot het nemen van besluiten op bezwaar

  • overeenkomstig het advies van de Commissie Rechtsbescherming. De algemeen directeur

  • kan alleen besluiten op bezwaar als hij hoger is in rang dan degene die het primaire

  • besluit heeft genomen.

 

Artikel 22. Administratief beroep

De algemeen directeur is bevoegd tot het bevestigen van de ontvangst van een beroepschrift.

 

Artikel 23. Rechtsgedingen

  • 1.

    De algemeen directeur is bevoegd tot het nemen van beslissingen en het verrichten van

  • handelingen in verband met het voeren van rechtsgedingen, arbitrage, het maken van

  • bezwaar en het instellen van administratief beroep en (hoger) beroep bij een

  • bestuursrechter en burgerlijke rechter namens de provincie of het provinciebestuur,

  • voor zover het betreft:

  • a.

    het indienen van een verweerschrift, repliek, dupliek en andere processtukken;

  • b.

    de vertegenwoordiging ter zitting;

  • c.

    het doen van verzet;

  • d.

    het indienen van een bezwaarschrift, beroepschrift en verzoekschrift bij een

  • bestuursorgaan of een rechter in gevallen waarbij een besluit van Gedeputeerde

  • Staten niet kan worden afgewacht.

  • 2.

    Gedeputeerde Staten bekrachtigen een op mandaat ingediend bezwaarschrift,

  • beroepschrift of verzoekschrift zo spoedig mogelijk.

 

Artikel 24. Mediation

  • 1.

    De algemeen directeur is bevoegd tot het nemen van de navolgende beslissingen en het

  • verrichten van de navolgende handelingen in verband met mediation:

  • a.

    het beslissen over deelname aan mediation alsmede het ondertekenen van de

  • mediationovereenkomst;

  • b.

    het vertegenwoordigen van het provinciebestuur in geval van deelname aan

  • mediation;

  • c.

    het beslissen over het aangaan van een vaststellingsovereenkomst alsmede het

  • ondertekenen ervan.

  • 2.

    De algemeen directeur verleent geen ondermandaat voor de bevoegdheden, bedoeld in

  • het eerste lid, onder a en c.

  • 3.

    De algemeen directeur wint over de deelname aan mediation of het ondertekenen van

  • een mediationovereenkomst tevoren advies in bij de ambtelijke eenheid die belast is met

  • mediation als de mediation betrekking heeft op een kwestie, die aanhangig is gemaakt

  • door indiening van een bezwaarschrift, beroepschrift of klaagschrift.

 

Artikel 25. Klachten

De algemeen directeur is bevoegd tot het nemen van de navolgende beslissingen en het verrichten

van de navolgende handelingen in verband met het behandelen van klaagschriften:

  • a.

    het schriftelijk bevestigen van de ontvangst van het klaagschrift;

  • b.

    het niet in behandeling nemen van de klacht en het mededeling daarvan doen aan de

  • klager;

  • c.

    de klager in de gelegenheid stellen om zijn klaagschrift aan te vullen;

  • d.

    het met de klager in overleg treden om tot een minnelijke oplossing te komen;

  • e.

    het verdagen van de afhandeling van het klaagschrift;

  • f.

    het indienen van een verweerschrift;

  • g.

    vertegenwoordiging tijdens de hoorzitting;

  •  

  • h.

    het nemen van de beslissing op de klacht overeenkomstig het advies van de Commissie

  • Rechtsbescherming.

 

Paragraaf VI Overige bevoegdheden

 

Artikel 26. Overige publiekrechtelijke bevoegdheden

De algemeen directeur is bevoegd tot:

  • a.

    het nemen van besluiten omtrent verzoeken ingevolge de Wet open overheid;

  • b.

    het nemen van beslissingen en het verrichten van handelingen verband houdende met

  • het bieden van gelegenheid tot inspraak op grond van de Inspraakverordening provincie

  • Gelderland 2004, afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht of een andere

  • wettelijke regeling;

  • c.

    het in kennis stellen van het statenlid van het feit dat zijn vraag niet binnen de

  • voorgeschreven termijn kan worden beantwoord en het aangeven van de termijn

  • waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden;

  • d.

    het aanvragen van een subsidie of een bijdrage bij een ander bestuursorgaan of een

  • derde;

  • e.

    het aanvragen van ontheffingen of vergunningen bij een ander bestuursorgaan;

  • f.

    het nemen van beslissingen naar aanleiding van verzoeken om een dwangsom bij niet

  • tijdig beslissen;

  • g.

    het nemen van beslissingen en het verrichten van handelingen verband houdende met de

  • goedkeuring, waaronder in ieder geval:

  • i.

    voorbereidingshandelingen;

  • ii.

    besluiten tot verdaging van het besluit tot goedkeuring;

  • iii.

    bieden van gelegenheid tot overleg met betrokken bestuursorganen en

  • instanties;

  • iv.

    toezenden van een beslissing aan een ander bestuursorgaan of het verzoeken om

  • goedkeuring van een beslissing;

  • h.

    het uitwisselen van gegevens met bestuursorganen en adviseurs;

  • i.

    het bepalen dat een omgevingsplan eerder dan twee weken na vaststelling ter inzage mag

  • worden gelegd;

  • j.

    het nemen van besluiten naar aanleiding van verzoeken ingevolge de Wet hergebruik van

  • overheidsinformatie;

  • k.

    het nemen van besluiten op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming

  • als bedoeld in de artikelen 12 t/m 21, 28 en 34 van die verordening;

  • l.

    het aanwijzen van toezichthouders en het uitgeven van een legitimatiebewijs.

 

 

Artikel 27. Privaatrechtelijke rechtshandelingen

  • 1.

    De algemeen directeur is bevoegd tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de

  • provincie te besluiten en de provincie ter zake te vertegenwoordigen.

  • 2.

    Bij afwijking van door Gedeputeerde Staten en Provinciale Staten vastgestelde regels legt

  • de algemeen directeur een door hem te nemen beslissing voor aan de Gedeputeerde

  • Staten. Beslissingen in afwijking van de Algemene inkoopvoorwaarden Gelderland 2023

  • of met toepassing van artikel 2, tweede lid, of artikel 3, tweede lid, van de Beleidsregels

  • aanbesteding Gelderland 2013 worden alleen genomen na instemming van de ambtelijke

  • eenheid die belast is met inkoop en aanbesteding.

 

Artikel 28. Privaatrechtelijke rechtshandelingen als werkgever

  • 1.

    De algemeen directeur is voor de medewerkers, waarvoor Gedeputeerde Staten de

  • werkgeversrol vervullen, bevoegd alle privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten

  • voor het aangaan, wijzigen, uitvoeren en beëindigen van arbeidsovereenkomsten met

  • inachtneming van het bepaalde in Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Cao Provinciale

  • Sector en de Ambtenarenwet 2017 en het toepassen, uitvoeren en wijzigen van het

  • Personeelshandboek provincie Gelderland en de provincie hierbij namens de

  • Commissaris van de Koning in en buiten rechte te vertegenwoordigen, met uitzondering

  • van de volgende privaatrechtelijke rechtshandelingen:

  • a.

    een lijst van werkzaamheden opstellen waarvoor medische keuring vereist is;

  • b.

    het innemen van een standpunt over een gemeld vermoeden van een misstand;

  • c.

    het opstellen van regels over ziekteverzuimbegeleiding;

  • d.

    het stellen van nadere regels betreffende de procedure en de personele gevolgen

  • van reorganisaties, voor zover niet strijdig met het 3 fasen model;

  • e.

    het maken van afspraken over de arbeidsrechtelijke voorwaarden die bij de

  • reorganisatie in acht genomen worden;

  • f.

    het in een sociaal plan overeenkomen dat maximaal 10% van de ambtenaren

  • buiten beschouwing wordt gelaten bij het toepassen van het

  • afspiegelingsbeginsel;

  • g.

    het vaststellen van een lijst van werkzaamheden die onder verzwarende

  • omstandigheden worden uitgevoerd;

  • h.

    het aanwijzen van doelen voor het Individueel Keuze Budget;

  • i.

    het benoemen van de voorzitter en leden van de Klachtencommissie intimidatie;

  • j.

    het beslissen op een klacht van een medewerker die is behandeld door de

  • Klachtencommissie intimidatie.

  • 2.

    De algemeen directeur oefent de bevoegdheid tot het opzeggen of laten ontbinden van de

  • arbeidsovereenkomst niet uit ten aanzien van de directeuren.

Artikel 29. Feitelijke aangelegenheden

  • 1.

    Een collegelid is bevoegd te beslissen tot het voeren van correspondentie over feitelijke

  • aangelegenheden, tenzij daaraan financiële, politieke of beleidsmatige gevolgen

  • verbonden zijn.

 

  • 2.

    Indien een beslissing als bedoeld in het eerste lid een persoonlijke aangelegenheid

  • betreft, is artikel 10, eerste lid, niet van toepassing.

  • 3.

    De algemeen directeur is bevoegd te beslissen tot het voeren van correspondentie over

  • feitelijke aangelegenheden, tenzij daaraan financiële, politieke of beleidsmatige gevolgen

  • zijn verbonden, voor zover deze bevoegdheid niet aan een collegelid is toegekend.

 

Hoofdstuk VI Slotbepalingen

 

Artikel 30. Slotbepalingen

  • 1.

    Dit reglement wordt aangehaald als: Algemeen reglement mandaat Gelderland 2025.

  • 2.

    Dit reglement treedt in werking met ingang van de dag na datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin het wordt geplaatst.

  • 3.

    Het Algemeen reglement mandaat Gelderland 2009 wordt ingetrokken met ingang van het in

  • het tweede lid bedoelde tijdstip.

 

Gepubliceerd te Arnhem

Gedeputeerde Staten van Gelderland

Daniël Wigboldus - C ommissaris van de Koning

Johan Osinga - S ecretaris

 

Naar boven