Provinciaal blad van Noord-Brabant
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Noord-Brabant | Provinciaal blad 2025, 12797 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Noord-Brabant | Provinciaal blad 2025, 12797 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Regeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 1 juli 2025 tot wijziging van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant in verband met het verhogen van enkele subsidieplafonds in paragrafen 1, 4 en 9, het wijzigen van de subsidieverantwoording voor gemeenten in paragraaf 3, het vaststellen van een nieuwe paragraaf 5 Voedselbossen en het wijzigen van bijlage 14 (Achtendertigste wijziging Subsidieregeling natuur Noord-Brabant)
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant;
Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;
Overwegende dat het wenselijk is de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant te wijzigen in verband met het verhogen van enkele subsidieplafonds in paragrafen 1, 4 en 9, het wijzigen van de subsidieverantwoording voor gemeenten in paragraaf 3, het vaststellen van een nieuwe paragraaf 5 Voedselbossen en het wijzigen van bijlage 14;
Artikel I Wijziging Subsidieregeling natuur Noord-Brabant
De Subsidieregeling natuur Noord-Brabant wordt als volgt gewijzigd:
In artikel 1.10, onder e, wordt “€ 789.225” vervangen door “€ 790.994”.
Artikel 1.13 wordt als volgt gewijzigd:
Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
In afwijking van het tweede lid is verlenging van de termijn met maximaal vier jaar mogelijk, indien de veldcheck of de herhalingsmeetronde, bedoeld in bijlage 9 behorende bij deze regeling, wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder c, en de subsidieontvanger verlenging van de termijn voor het afronden van de veldcheck of de herhalingsmeetronde wenselijk acht.
Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel m door een puntkomma, wordt aan artikel 3.1 een onderdeel toegevoegd, luidende:
Aan artikel 3.14 wordt een lid toegevoegd, luidende:
In afwijking van de voorgaande leden, toont een subsidieontvanger die een gemeente is, bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken:
In artikel 4.10, onder f, wordt “€ 700.000” vervangen door “€ 1.003.666”.
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
Asv: Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;
de-minimissteun: steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in Verordening (EU) 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwsector (PbEU 2013, L 352);
Natuurbeheerplan: plan als bedoeld in artikel 1.2 van de Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Brabant 2016;
NNB: Natuur Netwerk Brabant, zijnde een samenhangend netwerk van natuurgebieden, dat van nationaal en internationaal belang is en het veiligstellen van ecosystemen als doel heeft, en is aangewezen en begrensd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant;
voedselbos: door mensen ontworpen productief ecosysteem naar het voorbeeld van een natuurlijk bos, met een hoge diversiteit aan meerjarige of houtige soorten, waarvan delen zoals vruchten, zaden, bladeren en stengels voor de mens als voedsel dienen.
Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies in de vorm van een geldbedrag.
Artikel 5.4 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op de aanleg van een voedselbos.
Subsidie wordt geweigerd indien:
Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
Artikel 5.7 Subsidiabele kosten
Voor subsidie gelden lumpsum bedragen.
Subsidieaanvragen worden ingediend van 20 augustus 2025 tot en met 30 september 2027.
Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de periode, genoemd in artikel 5.8, vast op € 1.000.000.
Artikel 5.12 Verplichtingen van de subsidieontvanger
Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder b, en de subsidieontvanger verlenging van die termijn wenselijk acht, kan hij uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging met maximaal één jaar.
Artikel 5.14 Bevoorschotting en betaling
Artikel 5.15 Subsidievaststelling
Bij subsidies tot € 25.000 wordt de subsidie op grond van artikel 20, eerste lid, onder b, van de Asv ambtshalve vastgesteld.
Gedeputeerde Staten zenden in 2028 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de effecten en de doeltreffendheid van deze paragraaf in de praktijk.
In artikel 9.10, onderdeel e, onder 3°, wordt “€ 1.700.000” vervangen door “€ 2.325.234”.
Artikel 17.6, eerste lid, onderdeel j, onder 7°, komt te luiden:
Na bijlage 4a van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant wordt bijlage 1 bij deze regeling ingevoegd.
Bijlage 14 behorende bij de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant wordt vervangen door bijlage 2 bij deze regeling.
’s-Hertogenbosch, 1 juli 2025
Gedeputeerde Staten voornoemd,
de voorzitter,
mr. I.R. Adema
de secretaris,
drs. G.H.E. Derks MPA
Bijlage 1 behorende bij artikel I, onder I, van de Achtendertigste wijziging van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant
Bijlage 4b behorende bij artikel 5.6, onder c, van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant
Sub B: vereisten kroonbomen en kroonlaag
Sub C: verplichte onderdelen aanvraag voedselbossen
Voedselbos: een door mensen ontworpen productief en aaneengesloten bos met een hoge diversiteit aan meerjarige planten dat zichzelf op termijn in stand kan houden. In het kader van deze subsidieparagraaf wordt in de eerste 5 jaar minimaal de basis van het voedselbos ontwikkeld, bestaande uit kroonbomen, lagere bomen, struiken/heesters, windhagen, ecologische hagen en pioniersbomen. Voorts heeft het voedselbos in het kader van deze paragraaf de volgende kenmerken:
* exclusief de windhaag, (overige) inheemse hagen, pioniersbomen en andere vegetatielagen en omzomingen.
** exclusief hagen en omzomingen en andere vegetatielagen. De verplichting voor pioniersbomen is opgenomen, omdat de praktijk uitwijst dat voedselbossen met grote aanplant van inheemse pioniersbomen een veel grotere slagingskans hebben, onder andere door een betere bodemontwikkeling en een positieve uitwerking op de groei van de permanente planten in het bos. 250/ha pioniersbomen is als minimum gekozen, wat bij elk type voedselbos zou moeten passen. Afhankelijk van het ontwerp kan het aan te bevelen zijn om meer pioniersbomen aan te planten, om de ontwikkeling van een voedselbos en de bodem te versterken en versnellen.
Sub B – vereisten kroonbomen en kroonlaag
Vereisten kroonbomen en kroonlaag:
De kroonbomen betreffen de bomen die hun hele leven in het bos blijven staan en niet hoeven wijken. Kroonbomen worden altijd direct vergezeld van minimaal 1 pioniersboom (zie de handreiking in tabel B3 keuzelijst pioniersbomen) die helpen de groei te bespoedigen en welke na 10 jaar gefaseerd verwijderd kunnen worden. De kroonbomen betreffen geen fruitbomen (enkele uitzonderingen daargelaten). De kroonbomen zijn bedoeld om langdurig de kroon van het bos te vormen. Ze worden niet kort gehouden ten behoeve van de oogst van vruchten of onderdelen van de boom. Winterlinde en Chinese mahonie (Toona sinensis/uiensoepboom) gelden niet als kroonboom, omdat deze normaliter kort gehouden worden voor de oogst.
Vanwege de diversiteit aan ontwerpen en veelheid aan soorten kroonbomen, lagere bomen en pioniersbomen kan het voorkomen dat er aanvullende wensen zijn op de opgenomen handreikingen. In principe zijn de handreikingen leidend. Deze zaken worden in een vooroverleg tussen aanvrager en de provincie besproken en de keuzes die volgen worden altijd in het definitieve ontwerp zichtbaar gemaakt en in het activiteitenplan onderbouwd.
Tabel B2 Handreiking Keuzelijst kroonbomen
Tabel B3 Handreiking Keuzelijst pioniersbomen
Sub C – Verplichte onderdelen aanvraag voedselbossen
Bijlage 2 behorende bij artikel I, onder J, van de Achtendertigste wijziging van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant
Bijlage 14 behorende bij artikel 5.6, onderdeel k, onder 5°, en artikel 17.6, eerste lid, onderdeel j, onder 7°, van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant
Toelichting behorende bij de Achtendertigste wijziging van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant
Met dit besluit is de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant gewijzigd in verband met het verhogen van enkele subsidieplafonds in paragrafen 1, 4 en 9, het wijzigen van de subsidieverantwoording voor gemeenten in paragraaf 3, het vaststellen van een nieuwe paragraaf 5 voor voedselbossen en het wijzigen van bijlage 14.
Onderdeel A (artikel 1.10, onder e)
Er zijn meer middelen beschikbaar voor subsidieverstrekking op basis van deze paragraaf. Met deze wijziging is het subsidieplafond verhoogd. Met deze verhoging van het subsidieplafond kan subsidie worden verstrekt voor alle tot nu toe ingediende aanvragen om subsidie die voor subsidie in aanmerking komen.
Onderdeel B (artikel 1.13, derde lid)
In het tweede lid was al geregeld dat indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn en de subsidieontvanger verlenging van die termijn wenselijk acht, hij uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek kan indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging met maximaal een jaar.
Met de toevoeging van een nieuw derde lid aan artikel 1.13 is het mogelijk – na uitvoering van de maatregel(en) – de termijn voor het afronden van de veldcheck of de herhalingsmeetronde, bedoeld in bijlage 9, behorende bij deze regeling, te verlengen met maximaal vier jaar. In de praktijk blijkt het niet altijd mogelijk om gedurende de projectperiode de veldcheck of herhalingsmeetronde af te ronden. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling om met deze wijziging een verdere verlenging van de periode voor het uitvoeren van de maatregel(en) mogelijk te maken.
Onderdelen C en D (artikelen 3.1 en 3.14)
Met de wijziging van de artikelen 3.1 en 3.14 is de subsidieverantwoording aangepast. Per abuis was de financiële verantwoording voor Sisa-medeoverheden op grond van artikel 17a van de Financiële verhoudingswet niet opgenomen. Met deze wijziging is dit hersteld.
Onderdeel E (artikel 4.10, onder f)
Met deze wijziging is het subsidieplafond verhoogd. Na vaststelling van het subsidieplafond bleek dat er meer middelen beschikbaar zijn voor subsidieverstrekking op basis van deze paragraaf. Met een deel van die middelen wordt de ophoging van het subsidieplafond gefinancierd.
Onderdeel F (paragraaf 5 Voedselbossen)
Met deze wijziging is een nieuwe paragraaf 5 Voedselbossen ingevoegd.
Voedselbossen dragen bij aan verschillende ecosysteemdiensten (voedselproductie, biodiversiteit, koolstofopslag, waterhuishouding, stikstof binding, en meer). Door bij te dragen aan deze ecosysteemdiensten is het aanleggen van voedselbossen een stap voor meerdere beleidstrajecten, zoals de Brabantse Bossenstrategie en het Actieplan Brabantse Bomen, het Brabantse Ontwikkelaanpak Stikstof, de Droogteagenda 2040 en draagt het bij aan de ontwikkelingen van Brabantse Bodem.
Door hun bijdrage aan de ecosysteemdiensten versterken voedselbossen ook de natuurlijke hulpbronnen voor omliggende landbouwpercelen, natuurgebieden, recreatiegebieden of woongebied. Op deze manier kunnen voedselbossen ook een oplossing bieden aan ruimtelijke processen waar veel druk op ligt.
Voedselbossen kunnen in toekomst een waardevolle uitbreiding van de gangbare landbouwmethodes worden. Met de verbinding van verschillende diensten en lange termijn planning geven voedselbossen een mogelijke uitkomst aan verschillende stressfactoren in de landbouw. De nieuwe paragraaf 5 Voedselbossen beoogt een impuls aan de voedselbosbeweging te geven en voor meer ervaring en kennis te zorgen.
Hoewel over de aanleg en de werking van voedselbossen proefondervindelijk nog zeker kennis opgedaan kan worden, is de ervaring inmiddels zover dat we spreken van een landbouwactiviteit. Mede ook omdat de ondergrond mee telt in de gecombineerde opgave. Daarmee is voor de investeringen onder deze paragraaf sprake van staatssteun. Voor de eenvoud voor aanvrager en uitvoering wordt gewerkt met lump sum bedragen, vandaar dat voor staatssteun de deminimis voor de Landbouw wordt ingezet als staatssteunoplossing.
Onderdeel G (artikel 9.10, onder e, onder 3°)
Met deze wijziging is het subsidieplafond verhoogd. Met deze verhoging van het subsidieplafond kan subsidie worden verstrekt voor alle tot nu toe ingediende aanvragen om subsidie die voor subsidie in aanmerking komen.
Onderdeel H (artikel 17.6, eerste lid, onder j, onder 7°)
Dit is een redactionele wijziging in verband met de vervanging van de kaart in Bijlage 14.
In artikel 5.6, onder c, is geregeld dat het project voldoet aan de vereisten opgenomen in Bijlage 4b behorende bij deze regeling. Met deze wijziging is die bijlage in de regeling gevoegd.
Met deze wijziging is de kaart in Bijlage 14 geactualiseerd.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2025-12797.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.