Regeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 1 juli 2025 tot wijziging van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant in verband met het verhogen van enkele subsidieplafonds in paragrafen 1, 4 en 9, het wijzigen van de subsidieverantwoording voor gemeenten in paragraaf 3, het vaststellen van een nieuwe paragraaf 5 Voedselbossen en het wijzigen van bijlage 14 (Achtendertigste wijziging Subsidieregeling natuur Noord-Brabant)

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant;

 

Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;

 

Overwegende dat het wenselijk is de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant te wijzigen in verband met het verhogen van enkele subsidieplafonds in paragrafen 1, 4 en 9, het wijzigen van de subsidieverantwoording voor gemeenten in paragraaf 3, het vaststellen van een nieuwe paragraaf 5 Voedselbossen en het wijzigen van bijlage 14;

 

Besluiten vast te stellen de volgende regeling:

Artikel I Wijziging Subsidieregeling natuur Noord-Brabant

De Subsidieregeling natuur Noord-Brabant wordt als volgt gewijzigd:

 

A.

In artikel 1.10, onder e, wordt “€ 789.225” vervangen door “€ 790.994”.

 

B.

Artikel 1.13 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    In het tweede lid wordt “de termijn, genoemd in het eerste lid, onder a,” vervangen door “de termijn, genoemd in het eerste lid, onder c,”.

  • 2.

    Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

    • 3.

      In afwijking van het tweede lid is verlenging van de termijn met maximaal vier jaar mogelijk, indien de veldcheck of de herhalingsmeetronde, bedoeld in bijlage 9 behorende bij deze regeling, wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder c, en de subsidieontvanger verlenging van de termijn voor het afronden van de veldcheck of de herhalingsmeetronde wenselijk acht.

C.

Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel m door een puntkomma, wordt aan artikel 3.1 een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • n.

    financiële verantwoording Sisa -medeoverheden: financiële verantwoording voor mede-overheden die volgt uit de beschikking van de specifieke uitkering van het Rijk.

D.

Aan artikel 3.14 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 3.

    In afwijking van de voorgaande leden, toont een subsidieontvanger die een gemeente is, bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken:

    • a.

      een activiteitenverslag;

    • b.

      een financiële verantwoording voor Sisa-medeoverheden op grond van artikel 17a van de Financiële verhoudingswet.

E.

In artikel 4.10, onder f, wordt “€ 700.000” vervangen door “€ 1.003.666”.

 

F.

Paragraaf 5 komt te luiden:

Paragraaf 5 Voedselbossen

 

Artikel 5.1 Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Asv: Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;

de-minimissteun: steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in Verordening (EU) 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwsector (PbEU 2013, L 352);

Natuurbeheerplan: plan als bedoeld in artikel 1.2 van de Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Brabant 2016;

NNB: Natuur Netwerk Brabant, zijnde een samenhangend netwerk van natuurgebieden, dat van nationaal en internationaal belang is en het veiligstellen van ecosystemen als doel heeft, en is aangewezen en begrensd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant;

voedselbos: door mensen ontworpen productief ecosysteem naar het voorbeeld van een natuurlijk bos, met een hoge diversiteit aan meerjarige of houtige soorten, waarvan delen zoals vruchten, zaden, bladeren en stengels voor de mens als voedsel dienen.

 

Artikel 5.2 Doelgroep

  • 1.

    Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door:

    • a.

      natuurlijke personen;

    • b.

      privaatrechtelijke rechtspersonen;

    • c.

      publiekrechtelijke rechtspersonen;

    • d.

      een samenwerkingsverband van aanvragers als bedoeld in het eerste lid, onder a, b of c.

  • 2.

    Indien een samenwerkingsverband als bedoeld in het eerste lid, onder d, geen rechtspersoonlijkheid bezit:

    • a.

      wordt subsidie aangevraagd door een deelnemer van het samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid; en

    • b.

      draagt het project de instemming van alle deelnemers van het samenwerkingsverband, blijkend uit een samenwerkingsverklaring.

Artikel 5.3 Subsidievorm

Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies in de vorm van een geldbedrag.

 

Artikel 5.4 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op de aanleg van een voedselbos.

 

Artikel 5.5 Weigeringsgronden

Subsidie wordt geweigerd indien:

  • a.

    reeds voor indiening van de aanvraag begonnen is met de aanplant van het voedselbos;

  • b.

    het project een aaneengesloten oppervlakte van minder dan 1 hectare omvat;

  • c.

    de aangevraagde subsidie minder bedraagt dan € 14.000;

  • d.

    voor dezelfde activiteit reeds subsidie of een bijdrage is verstrekt op grond van deze regeling of een andere regeling;

  • e.

    de aanvrager het maximumbedrag aan de-minimissteun van € 50.000 al heeft overschreden berekend over het lopende kalenderjaar en de twee daaraan voorafgaande kalenderjaren.

Artikel 5.6 Subsidievereisten

Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

    het project wordt uitgevoerd in de provincie Noord-Brabant, blijkend uit een kadastrale omschrijving van de grond en een kaart met topografische ondergrond, met een schaal van ten hoogste 1:10.000, met daarop de ligging van het voedselbos;

  • b.

    het project is gericht op de aanleg van een voedselbos;

  • c.

    het project voldoet aan de vereisten opgenomen in bijlage 4b behorende bij deze regeling;

  • d.

    in de eerste 5 jaar na de verlening van de subsidie worden de kroonlaag, lagere bomenlaag en struiklaag gerealiseerd, alsmede de windhagen, ecologische hagen en pioniersbomen, blijkend uit een realistische planning;

  • e.

    in het project worden geen invasieve exoten verwerkt die zijn opgenomen in het Plan van aanpak Invasieve exoten Noord-Brabant;

  • f.

    het project wordt uitgevoerd op grond gelegen buiten het NNB;

  • g.

    het project wordt uitgevoerd op grond gelegen buiten de locaties voor agrarische zoekgebieden en leefgebieden voor weidevogels in open grasland als aangeduid in het Natuurbeheerplan;

  • h.

    het project wordt gerealiseerd op grond:

    • 1°.

      waar dit volgens het geldende omgevingsplan rechtstreeks is toegestaan;

    • 2°.

      waarvoor een schriftelijke toestemming van het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente is afgegeven; of

    • 3°.

      waarvoor uit een ander bewijsstuk blijkt dat het is toegestaan;

  • i.

    de subsidieontvanger heeft:

    • 1°.

      zeggenschap op basis van eigendom over de grond waarop het project betrekking heeft; of

    • 2°.

      schriftelijke toestemming van de eigenaar van de grond waarop het project betrekking heeft;

  • j.

    het project kan binnen 7 jaar na de start worden afgerond;

  • k.

    aan het project ligt een projectplan ten grondslag waarin in ieder geval is opgenomen:

    • 1°.

      op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf;

    • 2°.

      een sluitende en realistische begroting;

    • 3°.

      een overzicht van de bij aanleg van het voedselbos te gebruiken soorten, uitgedrukt in aantallen per soort, opgenomen in bijlage 4b behorende bij deze regeling;

    • 4°.

      een beschrijving van de wijze waarop de instandhouding van het voedselbos wordt gewaarborgd gedurende 5 jaar na de afronding van het project;

    • 5°.

      een onderbouwing van de maatregelen ter beheersing van natuurbranden indien het project wordt uitgevoerd in of binnen een straal van een kilometer van een of meer van de in bijlage 14 bij deze regeling bedoelde natuurgebieden;

    • 6°.

      een volledig ingevulde en ondertekende de-minimisverklaring.

Artikel 5.7 Subsidiabele kosten

Voor subsidie gelden lumpsum bedragen.

 

Artikel 5.8 Aanvraagtijdvak

Subsidieaanvragen worden ingediend van 20 augustus 2025 tot en met 30 september 2027.

 

Artikel 5.9 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de periode, genoemd in artikel 5.8, vast op € 1.000.000.

 

Artikel 5.10 Subsidiehoogte

  • 1.

    De hoogte van de subsidie bedraagt per subsidieaanvraag een vast bedrag van € 3.000 plus € 11.000 per hectare tot een maximum van in totaal € 50.000.

  • 2.

    Als al eerder op grond van deze regeling subsidie is verstrekt aan dezelfde aanvrager, wordt in afwijking van het eerste lid slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het totale bedrag aan subsidies niet meer bedraagt € 50.000.

  • 3.

    In afwijking van de voorgaande leden, wordt aan de aanvrager maximaal een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het plafond voor de-minimissteun niet wordt overschreden, berekend over het lopende kalenderjaar en de twee kalenderjaren daaraan voorafgaand.

  • 4.

    Indien toepassing van het tweede of derde lid tot gevolg heeft dat de subsidie minder dan € 14.000 bedraagt, wordt de subsidie niet verstrekt.

Artikel 5.11 Verdelingswijze

  • 1.

    Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

  • 2.

    Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.

  • 3.

    Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting, in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.

  • 4.

    De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris, waarbij de aanvragen worden gerangschikt op volgorde van trekking en de eerst getrokken aanvraag als eerstvolgende in aanmerking komt voor subsidie en de laatst getrokken aanvraag als laatste.

  • 5.

    De subsidie wordt verdeeld over aanvragen die:

    • a.

      opeenvolgend zijn in de rangschikking; en

    • b.

      die volledig gehonoreerd kunnen worden.

Artikel 5.12 Verplichtingen van de subsidieontvanger

  • 1.

    De subsidieontvanger:

    • a.

      start het project binnen één jaar na verlening van de subsidie;

    • b.

      rondt het project af binnen 7 jaar na de start van het project;

    • c.

      houdt het voedselbos tenminste 5 jaar na afronding van het project in stand;

    • d.

      overlegt bij subsidies van € 25.000 en hoger jaarlijks een voortgangsverslag, indien de periode van uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt meer dan twaalf maanden bedraagt.

  • 2.

    Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder b, en de subsidieontvanger verlenging van die termijn wenselijk acht, kan hij uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging met maximaal één jaar.

Artikel 5.13 Verantwoording

  • 1.

    Bij subsidies tot € 25.000 toont de subsidieontvanger desgevraagd aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken:

    • a.

      foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project;

    • b.

      een gespecificeerde factuur of facturen voor het project.

  • 2.

    Bij subsidies van € 25.000 tot € 100.000 toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken:

    • a.

      een activiteitenverslag;

    • b.

      foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project;

    • c.

      een gespecificeerde factuur of facturen voor het project.

Artikel 5.14 Bevoorschotting en betaling

  • 1.

    Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 100% van het verleende subsidiebedrag.

  • 2.

    Het voorschot, bedoeld in het eerste lid, wordt in één keer betaald.

Artikel 5.15 Subsidievaststelling

Bij subsidies tot € 25.000 wordt de subsidie op grond van artikel 20, eerste lid, onder b, van de Asv ambtshalve vastgesteld.

 

Artikel 5.16 Evaluatie

Gedeputeerde Staten zenden in 2028 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de effecten en de doeltreffendheid van deze paragraaf in de praktijk.

 

G.

In artikel 9.10, onderdeel e, onder 3°, wordt “€ 1.700.000” vervangen door “€ 2.325.234”.

 

H.

Artikel 17.6, eerste lid, onderdeel j, onder 7°, komt te luiden:

  • 7°.

    een onderbouwing van de maatregelen ter beheersing van natuurbranden indien het project wordt uitgevoerd in of binnen een straal van een kilometer van een of meer van de in bijlage 14 bedoelde natuurgebieden.

I.

Na bijlage 4a van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant wordt bijlage 1 bij deze regeling ingevoegd.

 

J.

Bijlage 14 behorende bij de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant wordt vervangen door bijlage 2 bij deze regeling.

Artikel II Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

’s-Hertogenbosch, 1 juli 2025

Gedeputeerde Staten voornoemd,

de voorzitter,

mr. I.R. Adema

de secretaris,

drs. G.H.E. Derks MPA

Bijlage 1 behorende bij artikel I, onder I, van de Achtendertigste wijziging van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant

 

Bijlage 4b behorende bij artikel 5.6, onder c, van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant

 

Sub A: vereisten voedselbos

Sub B: vereisten kroonbomen en kroonlaag

Sub C: verplichte onderdelen aanvraag voedselbossen

 

Sub A – vereisten voedselbos

 

Voedselbos: een door mensen ontworpen productief en aaneengesloten bos met een hoge diversiteit aan meerjarige planten dat zichzelf op termijn in stand kan houden. In het kader van deze subsidieparagraaf wordt in de eerste 5 jaar minimaal de basis van het voedselbos ontwikkeld, bestaande uit kroonbomen, lagere bomen, struiken/heesters, windhagen, ecologische hagen en pioniersbomen. Voorts heeft het voedselbos in het kader van deze paragraaf de volgende kenmerken:

  • Een kroonlaag van hogere bomen (kroonbomen), een lagere bomenlaag en een struiklaag bestaande uit minimaal 50 productieve en unieke soorten aan bomen en struiken qua indeling in taxonomische rang (exclusief cultivars/rassen).

  • Een of meerdere windhagen.

  • Een of meerdere ecologische hagen.

  • Kroonbomen/kroonlaag; zie Sub B.

  • Minimaal 1 ha aaneengesloten oppervlakte.

  • De aanplant van blijvende kroonbomen, lagere bomen en struiken bedraagt minimaal 700 stuks per hectare (exclusief windhagen, ecologische hagen en pioniersbomen).

  • Minimaal 250 pioniersbomen per hectare. Deze snelgroeiende pioniersbomen zijn weersbestendig en hebben een systeemdienende functie. Zie handreiking in tabel B3.

Tabel A1

Min. # soorten kroonbomen, lagere bomen en struiken *

Min. # planten/ha aan kroonbomen, lagere bomen en struiken*

Min. # inheemse soorten ecologische haag

Min. afstand (meters) inheemse haag/ha

Min. # inheemse pioniersbomen/ha

**

50

700

10

100

250

 

* exclusief de windhaag, (overige) inheemse hagen, pioniersbomen en andere vegetatielagen en omzomingen.

** exclusief hagen en omzomingen en andere vegetatielagen. De verplichting voor pioniersbomen is opgenomen, omdat de praktijk uitwijst dat voedselbossen met grote aanplant van inheemse pioniersbomen een veel grotere slagingskans hebben, onder andere door een betere bodemontwikkeling en een positieve uitwerking op de groei van de permanente planten in het bos. 250/ha pioniersbomen is als minimum gekozen, wat bij elk type voedselbos zou moeten passen. Afhankelijk van het ontwerp kan het aan te bevelen zijn om meer pioniersbomen aan te planten, om de ontwikkeling van een voedselbos en de bodem te versterken en versnellen.

 

Sub B – vereisten kroonbomen en kroonlaag

 

Vereisten kroonbomen en kroonlaag:

  • De kroonbomen worden op de specifieke standplaats van het voedselbos naar verwachting ca. 10 meter of hoger. Zie tabel B2 voor een handreiking in de vorm van de keuzelijst van mogelijke soorten.

  • Minimaal de helft van de kroonbomen wordt naar verwachting op de specifieke standplaats zeer groot (>10 meter) en heeft een zeer lange levensverwachting (minimaal 100 jaar). Zie vereisten tabel B1 en onderbouw in het activiteitenplan (projectplan) de keuzes die gemaakt worden.

  • De kroonbomen betreffen de bomen die hun hele leven in het bos blijven staan en niet hoeven wijken. Kroonbomen worden altijd direct vergezeld van minimaal 1 pioniersboom (zie de handreiking in tabel B3 keuzelijst pioniersbomen) die helpen de groei te bespoedigen en welke na 10 jaar gefaseerd verwijderd kunnen worden. De kroonbomen betreffen geen fruitbomen (enkele uitzonderingen daargelaten). De kroonbomen zijn bedoeld om langdurig de kroon van het bos te vormen. Ze worden niet kort gehouden ten behoeve van de oogst van vruchten of onderdelen van de boom. Winterlinde en Chinese mahonie (Toona sinensis/uiensoepboom) gelden niet als kroonboom, omdat deze normaliter kort gehouden worden voor de oogst.

Vanwege de diversiteit aan ontwerpen en veelheid aan soorten kroonbomen, lagere bomen en pioniersbomen kan het voorkomen dat er aanvullende wensen zijn op de opgenomen handreikingen. In principe zijn de handreikingen leidend. Deze zaken worden in een vooroverleg tussen aanvrager en de provincie besproken en de keuzes die volgen worden altijd in het definitieve ontwerp zichtbaar gemaakt en in het activiteitenplan onderbouwd.

 

Tabel B1 Vereisten kroonbomen

 

Omvang voedselbos

Min.# stuks kroonbomen/ha

Min.# soorten kroonbomen

Min. # stuks per soort

Min. aantal langlevende kroonbomen/ha (>100 jaar)

Min. # soorten langlevende kroonbomen (>100 jaar)

1 ha- <2 ha

35

4

2

17

2

2 ha - <3 ha

35

6

2

17

3

3 ha - < 4 ha

35

8

2

17

3

4 ha - < 5 ha

35

8

2

17

4

5 ha >

35

10

2

17

4

 

Tabel B2 Handreiking Keuzelijst kroonbomen

 

Boomvormers op standplaats locatie >10m.

Wetenschappelijke naam

Nederlandse naam

Voorwaarde

Acer saccharum

Suikeresdoorn

geen witte esdoorn of zilveresdoorn

Araucaria araucana

Slangenden

Carya illinoinensis

Pecannoot

Carya illinoinensis x laciniosa

Hican

Carya illinoinensis x ovata

Hican

Carya laciniosa

Koningsnoot

Carya ovata

Hickory bitternoot

Carya ovata x cordiformis

Hickory hybride

Carya ovata x laciniosa

Hickory hybride

Castanea mollissima

Chinese kastanje

Castanea mollissima x sativa

Kastanje hybride

Castanea sativa

Tamme kastanje

Castanea sativa x crenata

Tamme kastanje

Corylus x colurnoides

Trazel

Crataegus tanacetifolia

Fruit meidoorn

Ginkgo biloba

Ginkgo

Gleditsia triacanthos

Valse christusboom

Juglans ailanthifolia

Japanse walnoot (hartnoot)

Juglans cinerea

Witte walnoot

Juglans nigra

Zwarte walnoot

Juglans regia

Walnoot

Morus nigra

Zwarte moerbei

Pinus koraiensis

Koreaanse den

Prunus avium

Zoete kers

op onderstam Limburgse Boskriek of F12.1

Prunus domestica

Pruim

wilde soort

Pyrus communis

Peer

op onderstam Pyrus communis of Kirchensaller

Quercus ilex

Steeneik

Sophora japonica

Honingboom

Sassafras spp.

Sassafras

Sorbus domestica

Peervormige lijsterbes

Sorbopyrus auricularis

Peerlijsterbes

Ziziphus jujuba

Chinese dadelboom

 

Tabel B3 Handreiking Keuzelijst pioniersbomen

 

Wetenschappelijke naam

Nederlandse naam

Acer campestre

Veldesdoorn

Acer pseudoplatanus

Gewone esdoorn

Acer saccharinum

Zilveresdoorn

Aesculus hippocastanum

Paardenkastanje

Alnus cordata

Italiaanse els

Alnus glutinosa

Zwarte els

Alnus incana

Witte els

Betula pendula

Ruwe berk

Betula pubescens

Zachte berk

Carpinus betulus

Haagbeuk

Fagus sylvatica

Gewone beuk

Fraxinus excelsior

Gewone es

Malus sylvestris

Wilde appel

Populus nigra

Zwarte populier

Populus tremula

Ratelpopulier

Prunus padus

Vogelkers

Quercus petreae

Wintereik

Quercus robur

Zomereik

Rhamnus frangula

Sporkehout

Salix alba

Schietwilg

Salix caprea

Boswilg

Salix fragilis

Kraakwilg

Sorbus aucuparia

Wilde lijsterbes

Tilia cordata

Winterlinde

Tilia platyphyllos

Zomerlinde

Ulmus laevis

Fladderiep

 

Sub C – Verplichte onderdelen aanvraag voedselbossen

 

Voedselbos verplichte onderdelen

Zie het Subsidieaanvraagformulier onder ‘activiteitenplan’ voor nadere detaillering

Activiteitenplan (projectplan)

Toelichtende beschrijvingen

Ontwerp

  • Een duidelijk leesbaar visueel beeld (minimaal 1:1500 of groter) van het bos dat aangeplant wordt in eerste 5 jaar;

  • Zichtbare vegetatielagen en andere zones;

  • Aansluiting met beplantingsplan/plantlijst.

  • Ecologische haag

  • Windhaag: gesloten haag op eigen terrein, bladverliezende soorten

Beplantingsplan

Beplantingsplan; plan, waarin in samenhang met het ontwerp en plantlijst te zien is welke kroonbomen, lagere bomen, struiken en hagen op welke locaties komen te staan.

  • Fasering; wanneer wordt wat aangelegd

  • Voor eerste 5 jaar;

  • Aansluiting met ontwerp/plantlijst

Plantlijst

  • Soortnaam (NL), aantal stuks, verwachte groeihoogte;

  • Minimale maatvoering aanplant

  • Vermelding vegetatielaag of type haag

Planning, fasering en betrokken partijen

Duidelijke planning met data en activiteiten voor (minimaal) eerste 5 jaar. Beschrijving betrokken partijen en personen en hun taken/rol.

Bijlage 2 behorende bij artikel I, onder J, van de Achtendertigste wijziging van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant

 

Bijlage 14 behorende bij artikel 5.6, onderdeel k, onder 5°, en artikel 17.6, eerste lid, onderdeel j, onder 7°, van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant

 

Natuurgebieden aangewezen voor natuurbrandbeheersing

 

 

Toelichting behorende bij de Achtendertigste wijziging van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant

I. Algemeen

 

Met dit besluit is de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant gewijzigd in verband met het verhogen van enkele subsidieplafonds in paragrafen 1, 4 en 9, het wijzigen van de subsidieverantwoording voor gemeenten in paragraaf 3, het vaststellen van een nieuwe paragraaf 5 voor voedselbossen en het wijzigen van bijlage 14.

 

II Artikelsgewijs

 

Onderdeel A (artikel 1.10, onder e)

Er zijn meer middelen beschikbaar voor subsidieverstrekking op basis van deze paragraaf. Met deze wijziging is het subsidieplafond verhoogd. Met deze verhoging van het subsidieplafond kan subsidie worden verstrekt voor alle tot nu toe ingediende aanvragen om subsidie die voor subsidie in aanmerking komen.

 

Onderdeel B (artikel 1.13, derde lid)

In het tweede lid was al geregeld dat indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn en de subsidieontvanger verlenging van die termijn wenselijk acht, hij uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek kan indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging met maximaal een jaar.

Met de toevoeging van een nieuw derde lid aan artikel 1.13 is het mogelijk – na uitvoering van de maatregel(en) – de termijn voor het afronden van de veldcheck of de herhalingsmeetronde, bedoeld in bijlage 9, behorende bij deze regeling, te verlengen met maximaal vier jaar. In de praktijk blijkt het niet altijd mogelijk om gedurende de projectperiode de veldcheck of herhalingsmeetronde af te ronden. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling om met deze wijziging een verdere verlenging van de periode voor het uitvoeren van de maatregel(en) mogelijk te maken.

 

Onderdelen C en D (artikelen 3.1 en 3.14)

Met de wijziging van de artikelen 3.1 en 3.14 is de subsidieverantwoording aangepast. Per abuis was de financiële verantwoording voor Sisa-medeoverheden op grond van artikel 17a van de Financiële verhoudingswet niet opgenomen. Met deze wijziging is dit hersteld.

 

Onderdeel E (artikel 4.10, onder f)

Met deze wijziging is het subsidieplafond verhoogd. Na vaststelling van het subsidieplafond bleek dat er meer middelen beschikbaar zijn voor subsidieverstrekking op basis van deze paragraaf. Met een deel van die middelen wordt de ophoging van het subsidieplafond gefinancierd.

 

Onderdeel F (paragraaf 5 Voedselbossen)

Met deze wijziging is een nieuwe paragraaf 5 Voedselbossen ingevoegd.

 

Voedselbossen dragen bij aan verschillende ecosysteemdiensten (voedselproductie, biodiversiteit, koolstofopslag, waterhuishouding, stikstof binding, en meer). Door bij te dragen aan deze ecosysteemdiensten is het aanleggen van voedselbossen een stap voor meerdere beleidstrajecten, zoals de Brabantse Bossenstrategie en het Actieplan Brabantse Bomen, het Brabantse Ontwikkelaanpak Stikstof, de Droogteagenda 2040 en draagt het bij aan de ontwikkelingen van Brabantse Bodem.

Door hun bijdrage aan de ecosysteemdiensten versterken voedselbossen ook de natuurlijke hulpbronnen voor omliggende landbouwpercelen, natuurgebieden, recreatiegebieden of woongebied. Op deze manier kunnen voedselbossen ook een oplossing bieden aan ruimtelijke processen waar veel druk op ligt.

 

Voedselbossen kunnen in toekomst een waardevolle uitbreiding van de gangbare landbouwmethodes worden. Met de verbinding van verschillende diensten en lange termijn planning geven voedselbossen een mogelijke uitkomst aan verschillende stressfactoren in de landbouw. De nieuwe paragraaf 5 Voedselbossen beoogt een impuls aan de voedselbosbeweging te geven en voor meer ervaring en kennis te zorgen.

 

Staatssteun

Hoewel over de aanleg en de werking van voedselbossen proefondervindelijk nog zeker kennis opgedaan kan worden, is de ervaring inmiddels zover dat we spreken van een landbouwactiviteit. Mede ook omdat de ondergrond mee telt in de gecombineerde opgave. Daarmee is voor de investeringen onder deze paragraaf sprake van staatssteun. Voor de eenvoud voor aanvrager en uitvoering wordt gewerkt met lump sum bedragen, vandaar dat voor staatssteun de deminimis voor de Landbouw wordt ingezet als staatssteunoplossing.

 

Onderdeel G (artikel 9.10, onder e, onder 3°)

Met deze wijziging is het subsidieplafond verhoogd. Met deze verhoging van het subsidieplafond kan subsidie worden verstrekt voor alle tot nu toe ingediende aanvragen om subsidie die voor subsidie in aanmerking komen.

 

Onderdeel H (artikel 17.6, eerste lid, onder j, onder 7°)

Dit is een redactionele wijziging in verband met de vervanging van de kaart in Bijlage 14.

 

Onderdeel I (Bijlage 4b)

In artikel 5.6, onder c, is geregeld dat het project voldoet aan de vereisten opgenomen in Bijlage 4b behorende bij deze regeling. Met deze wijziging is die bijlage in de regeling gevoegd.

 

Onderdeel J (Bijlage 14)

Met deze wijziging is de kaart in Bijlage 14 geactualiseerd.

 

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

 

de voorzitter,

mr. I.R. Adema

 

de secretaris,

drs. G.H.E. Derks MPA

Naar boven