Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 15 juli 2025, nr. UTSP-4437239-5229, tot wijziging van de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Utrecht, nr. UTSP-4437239-3551

Gedeputeerde Staten van Utrecht;

 

Gelet op artikel 123, vierde lid, van de EU-verordening 2021/2115 en de artikelen 2 en 3 van de Regeling uitvoering NSP GLB 2023–2027;

 

Gelet op de artikelen 145 en 152 van de Provinciewet;

 

Gelet op

 

Overwegende dat:

 

  • de Europese Commissie op 13 december 2022 het Nederlands Nationaal Strategisch Plan in het kader van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid 2023-2027 heeft goedgekeurd;

  • Provinciale Staten bij besluit van 20 september 2023 hebben goedgekeurd het voorstel van Gedeputeerde Staten van 4 juli 2023 (UTSP-4437239-3552) om:

    • o

      de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Utrecht vast te stellen, welke in werking is getreden op 20 november 2023 (hierna: de Verordening); en

    • o

      aan Gedeputeerde Staten de bevoegdheid over te dragen om de Verordening te wijzigen, voor zover het gaat om wijzigingen van tekstuele of ondergeschikte aard gedurende de looptijd van de Verordening; en

  • het wenselijk is om de Verordening op een aantal tekstuele en ondergeschikte onderdelen te wijzigen overeenkomstig de daarover met de andere provincies gemaakte afspraken;

Besluiten derhalve als volgt:

Artikel I Wijziging regeling Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Utrecht

De Verordening wordt als volgt gewijzigd:

 

A

 

Artikel 1.1 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    In de begrippenlijst worden de volgende begripsbepalingen op alfabetische volgorde ingevoegd:

    niet-productieve investering: investering die niet leidt tot een aanzienlijke stijging van de waarde of de rentabiliteit van het bedrijf;

    productieve investering: investering in vaste activa of immateriële activa van ondernemingen met het oog op de productie van goederen en diensten, waardoor wordt bijgedragen tot de vorming van brutokapitaal en het scheppen van werkgelegenheid;

  • 2.

    In de begrippenlijst vervalt de begripsbepaling ‘verordening 2018/1046’.

B

 

Aan artikel 1.9b, eerste lid, wordt toegevoegd: ‘, onder de voorwaarden, genoemd in artikel 55, eerste lid, van verordening 2021/1060’.

 

C

 

In artikel 1.10, onderdeel g, wordt ‘Verordening (EU) 2018/1046’ vervangen door ‘Verordening (EU) 2024/2509 van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (PbEU L 2024/2509)’.

 

D

 

In artikel 1.11 wordt ‘de toepasselijke interventie’ vervangen door ‘de toepasselijke Europese verordeningen’.

 

E

 

In artikel 1.12, zesde lid, wordt na ‘op een gelijk puntenaantal eindigen’ ingevoegd: ‘, en het plafond met toekenning van deze aanvragen zou worden overschreden’.

 

F

 

In artikel 1.15 wordt, onder vernummering van het vijfde en zesde lid tot zesde en zevende lid, een lid ingevoegd, luidende:

  • '5.

    De verplichting bedoeld in het vierde lid, onderdeel d, is niet van toepassing indien de subsidieverlening mede is gebaseerd op het gebruik van de vereenvoudigde kostenoptie bedoeld in artikel 1.9b.’

G

 

Aan artikel 2.2.7 worden twee leden toegevoegd, luidende:

  • '3.

    In aanvulling op het eerste en tweede lid kunnen Gedeputeerde Staten in het openstellingsbesluit bepalen dat de subsidie 70% van de subsidiabele kosten bedraagt, of 80% als de subsidie wordt verstrekt aan een jonge landbouwer, indien sprake is van investeringen in:

    • a.

      agroforestry, te weten landbouwsystemen en -praktijken die houtige meerjarige planten, te weten bomen en struiken, bewust combineren op hetzelfde stuk land waar ook andere landbouwgewassen worden geteeld of veehouderij plaatsvindt, waardoor een ecologische en economische wisselwerking plaats tussen houtige en niet-houtige onderdelen van landbouwsystemen; of

    • b.

      waterbeheervoorzieningen ter verlaging van risico’s van verontreiniging van oppervlaktewater door erfspoeling.

  • 4.

    Bij toepassing van het derde lid geven Gedeputeerde Staten in het openstellingsbesluit aan op welke specifieke categorieën uit de investeringslijst de investeringen betrekking kunnen hebben.’

H

 

De bepaling van artikel 2.3.2 wordt in het geheel vervangen en komt als volgt te luiden:

‘Subsidie kan worden verstrekt aan:

  • a.

    een agrarisch collectief, te weten een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid bestaande uit landbouwers en andere grondgebruikers van landbouwgrond;

  • b.

    een landbouwer;

  • c.

    een landbouworganisatie, te weten een organisatie in de agrarische sector die aantoonbaar zowel de economische als de sociale belangen van de ondernemers in de agrarische sector behartigt;

  • d.

    een organisatie voor landschapsbeheer, te weten een organisatie die aantoonbaar gericht is op het beheer van natuur of landschap; of

  • e.

    een samenwerkingsverband van landbouwers.’

I

 

Aan artikel 2.3.3 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • '3.

    Als de aanvraag wordt ingediend door een agrarisch collectief, landbouworganisatie of organisatie voor landschapsbeheer wordt, in aanvulling op artikel 1.6, de aanvraag vergezeld van de statuten van de aanvrager.’

J

 

In artikel 2.5.1 vervalt in de begrippenlijst de begripsbepaling ‘GVE’.

 

K

 

In artikel 2.5.4 vervalt onderdeel e, onder vervanging van de puntkomma aan het slot van onderdeel d door een punt.

 

L

 

De bepaling van artikel 2.5.11 wordt in het geheel vervangen en komt als volgt te luiden:

‘In aanvulling op het bepaalde in de artikelen 1.16 en 1.18 bevat een voortgangsverslag of deelbetalingsverzoek het gerealiseerde en nog te verwachten aantal personen dat van advies, opleiding, kennisuitwisseling of deelname aan de activiteiten van het samenwerkingsverband heeft geprofiteerd of zal profiteren om betere duurzame economische, sociale, milieu- en klimaatprestaties en prestaties op het gebied van hulpbronnenefficiëntie te leveren.’

 

M

 

De bepaling van artikel 2.5.12 wordt in het geheel vervangen en komt als volgt te luiden:

‘In aanvulling op het bepaalde in de artikelen 1.20 en 1.21 bevat een inhoudelijk verslag het gerealiseerde aantal personen dat van advies, opleiding, kennisuitwisseling of deelname aan de activiteiten van het samenwerkingsverband heeft geprofiteerd om betere duurzame economische, sociale, milieu- en klimaatprestaties en prestaties op het gebied van hulpbronnenefficiëntie te leveren.’

 

N

 

In artikel 2.6.4, eerste lid, wordt ‘als bedoeld in artikel 2.6.3’ vervangen door ‘als bedoeld in artikel 2.6.3, tweede lid’.

 

O

 

Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel h door een puntkomma wordt aan artikel 2.6.5, tweede lid, een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • 'i.

    een toelichting op de begroting bedoeld in artikel 1.6, tweede lid, onder b, waaruit blijkt dat de subsidie voor de kosten, genoemd in artikel 2.6.9, tweede lid, onder g of i, maximaal 25% van de totale subsidie bedraagt.’

P

 

In artikel 2.6.6, tweede lid, wordt ‘het reeds bestaand samenwerkingsverband’ vervangen door ‘een reeds bestaand samenwerkingsverband’.

 

Q

 

Artikel 2.6.9 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    In het eerste lid vervalt ‘tot een maximum van € 40.000’.

  • 2.

    Het tweede lid, onderdelen b tot en met e, worden in het geheel vervangen en komen als volgt te luiden:

    • 'b.

      100% van de kosten voor investeringen als bedoeld in artikel 2.6.2 onder b, die niet zijn gericht op het watersysteem;

    • c.

      70% van de kosten voor investeringen als bedoeld in artikel 2.6.2 onder b, die zijn gericht op het watersysteem;

    • d.

      100% van de kosten voor investeringen als bedoeld in artikel 2.6.2 onder c, die niet alleen bijdragen aan waterkwantiteit;

    • e.

      70% van de kosten voor investeringen als bedoeld in artikel 2.6.2 onder c, die alleen bijdragen aan waterkwantiteit;’

  • 3.

    In het tweede lid, onderdeel h, wordt ‘ontwikkelen en beproeven’ vervangen door ‘ontwikkelen of beproeven’.

  • 4.

    In het tweede lid, onderdeel i, wordt ‘artikel 2.6.2 onder h’ vervangen door ‘artikel 2.6.2 onder g’.

  • 5.

    Onder vernummering van het derde lid tot vierde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

    • '3.

      In afwijking van het tweede lid, onder h, bedraagt de subsidie 40% van de kosten voor investeringen in bedrijfsmiddelen indien deze deel uitmaken van het ontwikkelen of beproeven van innovaties als bedoeld in artikel 2.6.2, onder f.

  • 6.

    Het vierde lid (nieuw) komt te luiden:

    • '4.

      De subsidie voor de som van de kosten bedoeld in het tweede lid, onder g of i, bedraagt maximaal 25% van de totale subsidie.’

Artikel II Wijziging toelichting Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027

De artikelsgewijze toelichting bij de Verordening wordt als volgt gewijzigd:

 

A

 

In de toelichting op artikel 1.15 wordt het volgende toegevoegd:

 

Op grond van artikel 1.15, vierde lid, onder d, is de subsidieontvanger, kort gezegd, verplicht een urenadministratie bij te houden. Deze verplichting past niet bij een project waarin de subsidiabele kosten worden berekend met de vereenvoudigde kostenoptie voor arbeidskosten (artikel 1.9b). Daarom is in het vijfde lid expliciet opgenomen dat de verplichting uit het vierde lid, onder d, in die situatie niet van toepassing is.

 

B

 

In de toelichting op artikel 2.2.7 wordt het volgende toegevoegd:

 

Voor investeringen in agroforestry en in waterbeheervoorzieningen ter verlaging van risico’s van verontreiniging van oppervlaktewater door erfspoeling zijn in de eerste openstelling te weinig aanvragen gedaan.

 

Bij agroforestry gaat het om landbouwsystemen en -praktijken die houtige meerjarige planten, te weten bomen en struiken, bewust combineren op hetzelfde stuk land waar ook andere landbouwgewassen worden geteeld of veehouderij plaatsvindt, waardoor een ecologische en economische wisselwerking plaats tussen houtige en niet-houtige onderdelen van landbouwsystemen.

 

Het steunpercentage (40% van de subsidiabele kosten van de productieve investering) had bij deze investeringen te weinig effect op potentiële aanvragers. Daarom is het Nederlands Nationaal Strategisch Plan GLB 2023-2027 (hierna: NSP) aangepast. Voor deze twee investeringen kunnen Gedeputeerde Staten in het openstellingsbesluit bepalen dat het steunpercentage 70% bedraagt, dan wel 80% bij jonge landbouwers. Hierdoor wordt het voor landbouwers aantrekkelijker investeringen te doen in agroforestry of in waterbeheervoorzieningen ter verlaging van risico’s van verontreiniging van oppervlaktewater door erfspoeling. Hierbij geldt dat Gedeputeerde Staten in het openstellingsbesluit aangeven voor welke specifieke categorieën uit de investeringslijst dit verhoogde steunpercentage geldt.

 

C

 

In de toelichting op artikel 2.3.2 wordt het volgende toegevoegd:

 

Het aantal categorieën van aanvragers is hierdoor uitgebreid van twee naar vijf. Naast landbouwers en samenwerkingsverbanden van landbouwers kunnen de volgende categorieën aanvragers een aanvraag doen:

  • -

    agrarisch collectieven;

  • -

    landbouworganisaties; en

  • -

    organisaties voor landschapsbeheer.

Bij agrarisch collectieven gaat het primair om de collectieven die de subsidies voor agrarisch natuurbeheer uit het Subsidiestelsel Natuur en Landschap (SNL) uitvoeren. Dit laat onverlet dat ook partijen die niet bij het SNL betrokken zijn een collectief kunnen oprichten. Bij landbouworganisaties en organisaties voor landschapsbeheer gaat het om organisaties die respectievelijk de sociale belangen van ondernemers in de agrarische sector behartigen, en die gericht zijn op het beheer van natuur of landschap.

 

D

 

In de toelichting op artikel 2.3.3, derde lid wordt het volgende toegevoegd:

 

Om te kunnen toetsen of een aanvrager een agrarisch collectief, landbouworganisatie of organisatie voor landschapsbeheer is, stuurt de aanvrager de statuten mee met de aanvraag. Het gaat bij een landbouworganisatie of organisatie voor landschapsbeheer dan ook om rechtspersonen.

 

E

 

In de toelichting op artikel 2.5.1, 2.5.4, 2.5.11 en 2.5.12 vervalt de tekst met betrekking tot GVE.

 

F

 

De toelichting op artikel 2.6.9 komt als volgt te luiden:

De subsidie voor de voorbereidende activiteiten wordt toegekend aan initiatiefnemers die voldoen aan de subsidiecriteria. De subsidie is bedoeld voor alle kosten ten behoeve van het opstellen (of updaten) van het gebiedsplan, het mobiliseren van de partijen uit het gebied en het samenstellen (of actualiseren) van een samenwerkingsverband dat de uitvoering van het plan in de tweede fase op zich kan nemen. Het gaat dan vooral om kosten voor het organiseren van bijeenkomsten, studies, adviseurs, communicatie en personeel. Uitgesloten zijn kosten voor uitvoering van het plan. De prestatie is een gebiedsplan, een uitwerking van het beoogde samenwerkingsverband en een begroting van het beoogde project.

 

G

 

De toelichting op artikel 2.6.9 vierde lid komt als volgt te luiden:

vierde lid

De hoogte van de totale subsidie voor een project bedraagt de optelsom van de per product of activiteit bepaalde, respectievelijk berekende subsidie. Hierbij geldt dat de subsidie voor draagvlakontwikkeling, samenwerkingsactiviteiten en voorbereiding en uitvoering van ruilverkaveling niet meer mag bedragen dan 25% van de totale subsidie. Dit wordt zowel bij de aanvraag als bij vaststelling van de subsidie berekend.

Artikel III Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

Aldus vastgesteld in de vergadering van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 15 juli 2025.

Gedeputeerde Staten Utrecht,

de voorzitter,

mr. J.H. Oosters

de secretaris,

mr. drs. A.G. Knol-van Leeuwen

Naar boven