Provinciaal blad van Noord-Brabant
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Noord-Brabant | Provinciaal blad 2025, 11907 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Noord-Brabant | Provinciaal blad 2025, 11907 | beleidsregel |
Regelingvan Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 1 juli 2025 tot wijziging van de Beleidsregel grond voor graasdierhouderij Noord-Brabant in verband met extensivering (Eerste wijziging Beleidsregel grond voor graasdierhouderij Noord-Brabant)
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant;
Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;
Overwegende dat de Provincie zich onder andere tot doel heeft gesteld een deel van de Brabantse landbouwbedrijven te extensiveren en meer natuurinclusief te maken om zo bij te dragen aan de realisatie van de provinciale beleidsdoelen ten aanzien van natuur, water, landschap en klimaat, onder andere voortvloeiend uit de internationale verplichtingen zoals opgenomen in Natura 2000 en de Kader Richtlijn Water en daartoe de Beleidsregel grond voor graasdierhouderij Noord-Brabant te wijzigen;
Artikel I Wijziging Beleidsregel grond voor graasdierhouderij Noord-Brabant
De Beleidsregel grond voor graasdierhouderij Noord-Brabant wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd.
In de alfabetische volgorde wordt ingevoegd het begrip “kruidenrijk grasland: grond met een natuurlijke of ingezaaide vegetatie met een zichtbare bedekking van meer dan 25 procent grassen en van 1 juni tot 1 oktober met een zichtbare bedekking van meer dan 25 procent kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen uit de gewassenlijst ‘stikstofbindend gewas’ als bedoeld in bijlage 1 bij de Uitvoeringsregeling GLB 2023 die gelijkmatig zijn verdeeld over het perceel;”.
In de alfabetische volgorde wordt ingevoegd het begrip “NNN: Natuurnetwerk Nederland als bedoeld in artikel 2.44, vierde lid, van de Omgevingswet, zijnde een samenhangend netwerk van natuurgebieden, dat van nationaal en internationaal belang is en het veiligstellen van ecosystemen als doel heeft als aangewezen en begrensd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant;".
Artikel 2, tweede lid, onder b, komt te luiden:
Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd.
Artikel 4, onder a, komt te luiden:
Aan artikel 9 wordt een lid toegevoegd, luidende:
Indien het verzoek betrekking heeft op een grondtransactie waarbij de provincie een kwalitatieve verplichting met kettingbeding vestigt die ziet op het gebruik van grond volgens de regels voor Skal-gecertificeerde landbouw, dient bij de aanvraag een geldig Skal certificaat of een bevestiging van Stichting Skal dat het bedrijf van de erfpachter in omschakeling is naar biologische productie gevoegd te worden.
De bijlage, behorende bij de Beleidsregel grond voor Graasdierhouderij Noord-Brabant, wordt vervangen door de bijlage bij deze beleidsregel.
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel grond voor extensivering Noord-Brabant.
’s-Hertogenbosch, 1 juli 2025
Gedeputeerde Staten voornoemd,
de voorzitter,
mr. I.R. Adema
de secretaris,
drs. G.H.E. Derks MPA
Bijlage, behorende bij artikel I, onder G, van de Eerste wijziging Beleidsregel grond voor graasdierhouderij Noord-Brabant
Bijlage, behorende bij artikel 5, onder a, en artikel 6, aanhef, van de Beleidsregel grond voor extensivering Noord-Brabant
Conceptdatum: …………………………. 2025
OVEREENKOMST TOT VESTIGING RECHT VAN ERFPACHT
Case- en documentnr: …………………….
De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid …………………………… B.V., statutair gevestigd te …………………… en kantoorhoudende te …………………… ingeschreven in het handelsregister onder nummer ……………………, ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar bestuurder(s) …………………………………………………………;
De publiekrechtelijke rechtspersoon, de provincie Noord-Brabant, gevestigd te 's-Hertogenbosch, kantoorhoudende te 5216 TV ’s-Hertogenbosch aan de Brabantlaan 1, ten deze op grond van de Regeling mandaat commissaris van de Koning in de provincie Noord-Brabant 2018 rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer H.B.W. van den Berg, programmamanager Majeure Projecten en Ontwikkelbedrijf, ten deze handelende voor en namens de Provincie Noord-Brabant;
hierna te noemen "(de) Provincie”
De Erfpachter en de Provincie hierna tezamen te noemen: “(de) Partijen”
De Provincie heeft zich onder andere tot doel gesteld een deel van de Brabantse landbouwbedrijven te extensiveren en meer natuurinclusief te maken om zo bij te dragen aan de realisatie van de provinciale beleidsdoelen ten aanzien van natuur, water, landschap en klimaat, onder andere voortvloeiend uit de internationale verplichtingen zoals opgenomen in Natura 2000 en de Kader Richtlijn Water. De Provincie heeft in het kader van verduurzaming van de landbouw de ‘Beleidsregel grond voor graasdierhouderij Noord-Brabant’ opgesteld, welke is vastgesteld door Gedeputeerde Staten van de Provincie op 16 januari 2024 en later is gewijzigd en vastgesteld door Gedeputeerde Staten van de Provincie op <datum vaststelling nog invullen>, waarbij onder andere de citeertitel is gewijzigd naar “Beleidsregel grond voor extensivering Noord-Brabant”.
De Provincie heeft (een deel van) de agrarische gronden van Erfpachter aangekocht. Deze gronden worden door deze overeenkomst weer in erfpacht uitgegeven voor de duur van 26 jaren aan Erfpachter. De erfpachtovereenkomst geeft daarbij invulling aan de intentie van de Provincie om een duurzame relatie met elkaar aan te gaan;
De Provincie tegen deze achtergrond een grondtransactie met Erfpachter wenst aan te gaan, waarbij de Provincie bereid is om het/de door haar aangekochte perceel/percelen respectievelijk bij haar in eigendom zijnde perceel/percelen, kadastraal bekend gemeente ……………………., sectie ……….., nummer(s) …………………………………., voor 26 jaar in erfpacht uit te geven, om door te ontwikkelen of om te schakelen in het kader van de Beleidsregel grond voor extensivering Noord-Brabant;
VERKLAREN HET NAVOLGENDE OVEREEN TE KOMEN:
Partijen verklaren een overeenkomst aan te gaan, op grond waarvan de Provincie in erfpacht aan de Erfpachter uitgeeft, die zulks aanvaardt, het/de registergoed(eren), zoals hieronder nader omschreven op de door Partijen reeds bekende situatietekening, die als bijlage 1 is aangehecht, betreffende (een) perce(e)l(en) cultuurgrond, gelegen nabij ……………………. te ……………………., hierna (tezamen) te noemen: “het Terrein”.
<optie, indien van toepassing> De Provincie verklaart, voor zover nodig, onherroepelijk volmacht te geven aan de notaris, alwaar de uitgifte in erfpacht van het Terrein plaats zal vinden, om ten behoeve van de akte van uitgifte in erfpacht van het Terrein, een splitsingsverzoek middels de Splitsapplicatie bij het Kadaster in te dienen in het kader van het vormen van nieuwe percelen met een voorlopige kadastrale grens en oppervlakte. Deze volmacht geschiedt met de macht van substitutie.
Alle kosten die het Kadaster in rekening brengt, waaronder mede begrepen de kosten voor het splitsingsverzoek en de verificatiemeting, komen voor rekening van de Provincie.
<optie, indien van toepassing> Het tot het Terrein behorende perceel/percelen, kadastraal bekend gemeente …. sectie …. nummer(s) …., kent een voorlopige oppervlakte (VKG). De Dienst voor het Kadaster en de Openbare Registers bepalen uiteindelijk de definitieve grenzen en oppervlakten; mogelijk hieruit voortvloeiende verschillen ten opzichte van de in lid 1 van dit artikel genoemde oppervlakte geven Partijen over en weer geen recht op verrekening. Alle kosten die het Kadaster hiervoor in rekening brengt, waaronder mede begrepen de kosten voor het splitsingsverzoek en de verificatiemeting, komen voor rekening van de Provincie.
Het recht van erfpacht wordt gevestigd voor een aaneengesloten periode van 26 (zegge: zesentwintig) jaren, ingaande op de datum dat de notariële akte tot uitgifte in erfpacht wordt verleden, zoals vermeld in artikel 31 van deze overeenkomst.
Artikel 3. Vergoeding en canon
Indien betaling van een canontermijn niet binnen de termijn als bedoeld in lid 4 van dit artikel heeft plaatsgevonden is de Erfpachter zonder nadere ingebrekestelling, aanmaning, bevel of soortgelijke daad van rechtsopvolging in verzuim en wordt het verschuldigde verhoogd met de wettelijke rente voor niet-handelstransacties naar rato van de tijdsduur van het verzuim.
De canon wordt op/per 1 januari van ieder jaar aangepast aan de hand van de ontwikkeling van de consumentenprijsindexcijfer (CPI) alle huishoudens, zoals door het Centraal Bureau voor de Statistiek vastgesteld, of indien deze index niet meer bestaat, door middel van/aan de hand van de index die de oude index het meest benadert. Deze aanpassing geschiedt op basis van de formule:
Artikel 5. Periodieke canonherziening
Onverminderd het bepaalde in artikel 4 van deze overeenkomst kan de canon op verzoek van de Provincie telkens na verloop van vijf erfpachtsjaren, voor het eerst vijf jaar na uitgifte van het recht van erfpacht conform artikel 31 van deze overeenkomst, worden herzien in verband met fluctuaties in de waarde van onroerende zaken. Hierbij zal rekening worden gehouden met de marktconformiteit van de canon, mede in het licht van het opbrengend vermogen van het Terrein.
Wanneer uit de brief, als bedoeld in lid 5 van dit artikel, blijkt dat de Erfpachter niet instemt met het voorstel, of wanneer de Erfpachter die brief niet of niet bijtijds verzendt, zal de herziene canon worden vastgesteld door drie onafhankelijke deskundigen. Elk van de Partijen benoemt een deskundige en deze twee benoemen samen de derde, die als voorzitter zal fungeren. Als over deze derde deskundige geen overeenstemming wordt verkregen, benoemt een rechter van de rechtbank van het arrondissement waarin het Terrein is gelegen, op verzoek van de meest gerede partij, de derde deskundige.
Tot uiterlijk één jaar voor afloop van de overeengekomen duur van het erfpacht, als bedoeld in artikel 2 van deze overeenkomst, kunnen Partijen met elkaar in overleg treden omtrent een eventuele verlenging en de daarbij te stellen voorwaarden. Aan het gestelde in dit artikel kan door geen van de Partijen een recht van continuatie van het erfpachtrecht worden ontleend. Zowel de Erfpachter als de Provincie kan zonder opgaaf van redenen weigeren medewerking te verlenen aan een door de wederpartij gewenste verlenging.
Indien de Provincie het Terrein opnieuw in pacht dan wel erfpacht wenst uit te geven onder dezelfde dan wel vergelijkbare voorwaarden, biedt zij dit als eerste aan, aan de Erfpachter, met inachtneming van de regels voortvloeiend uit jurisprudentie (zoals de regels volgend uit het Didam-arrest). Voormeld voorkeursrecht is niet van toepassing ingeval de Provincie het Terrein geheel of gedeeltelijk wenst te verpachten aan een ander publiekrechtelijk lichaam voor zover dat noodzakelijk is voor het uitoefenen van diens publiekrechtelijke taak.
De erfpacht eindigt door het verstrijken van de duur, als overeengekomen in artikel 2 van deze overeenkomst. Wanneer de Erfpachter het Terrein niet op dat tijdstip heeft ontruimd, blijft het recht van erfpacht doorlopen, tenzij de Provincie uiterlijk zes maanden na dat tijdstip doet blijken, dat zij het recht van erfpacht als geëindigd beschouwt.
Ingevolge het in artikel 5:87 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek bepaalde, kan het erfpachtrecht door de Provincie worden opgezegd indien de Erfpachter in verzuim is de canon over twee achtereenvolgende jaren te betalen of in ernstige mate tekortschiet in de nakoming van zijn andere verplichtingen. Ten aanzien van de termijn van twee achtereenvolgende jaren, dient een tussentijdse betaling toegerekend worden aan de oudste nog openstaande termijn. Onder ‘in ernstige mate tekortschieten in de nakoming van zijn andere verplichtingen’ zoals hiervoor vermeld dient in ieder geval te worden begrepen: het niet voldoen aan de in artikelen 12 en 13 van deze overeenkomst omschreven verplichtingen. De opzegging geschiedt bij exploot en tenminste een maand voor het tijdstip waartegen wordt opgezegd. Deze opzegging moet tevens op straffe van nietigheid binnen acht dagen worden betekend aan degenen die als beperkt gerechtigde of beslaglegger op de erfpacht in de openbare registers staan ingeschreven.
Ingevolge het in artikel 5:87 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek bepaalde, kan het erfpachtrecht (tussentijds) door de Provincie (deels) worden opgezegd om redenen van algemeen belang of voor gebruik ten algemenen nutte. De redenen die deze opzegging rechtvaardigen moeten gemotiveerd uiteen worden gezet in het besluit tot opzegging, met overeenkomstige toepassing van artikel 11.1 van de Omgevingswet. De opzegging geschiedt bij exploot en tenminste twee jaar voor het tijdstip waartegen wordt opgezegd. Deze opzegging moet tevens op straffe van nietigheid binnen acht dagen worden betekend aan degenen die als beperkt gerechtigde of beslaglegger op de erfpacht in de openbare registers staan ingeschreven.
Ingevolge het in artikel 5:97 van het Burgerlijk Wetboek bepaalde, kan de rechter, indien 25 jaren na de vestiging van de erfpacht zijn verlopen, op vordering van de Provincie of Erfpachter de erfpacht wijzigen of opheffen op grond van onvoorziene omstandigheden, die van dien aard zijn dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van de akte van vestiging niet van de Provincie of de Erfpachter kan worden gevergd.
Het recht van erfpacht kan (tussentijds) door de Provincie worden opgezegd indien (i) de Erfpachter in staat van faillissement wordt verklaard of surseance van betaling of schuldsanering natuurlijke personen aanvraagt, of (ii) de rechtspersoon van de Erfpachter, om welke reden dan ook wordt ontbonden of het samenwerkingsverband wordt beëindigd ingeval de Erfpachter een rechtspersoon of een samenwerkingsverband is. De opzegging geschiedt overeenkomstig het bepaalde in artikel 5:88 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek, bij exploot en ten minste één jaar voor het tijdstip waartegen wordt opgezegd.
Artikel 8. Bodemverontreiniging
De Provincie verklaart niet bekend te zijn met feiten, onder meer op grond van eigen deskundigheid en het gebezigde gebruik van het Terrein, die erop wijzen dat het Terrein enige bodemverontreiniging bevat die kan leiden tot een verplichting tot sanering van het Terrein dan wel tot het (laten) nemen van andere maatregelen.
Partijen komen overeen dat geen opdracht wordt gegeven tot het uit laten voeren van een verkennend bodemonderzoek gebaseerd op de NEN 5740, inclusief een vooronderzoek NEN 5725 en asbestonderzoek, gebaseerd op de NEN 5707, van het Terrein en gaan ervan uit dat de grond en/of het grondwater van het Terrein niet verontreinigd is. De Erfpachter vrijwaart de Provincie na de vestiging van het recht van erfpacht voor alle hiermee samenhangende gevolgen, hoe dan ook genaamd. Het risico van verontreiniging die de beoogde gebruiksfunctie van het Terrein beperkt, is alsdan voor de Erfpachter.
Bij gelegenheid van het einde van het recht van erfpacht, als bedoeld in artikel 7 van deze overeenkomst, is de Provincie gerechtigd om voor haar rekening een verkennend bodemonderzoek gebaseerd op de NEN 5740, inclusief een vooronderzoek NEN 5725 en asbestonderzoek, gebaseerd op de NEN 5707, uit te laten voeren. Indien uit het verkennend bodemonderzoek blijkt dat er sprake is of kan zijn van bodem- en/of asbestverontreiniging, dan is de Provincie gerechtigd om voor haar rekening een nader onderzoek in te stellen.
Van bodem- en/of asbestverontreiniging is sprake indien zich op en/of in de grond en/of het grondwater van het Terrein hogere concentraties van schadelijke stoffen bevinden dan de streefwaarde van de bij de Omgevingswet behorende uitvoeringsregelingen dan wel daarvoor in de plaats tredende algemeen gangbare kwaliteitseisen of op grond van natuurlijk voorkomen is te verwachten.
Artikel 9. Wijziging, vervreemding, verhuur en jacht
De Erfpachter is bevoegd om in overleg met de WBE (wildbeheereenheid), welke WBE actief is in het gebied waar het Terrein is gelegen, een jachtrecht uit te geven conform de dan geldende wet- en regelgeving. Dit jachtrecht mag enkel gedurende de duur van het erfpachtrecht, conform artikel 2 van deze overeenkomst, worden uitgegeven waarbij de duur van het jachtrecht de duur van het erfpachtrecht niet mag overschrijden.
Artikel 10. Voorkeursrecht tot koop
De Provincie verleent aan de Erfpachter een voorkeursrecht tot koop van het blote eigendom van het Terrein. Indien de Provincie het blote eigendom van het Terrein geheel of gedeeltelijk wenst te vervreemden, dient zij de Erfpachter daarvan in kennis te stellen door middel van een aangetekend schrijven. Onder vervreemding wordt in ieder geval verstaan (maar is niet beperkt tot): verkopen, ruilen, schenken en/of bezwaren van het Terrein of een gedeeltelijk daarvan, in de ruimste zin des woords.
Voormeld voorkeursrecht is niet van toepassing ingeval de Provincie het blote eigendom van het Terrein geheel of gedeeltelijk wenst te vervreemden aan een ander publiekrechtelijk lichaam die de intenties van de Beleidsregel grond voor extensivering Noord-Brabant, op het Terrein nastreeft. De Provincie zal de Erfpachter hiervan schriftelijk in kennis stellen.
Het voorkeursrecht van de Erfpachter, zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel, eindigt op het moment dat de erfpachtovereenkomst eindigt. Indien de Provincie besluit tot verkoop over te gaan dan dient zij de Erfpachter daarvan binnen 6 maanden voor het einde van onderhavige erfpachtovereenkomst in kennis te stellen.
Indien de Provincie het voorkeursrecht van de Erfpachter, zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel, passeert, verbeurt de Provincie ten behoeve van de Erfpachter een direct opeisbare boete van € 15.000,00 (zegge: vijftienduizend euro), zonder dat daartoe enige ingebrekestelling nodig is. Deze boete laat onverlet het recht van de Erfpachter op vergoeding van de door hem geleden en/of te lijden schade en interesten. De boete zal jaarlijks per 1 januari worden geïndexeerd, conform de wijziging van het Consumentenprijsindexcijfer, CPI, alle huishoudens (2015 = 100), zoals door het Centraal Bureau voor de Statistiek maandelijks wordt gepubliceerd, of indien deze index niet meer bestaat, middels de index die de oude index het meest benadert.
Indien de Erfpachter van zijn voorkeursrecht gebruik wil maken, wordt de koopsom van het blote eigendom vastgesteld door een door de Provincie aangewezen onafhankelijke erkende taxateur tegen de alsdan geldende marktwaarde vrij van erfpacht. Voor het begrip ‘marktwaarde’ dient daarbij aansluiting te worden gezocht bij de European Valuation Standards (EVS): “het geschatte bedrag waartegen vastgoed zou worden overgedragen op de waarde peildatum tussen een bereidwillige koper en een bereidwillige verkoper in een zakelijke transactie, na behoorlijke marketing en waarbij de partijen zouden hebben gehandeld met kennis van zaken, prudent en niet onder dwang”.
Indien Partijen over de hoogte van de koopsom geen overeenstemming bereiken, zal de waarde van het blote eigendom tegen de alsdan geldende marktwaarde door maximaal drie onafhankelijke erkende taxateurs (deskundige) worden vastgesteld. Elk van de Partijen benoemt een deskundige en deze twee benoemen samen de derde, die als voorzitter zal fungeren. Als over deze derde deskundige geen overeenstemming wordt verkregen, benoemt een rechter van de rechtbank van het arrondissement waarin het Terrein is gelegen, op verzoek van de meest gerede partij, de derde deskundige. Het waardeoordeel van deze commissie is voor Partijen bindend. De kosten van deze deskundigen komen evenredig voor rekening van Partijen. Het als zodanig uitgebrachte rapport dient door de deskundigen ten spoedigste aan de betrokken Partijen ter hand te worden gesteld door middel van een aangetekend schrijven met bericht van ontvangst. Na ontvangst daarvan hebben zowel de Erfpachter als de Provincie één maand bedenktijd. Zowel de Erfpachter als de Provincie dienen binnen deze maand bedenktijd aan de wederpartij, door middel van een aangetekend schrijven met bericht van ontvangst, te kennen te geven of zij willen verkopen respectievelijk kopen voor de door de deskundigen vastgestelde prijs.
Indien Erfpachter overgaat tot aankoop, zijn Partijen gebonden aan de hierna onder a tot en met f gemelde bepalingen:
Zodra er overeenstemming is, dienen de Erfpachter en de Provincie de gemaakte afspraken schriftelijk vast te leggen in een koopovereenkomst en dient het verlijden van de notariële akte van levering binnen een maand daarna te geschieden, dan wel op een later, in onderling overleg te bepalen, tijdstip, doch uiterlijk voor één december van het kalenderjaar waarin de wilsovereenstemming tot stand is gekomen;
Indien de Provincie aan de Erfpachter te kennen geeft, dat zij niet wil verkopen voor de door de deskundigen vastgestelde prijs en de Erfpachter geeft aan de Provincie te kennen, dat hij wel wil kopen voor de door de deskundigen vastgestelde prijs, dan blijft het voorkeursrecht van kracht en is de Provincie niet vrij om aan derden te vervreemden.
Indien de Provincie aan de Erfpachter te kennen geeft, dat zij wil verkopen voor de door de deskundigen vastgestelde prijs en de Erfpachter geeft aan de Provincie te kennen, dat hij niet wil kopen voor de door de deskundigen vastgestelde prijs, dan eindigt het voorkeursrecht per de datum waarop de in lid 4 van dit artikel bedoelde maand bedenktijd verstrijkt en is de Provincie vrij om het blote eigendom van het Terrein aan derden te vervreemden.
Artikel 11. Staat van het Terrein
De feitelijke levering (aflevering) van het Terrein vindt plaats op de dag dat de notariële akte tot uitgifte in erfpacht, als bedoeld in artikel 31, wordt verleden, in de staat waarin het zich bij het tot stand komen van deze overeenkomst bevindt, met alle daarbij behorende rechten en aanspraken, zichtbare en onzichtbare gebreken, daaraan verbonden heersende en lijdende erfdienst¬baarheden en alle andere (kwalitatieve) rechten, lasten en verplichtingen als daaraan zijn verbonden, doch vrij van hypotheken, beslagen en inschrijvingen daarvan.
Voor het overige wijst de Provincie op de kwalitatieve verplichtingen/kettingbedingen die gelijktijdig met de uitgifte in erfpacht zoals omschreven in artikel 31 van deze overeenkomst, op het Terrein respectievelijk het recht van erfpacht zullen worden gevestigd zoals omschreven in artikel 14 van deze overeenkomst. <voor KV NNB/Voedselbos met het GOB is nadere afstemming noodzakelijk>
<optie waarbij terrein (voor zover bekend) niet belast is> De Provincie heeft geen kennis gegeven van eventueel met het Terrein verbonden lasten uit hoofde van erfdienstbaarheden als dienend of heersend erf, van kettingbedingen, kwalitatieve verplichtingen en overige lasten en beperkingen, met dien verstande dat gelijktijdig met de uitgifte in erfpacht zoals omschreven in artikel 31 van deze overeenkomst, kwalitatieve verplichtingen/kettingbedingen op het Terrein respectievelijk het recht van erfpacht zullen worden gevestigd zoals omschreven in artikel 14 van deze overeenkomst.
Het Terrein zal op het moment van de notariële akte van vestiging, zoals omschreven in artikel 31 van deze overeenkomst, de feitelijke eigenschappen bezitten die nodig zijn voor het huidige gebruik als bedoeld in artikel 12 van deze overeenkomst. De Erfpachter is bevoegd het Terrein voor de notariële akte van vestiging te inspecteren.
De Erfpachter verplicht zich het Terrein uitsluitend te gebruiken als landbouwgrond in overeenstemming met hetgeen is opgenomen in de Beleidsregel grond voor extensivering Noord-Brabant en de wijziging(en) daarop, meer specifiek de in deze beleidsregel opgenomen verplichting om op de in erfpacht gegeven gronden
<optie 1> grasland te realiseren en in stand te houden.
<optie 2> kruidenrijk grasland te realiseren en in stand te houden.
<optie 3> te gebruiken volgens Skal gecertificeerde landbouw.
Op het Terrein gelden geen verdere extra voorwaarden voor het gebruik van kunstmest, dierlijke mest, overige organische meststoffen en de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen, dan de algemeen geldende wet- en regelgeving, behalve dat glyfosaat houdende middelen (zoals Roundup) niet mogen worden gebruikt.
Op het Terrein mag geen gebruik worden gemaakt van vaste dierlijke mest, tenzij vaste mest vrijkomt in eigen stalsystemen waarbij de urine direct aan de bron gescheiden wordt opgevangen en opgeslagen, dan wel naar het oordeel van de provincie daarmee vergelijkbare stalsystemen of technieken. Erfpachter dient hiervoor vooraf schriftelijke toestemming te verkrijgen van Provincie.
Op het Terrein ingericht als grasland, mag geen gebruik worden gemaakt van vaste dierlijke mest, tenzij vaste mest vrijkomt in eigen stalsystemen waarbij de urine direct aan de bron gescheiden wordt opgevangen en opgeslagen, dan wel naar het oordeel van de provincie daarmee vergelijkbare stalsystemen of technieken. Erfpachter dient hiervoor vooraf schriftelijke toestemming te verkrijgen van Provincie.
Erfpachter is verplicht jaarlijks te rapporteren over het gebruik van de grond door middel van het onverwijld toesturen van de gecombineerde opgave van het betreffende jaar na ontvangst van RvO.
<optie bij Skal > Erfpachter is verplicht om jaarlijks ook het Skal-certificaat geldend op het Terrein toe te sturen.
De Erfpachter kan de Provincie verzoeken, mee te werken aan een herziening van het gebruik van het Terrein, op grond van bijzondere of gewijzigde omstandigheden. De Provincie kan haar toestemming aan een herziening van het gebruik van het Terrein onthouden, op grond van haar moverende redenen. Zulks laat onverlet de mogelijkheid tot aanpassing van het recht van erfpacht, als bedoeld in artikel 24 van deze overeenkomst.
De Erfpachter draagt er zorg voor dat nooit enige situatie ontstaat, waarbij het Terrein wordt gebruikt in strijd met het gebruik als bedoeld in lid 1 en 2 van dit artikel of in strijd met de eventueel overeengekomen herziening van het gebruik, overeenkomstig het bepaalde daarover in lid 4 van dit artikel.
De Erfpachter is verantwoordelijk voor het tijdig aanvragen en verkrijgen van alle vergunningen, ontheffingen en andere beschikkingen die benodigd zijn voor het in lid 1 en 2 van dit artikel bedoelde gebruik, voor de correcte nakoming van alle daaruit voortvloeiende verplichtingen en voor de correcte naleving van alle daarbij gestelde voorwaarden en voorschriften. Erfpachter is bekend met de voorzieningen die in het kader van de eventuele milieuvergunning voor rekening en risico van de Erfpachter dienen te worden getroffen.
Artikel 13. Beheer en onderhoud
Artikel 14. Kwalitatieve verplichtingen/ kettingbedingen
Voor zover een verplichting uit hoofde van artikel 12 en artikel 13 van deze overeenkomst een dulden of niet doen inhoudt en niet reeds een goederenrechtelijke werking heeft, is deze verplichting een kwalitatieve verplichting als bedoeld in artikel 6:252 van het Burgerlijk Wetboek en zal deze verplichting bij notariële akte worden vastgelegd en worden ingeschreven in de daartoe bestemde openbare registers waardoor deze verplichting zal overgaan op degenen die het recht van erfpacht onder bijzondere titel verkrijgen en mede gebonden zullen zijn degenen die van de rechthebbende een recht tot gebruik van het Terrein en/of het recht van erfpacht verkrijgen of diegenen die een beperkt recht zullen verkrijgen, hierna te noemen: “Rechtsopvolger”.
Indien en voor zover een verplichting uit hoofde van artikel 12 en artikel 13 van deze overeenkomst een Rechtsopvolger van Erfpachter als Erfpachter, door welke oorzaak dan ook, niet bindt, komen Erfpachter en de Provincie overeen dat de Erfpachter, evenals zijn Rechtsopvolger, verplicht is – op straffe van een direct opeisbare boete van € 30.000,00 (zegge: dertigduizend euro) - de betreffende verplichting bij overdracht van het recht van erfpacht of vestiging van een beperkt recht als kettingbeding op te leggen aan de Rechtsopvolger door deze te doen aanvaarden en voorts de daaruit voor de Provincie voortvloeiende rechten namens de Provincie aan te nemen.
De in lid 3 van dit artikel bedoelde boete laat onverlet het recht van de Provincie om alsnog nakoming en aanvullende schadevergoeding te vorderen. De boete zal jaarlijks worden geïndexeerd, conform de wijziging van het Consumentenprijsindexcijfer, CPI, alle huishoudens (2015 = 100), zoals door het Centraal Bureau voor de Statistiek maandelijks wordt gepubliceerd, of indien deze index niet meer bestaat, middels de index welke de oude index het meest benadert.
In verband met het in dit artikel bedoelde kettingbeding zijn Erfpachter en zijn Rechtsopvolger of toekomstige beperkt gerechtigden ter zake verplicht om in iedere akte van overdracht of vestiging van een beperkt recht naar de in de akte omschreven (persoonlijke) verplichtingen als hiervoor in artikel 12 en artikel 13 vermeld alsmede de daarmee samenhangende boete van artikel 27 van deze overeenkomst te verwijzen en deze letterlijk aan te halen.
De Erfpachter is ermee bekend dat de Provincie het Terrein nooit zelf heeft gebruikt en dat de Provincie mitsdien niet op de hoogte is van eigenschappen en/of gebreken waarvan zij wel op de hoogte zou zijn geweest als zij het Terrein zelf feitelijk had gebruikt. Dergelijke eigenschappen en/of gebreken komen voor rekening en risico van de Erfpachter.
Artikel 16. Oplevering en vergoeding na einde recht van erfpacht
De Erfpachter is verplicht om het Terrein bij het einde van de erfpacht, zoals omschreven in artikel 7, onmiddellijk te ontruimen en vrij van hypotheken, beslagen, pacht, huur, ondererfpacht en/of gebruik of aanspraken daarop, geheel leeg, ontruimd en voor het overige in de staat waarin het zich bevond op het moment van de notariële akte van vestiging, ter vrije beschikking te stellen aan de Provincie.
Indien het erfpachtrecht (tussentijds) door de Provincie wordt opgezegd als de Erfpachter in verzuim is de canon over twee achtereenvolgende jaren te betalen of in ernstige mate tekortschiet in de nakoming van zijn andere verplichtingen, zoals vermeld in artikel 7 lid 4, is de Provincie verplicht de waarde die de erfpacht dan heeft aan de (voormalige) Erfpachter te vergoeden na aftrek van hetgeen de Provincie uit hoofde van de erfpacht van de Erfpachter te vorderen heeft, de kosten daaronder begrepen.
Behoudens de in lid 2 en lid 3 van dit artikel gemelde situaties heeft de Erfpachter na het einde van het erfpachtrecht geen recht op vergoeding van de waarde van de eventuele door de Erfpachter (onverplicht) aangebrachte en nog aanwezige gebouwen, werken en/of beplantingen op het Terrein. Onder ‘werken’ zoals hiervoor vermeld, dient in ieder geval te worden verstaan: (ondergrondse) leidingen, drainages, hekwerken en /of waterputten.
Indien er door veranderende wet- en regelgeving productierechten worden toegekend aan (het bedrijf van) de Erfpachter, waaronder het Terrein toebehoort, en het erfpachtrecht wordt beëindigd, treden Partijen met elkaar in overleg om te komen tot een verdeling van de waarde hiervan. Partijen zullen daarin de lijn volgen van de jurisprudentie met betrekking tot de verrekening van het melkquotum en fosfaatrechten, waarbij Partijen afspreken dat de productierechten die enkel toekomen aan (het bedrijf van) de Erfpachter ook aan de Erfpachter worden toegekend.
Artikel 18. Onder- of overmaat
Een verschil tussen de in deze overeenkomst genoemde oppervlakte van het Terrein, als bedoeld in artikel 1 lid 1 van deze overeenkomst, en de op grond van de mogelijke kadastrale meting vast te stellen daadwerkelijke oppervlakte, verleent Partijen geen recht op verrekening/herberekening van de canon.
Alle betalingen door de Erfpachter aan de Provincie in verband met de uitgifte van het recht van erfpacht op grond van onderhavige overeenkomst, zullen moeten geschieden zonder enige korting, inhouding of schuldverrekening aan de Provincie.
Artikel 20. Betreding door de Provincie
De Provincie, de in dienst van de Provincie zijnde ambtenaren, door de Provincie aange-wezen derden, alsmede zij die in opdracht van alle bovengenoemde functionarissen werkzaamheden verrich¬ten, hebben ten behoeve van de hun opgedragen taak, na voorafgaande kennisgeving, toegang tot het Terrein.
Alle zakelijke lasten, die ter zake van het Terrein worden geheven of zullen worden geheven, komen vanaf 1 januari volgend op de datum van ondertekening van de notariële akte die naar aanleiding van de onderhavige overeenkomst zal worden opgesteld, als bedoeld in artikel 31 van deze overeenkomst, voor de tijd gedurende welke het recht van erfpacht opstal zal bestaan, voor rekening van de Erfpachter.
Artikel 22. Gevolgen regelgeving overheid
De gevolgen van de naleving en handhaving van publiekrechtelijke regelgeving, met name op het gebied van het milieu en de ruimtelijke ordening, zijn geen reden tot beëindiging of wijziging van het recht van erfpacht. Mogelijke nadelige gevolgen van verplichtingen of verboden ter zake, zijn voor rekening en risico van de Erfpachter en zullen nimmer aanleiding geven tot een recht op enige vergoeding voor de Erfpachter ten opzichte van de Provincie, noch op vermindering van de canon.
Tevens geeft onderhavige overeenkomst geenszins vrijwaarding voor veranderende en of aanvullende beperkingen en/of verplichtingen die in de toekomst opgelegd worden door ieder publiekrechtelijk lichaam dat rechtmatig handelt in het uitoefenen van haar publiekrechtelijke taak.
Vanaf het tijdstip van de notariële akte van vestiging, die naar aanleiding van deze overeenkomst zal worden opgesteld, komen de baten van het Terrein de Erfpachter ten goede, zijn de lasten voor zijn risico en draagt hij het risico van het Terrein.
Artikel 24. Gewijzigde inzichten
Indien zodanig gewijzigde inzichten komen dat onverkorte uitvoering van het recht van erfpacht respectievelijk de kwalitatieve verplichtingen/kettingbedingen op het Terrein niet meer redelijk is, dan treden Partijen met elkaar in overleg, waarbij zo veel mogelijk met inachtneming van de doelstelling van het recht van erfpacht respectievelijk de kwalitatieve verplichtingen/kettingbedingen op het Terrein, zal worden gezocht naar een voor alle Partijen aanvaardbare oplossing.
Indien een partij nalatig is in de nakoming van een uit deze overeenkomst voortvloeiende verplichting, dient de wederpartij hem schriftelijk in gebreke te stellen. In de ingebrekestelling zal een termijn van acht werkdagen worden gesteld, waarbinnen de nalatige partij zijn gebrek alsnog kan herstellen, zonder dat hij in verzuim is. Indien de nalatige partij, na schriftelijk in gebreke te zijn gesteld, gedurende acht werkdagen nalatig blijft in de nakoming van een uit deze overeenkomst voortvloeiende verplichting, is hij in verzuim jegens de wederpartij.
Indien de nalatige partij, na door de wederpartij in gebreke te zijn gesteld, binnen de in lid 1 van dit artikel genoemde termijn van acht werkdagen alsnog zijn uit deze overeenkomst voortvloeiende verplichting nakomt, is deze partij niettemin gehouden aan de wederpartij diens schade ten gevolge van de niet tijdige nakoming te vergoeden, tenzij de niet of niet tijdige nakoming van de overeenkomst niet aan hem kan worden toegerekend.
Indien de nalatige partij in verzuim is, is deze partij gehouden aan de wederpartij diens schade ten gevolge van de niet tijdige nakoming te vergoeden, tenzij de niet of niet tijdige nakoming van de overeenkomst niet aan hem kan worden toegerekend. De nalatige partij is tevens verplicht zijn verzuim zo spoedig mogelijk te herstellen en zijn verplichtingen uit de overeenkomst alsnog na te leven.
Artikel 26. Toepassing Wet Bibob
De wederpartij is verplicht ten behoeve van een eigen onderzoek, als bedoeld in het tweede lid, door de Provincie gevraagde gegevens en bescheiden, als bedoeld in artikel 7a, tweede en derde lid, van de Wet Bibob te verstrekken. Tevens is de wederpartij verplicht ten behoeve van het advies, als bedoeld in het vijfde lid, door het Landelijk Bureau Bibob gevraagde gegevens en bescheiden als bedoeld in artikel 12, derde lid, van de Wet Bibob te verstrekken. Indien daaraan niet wordt voldaan en de gevraagde gegevens en bescheiden niet, niet volledig of niet waarheidsgetrouw worden verstrekt, kan de Provincie bij de bevoegde rechter ontbinding of opschorting van deze overeenkomst vorderen.
Ingeval van niet naleving van enige in deze overeenkomst genoemde verplichting van Erfpachter, is de Erfpachter aan de Provincie, na schriftelijke ingebrekestelling met inachtneming van een termijn van acht dagen waarin de Erfpachter alsnog aan zijn verplichtingen kan voldoen, een direct opeisbare en niet voor matiging vatbare boete ver¬schuldigd van € 250,00 (zegge: tweehonderdvijftig euro) voor iedere dag dat nakoming uitblijft, zulks onverkort het aan de Provincie van rechtswege toekomend recht aanvullende schadevergoeding te vorderen. De boete zal jaarlijks worden geïndexeerd, conform de wijziging van het Consumentenprijsindexcijfer, CPI, alle huishoudens (2015 = 100), zoals door het Centraal Bureau voor de Statistiek maandelijks wordt gepubliceerd, of indien deze index niet meer bestaat, middels de index die de oude index het meest benadert.
De Erfpachter vrijwaart de Provincie tegen alle aanspraken van derden tot vergoeding van schade die als direct of indirect gevolg van het recht van erfpacht of de bedrijfsvoering van de Erfpachter ontstaat. Daarbij is uitdrukkelijk inbegrepen schade die veroorzaakt is door of met personeel of andere bezoekers van het Terrein.
Artikel 29. Geschillenregeling
Een geschil wordt geacht te bestaan, indien één der Partijen aan de andere partij(en) schriftelijk te kennen geeft, dat er over een aan (de ten uitvoerlegging van) deze overeenkomst gelieerd essentieel onderwerp een zodanig verschil van mening aanwezig is, dat dit als een geschil moet worden aangemerkt. Deze kennisgeving wordt ‘aangetekend’ verzonden.
Met de ondertekening van deze overeenkomst vervallen alle (eventueel) eerder tussen Partijen mondeling of schriftelijk gemaakte afspraken ter zake de in deze overeenkomst vastgelegde vestiging van het recht van erfpacht.
Artikel 32. Totstandkomingsvoorwaarden
Deze overeenkomst komt tot stand:
Artikel 33. Overige bepalingen
Indien een bepaling in deze overeenkomst ongeldig of niet afdwingbaar is of wordt, blijven de Partijen aan de overige bepalingen gebonden. In dat geval vervangen de Partijen de ongeldige of niet-afdwingbare bepaling door bepalingen die wel geldig en afdwingbaar zijn en die met het oog op de aard en strekking van deze overeenkomst, voor zo veel als mogelijk, eenzelfde werking hebben als de ongeldige of niet-afdwingbare bepaling.
<optie, indien van toepassing> Tussen Partijen is een koopovereenkomst gesloten, waarbij de Erfpachter het Terrein aan de Provincie verkoopt, gelijk waarbij de Provincie het Terrein van de Erfpachter koopt. Wanneer voormelde koopovereenkomst door de Provincie ontbonden wordt, komt deze overeenkomst niet tot stand, overeenkomstig artikel 32 van deze overeenkomst. De Provincie is daarbij uitdrukkelijk niet schadeplichtig jegens de Erfpachter.
Artikel 34. Inhoud overeenkomst
Partijen verklaren dat zij, voordat zij deze overeenkomst hebben ondertekend, kennis hebben genomen van de bepalingen en zij zodanige informatie hebben ontvangen, dat zij zich bewust zijn van de inhoud en de gevolgen van deze overeenkomst. De bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van deze overeenkomst. Bij een eventuele discrepantie tussen de bijlagen en de bepalingen uit deze overeenkomst prevaleren de bepalingen uit deze overeenkomst.
Artikel 35. Inzending jaarlijkse stukken/toestemming/melding
Vanaf de ingangsdatum van deze overeenkomst worden alle mededelingen, toestemmingen inzending van jaarlijkse stukken van Erfpachter aan Provincie in verband met de uitvoering van deze overeenkomst gestuurd aan en ter attentie van:
Als deze gegevens wijzigen, zal de Provincie de Erfpachter hiervan in kennis stellen.
Aldus overeengekomen en ondertekend
Plaats: …………………………………………………………
(handtekening H.B.W. van den Berg)
Toelichting behorende bij de Eerste wijziging van de Beleidsregel grond voor graasdierhouderij Noord-Brabant
Met dit besluit is de Beleidsregel grond voor graasdierhouderij Noord-Brabant gewijzigd.
Op 16 januari 2024 hebben Gedeputeerde Staten de Beleidsregel grond voor graasdierhouderij Noord-Brabant vastgesteld ter ondersteuning van veehouders die grasland willen behouden.
Op 1 november 2024 hebben Provinciale Staten de motie ‘Laten we er geen gras over groeien’(M156-2024) aangenomen, waarin Gedeputeerde Staten wordt verzocht om (onder meer) in de beleidsregel zo veel mogelijk in te zetten op de omschakeling naar extensief kruidenrijk grasland, biologische landbouw of natuur. Met deze wijziging van de beleidsregel geven Gedeputeerde Staten gevolg aan dit verzoek. Omschakeling naar natuur is hierbij niet mogelijk, omdat de beleidsregel werkt op basis van het principe dat de grond zijn landbouwkundige functie behoudt.
De belangrijkste wijziging van deze beleidsregel is dan ook het toevoegen van twee extra pakketten naast het huidige pakket voor grasland. Het tweede pakket is kruidenrijk grasland en het derde pakket is Skal-gecertificeerde landbouw. Een agrarisch ondernemer beslist zelf voor welk pakket met bijbehorende voorwaarden, opgenomen in de bijlage bij de beleidsregel, hij kiest. In alle drie de gevallen koopt de provincie Noord-Brabant de grond aan en krijgt de agrarisch ondernemer deze grond in erfpacht. Ten aanzien van die grond vestigt de provincie Noord-Brabant een kwalitatieve verplichting, waardoor de ondernemer een lagere pachtprijs betaalt. De precieze herwaardering en dus pachtprijs hangt af van de beperkende voorwaarden van het pakket.
De drie pakketten binnen de beleidsregel zijn nu:
gebruik van grond als kruidenrijk grasland: de ondernemer mag enkel kruidenrijk grasland hebben op het desbetreffende perceel. Toepassing van glyfosaat houdende middelen is voortaan niet meer toegestaan. Graslandvernieuwing is onder voorwaarden toegestaan. Het toedienen van vaste mest is enkel onder bepaalde voorwaarden toegestaan, waardoor wordt gestuurd op een lagere ammoniakuitstoot. Doordat in de praktijk minder tot geen stikstof kunstmest en chemische gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt in kruidenrijk grasland, stuurt de provincie Noord-Brabant op deze manier op de vermindering van het gebruik en daarmee de emissies hiervan.
gebruik van grond volgens de regels voor Skal-gecertificeerde landbouw: de ondernemer heeft geen beperking op de teeltkeuze op het desbetreffende perceel, maar deze moet altijd volgens de regels voor Skal-gecertificeerde landbouw zijn. Op deze manier stuurt de provincie Noord-Brabant op het verminderen van de emissies van stikstofkunstmest en chemische gewasbeschermingsmiddelen, aangezien deze niet zijn toegestaan volgens de regels voor Skal-gecertificeerde landbouw. Ook aan het toepassen van vaste mest zijn voorwaarden verbonden, om zo de ammoniakuitstoot te verminderen.
Het werkingsgebied van de beleidsregel is iets aangepast. De beleidsregel is beschikbaar voor percelen die (grotendeels) liggen in de ‘Attentiezone waterhuishouding’ en de zone ‘Behoud en herstel watersystemen’, voor zover deze buiten het NNN liggen. Voorheen was dit het NNB. Hiermee wordt de beleidsregel een instrument om (een deel van) de NNB-doelen voor de gronden binnen het NNB, maar buiten het NNN (circa 2.000 hectare) te realiseren.
Aankoop en verpachting van de gronden vindt plaats op basis van taxatie zodat de marktwaarde van de transactie vaststaat. Inmiddels zijn er ook marktpartijen die vanuit belang voor natuur en omgeving gronden aankopen en verpachten, waarmee een niche in de markt is ontstaan. Narekening van de bekende businesscase van deze marktpartijen, toont aan dat ons rendement daarbij aansluit. Hiermee is niet alleen vanuit prijsbepaling, maar op basis van alle omstandigheden van de transactie sprake van marktconformiteit. Zo ontstaat geen voordeel voor de deelnemers en is geen sprake van staatssteun.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2025-11907.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.