Provinciaal blad van Gelderland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Gelderland | Provinciaal blad 2025, 11517 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Gelderland | Provinciaal blad 2025, 11517 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
14e wijziging Regels Subsidieverlening Gelderland
De Regels Subsidieverlening Gelderland 2023 worden als volgt gewijzigd:
Artikel 2.1.1 wordt als volgt gewijzigd:
In de alfabetische volgorde wordt na de begripsomschrijving van “nieuwe natuur” een begripsomschrijving ingevoegd, luidende:
PAS-melder: onderneming of natuurlijk persoon die voor zijn bedrijf voor het Programma Aanpak Stikstof (PAS) een melding heeft gedaan van een Natura 2000-activiteit die voldoet aan de voorwaarden van artikel 17a.14 van de Omgevingsregeling;
In artikel 2.2.1, onderdeel c, wordt na “bestaand groen” ingevoegd: en water en wordt “stedelijk gebied;” vervangen door: de gebouwde omgeving;
Artikel 2.2.2 wordt als volgt gewijzigd:
Na artikel 2.2.2 wordt een artikel toegevoegd, luidende:
Artikel 2.2.3 Aanvang aanvraagperiode
Subsidie voor artikel 2.2.1, onderdelen a tot en met d, kan worden aangevraagd vanaf 1 oktober 2025.
In 2.2a.1 wordt na “een biodiversiteitsplan” ingevoegd: voor de gehele gemeente.
Artikel 2.2b.2 wordt als volgt gewijzigd:
Het tweede lid komt te luiden:
Subsidie voor het aanleggen of herstellen van groenblauwe landschapselementen wordt voorts alleen verstrekt als:
het groenblauwe landschapselementen betreft uit bijlage 1 van de Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer Gelderland 2016 | Lokale wet- en regelgeving;
Artikel 2.2b.4 komt te luiden:
In aanvulling op artikel 1.2.3, eerste lid, bevat de aanvraag een projectplan volgens het door de provincie beschikbaar gestelde format.
In artikel 2.2b.6, onderdeel c, wordt na “aanschaf van machines” ingevoegd: of gereedschap.
In artikel 2.2b.7 wordt na “is verplicht om” ingevoegd: groenblauwe.
Artikel 2.2b.9 komt te luiden:
Artikel 2.2b.9 Communautair toetsingskader
In de titel van paragraaf 2.2c wordt “stedelijk gebied” vervangen door: de gebouwde omgeving.
Artikel 2.2c.1 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 2.2c.2 komt te luiden:
De artikelen 2.2c.4 tot en met 2.2c.6 worden genummerd 2.2c5 tot en met 2.2c.7.
Artikel 2.2c.4 (nieuw) komt te luiden:
In aanvulling op artikel 1.2.3, eerste lid, bevat de aanvraag een projectplan volgens het door de provincie beschikbaar gestelde format.
Artikel 2.2c.6 (nieuw) wordt als volgt gewijzigd:
Aan het slot van onderdeel d wordt onder vervanging van de punt door een puntkomma gevolgd door het woord “en” een onderdeel toegevoegd, luidende:
aanschaf en aanplant van plantensoorten vermeld als potentieel invasieve soort op de FLORONlijst Tuin er niet in!.
Na artikel 2.2c.7 (nieuw) wordt een artikel toegevoegd, luidende:
De subsidieontvanger is verplicht om de groenblauwe landschapselementen die worden aangelegd tenminste 10 jaar na afronding van de activiteiten duurzaam in stand te houden.
De artikelen 2.2d.4 en 2.2d.5 worden genummerd 2.2d5 tot en met 2.2d.6.
Na artikel 2.2d.3 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
In aanvulling op artikel 1.2.3, eerste lid, bevat de aanvraag een projectplan volgens het door de provincie beschikbaar gestelde format.
Artikel 2.2d.5 (nieuw) komt te luiden:
Artikel 2.2d.5 Niet-subsidiabele kosten
In aanvulling op artikel 1.3.4 wordt geen subsidie verstrekt voor:
Artikel 2.10.3, onderdeel d, komt te luiden:
De titel van paragraaf 2.15 komt te luiden:
Paragraaf 2.15 Uitvoering specifieke uitkering programma Natuur
In artikel 2.15.1.1, onderdeel b, wordt voor “bestrijding van invasieve exoten” ingevoegd:
Artikel 2.15.1.2 wordt als volgt gewijzigd:
In artikel 2.15.1.3, derde lid, vervalt de tekst “voor het opstellen van de aanvraag’ en wordt “2022” vervangen door: 2025.
Artikel 2.15.1.5, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 2.15.1.6, eerste lid, komt te luiden:
Artikel 2.15.1.7 wordt als volgt gewijzigd:
In artikel 2.15.1.8 komt het tweede lid te vervallen en komt de aanduiding “1.” voor het eerste lid te vervallen.
Na artikel 2.15.1.9 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 2.15.1.10 Overgangsrecht
Paragraaf 2.15, zoals deze luidde voor 1 september 2025, blijft van toepassing op:
De titel van subparagraaf 2.15.3 komt te luiden:
Subparagraaf 2.15.3 Nazorg op de bestrijding van invasieve exoten in Natura 2000-gebied
In artikel 2.15.3.1 wordt de tekst “het verwijderen,” vervangen door: de nazorg op de bestrijding van invasieve exoten gericht op het.
Artikel 2.15.3.2 komt te luiden:
Subsidie wordt alleen verstrekt voor nazorg op uitgevoerde maatregelen ter bestrijding van invasieve exoten in een Natura 2000-gebied, waarvoor eerder subsidie op grond van artikel 2.15.1.1 onder b is verstrekt, en nazorg noodzakelijk is om de bestreden invasieve exoot verwijderd te houden of te beheersen.
Artikel 2.15.3.3 komt te luiden:
Artikel 2.15.3.3 Subsidiabele kosten
Voor subsidie komen in aanmerking die kosten van nazorg die zijn gemaakt gedurende een periode van maximaal zes aaneengesloten jaren.
De artikelen 2.15.3.4 en 2.15.3.5 komen te vervallen.
Artikel 2.15.4.1 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 2.15.4.2 wordt als volgt gewijzigd:
In artikel 2.15.4.3 komt onderdeel a te vervallen en worden de onderdelen b tot en met f geletterd tot a tot en met e.
Artikel 2.15.4.4 wordt als volgt gewijzigd:
In artikel 2.15.5.1 wordt “2021-2025” vervangen door: 2025-2032.
Artikel 2.15.5.2 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 2.15.5.4 wordt als volgt gewijzigd:
In artikel 2.15.5, tweede lid, wordt “en overgangsgebieden” vervangen door: , met uitzondering van inbreng op specifieke N2000-herstelmaatregelen in het gebiedsproces.
In artikel 2.20.1 komt de begripsomschrijving van “soortenmanagementplan” te luiden:
soortenmanagementplan: beleidsplan gericht op het versterken van de staat van instandhouding van beschermde diersoorten binnen een gemeente of enkele gemeenten, berustend op ecologisch onderzoek, dat wordt opgesteld met als doel het dienen als onderbouwing voor het aanvragen van een ontheffing, vergunning of vrijstelling van een verbod ten aanzien van beschermde diersoorten, als bedoeld in artikel 3.3, 3.8 en artikel 3.10, tweede lid, van de Wet natuurbescherming en artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g van de Omgevingswet, dan wel ten aanzien van hun voorplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren, ter versnelling van de energiebesparende isolatie van de thermische schil van gebouwen in de gebouwde omgeving.
In artikel 2.20.2 komt het woord ‘zijn’ na de tekst ‘zijn gericht’ te vervallen.
Artikel 2.20.3 komt te luiden:
Subsidie wordt alleen verstrekt als de activiteiten naar het oordeel van Gedeputeerde Staten in voldoende mate bijdragen aan een doelmatige versnelling van de energiebesparende isolatie van gebouwen in de gebouwde omgeving.
In artikel 2.20.9 wordt “31 december 2027” vervangen door: 31 december 2030.
Na paragraaf 2.22 wordt een nieuwe paragraaf ingevoegd, luidende:
Paragraaf 2.23 Verwerving stikstofdepositieruimte door PAS-melders
Artikel 2.23.1 Begripsomschrijvingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
gemeld PAS-project: Natura 2000-activiteit die voldoet aan de voorwaarden van artikel 17a.14 van de Omgevingsregeling, waarmee de PAS-melder als een positief geverifieerde PAS-melder wordt aangemerkt.
Artikel 2.23.2 Subsidiabele activiteit
Subsidie wordt verstrekt voor de verwerving van stikstofdepositieruimte waarmee door extern salderen conform de Beleidsregels Salderen in Gelderland, een gemeld PAS-project gelegaliseerd kan worden.
Subsidie wordt alleen verstrekt als:
Subsidie kan worden aangevraagd door een positief geverifieerde PAS-melder.
Een aanvraag om subsidie bevat ten minste:
Artikel 2.23.6 Subsidiabele kosten
Voor subsidie komen in aanmerking de kosten van de verwerving van de stikstofdepositieruimte, inclusief ruimte voor afroming en ruimte die niet wordt ingezet door gebrek aan ruimtelijke overlap of overmaat aan ruimte op relevante hexagonen.
Artikel 2.23.7 Hoogte van de subsidie
De subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 5.000 en een maximum van € 50.000.
Artikel 2.23.9 Communautair toetsingskader
Subsidie wordt alleen verstrekt als de verstrekking in overeenstemming is met de De-minimisverordening of als de subsidie wordt aangevraagd door een onderneming die actief is in de primaire productie van landbouwproducten: de De-minimisverordening voor de landbouwsector.
In artikel 2.26.7, onderdeel a, wordt “€ 20.000 ” vervangen door: € 50.000.
Artikel 2.29.11, onderdeel f, komt te luiden:
Na paragraaf 2.30 wordt een nieuwe paragraaf 2.31 ingevoegd, luidende:
Paragraaf 2.31 Kuddebeschermingshonden tegen wolf
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
traditioneel gehoede schaapskudde: rondtrekkende schaapskudde die niet permanent op één plaats graast, bestaande uit minimaal 100 ooien van een zeldzaam schapenras, die wordt gehoed door een herder met één of meer honden;
zeldzaam schapenras: Drents heideschaap, Kempisch heideschaap, Schoonebeker heideschaap of Veluws heideschaap.
2.31.2 Subsidiabele activiteit
Subsidie kan worden verstrekt voor het beschermen van een traditioneel gehoede schaapskudde tegen wolvenaanvallen door de inzet van twee kuddebeschermingshonden.
Subsidie wordt alleen verstrekt als de kuddebeschermingshonden één van de volgende gekwalificeerde rassen zijn: de Anatolische Herdershond, Pyreneese Berghond, Karpatische Herdershond, Cão da Serra da Estrela, Cão de Gado Transmontano,, Kaukasische Avcharka, Komondor, Mastin Español, Berghond van de Maremmen, Rafeiro do Alentejo, Tatrahond, Kuvasz en de Turkse Akbash.
Subsidie kan worden aangevraagd door een natuurlijk persoon of rechtspersoon die eigenaar is van een traditioneel gehoede schaapskudde in Gelderland.
De volgende kosten komen voor subsidie in aanmerking:
De hoogte van de subsidie bedraagt € 14.400 per traditioneel gehoede schaapskudde.
De subsidieontvanger is verplicht zorg te dragen voor begeleiding van de honden door een erkende ervaringsdeskundige gedurende twee jaar na de aanschaf van de kuddebegeleidingshond.
Een subsidie wordt geweigerd als in de afgelopen zes kalenderjaren voor dezelfde traditioneel gehoede schaapskudde eerder subsidie is verstrekt op grond van deze regeling.
Subsidie die wordt aangevraagd door ondernemingen die actief zijn in de primaire productie, verwerking of afzet van landbouwproducten wordt alleen verstrekt voor zover de verstrekking niet in strijd is met de De-minimisverordening voor de landbouwsector.
In artikel 3.2.9, tweede lid, wordt onder verlettering van de onderdelen c en d tot d en e, een onderdeel ingevoegd, luidende:
Artikel 3.2.10 wordt als volgt gewijzigd:
In artikel 4.1.1 komt de begripsomschrijving van hoogwaardig openbaar vervoer te vervallen.
In artikel 4.9.1 wordt in de alfabetische volgorde een begripsomschrijving ingevoegd, luidende:
hoogwaardig openbaar vervoer: openbaar vervoer per bus met een storingsvrije afwikkeling, gestrekte routes met waar nodig vrij liggende infrastructuur voor de bus, een hoge frequentie, herkenbare en goed bereikbare halte- en knooppuntvoorzieningen, een hoog niveau van dynamische reizigersinformatie en beschikbaarheid van goede en voldoende stallingsvoorzieningen voor de fiets;
In artikel 7.4.2, onderdeel c, wordt “fysieke maatregelen op” vervangen door: fysieke maatregelen voor.
In artikel 7.5.3, eerste lid, onderdeel b, wordt “betrekking heeft op” vervangen door: ten goede komt aan.
Artikel 7.5.7 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 7.5.9 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 7.5.11 wordt als volgt gewijzigd:
In artikel 9.5.3 wordt “€ 25.000” vervangen door: € 30.000.
Na paragraaf 9.8 wordt een nieuwe paragraaf ingevoegd, luidende:
Paragraaf 9.9 Proceskosten uitvoering regioarrangementen
Artikel 9.9.1 Begripsomschrijvingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
Regioarrangementen: Gelderse regioarrangementen Achterhoek, Ermelo, Harderwijk, Putten en Zeewolde (EHPZ), Foodvalley, FruitDelta Rivierenland, Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen, Kop van de Veluwe, en Stedendriehoek.
Artikel 9.9.2 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die:
Subsidie wordt alleen verstrekt als de subsidiabele activiteiten noodzakelijk zijn om de in het regioarrangement gestelde doelen eerder te kunnen realiseren of mogelijk te maken en als de subsidiabele activiteiten voldoende bijdragen aan één of meerdere provinciale doelen uit de vigerende omgevingsvisie.
Subsidie kan worden aangevraagd door een regio met rechtspersoonlijkheid, een gemeente of een waterschap van het betreffende regioarrangement.
Artikel 9.9.5 Subsidiabele kosten
Artikel 9.9.6 Hoogte van de subsidie
De subsidie bedraagt maximaal 100% van de subsidiabele kosten.
In artikel 11.2.3, onderdeel e, wordt “fonds Maatschappelijke Waarde Topsport Gelderland” vervangen door: Gelders Sportfonds: Maatschappelijke Waarde Topsport.
Onder vervanging van de punt aan het slot van artikel 11.2.4, onderdeel d, door een puntkomma, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:
Artikel 11.2.6, tweede lid, komt te luiden:
Na artikel 11.2.8, derde lid, wordt een lid toegevoegd, luidende:
De toelichting op de Regels Subsidieverlening Gelderland 2023 wordt als volgt gewijzigd:
In de algemene toelichting over staatssteun komt de tweede alinea te luiden:
Dit is het geval bij de paragrafen 2.2 (voor wat betreft 2.2.1 onderdeel a, b (als steun aan gemeenten), c en d), 2.5, 2.9, 2.12, 2.13 (als steun aan particulieren), 2.14, 2.15.3, 2.15.5, 2.15.7, 2.20, 2.22, 3.5, 3.6, 4.7, 4.8, 4.13, 5.4, 5.5, 5.7, 5.10, 6.2, 6.4, 7.4, 8.4, 8.5, 8.6, 8.7, 9.4, 9.6 (voor wat betreft artikel 9.6.3, onderdeel b, sub i tot en met vii), 9.7 (voor wat betreft artikel 9.7.2, onderdeel a), 9.9, 10.2, 10.3, 10.4, 10.5, 11.2 (voor wat betreft de programma’s van side events), 11.4 en 12.2.
In de algemene toelichting over staatssteun komt de derde alinea te luiden:
De activiteiten die plaatsvinden ter uitvoering van een wettelijke taak door overheden of door aan de overheid gelieerde instanties zijn aan te merken als overheidstaken en hebben daarom geen economisch karakter. Gelet hierop vallen deze subsidies buiten de werking van het staatssteunrecht. Dit betreft paragraaf 3.2.
In de algemene toelichting over staatssteun komt de vierde alinea te luiden:
De aanleg van openbare infrastructuur, zoals wegen, fietspaden, straatverlichting en aansluiting op openbare nutsvoorzieningen, vormt een belangrijk deel van overheidsinvesteringen bij gebiedsontwikkeling. Zolang deze infrastructuur algemeen toegankelijk blijft voor alle potentiële eindgebruikers is er geen sprake van staatssteun. Voor wat betreft de aanleg of verbetering van infrastructuur ter verbetering van de sociale veiligheid geldt dat geen staatssteun optreedt zolang de infrastructuur niet commercieel wordt geëxploiteerd en algemeen toegankelijk blijft voor alle potentiële eindgebruikers. Het betreft de paragrafen 4.5, 4.6, 4.9, 4.10, 4.11 en 4.14.
In de algemene toelichting over staatssteun komt de zesde alinea te luiden:
Voor bepaalde activiteiten heeft de Europese Commissie specifieke vrijstellings- en de-minimisverordeningen vastgesteld. Het gaat daarbij vooral om de AGVV, de LVV en de Landbouw de-minimisverordening. Daar waar een van deze verordeningen van toepassing is, wordt niet getoetst aan de De-minimisverordening. Dit betreft de paragrafen 2.2 (voor wat betreft artikel 2.2.1, onderdeel b (als de onderneming actief is in primaire landbouwproductie) en e), 2.4, 2.6, 2.7 (voor wat betreft artikel 2.7.1, onderdeel e), 2.10, 2.11, 2.13 (als onderneming actief is in primaire landbouwproductie), 2.15.2, onderdeel b voor zover uitgevoerd op landbouwgronden en onderdeel c, 2.15.4, 2.16, 2.17, 2.18, 2.19, 2.21, 2.23, 2.25, 2.27, 2.28, 2.31, 5.3 (voor wat betreft artikel 5.3.1, onderdelen a tot en met d), 5.6, 5.8, 7.2a, 7.5 (voor wat betreft artikel 7.5.2, onderdelen a, b, c en e), 8.3, 8.8, 9.3 en 9.6 (voor wat betreft artikel 9.6.3, onderdeel b, sub x en xi).
De toelichting op paragraaf 2.1 vervalt.
Na de tekst “Paragraaf 2.2 Biodiversiteit en Landschap” worden twee alinea’s ingevoegd, luidende:
In deze regeling wordt het begrip lokaal initiatief opgevat als een project dat binnen een gemeente wordt geïnitieerd en gerealiseerd door mensen uit diezelfde gemeente. Dit kan in de vorm van een inwoner- of burgerinitiatief of door mensen uit dezelfde gemeente die betrokken zijn bij een stichting of vereniging die in de gemeente of een grotere regio, bijvoorbeeld provinciaal of landelijk, opereert.
Onder inheemse soorten worden soorten verstaan die van nature in Nederland voorkomen of zich vóór 1492 op eigen kracht of met menselijk toedoen hebben gevestigd. Daarnaast komen ook cultuurhistorisch waardevolle, streekeigen soorten of rassen, zoals oude hoogstamfruitbomen, in aanmerking voor subsidie. Deze rassen hebben een lange gebruiksgeschiedenis in het gebied, dragen bij aan het karakteristieke landschap en bieden ecologische meerwaarde voor onder andere insecten, vogels en vleermuizen.
De toelichting op paragraaf 2.2a wordt als volgt gewijzigd:
De toelichting op paragraaf 2.2b wordt als volgt gewijzigd:
Na de zin die begint met “Belangrijk uitgangspunt daarbij is” wordt als tekst ingevoegd:
Bij de aanleg van opgaande landschapselementen wordt in het projectplan beschreven hoe rekening is gehouden met de in het plangebied aanwezige kernkwaliteiten in de gebieden die in de provinciale omgevingsverordening opgenomen zijn als landschappen met waardevolle openheid. Informatie hierover, inclusief kaartmateriaal, is te vinden in de Gelderse streekgidsen en Handreiking omgevingsverordening.
De alinea die begint met “Indien een maatregel voor een specifieke (soort)groep” wordt vervangen door:
Fysieke maatregelen voor soorten worden alleen gesubsidieerd als in het projectplan wordt aangetoond dat het leefgebied voldoet aan de vier V’s: voedsel, voortplanting, veiligheid en verplaatsing. Deze voorwaarden zijn essentieel om een gebied geschikt te maken of te houden voor een soort(groep). Zonder deze vier elementen zijn maatregelen, zoals nestkasten of bijenhotels, ineffectief. Alleen fysieke maatregelen met een primair ecologisch doel, zoals faunapassages, komen in aanmerking voor subsidie. Civieltechnische aanpassingen met slechts een neveneffect voor soorten, zoals duikers, worden niet gesubsidieerd.
In de derde alinea wordt de zin die begint met “Een overzicht, omschrijving en maatvoering” vervangen door: Een overzicht, omschrijving en maatvoering van deze groenblauwe landschapselementen met code L01 is te vinden in bijlage 1 van de Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer Gelderland 2016 | Lokale wet- en regelgeving.
De alinea die begint met “Subsidie voor realisatie van” wordt vervangen door:
Subsidie voor realisatie van kruidenrijke akker- en struweelranden en bermen door het inzaaien van inheemse zaadmengsels is toegestaan, zie ook hierboven opgenomen begripsomschrijving van groenblauwe dooradering (GBDA) uit het Aanvalsplan Landschap (september 2022). Uit de praktijk blijkt bovendien dat aanpassingen in maaibeheer kostenneutraal kunnen worden doorgevoerd.
De toelichting op paragraaf 2.2c wordt als volgt gewijzigd:
De toelichting op paragraaf 2.2d wordt als volgt gewijzigd:
De artikelsgewijze toelichting op de artikelen 2.15.1.2 en 2.15.4.2 komt te vervallen.
Na de artikelsgewijze toelichting op 2.15.1.3 wordt een nieuwe toelichting ingevoegd, luidende:
Voor bepaalde maatregelen zijn op grond van artikel 2.15.1.6 normkosten bepaald. Voor zover normkosten zijn bepaald, zijn deze opgenomen in Bijlage 5. Voor de bestrijding van invasieve exoten, zijnde planten zoals duizendknoop, balsemien en guldenroede, zijn geen normkosten vastgesteld. Hiervoor geldt dat de hoogte van de vergoedingen afhankelijk van de te bestrijden soort exoot en uitgevoerde bestrijdingsmethode. Dit geldt zowel voor aanpak van invasieve exoten als herstelmaatregel vanuit een N2000-beheerplan, alsook voor de nazorg op de bestrijding van invasieve exoten als het planten betreft. In het kader van het vooroverleg wordt de begroting van de kosten getoetst aan de vooraf ter beschikking gestelde richtbedragen per soort en bestrijdingsmethode.
In de algemene toelichting op paragraaf 2.20 komen de zinnen “Een SMP heeft echter een ontwikkeltijd van 2-3 jaar en is daarmee als instrument niet op korte termijn inzetbaar. Tijdens deze periode kunnen gemeenten en hun inwoners gebruik maken van een pre-soortenmanagementplan (pre-SMP). De provincie kan op basis van dit pre-SMP een tijdelijke gebiedsgerichte omgevingsvergunning verlenen.” en de tekst ‘Deze regeling voorziet’ aan het einde van deze paragraaf te vervallen.
De artikelsgewijze toelichting op artikel 2.20.1 komt te luiden:
Artikel 2.20.1 Begripsomschrijvingen
De omschrijving van wat wordt verstaan onder soortenmanagementplan is afkomstig uit de Regeling specifieke uitkering versnelling natuurinclusief isoleren wetten.nl - Regeling - Regeling specifieke uitkering versnelling natuurinclusief isoleren - BWBR0049033. Een SMP is een gemeentelijk beleidsplan dat is gericht op het verkrijgen en behouden van een gunstige Staat van Instandhouding van een lokale populatie beschermde diersoorten in een plangebied, met inachtneming van de te verwachten activiteiten en ruimtelijke ontwikkelingen in dat plangebied.
Het SMP dient als basis voor het aanvragen van een gebiedsgerichte omgevingsvergunning voor flora en fauna activiteiten in het kader van de Omgevingswet. Met de gebiedsgerichte omgevingsvergunning kunnen verschillende partijen bouwactiviteiten, waaronder isolatiewerkzaamheden, uitvoeren in een plangebied waar beschermde soorten voorkomen. Een SMP borgt proactief de bescherming en versterking van essentiële verblijfplaatsen en leefgebieden van deze beschermde diersoorten. Dit om te voorkomen dat de gezamenlijke activiteiten in het plangebied kunnen leiden tot een verslechtering van de staat van instandhouding van de beschermde soort.
De artikelsgewijze toelichting op artikel 2.20.8 komt te vervallen.
Na de toelichting op paragraaf 2.22, wordt een toelichting op paragraaf 2.23 ingevoegd, luidende:
Paragraaf 2.23 Verwerving stikstofdepositieruimte door PAS-melders
De AERIUS Calculator is een rekeninstrument voor de vaststelling van de omvang van
stikstofdepositie op een voor stikstof gevoelige habitat in een Natura 2000-gebied, beschikbaar op www.aerius.nl/.
Na de toelichting op artikel 2.29.11, onderdeel e, wordt een toelichting op onderdeel f ingevoegd, luidende:
De veehouder dient geen overtreding van wettelijke normen voor het drijven van een veehouderijonderneming te hebben begaan. Hierbij kan gedacht worden aan het begaan van een ernstig strafbaar feit. In ieder geval gaat het om een overtreding van de norm voor het productierecht van artikel 19, eerste lid (varkensrecht), artikel 20, eerste lid (pluimveerecht), of artikel 21b, eerste lid (fosfaatrecht) Meststoffenwet.
Na de artikelsgewijze toelichting op paragraaf 2.30 wordt een nieuwe toelichting ingevoegd, luidende:
Paragraaf 2.31 Kuddebeschermingshonden tegen wolf
De begripsomschrijvingen traditioneel gehoede schaapskudde en zeldzaam schapenras komen overeen met de begripsomschrijvingen uit de Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer Gelderland 2016.
Op de website Kuddebeschermingshond wordt een aantal rassen aangemerkt als gekwalificeerd om in te zetten als kuddebeschermingshond. Wanneer met een geschiktheidsanalyse door een ervaringsdeskundige wordt aangetoond dat een ander ras ook gekwalificeerd is als kuddebeschermingshond, dan kan worden afgeweken van de genoemde rassen.
De gebieden die worden begraasd door traditioneel gehoede schaapskuddes zijn van oudsher de natuurterreinen die vallen onder het subsidiestelsel voor natuur en landschap (SNL). Voor het beheer van deze natuurterreinen kan een extra vergoeding in de vorm van een toeslag voor beheer door een traditioneel gehoede schaapskudde worden aangevraagd. Op de kaart “Toeslag schaapskudde” behorende bij het Natuurbeheerplan van de provincie Gelderland zijn deze natuurterreinen aangewezen.
In Gelderland zijn naar schatting rond de 20 traditioneel gehoede schaapskuddes actief op de Veluwe, in de Achterhoek en de IJsselvallei. De subsidieregeling is uitdrukkelijk bedoeld voor deze professionele schaapskuddes omdat de aanschaf en begeleiding van een kuddebeschermingshond het nodige vraagt van het aanpassingsvermogen van de herders en van het publiek. Het is daarom geen standaardoplossing die algemeen kan worden ingezet.
Een eigenaar van een traditioneel gehoede schaapskudde kan de subsidie aanvragen. Vaak is dat een stichting, maar ook een natuurlijk persoon kan eigenaar zijn van een traditioneel gehoede schaapskudde.
De bijlagen bij de Regels Subsidieverlening Gelderland 2023 worden als volgt gewijzigd:
Bijlage 5 Normkosten paragraaf 2.15 en 2.16
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2025-11517.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.