14e wijziging Regels Subsidieverlening Gelderland

Gedeputeerde Staten van Gelderland

 

Gelet op artikel 3, vierde lid, van de Algemene subsidieverordening Gelderland 2016

 

BESLUITEN

 

vast te stellen de veertiende wijziging van de Regels Subsidieverlening Gelderland 2023

Artikel I  

De Regels Subsidieverlening Gelderland 2023 worden als volgt gewijzigd:

 

A.

Artikel 2.1.1 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    In de alfabetische volgorde wordt na de begripsomschrijving van “gebouw” een begripsomschrijving ingevoegd, luidende:

    gebouwde omgeving: stedelijk gebied als bedoeld in Bijlage I bij artikel 1.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving;

  • 2.

    De begripsomschrijving “landelijk gebied” komt te luiden:

    l andelijk gebied: gebied buiten de begrenzing van het stedelijk gebied als bedoeld in Bijlage I bij artikel 1.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving;

  • 3.

    In de alfabetische volgorde wordt na de begripsomschrijving van “nieuwe natuur” een begripsomschrijving ingevoegd, luidende:

    PAS-melder: onderneming of natuurlijk persoon die voor zijn bedrijf voor het Programma Aanpak Stikstof (PAS) een melding heeft gedaan van een Natura 2000-activiteit die voldoet aan de voorwaarden van artikel 17a.14 van de Omgevingsregeling;

  • 4.

    De begripsomschrijving “stedelijk gebied” vervalt.

B.

In artikel 2.2.1, onderdeel c, wordt na “bestaand groen” ingevoegd: en water en wordt “stedelijk gebied;” vervangen door: de gebouwde omgeving;

 

C.

Artikel 2.2.2 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Het tweede lid komt te luiden:

    • 2.

      In een gecombineerde aanvraag wordt in ieder geval onderdeel d van artikel 2.2.1, gecombineerd met onderdelen b of c van artikel 2.2.1 of beide, zodat de inwonerparticipatie altijd ondersteunend is aan de subsidiabele activiteiten van een of meer projecten in de aanvraag.

  • 2.

    Het vierde lid komt te luiden:

    • 4.

      Subsidie op basis van een gecombineerde aanvraag wordt niet meer dan eenmaal verstrekt in de periode waarvoor het subsidieplafond is vastgesteld.

D.

Na artikel 2.2.2 wordt een artikel toegevoegd, luidende:

 

Artikel 2.2.3 Aanvang aanvraagperiode

Subsidie voor artikel 2.2.1, onderdelen a tot en met d, kan worden aangevraagd vanaf 1 oktober 2025.

 

E.

In 2.2a.1 wordt na “een biodiversiteitsplan” ingevoegd: voor de gehele gemeente.

 

F.

Artikel 2.2b.2 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Het eerste lid komt te luiden:

    • 1.

      Subsidie wordt alleen verstrekt als de groenblauwe landschapselementen worden aangelegd of hersteld in het landelijk gebied.

  • 2.

    Het tweede lid komt te luiden:

    • 2.

      Subsidie voor het aanleggen of herstellen van groenblauwe landschapselementen wordt voorts alleen verstrekt als:

      • a.

        het groenblauwe landschapselementen betreft uit bijlage 1 van de Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer Gelderland 2016 | Lokale wet- en regelgeving;

      • b.

        de aanleg bijdraagt aan biodiversiteit, waarbij expliciet wordt verwezen naar aanwezige lokale ecologische waarden;

      • c.

        de verplichte duurzame instandhouding van de aangelegde groenblauwe landschapselementen wordt geborgd;

      • d.

        een koppeling wordt gelegd met de in het biodiversiteitsplan opgenomen doelsoorten als de aanvrager beschikt over een actueel biodiversiteitsplan; en

      • e.

        gebruik wordt gemaakt van inheems plantmateriaal en zaaizaad, waarbij in geval van laanherstel minimaal twee verschillende boomsoorten worden aangeplant.

  • 3.

    Na het derde lid wordt een lid toegevoegd, luidende:

    • 4.

      Voorts wordt subsidie aan een gemeente alleen verstrekt als er minimaal één lokaal initiatief wordt gerealiseerd dat bestaat uit een (deel)project dat binnen de gemeente geïnitieerd en mede gerealiseerd wordt door mensen uit diezelfde gemeente.

G.

Artikel 2.2b.4 komt te luiden:

 

Artikel 2.2b.4 Aanvraag

In aanvulling op artikel 1.2.3, eerste lid, bevat de aanvraag een projectplan volgens het door de provincie beschikbaar gestelde format.

 

H.

In artikel 2.2b.6, onderdeel c, wordt na “aanschaf van machines” ingevoegd: of gereedschap.

 

I.

In artikel 2.2b.7 wordt na “is verplicht om” ingevoegd: groenblauwe.

 

J.

Artikel 2.2b.9 komt te luiden:

 

Artikel 2.2b.9 Communautair toetsingskader

  • 1.

    Subsidie aan een eigenaar van een bos of landgoed wordt alleen verstrekt voor zover de verstrekking niet in strijd is met de De-minimisverordening.

  • 2.

    Subsidie aan een onderneming actief in de primaire productie, verwerking of afzet van landbouwproducten wordt alleen verstrekt voor zover de verstrekking niet in strijd is met De-minimisverordening voor de landbouwsector.

K.

In de titel van paragraaf 2.2c wordt “stedelijk gebied” vervangen door: de gebouwde omgeving.

 

L.

Artikel 2.2c.1 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Na “bestaand groen” wordt ingevoegd: en water.

  • 2.

    De tekst “stedelijk gebied wordt vervangen door: de gebouwde omgeving.

M.

Artikel 2.2c.2 komt te luiden:

  • 1.

    Subsidie wordt alleen verstrekt als:

    • a.

      de activiteiten bijdragen aan het vergroten van de biodiversiteit, waarbij expliciet wordt verwezen naar aanwezige lokale ecologische waarden;

    • b.

      de verplichte duurzame instandhouding van de aangelegde groenblauwe landschapselementen wordt geborgd;

    • c.

      een koppeling wordt gelegd met de in het biodiversiteitsplan opgenomen doelsoorten als de aanvrager beschikt over een actueel biodiversiteitsplan;

    • d.

      de activiteiten bestaan uit het aanleggen of omvormen van groen en water in gebouwde omgeving op gemeentelijke grond of particuliere gronden; en

    • e.

      er gebruik wordt gemaakt van inheemse beplanting of uitheemse beplanting die bijdraagt aan het vergroten van de biodiversiteit conform de lokale ecologische waarden.

  • 2.

    Voorts wordt subsidie aan een gemeente alleen verstrekt als er minimaal één lokaal initiatief wordt gerealiseerd dat bestaat uit een (deel)project dat binnen de gemeente geïnitieerd en mede gerealiseerd wordt door mensen uit diezelfde gemeente.

N.

De artikelen 2.2c.4 tot en met 2.2c.6 worden genummerd 2.2c5 tot en met 2.2c.7.

 

O.

Artikel 2.2c.4 (nieuw) komt te luiden:

 

Artikel 2.2c.4 Aanvraag

In aanvulling op artikel 1.2.3, eerste lid, bevat de aanvraag een projectplan volgens het door de provincie beschikbaar gestelde format.

 

P.

Artikel 2.2c.6 (nieuw) wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    In onderdeel c wordt na “aanschaf van machines” ingevoegd: of gereedschap en komt “en” aan het slot te vervallen.

  • 2.

    Aan het slot van onderdeel d wordt onder vervanging van de punt door een puntkomma gevolgd door het woord “en” een onderdeel toegevoegd, luidende:

    • e.

      aanschaf en aanplant van plantensoorten vermeld als potentieel invasieve soort op de FLORONlijst Tuin er niet in!.

Q.

Na artikel 2.2c.7 (nieuw) wordt een artikel toegevoegd, luidende:

 

Artikel 2.2c.8 Verplichting

De subsidieontvanger is verplicht om de groenblauwe landschapselementen die worden aangelegd tenminste 10 jaar na afronding van de activiteiten duurzaam in stand te houden.

 

R.

De artikelen 2.2d.4 en 2.2d.5 worden genummerd 2.2d5 tot en met 2.2d.6.

 

S.

Na artikel 2.2d.3 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

 

Artikel 2.2d.4 Aanvraag

In aanvulling op artikel 1.2.3, eerste lid, bevat de aanvraag een projectplan volgens het door de provincie beschikbaar gestelde format.

 

T.

Artikel 2.2d.5 (nieuw) komt te luiden:

 

Artikel 2.2d.5 Niet-subsidiabele kosten

In aanvulling op artikel 1.3.4 wordt geen subsidie verstrekt voor:

  • a.

    interne loonkosten van een gemeente; en

  • b.

    aanschaf van machines of gereedschap.

U.

Artikel 2.10.3, onderdeel d, komt te luiden:

  • d.

    het project een slagingskans heeft, gelet op onder meer het draagvlak binnen de landbouwsector en de betrokkenheid van ondernemers bij het project; en:

V.

De titel van paragraaf 2.15 komt te luiden:

 

Paragraaf 2.15 Uitvoering specifieke uitkering programma Natuur

 

W.

In artikel 2.15.1.1, onderdeel b, wordt voor “bestrijding van invasieve exoten” ingevoegd:

nazorg op de.

 

X.

Artikel 2.15.1.2 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Het eerste lid komt te luiden:

    • 1.

      Subsidie wordt alleen verleend als de activiteit, genoemd in artikel 2.15.1.1 onder a, b en c, uitvoering geeft aan een maatregel:

      • a.

        die is opgenomen in een Natura 2000- beheerplan inclusief de herstelprogramma’s Veluwe; of

      • b.

        die voortkomt uit een nader onderzoek, dat is uitgezet vanuit een opgave uit een Natuurdoelanalyse of Natura 2000-beheerplan, en die noodzakelijk is voor de gunstige staat van instandhouding van de soorten en habitattypen waarvoor het Natura 2000-gebied is aangewezen.

  • 2.

    Onder vernummering van het tweede lid naar het derde lid, wordt een lid ingevoegd, luidende:

    • 2.

      Subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.15.1.1 wordt voorts alleen verleend als aan de hand van een conceptaanvraag vooroverleg heeft plaatsgevonden over de wenselijkheid, de efficiëntie en de effectiviteit van de subsidiabele activiteit.

Y.

In artikel 2.15.1.3, derde lid, vervalt de tekst “voor het opstellen van de aanvraag’ en wordt “2022” vervangen door: 2025.

 

Z.

Artikel 2.15.1.5, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    In onderdeel b, aanhef, wordt “natuurgebied” vervangen door: Natura 2000-gebied.

  • 2.

    In onderdeel b, sub i, wordt “het natuurgebied” vervangen door: of ten behoeve van het Natura 2000-gebied.

  • 3.

    In onderdeel b worden de onderdelen ii tot en met iv geletterd iii tot en met v.

  • 4.

    In onderdeel b wordt na onderdeel i een nieuw subonderdeel toegevoegd, luidende:

    • ii.

      het maatregelnummer van de Natura 2000-maatregel;

  • 5.

    Na onderdeel c wordt onder vervanging van de punt aan het slot door “; en” een onderdeel toegevoegd, luidende:

    • d.

      een maatregeltabel aangeleverd op het door de Provincie beschikbaar gestelde format.

AA.

Artikel 2.15.1.6, eerste lid, komt te luiden:

  • 1.

    De subsidie bedraagt maximaal 100% van de subsidiabele kosten en, indien normkosten zijn vastgesteld, maximaal het in bijlage 5 vermelde normbedrag.

BB.

 

Artikel 2.15.1.7 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    In het eerste lid wordt “1 juli 2026” vervangen door: 30 juni 2032.

  • 2.

    In het tweede lid wordt na “gedurende” ingevoegd: minimaal.

CC.

In artikel 2.15.1.8 komt het tweede lid te vervallen en komt de aanduiding “1.” voor het eerste lid te vervallen.

 

DD.

Na artikel 2.15.1.9 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

 

Artikel 2.15.1.10 Overgangsrecht

Paragraaf 2.15, zoals deze luidde voor 1 september 2025, blijft van toepassing op:

  • 1.

    aanvragen, die voor die datum zijn ingediend;

  • 2.

    subsidies, die voor die datum zijn verleend; en

  • 3.

    subsidies, die voor die datum zijn vastgesteld.

EE.

De titel van subparagraaf 2.15.3 komt te luiden:

 

Subparagraaf 2.15.3 Nazorg op de bestrijding van invasieve exoten in Natura 2000-gebied

 

FF.

In artikel 2.15.3.1 wordt de tekst “het verwijderen,” vervangen door: de nazorg op de bestrijding van invasieve exoten gericht op het.

 

GG.

Artikel 2.15.3.2 komt te luiden:

 

Artikel 2.15.3.2 Criteria

Subsidie wordt alleen verstrekt voor nazorg op uitgevoerde maatregelen ter bestrijding van invasieve exoten in een Natura 2000-gebied, waarvoor eerder subsidie op grond van artikel 2.15.1.1 onder b is verstrekt, en nazorg noodzakelijk is om de bestreden invasieve exoot verwijderd te houden of te beheersen.

 

HH.

Artikel 2.15.3.3 komt te luiden:

 

Artikel 2.15.3.3 Subsidiabele kosten

Voor subsidie komen in aanmerking die kosten van nazorg die zijn gemaakt gedurende een periode van maximaal zes aaneengesloten jaren.

 

II.

De artikelen 2.15.3.4 en 2.15.3.5 komen te vervallen.

 

JJ

Artikel 2.15.4.1 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    In de aanhef komt de tekst “of omvorming naar” te vervallen.

  • 2.

    De onderdelen b en g vervallen.

  • 3.

    De onderdelen c tot en met h worden geletterd b tot en met f.

KK.

Artikel 2.15.4.2 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    In het eerste lid, onderdeel b, wordt onder vervanging van de punt aan het slot door een puntkomma gevolgd door het woord “en” een onderdeel toegevoegd, luidende:

    • c.

      op locaties buiten de herstelmaatregelbegrenzing ‘Herstel historisch boscomplexen’ en ‘Herstel (en uitbreiding) strubbenboscomplexen’ uit het herstelprogramma Bossen.

  • 2.

    Het tweede lid en het zevende lid komen te vervallen.

  • 3.

    Het derde lid tot en met het achtste lid worden vernummerd tot tweede tot en met het zesde lid.

  • 4.

    Het tweede lid (nieuw) wordt als volgt gewijzigd:

    • a.

      In de aanhef wordt de tekst “onder c” vervangen door: onder b.

    • b.

      Na onderdeel c wordt onder vervanging van de punt aan het slot door een puntkomma gevolgd door het woord “en” een onderdeel toegevoegd, luidende:

      • d.

        op locaties buiten de herstelmaatregelbegrenzing ‘Herstel historisch boscomplexen’, ‘Herstel (en uitbreiding) strubbenboscomplexen’ en ‘Landschapsbrede exotenbestrijding’ uit het herstelprogramma Bossen.

  • 5.

    Het derde lid (nieuw) wordt als volgt gewijzigd:

    • a.

      In de aanhef wordt de tekst “onder d” vervangen door: onder c.

    • b.

      Na onderdeel f wordt onder vervanging van de punt aan het slot door een puntkomma gevolgd door het woord “en” een onderdeel toegevoegd, luidende:

      • g.

        op locaties buiten de herstelmaatregelbegrenzing ‘Herstel historisch boscomplexen’ en ‘Herstel (en uitbreiding) strubbenboscomplexen’ uit het herstelprogramma Bossen.

  • 6.

    Het vierde lid (nieuw) wordt als volgt gewijzigd:

    • a.

      In de aanhef wordt de tekst “onder e” vervangen door: onder d.

    • b.

      Na onderdeel g wordt onder vervanging van de punt aan het slot door een puntkomma gevolgd door het woord “en” een onderdeel toegevoegd, luidende:

      • h.

        op locaties buiten de herstelmaatregelbegrenzing ‘Herstel historisch boscomplexen’ en ‘Herstel (en uitbreiding) strubbenboscomplexen’ uit het herstelprogramma Bossen.

  • 7.

    Het vijfde lid (nieuw) wordt als volgt gewijzigd:

    • a.

      In de aanhef wordt de tekst “onder f” vervangen door: onder e.

    • b.

      Na onderdeel c wordt onder vervanging van de punt aan het slot door een puntkomma gevolgd door het woord “en” een onderdeel toegevoegd, luidende:

    • c.

      op locaties buiten de herstelmaatregelbegrenzing ‘Herstel historisch boscomplexen’ en ‘Herstel (en uitbreiding) strubbenboscomplexen’ uit het herstelprogramma Bossen.

  • 8.

    Het zesde lid (nieuw) wordt als volgt gewijzigd:

    • a.

      In de aanhef wordt de tekst “onder h” vervangen door: onder f.

    • b.

      In onderdeel a wordt na de tekst “binnen kwalificerende habitattypen bos” ingevoegd: of binnen de herstelmaatregelbegrenzing ‘Herstel historisch boscomplexen’ en ‘Herstel (en uitbreiding) strubbenboscomplexen’ uit het herstelprogramma Bossen.

LL.

In artikel 2.15.4.3 komt onderdeel a te vervallen en worden de onderdelen b tot en met f geletterd tot a tot en met e.

 

MM.

Artikel 2.15.4.4 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Het eerste lid komt te vervallen.

  • 2.

    Het tweede lid tot en met vierde lid worden genummerd eerste lid tot en met derde lid.

  • 3.

    In het eerste lid (nieuw) wordt “onder c en h” vervangen door: b en f.

  • 4.

    In het tweede lid (nieuw) wordt “onder d en g” vervangen door: c.

  • 5.

    In het derde lid (nieuw) wordt “onder d, e en g” vervangen door: c en d.

NN.

In artikel 2.15.5.1 wordt “2021-2025” vervangen door: 2025-2032.

 

OO.

Artikel 2.15.5.2 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    In het eerste lid wordt “vanaf 1 januari 2022;” vervangen door: in de periode 1 januari 2025 tot en met 30 juni 2032: en;

  • 2.

    Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:

    • a.

      in onderdeel c, komt het woord “of” aan het slot te vervallen;

    • b.

      onderdeel d komt te luiden:

      • d.

        het vooroverleg ter voorbereiding van het uitvoeringsprogramma;

    • c.

      na onderdeel d worden nieuwe onderdelen toegevoegd, luidende:

      • e.

        een bijdrage leveren aan Natura 2000 onderzoeks- en herstelmaatregelen die uitgevoerd worden door de provincie of een andere partij, waarbij ureninzet van de aanvrager noodzakelijk is; of

      • f.

        een bijdrage leveren aan het opstellen van een nieuw of geactualiseerd Natura 2000 beheerplan voor een Natura 2000 (deel)gebied dat is gelegen in Gelderland.

PP.

Artikel 2.15.5.4 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Het tweede lid komt te luiden:

    • 2.

      De subsidie voor de apparaatskosten bedraagt maximaal € 2.000.000 per aanvrager.

  • 2.

    Na het tweede lid wordt een lid toegevoegd, luidende:

    • 3.

      Subsidie voor apparaatskosten verstrekt voor de uitvoering van het Provinciaal Uitvoeringsprogramma Gelderland 2021-2025 tellen niet mee voor het maximum genoemd in het tweede lid.

QQ.

In artikel 2.15.5, tweede lid, wordt “en overgangsgebieden” vervangen door: , met uitzondering van inbreng op specifieke N2000-herstelmaatregelen in het gebiedsproces.

 

RR.

In artikel 2.20.1 komt de begripsomschrijving van “soortenmanagementplan” te luiden:

 

soortenmanagementplan: beleidsplan gericht op het versterken van de staat van instandhouding van beschermde diersoorten binnen een gemeente of enkele gemeenten, berustend op ecologisch onderzoek, dat wordt opgesteld met als doel het dienen als onderbouwing voor het aanvragen van een ontheffing, vergunning of vrijstelling van een verbod ten aanzien van beschermde diersoorten, als bedoeld in artikel 3.3, 3.8 en artikel 3.10, tweede lid, van de Wet natuurbescherming en artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g van de Omgevingswet, dan wel ten aanzien van hun voorplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren, ter versnelling van de energiebesparende isolatie van de thermische schil van gebouwen in de gebouwde omgeving.

 

SS.

In artikel 2.20.2 komt het woord ‘zijn’ na de tekst ‘zijn gericht’ te vervallen.

 

TT.

Artikel 2.20.3 komt te luiden:

 

Artikel 2.20.3 Criteria

Subsidie wordt alleen verstrekt als de activiteiten naar het oordeel van Gedeputeerde Staten in voldoende mate bijdragen aan een doelmatige versnelling van de energiebesparende isolatie van gebouwen in de gebouwde omgeving.

 

UU.

In artikel 2.20.9 wordt “31 december 2027” vervangen door: 31 december 2030.

 

VV.

Na paragraaf 2.22 wordt een nieuwe paragraaf ingevoegd, luidende:

 

Paragraaf 2.23 Verwerving stikstofdepositieruimte door PAS-melders

 

Artikel 2.23.1 Begripsomschrijvingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

 

gemeld PAS-project: Natura 2000-activiteit die voldoet aan de voorwaarden van artikel 17a.14 van de Omgevingsregeling, waarmee de PAS-melder als een positief geverifieerde PAS-melder wordt aangemerkt.

 

Artikel 2.23.2 Subsidiabele activiteit

  • 1.

    Subsidie wordt verstrekt voor de verwerving van stikstofdepositieruimte waarmee door extern salderen conform de Beleidsregels Salderen in Gelderland, een gemeld PAS-project gelegaliseerd kan worden.

  • 2.

    De subsidiabele activiteit mag worden verricht in samenhang met andere maatregelen waarmee een gemeld PAS-project gerealiseerd kan worden.

Artikel 2.23.3 Criteria

Subsidie wordt alleen verstrekt als:

  • a.

    het gemeld PAS-project wordt uitgevoerd in de provincie Gelderland; en

  • b.

    het gemeld PAS-project, al dan niet in combinatie met andere activiteiten, leidt tot legalisatie van de PAS-melder.

Artikel 2.23.4 Aanvrager

Subsidie kan worden aangevraagd door een positief geverifieerde PAS-melder.

 

Artikel 2.23.5 Aanvraag

Een aanvraag om subsidie bevat ten minste:

  • a.

    een melding aan Gedeputeerde Staten van het voornemen tot extern salderen, conform de Beleidsregels Salderen in Gelderland;

  • b.

    een beschrijving van de voorgenomen verwerving van stikstofdepositieruimte, en eventuele andere activiteiten, inclusief de bijbehorende berekeningen met AERIUS Calculator waaruit blijkt dat de stikstofdepositieruimte in het gemelde PAS-project volledig wordt gemitigeerd; en

  • c.

    een door de aanbieder ondertekende offerte van de te verwerven stikstofdepositieruimte.

Artikel 2.23.6 Subsidiabele kosten

Voor subsidie komen in aanmerking de kosten van de verwerving van de stikstofdepositieruimte, inclusief ruimte voor afroming en ruimte die niet wordt ingezet door gebrek aan ruimtelijke overlap of overmaat aan ruimte op relevante hexagonen.

 

Artikel 2.23.7 Hoogte van de subsidie

De subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 5.000 en een maximum van € 50.000.

 

Artikel 2.23.8 Verplichtingen

  • 1.

    De subsidieontvanger verwerft de voor legalisatie benodigde stikstofdepositieruimte en vraagt de voor legalisatie benodigde omgevingsvergunning aan binnen zes maanden na subsidieverlening.

  • 2.

    Gedeputeerde Staten kunnen op verzoek de in het eerste lid genoemde termijn verlengen.

  • 3.

    De subsidieontvanger is verplicht de verworven stikstofrechten die overblijven na legalisatie onverwijld beschikbaar te stellen voor de SSRS-bank, bedoeld in artikel 17a.6 van de Omgevingsregeling.

Artikel 2.23.9 Communautair toetsingskader

Subsidie wordt alleen verstrekt als de verstrekking in overeenstemming is met de De-minimisverordening of als de subsidie wordt aangevraagd door een onderneming die actief is in de primaire productie van landbouwproducten: de De-minimisverordening voor de landbouwsector.

 

WW.

In artikel 2.26.7, onderdeel a, wordt “€ 20.000 ” vervangen door: € 50.000.

 

XX.

Artikel 2.29.11, onderdeel f, komt te luiden:

  • f.

    de veehouder niet voldoet of niet heeft voldaan aan de wettelijke vereisten voor het drijven van een veehouderijonderneming;

YY.

Na paragraaf 2.30 wordt een nieuwe paragraaf 2.31 ingevoegd, luidende:

 

Paragraaf 2.31 Kuddebeschermingshonden tegen wolf

 

2.31.1 Begripsomschrijvingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

 

traditioneel gehoede schaapskudde: rondtrekkende schaapskudde die niet permanent op één plaats graast, bestaande uit minimaal 100 ooien van een zeldzaam schapenras, die wordt gehoed door een herder met één of meer honden;

 

zeldzaam schapenras: Drents heideschaap, Kempisch heideschaap, Schoonebeker heideschaap of Veluws heideschaap.

 

2.31.2 Subsidiabele activiteit

Subsidie kan worden verstrekt voor het beschermen van een traditioneel gehoede schaapskudde tegen wolvenaanvallen door de inzet van twee kuddebeschermingshonden.

 

2.31.3 Criteria

  • 1.

    Subsidie wordt alleen verstrekt als de kuddebeschermingshonden één van de volgende gekwalificeerde rassen zijn: de Anatolische Herdershond, Pyreneese Berghond, Karpatische Herdershond, Cão da Serra da Estrela, Cão de Gado Transmontano,, Kaukasische Avcharka, Komondor, Mastin Español, Berghond van de Maremmen, Rafeiro do Alentejo, Tatrahond, Kuvasz en de Turkse Akbash.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid kan subsidie worden verstrekt voor een ander ras als uit een deskundigenadvies blijkt dat dit ras ook gekwalificeerd is.

  • 3.

    Subsidie wordt voorts alleen verstrekt als de traditioneel gehoede schaapskudde wordt ingezet voor begrazing in natuurterreinen die in het geldende natuurbeheerplan van de provincie Gelderland zijn aangewezen op de kaart “Toeslag schaapskudde”.

2.31.4 Aanvrager

Subsidie kan worden aangevraagd door een natuurlijk persoon of rechtspersoon die eigenaar is van een traditioneel gehoede schaapskudde in Gelderland.

 

2.31.5 Subsidiabele kosten

De volgende kosten komen voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    Aanschaf van de kuddebeschermingshonden;

  • b.

    Begeleiding van de kuddebeschermingshonden.

2.31.6 Hoogte van de subsidie

De hoogte van de subsidie bedraagt € 14.400 per traditioneel gehoede schaapskudde.

 

2.31.7 Verplichtingen

De subsidieontvanger is verplicht zorg te dragen voor begeleiding van de honden door een erkende ervaringsdeskundige gedurende twee jaar na de aanschaf van de kuddebegeleidingshond.

 

2.31.8 Weigeringsgronden

Een subsidie wordt geweigerd als in de afgelopen zes kalenderjaren voor dezelfde traditioneel gehoede schaapskudde eerder subsidie is verstrekt op grond van deze regeling.

 

2.31.9 Communautair kader

Subsidie die wordt aangevraagd door ondernemingen die actief zijn in de primaire productie, verwerking of afzet van landbouwproducten wordt alleen verstrekt voor zover de verstrekking niet in strijd is met de De-minimisverordening voor de landbouwsector.

 

ZZ.

In artikel 3.2.9, tweede lid, wordt onder verlettering van de onderdelen c en d tot d en e, een onderdeel ingevoegd, luidende:

  • c.

    de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt op grond van de Specifieke uitkering gebiedsprocessen en maatregelen Regeling provinciale maatregelen landelijk gebied, zijn uiterlijk 31 december 2027 gerealiseerd;

AAA.

Artikel 3.2.10 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    In het eerste lid wordt “eerste lid” vervangen door: aanhef en onder a.

  • 2.

    In het tweede lid wordt “artikel 3.2.4, tweede lid” vervangen door: artikel 3.2.9, tweede lid, onderdeel a.

BBB.

Paragraaf 3.3 vervalt.

 

CCC.

Paragraaf 3.4 vervalt.

 

DDD.

In artikel 4.1.1 komt de begripsomschrijving van hoogwaardig openbaar vervoer te vervallen.

 

EEE.

Paragraaf 4.2 vervalt.

 

FFF.

In artikel 4.9.1 wordt in de alfabetische volgorde een begripsomschrijving ingevoegd, luidende:

 

hoogwaardig openbaar vervoer: openbaar vervoer per bus met een storingsvrije afwikkeling, gestrekte routes met waar nodig vrij liggende infrastructuur voor de bus, een hoge frequentie, herkenbare en goed bereikbare halte- en knooppuntvoorzieningen, een hoog niveau van dynamische reizigersinformatie en beschikbaarheid van goede en voldoende stallingsvoorzieningen voor de fiets;

 

GGG.

In artikel 7.4.2, onderdeel c, wordt “fysieke maatregelen op” vervangen door: fysieke maatregelen voor.

 

HHH.

In artikel 7.5.3, eerste lid, onderdeel b, wordt “betrekking heeft op” vervangen door: ten goede komt aan.

 

III.

Artikel 7.5.7 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Het eerste lid komt te luiden:

    • 1.

      De subsidie bedraagt minimaal € 5.000 en maximaal € 500.000 en nooit meer dan het financieel tekort.

  • 2.

    In het derde lid wordt “5%” vervangen door: 15% en “€ 525.000” door: € 575.000.

  • 3.

    Het zevende lid vervalt.

  • 4.

    Het achtste en negende lid worden vernummerd tot zevende en achtste lid.

  • 5.

    In het achtste lid (nieuw) wordt “, zevende en achtste” vervangen door: en zevende.

JJJ.

Artikel 7.5.9 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    In onderdeel d vervalt “en”.

  • 2.

    Onder vervanging van de puntkomma aan het slot van onderdeel e door “, en” wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

    • f.

      kosten voor regulier onderhoud.

KKK.

Artikel 7.5.11 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    In onderdeel a wordt “7.5.1” vervangen door: 7.5.2.

  • 2.

    In onderdeel b wordt “7.5.1” vervangen door: 7.5.2.

  • 3.

    In onderdeel c wordt “7.5.1” vervangen door: 7.5.2.

  • 4.

    In onderdeel d wordt “7.5.1” vervangen door: 7.5.2.

  • 5.

    In onderdeel e wordt “7.5.1” vervangen door: 7.5.2.

LLL.

In artikel 9.5.3 wordt “€ 25.000” vervangen door: € 30.000.

 

MMM.

Na paragraaf 9.8 wordt een nieuwe paragraaf ingevoegd, luidende:

 

Paragraaf 9.9 Proceskosten uitvoering regioarrangementen

 

Artikel 9.9.1 Begripsomschrijvingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

 

Regioarrangementen: Gelderse regioarrangementen Achterhoek, Ermelo, Harderwijk, Putten en Zeewolde (EHPZ), Foodvalley, FruitDelta Rivierenland, Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen, Kop van de Veluwe, en Stedendriehoek.

 

Artikel 9.9.2 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die:

 

  • a.

    programma’s, projecten en processen die voortvloeien uit de regioarrangementen versnellen;

  • b.

    knelpunten in de uitvoering van programma’s, projecten en processen die voortvloeien uit de regioarrangementen oplossen.

Artikel 9.9.3 Criterium

Subsidie wordt alleen verstrekt als de subsidiabele activiteiten noodzakelijk zijn om de in het regioarrangement gestelde doelen eerder te kunnen realiseren of mogelijk te maken en als de subsidiabele activiteiten voldoende bijdragen aan één of meerdere provinciale doelen uit de vigerende omgevingsvisie.

 

Artikel 9.9.4 Aanvrager

Subsidie kan worden aangevraagd door een regio met rechtspersoonlijkheid, een gemeente of een waterschap van het betreffende regioarrangement.

 

Artikel 9.9.5 Subsidiabele kosten

  • 1.

    Voor subsidie komen de volgende kosten in aanmerking:

    • a.

      inhuur van tijdelijke personele capaciteit;

    • b.

      inhuur van externe expertise;

    • c.

      tijdelijk in dienst nemen van personeel; en

    • d.

      interne loonkosten van medewerkers van de aanvrager.

  • 2.

    Artikel 1.3.4, onderdelen f en g, zijn niet van toepassing.

Artikel 9.9.6 Hoogte van de subsidie

De subsidie bedraagt maximaal 100% van de subsidiabele kosten.

 

NNN.

In artikel 11.2.3, onderdeel e, wordt “fonds Maatschappelijke Waarde Topsport Gelderland” vervangen door: Gelders Sportfonds: Maatschappelijke Waarde Topsport.

 

OOO.

Onder vervanging van de punt aan het slot van artikel 11.2.4, onderdeel d, door een puntkomma, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • e.

    het sportevenement een demonstratiewedstrijd of een oefenwedstrijd betreft.

PPP.

Artikel 11.2.6, tweede lid, komt te luiden:

  • 2.

    In aanvulling op artikel 1.2.3 wordt bij de aanvraag een verklaring van de sportbond gevoegd waaruit blijkt of het sportevenement pas in zijn evenementenstrategie.

QQQ.

 

Na artikel 11.2.8, derde lid, wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 4.

    De subsidieontvanger onderschrijft de gedragscodes van het Centrum Veilige Sport Nederland.

Artikel II  

De toelichting op de Regels Subsidieverlening Gelderland 2023 wordt als volgt gewijzigd:

 

A.

In de algemene toelichting over staatssteun komt de tweede alinea te luiden:

 

Dit is het geval bij de paragrafen 2.2 (voor wat betreft 2.2.1 onderdeel a, b (als steun aan gemeenten), c en d), 2.5, 2.9, 2.12, 2.13 (als steun aan particulieren), 2.14, 2.15.3, 2.15.5, 2.15.7, 2.20, 2.22, 3.5, 3.6, 4.7, 4.8, 4.13, 5.4, 5.5, 5.7, 5.10, 6.2, 6.4, 7.4, 8.4, 8.5, 8.6, 8.7, 9.4, 9.6 (voor wat betreft artikel 9.6.3, onderdeel b, sub i tot en met vii), 9.7 (voor wat betreft artikel 9.7.2, onderdeel a), 9.9, 10.2, 10.3, 10.4, 10.5, 11.2 (voor wat betreft de programma’s van side events), 11.4 en 12.2.

 

B.

In de algemene toelichting over staatssteun komt de derde alinea te luiden:

 

De activiteiten die plaatsvinden ter uitvoering van een wettelijke taak door overheden of door aan de overheid gelieerde instanties zijn aan te merken als overheidstaken en hebben daarom geen economisch karakter. Gelet hierop vallen deze subsidies buiten de werking van het staatssteunrecht. Dit betreft paragraaf 3.2.

 

C.

In de algemene toelichting over staatssteun komt de vierde alinea te luiden:

 

De aanleg van openbare infrastructuur, zoals wegen, fietspaden, straatverlichting en aansluiting op openbare nutsvoorzieningen, vormt een belangrijk deel van overheidsinvesteringen bij gebiedsontwikkeling. Zolang deze infrastructuur algemeen toegankelijk blijft voor alle potentiële eindgebruikers is er geen sprake van staatssteun. Voor wat betreft de aanleg of verbetering van infrastructuur ter verbetering van de sociale veiligheid geldt dat geen staatssteun optreedt zolang de infrastructuur niet commercieel wordt geëxploiteerd en algemeen toegankelijk blijft voor alle potentiële eindgebruikers. Het betreft de paragrafen 4.5, 4.6, 4.9, 4.10, 4.11 en 4.14.

 

D.

In de algemene toelichting over staatssteun komt de zesde alinea te luiden:

 

Voor bepaalde activiteiten heeft de Europese Commissie specifieke vrijstellings- en de-minimisverordeningen vastgesteld. Het gaat daarbij vooral om de AGVV, de LVV en de Landbouw de-minimisverordening. Daar waar een van deze verordeningen van toepassing is, wordt niet getoetst aan de De-minimisverordening. Dit betreft de paragrafen 2.2 (voor wat betreft artikel 2.2.1, onderdeel b (als de onderneming actief is in primaire landbouwproductie) en e), 2.4, 2.6, 2.7 (voor wat betreft artikel 2.7.1, onderdeel e), 2.10, 2.11, 2.13 (als onderneming actief is in primaire landbouwproductie), 2.15.2, onderdeel b voor zover uitgevoerd op landbouwgronden en onderdeel c, 2.15.4, 2.16, 2.17, 2.18, 2.19, 2.21, 2.23, 2.25, 2.27, 2.28, 2.31, 5.3 (voor wat betreft artikel 5.3.1, onderdelen a tot en met d), 5.6, 5.8, 7.2a, 7.5 (voor wat betreft artikel 7.5.2, onderdelen a, b, c en e), 8.3, 8.8, 9.3 en 9.6 (voor wat betreft artikel 9.6.3, onderdeel b, sub x en xi).

 

E.

De toelichting op paragraaf 2.1 vervalt.

 

F.

Na de tekst “Paragraaf 2.2 Biodiversiteit en Landschap” worden twee alinea’s ingevoegd, luidende:

 

In deze regeling wordt het begrip lokaal initiatief opgevat als een project dat binnen een gemeente wordt geïnitieerd en gerealiseerd door mensen uit diezelfde gemeente. Dit kan in de vorm van een inwoner- of burgerinitiatief of door mensen uit dezelfde gemeente die betrokken zijn bij een stichting of vereniging die in de gemeente of een grotere regio, bijvoorbeeld provinciaal of landelijk, opereert.

 

Onder inheemse soorten worden soorten verstaan die van nature in Nederland voorkomen of zich vóór 1492 op eigen kracht of met menselijk toedoen hebben gevestigd. Daarnaast komen ook cultuurhistorisch waardevolle, streekeigen soorten of rassen, zoals oude hoogstamfruitbomen, in aanmerking voor subsidie. Deze rassen hebben een lange gebruiksgeschiedenis in het gebied, dragen bij aan het karakteristieke landschap en bieden ecologische meerwaarde voor onder andere insecten, vogels en vleermuizen.

 

G.

De toelichting op paragraaf 2.2a wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    In de eerste zin wordt na het woord “biodiversiteitsplan” ingevoegd: voor de gehele gemeente.

  • 2.

    In de vierde zin komt de tekst “van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG)” te vervallen.

  • 3.

    Aan het einde van de alinea wordt een zin toegevoegd, luiende: De aanleg van genoemde elementen met een begroeiing van kruiden en ruigten en natte elementen zijn voorbeelden van fysieke maatregelen als bedoeld onder artikel 2.2b.1.

H.

De toelichting op paragraaf 2.2b wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Na de eerste zin wordt een zin ingevoegd, luidende: Een format hiervoor is opgenomen op de website van de subsidieregeling.

  • 2.

    Na de zin die begint met “Belangrijk uitgangspunt daarbij is” wordt als tekst ingevoegd:

    Bij de aanleg van opgaande landschapselementen wordt in het projectplan beschreven hoe rekening is gehouden met de in het plangebied aanwezige kernkwaliteiten in de gebieden die in de provinciale omgevingsverordening opgenomen zijn als landschappen met waardevolle openheid. Informatie hierover, inclusief kaartmateriaal, is te vinden in de Gelderse streekgidsen en Handreiking omgevingsverordening.

  • 3.

    De zin die begint met “Er moet worden aangegeven hoe” wordt vervangen door: Naast dat wordt aangegeven hoe de activiteiten passen in het omliggende landschap wordt ook beschreven hoe de al aanwezige of gewenste planten- en diersoorten hiermee gebaat zijn.

  • 4.

    De alinea die begint met “Indien een maatregel voor een specifieke (soort)groep” wordt vervangen door:

    Fysieke maatregelen voor soorten worden alleen gesubsidieerd als in het projectplan wordt aangetoond dat het leefgebied voldoet aan de vier V’s: voedsel, voortplanting, veiligheid en verplaatsing. Deze voorwaarden zijn essentieel om een gebied geschikt te maken of te houden voor een soort(groep). Zonder deze vier elementen zijn maatregelen, zoals nestkasten of bijenhotels, ineffectief. Alleen fysieke maatregelen met een primair ecologisch doel, zoals faunapassages, komen in aanmerking voor subsidie. Civieltechnische aanpassingen met slechts een neveneffect voor soorten, zoals duikers, worden niet gesubsidieerd.

  • 5.

    In de derde alinea wordt de zin die begint met “Een overzicht, omschrijving en maatvoering” vervangen door: Een overzicht, omschrijving en maatvoering van deze groenblauwe landschapselementen met code L01 is te vinden in bijlage 1 van de Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer Gelderland 2016 | Lokale wet- en regelgeving.

  • 6.

    De alinea die begint met “Subsidie voor realisatie van” wordt vervangen door:

    Subsidie voor realisatie van kruidenrijke akker- en struweelranden en bermen door het inzaaien van inheemse zaadmengsels is toegestaan, zie ook hierboven opgenomen begripsomschrijving van groenblauwe dooradering (GBDA) uit het Aanvalsplan Landschap (september 2022). Uit de praktijk blijkt bovendien dat aanpassingen in maaibeheer kostenneutraal kunnen worden doorgevoerd.

  • 7.

    De laatste alinea komt te vervallen.

I.

De toelichting op paragraaf 2.2c wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    In de eerste zin wordt “het stedelijk gebied” vervangen door: de gebouwde omgeving.

  • 2.

    De laatste zin van de eerste alinea vervalt.

  • 3.

    De eerste zin van de tweede alinea komt te luiden:

    Voor het vergroenen van steden en dorpen zien we twee sporen ten behoeve van het vergroten van de ecologische waarde en biodiversiteit: het aanleggen van nieuw groen en water en de omvorming van het bestaande groen en water.

  • 4.

    In de derde alinea wordt “hiervoor” vervangen door: voor bestaande bedrijventerreinen.

J.

De toelichting op paragraaf 2.2d wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    In de eerste zin van de eerste alinea wordt na “aan activiteiten” ingevoegd: die door gemeente als aanvrager geïnitieerd worden.

  • 2.

    De tweede zin van de eerste alinea wordt als volgt gewijzigd:

    • a.

      Na “is alleen” wordt ingevoegd: door gemeenten;

    • b.

      De tekst “indien onderdelen b en/of c ook aangevraagd worden” wordt vervangen door: in een gecombineerde aanvraag zoals beschreven onder artikel 2.2.2,

  • 3.

    In de derde zin van de eerste alinea komt de tekst “Dit is” te vervallen en wordt na “activiteiten” ingevoegd: die aangevraagd worden.

K.

De artikelsgewijze toelichting op de artikelen 2.15.1.2 en 2.15.4.2 komt te vervallen.

 

L.

Na de artikelsgewijze toelichting op 2.15.1.3 wordt een nieuwe toelichting ingevoegd, luidende:

 

Artikel 2.15.1.6

 

Voor bepaalde maatregelen zijn op grond van artikel 2.15.1.6 normkosten bepaald. Voor zover normkosten zijn bepaald, zijn deze opgenomen in Bijlage 5. Voor de bestrijding van invasieve exoten, zijnde planten zoals duizendknoop, balsemien en guldenroede, zijn geen normkosten vastgesteld. Hiervoor geldt dat de hoogte van de vergoedingen afhankelijk van de te bestrijden soort exoot en uitgevoerde bestrijdingsmethode. Dit geldt zowel voor aanpak van invasieve exoten als herstelmaatregel vanuit een N2000-beheerplan, alsook voor de nazorg op de bestrijding van invasieve exoten als het planten betreft. In het kader van het vooroverleg wordt de begroting van de kosten getoetst aan de vooraf ter beschikking gestelde richtbedragen per soort en bestrijdingsmethode.

 

M.

In de algemene toelichting op paragraaf 2.20 komen de zinnen “Een SMP heeft echter een ontwikkeltijd van 2-3 jaar en is daarmee als instrument niet op korte termijn inzetbaar. Tijdens deze periode kunnen gemeenten en hun inwoners gebruik maken van een pre-soortenmanagementplan (pre-SMP). De provincie kan op basis van dit pre-SMP een tijdelijke gebiedsgerichte omgevingsvergunning verlenen.” en de tekst ‘Deze regeling voorziet’ aan het einde van deze paragraaf te vervallen.

 

N.

De artikelsgewijze toelichting op artikel 2.20.1 komt te luiden:

 

Artikel 2.20.1 Begripsomschrijvingen

 

Soortenmanagementplan

De omschrijving van wat wordt verstaan onder soortenmanagementplan is afkomstig uit de Regeling specifieke uitkering versnelling natuurinclusief isoleren wetten.nl - Regeling - Regeling specifieke uitkering versnelling natuurinclusief isoleren - BWBR0049033. Een SMP is een gemeentelijk beleidsplan dat is gericht op het verkrijgen en behouden van een gunstige Staat van Instandhouding van een lokale populatie beschermde diersoorten in een plangebied, met inachtneming van de te verwachten activiteiten en ruimtelijke ontwikkelingen in dat plangebied.

Het SMP dient als basis voor het aanvragen van een gebiedsgerichte omgevingsvergunning voor flora en fauna activiteiten in het kader van de Omgevingswet. Met de gebiedsgerichte omgevingsvergunning kunnen verschillende partijen bouwactiviteiten, waaronder isolatiewerkzaamheden, uitvoeren in een plangebied waar beschermde soorten voorkomen. Een SMP borgt proactief de bescherming en versterking van essentiële verblijfplaatsen en leefgebieden van deze beschermde diersoorten. Dit om te voorkomen dat de gezamenlijke activiteiten in het plangebied kunnen leiden tot een verslechtering van de staat van instandhouding van de beschermde soort.

 

O.

De artikelsgewijze toelichting op artikel 2.20.8 komt te vervallen.

 

P.

Na de toelichting op paragraaf 2.22, wordt een toelichting op paragraaf 2.23 ingevoegd, luidende:

 

Paragraaf 2.23 Verwerving stikstofdepositieruimte door PAS-melders

 

Artikel 2.23.4

 

De AERIUS Calculator is een rekeninstrument voor de vaststelling van de omvang van

stikstofdepositie op een voor stikstof gevoelige habitat in een Natura 2000-gebied, beschikbaar op www.aerius.nl/.

 

Q.

Na de toelichting op artikel 2.29.11, onderdeel e, wordt een toelichting op onderdeel f ingevoegd, luidende:

 

Onder f

 

De veehouder dient geen overtreding van wettelijke normen voor het drijven van een veehouderijonderneming te hebben begaan. Hierbij kan gedacht worden aan het begaan van een ernstig strafbaar feit. In ieder geval gaat het om een overtreding van de norm voor het productierecht van artikel 19, eerste lid (varkensrecht), artikel 20, eerste lid (pluimveerecht), of artikel 21b, eerste lid (fosfaatrecht) Meststoffenwet.

 

R.

Na de artikelsgewijze toelichting op paragraaf 2.30 wordt een nieuwe toelichting ingevoegd, luidende:

 

Paragraaf 2.31 Kuddebeschermingshonden tegen wolf

 

2.31.1 Begripsomschrijvingen

De begripsomschrijvingen traditioneel gehoede schaapskudde en zeldzaam schapenras komen overeen met de begripsomschrijvingen uit de Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer Gelderland 2016.

 

2.31.3 Criteria

Op de website Kuddebeschermingshond wordt een aantal rassen aangemerkt als gekwalificeerd om in te zetten als kuddebeschermingshond. Wanneer met een geschiktheidsanalyse door een ervaringsdeskundige wordt aangetoond dat een ander ras ook gekwalificeerd is als kuddebeschermingshond, dan kan worden afgeweken van de genoemde rassen.

 

De gebieden die worden begraasd door traditioneel gehoede schaapskuddes zijn van oudsher de natuurterreinen die vallen onder het subsidiestelsel voor natuur en landschap (SNL). Voor het beheer van deze natuurterreinen kan een extra vergoeding in de vorm van een toeslag voor beheer door een traditioneel gehoede schaapskudde worden aangevraagd. Op de kaart “Toeslag schaapskudde” behorende bij het Natuurbeheerplan van de provincie Gelderland zijn deze natuurterreinen aangewezen.

 

In Gelderland zijn naar schatting rond de 20 traditioneel gehoede schaapskuddes actief op de Veluwe, in de Achterhoek en de IJsselvallei. De subsidieregeling is uitdrukkelijk bedoeld voor deze professionele schaapskuddes omdat de aanschaf en begeleiding van een kuddebeschermingshond het nodige vraagt van het aanpassingsvermogen van de herders en van het publiek. Het is daarom geen standaardoplossing die algemeen kan worden ingezet.

 

2.31.4 Aanvrager

Een eigenaar van een traditioneel gehoede schaapskudde kan de subsidie aanvragen. Vaak is dat een stichting, maar ook een natuurlijk persoon kan eigenaar zijn van een traditioneel gehoede schaapskudde.

 

S.

De toelichting op paragraaf 3.3 en paragraaf 3.4 vervalt.

 

T.

De toelichting op paragraaf 4.2 vervalt.

Artikel III  

De bijlagen bij de Regels Subsidieverlening Gelderland 2023 worden als volgt gewijzigd:

 

A.

Bijlage 5 komt te luiden:

 

Bijlage 5 Normkosten paragraaf 2.15 en 2.16

Normkosten paragraaf 2.15 en 2.16 Uitvoering specifieke uitkering Programma Natuur (incl. staartkosten, overhead en BTW)

Prijs per eenheid

eenheid normkosten

Herstelmaatregelen

Branden heide

€ 750

hectare

Druk begrazen heide (cyclisch, kosten voor 3x)

€ 1.250

hectare

Gescheperd begrazen (jaarlijkse kosten)

€ 415

hectare

Plaggen en bekalken pijpenstrootjedominantie (incl. 2x vervolgbeheer uittrekken om de drie jaar)

€ 20.800

hectare

Mos uitzeven en lokaal verwerken (licht chopperen)

€ 2.400

hectare

Steenmeel uitstrooien (3 ton/ha)

€ 1.150

hectare

Aanvullend gescheperd begrazen (150 graasdag/ha)

€ 170

hectare

eerste jaren intensief oplag trekken (cyclisch, kosten voor 3 keer)

€ 7.000

hectare

herstellen vochtige heide (inbrengen maaisel) (excl. begrazing)

€ 5.150

hectare

inrichten heidecorridors (inclusief 2x nazorg per 3 jaar)

€ 10.000

hectare

uitheems naaldbos omvormen naar loofbos/open ruimte (excl. rasters)

€ 16.500

hectare

omvormen bos naar heidelandschap met chopperen (all-in, inclusief nazorg)

€ 21.500

hectare

omvormen bos naar heidelandschap met plaggen-bekalken (all-in, inclusief nazorg)

€ 24.200

hectare

omvormen bos naar heidelandschap zonder bodembewerking (all-in, inclusief nazorg)

€ 7.000

hectare

openhouden habitats (heidelandschap, stuifzandlandschap, jeneverbeslandschap)

€ 3.000

hectare

Afgraven landbouwgrond, 20 cm

€ 21.000

hectare

Bosherstel- en revitaliseringsmaatregelen

aanbrengen wildkerend raster

€ 25

meter

verwijdering uitheemse soorten

€ 2.500

hectare

planten van inheemse loofbomen (2.000/ha)

€ 5.000

hectare

inbrengen rijkstrooiselsoorten

€ 5.000

hectare

realiseren van een OADnetwerk ( betreft onderzoek/planvorming)

€ 20.000

onderzoek

omvorming naar bos

€ 12.000

hectare

Natuurtechnisch boomveiligheidsbeheer

€ 150

boom

uitheems naaldbos omvormen naar loofbos/open ruimte (excl. rasters)

€ 16.500

hectare

Bestrijden exoten (eenmalige ingreep als N2000 herstelmaatregel)

Planmatige bestrijding invasieve exoten (bomen en struiken)

€ 1.700

hectare

Nazorg exotenbestrijding

Twee maal vervolgbeheer: uittrekken om de 3 jaar Vogelkers en Amerikaanse eik

€ 1.700

hectare

Twee maal vervolgbeheer: afzetten bomen en struiken met bosmaaier (daarna regulier beheer)

€ 2.300

hectare

Paragraaf 2.15.7 Recreatiezonering

Normtarief (inclusief BTW)

Eenheid

Paden weghalen of ontoegankelijkheid maken

Frezen toplaag pad

€ 4.125

ha

Pad doorplanten met boom of struikvormers (> 1000m2 - <5000m2)

€ 1,50

m2

Bij open terrein; vegetatieplaggen aanbrengen ( van 1 m2 /st)

€ 5

m2

Dichtleggen met tak- en tophout

€ 18

10-15m

Paden periodiek ontoegankelijk maken

Plaatsen slagboom (hout - eenvoudig)

€ 300

stuk

Plaatsen bord

€ 160

stuk

In heideterreinen plaatsen paaltjes en touw/draad (incl. materiaal)

€ 500

100 meter

Plaatsen houten begeleidingsrailing hoog (ca 1 m)

€ 1.850

100 meter

Plaatsen houten begeleidingsrailing laag (ca 40 cm)

€ 1.500

100 meter

Boomstammen langs het pad plaatsen (<30cm dm)

€ 6,50

meter

Aanbrengen houten balken in geaccidenteerd wandelpad (trede houtenbalk 2m breed)

€ 75

stuk

(tijdelijk) verleggen bestaande routes; nieuwe routes realiseren

verwijderen bestaande routepaal

€ 18,50

stuk

plaatsen nieuwe routepaal

€ 18,50

stuk

Grofwild raster (roodwild en zwijnkerend)

€ 1.650

100 meter

Veekerend raster

€ 550

100 meter

verwijderen/ verplaatsen richtingwijzer route

€ 18,50

stuk

Plaatsen van picknicktafels in zone A of B (voorbereiding locatie + plaatsing; inclusief materialen)

€ 1.550

stuk

Borden met openstellingsbepalingen, afsluiting terrein of hondenlosloop bepalingen plaatsen (incl. materiaal)

€ 160

stuk

 

Artikel IV  

  • 1.

    Dit besluit treedt in werking op 1 september 2025.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid treden artikel I, onderdelen A, eerste, tweede en vierde lid, B tot en met T, RR tot en met UU, WW, XX, LLL en artikel II, onderdelen E tot en met J, N, O, en Q in werking op 16 juli 2025.

Gedeputeerde Staten van Gelderland

Daniël Wigboldus

Commissaris van de Koning

Secretaris

Johan Osinga

Naar boven