Besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân van 8 juli 2025 tot wijziging van het Openstellingsbesluit GLB 2023-2027 Uitvoering gebiedsplan ten behoeve van integrale gebiedsontwikkeling 2024 provincie Fryslân

Gedeputeerde Staten van Fryslân,

 

gelet op artikel 1.3, derde lid van de Algemene subsidieverordening provincie Fryslân 2022;

 

gelet op artikel 1.2 van de Regeling Europese landbouwsubsidies provincie Fryslân 2023 - 2027;

 

Besluiten

 

Het Openstellingsbesluit GLB 2023-2027 Uitvoering gebiedsplan ten behoeve van integrale gebiedsontwikkeling 2024 provincie Fryslân te wijzigen als volgt:

Artikel I  

A.

Artikel 7 ‘Hoogte subsidie’ wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    Het tweede lid, onderdelen b tot en met e, komt te luiden:

    • b.

      100% van de kosten voor investeringen als bedoeld in artikel 2, derde lid, onder b, die niet zijn gericht op het watersysteem;

    • c.

      70% van de kosten voor investeringen als bedoeld in artikel 2, derde lid, onder b, die zijn gericht op het watersysteem;

    • d.

      100% van de kosten voor investeringen als bedoeld in artikel 2, derde lid, onder c, die niet alleen bijdragen aan waterkwantiteit;

    • e.

      70% van de kosten voor investeringen als bedoeld in artikel 2, derde lid, onder c, die alleen bijdragen aan waterkwantiteit.

  • 2.

    In het tweede lid, onderdeel h, wordt ‘ontwikkelen en beproeven’ vervangen door ‘ontwikkelen of beproeven’.

  • 3.

    Onder vernummering van het derde lid tot vierde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

    • 4.

      In afwijking van het tweede lid, onder h, bedraagt de subsidie 40% van de kosten voor investeringen in bedrijfsmiddelen indien deze deel uitmaken van het ontwikkelen of beproeven van innovaties.

  • 5.

    Het vierde lid (nieuw) komt te luiden:

    • 4.

      De subsidie voor de som van de kosten bedoeld in het tweede lid, onder g of i, bedraagt maximaal 25% van de totale subsidie.

B.

Aan artikel 1 ‘Begripsbepalingen’ worden de volgende begrippen toegevoegd:

 

Autochtoon: Autochtone soorten (ook wel genetisch inheems genoemd) zijn natuurlijke inheemse selecties die zelfstandig meer dan 100 jaar zichzelf in stand houden in een bepaald gebied;

Catalogus Groenblauwe Diensten: de Catalogus Groenblauwe Diensten bevat onder andere kwaliteits- en uitvoeringsrichtlijnen. Catalogus Groenblauwe Diensten - BIJ12;

Conserveren van water: het zo lang mogelijk vasthouden van water ter voorkoming van verdroging en van droogteschades als gevolg daarvan;

Cultuurhistorische Kaart: digitale kaart met topografische informatie, cultuurhistorische elementen en structuren van de provincie Fryslân, www.fryslan.frl/chk;

Hoofdwatergang: is onderdeel van hoofdwateren zoals vermeld in de beleidsregels Integrale Legger, par. 3.3. van het Wetterskip Fryslân;

Inheems: soorten die van nature in een bepaald gebied voorkomen zoals beschreven in Duistermaat, H. L.B. Sparrius en T. Denters (2021) Standaardlijst van de Nederlandse flora 2020. Standaardlijst van de Nederlandse flora 2020.pdf Tabel 1 aangegeven met oorspronkelijk inheems;

Landschapselementen: hout, water en overige landschappelijke elementen en die omschreven staan in de visie Grutsk op ‘e Romte, de Landschapstypenkaart, of Cultuurhistorische Kaart zoals deze weergegeven zijn op respectievelijk www.fryslan.frl/grutsk, (cultuurhistorische kaart) www.fryslan.frl/chk en www.fryslan.frl/landschapstypenkaart.

Landschapstypen: landschapstypen zoals aangegeven in de structuurvisie Grutsk op ‘e Romte en op de digitale Landschapstypenkaart van de provincie Fryslân, www.fryslan.frl/grutsk en www.fryslan.frl/landschapstypenkaart;

Natuurvriendelijk inrichten: door middel van inrichting optimaal habitat/leefgebied creëren voor waterplanten, waterrietgroei, vis en overige waterdieren, waarbij het grootste deel in potentie begroeibaar is voor waterplanten;

Regionaal waterprogramma: het regionale waterplan bedoeld in artikel 4.4 van de Waterwet, waarin de provincie de hoofdlijnen van het in Fryslân te voeren waterbeleid vastlegt, voor de periode 2022-2027. Dit beleid is gericht op de bescherming tegen overstromingen en wateroverlast en de inrichting van watersystemen met voldoende en schoon water. Het Regionaal waterprogramma is door Provinciale Staten van Fryslân vastgesteld in de 1e week van juli 2022 en is te vinden onder de volgende link https://www.fryslan.frl/regionaal-waterprogramma;

Topografische kaart 1950: te vinden via www.topotijdreis.nl, selecteren op jaartal;

Vasthouden van water: het tijdelijk of gedurende langere tijd opslaan van water om schade als gevolg van wateroverlast en/of watertekorten tegen te gaan;

Vispassage: voorziening die het voor vissen mogelijk maakt obstakels als stuwen, gemalen en dergelijke te passeren;

Waterkwaliteitsbaggeren: het verwijderen van nutriëntenrijke bagger ter verbetering van de waterkwaliteit;

Watersystemen: een samenhangend geheel van een of meer oppervlaktewaterlichamen en grondwaterlichamen, met bijbehorende bergingsgebieden, waterkeringen en ondersteunende kunstwerken.

 

C.

Artikel 2 ‘Subsidiabele activiteiten’ wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    Lid 3 onderdeel b komt te luiden:

    • b.

      niet productieve investeringen op landbouwbedrijven als bedoeld in artikel 2.3.1 van de regeling en uitsluitend voor de in Bijlage 1 genoemde investeringsmaatregelen;

  • 2.

    Lid 3 onderdeel c komt te luiden:

    • c.

      niet productieve investeringen op niet-landbouwbedrijven als bedoeld in artikel 2.4.1 van de regeling en uitsluitend voor de in Bijlage 1 genoemde investeringsmaatregelen;

D.

Artikel 9 ‘Niet-subsidiabele kosten’ wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    Lid c komt te luiden:

    • c.

      het aanleggen van kruidenrijkgrasland wanneer de bemesting in het verleden en het bemestingsplan hier niet op aansluiten, hierbij dient rekening te worden gehouden met de notitie Kruidenrijk Greppelland: Notitie herstel kruidenrijk greppelland;

  • 2.

    Als onderdeel d wordt toegevoegd:

    • d.

      plant- en zaaigoed dat niet inheems of autochtoon is.

E.

Onder vernummering van Artikel 11 tot artikel 12 ‘Selectiecriteria, weging en rangschikking’ en vernummering van het artikel daarna, wordt een nieuw artikel 11 ingevoegd. Het nieuwe artikel 11 komt te luiden:

 

Artikel 11 Aanvraag

  • 1.

    Indien de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd naar waarschijnlijkheid leidt tot negatieve omgevingseffecten, bevat de subsidieaanvraag een omschrijving van de benodigde vergunningen, waarin deze omgevingseffecten worden getoetst, die voor de uitvoering dienen te worden verkregen.

  • 2.

    In aanvulling op artikel 9 bevat een subsidieaanvraag die ziet op maatregelen uit Bijlage 1 van dit openstellingsbesluit:

    • a.

      een onderbouwing van de noodzaak van grond- en bodembewerking zoals ontgraven, ploegen, herprofileren, spitten of frezen en wat er met eventueel vrijkomende grond gebeurt, waarbij dit in ieder geval niet mag leiden tot demping van sloten of greppels elders;

    • b.

      een toelichting waaruit blijkt dat de verwezenlijking van de landschappelijke en cultuurhistorische doelstellingen zo veel mogelijk in combinatie met doelstellingen ten aanzien van flora en/of fauna en/of indien van toepassing water, worden behaald;

    • c.

      een beschrijving, indien van toepassing, waaruit blijkt dat het binnen een activiteit te gebruiken zaai- en of plantmateriaal inheems, is en passend bij de betreffende bodemsoort. Indien er voor het gebied een bestaand beheer- of inrichtingsplan en/of een historisch ontwerp aanwezig is dient te worden beschreven dat het hierop aansluit;

    • d.

      een archeologische onderbouwing, rapport of procesvereiste, indien van toepassing, waaruit blijkt dat de activiteiten geen archeologische bezwaren op zullen leveren, voor activiteiten binnen aanvragen die vallen onder Bijlage 1, maatregel 4 met betrekking tot pingoruïnes en dobben, maatregel 6 met betrekking tot sloten rond terpen en maatregel 8 met betrekking tot omgrachting;

    • e.

      een toelichting van de noodzakelijkheid van het grondwerk en een toelichting wat er met eventueel vrijkomende grond is gebeurd, waarbij dit in ieder geval niet mag hebben geleid tot demping van sloten of greppels elders;

    • f.

      een beschrijving waaruit blijkt dat het aan te leggen kruidenrijk grasland onder maatregel 10 aansluit bij de bemesting in het verleden en het bemestingsplan en een toelichting dat gebruik wordt gemaakt van een meerjarig mengsel;

    • g.

      een toelichting, indien van toepassing, waaruit blijkt of de uit te voeren watermaatregelen wel of geen invloed hebben op de beschikbaarheid van water en daarmee sprake is van 70% of 100% subsidie voor de watermaatregelen;

    • h.

      een toelichting voor maatregel 14 tot en met 17 waaruit blijkt dat de uit te voeren watermaatregelen zijn toegestaan op de projectlocatie. Hiervoor kan de kaart in de maatregelenlijst worden gebruikt en de bijhorende tabel in de toelichting op Bijlage 1.

  • 3.

    Er wordt gebruik gemaakt van kaarten van de situatie van voor 1950 waaruit blijkt dat het herstel overeenkomstig deze kaarten is, voor activiteiten binnen aanvragen die vallen onder Bijlage 1, maatregel 3, 4, 6, 7, 8, 9, 11:

    • a.

      het herstel mag afwijken van deze kaarten wanneer wordt onderbouwd met stukken en/of kaarten dat dit landschap historisch gezien ook tot een passende situatie leidt.

  • 4.

    Voor aanvragen betreffende Bijlage 1 maatregel 1 dient te worden aangetoond dat het dorp of het buurtschap niet meer dan 10.000 inwoners heeft.

  • 5.

    Het herstel en bescherming van cultuurlandschappelijke begreppeling of bolle graslandakkers (maatregel 10 onderdelen a en b) is alleen subsidiabel indien dit wordt gecombineerd met het herstel van kruidenrijk grasland zoals opgenomen in dezelfde maatregel.

F.

Onder het nieuwe Artikel 12 ‘Selectiecriteria, weging en rangschikking’ wordt een lid 3 toegevoegd, luidende:

 

  • 3.

    Indien van toepassing toetst de adviescommissie of bij de watermaatregelen die op landbouwgronden worden uitgevoerd sprake is van 70% of 100% subsidie op basis van de toelichting die is aangeleverd door de aanvrager met betrekking tot de invloed op de beschikbaarheid van water.

G.

Onder het nieuwe Artikel 15 ‘Verplichtingen’ worden de volgende leden toegevoegd:

 

  • 6.

    In aanvulling op artikel 1.15 derde lid onder d van de regeling is subsidieontvanger verplicht de niet productieve investeringen in stand te houden voor tien jaar, met uitzondering van Bijlage 1, maatregel 2 in welk geval de instandhoudingsverplichting minimaal drie jaar bedraagt, vanaf het moment van vaststellingsbrief.

  • 7.

    Maatregel 2 van Bijlage 1 verplicht een (spuit)vrije bufferzone van minimaal 50 meter waarin geen gewasbeschermingsmiddelen (glyfosaat, herbiciden, insecticiden, fungiciden en/of biociden) worden toegepast gedurende de instandhoudingsperiode (dit geldt ook indien naastgelegen perceel van een andere eigenaar en/of beheerder is). Daarnaast wordt in deze spuitvrijzone geen zaai- en plantmateriaal toegepast dat is behandeld met gewasbeschermingsmiddelen.

  • 8.

    Voor de duur van minimaal de termijn van de instandhoudingsplicht is het herstelde pad, waaraan subsidie is verleend onder Bijlage 1 maatregel 11, opengesteld voor wandelaars, behoudens eventuele beperkingen tijdens het broedseizoen. Daarnaast heeft het Recreatieschap bij investeringen die vallen onder Bijlage 1 maatregel 11 toestemming om langs het pad markeringen te plaatsen en deze te onderhouden.

H.

De tekst boven de toelichting luidende ‘Toelichting Openstellingsbesluit GLB 2023-2027 Steun voor planvorming van integrale gebiedsontwikkeling 2024 provincie Fryslân’ wordt vervangen door:

 

Toelichting Openstellingsbesluit GLB 2023-2027 Uitvoering gebiedsplan ten behoeve van integrale gebiedsontwikkeling 2024 provincie Fryslân

Artikel II  

Er zal een bijlage worden toegevoegd, luidende:

 

Bijlage 1 Maatregelenlijst herstel en inrichting van het Friese landelijk gebied

 

Inrichtingsmaatregel

Geografische begrenzing op basis van landschapstypenkaart, Cultuurhistorische Kaart, topografische kaart of Natuurbeheerplan

Subsidiabele activiteit

1. Herstel en aanleg groenstructuren in dorpen en buurtschappen

Alle kernen en buurtschappen die op de website www.topotijdreis.nl op de kaartlaag 2023 met vette letters zijn aangegeven (bij een schaalgrootte van 0,2 km) en die op het moment van aanvragen minder dan 10.000 inwoners hebben.

 

Voor kernen is deze maatregel begrensd in de rand van 100m ter weerszijden van de grens “buiten bestaand stedelijk gebied” zoals aangegeven in de Omgevingsverordening Fryslân www.omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart met betrekking tot de provincie Fryslân. Deze beperking geldt niet voor de kleinere buurtschappen die niet binnen een grens “buiten bestaande stedelijk gebied vallen”.

Deze maatregel betreft het herstellen en inrichten van groenstructuren op landbouwgronden. Hiervoor zijn de volgende activiteiten subsidiabel:

  • het aanleggen of herstellen van landschapselementen, passend bij het landschap. Zoals singels, kleine bosjes, heggen, boomgaarden, poelen en moerasjes;

  • landschappelijke inpassing van dorp,inclusief wandelvoorzieningen van het dorp of buurtschap;

  • de aanleg van inheemse bloem- en kruidenrijke vegetaties;

  • het realiseren van (schuil)voorzieningen voor dieren, zoals vleermuizen, kleine zoogdieren, amfibieën en insecten;

  • het verrichten van andere activiteiten die bijdragen aan een gunstige staat van de natuur, biodiversiteit of het landschap binnen de provincie Fryslân.

2. Aanleg en herstel akker-, grasland-, en/of struweelranden en vogel- en/of wintervoedselakkers

Leefgebieden open grasland, open akker en dooradering.

 

De inrichtingsmaatregel vindt plaats binnen een (spuit)vrij perceel waarin geen gewasbeschermingsmiddelen (glyfosaat, herbiciden, insecticiden, fungiciden en/of biociden) worden toegepast gedurende de instandhoudingsperiode.

Deze inrichtingsmaatregel betreft de fysieke inrichting van onder andere: het ploegen, herprofileren of spitten, frezen, inzaaien en rollen van een akker- gras- en/of struweelrand en vogelakker en wintervoedselakker. De randen dienen minimaal 6 meter breed te zijn.

 

Onder de subsidiabele activiteit valt ook het inzaaien van een meerjarig kruidenrijkmengsel en een doorzaai of een verplaatsing binnen de projectperiode. De inrichtingsmaatregel wordt bij voorkeur uitgevoerd in combinatie met struweelranden.

3. Herstel van bestaande en verdwenen (elzen) singels, lanen, houtwallen, (voeder)heggen, hagen, bosjes en solitaire bomen.

Landschapstypen: Woudenlandschap, Heideontginning, Hoogveenontginning, Binnenduinrand, Stuwwallandschap en Fries Essenlandschap.

 

Daarnaast het landschapstype kwelderwal voor zo ver gelegen in de gemeenten Waadhoeke en Noardeast-Fryslân, indien met kaarten wordt aangetoond dat er op betreffende percelen elzensingels aanwezig zijn, of zijn verdwenen. Dit moet in de aanvraag duidelijk worden onderbouwd.

Herstel betreft de fysieke inrichting van onder andere: de aanplant van bomen en struiken, het ploegen, herprofileren of spitten, frezen, inzaaien en rollen.

4. Herstel drenkpoelen

pingoruïnes, dobben

Drenkpoelen in landschapstypen kweldervlakte, kwelderwal, oude zeepolders, jonge zeepolders en binnenduinrand;

Pingoruïnes en dobben in landschapstypen Woudenlandschap, Heideontginning, Hoogveenontginning, Stuwwallandschap en Fries Essenlandschap.

 

Alle bovengenoemde gebieden inclusief een randzone van 500 meter.

Betreft de fysieke inrichting van onder andere: het herprofileren of spitten, frezen, inzaaien en rollen.

De diameter dient voor drenkpoelen minimaal 10 meter en maximaal 20 meter te bedragen en de vorm dient aan te sluiten op nog bestaande drenkpoelen.

5. Herstel agrarische erven

Boerenerven in gebruik van een agrarisch bedrijf of voormalige boerenerven die niet meer in gebruik zijn als agrarisch bedrijf. De inrichtingsmaatregel geldt voor het hele erf, als (tenminste een deel van het erf) buiten de bebouwde kom is gelegen.

Betreft de fysieke inrichting van onder andere: herstel, aanleg en eenmalig groot onderhoud van erfbeplanting, omgrachting en voorzieningen zoals bomenrijen/windsingels rond stallen, boomgaard, inrichting bijenweide, kruidenstrook, voederhagen aansluitend op het boerenerf en andere maatregelen.

6. Herstel historische waterlopen

Alle landschapstypen.

 

Huidige hoofdwatergangen van Wetterskip Fryslân zijn uitgesloten. In sommige gevallen kan een vergunning van het Wetterskip nodig zijn voor het uitvoeren van de maatregel.

Herstel van historische waterlopen betreft de fysieke inrichting van historische vaarwegen, opvaarten, hoogveenontginningswijken, sloten rond kruinige percelen en terpen en cultuurlandschappelijk waardevolle slotenpatronen. De maatregelen kunnen zowel kwantitatief (nieuw te graven waterloop) of kwalitatief (herstel bestaande waterloop, waarbij geen effect op de waterbeschikbaarheid plaatsvindt) zijn. In sommige gevallen is er een koppelkans met klimaatadaptatie, voor het verbeteren van de aan- en afvoer van water, waterberging en zoetwatervoorraad.

 

Onder de fysieke inrichting valt onder andere:

  • a.

    herstel van de waterloop waarbij het wenselijk is dit zoveel mogelijk overeenkomstig het oorspronkelijk historisch profiel te doen waarbij afgeweken mag worden wanneer dit noodzakelijk is voor ecologische eisen, bv. verflauwing oevers of recreatieve doeleinden;

  • b.

    structureel of variabel (seizoensmatig), verhogen van waterpeilen met inbegrip van herstel en verhoging van de waterkeringen (kaden/polderdijken);

  • c.

    aanleg van duikers met een doorsnede tussen de 50 en 70 cm waarvan tenminste 1/3 van de doorsnede van de duiker boven de waterspiegel ligt. Hierbij dient te worden uitgegaan van het ter plaatse geldende winterpeil van Wetterskip Fryslân;

  • d.

    aanleg of verwijderen van kunstwerken/dammen/stuwen, wanneer deze noodzakelijk zijn voor de investeringen zoals genoemd onder a. en b. of om te komen tot integraal systeemherstel van een gebied, wanneer deze gecombineerd worden met één of meerdere van andere maatregelen uit deze bijlage. Wenselijk hierbij is dat het waterpeil niet naar beneden gaat en/of de waterafvoer van het gebied niet toeneemt.

7. Herstel en aanleg ‘túnwallen’

Landschapstypen stuwwallandschap en Friese essenlandschap voor zover gelegen in de voormalige gemeente Gaasterlân-Sleat en Nijefurd.

Herstel en aanleg betreft de fysieke inrichting. Hieronder valt onder andere: herprofileren of spitten, opwerpen en ophogen, frezen, inzaaien en rollen volgens oorspronkelijk historisch profiel.

8. Herstel en aanleg landgoederen, buitenplaatsen, state- of kloosterterreinen

Landgoederen, buitenplaatsen, state- of kloosterterreinen al of niet (deels) aanwezig en die aangegeven staan op de volgende kaartlagen van de provinciale Cultuurhistorische Kaart:

  • -

    stinzen en states/buitenplaatsen;

  • -

    klooster of uithoven.

Of aantoonbaar overeenkomstig andere historische kaarten.

Herstel en aanleg betreft de fysieke inrichting. Hieronder vallen onder andere historische lanen of andere beplanting, historische paden met bijbehorende bruggetjes, historische waterpartijen, omgrachting van (voormalige) state- en kloosterterreinen en/of eenmalig baggeren van waterpartijen voor verbetering biodiversiteit en waterkwaliteit. Ook kan dit fysieke maatregelen ten behoeve van de verbetering van de waterbeheersing betreffen zoals kunstwerken, dammen en stuwen, wanneer dit bijdraagt aan integraal herstel van het terrein.

9. Herstel historische dijkbiotoop: dijklichaam, grenssloot, struweel, kolken, dijkcoupures, schotbalkhuisjes, dijkdoorgangen, beplanting

Historische dijken zoals aangegeven op de Cultuurhistorische Kaart op de kaartlaag dijken of als dijklichaam aantoonbaar op historische kaarten van voor 1950, met een randstrook van 25 meter. Begrenzing overeenkomstig Cultuurhistorische Kaart. Alle landschapstypen.

Herstel historische dijkbiotoop: dijklichaam, grenssloot, struweel, kolken, dijkcoupures, schotbalkhuisjes, dijkdoorgangen, beplanting betreft de fysieke inrichting.

 

De geformuleerde doelstelling is een combinatie van in ieder geval landschappelijke en cultuurhistorische doelstellingen bij voorkeur in combinatie met doelstellingen voor flora en/of fauna. Hieronder valt onder andere: herprofileren of spitten, opwerpen en ophogen, frezen, inzaaien en rollen volgens oorspronkelijk historisch profiel en overeenkomstig nog bestaande dijkrestanten.

10. Herstel en aanleg kruidenrijk greppellland en kruinige percelen

Kruidenrijk greppelland: alle landschapstypen Kruinige percelen: landschapstypen 'kwelderwal', 'kweldervlakte', 'oude zeepolder' en 'jonge zeepolder' in de gemeenten Harlingen, Waadhoeke, Noardeast Fryslân en Súdwest Fryslân ten noorden van de A7.

Onder de fysieke inrichting valt onder andere: het ploegen, herprofileren of spitten, frezen, inzaaien en rollen.

 

Voor herstel en aanleg van kruidenrijk greppelland kan gekozen worden voor:

  • a.

    herstel overeenkomstig de oorspronkelijke situering en profilering

  • b.

    een nieuwe situering en profilering van greppels waarbij de voorwaarden in acht worden genomen die staan omschreven in paragraaf 3.5.4 van de notitie “Kruidenrijk Greppelland” (onder documenten 2. Waarden | Fryslan );

  • c.

    herstel van onderdelen van een bestaand aanwezig greppelsysteem, bolle graslandakker of kruinig perceel om het beter te laten functioneren.

Onderdelen a en b mogen uitsluitend worden uitgevoerd in combinatie met inrichtingsmaatregel herstel kruidenrijk grasland overeenkomstig de voorwaarden uit paragraaf 3.7 van de notitie “Kruidenrijk Greppelland”.

 

Ook mag dit in combinatie met spontaan herstel kruidenrijk grasland zonder inrichtingsmaatregelen als grondwerk en inzaaien wanneer de bemestingssituatie overeenkomt met de notitie “Kruidenrijk Greppelland”.

 

Voor onderdelen a en b is bestaand kruidenrijk grasland en bestaand cultuurlandschappelijk greppelland uitgesloten. Alleen in aanmerking komen vlakke greppelloze of nagenoeg greppelloze percelen (greppels die >30m van elkaar gelegen zijn).

 

Herstel kruidenrijk grasland mag ook zonder combinatie met herstel greppelland worden uitgevoerd indien dit wordt gecombineerd met één of meerdere van de andere categorieën uit deze bijlage. Bestaand kruidenrijk grasland is uitgesloten.

11. Herstel en aanleg historische paden

Verdwenen paden aangegeven op en overeenkomstig de kaartlaag Oude paden Nieuwe wegen van de Cultuurhistorische Kaart.

Aanleg en herstel ten behoeve van toegankelijk maken door middel van voorzieningen als hekjes, veeroosters, bruggetjes en beperkte en incidentele (semi-) verhardingen.

Er mag afgeweken worden van de kaartlaag “Oude paden Nieuwe wegen” indien aangetoond is dat de aanleg noodzakelijk is om een toevoeging op het wandelknooppuntennetwerk te realiseren.

12. Voorkomen van oeverafkalving

(Innovatieve) maatregelen waarmee het afkalven van oevers wordt voorkomen, baggeraanwas wordt geremd en de oevervegetatie en biodiversiteit wordt gestimuleerd.

Mogelijke maatregelen zijn het op een landschappelijk goed ingepaste manier voorkomen van het ‘vertrappen’ van oevers door vee. Bijvoorbeeld door (historische) drenkpoelen te herstellen, waterdrinkbakken te realiseren, oevers af te rasteren (hekken of hagen, heggen, etc), het plaatsen van ‘biokratten’ of tijdelijke gaaskooien, het gebruik maken van kokosrollen of vegetatiematten om de groei versneld op gang te brengen of andere maatregelen waarmee de oevervegetatie en doorworteling van de oeverzone wordt hersteld, zodat oevers minder kwetsbaar worden voor afkalving.

13. Aanleg natuurvriendelijke en flauwe oevers

Leefgebieden open akkers, open grasland en natte dooradering. Deze maatregel kan in hoofdwatergangen alleen worden ingezet met instemming van het waterschap.

Landschapstypen kwelderwallen en oeverwallen, zijn uitgesloten, tenzij aan de hand van een hoogtekaart aangegeven wordt dat de betreffende gronden een voormalige slenk of priel betreft.

De aanleg van natuurvriendelijke oevers betreft de fysieke inrichting waaronder onder andere valt: het herprofileren van de oevers en uitvoeren van overige noodzakelijke inrichtingsmaatregelen t.b.v. de geformuleerde doelstelling.

 

De geformuleerde doelstelling is een combinatie van in ieder geval landschappelijke en/of cultuurhistorische doelen, eventueel in combinatie met het creëren van foerageergebied.

14. Verbreden van sloten en verflauwen van oevers

Verbreden van sloten en verflauwen van oevers, zodat het slootprofiel beter aansluit bij de natuurlijke situatie. Dat komt de biodiversiteit en waterkwaliteit ten goede, verbetert het watervasthoudend vermogen van een gebied en draagt bij aan het voorkomen van wateroverlast.

Een sloot kan in zijn geheel worden verbreed waardoor ook meer ruimte ontstaat voor natuurvriendelijk beheer en onderhoud en/of het talud kan worden verflauwd. Dat biedt meer ruimte voor waterberging én een natuurlijker verloop van de oever, wat bijdraagt aan de biodiversiteit. Een taludverflauwing kan onder en/of boven streefpeil worden vormgegeven. Deze investeringen worden uitgevoerd in het watersysteem. In zandgebieden kan deze maatregel alleen worden toegepast in combinatie met verondieping omdat de maatregel anders een verdrogende werking heeft.

 

Hier kan ook aandacht worden gegeven aan hoogwatercircuits (bebouwing, weidevogelgebieden) welke slecht op peil kunnen worden gehouden. Soms is de aanvoercapaciteit in het systeem hierbij een knelpunt. Met het verbreden van watergangen kan hier een oplossing voor worden gevonden.

 

In de aanvraag wordt onderbouwd dat het profiel van de te verbreden sloot aansluit op het oorspronkelijke karakteristieke profiel in de directe omgeving.

 

Deze maatregelen mogen alleen uitgevoerd worden in de gebieden zoals aangegeven op de kaart watermaatregelen GLB-NSP Herstel en inrichting van het cultuurlandschap op landbouwgronden 2025, zie Kaart watermaatregelen GLB-NSP Herstel en inrichting van het cultuurlandschap op landbouwgronden 2025.

15. Peilverhogingen of opheffen bemalingen

Opzetten van waterpeilen draagt bij aan het vergroten van de zoetwatervoorraad. Verlies aan waterbergingscapaciteit zal moeten worden gecompenseerd door de combinatie met waterbergingsmaatregelen, bijvoorbeeld met de eerder benoemde categorieën 6, 13 en 14. De maatregel kan ook een bijdrage leveren aan het vergroten van leefgebied voor weidevogels.

 

Voor deze maatregel kan een vergunning van het waterschap nodig zijn.

 

In zandgebieden is het van belang dat met deze maatregel geen versnelde afvoer van regenwater naar het oppervlaktewater wordt gecreëerd.

Subsidiabel zijn de investeringen die gedaan kunnen worden om de opzet van waterpeilen mogelijk te maken, zoals de aanleg van duikers en stuwen, opheffen bemalingen en het vergraven van watergangen. Bij duikers ligt tenminste 1/3e deel van de doorsnede van de duiker boven de waterspiegel.

 

Deze maatregelen mogen alleen uitgevoerd worden in de gebieden zoals aangegeven op de kaart watermaatregelen GLB-NSP Herstel en inrichting van het cultuurlandschap op landbouwgronden 2025, zie Kaart watermaatregelen GLB-NSP Herstel en inrichting van het cultuurlandschap op landbouwgronden 2025.

16. Verhogen van slootbodems en duikers

Met het verhogen van slootbodems wordt het verontdiepen van sloten bedoeld. Met het verhogen van duikers wordt bedoeld dat de binnenonderkant buis (bob) hoger komt te liggen. Deze maatregelen dragen bij aan waterconservering doordat de ontwateringsbasis omhoog wordt gebracht.

 

Voor deze maatregel is een vergunning van het waterschap nodig.

Investeringen voor het verontdiepen van sloten, zoals grondverzet en het verhogen van de duikers. Voor de toe te passen grond mag alleen gebiedseigen grond worden ingezet. Uitgangspunt is dat het natte profiel van de watergang gelijk blijft (combinatie met verbreding van de watergang).

 

Deze maatregelen mogen alleen uitgevoerd worden in de gebieden zoals aangegeven op de kaart watermaatregelen GLB-NSP Herstel en inrichting van het cultuurlandschap op landbouwgronden 2025, zie Kaart watermaatregelen GLB-NSP Herstel en inrichting van het cultuurlandschap op landbouwgronden 2025.

17. Plaatsen van stuwen

Voor deze maatregel is een vergunning van het waterschap nodig. Het plaatsen van stuwen is een maatregel om water te conserveren op hogere droogtegevoelige zandgronden.

Deze maatregelen mogen alleen uitgevoerd worden in de gebieden zoals aangegeven op de kaart watermaatregelen GLB-NSP Herstel en inrichting van het cultuurlandschap op landbouwgronden 2025, zie Kaart watermaatregelen GLB-NSP Herstel en inrichting van het cultuurlandschap op landbouwgronden 2025.

 

Subsidiabel zijn de kosten van de stuw en de kosten van de aanleg.

18. Het toepassen van hydromorfologische maatregelen in de beken

Voor deze maatregel is mogelijk een vergunning van het waterschap nodig en mag alleen in overleg met het Wetterskip worden uitgevoerd.

Het gaat hierbij om kleinschalige ingrepen zoals het toepassen van grind in de beken, inbrengen van dood hout, aanleg van luwe ondiepe zones, stoorstenen, grindbedden, ruigtes e.d. of het aanplanten van begeleidende beekvegetatie langs de beken.

19. Waterkwaliteitsbaggeren in KRW-meren, -plassen en -kanalen

Voor deze maatregel is een vergunning van het waterschap nodig.

Het gaat hierbij om een, in de tijd, eenmalige ingreep in het watersysteem waarmee door het verwijderen van nutriëntenrijke bagger de waterkwaliteit weer op het vereiste niveau voor het halen van de KRW-doelen wordt gebracht.

20. Het aanleggen van vispassages

Voor deze maatregel is mogelijk een vergunning van het waterschap nodig en mag alleen in overleg met het Wetterskip worden uitgevoerd.

Men dient bij het aanleggen van een vispassage rekening te houden met de technische en ecologische randvoorwaarden, inpassing in de omgeving en geldende wet- en regelgeving.

21. Het nemen van maatregelen om oppervlaktewater te zuiveren

Voor deze maatregel is mogelijk een vergunning van het waterschap nodig.

Maatregelen om oppervlaktewater te zuiveren kunnen bestaan uit helofytenfilters, vloeibedden of bijvoorbeeld defosfatering van het oppervlaktewater.

22. Het aanleggen van voorzieningen om nutriëntenrijk slib af te vangen

Voor deze maatregel is mogelijk een vergunning van het waterschap nodig.

Mogelijke voorzieningen zouden bufferzones of natuurlijke filterzones kunnen zijn. Men dient rekening te houden met de bron, doel, inrichting, beheer en wetgeving. Ook het natuurvriendelijk inrichten van oevers (talud 1:3 of flauwer) of het inrichten van zogenaamde boerenoevers (talud 1:7 of flauwer, met grasland) kan bijdragen aan het remmen van de baggeraanwas.

23. Het nemen van maatregelen waarmee de toevoer van nutriëntenrijk water wordt voorkomen en/of verminderd

Voor deze maatregel is mogelijk een vergunning van het waterschap nodig.

Met deze maatregel wordt ingezet op om vervuilingsbronnen aan te pakken voordat ze het water bereiken. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de aanleg van (natte) bufferstroken- en of zones.

24. Aanleg visvriendelijke kunstwerken

Voor deze maatregel is mogelijk een vergunning van het waterschap nodig en mag alleen in overleg met het Wetterskip worden uitgevoerd.

Hierbij dient rekening te worden gehouden met de visecologie, technisch ontwerp, beheer en bestaande normen en richtlijnen.

25. Behoud en herstel cultuurlandschappelijke eilandjes

Eilandjes in de meren en poelen in de landschapstypen veenweidegebieden of veenderijen.

Subsidiabel zijn de investeringen voor oeverbescherming zoals beschoeiingen.

26. Herstel bunkers, aardwerken en ander militair erfgoed

Bunkers, aardwerken of ander militair erfgoed die een onderdeel zijn van objecten, linies of stellingen uit de Erfgoedatlas van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (Erfgoedatlas | Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed )

Subsidiabel zijn investeringen voor het herstellen, uitgraven, conserveren of het treffen van voorzieningen uitsluitend indien dit aansluit op een geformuleerde natuurdoelstelling binnen het geldende natuurbeheerplan voor specifieke hieraan gerelateerde flora of fauna zoals vleermuizen of mossoorten voor de betreffende locatie.

Artikel III  

De toelichting van het Openstellingsbesluit GLB 2023-2027 Uitvoering gebiedsplan ten behoeve van integrale gebiedsontwikkeling 2024 provincie Fryslân wordt als volgt gewijzigd:

A.

De toelichting op artikel 2 ‘Subsidiabele activiteiten’ komt te luiden:

 

Subsidie kan worden aangevraagd voor het uitvoeren van een gebiedsplan. De aanvraag kan worden gedaan door het samenwerkingsverband voor het gebied. Het gebiedsplan kan bestaan uit activiteiten met betrekking tot niet-productieve investeringen voor inrichtings- en herstelmaatregelen ten behoeve van doelen voor milieu (water, bodem en lucht), biodiversiteit en klimaat, landschap, kennisoverdracht, samenwerking voor innovatie en productieve investeringen ten behoeve van modernisering van landbouwbedrijven.

 

In dit artikel worden de niet-productieve investeringen beperkt tot herstel- en inrichtingsmaatregelen die vermeld staan in Bijlage 1. Er is voor deze maatregelen gekozen omdat die het meest effectief en haalbaar zijn uit oogpunt van zowel het herstel van landschap en natuur als de kosten. In Bijlage 1 wordt per maatregel een nadere definitie gegeven voor de activiteiten wanneer dit beleidsmatig of voor de benodigde kwaliteit nodig is. Deze maatregelen gelden alléén voor de niet-productieve investeringen. Binnen de overige investeringen zoals productief, of voor innovatie en/of kennisdeling kan breder worden ingezet dan de thema’s van de maatregelen in Bijlage 1.

 

Tenminste 75% van de subsidie voor de uitvoering van het gebiedsplan moet bestaan uit:

Maximaal 25% van de subsidie voor de uitvoering van het gebiedsplan mag bestaan uit:

  • 4.

    productieve investeringen groen- blauw of dierenwelzijn met 40% steunpercentage;

  • 5.

    niet-productieve investeringen op landbouwbedrijven met 100% steunpercentage waarbij voor investeringen in het watersysteem 70% steunpercentage geldt;

  • 6.

    niet-productieve investeringen op niet-landbouwbedrijven met 100% steunpercentage t.b.v. het watersysteem geldt 70% steunpercentage;

  • 7.

    bijeenkomsten voor kennisoverdracht met 80% steunpercentage;

  • 8.

    ontwikkelen of beproeven van innovaties met 100% steunpercentage.

  • f.

    voorbereiding en uitvoering van ruilverkaveling met 100% steunpercentage;

  • g.

    draagvlakontwikkeling of samenwerkingsactiviteiten met 100% steunpercentage.

 

De hierboven benoemde mogelijke onderdelen van een gebiedsplan zijn limitatief, maar niet cumulatief. Het is niet verplicht om alle onderdelen op te nemen in het gebiedsplan.

 

Voorbeelden van subsidiabele activiteiten per onderdeel zoals hierboven genoemd:

  • a.

    Investeringen in bedrijfsmiddelen met een effect op de economische bedrijfsvoering en gericht op de doelen water, biodiversiteit en biologische bestrijding, energie en klimaat, veehouderij en precisielandbouw. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan regelbare drainage, agroforestry, elektrische machines of werktuigen, vergistingsinstallaties en mestverwerkingssystemen of precisiebemesting. Deze investeringen kunnen ook worden gedaan ten behoeve van onderdeel f: voor het beproeven van innovaties.

  • b.

    Investeringen op landbouwgrond die geen invloed hebben op de economische bedrijfsvoering, bijvoorbeeld op het gebied van watergebruik/beheer, investeringen voor het aanleggen van een bloemrijke rand, de aanleg van voorzieningen (o.a. plas-dras) voor weidevogelbeheer, de aanleg van landschapselementen, de aanleg van kruidenrijk grasland, de aanleg van infiltratiestroken parallel aan de watergangen, de aanleg van greppels ten behoeve van waterkwaliteit of natuurvriendelijke oevers en plasdras sloten. Meer concreet kan hierbij gedacht worden aan herstel en aanleg singels, houtwallen, heggen, hagen, bosjes, solitaire bomen, pingo’s, dobben en drenkpoelen, herstel en aanleg van akkerranden, struweelranden, vogelakkers, natuurvriendelijke oevers en herstel beplanting agrarische erven.

  • c.

    Investeringen buiten landbouwgrond die geen invloed hebben op de economische bedrijfsvoering en gericht zijn op het uitvoeren van herstelmaatregelen en (grootschalige) inrichting van gebieden die bijdragen aan verbetering van de waterhuishouding, natuur, klimaatmitigatie en -adaptatie en biodiversiteit, investeringen in lanen, parkbossen en paden, singels en boomwallen, groenstructuren rond dorpen en buurtschappen, waterlopen, (op)vaarten en cultuurlandschappelijk slotenpatroon, herstel en aanleg natuurvriendelijke oevers.

  • d.

    Activiteiten voor het delen van kennis en ervaring met groepen landbouwers, dit kunnen trainingen, workshops, coachingsactiviteiten, voorlichtingsacties of demonstraties zijn. Hierbij kan verder gedacht worden aan bewustwording en educatie over kringlooplandbouw en toekomstig boeren. Bijeenkomsten om te leren samenwerken met alle partijen in het gebied vanuit de gedachten doelsturing en gezamenlijk eigenaarschap, wat zijn de doelen en opgaven in het eigen gebied en hoe kan draagvlak vergroot worden? Leren wat datagedreven werken is en participatieve monitoring met bijvoorbeeld citizen science sensoring.

  • e.

    Activiteiten voor het ontwikkelen, doorontwikkelen, beproeven of praktijkrijp maken van nieuwe concepten, producten of diensten dienend aan de doelen van het gebiedsplan. Hierbij kan gedacht worden aan het sluiten van kringlopen met een groep van landbouwbedrijven, ketenbenadering waaronder korte ketens, de omslag naar produceren voor biobased bouwen en promoten van de boer-burger dialoog.

De onderdelen a t/m e bedragen minimaal 75% van de totale subsidie voor de uitvoering van het gebiedsplan.

 

  • f.

    Voor kavelruil/ruilverkaveling geldt dat de voorbereiding (bijv. analyse) en de uitvoering (transactie, bijvoorbeeld notariskosten)) voor subsidie in aanmerking komen.

  • g.

    Activiteiten voor de coördinatie van het samenwerkingsverband, het gezamenlijk opzetten en voeren van het gebiedsproces waarbij overleg en afstemmen onderdeel kunnen zijn; proces- en projectmanagement.

Onderdelen f en g bedragen maximaal 25% van de totale subsidie voor de uitvoering van het gebiedsplan. Bij deze activiteiten kan meer algemeen gedacht worden aan kosten voor de penvoerder en inzet van personeel om de samenwerking en administratie te organiseren.

 

Voor de uitvoering van een integraal gebiedsplan, door een samenwerkingsverband in de vorm van een operational group, kunnen de volgende activiteiten worden uitgevoerd:

  • Het organiseren van bijeenkomsten voor kennisdeling en bewustwording voor draagvlak in het gebied ten behoeve van de opgave in het gebied en de te bereiken doelen (klimaat, water, bodem en/of lucht) zoals opgenomen in het plan;

  • De voorbereiding en uitvoering van eventuele ruilverkaveling voor de realisatie van de doelen;

  • De realisatie van specifieke productieve en niet-productieve investeringen die bijdragen aan de doelen op het gebied van klimaat, water, bodem en/of lucht, biodiversiteit en landschap zoals opgenomen in het integrale gebiedsplan;

  • Het ontwikkelen of beproeven van innovaties dienend aan de doelen van het gebiedsplan (als onderdeel van het EIP);

  • Proces, administratie en verantwoording. Monitoring en evaluatie (en eventuele bijsturing).

Het integrale gebiedsplan hoeft zich ook niet te beperken tot het GLB. Voorstelbaar is dat er een groter gebiedsplan is waarbij het GLB-aandeel één van de onderdelen is in de instrumentenkoffer en in de dekking van de kosten. Plannen die provincies, waterschappen, gemeenten, boerenorganisaties hebben buiten het GLB gebruikmakend van andere regelingen en financieringsbronnen zoals omgevingsplannen, NPLG, DAW kunnen in samenhang met het GLB worden ingezet. Stapeling, paraplu financiering behoort tot de mogelijkheden zolang er niet twee of meermalen subsidie wordt verstrekt voor dezelfde activiteit. Zorgvuldigheid is hierbij van belang.

 

Deze regeling Uitvoering van Samenwerking voor integrale gebiedsontwikkeling is een breed samenbindend instrument met subsidie voor investeringen en open van opzet. Het gebiedsplan kan allesomvattend zijn maar hoeft niet. Tegelijk gaat het om focus en wat realistisch haalbaar is met het oog op de beschikbare subsidiabele investeringsmogelijkheden bij uitvoering van het gebiedsplan.

 

Het opzetten van een samenwerkingsverband en het opstellen van een gebiedsplan via de openstelling ‘Steun voor planvorming van integrale gebiedsontwikkeling’ kan vooraf gaan aan een aanvraag onder deze openstelling voor uitvoering van het plan, maar is niet verplicht. Als een samenwerkingsverband al bestaat en een plan heeft, dat past binnen de voorwaarden van dit openstellingsbesluit, dan kan in plaats van de sub-openstelling voor planvorming direct een aanvraag bij deze subsidieopenstelling gericht op uitvoering worden ingediend.

 

B.

De toelichting van artikel 7 ‘Hoogte subsidie’ zal als volgt worden gewijzigd:

 

  • 1.

    ‘… waarbij de kosten voor kennisoverdracht, voorbereiding en uitvoering van kavelruil, ontwikkelen en beproeven van innovaties en draagvlakontwikkeling of samenwerkingsactiviteiten niet meer mogen bedragen dan 25% van de totale subsidiabele kosten.’

     

    wordt vervangen met:

     

    ‘… waarbij de kosten voor voorbereiding en uitvoering van kavelruil en draagvlakontwikkeling of samenwerkingsactiviteiten niet meer mogen bedragen dan 25% van de totale subsidiabele kosten.’

  • 2.

    De volgende tekst wordt toegevoegd:

    Op basis van artikel 2.6.9 van de Regeling geldt een subsidiepercentage van 100% van de subsidiabele kosten voor niet-productieve investeringen. Echter, de subsidie bedraagt 70% van de subsidiabele kosten voor investeringen op landbouwgronden die gericht zijn op het watersysteem. Doordat de investeringen op landbouwgrond worden uitgevoerd, heeft bij investeringen in het watersysteem de landbouwer profijt van een betere beschikbaarheid van water (dus deels productief).

C.

Aan artikel 10 ‘Subsidievereisten aanvraag’ wordt toegevoegd:

 

Mogelijk benodigde vergunningen variëren per uit te voeren maatregel en locatie van de maatregel. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan stikstof-, ontgronding-, omgevings-, of een waterschap vergunning. Let op: deze voorbeelden zijn niet limitatief! Controleer dus goed welke vergunningen (en daarbij horende doorlooptijden) benodigd zijn voor jouw project.

 

D.

Vanaf Artikel 11 vernummeren de artikelen één omhoog. Artikel 11 wordt Artikel 12 enzovoorts.

 

E.

Een toelichting op de bijlage wordt toegevoegd, luidende:

 

Bijlage 1 Investeringslijst voor herstel en inrichting van het agrarisch cultuurlandschap

Geografische duiding landschapsmaatregel

 

Voor de investeringsmaatregelen uit Bijlage 1 geldt een geografische duiding. Hiervoor is gekozen om de investeringen op die plek te laten plaatsvinden die de landschappelijke hoofdstructuur het beste versterken overeenkomstig de visie Grutsk op ‘e Romte. Deze maatregelen zijn goed geografisch te duiden gelet op de gedetailleerde geografische ligging van belangrijke landschappelijke elementen op grond van de Landschapstypenkaart, de provinciale Cultuurhistorische Kaart of de topografische kaarten. Grutsk op ‘e Romte en de genoemde kaarten zijn te vinden op www.fryslan.frl/grutsk, www.fryslan.frl/chk, https://www.fryslan.frl/landschapstypenkaart en www.topotijdreis.nl.

Categorie 1, toelichting gebruik kaart op website voor het vinden van de begrenzing “bestaand stedelijk gebied”.

 

www.omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart

  • -

    toets op “regels op de kaart”

  • -

    scroll op de kaart naar het dorp/buurtschap en klik op de kaart op het dorp of buurtschap

  • -

    klik op het tabblad “provincie” aan de linkerkant van het scherm

  • -

    klik op “Omgevingsverordening provincie Fryslân” aan de linkerkant van het scherm

  • -

    Scroll rechts in het scherm naar onderen en zet cursor op naar “Bestaand stedelijk gebied” voor 1e indruk want na klikken verdwijnt de kaart

  • -

    Klik op tabblad bijlagen aan de rechterkant van het scherm

  • -

    Klik op “bestaand stedelijk gebied”. Hierdoor wordt doorgeleid naar een andere website hierin kan opnieuw het dorp of het buurtschap worden opgezocht en is duidelijk zichtbaar wat het bestaand stedelijk gebied.

Categorie 11, herstel en aanleg historische paden, is gekozen omdat de historische padenstructuur een onlosmakelijk onderdeel van cultuurlandschappen uitmaakt en zo direct aansluit op de doelstelling genoemd onder artikel 2, lid 2 onder c voor landschappen.

 

Binnen categorie 12, aanleg natuurvriendelijke oevers, wordt aangeraden om gebruik te maken van de ‘Handreiking natuurvriendelijke oevers, 2009’ Handreiking natuurvriendelijke oevers | STOWA.

 

Geografische duiding watermaatregelen

Voor de investeringsmaatregelen 14 t/m 17 geldt een geografische duiding. De geografische duiding voor deze watermaatregelen is bedoeld om de juiste maatregel op de juiste locatie uit te voeren, dit is met name afhankelijk van het bodemtype. Zo zijn maatregelen om water vast te houden door bijvoorbeeld slootbodems te verhogen of stuwen te plaatsen met name wenselijk op droogtegevoelige zandgronden. Via Kaart watermaatregelen GLB-NSP Herstel en inrichting van het cultuurlandschap op landbouwgronden 2025 kan worden gekeken op welke locatie, welke maatregelen wenselijk en toegestaan zijn. Men kan de projectlocatie opzoeken middels de zoekfunctie rechts bovenin de pagina. Aan de linkerkant van de pagina wordt vervolgens weergeven in welk waterhuishoudkundig gebied men zich bevindt, welk bodemtype van toepassing is en welke maatregelen uitgevoerd mogen worden in het gebied. Hieronder wordt dit ook weergegeven middels een tabel, waarbij inzichtelijk wordt gemaakt welke maatregelen zijn toegestaan om uit te voeren in de betreffende gebieden. Met een screenshot van de online kaartomgeving kan worden aangetoond of een maatregel is toegestaan in de beoogde projectlocatie.

 

Tabel 1 . Geografische duiding watermaatregelen op basis van bodemsoort en waterhuishoudkundig gebied.

 

Klei

Veen

Zand

Polder

14, 15

14, 15

14, 15

Vrij voor de boezem

14

14

16

Vrij afstromend

n.v.t.

15,16,17

15,16,17

Artikel IV  

Dit besluit wordt aangehaald als ‘Wijziging Openstellingsbesluit GLB 2023-2027 Uitvoering gebiedsplan ten behoeve van integrale gebiedsontwikkeling 2024 provincie Fryslân’ en treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin zij wordt geplaatst.

Aldus vastgesteld in de vergadering van Gedeputeerde Staten van Fryslân van 8 juli 2025,

Voorzitter drs. A.A.M. Brok

Secretaris drs. ing. J.J. Algra

Naar boven