Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 3 juni 2025, houdende nadere regels op grond van de Algemene subsidieverordening provincie Utrecht 2022 (Subsidieregeling tegemoetkoming kosten kennisnetwerken landbouw provincie Utrecht 2025-2027)

Gedeputeerde Staten van Utrecht;

 

Gelet op het gestelde in de Algemene subsidieverordening provincie Utrecht 2022, en de Beleidsregel projectsubsidies;

 

Overwegende dat:

 

  • -

    in het coalitieakkoord provincie Utrecht 2023-2027 is opgenomen dat er geïnvesteerd wordt in de transitie van het landelijk gebied;

  • -

    de provincie Utrecht waarde hecht aan kennisuitwisseling binnen en met de agrarische sector;

  • -

    de zelforganisatie van groepen agrariërs om deze kennisuitwisseling mogelijk te maken meerwaarde biedt aan zowel de groepen zelf als de provincie Utrecht;

  • -

    in de programmabegroting 2025 de ondersteuning van kennisnetwerken landbouw wordt benoemd;

  • -

    deze subsidieregeling als beleidsgrondslag heeft:

    • Coalitieakkoord 2023-2027, aan de slag voor Utrecht;

    • Programmabegroting 2025, inclusief Statenvoorstel ‘vrijgeven gereserveerde gelden ten behoeve van Transitie Landelijk Gebied’.

Besluiten de volgende subsidieregeling vast te stellen:

Artikel 1 Definities

In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:

  • a.

    AsvpU: Algemene subsidieverordening provincie Utrecht 2022;

  • b.

    Awb: Algemene wet bestuursrecht;

  • c.

    Beleidsregel projectsubsidies: beleid van Gedeputeerde Staten van Utrecht waarin is aangegeven welke kosten bij projectsubsidies wel of niet subsidiabel zijn;

  • d.

    Kennisnetwerken landbouw: zelforganisatie van groepen Utrechtse agrariërs in een deelsector binnen de agrarische sector of een gebied (zie artikel 1 e en f) die als doel hebben om kennis en ervaringen uit te wisselen over landbouwtransitie en landbouwbeleid in de desbetreffende sector of het betrokken gebied en die een Samenwerkingsovereenkomst Kennisnetwerken Landbouw hebben getekend (zoals te vinden op de website van de provincie Utrecht);

  • e.

    Kennisnetwerk Grondgebonden Utrecht West: kennisnetwerk dat zich richt op de grondgebonden landbouw in de provincie Utrecht, met een focus op de volgende werkgebieden zoals gedefinieerd in de Gebiedsgerichte Aanpak van de provincie: Oostelijke Vechtplassen, Utrechtse Venen, Veenweide de Meije, Utrechtse Waarden en Vijfheerenlanden;

  • f.

    Kennisnetwerk Grondgebonden Utrecht Oost: kennisnetwerk dat zich richt op de grondgebonden landbouw in de provincie Utrecht, met een focus op volgende werkgebieden zoals gedefinieerd in de Gebiedsgerichte Aanpak van de provincie: Eemvallei, Utrechtse Heuvelrug, Kromme Rijnstreek, Vallei Utrecht;

  • g.

    Kennisnetwerk Biologische landbouw: kennisnetwerk dat zich richt op biologische landbouw in brede zin maar in ieder geval de grondgebonden landbouw;

  • h.

    Kennisnetwerk Hokdieren: kennisnetwerk dat zich richt op de hokdiersectoren, waaronder in ieder geval de grootste sectoren in Utrecht: varkenshouderij en pluimveehouderij;

  • i.

    Kennisnetwerk Gemeenschapslandbouw: kennisnetwerk dat zich richt op coöperatieve landbouw waarbij burgers betrokken zijn bij de productie van voedsel, ook wel Community Supported Agriculture (CSA) genoemd. Kenmerken hiervan zijn verbinding en samenwerking tussen boer en burger met lokale, korte ketens. Duurzaamheid en voedseleducatie spelen hierbij vaak een belangrijke rol;

  • j.

    Kennisnetwerk Fruitteelt: kennisnetwerk dat zich richt op het telen van fruit;

  • k.

    Kennisnetwerk Jonge agrariërs: kennisnetwerk dat zich richt op de specifieke uitdagingen die deze doelgroep ervaart, bij bijvoorbeeld bedrijfsovername en verduurzaming. De leeftijdsgrens voor deelname aan dit kennisnetwerk is 40 jaar;

  • l.

    Kennisnetwerk Boerinnen: kennisnetwerk dat zich specifiek richt op deze doelgroep, omdat zij een belangrijke rol spelen bij de bedrijfsontwikkeling en betrokkenheid bij de omgeving. Hun kennis en kijk op zaken is belangrijk voor de ontwikkelingen in de agrarische sector;

  • m.

    Handelingsperspectieven: concrete acties en strategieën, bedacht door kennisnetwerken landbouw, die agrariërs individueel of met collega-agrariërs in dezelfde deelsector of dezelfde regio kunnen inzetten om duurzame en toekomstbestendige landbouwpraktijken te realiseren, zowel milieutechnisch als financieel;

  • n.

    De-minimisverordening: Verordening (EU) nr. 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (Pb L van 15.12.2023).

Artikel 2 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor de volgende activiteiten in de provincie Utrecht:

  • a.

    De voorbereiding en organisatie van en aanwezigheid bij bijeenkomsten, georganiseerd door een kennisnetwerk, dat zich richt op kennisuitwisseling met het doel een transitie naar een duurzame en rendabele landbouw te bewerkstelligen zoals geformuleerd in ‘Toekomst landbouw en voedsel provincie Utrecht’, zoals vastgesteld door Gedeputeerde Staten van Utrecht op 4 maart 2025, en;

  • b.

    Het bedenken en formuleren van handelingsperspectieven, en;

  • c.

    Het geven van advies over de wijze waarop bestaand en komend landbouwbeleid verbeterd zou kunnen worden vanuit het perspectief van het desbetreffende kennisnetwerk, en;

  • d.

    De verslaglegging in de vorm van:

    • i.

      een activiteiten- en evaluatieverslag voor de provincie, en;

    • ii.

      een kennisverslag voor collega-agrariërs zowel binnen als buiten het kennisnetwerk, en;

  • e.

    Het communiceren van kennisverslagen naar agrariërs in dezelfde deelsector of aanverwante deelsectoren die geen deel uitmaken van het kennisnetwerk.

Artikel 3 Subsidiecriteria

Subsidie wordt slechts verstrekt als de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, voldoen aan de volgende criteria:

  • a.

    Een kennisnetwerk bestaat uit minimaal 15 leden;

  • b.

    Het kennisnetwerk organiseert minimaal twee bijeenkomsten over een periode van 12 maanden;

  • c.

    Het kennisverslag wordt aan eenieder online beschikbaar gesteld.

Artikel 4 Subsidieontvangers

Subsidie kan worden verstrekt aan een penvoerder van een kennisnetwerk landbouw in de provincie Utrecht. Hiertoe behoren de kennisnetwerken als vermeld in artikel 1, onder e tot en met l. De penvoerder is onderdeel van het desbetreffende kennisnetwerk landbouw.

Artikel 5 Financiële vorm van de subsidie

Subsidie wordt verstrekt in de vorm van een geldbedrag.

Artikel 6 Hoogte van de subsidie

  • 1.

    Het te verlenen subsidiebedrag is minimaal € 5.000 en maximaal € 40.000 per kalenderjaar voor de jaren 2025, 2026 en 2027.

  • 2.

    De totale vergoeding per bijeenkomst, zoals wordt opgenomen in de begroting, bedraagt maximaal €6000, waarbij

    • a.

      de vacatievergoeding per fysiek aanwezige deelnemer per bijeenkomst maximaal € 160 bedraagt;

    • b.

      alle overige subsidiabele kosten zoals genoemd onder artikel 7 bedragen opgeteld gemiddeld per bijeenkomst € 3.200 bedragen.

Artikel 7 Subsidiabele kosten

Onverminderd artikel 4.8 AsvpU zijn in ieder geval de volgende kosten subsidiabel:

  • a.

    Kosten voor de instandhouding van het kennisnetwerk, daaronder begrepen de organisatie en coördinatie, het opzetten en beheren van de activiteiten, alsmede de verslaglegging van de bijeenkomsten;

  • b.

    Zaalhuur en catering;

  • c.

    Kosten voor het publiceren van het verslag;

  • d.

    Vergoeding voor de kosten van presentaties door gastsprekers;

  • e.

    Vergoeding voor deelname aan bijeenkomsten van het kennisnetwerk (vacatievergoeding);

  • f.

    Kosten voor een procesbegeleider/voorzitter.

Artikel 8 Wijze van verdeling (volgorde van binnenkomst)

  • 1.

    Subsidieaanvragen kunnen vanaf 15 juni 2025 en daarna het gehele jaar doorlopend worden ingediend. De subsidie wordt maximaal één keer per kalenderjaar verstrekt per kennisnetwerk.

  • 2.

    De aanvragen worden digitaal ingediend, met gebruikmaking van het daarvoor beschikbare aanvraagformulier op het subsidieportaal van de provincie Utrecht.

Artikel 9 Te overleggen informatie bij een subsidieaanvraag

Bij de subsidieaanvraag dienen de volgende documenten en gegevens te worden overlegd:

  • 1.

    Een projectplan met de onderdelen beschreven in artikel 4.4 in de ASV. Onderdeel van het projectplan is een hoofdstuk over communicatie waarin beschreven wordt hoe de opgedane en verzamelde kennis uit de bijeenkomsten online wordt gepubliceerd en actief wordt gedeeld met agrariërs in dezelfde deelsector of aanverwante deelsectoren die geen deel uitmaken van het kennisnetwerk.

  • 2.

    Ingevulde Samenwerkingsovereenkomst Kennisnetwerken Landbouw (zoals te vinden op de website van de provincie Utrecht), getekend door alle huidige leden van het kennisnetwerk.

Artikel 10 Subsidieplafond

Kennisnetwerk

Subsidieplafond per kalenderjaar

Grondgebonden Utrecht West

€40.000

Grondgebonden Utrecht Oost

€30.000

Fruitteelt

€20.000

Hokdieren

€20.000

Biologische landbouw

€20.000

Gemeenschapslandbouw

€20.000

Jonge agrariërs

€20.000

Boerinnen

€20.000

Artikel 11 Weigeringsgronden

Subsidie kan worden geweigerd als er reeds subsidie is verstrekt voor hetzelfde kennisnetwerk zoals bedoeld in artikel 1 onderdeel e tot en met l.

Artikel 12 Verplichtingen

  • 1.

    De subsidieontvanger is verplicht om:

    • a.

      van elke kennisbijeenkomst een kennisverslag te maken waarin een samenvatting van de bijeenkomst en de geformuleerde handelingsperspectieven zijn opgenomen, en waarin advies wordt gegeven over de wijze waarop bestaand en komend landbouwbeleid verbeterd zou kunnen worden.

    • b.

      het kennisverslag openbaar voor eenieder beschikbaar te maken en actief te delen met agrariërs in dezelfde deelsector of aanverwante deelsectoren die geen deel uitmaken van het kennisnetwerk. Dit maximaal drie maanden nadat de bijeenkomst heeft plaatsgevonden.

    • c.

      uiterlijk 6 maanden na afloop van de projectperiode een evaluatie- en activiteitenverslag over leggen aan provincie Utrecht, met daarin:

      • i.

        een overzicht van het aantal daadwerkelijk georganiseerd bijeenkomsten;

      • ii.

        een presentielijst met alle deelnemers van elke bijeenkomst, waaruit tevens blijkt dat minstens 60% van de leden van het desbetreffende kennisnetwerk aanwezig was;

      • iii.

        de kennisverslagen per bijeenkomst of een link naar een webpagina waar deze te raadplegen zijn;

      • iv.

        een overzicht van de uitgevoerde communicatie buiten het kennisnetwerk;

      • v.

        een evaluatie van de uitgevoerde activiteiten.

  • 2.

    Bij de subsidieverleningsbeschikking kunnen aan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen worden opgelegd die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.

  • 3.

    Als een subsidie is aangemerkt als toelaatbare staatssteun, moet de subsidieontvanger voldoen aan de voorwaarden die de Europese Commissie daaraan heeft gesteld.

  • 4.

    De subsidieontvanger is verplicht de activiteiten binnen 16 maanden na de subsidieverlening uit te voeren.

Artikel 13 Evaluatie

De evaluatie van deze subsidieregeling vindt plaats twee jaar na de inwerkingtreding.

Artikel 14 Staatssteun

Als sprake is van staatssteun, wordt de steun in overeenstemming met de de-minimisverordening verleend.

Artikel 15 Inwerkingtreding

Deze subsidieregeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal blad waarin zij wordt geplaatst en vervalt op 31 december 2027.

Artikel 15 Citeertitel

Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: ‘Subsidieregeling tegemoetkoming kosten kennisnetwerken landbouw provincie Utrecht 2025-2027’.

Aldus vastgesteld in de vergadering van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 3 juni 2025.

Voorzitter,

mr. J.H. Oosters

Secretaris,

mr. drs. A.G. Knol-van Leeuwen

Toelichting  

Algemeen

Het behalen van de Europese, nationale en provinciale doelen voor natuur, water en klimaat zijn voor een groot deel afhankelijk van de verduurzaming van de agrarische sector. De provincie Utrecht wil de gewenste transitie naar een duurzame én rendabele landbouw ondersteunen. Een belangrijk onderdeel hierbij is het gesprek over en kennisuitwisseling tussen agrariërs over verduurzamingsmethoden, goede landbouwpraktijk maatregelen op het boerenerf en hoe die in te passen, en hoe dit alles zich verhoudt tot een bedrijfseconomisch perspectief en mogelijk ontwikkelpaden.

 

In verschillende gremia vindt dit gesprek al plaats en wordt dit ook al door de provincie Utrecht gefaciliteerd. Maar het gaat hier met name om gesprekken met en tussen bestuurders. De twee regionale stuurgroepen (RSG) in het kader van de Gebiedsgerichte Aanpak (GGA) zijn hier voorbeelden van. Deze subsidieregeling tegemoetkoming kosten kennisnetwerken is in de eerste plaats bedoeld om het gesprek tussen agrariërs onderling te faciliteren. We zien waarde in deze onderlinge samenwerking en uitwisseling omdat men van elkaar kan leren en samen efficiënter kan zoeken naar oplossingen dan alleen. Zo hoeft niet iedere agrariër zelf uit te vinden hoe om te gaan met de huidige uitdagingen binnen zijn/haar specifieke situatie. Deze subsidieregeling biedt daarom ondersteuning voor netwerken van agrariërs met een vergelijkbare bedrijfsvoering of positie in het bedrijf. Om het effect van de kennisnetwerken verder te vergroten, communiceren deze netwerken ook naar buiten toe. Ze richten zich daarbij specifiek op hun collega's binnen hun deelsector of groep die voor dezelfde uitdagingen staat.

 

Naast het belang van de onderlinge uitwisseling en samenwerking op zichzelf is het voor de provincie ook zeer waardevol omdat er bij zulke agrarische groepen goed opgehaald kan worden wat er speelt in bepaalde deelsectoren/bedrijven.

 

Artikel 11 Subsidieplafond

De maximale vergoeding is niet voor alle kennisnetwerken hetzelfde. Het aantal agrariërs in Utrecht met een grondbonden bedrijf, en dan met name een melkveehouderij bedrijf, is groter dan de andere genoemde deelsectoren. Om deze reden is de maximale vergoeding voor Kennisnetwerken Grondgebonden Utrecht West en Grondgebonden Utrecht Oost hoger dan voor de andere kennisnetwerken.

Bijlage Vragenlijst risicoanalyse subsidieregelingen

 

Naam subsidieregeling:

 

Paragraaf:

 

Subsidiejaar:

 

Einddatum regeling:

 

 

Checklist ingevuld door:

Functie:

Datum:

 

1. Voorwaarden

Ja

Nee

Eventuele gevolgen (risico)

Toelichting

1.1 Zijn de in de regeling gebruikte begrippen duidelijk omschreven?

x

 

Geen duidelijke omschrijving van begrippen, waardoor interpretatieverschillen kunnen bestaan en onbedoeld subsidie moet worden verleend.

 

1.2 Is de subsidiabele activiteit eenduidig en concreet (SMART) geformuleerd?

x

Subsidiabele activiteit niet eenduidig en concreet geformuleerd, waardoor er ruimte is voor interpretatie met als gevolg dat subsidiegelden onjuist besteed kunnen worden.

1.3 Is er een specifieke omschrijving van de doelgroep?

x

Geen specifieke omschrijving, waardoor aanvragers

waarvoor de subsidie niet bedoeld is, toch van de subsidie gebruik kunnen maken.

1.4 Worden de aanvragen vanuit een bestaande doelgroep (waaraan vaker subsidies worden verstrekt) verwacht?

x

Voornamelijk onbekende doelgroep, waardoor er minder inzicht is in de bedrijfsvoering van de doelgroep.

1.5 Er zijn in aanvulling op de beleidsregels geen subsidiabele kosten specifiek omschreven

x

Er zijn aanvullend op de beleidsregels specifieke subsidiabele kosten opgenomen, waardoor maatwerktoets moet worden uitgevoerd

1.6 Er zijn in aanvulling op de beleidsregels geen niet-subsidiabele kosten specifiek omschreven

x

Er zijn aanvullend op de beleidsregels specifieke niet-subsidiabele kosten opgenomen, waardoor maatwerktoets moet worden uitgevoerd

1.7 Er zijn in aanvulling op de AsvpU 2022 geen specifieke weigeringsgronden genoemd in de regeling?

x

Er zijn in aanvulling op de AsvpU 2022 aanvullende weigeringsgronden genoemd, waardoor maatwerktoets nodig is.

1.8 Kunnen alleen subsidies worden verstrekt vanaf € 25.000 of subsidies van minder dan € 25.000 waarbij sprake is van een staatssteunvrijstelling ?

x

Bij subsidies van minder dan € 25.000 waarbij geen sprake is van een staatssteunvrijstelling hoeft er ten behoeve van de vaststelling geen verantwoording afgelegd te worden over de uitvoering van de activiteit.

1.9 Is er sprake van een subsidieplafond voor de regeling van maximaal € 500.000?

x

Bij een plafond van minder dan € 500.000 is het risico financieel gezien minder groot.

 

2. Uitvoerbaarheid en controleerbaarheid

Ja

Nee

Eventuele gevolgen (risico)

Toelichting

2.1 Zijn de opgestelde verplichtingen (makkelijk) controleerbaar?

x

Opgestelde verplichtingen zijn niet controleerbaar, waardoor geen controle kan plaatsvinden en er ruimte

komt voor M&O.

 

3. Organisatie van controle en handhaving

Ja

Nee

Eventuele gevolgen (risico)

Toelichting

3.1 Wordt de uitvoering van de activiteit actief gevolgd door (beleids)medewerkers van de provincie?

x

Uitvoering activiteit niet actief gevolgd, waardoor het zonder melding niet direct bekend is als de activiteit niet wordt uitgevoerd of verplichtingen niet worden nagekomen.

 

 

 

 

 

4. Bibob-vragen

Let op: “ja” en “nee” zijn bij deze vragen omgedraaid ten opzichte van onderdeel 1 t/m 3! Bij vragen over dit onderdeel kan je contact opnemen met de Bibob-eenheid.

Nee

Ja

Eventuele gevolgen (risico)

Toelichting

4.1 Verplicht de regeling cofinanciering?

x

 

Bij cofinanciering moet de hardheid/ zekerheid van de cofinanciering worden aangetoond.

 

4.2 Verplicht de regeling het aangaan van samenwerkingsverbanden?

 

x

Het werken in een samenwerkingsverband maakt het lastiger om te achterhalen wie er daadwerkelijk achter een aanvraag zit. Dat maakt de subsidie gevoeliger voor misbruik.

 

4.3 Betreft de doelgroep van de regeling een branche die onder druk staat?

 

x

Als de doelgroep van de regeling in een branche zit die onder druk staat, bijvoorbeeld omdat er veel concurrentie is, de regelgeving de laatste jaren strenger is geworden, of omdat de afhankelijkheid van derden in die branche groot is, dan kan dit de druk vergroten om de subsidie te misbruiken of op een andere manier te gebruiken dan waarvoor deze bedoeld is.

 

4.4 Bevatten de doelgroepen die gebruik kunnen maken van de regeling, branches die faciliterend kunnen werken voor criminaliteit?

x

 

Met branches die faciliterend kunnen werken voor criminaliteit gaat het om branches die ruimte of gelegenheid kunnen geven aan criminaliteit. Hierbij is de kans op misbruik van subsidies bij dergelijke branches groter.

 

 

Totaal kolom

 

Aantal kruisjes in rechterkolom

Risicoprofiel

steekproef

0 t/m 5

Laag

1 op 20

6 t/m 10

Midden

1 op 10

11 t/m 15

Hoog

1 op 5

Naar boven