Provinciaal blad van Fryslân
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Fryslân | Provinciaal blad 2025, 10074 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Fryslân | Provinciaal blad 2025, 10074 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Adviesvoucherregeling Fryslân 2025-2027
Gedeputeerde Staten van Fryslân,
Gelet op artikel 1.3, derde lid, van de Algemene subsidieverordening provincie Fryslân 2022;
Overwegende dat het wenselijk is om (digitale) innovatie van processen, producten, diensten en businessmodellen, die tevens bijdragen aan de verduurzaming van de onderneming, binnen het Friese MKB te stimuleren om zo door te kunnen groeien naar de MKB-vriendelijkste en meest circulaire regio;
Overwegende dat een impuls voor verduurzaming van (klein- en micro) MKB en bedrijventerreinen, en de ontwikkeling van lokale energie initiatieven, wenselijk is voor een groen en duurzaam Fryslân;
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
AGVV: Verordening (EU) nr. 651/2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de arti-kelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard, en Verordening (EU) nr. 2022/2473 waarbij bepaalde categorieën steun voor ondernemingen die actief zijn in de productie, de verwerking en de afzet van visserij- en aquacultuurproducten, op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard.
MKB-onderneming met een agrarische functie: MKB-onderneming als bedoeld in de zin van artikel 1 van de Verordening (EU) 2022/2472 van de Europese Commissie van 14 december 2022 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard.
SPUK-regeling Bedrijfsmatig Vastgoed: een Rijksregeling die provincies financieel ondersteunt bij het opzetten van programma's om micro- en kleine ondernemingen te helpen hun bedrijfspanden en bedrijfsprocessen te verduurzamen, en om de organisatiegraad op bedrijventerreinen te vergroten door het initiëren van initiatieven op het gebied van verduurzaming. Het doel is om de energietransitie te versnellen en bij te dragen aan de klimaatdoelstellingen.
Bij de aanvraag worden alle documenten gevoegd die via het web-portal worden opgevraagd. Dit zijn in elk geval de volgende:
bij aanvragen in het kader van onderdeel 4: een ingevulde de-minimisverklaring, waaruit blijkt dat het aangevraagde bedrag geheel of gedeeltelijk kan worden verleend zonder dat sprake zal zijn van overtreding van de geldende voorschriften van de Europese Unie ter zake van de verlening van overheidssteun;
Hoofdstuk 2 Subsidiabele activiteiten
Onderdeel 1: (Digitale) Innovatie in het MKB
Het stimuleren van Friese MKB-ondernemingsactiviteiten op het gebied van (digitale) innovatie van processen, producten, businessmodellen en diensten, die tevens bijdragen aan de verduurzaming van de onderneming. Met het begrip ‘’verduurzaming’’ bedoelen we bij dit onderdeel circulariteit, klimaatadaptatie, energiebesparing/energietransitie, waterbesparing of vergroening/biodiversiteit.
Subsidie voor een subsidiabele activiteit als bepaald in artikel 2.3 wordt uitsluitend verleend aan een Friese MKB-onderneming, ongeacht de rechtsvorm die zij voert.
Artikel 2.3 Subsidiabele activiteiten
Een subsidie kan op aanvraag worden verleend voor:
het door een externe deskundige laten opstellen van een juridisch, financieel, technisch of strategisch advies met betrekking tot (digitale) innovatie van het bedrijfsproces, een product, een dienst of een businessmodel, die tevens bijdraagt aan de verduurzaming van de onderneming.
Onderdeel 2: Verduurzaming micro- en klein MKB
Het stimuleren van ondernemingsactiviteiten van Friese micro- en kleine MKB-ondernemingen op het gebied van verduurzaming. Met het begrip ‘’verduurzaming’’ bedoelen we bij dit onderdeel het komen tot (advies ten aanzien van) maatregelen die energie besparen en CO2-uitstoot verminderen. Energiebesparende maatregelen dienen gericht te zijn op een bedrijfsgebouw waarvan de ondernemer eigenaar of gebruiker is, en/of op het productieproces. CO2-uitstoot reducerende maatregelen zijn gericht op de algehele bedrijfsvoering waar minimaal het bedrijfsgebouw en het productieproces onderdeel van zijn.
Subsidie voor een subsidiabele activiteit als bepaald in artikel 2.7 wordt uitsluitend verleend aan een Friese MKB-onderneming die behoort tot het micro- of klein MKB, ongeacht de rechtsvorm die zij voert, maar met uitzondering van eenmanszaken zonder personeel, tenzij het bedrijfsproces van de onderneming wordt uitgevoerd in een bedrijfsgebouw, niet zijnde een woning.
Onderdeel 3: Verduurzaming bedrijventerreinen
Vergroten van de organisatiegraad op de Friese bedrijventerreinen door ondersteuning van de ontwikkeling van collectieve initiatieven op het gebied van verduurzaming. Met het begrip ‘’verduurzaming’’ bedoelen we bij dit onderdeel circulariteit, klimaatadaptatie, energiebesparing/ energietransitie, waterbesparing of vergroening/biodiversiteit.
Subsidie voor een subsidiabele activiteit als bepaald in artikel 2.11 wordt uitsluitend verleend aan een Friese MKB-onderneming, ongeacht de rechtsvorm die zij voert, die onderdeel uitmaakt van een collectief initiatief.
Artikel 2.11 Subsidiabele activiteiten
Een subsidie kan op aanvraag worden verleend voor:
het door een externe deskundige laten opstellen van een advies om een collectief initiatief op het gebied van circulariteit, klimaatadaptatie, energiebesparing/energietransitie, waterbesparing of vergroening/ biodiversiteit te ontwikkelen tot een uitvoeringsgereed project.
Onderdeel 4: Lokale Energie Initiatieven
Het ondersteunen en stimuleren van lokale energie initiatieven die bijdragen aan energiebesparing of het leveren of uitwisselen van duurzame, lokaal opgewekte energie. Hierdoor worden initiatieven geholpen om hun project of businesscases te versterken waarbij de positieve effecten van het te subsidiëren project ten goede komen aan de directe omgeving.
Subsidie voor een subsidiabele activiteit als bepaald in artikel 2.15 wordt uitsluitend verleend aan een lokaal energie initiatief gevestigd in de provincie Fryslân.
Artikel 2.15 Subsidiabele activiteiten
Een subsidie kan op aanvraag worden verleend voor:
Voorbereidings- en proceskosten voor lokale duurzame energie projecten die bijdragen aan een goede business case van het project, voor zover het betreft het inkopen van juridische, financiële, technische, fiscale, of organisatorische expertise van een externe deskundige.
Hoofdstuk 3 Subsidievoorwaarden
In aanvulling op hetgeen is bepaald in artikel 2.4 van de ASV wordt een subsidie geweigerd indien:
Artikel 3.4 Niet-subsidiabele kosten
In aanvulling op hetgeen bepaald is in paragraaf 2.3 van de UASV wordt geen subsidie verleend voor de volgende kosten:
Aldus vastgesteld in de vergadering van Gedeputeerde Staten van Fryslân van 27 mei 2025
Voorzitter drs. A.A.M. Brok
Secretaris drs. ing. J.J. Algra
Artikel 1.1, aanhef en onder m
Een externe deskundige die in het kader van één van de vier onderdelen van deze regeling wordt ingeschakeld, dient op grond van opleiding en ervaring gekwalificeerd te zijn. Voor deze beoordeling kan worden gekeken naar de ondernemingsactiviteiten van de onderneming in kwestie en/of de aantoonbare kennis en ervaring van de persoon, die namens de onderneming, de activiteit uitvoert.
De externe deskundige moet ingeschreven zijn bij het Handelsregister van de Kamer van Koophandel, of vergelijkbare handelsregisters in andere staten. Particulieren kunnen daarmee niet optreden als externe deskundige. Een kennisinstelling kan wel optreden als externe deskundige.
Een externe deskundige dient tevens onafhankelijk te zijn. Dit houdt in dat de externe deskundige onafhankelijk de gegeven opdracht uitvoert, waarbij er geen sprake is van enige vorm van belangenverstrengeling. Ook de schijn van belangenverstrengeling moet worden vermeden. In dit kader wordt onder andere in de volgende situaties geoordeeld dat er geen sprake is van onafhankelijkheid:
Deze opsomming is niet limitatief.
Artikel 1.1, aanhef en onder s en t
Conform de door de Europese Commissie vastgestelde definitie van kleine, middelgrote, en micro-ondernemingen in bijlage I van de AGVV behoren tot de categorie kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (KMO’s), ondernemingen waar minder dan 250 personen (FTE) werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet € 50 miljoen of het jaarlijkse balanstotaal € 43 miljoen niet overschrijdt. Deze normen worden verder aangehaald als MKB-normen.
Gevolg van de Europese regelgeving is dat het gehele verband van ondernemingen waartoe de aanvragende (dus ook een mede aanvragende) onderneming behoort, wordt getoetst aan de MKB-normen. Denk bijvoorbeeld aan moedermaatschappijen, zusterondernemingen en dochter-ondernemingen. Indien de aanvragende onderneming direct of indirect voor 25% of meer en minder dan 50% qua aandelenkapitaal en/of zeggenschap relaties heeft met andere ondernemingen, wordt voor het bepalen of de aanvragende onderneming een KMO is, het aantal werkzame personen, de jaaromzet en het balanstotaal van die ondernemingen naar rato meegenomen. Dit geldt ook indien een andere onderneming 25% of meer aandelen in de aanvragende onderneming heeft. Indien de aanvragende onderneming op een andere onderneming of een andere onderneming op de aanvragende onderneming overheersende invloed kan uitoefenen of een andere invloed heeft als genoemd in de definitie van een KMO, dienen voor het bepalen of de aanvragende onderneming een KMO is, het aantal FTE, de jaaromzet en het balanstotaal van die ondernemingen volledig meegenomen te worden.
Indien één of meer overheidsinstanties of openbare lichamen gezamenlijk direct of indirect zeggenschap heeft of hebben over 25 % of meer van het kapitaal of de stemrechten van de aanvragende onderneming, dan kan de aanvragende onderneming (behoudens de uitzonderingen die in de definitie zijn genoemd) niet als een KMO worden aangemerkt.
De verdeelsystematiek vindt plaats op basis van het principe ‘’wie het eerst komt, wie het eerst maalt’’. Op de datum waarop de aanvraag volledig is (compleet is bevonden), wordt er voor deze aanvraag een voorlopig beslag gelegd op het in een openstellingsbesluit bekendgemaakt subsidieplafond. Na ontvangst van deze volledige aanvraag wordt de aanvraag inhoudelijk beoordeeld aan de hand van de regeling en zal worden beoordeeld of de aanvraag voor een subsidie in aanmerking komt.
Voor zover een subsidieplafond dat voor deze regeling in een openstellingsbesluit beschikbaar is gesteld door een aanvraag wordt overschreden, wordt deze aanvraag geweigerd. Ook al voldoet de aanvraag aan de vereisten om voor een subsidie in aanmerking te komen.
Onderdeel 1 van deze regeling wordt met toepassing van artikel 28 AGVV verleend. Onder voorwaarden, gesteld in de AGVV, is het verlenen van subsidie toegestaan. Staatssteun wordt dan geacht verenigbaar te zijn met de interne markt. Artikel 28 AGVV maakt het onder voorwaarden mogelijk om innovatiesteun aan het MKB te verlenen, onder andere voor innovatieve adviesdiensten. Aan de in de AGVV gestelde voorwaarden, op het gebied van maximale subsidiepercentage en maximale absolute subsidiebedrag, wordt voldaan.
Onderdelen 2 en 3 van deze regeling worden met toepassing van artikel 18 AGVV verleend. Artikel 18 AGVV maakt het mogelijk om consultancysteun aan het MKB te verlenen, onder andere voor adviesdiensten. Aan de in de AGVV gestelde voorwaarden, op het gebied van maximale subsidiepercentage en maximale subsidiebedrag, wordt voldaan.
In het kader van dit artikel kan bijvoorbeeld gedacht worden aan technisch of financieel advies, of ondersteuning op het gebied van projectmanagement.
Steunmaatregelen die onder een de-minimisverordening vallen, worden geacht het handelsverkeer tussen de lidstaten niet ongunstig te beïnvloeden en de mededinging niet te vervalsen of dreigen te vervalsen. Zulke maatregelen voldoen hierdoor niet aan alle cumulatieve criteria van het staatssteunverbod (art. 107 lid 1 VWEU) en leveren derhalve geen staatssteun op.
Om overschrijding van het de-minimisplafond te voorkomen, moet de aanvrager een
de-minimisverklaring overleggen bij de aanvraag. Hierin moet de aanvrager alle steun en de-minimis opgeven die over de voorgaande 36 maanden is verleend.
Onder de reguliere de-minimisverordening kan aan aanvragers tot € 300.000,- aan steun verleend worden zonder dat er sprake is van staatssteun.
Om voor een subsidie in aanmerking te komen voor één van de subsidiabele activiteiten als bepaald in de artikelen 2.3, 2.7, 2.11 en 2.15 van de regeling, gelden een aantal toetsingscriteria. Indien niet voldaan wordt aan één of meer van deze criteria komt de aanvraag niet in aanmerking voor een subsidie en levert dit een (dwingende) weigeringsgrond op voor de aanvraag.
Artikel 3.1, eerste lid, aanhef en onder b
Met dit criterium wordt voorgeschreven dat de kosten voor het realiseren van de activiteit waarvoor subsidie is aangevraagd door de rechtsvorm van de aanvrager moeten worden gemaakt en betaald. Dit betekent dat de facturen die verband houden met het realiseren van de voornoemde activiteit in rekening zijn of worden gebracht bij de rechtsvorm van de aanvrager alsmede dat laatstgenoemde deze betaalt.
Artikel 3.2, aanhef en onder a
De aanvraag moet zijn ontvangen vóórdat verplichtingen zijn aangegaan ter zake van de subsidiabele kosten van de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Dit is bepaald om de stimulerende werking van de regeling te waarborgen.
Onder het aangaan van een verplichting wordt bijvoorbeeld verstaan het voor akkoord ondertekenen van een offerte van een externe deskundige. Hierbij maakt het geen verschil of de verplichting is aangegaan door de vertegenwoordigingsbevoegde persoon van de rechtsvorm van de aanvrager, door haar medewerker(s) en/of werknemer(s), of door een eigenaar van de rechtsvorm van de aanvrager.
Indien bij de aanvraag een factuur is gevoegd, dan wordt ervan uitgegaan dat er te vroeg een verplichting is aangegaan.
Indien een verplichting is aangegaan vóór ontvangst van de aanvraag wordt géén subsidie verleend.
In het geval dat er voor een deel van de begrote kosten van de te subsidiëren activiteit een verplichting is aangegaan vóór ontvangst van de aanvraag, wordt de gehele aanvraag geweigerd.
Indien de verplichting is aangegaan onder de schriftelijke en opschortende voorwaarde dat de subsidie moet zijn verstrekt, wordt aan het vereiste van de stimulerende werking voldaan.
Artikel 3.2, aanhef en onder e
Uit deze onderdelen volgt dat cumulatie/stapeling met andere subsidieregelingen van Gedeputeerde Staten of derden, ten behoeve van de financiering van de activiteit, niet mogelijk is.
Artikel 3.2, aanhef en onder f en g
Met deze weigeringsgronden is het aantal subsidies dat op grond van deze regeling kan worden verleend aan een afzonderlijke rechtsvorm gemaximeerd. Dit betekent dat binnen hetzelfde onderdeel van de regeling (onderdeel 1, 2, 3 of 4) slechts 1 x een subsidie voor een subsidiabele activiteit aan dezelfde rechtsvorm kan worden verleend.
Binnen de verschillende onderdelen (onderdeel 1, 2 3 of 4) van de regeling kan maximaal 2 x een subsidie voor een subsidiabele activiteit aan dezelfde rechtsvorm worden verleend.
Een in het kader van deze regeling verleende subsidie wordt direct bij verlening vastgesteld. Dit betekent dat de subsidieontvanger na realisatie van de gesubsidieerde activiteit geen vaststellingsverzoek hoeft in te dienen waarmee zij (financiële) verantwoording aflegt aan Gedeputeerde Staten.
Evenwel kunnen Gedeputeerde Staten de in het kader van de regeling verleende subsidies controleren, al dan niet steekproefsgewijs. Als een subsidieontvanger gecontroleerd wordt, is hij verplicht om aan
te tonen dat de gesubsidieerde activiteit is verricht en dat aan de subsidieverleningsbeschikking verbonden verplichtingen is voldaan (zie ook artikel 3.6 onder i.). Hiertoe verschaft de subsidieontvanger alle informatie die Gedeputeerde Staten bij haar opvragen.
Als uit de (steekproef)controle onregelmatigheden blijken en/of geconstateerd wordt dat niet aan de aan de subsidieverlening verbonden verplichtingen is voldaan, dan kan dat gevolgen hebben voor de subsidieverlening. Een subsidieverlening kan ten nadele van de subsidieontvanger gewijzigd of ingetrokken worden. Ook kan een subsidie lager (tot op nihil) worden vastgesteld. Bovenstaande kan ertoe leiden dat uitbetaalde subsidiebedragen worden teruggevorderd.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2025-10074.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.