BO-IV Besluit Installatieverantwoordelijkheid Gelderland

 

 

Bekendmaking van het besluit van 28 mei 2024 - zaaknummer 2024-000360

 

Gedeputeerde Staten van Gelderland

 

Gelet op afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht;

Gelet op bepaling 4.2.101 van de NEN 3140;

Gelet op de artikelen 3.4 en 3.5 van het Arbeidsomstandighedenbesluit;

 

Besluiten

 

Vast te stellen het navolgende Besluit Installatieverantwoordelijkheid Gelderland.

 

Artikel 1 Begripsbepalingen

  • 1.

    In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    Elektrische installatie: installatie en het materiaal ten behoeve van opwekking, transport, omzetting, distributie en gebruik van elektrische energie, met inbegrip van energiebronnen zoals accu’s, batterijen en condensatoren.

  • b.

    Installatieverantwoordelijke: de daartoe aangewezen direct verantwoordelijk persoon voor de veilige bedrijfsvoering van de elektrische installatie en de veiligheid van de elektrische arbeidsmiddelen en persoonlijke beschermingsmiddelen als bedoeld in NEN 3140.

  • c.

    Proceshandboek: het door Gedeputeerde Staten vastgestelde ‘Zorgsysteem elektrotechnische installaties, provincie Gelderland’.

  • 2.

    Voor de toepassing van dit besluit en de daarop rustende bepalingen wordt met mandaat gelijkgesteld volmacht en machtiging, tenzij de bepalingen van dit besluit anders aangeven.

 

Artikel 2 Aanwijzing

  • 1.

    Gedeputeerde Staten verlenen aan de Algemeen Directeur mandaat om de Installatieverantwoordelijke aan te wijzen.

  • 2.

    De aanwijzing geldt uitsluitend voor de volgende elektrische installaties in eigendom van de provincie Gelderland, gesitueerd langs onder meer de provinciale wegen en opgenomen in het Proceshandboek:

  • a.

    de volledige openbare verlichtingsinstallaties;

  • b.

    de e-installaties van Verkeersregelinstallaties;

  • c.

    de e-installaties van Dynamische Management Systemen;

  • d.

    de e-installaties van de pompen;

  • e.

    nieuwe e-installaties, wanneer deze opgenomen worden in het Proceshandboek.

 

  • 3.

    De Installatieverantwoordelijke is verantwoordelijk voor:

  • a.

    Het op de actuele organisatie aanpassen van het Proceshandboek.

  • b.

    Het in stand houden van de veiligheid door regelmatige inspecties en tijdig herstel van gevonden gebreken.

  • c.

    Het opzetten van een toegangsregeling en sleutelbeleid voor ruimten met elektrisch gevaar.

  • d.

    Het vaststellen van procedures voor bediening van de installatie.

  • e.

    Het goedkeuren van plannen voor de uitvoering van werkzaamheden, met uitzondering van hoe om te gaan met de werkrisico’s.

  • f.

    Het toestemming geven voor de aanvang van werkzaamheden.

  • g.

    Het in gebruik nemen van de elektrische installatie.

  • h.

    Het controleren op en handhaven van de regelingen, procedures en plannen, bedoeld in de onderdelen c, d en e.

 

Artikel 3 Mandaat

  • 1.

    Aan de Installatieverantwoordelijke wordt mandaat verleend tot het nemen van besluiten en het verrichten van feitelijke handelingen die verband houden met de verantwoordelijkheden en de werkzaamheden aan, met en in de nabijheid van de Elektrische installaties, bedoeld in artikel 2, tweede en derde lid.

  • 2.

    Het mandaat, bedoeld in het eerste lid, omvat tevens:

  • a.

    Het aanvragen van gecertificeerde sleutels ten behoeve van de bediening van de elektrische installaties, bedoeld in artikel 2, tweede lid.

  • b.

    Het aanwijzen van medewerkers in dienst van de provincie Gelderland en het instrueren en aanwijzen van derden die gerechtigd zijn tot het bedienen van het uitvoeren van werkzaamheden aan Elektrische installaties, bedoeld in artikel 2, tweede lid.

  • c.

    Het aanschaffen van veiligheidsartikelen.

  • d.

    Het actualiseren van het Proceshandboek.

 

Artikel 4 Informatieplicht

  • 1.

    De Installatieverantwoordelijke stelt Gedeputeerde Staten tijdig in kennis van krachtens mandaat te nemen of reeds genomen besluit waarvan redelijkerwijs moet worden aangenomen dat kennisneming door Gedeputeerde Staten gewenst is.

  • 2.

    Kennisgeving als bedoeld in het eerste lid vindt in ieder geval plaats indien:

  • a.

    De maatschappelijke, beleidsmatige, politieke, juridische of financiële omstandigheden daartoe aanleiding geven.

  • b.

    Het besluit ertoe kan leiden dat de provincie aansprakelijk wordt gesteld.

  • 3.

    Gedeputeerde Staten voorzien de Installatieverantwoordelijke tijdig van alle benodigde informatie ten behoeve van de invulling van zijn mandaat.

 

 

 

Artikel 5 Begrenzing bevoegdheid

  • 1.

    De uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden geschiedt binnen de grenzen en met inachtneming van het ter zake geldende recht, specifiek met inachtneming van artikel 10:3 van de Algemene wet bestuursrecht, het Arbeidsomstandighedenbesluit en de NEN 3140.

  • 2.

    De Installatieverantwoordelijke oefent zijn bevoegdheid niet uit indien hij bij de te nemen beslissing een persoonlijk belang heeft als bedoeld in artikel 2:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

 

Artikel 6 Verantwoording

Onverminderd het bepaalde in artikel 4 verschaft de Installatiedeskundige desgevraagde alle informatie aan Gedeputeerde Staten ter zake van de uitoefening van de in dit besluit bedoelde bevoegdheden.

 

Artikel 7 Registratie en inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de dag na publicatie in het Provinciaal Blad.

 

Artikel 8 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit Installatieverantwoordelijkheid Gelderland.

 

Gepubliceerd te Arnhem

Gedeputeerde Staten van Gelderland

Ans Mol – van de Camp - plv. Commissaris van de Koning

Frederik van Ardenne - Secretaris

 

Meer informatie

Provincieloket, telefoonnummer 026 359 99 99, emailadres: post@gelderland.nl

 

 

Naar boven