Provinciaal blad van Fryslân
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Fryslân | Provinciaal blad 2024, 7108 | andere beschikking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Fryslân | Provinciaal blad 2024, 7108 | andere beschikking |
Ambtshalve wijziging omgevingsvergunning Spelt Afvalinzameling Heerenveen BV, Denemarkendreef 5 te Heerenveen
Op 19 januari 2010 (kenmerk 00870080) is aan Anton van Dijk Recycling B.V. een revisievergunning ingevolge de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) verleend voor de inrichting aan de Denemarkendreef 5 te Heerenveen. Daarna zijn nog diverse vergunningen verleend dan wel hebben er ambtshalve wijzigingen plaatsgevonden. In 2019 heeft Anton van Dijk Recycling B.V. gemeld dat de naam van de inrichting is gewijzigd in Spelt Afvalinzameling Heerenveen B.V.
Wij besluiten de omgevingsvergunning van 19 januari 2010 ambtshalve te wijzigen.
Binnen de inrichting is een IPPC-installatie aanwezig, namelijk een installatie als bedoeld in categorie 5.5 van de Richtlijn industriële emissies: tijdelijke opslag van gevaarlijke afvalstoffen met een capaciteit van 50 ton of meer in afwachting van in categorie 5.1, 5.2, 5.4 en 5.6 vermelde behandelingen. Sinds 1 januari 2013 geldt een extra actualisatieplicht voor IPPC-installaties (artikel 2.30 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in combinatie met artikel 5.10, lid 1 van het Besluit omgevingsrecht). De plicht houdt in dat binnen vier jaar na publicatie van de beste beschikbare technieken (BBT)-conclusies moet worden getoetst of de vergunning nog voldoet aan de BBT-conclusies. Indien de voorschriften niet voldoen, moet de vergunning binnen de termijn van vier jaar zijn geactualiseerd.
De BBT-conclusies Afvalbehandeling zijn op 17 augustus 2018 gepubliceerd. Wij hebben de vergunning van 19 januari 2010 beoordeeld en zijn van oordeel dat de omgevingsvergunning niet geheel voldoet aan de BBT-conclusies Afvalbehandeling. Wij passen daarom met dit besluit de omgevingsvergunning van 19 januari 2010 ambtshalve aan door er voorschriften aan toe te voegen.
Wij besluiten, gelet op artikel 2.31, eerste lid, onder b, van de Wabo:
dat de ingevulde ippc-tool-aanvraag-omgevingsvergunning_FUMO per e-mail ontvangen op 18 november 2021 met naam 2021-FUMO-0057233 ippc tool, onderdeel uitmaakt van de vergunning van 19 januari 2010 (kenmerk 00870080) . Voor zover de aan de vergunning verbonden IPPC-tool niet in overeenstemming is met de gestelde voorschriften, zijn de voorschriften bepalend.
Namens het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân,
Afdelingshoofd Vergunningverlening en Specialistisch Advies
Rechtsmiddelen en inwerkingtreding
Bekendmaking en rechtsbeschermingsmiddelen
Bekendmaking, inwerkingtreding en rechtsbeschermingsmiddelen (definitieve) beschikking
Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager. Daarnaast wordt een kennisgeving gegeven door publicatie in de Leeuwarder Courant, het Friesch Dagblad en in het Provinciaal blad van Fryslân via www.officielebekendmakingen.nl. De beschikking treedt in werking 6 weken na bekendmaking van het definitief besluit.
De aanvraag en de beschikking met de daarbij behorende stukken worden op grond van de Algemene wet bestuursrecht met ingang van 15 mei 2023 ter inzage gelegd. Inzage is mogelijk bij de gemeente, provincie Fryslân en bij de FUMO.
Een dag nadat de beschikking ter inzage is gelegd, start de termijn van zes weken voor het indienen van een beroepschrift. In die periode kunnen zowel u als belanghebbenden beroep aantekenen tegen deze beschikking. Ook niet-belanghebbenden kunnen beroep aantekenen indien zij een zienswijze hebben ingediend.
Het beroepschrift moet in tweevoud ingediend worden bij Rechtbank Noord-Nederland, Postbus 781, 9700 AT Groningen.
Het indienen van een beroepschrift stelt de werking van de beschikking niet uit. Als u of belanghebbenden niet willen dat deze beschikking in werking treedt na afloop van de beroepstermijn, kan tijdens die termijn om een voorlopige voorziening worden verzocht. Dit verzoek kan worden gedaan bij de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord Nederland, Postbus 781 9700 AT Groningen. De beschikking treedt in dat geval niet in werking voordat over dit verzoek is beslist.
Voorschriften ambtshalve wijziging omgevingsvergunning activiteit milieu
Het in voorschrift 1.5.1 bedoelde verzoek om goedkeuring moet schriftelijk worden gericht aan de FUMO, Postbus 3347, 8901 DH LEEUWARDEN of info@fumo.nl.
Het in voorschrift 5.2.2. bedoelde verzoek om goedkeuring moet schriftelijk worden gericht aan de FUMO, Postbus 3347, 8901 DH LEEUWARDEN of info@fumo.nl.
Spelt Afvalinzameling Heerenveen B.V. op de locatie Denemarkendreef 5 te Heerenveen heeft een vergunning van 19 januari 2010 voor het in werking hebben van een inrichting voor:
De activiteit tijdelijke opslag van gevaarlijke afvalstoffen wordt genoemd in bijlage 1 van de Richtlijn Industriele Emissies (RIE) en wel in categorie 5.5. Voorwaarde hierbij is dat de opslag van gevaarlijke stoffen in afwachting is van een behandeling die valt onder categorie 5.1, 5.2b, 5.4 of 5.6 van de RIE.
Spelt Afvalinzameling Heerenveen B.V. heeft een IPPC-installatie die valt onder categorie 5.5 van de RIE.
Wij hebben de omgevingsvergunning van 19 januari 2010 getoetst aan:
Deze toetsing geeft aanleiding tot het aanpassen van de vergunning van 19 januari 2010.
1.2. Huidige vergunningsituatie
Voor de inrichting zijn de onderstaande omgevingsvergunningen verleend:
*Volgens de Invoeringswet Wabo gelijkgesteld aan een omgevingsvergunning voor onbepaalde tijd.
De activiteiten van de inrichting zijn genoemd in Bijlage I, onderdeel C van het Bor. De volgende categorieën zijn van toepassing:
De activiteiten vallen niet onder de uitzonderingen genoemd onder 28.10 van bijlage 1 onderdeel c van het Bor. Om die reden is op grond van artikel 2.1, tweede lid van het Bor eveneens sprake van een vergunningplichtige inrichting.
Wij zijn bevoegd gezag voor de inrichting. Dit volgt uit artikel 2.4, tweede lid van de Wabo juncto artikel 3.3, eerste lid van het Bor, op grond van de activiteiten van de inrichting, genoemd in Bijlage I onderdeel C, categorie 28.4, onder a, 5° en 6° van het Bor en omdat het een inrichting betreft waartoe een IPPC-installatie behoort als genoemd in Bijlage I, categorie 5.5 van de Richtlijn industriële emissies (Rie).
De omgevingsvergunning van 19 januari 2010 is voorbereid met de uitgebreide voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.3 van de Wabo. Gelet hierop dient de ambtshalve wijziging eveneens worden voorbereid met de uitgebreide voorbereidingsprocedure.
In de Wabo en het Bor worden bestuursorganen vanwege hun specifieke deskundigheid of betrokkenheid aangewezen als adviseur. Gelet op het bepaalde in artikel 2.26 Wabo, alsmede de artikelen 6.1 tot en met 6.5 van het Bor, hebben wij ons voornemen tot ambtshalve wijziging ter advies aan de volgende instanties/bestuursorganen gezonden:
De gemeente Heerenveen heeft geen aanleiding gezien om advies uit te brengen. Op 2 februari 2023 hebben wij een advies ontvangen van het Wetterskip Fryslân met kenmerk WF-176862. Het Wetterskip beoordeelt in haar advies de lozingen en of deze voldoen aan de BREF Afvalbehandeling en adviseert voorschriften op te nemen voor Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS). Wij behandelen het ontvangen advies in hoofdstuk 2.5 “Afvalwater”.
1.7 Zienswijzen op de ontwerpbeschikking
Van het ontwerp van de beschikking hebben wij kennis gegeven in de Leeuwarder Courant en het Friesch Dagblad van 25 februari 2023 en in het Provinciaal blad van Fryslan via https://officielebekendmakingen.nl.
Tussen 27 februari 2023 en 10 april 2023 heeft het ontwerp ter inzage gelegen en is eenieder in de gelegenheid gesteld om zienswijzen naar voren te brengen. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt. Ten opzichte van de ontwerpvergunning zijn geen wijzigingen aangebracht.
2. Inhoudelijke overwegingen Milieu
2.1. Toetsing ambtshalve wijziging omgevingsvergunning
Sinds 1 januari 2013 geldt een actualisatieplicht voor IPPC-installaties (artikel 5.10, eerste lid van het Bor). De plicht houdt in dat:
binnen een termijn van vier jaar na publicatie in het Publicatieblad van de Europese Unie van de BBT-conclusies voor de hoofdactiviteit van een IPPC-installatie de voorschriften van de omgevingsvergunning moeten worden getoetst aan de beste beschikbare technieken (BBT) die staan in deze (nieuwe) BBT-conclusies (en alle overige relevante BBT-documenten);
De actualisatieplicht start dus op het moment dat de BBT-conclusies voor de hoofdactiviteit zijn gepubliceerd. Daarom zal bij IPPC-installaties waarin meerdere activiteiten uit bijlage 1 van de RIE worden uitgeoefend, bepaald moet worden welke activiteit voor de betreffende IPPC-installatie zal worden aangemerkt als de hoofdactiviteit.
Binnen deze inrichting vinden meerdere activiteiten uit bijlage 1 van de RIE plaats. Daarom is in overleg met de vergunninghouder van de inrichting nagegaan welke BBT-conclusies relevant zijn voor de hoofdactiviteit en welke BBT-conclusies daarmee het startpunt zullen worden van de (verplichte) actualisatie van de vergunning. Dit betekent dat na publicatie van deze BBT-conclusies in het publicatieblad van de Europese Unie de actualisatieplicht zal beginnen.
Er moet worden voldaan aan de BBT-conclusies voor de hoofactiviteit en aan andere relevante BBT-conclusies.
Sinds 1 januari 2018 geldt een actualisatieplicht voor afvalverwerkende bedrijven (artikel 5.10, tweede lid van het Bor). De plicht houdt in dat binnen één jaar na inwerkingtreding van het afvalbeheerplan de vergunningen getoetst moeten worden aan de minimale hoogwaardigheid van verwerking van afzonderlijke afvalstoffen of categorieën afvalstoffen zoals beschreven in het afvalbeheerplan. Als niet wordt voldaan aan het afvalbeheerplan moeten de vergunningvoorschriften worden geactualiseerd.
Overeenkomstig artikel 2.31, eerste lid van de Wabo, moet en overeenkomstig artikel 2.31, tweede lid van de Wabo, kan het bevoegd gezag voorschriften die aan een omgevingsvergunning zijn verbonden, wijzigen. De omstandigheden waaronder dit moet of kan gebeuren zijn eveneens vermeld in dit artikel. In dit geval is er sprake van een omstandigheid als bedoeld in artikel 2.31, eerste lid, onder b.
Artikel 2.31, eerste lid, geeft de omstandigheden aan waaronder het bevoegd gezag verplicht is de voorschriften van de omgevingsvergunning te wijzigen. Onder b wordt aangegeven dat de voorschriften van de vergunning moeten worden aangescherpt als – kort samengevat – de bescherming van het milieu dit noodzakelijk maakt. Of die noodzaak bestaat, kan worden afgeleid uit het toetsingskader dat geldt voor het toepassen van de actualiseringsplicht van artikel 2.30 van de Wabo, dat is opgenomen in artikel 5.10 derde lid van het Bor. Op grond van artikel 2.31, tweede lid, heeft het bevoegd gezag de mogelijkheid om een vergunning aan te passen. Deze mogelijkheid bestaat voor zover dit in het belang van de bescherming van het milieu is.
Artikel 2.31a, eerste lid van de Wabo geeft het bevoegd gezag de mogelijkheid om, ter bescherming van het milieu, andere technieken voor te schrijven dan in de aanvraag zijn opgenomen en daarmee de grondslag van de aanvraag te verlaten. Op grond van artikel 2.31a, tweede lid is de vergunninghouder verplicht desgevraagd gegevens aan het bevoegd gezag over te leggen die nodig zijn voor de beoordeling of alle relevante BBT-maatregelen worden toegepast.
2.2. Beste beschikbare technieken
In het belang van het bereiken van een hoog niveau van bescherming van het milieu moeten aan de vergunning voorschriften worden verbonden die nodig zijn om de nadelige gevolgen die de inrichting voor het milieu kan veroorzaken, te voorkomen of, indien dat niet mogelijk is, zoveel mogelijk – bij voorkeur bij de bron – te beperken en ongedaan te maken. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat in de inrichting ten minste de voor de inrichting in aanmerking komende beste beschikbare technieken (BBT) worden toegepast.
Bij het opstellen van de omgevingsvergunning milieu moet rekening worden gehouden met de BBT-conclusies. De Europese Commissie stelt de BBT-conclusies op en maakt deze bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.
BBT-conclusies is een document met de conclusies over beste beschikbare technieken, vastgesteld overeenkomstig artikel 13, lid 5 en 7 van de RIE.
Op 17 augustus 2018 heeft de Europese Commissie de BBT-conclusies Afvalbehandeling gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie.
De BBT-conclusies Afvalbehandeling gaan over activiteiten uit bijlage I van de Richtlijn industriële emissies 2010/75/EU (RIE):
Deze BBT-conclusies gaan niet over IPPC-categorie 5.2 afvalverbranding of 5.4 stortplaatsen.
In het kader van de onder hoofdstuk 2.1 “Toetsing ambtshalve wijziging omgevingsvergunning” genoemde actualisatieplicht, hebben wij getoetst of de voorschriften van de vigerende omgevingsvergunning(en) voldoen aan de beste beschikbare technieken (BBT) die staan in deze nieuwe BBT-conclusies.
2.3. Concrete bepaling best beschikbare technieken
Binnen de inrichting worden één of meer van de activiteiten uit bijlage 1 van de Rie uitgevoerd en wel de volgende: categorie 5.5.
Om te bepalen of en in hoeverre aan de BBT-conclusies van de BREF Afvalbehandeling wordt voldaan, hebben we op 2 november 2021 schriftelijk verzocht gegevens aan te leveren waarin aangegeven wordt hoe u voldoet aan de nieuwe BREF Afvalbehandeling. Op 7 juli 2022 hebben wij een document BBT-conclusies ontvangen (Rapport TAP/BBT-toets/2022v02, Pietersma omgevingsadviseur d.d. 13 juli 2022).
Wij hebben de informatie getoetst aan uw vergunning van 19 januari 2010 en aan de BBT-conclusies Bref Afvalbehandeling. Wij zijn tot de conclusie gekomen dat de door u overgelegde gegevens aanleiding geven om uw omgevingsvergunning ambtshalve te wijzigen, omdat uw vergunning niet geheel actueel is met betrekking tot de aanwezigheid van een Milieubeheersysteem overeenkomstig het gestelde in BBT1 van de BREF Afvalbehandeling 2018.
2.4. Milieubeheersysteem, klachtenmanagementsysteem en communicatieplan
Bij bedrijven met een IPPC-installatie waarop de BBT-conclusies afvalbehandeling van toepassing is, moet een milieubeheersysteem worden ingevoerd. In maatregel BBT1 uit de BREF Afvalbehandeling staat dat het bedrijf een milieubeheersysteem moet invoeren en welke elementen in het milieubeheersysteem moeten zijn opgenomen. In uw IPPC-document ontvangen per e-mail op 18 november 2021, geeft u aan dat Spelt Afvalinzameling Heerenveen B.V. ISO 9001 gecertificeerd is, waarmee wordt aangetoond dat er een werkend en deugdelijk kwaliteitsbeheerssyteem en milieumanagementsysteem aanwezig is. Het is echter onduidelijk of alle relevante elementen als genoemd in maatregel BBT1 uit de BREF Afvalbehandeling aan de orde komen en hoe deze verwerkt zijn.
Om het bovenstaande te borgen, verbinden wij een voorschrift aan uw vergunning van 19 januari 2010 waarin het opstellen, de invoering en de naleving van een milieubeheersysteem met de verschillende onderdelen, genoemd in BBT 1, voorgeschreven wordt.
Op 9 september 2022 hebben wij advies gevraagd aan het Wetterskip Fryslân met betrekking tot lozingsaspect bij Spelt Afvalinzameling Heerenveen B.V. Binnen de inrichting komt afvalwater vrij in de vorm van afstromend hemelwater van het bedrijfsterrein waar materialen opgeslagen liggen, waar bewerking plaatsvindt en waar een dieselopslag en tankplaats aanwezig zijn. Al het afvalwater wordt geloosd op het gemeentelijk vuilwaterriool. Op het terrein vindt opslag plaats van inerte en niet-inerte goederen. De opslagen vinden plaats op een vloeistofdichte vloer. Het afstromende hemelwater vanuit de opslag wordt via het bedrijfsriool en een OBAS geloosd op het gemeentelijk vuilwaterriool.
De lozingen van afvalwater afkomstig van de tankplaats en het bedrijfsterrein vallen sinds de komst van de Waterwet onder het Activiteitenbesluit milieubeheer (AB).
Voor het lozen van het hemelwater afkomstig van het bedrijfsterrein zijn eisen opgenomen in het AB.
In de aangeleverde informatie heeft het bedrijf niet aangegeven welke maatregelen worden toegepast om de lozing afkomstig van het bedrijfsterrein te laten voldoen aan de BBT zoals die zijn genoemd in de BREF Afvalbehandeling. De BBT-conclusies 3, 6, 7, 19 en 20 gaan nadrukkelijk in op afvalwaterstromen.
Aan BBT 3 wordt voldoende invulling gegeven wanneer het bedrijf uitvoering geeft aan BBT 1, het opstellen van een milieubeheersysteem. De afvalwaterstromen zijn geen relevante emissies naar water zoals genoemd in BBT 6. De afvalverwerkingsprocessen met de bijbehorende stoffen/parameters zoals genoemd in BBT 7 zijn niet van toepassing.
Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS)
Bij Spelt Afvalinzameling B.V. zijn afvalstoffen vergund die mogelijk ZZS kunnen bevatten. Het gaat dan met name om asfalt, dakafval, zeefzand en verontreinigde grond. Onder andere PAK en zware metalen kunnen aanwezig zijn. ZZS zijn stoffen die zijn geclassificeerd als de gevaarlijkste stoffen voor mens en milieu die met voorrang aangepakt moeten worden. Bij neerslag kunnen de ZZS uitlogen en via de bedrijfsriolering met het afvalwater geloosd worden op de gemeentelijke riolering. Het streven is om ZZS uit de leefomgeving te weren.
Het landelijk waterkwaliteitsbeleid is erop gericht om ZZS met een combinatie van bronaanpak, minimalisatie van de restlozing en continue verbetering aan te pakken. Conform het landelijk beleid voor de aanpak ZZS moet een lozer verplicht iedere vijf jaar rapporteren over de getroffen maatregelen om de emissies van ZZS te verminderen en over de technieken die op de markt beschikbaar zijn gekomen om verdere invulling aan de minimalisatie te geven.
Het Wetterskip Fryslân adviseert om in verband met mogelijke lozingen van ZZS voorschriften op te nemen. In overeenstemming met dit advies worden voorschriften 5.2.1, 5.2.2 en 5.2.3 aan de vergunning van 19 januari 2010 toegevoegd.
Gezien het vorenstaande voegen wij een aantal aanvullende voorschriften toe aan de omgevingsvergunning van 19 januari 2010, waarmee deze omgevingsvergunning op dit moment voldoet aan de BBT-conclusies Afvalbehandeling.
BIJLAGE 1: MILIEUBEHEERSSYSTEEM(MBS) AFVALBEDRIJVEN
Op grond van maatregel BBT1 maatregel zoals opgenomen in de BREF/BBT-conclusies Afvalbehandeling dient ter verbetering van de algehele milieuprestaties en de controle daarop een milieubeheersysteem (MBS) te worden ingevoerd. Dit document is bedoeld ter ondersteuning voor het opstellen van een MBS. De concrete invulling en het detailniveau van het MBS is afhankelijk van de specifieke situatie (bv. Aard, omvang en complexiteit van het bedrijf en alle mogelijke milieueffecten ervan) en dient op bedrijfsniveau bepaald te worden. Zo zal een milieuzorgsysteem van een klein bedrijf minder uitgebreid zijn dan dat van een groot bedrijf. Het opstellen en toepassen van een milieuzorgsysteem vergt inspanningen en tijd maar door het toepassen van een milieuzorgsysteem kan de milieu-impact algemeen beperkt worden.
Structuren van taken en verantwoordelijkheden:
Taken en verantwoordelijkheden: Wie is waar verantwoordelijk voor. Denk hierbij aan voorschriften uit de vergunning, onderhoudstermijnen maar ook het bijhouden van nieuwe wet- en regelgeving en het informeren van personeel hierover en het volgen van de ontwikkelingen op het vlak van schonere technologieën.
*Er kan ook verwezen worden naar het van toepassing zijnde Acceptatie- en verwerkingsbeleid en administratieve organisatie en interne controle oftewel het A&V-beleid en AOIC. De onderdelen die niet beschreven worden in het A&V-beleid en AOIC dienen in het milieubeheerssysteem te worden beschreven.
Voor de begrippen die niet in deze lijst zijn opgenomen refereren wij naar de definities zoals die zijn opgenomen in de geldende wet- en regelgeving.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2024-7108.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.