Besluit maatwerkvoorschriften geur

  • I.

    ONDERWERP

De door Huhtamaki veroorzaakte geurbelasting is hoger dan op grond van de Beleidsregels geur Bedrijven Fryslân 2019 nog als aanvaardbaar wordt beschouwd. Het betreft de inrichting van Huhtamaki aan de Zuidelijke Industrieweg 3 te Franeker. Het project is geregistreerd onder zaaknummer 2022-FUMO-0061589.

Op grond van artikel 2.7a, vierde lid, onder a en b van het Activiteitenbesluit, kan het bevoegd gezag maatwerkvoorschriften stellen voor geur. Op basis van genoemde artikelen kunnen wij, indien blijkt dat de geurhinder ter plaatse van een of meer geurgevoelige objecten een aanvaardbaar hinderniveau overschrijdt, bij maatwerkvoorschrift geuremissiewaarden vaststellen of bepalen dat bepaalde geurbelastingen ter plaatse van die objecten niet worden overschreden.

Wij hebben op 31 juli 2022 een rapportage van Huhtamaki ontvangen waarin is aangegeven dat de geuremissie met minimaal 66% kan worden gereduceerd door het plaatsen van een anaerobe waterzuivering. In dit besluit is deze geurreductie vastgelegd middels maatwerkvoorschriften.

  • II.

    BESLUIT

Wij besluiten, gezien de overwegingen die zijn opgenomen in dit besluit en gelet op artikel 8.42, eerste lid van de Wet milieubeheer en artikel 2.7a, vierde lid, onder b van het Activiteitenbesluit, om de bijgevoegde maatwerkvoorschriften te stellen aan Huhtamaki, Zuidelijke Industrieweg 3 te Franeker.

Daarnaast besluiten wij dat het CEW-onderzoek 'Reduceren geuremissie bij Huhtamaki Franeker - Businesscase. 2021.0034' d.d. 28-06-2022 v4.o (definitief) met genoemde bijlagen, onderdeel uitmaakt van dit maatwerkbesluit.

  • III.

    ONDERTEKENING EN VERZENDING

Namens het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân,

S.G.C. Boender

Afdelingshoofd Vergunningverlening en Specialistisch Advies

Een kopie van dit besluit is naar de volgende instanties gestuurd:

  • Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Waadhoeke, Postbus 58, 8800 AB Franeker;

  • Wetterskip Fryslân, Postbus 36, 8900 AA Leeuwarden;

  • Brandweer Fryslân, T.a.v. afdeling Risicobeheersing, Postbus 612, 8901 BK Leeuwarden.

Bezwaar

Degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken kan tegen dit besluit binnen zes weken na de verzending daarvan een bezwaarschrift indienen bij Gedeputeerde Staten, Postbus 20120, 8900 HM in Leeuwarden. Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:

  • a.

    de naam en het adres van de indiener;

  • b.

    de dagtekening;

  • c.

    een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;

  • d.

    de gronden van het bezwaar.

Meer informatie over de bezwaarschriftenprocedure vindt u op fryslan.frl onder “contact”, of u kunt bellen met het secretariaat van de bezwaarschriftencommissie, tel. 058 – 292 51 57.

  • 1.

    Maatwerkvoorschriften

  • 1.1

    GEUR

  • 1.1.1

    Vanaf 24 maanden na inwerkingtreding van dit besluit, mag de maximale geuremissie vanwege de inrichting niet meer bedragen dan 261 miljoen odourunits per uur.

  • 1.1.2

    Binnen 6 maanden na het verlopen van de in voorschrift 1.1.1 genoemde termijn, dient een rapport van een geuronderzoek, overeenkomstig de NTA 9065 als bedoeld in artikel 2.7a, tweede lid, van het Activiteitenbesluit te worden overgelegd. In de rapportage dient in ieder geval de totale geuremissie en de hedonische waarde van de geur te zijn vermeld.

  • 2.

    Overwegingen

  • 2.1

    AANLEIDING

Bij Huhtamaki Nederland B.V. (hierna: Huhtamaki) aan de Zuidelijke Industrieweg 3-7 te Franeker wordt vormkarton geproduceerd. Het gaat daarbij met name om de productie van verpakkingen voor eieren. Sinds twee jaar zijn wij in overleg met Huhtamaki over een aanvraag voor een revisievergunning (milieu). De reden daarvoor is dat Huhtamaki de feitelijke productiecapaciteit wil uitbreiden van 37.9000 ton/jaar naar 44.000 ton/jaar. Uit een aantal geuronderzoeken die in het kader van deze voorgenomen uitbreiding zijn uitgevoerd, bleek dat Huhtamaki in de huidige situatie een hoge geurbelasting veroorzaakt.

Op 25 november 2020 stuurden wij Huhtamaki een brief over de hoge geurbelasting in de omgeving. Huhtamaki heeft in antwoord daarop op 21 december 2020 per brief gereageerd. Hierin stelt Huhtamaki dat de huidige en beoogde situatie voor wat betreft geur hetzelfde blijft als in de vergunde situatie, omdat bij nader inzien de beoogde capaciteitsuitbreiding niet nodig is.

In een bij de brief van 21 december 2020 bijgevoegd nieuw geurrapport (Geuronderzoek aanvraag revisievergunning Huhtamaki Nederland B.V., december 2020, HUNB20C1, Olfasense B.V.) is de geurbelasting bij een capaciteit van 37.9000 ton/jaar in kaart gebracht.

Omdat in de huidige omgevingsvergunningen van Huhtamaki de bestaande geurbelasting niet is vastgelegd, hebben wij in het (maatwerk)besluit van 20 mei 2021 op basis van artikel 2.7a, vierde lid, onder b, van het Activiteitenbesluit milieubeheer (hierna: Activiteitenbesluit) de bestaande geurbelasting vastgelegd.

Daarnaast hebben wij Huhtamaki verzocht om een onderzoek naar de beschikbaarheid van technische voorzieningen en gedragsregels over te leggen. Wij hebben dit verzocht in ons (maatwerk)besluit van 20 mei 2021. Concreet hebben wij in het maatwerkbesluit van 20 mei 2021 , het volgende voorgeschreven:

  • Huhtamaki moet een rapport van een onderzoek naar de beschikbaarheid van technische voorzieningen en gedragsregels als bedoeld in artikel 2.7a, vijfde lid, van het Activiteitenbesluit overleggen, waarbij in dit rapport middels een (geur)onderzoek overeenkomstig de NTA 9065 als bedoeld in artikel 2.7a, tweede lid, van het Activiteitenbesluit inzichtelijk wordt gemaakt wat de effecten hiervan zijn ter plaatse van geurgevoelige objecten, zodat kan worden bepaald wat ter plaatse van een geurgevoelig object een aanvaardbaar geurhinderniveau is als bedoeld in artikel 2.7a, eerste lid, van het Activiteitenbesluit en het door ons vastgestelde ‘Beleidsregels geur Bedrijven Fryslân 2019';

  • bovengenoemd rapport van een (geur)onderzoek bevat, naast de technische voorzieningen en gedragsregels, ten minste de volgende aspecten:

    • a.

      de geurbelasting ter plaatse van geurgevoelige objecten bij een productiecapaciteit van 40.000 ton;

    • b.

      de maatregelscenario's waarin de effecten op de geurbelasting in de omgeving, alsmede de technische en economische consequenties worden aangegeven van ten minste (1) bron- en procesgeïntegreerde maatrelen, (2) nageschakelde technieken en/of (3) schoorsteenverhoging van één of meerdere relevante emissiepunten;

    • c.

      de effecten op de geurbelasting, zoals genoemd onder b. kunnen in beeld worden gebracht als immissieconcentraties in de vorm van geurcontouren of op toetspunten op nabijgelegen geurgevoelige objecten, waarbij in ieder geval de geurbelastingen bij woningen gelegen aan de Zuiderkade en de Tuinen zijn weergegeven.

Naar aanleiding van bovengenoemd (maatwerk)besluit van 20 mei 2021, heeft Huhtamaki op 31 juli 2022 onderstaande rapportage van Centre of expertise watertechnology (hierna: CEW) ingediend, waarbij de hieronder genoemde rapporten bijbehorende informatie bevatten:

  • CEW-onderzoek 'Reduceren geuremissie bij Huhtamaki Franeker - Businesscase. 2021.0034' van 28-06-2022 v4.o (definitief);

  • Geurrapportage naar aanleiding van maatwerkbesluit. Onderzoek bronmaatregel: waterzuivering. HUNB21A1_wz, januari 2022. Olfasense B.V.;

  • Geurrapportage naar aanleiding van maatwerkbesluit. Onderzoek nageschakelde techniek: afgasbehandeling. HUNB21A1_gw, januari 2022. Olfasense B.V.;

  • Geuronderzoek aanvraag revisievergunning Huhtamaki Nederland B.V., december 2020 HUNB20C1, Olfasense B.V.;

  • Notitie 'resultaten verspreidingsberekeningen clustering geuremissies via centrale schoorsteen'. Kenmerk 20201008HUNB, 8 oktober 2020, Olfasense B.V.

  • 3

    Procedurele aspecten

  • 3.1

    Procedure en zienswijze

Dit maatwerkbesluit is voorbereid op basis van afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht.

  • 3.2

    Advies

In de Wabo en het Bor worden bestuursorganen vanwege hun specifieke deskundigheid of betrokkenheid aangewezen als adviseur. Gelet op het bepaalde in artikel 2.26 van de Wabo, alsmede de artikelen 6.1 tot en met 6.4 van het Bor, hebben wij het ontwerpbesluit ter advies aan gemeente Waadhoeke en Wetterskip Fryslân gestuurd.

  • 3.3

    Zienswijze

Overeenkomstig artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht konden belanghebbenden van 26 maart tot en met 10 april 2023 zienswijzen indienen bij Gedeputeerde Staten over het voornemen om een maatwerkvoorschrift vast te stellen. Er zijn geen zienswijzen ingediend.

  • 3.4

    Bevoegd gezag en vergunningplicht

Wij zijn bevoegd gezag voor de inrichting. Dit volgt uit artikel 2.4 van de Wabo, juncto artikel 3.3, eerste lid, onder b, van het Besluit omgevingsrecht (hierna: Bor).

De activiteiten van de inrichting zijn genoemd in Bijlage I, onderdeel C, categorie 16.3, onder b van het Bor. Het betreft een inrichting waartoe een IPPC-installatie behoort genoemd in Bijlage I, categorie 6.1, onder b van de Richtlijn industriële emissies.

  • 3.5

    Huidige vergunningssituatie

Voor de inrichting zijn eerder de onderstaande vergunningen verleend dan wel meldingen geaccepteerd:

SOORT VERGUNNING

DATUM

KENMERK

ONDERWERP

Wet milieubeheer (revisievergunning)*

4 april 2002

481755

Vergunning op hoofdlijnen

Wet milieubeheer (veranderingsvergunning)*

23 november 2010

924978

O.a. terreinuitbreiding, wijziging machine park, installatie van een poire en wijzigen aantal vervoersbewegingen

Wet milieubeheer (8.19- melding)

6 juli 2004

565267

Plaatsen en gebruiken machine voor productie vormkarton

Wet milieubeheer (8.19- melding)

1 november 2010

922186

Opslag en gebruik natriumhydrosulfiet voor ontkleuring proceswater

Wvo-vergunning*

21 juni 2004

WF2003/3995

Indirecte lozingen behoren tot Wabo-vergunning

Wabo-vergunning

17 oktober 2011

974492

Asbest verwijderen

Wabo-vergunning (activiteit milieu)

2 april 2014

2014-FUMO-0000057

Tijdelijk kantoorgebouw, portacabins

Wabo-vergunning (activiteit milieu)

5 maart 2015

2014-FUMO-0003218

Verwerken grasvezels in de productie

Wabo-vergunning (activiteiten milieu en bouw)

9 mei 2018

2018-FUMO-0025800

Testinstallatie Fresh in gebruik nemen in Loods Langhout

Wabo-vergunning (activiteit milieu)

28 februari 2019

2019-FUMO-0031123

Uitbreiding werkuren Testinstallatie Fresh

Wabo-vergunning (activiteit bouw)

3 november 2020

2020-FUMO-0043923

Kantine

Wabo-vergunning (activiteit bouw en milieu)

18 mei 2021

2021-FUMO-0049600

Vervangen koelinstallatie

Activiteitenbesluit, Maatwerkbesluit

20 mei 2021

2021-FUMO-0050410

Vastleggen geurcontour, maximale geurbelasting

Actviteitenebsluit , Maatwerkbesluit

20 mei 2021

2021-FUMO-0050630

Uitvoeren geuronderzoek

Wabo-vergunning (activiteit bouw en milieu)

23 september 2021

2021-FUMO-0051660

Vervangen pulperinstallatie

Wabo-vergunning (activiteit bouw)

2 maart 2022

2021-FUMO-0057488

(ver)bouwwerkzaamheden inclusief de realisatie van brandcompartimentering

Wabo-vergunning (activiteit bouw en milieu)

10 maart 2022

2021-FUMO-0059312

Vervangen ventilatoren luchtbehandeling hal 6

Wabo-vergunning

(activiteit milieu)

9 juni 2022

2022-FUMO-0061256

Plaatsen en in gebruik nemen nieuwe productielijn 72

De hierboven genoemde vergunningen waar een * bij staat, zijn volgens de Invoeringswet Wabo gelijkgesteld aan een omgevingsvergunning voor onbepaalde tijd.

  • 3.6

    Projectbeschrijving

De hoofdactiviteit van Huhtamaki is het verwerken van gerecycled papier tot producten van vormkarton. De grondstof voor deze productie bestaat met name uit oud papier (grijs materiaal) en papierafsnijsel van drukkerijen (wit materiaal). De totale vergunde productiecapaciteit bedraagt maximaal 40.000 ton op jaarbasis. Het productieproces is als volgt:

De grondstof wordt in een watertank gebracht, waar het tot pulp wordt vermalen. Daarna wordt de pulp (circa 1% drogestofgehalte) naar waterbakken gepompt, die de materiaalvoorraad vormen voor de papiermachines. In deze waterbakken worden tevens hulpstoffen (zoals kleurstoffen) gedoseerd. De daadwerkelijke productie vindt plaats door de pulp vanuit de waterbakken via goten naar een vacuümpers met de gewenste productmallen te verpompen. De vacuümpers onttrekt het water uit de pulp, waarbij de pulp in de gewenste vorm achterblijft. Ook vindt hier de eerste droging van het product plaats. Vanuit de pers worden de verpakkingen op een lopende band geplaatst en de droogsectie ingeleid, waar directe droging van de producten met rookgassen plaatsvindt. Naderhand worden de verpakkingen nog naar een secundaire pers geleid om het materiaal gladder te maken. Hierna is het product gereed. Als gevolg van de bedrijfsactiviteiten komt geur vrij.

  • 4.

    TOETSINGSKADER

  • 4.1

    Voorwaarden maatwerkvoorschriften

Een algemene voorwaarde voor het mogen stellen van maatwerkvoorschriften is dat deze nodig zijn ter bescherming van het milieu.

Bij het stellen van deze voorschriften hebben wij in ieder geval betrokken:

  • de bestaande toestand van het milieu, voor zover de inrichting daarvoor gevolgen kan veroorzaken;

  • de gevolgen voor het milieu, die de inrichting kan veroorzaken;

    de met betrekking tot de inrichting en de omgeving waarin deze is gelegen, redelijkerwijs te verwachten ontwikkelingen die van belang zijn met het oog op de bescherming van het milieu;

  • de mogelijkheden tot bescherming van het milieu, door de nadelige gevolgen voor het milieu, die de inrichting kan veroorzaken, te voorkomen, dan wel zoveel mogelijk te beperken, voor*zover zij niet kunnen worden voorkomen;

  • de voor onderdelen van het milieu, waarvoor de inrichting gevolgen kan hebben, geldende milieukwaliteitseisen, vastgesteld krachtens of overeenkomstig artikel 5.1 of bij Bijlage 2 van de Wet milieubeheer;

  • de redelijkerwijs te verwachten financiële en economische gevolgen van het voorschrift.

In het belang van de bescherming van het milieu vinden wij het noodzakelijk om voor geur maatwerkvoorschriften te stellen.

  • 5.

    Maatwerk geur

  • 5.1

    Wettelijk kader

Het Nederlandse geurbeleid is opgenomen in artikel 2.7a van het Activiteitenbesluit en in de Handleiding geur: bepalen van het aanvaardbaar hinderniveau van industrie en bedrijven (niet veehouderijen) van 28 juni 2012. Als algemene doelstelling geldt het zoveel mogelijk beperken van bestaande hinder en het voorkomen van nieuwe hinder. Daarbij staat het afwegingsproces voor het vaststellen van het aanvaardbaar hinderniveau centraal. Het aanvaardbaar hinderniveau wordt per situatie vastgesteld en op grond van het Activiteitenbesluit als maatwerkvoorschrift aan de vergunning verbonden.

Het bevoegd gezag bepaalt welke mate van hinder als aanvaardbaar wordt beschouwd. Als leidraad voor het afwegingsproces dat daarbij doorlopen wordt, geldt de hindersystematiek Geur. Deze hindersystematiek, die is vastgelegd in hoofdstuk 3 van de Handleiding geur, benoemt de verschillende aspecten die in het afwegingsproces moeten worden meegenomen om te komen tot een zorgvuldige bepaling van het aanvaardbaar hinderniveau. De aspecten die bij het vaststellen van het aanvaardbaar hinderniveau worden meegewogen, zijn eveneens opgenomen in het derde lid van artikel 2.7a van het Activiteitenbesluit.

In artikel 2.7a, lid 1, van het Activiteitenbesluit is bepaald dat, indien bij een activiteit emissies naar de lucht plaatsvinden, daarbij geurhinder bij geurgevoelige objecten wordt voorkomen dan wel, voor zover dat niet mogelijk is, de geurhinder tot een aanvaardbaar niveau wordt beperkt.

In artikel 2.7a, lid 2, van het Activiteitenbesluit is bepaald dat het bevoegd gezag, indien het redelijk vermoeden bestaat dat niet aan het eerste lid wordt voldaan, kan besluiten dat een rapport van een geuronderzoek wordt overgelegd. Een geuronderzoek moet worden uitgevoerd overeenkomstig de NTA 9065.

In artikel 2.7a, lid 3, van het Activiteitenbesluit is bepaald met welke aspecten ten minste bij het bepalen van een aanvaardbaar niveau van geurhinder rekening gehouden moet worden. Dit betreffen:

  • a.

    de bestaande toetsingskaders, waaronder lokaal geurbeleid;

  • b.

    de aard, omvang en waardering van de geur die vrijkomt bij de betreffende inrichting;

  • c.

    de geurbelasting ter plaatse van geurgevoelige objecten;

  • d.

    de historie van de betreffende inrichting en het klachtenpatroon met betrekking geurhinder;

  • e.

    de bestaande en verwachte geurhinder van de betreffende inrichting, en

  • f.

    de kosten en baten van technische voorzieningen en gedragsregels in de inrichting.

Ad a) Lokaal geurbeleid

Voor de invulling van het aanvaardbaar geurhinderniveau hebben Gedeputeerde Staten 'Beleidsregels geur Bedrijven Fryslân 2019' (hierna: Beleidsregels geur) vastgesteld. Deze beleidsregels zijn op 20 november 2019 gepubliceerd. Gedeputeerde Staten toetsen de berekende geurimmissie van de inrichting aan de waarden (streef-, richt- en grenswaarden) van de in artikel 8 opgenomen tabel van de Beleidsregels geur. De getallen geven de uurgemiddelde geurconcentraties weer in Europese geureenheden per kubieke meter en zijn aangeduid als 98-percentielwaarden. Door vaststelling en toepassing van deze beleidsregels betrekken Gedeputeerde Staten nadere eisen op het gebied van geur bij besluiten over vergunningen.

Ad b) De aard, omvang en waardering van de geur

De productie binnen Huhtamaki vindt plaats op drie grote en negen kleine productielijnen. Deze productielijnen vormen tevens de grootste bron van geuremissie. De drie grote machines dragen gezamenlijk zorg voor circa driekwart van de totale productie van Huhtamaki. Geurrelevante bronnen van de productielijnen zijn de droogsectie en het vacuümsysteem van de papiermachines. Afhankelijk van het type machine vindt de geuremissie van deze twee onderdelen plaats vanuit één gecombineerde schoorsteen of vanuit twee separate schoorstenen. Indien een machine voorzien is van twee schoorstenen, emitteren deze schoorstenen altijd tegelijkertijd.

Huhtamaki heeft door de firma (PRA) Odournet B.V./ Olfasense meerdere geuremissiemetingen laten uitvoeren aan de belangrijkste emissiebronnen. De resultaten van deze metingen vormen de basis van de verspreidingsberekeningen en de beschouwingen in het ‘Geuronderzoek aanvraag revisievergunning Huhtamaki Nederland B.V., december 2020, HUNB20C1, Olfasense B.V.’.

De totale geuremissie van Huhtamaki is aan te merken als een grote geurbron. In het geurrapport is ook de aard van de geur bepaald aan de hand van de hedonische waarde. De meetmethode voor hedonische waarden is de Nederlandse voornorm (NVN) 2818. Aan een gecertificeerd geurpanel wordt gevraagd een geur op zijn aangenaamheid te beoordelen en te scoren van +4 (zeer aangenaam) tot -4 (zeer onaangenaam). Uit het rapport komt naar voren dat de gemiddelde (gewogen) hedonische waarde van de gemeten geurbronnen is aan te merken als een hinderlijke geur.

Ad c) Geurbelasting ter plaatse van geurgevoelige objecten

De geurbelasting van de omgeving rondom Huhtamaki is berekend met behulp van een verspreidingsmodel. De verspreidingsberekeningen zijn uitgevoerd met behulp van het Nieuw Nationaal Model (NNM). Er zijn geurcontouren berekend voor de streef-, richt- en grenswaarden uit de 'Beleidsregels geur. Uit de resultaten van de verspreidingsberekeningen blijkt dat de geurcontour van de richtwaarde van 0,5 Europese geureenheid als 98-percentielwaarde over de gehele woonbebouwing van Franeker ligt. De geurcontour van de grenswaarde voor wonen van 1,5 Europese geureenheid als 98-percentielwaarde omvat grofweg de binnenring; het gebied dat wordt begrensd door de N384 en de Burgemeester J. Dijkstraweg. Daarnaast is nog een 98-percentielwaarde contour gepresenteerd van de 5 Europese geureenheid als 98-percentielwaarde. Deze loopt voor een deel over de binnenstad van Franeker.

De dichtst bij de inrichting gelegen woningen aan Zuiderkade 26 en Tuinen 1 en 35 bevinden zich binnen de 5 Europese geureenheid als 98-percentielwaarde contour en ondervinden een nog hogere geurbelasting. In het besluit van 20 mei 2021, met kenmerk 2021-FUMO-0050410, hebben wij op basis van artikel 2.7a, lid 4, onder b, van het Activiteitenbesluit de bestaande geurbelasting vastgelegd.

Ad d) Historie en klachtenpatroon

Het bedrijf is sinds 1956 in Franeker gevestigd. In de afgelopen jaren zijn er geurklachten geweest. In 2020 is het aantal klachten toegenomen. De klachten zijn afkomstig van de Schilkampen, het Martiniplantsoen en Vliet. Naar aanleiding van de klachten probeert de Omgevingsdienst FUMO, namens ons, zo veel mogelijk ter plekke te controleren. In de meeste gevallen is ter plaatse van de klachten geur waargenomen.

Ad e) De bestaande en verwachte geurhinder

Bestaande geurhinder

Voor de invulling van het aanvaardbaar geurhinderniveau hebben wij de 'Beleidsregels geur Bedrijven Fryslân 2019' vastgesteld. Onder b is al aangegeven dat de gemiddelde (gewogen) hedonische waarde van de gemeten geurbronnen is aan te merken als een hinderlijke geur. Voor een hinderlijke geur is conform artikel 8 voor bestaande bronnen een maximale geurbelasting van 1,5 Europese geureenheid als 98-percentielwaarde aangegeven. Dit is de waarde waarbij voor hinderlijke geuren (ernstige) geurhinder kan gaan optreden.

Onder c is de bestaande geurbelasting al aangegeven. Deze belasting is hoger dan de grenswaarden voor hinderlijke geuren uit de 'Beleidsregels geur Bedrijven Fryslân 2019'.

In artikel 2.7a, lid 4, onder a, b, en c, van het Activiteitenbesluit is bepaald dat het bevoegd gezag, indien blijkt dat de geurhinder ter plaatse van een of meer geurgevoelige objecten een aanvaardbaar hinderniveau kan overschrijden, kan besluiten om maatwerkvoorschriften op te stellen.

In artikel 2.7a, lid 5, van het Activiteitenbesluit is bepaald dat indien een maatwerkvoorschrift als bedoeld in het lid 4 wordt vastgesteld, het bevoegd gezag ter voorbereiding op het vaststellen van dat maatwerkbesluit kan besluiten dat door degene die de inrichting drijft, een rapport van een onderzoek naar de beschikbaarheid van technische voorzieningen en gedragsregels over moet leggen waaruit blijkt dat aan lid 1 wordt voldaan.

Naar aanleiding hiervan heeft Huthamaki op 31 juli 2022 onderstaande rapportage van CEW ingediend, waarbij de overige genoemde rapporten bijbehorende informatie bevatten:

  • CEW-onderzoek ‘Reduceren geuremissie bij Huhtamaki Franeker - Businesscase. 2021.0034’ d.d. 13-01-2022 / v3.0 (concept);

  • Geurrapportage naar aanleiding van maatwerkbesluit. Onderzoek bronmaatregel: waterzuivering. HUNB21A1_wz, januari 2022, Olfasense B.V.;

  • Geurrapportage naar aanleiding van maatwerkbesluit. Onderzoek nageschakelde techniek: afgasbehandeling. HUNB21A1_gw, januari 2022, Olfasense B.V.;

  • Geuronderzoek aanvraag revisievergunning Huhtamaki Nederland B.V., december 2020, HUNB20C1, Olfasense B.V.;

  • Noititie ‘resultaten verspreidingsberekeningen clustering geuremissies via centrale schoorsteen’, kenmerk 20201008HUNB, 8 oktober 2020, Olfasense B.V.

Uit het CEW-onderzoek is naar voren gekomen dat de bestaande geurbelasting grotendeels veroorzaakt wordt door vluchtige vetzuren in het proceswater die bij de emissiepunten (o.a. drogers, vacuümpersen) vrijkomen. Vluchtige vetzuren ontstaan wanneer organische stoffen worden afgebroken onder zuurstofloze omstandigheden.

In het rapport zijn drie mogelijke maatregelen geformuleerd waarmee de bestaande geurbelasting teruggedrongen kan worden:

  • 1)

    Door het behandelen van het proceswater worden vervuilingen zoals de vluchtige vetzuren en voedingsstoffen uit het water verwijderd. Door het wegnemen van voeding zal de bacteriegroei geremd worden, en daarmee de geur.

  • 2)

    Door het behandelen van de uitgaande lucht van de vacuümsystemen en de drooglijnen van de fabriek wordt de geur bij de emissiepunten van de fabriek aangepakt.

  • 3)

    Door het bij elkaar brengen van de afgassen en het verhogen van de schoorsteen kan de geur hoger worden uitgestoten, waardoor deze meer verspreid wordt alvorens deze neerdaalt op bebouwde omgeving.

CEW-rapport met maatregelen

Huhtamaki heeft er voor gekozen om één configuratie voor waterbehandeling en één configuratie voor luchtbehandeling uit te werken. Deze beide maatregelen zijn voor Huhtamaki economisch haalbaar om uit te voeren en geven een aanzienlijke reductie van geuruitstoot naar de omgeving.

Naast de technologische uitwerking, de verwachte reductie van vluchtige vetzuren in de luchtstroom en de kosten en baten, is het gevolg voor de geurbelasting uitgerekend door Olfasense (Geurrapportage naar aanleiding van maatwerkbesluit. Onderzoek bronmaatregel: waterzuivering. HUNB21A1_wz, januari 2022. Olfasense B.V.).

In een overleg op 30 mei 2022 heeft Huhtamaki aangegeven de voorkeur te hebben voor een waterbehandeling, zoals beschreven in de eerste maatregel die hierboven staat. In het CEW-rapport wordt een (gesloten) proceswaterzuivering voorgesteld. Het proceswater wordt zodanig behandeld dat een reductie optreedt van de concentratie van componenten die later tijdens het productieproces verantwoordelijk zijn voor de geuremissie. De waterbehandeling bevat de volgende onderdelen:

Dissolved air flotation systeem, buffertank, anaerobe reactor, flash aeration reactor en een bezinktank. Voor het reinigen van het biogas dat geproduceerd wordt in de anaerobe reactor, wordt gebruik gemaakt van een biogasdroger en koolstoffilter.

Het geproduceerde biogas kan worden gebruikt in het primaire proces van Huhtamaki en vervangt het gebruik van aardgas.

Verwachte geurhinder

Voor het uitwerken van een waterbehandeling hebben twee leveranciers van waterzuiveringen (Encovert en Paques) een inschatting gemaakt van reductie van aanwezige componenten in het proceswater. Op basis daarvan is de verwachte reductie van de geuremissie tussen de 66-75%. Op basis van deze emissiereductie heeft Olfasense de geurbelasting uitgerekend.

In onderstaande tabel wordt de situatie in de dichtbij gelegen omgeving weergegeven van de geurbelasting bij een geurreductie van 66% en 75%.

Tabel geurreductie toetspunten

Toetspunt

Concentratie 98P zonder maatregel

(in ouE/m3)

Concentratie 98P 66% reductie

(in ouE/m3)

Concentratie 98P 75% reductie

(in ouE/m3)

Zuiderkade 54

10

3,4

2,5

Zuiderkade 40

15,6

5,3

3,9

Zuiderkade 23

17

5,8

4,2

Zuiderkade 3

6,3

2,2

1,6

Tuinen 64

7,4

2,5

1,8

Tuinen 49

13,1

4,5

3,3

Tuinen 4

27,3

9,4

6,8

Tuinen 44

11,6

4,0

2,9

  • 5.2

    Toetsing aan Toetsingskader

Na toetsing aan de Beleidsregels geur is te zien dat bij 66% reductie het gehele stadscentrum binnen de grenswaarde van 1.5 ouE/m3 98P valt, net zoals de nieuwbouw Franeker Zuid en het gebied dat wordt omsloten door de Harlingerweg (zuidkant) en de Jitze Pieter van Dijkstraat (oostkant). Bij een reductie van 75% valt nog een deel van het oude centrum en gedeelten van de andere wijken binnen deze contour. Ook blijkt dat de geurbelasting ten gevolge de vergunde activiteiten met een waterzuivering bij de dichtstbij gelegen woningen aan de Zuiderkade en de Tuinen bij beide reductiepercentages hoger is dan de grenswaarden voor hinderlijke geuren.

De verwachte geurreductie aan alle bestaande emissiepunten zal volgens het rapport van CEW uitkomen tussen de 66% en 75%, afhankelijk van hoe effectief de waterbehandeling de vluchtige vetzuren en andere organische stoffen uit het water kan verwijderen. Op basis van de beschikbare informatie is dit niet nauwkeuriger in te schatten, omdat het uitgevoerde pilotonderzoek van Econvert niet goed aansluit bij zowel de huidige situatie als de toekomstige situatie na aanpassingen van de proceswaterhuishouding in de fabriek.

De geurreductie is ingeschat op basis van een reductie van het chemisch zuurstofverbruik (CZV, een maat om organische verontreiniging in het proceswater te meten), en gaat ervan uit dat de vluchtige vetzuren proportioneel mee verminderen.

Omdat de geurreductie met de komst van een waterzuivering niet exact is in te schatten, hebben wij een totaalemissie in een voorschrift voor de inrichting vastgelegd bij een geurreductie op alle geurbronnen van 66%. Dit reductiepercentage is volgens de rapportages die het bedrijf heeft aangeleverd in ieder geval haalbaar.

Hoeveel de geurreductie in werkelijkheid zal zijn na ingebruikname van de waterzuivering, moet nog blijken uit het in voorschrift 1.1.2. voorgeschreven geuronderzoek.

Het is mogelijk dat een hogere geurreductie gerealiseerd wordt dan waarvan in de modellering is uitgegaan (66%). Ook is het mogelijk dat door de waterzuivering de hedonische waarde (de (on)aangenaamheid) van de geur anders wordt. Het is daarmee op voorhand niet aan te geven of de grenswaarde in de Beleidsregels geur na ingebruikname van de waterzuivering nog wordt overschreden.

De uitkomsten van het voorgeschreven onderzoek volgens voorschrift 1.1.2 kan aanleiding zijn voor een vervolgonderzoek naar mogelijkheden om de geuremissie verder te reduceren.

Indien uit dat onderzoek blijkt dat de grenswaarde uit de beleidsregels geur nog steeds wordt overschreden, kunnen mogelijk (nu/toekomst) ook nog enkele schoorstenen met een grote bijdrage verhoogd worden, dan wel verder gereduceerd met een aanvullende techniek. Dit om te kunnen voldoen aan de grenswaarde in de Beleidsregels geur.

  • 5.3

    Conclusie

Gelet op bovenstaande overwegingen verzet het belang van het milieu zich niet tegen het vastleggen van een maximale emissie voor de inrichting.

Naar boven