Besluit aanvraag omgevingsvergunning realiseren van twee buffertanks

Onderwerp

Op 17 februari 2023 hebben wij een aanvraag om een vergunning milieu ingevolge de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht ontvangen van Sonac Burgum B.V. aan de Damsingel 27 te Sumar (Sonac). De aanvraag heeft betrekking op het realiseren van twee buffertanks van 200 m3 voor het bufferen van categorie 2 materiaal (zoals bedoeld in artikel 10 van de Europese Verordening dierlijke bijproducten (EG nr. 1069/2009). De aanvraag is geregistreerd onder OLO-nummer 760053.

Besluit

Wij besluiten, gezien de overwegingen die zijn opgenomen in deze vergunning en gelet op de Wabo, de daarop betrekking hebbende uitvoeringsbesluiten en -regelingen:

  • dat de vergunning wordt verleend op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder a van de Wabo, (het bouwen van een bouwwerk);

  • dat de vergunning wordt verleend op grond van artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo (handelen in strijd regels ruimtelijke ordening);

  • dat de vergunning wordt verleend op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder e, onder 2° (het veranderen of veranderen van de werking van een inrichting) en artikel 2.14, vijfde lid in samenhang met artikel 3.10, derde lid van de Wabo (milieuneutrale wijziging);

  • dat de volgende stukken deel uitmaken van de vergunning:

    • aanvraagformulier, d.d. 17 februari 2023, kenmerk 760053;

    • Memo -Toelichting buffertanks Cat. 2 lijn, 17 februari 2023 en

    • TEK 860-03-007 002 - Situatietekening 2 buffertanks,16-01-2023.

Procedure

Deze beschikking is voorbereid met de reguliere voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.2 van de Wabo.

Namens Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân,

Hoogachtend,

S.G.C. Boender

Afdelingshoofd Vergunningverlening en Specialistisch Advies

Kopie

HaskoningDHV Nederland BV

T.a.v. de heer [Naam]

Postbus 8064

9702 KB GRONINGEN

Gemeente Tytsjerksteradiel

T.a.v. de heer [Naam]

Postbus 3

9250 AA Burgum

Brandweer Fryslân

Specifiek domein Risicobeheersing

Postbus 612

8901 BK LEEUWARDEN

Wetterskip Fryslân

t.a.v. mevrouw [Naam]

Postbus 36

8900 AA. LEEUWARDEN

Rechtsbeschermingsmiddelen

De bekendmaking van deze beschikking gebeurt door verzending van deze beschikking. De dag na de bekendmaking treedt de beschikking in werking. Binnen zes weken na de bekendmaking kunnen zowel u als belanghebbenden bezwaar maken bij het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân. Het indienen van een bezwaarschrift schorst de werking van de beschikking niet. Als u of belanghebbenden niet willen dat de beschikking in werking treedt tijdens de bezwaarprocedure, kan gelijktijdig of na het indienen van het bezwaarschrift een verzoek om voorlopige voorziening worden ingediend bij de Rechtbank Noord-Nederland.

VOORSCHRIFTEN

  • 1.

    BOUWEN

    Constructieve veiligheid. Wat moet u 6 tot 3 weken vóór de bouw aanleveren?

  • 1.1.1

    De definitieve constructieve berekeningen en tekeningen dienen uiterlijk drie weken voor aanvang van de bouwwerkzaamheden ter goedkeuring aan het bevoegd gezag te worden voorgelegd. In de praktijk blijkt de periode van drie weken te kort. Als het bevoegd gezag fouten ziet leidt dit al snel tot vertragingen in de bouw. Wij raden daarom aan om een periode van zes weken aan te houden. Met de werkzaamheden mag pas na goedkeuring worden gestart.

    Kennisgeving aanvang

  • 1.1.2

    Het bouwtoezicht dient ten minste twee dagen voor de aanvang van elk van de hierna te noemen onderdelen van het bouwproces in kennis te worden gesteld:

    • a)

      de aanvang van de werkzaamheden, ontgravingwerkzaamheden, daaronder begrepen;

    • b)

      de aanvang van het inbrengen van de funderingspalen, het slaan van proefpalen daaronder begrepen;

    • c)

      de aanvang van de grondverbeteringswerkzaamheden.

  • Het bouwtoezicht dient ten minste drie dagen van tevoren in kennis te worden gesteld van het storten van beton.

    Opmetingen, ontgravingen, opbrekingen en onderzoekingen

  • 1.1.3

    Zolang de bouwwerkzaamheden niet zijn voltooid moeten alle opmetingen, ontgravingen, opbrekingen en onderzoeken worden verricht, welke het bouwtoezicht in het kader van de controle op de naleving van de bouwverordening en het Bouwbesluit 2012 nodig acht.

    Gereedmelding van (onderdelen van) de bouwwerkzaamheden

  • 1.1.4
    • a)

      Van het gereedkomen van putten en van grond- en huisaansluitleidingen van de riolering, en van leidingdoorvoeren en mantelbuizen door wanden en vloeren beneden straatpeil moet het bouwtoezicht onmiddellijk na die voltooiing in kennis worden gesteld.

    • b)

      Onderdelen van het bouwwerk, waarop lid a betrekking heeft, mogen niet zonder toestemming van het bouwtoezicht aan het oog worden onttrokken gedurende twee dagen na het tijdstip van de kennisgeving;

    • a)

      Het bepaalde in lid b) is van overeenkomstige toepassing op die onderdelen van het bouwwerk, waarvoor in de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften een plicht tot kennisgeving van voltooiing is bepaald.

    • d)

      Uiterlijk op de dag van beëindiging van de werkzaamheden, waarop de omgevingsvergunning betrekking heeft, wordt het einde van die werkzaamheden bij het bouwtoezicht gemeld.

De hiervoor bedoelde kennisgevingen moeten schriftelijk worden gericht aan de FUMO, Postbus 3347, 8901 DH LEEUWARDEN of info@fumo.nl.

Verbod tot ingebruikneming

  • 1.1.5

    Na de bouw van een bouwwerk, waarvoor omgevingsvergunning is verleend, is het verboden dit bouwwerk in gebruik te geven of te nemen indien één van de volgende omstandigheden zich voordoet:

    • a)

      het bouwwerk is niet gereed gemeld bij het bouwtoezicht;

    • b)

      er is niet gebouwd overeenkomstig de omgevingsvergunning.

Overwegingen

Procedurele aspecten

Gegevens aanvraag

Op 17 februari 2023 hebben wij een aanvraag om een vergunning milieu ingevolge de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht ontvangen van Sonac Burgum B.V. aan de Damsingel 27 te Sumar (Sonac). De aanvraag heeft betrekking op het realiseren van twee buffertanks van 200 m3 voor het bufferen van categorie 2 materiaal (zoals bedoeld in artikel 10 van de Europese Verordening dierlijke bijproducten (EG nr. 1069/2009). De aanvraag is geregistreerd onder OLO-nummer 760053.

Er wordt vergunning gevraagd voor de volgende in de Wabo omschreven activiteiten:

  • Bouwen (artikel 2.1 lid 1 sub a Wabo);

  • Veranderen van een inrichting (milieu) (artikel 2.1 lid 1 sub e jo 3.10, lid 3 en 2.14, lid 5 van de Wabo).

Bevoegd gezag 

Gedeputeerde Staten zijn bevoegd gezag voor de inrichting. Dit volgt uit artikel 2.4 van de Wabo juncto artikel 3.3, lid 1 van het Bor. De activiteiten van de inrichting zijn genoemd in Bijlage I, onderdeel C, categorie 1.3, onder b en categorie 8.2 onder b van het Bor en daarnaast betreft het een inrichting waartoe een IPPC-installatie behoort, zoals genoemd in Bijlage I, categorieën 1.1 en 6.5 van de Richtlijn Industriële Emissies.

Beoordeling van de aanvraag

Na ontvangst van de aanvraag hebben wij deze getoetst op volledigheid. Aanvankelijk was de aanvraag niet ontvankelijk en hebben wij per brief op 17 maart 2023 verzocht de aanvraag aan te vullen. Op 31 maart 2023 hebben wij de benodigde aanvullende gegevens ontvangen. Wij zijn van oordeel dat de aanvraag met de aanvullende gegevens voldoende informatie bevat voor een goede beoordeling van de gevolgen van de activiteit op de fysieke leefomgeving. De aanvraag is dan ook in behandeling genomen.

De volgende documenten maken onderdeel uit van de vergunningaanvraag:

  • Aanvraagformulier d.d. 17-02-2023;

  • Aanvraagformulier publiceerbaar d.d. 17-02-2023;

  • BER AERIUS projectberekening Bouwfase d.d. 31-03-2023;

  • BER Statische berekening Cat 2 tanks d.d. 10-03-2023;

  • Memo - Toelichting buffertanks Cat. 2 lijn d.d. 17-02-2023;

  • RAP - Bouwfase Categorie 2 buffertanks - AERIUS Calculator d.d. 31-03-2023;

  • RAP Processchema Cat 2 lijn d.d. 17-02-2023;

  • TEK 860-03-007 002 - Situatietekening 2 buffertanks d.d. 16-01-2023;

  • TEK Constructietekening Funderingsplaat Cat 2 tanks d.d. 14-03-2023.

Procedure

Deze beschikking is voorbereid met de reguliere voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.2 van de Wabo. Gelet hierop hebben wij op 25 februari 2023 overeenkomstig artikel 3.8 Wabo van de aanvraag kennis gegeven in de Leeuwarder Courant en het Friesch Dagblad. Omdat aanvullende gegevens zijn gevraagd is de proceduretijd verlengd met twee weken tot 31 maart 2023.

Wet natuurbescherming

In de Wet natuurbescherming is opgenomen dat een vergunning in het kader van deze wet nodig is wanneer als gevolg van het realiseren van een project, of het verrichten van handelingen, nadelige effecten kunnen ontstaan voor:

  • natuurlijke habitats,

  • de habitats in een natura 2000-gebied,

  • beschermde planten of

  • beschermde dieren.

De aanvraag heeft betrekking op het realiseren van twee buffertanks van 200 m3 voor het bufferen van categorie 2 materiaal. Bij de vergunningaanvraag is een aeriusberekening gevoegd van 31 maart 2023 (met kenmerk RptQhD4Uurhr). Wij zijn akkoord met de uitgangspunten in deze berekening. Uit de aeriusberekening blijkt dat de aangevraagde wijziging van de inrichting geen hogere emissies of depositie van stikstofverbindingen tot gevolg heeft. Het aanvragen van een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming is daarom niet noodzakelijk.

OVERWEGINGEN Milieu

Vergunningplicht

De activiteiten van de inrichting zijn genoemd in Bijlage I, onderdeel C van het Bor. De meest relevante categorieën zijn vermeld in de onderstaande tabel.

Categorie

Omschrijving

1.4 onder a

Inrichtingen waar een of meer stookinstallaties met een nominaal vermogen groter dan 20 kilowatt aanwezig zijn, waarin een andere stof wordt verstookt dan: aardgas, propaangas, butaangas, vloeibare brandstoffen, biomassa,

Houtpellets of vergistinggas. Het betreft hier het meeverbranden van non condensables in een regeneratieve thermische naverbrander (RTO)

1.4 onder c

Inrichtingen waar een of meer elektromotoren of verbrandingsmotoren aanwezig zijn met een totaal geïnstalleerd motorisch vermogen van 15 MW of meer met uitzondering van windturbines

6.1

Inrichtingen voor het vervaardigen, bewerken, verwerken, opslaan of overslaan van dierlijke of plantaardige oliën of vetten

6.3

Als categorieën vergunningplichtige inrichtingen als bedoeld in artikel 2.1, tweede lid, van dit besluit, worden de inrichtingen aangewezen voor het vervaardigen of bewerken van dierlijke of plantaardige oliën of vetten en voor het opslaan van dierlijke of plantaardige oliën of vetten in opslagtanks met een gezamenlijke inhoud groter dan 150 m3

8.1 onder d

Inrichtingen voor het bewerken, verwerken, opslaan of overslaan van producten, die bij het slachten van dieren vrijkomen

8.3 onder m

het verwerken van dierlijke bijproducten tot eiwit, olie, vet, gelatine, collageen, dicalciumfosfaat, bloedproducten of farmaceutische producten

Op grond van categorie 1.4, onder a en c, categorie 6.3 en categorie 8.3, onder m, is sprake van vergunningplichtige activiteiten. Daarnaast heeft de vergunning betrekking op een inrichting waartoe een IPPC-installatie behoort, te weten categorie 1.1 (het stoken in installaties met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van 50 MW of meer) en categorie 6.5 (de destructie of verwerking van kadavers of dierlijk afval met een verwerkingscapaciteit van meer dan 10 ton per dag) van bijlage I van de RIE. De inrichting is daarom – mede gelet op artikel 2.1, lid 2 van het Bor – vergunningplichtig.

Projectbeschrijving

De vergunningaanvraag heeft betrekking op het realiseren van twee buffertanks van 200 m3 voor het bufferen van categorie 2 materiaal (zoals bedoeld in artikel 10 van de Europese Verordening dierlijke bijproducten (EG nr. 1069/2009)). In de Categorie 2 verwerkingslijn worden batchgewijs de binnenkomende grondstoffen gesteriliseerd. Deze grondstoffen moeten, conform de verordening dierlijke bijproducten, voor de duur van 20 minuten worden verhit. Door deze processtap beter aan te laten sluiten op het daarna volgende proces, is een buffering van de grondstoffen noodzakelijk. Hiervoor wil Sonac een tweetal nieuwe buffertanks realiseren. Voor een uitgebreide beschrijving van het project verwijzen wij naar de vergunningaanvraag.

Huidige vergunningsituatie

Voor de inrichting is eerder de onderstaande vergunning verleend:

 

Soort

Datum

Kenmerk

Onderwerp

omgevingsvergunning

1-12-2022

2022-FUMO-0062316

Revisie van de vergunning

omgevingsvergunning

@

2023-FUMO-0073308

Verplaatsen gasflessenopslag

De voorschriften van de onderliggende omgevingsvergunning zijn tevens van toepassing op de aangevraagde verandering.

Activiteitenbesluit 

De inrichting is een inrichting type C als bedoeld in artikel 1.2 van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Het Activiteitenbesluit is deels rechtstreeks van toepassing op de inrichting. De aangevraagde verandering heeft geen betrekking activiteiten die voor deze inrichting in het Activiteitenbesluit zijn geregeld.

Toetsingskader milieu

Inleiding

De aanvraag heeft betrekking op een milieuneutrale verandering van de inrichting of van de werking van de inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel e, onder 2° van de Wabo. De Wabo bepaalt in artikel 2.14, vijfde lid dat in afwijking van het eerste tot en met vierde lid de vergunning wordt verleend, wanneer wordt voldaan aan artikel 3.10, derde lid van de Wabo. Dat betekent dat een vergunning wordt verleend met de reguliere procedure, wanneer er sprake is van een verandering van de inrichting of van de werking van de inrichting die niet leidt

  • tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu dan volgens de geldende vergunning is toegestaan;

  • tot een verplichting tot het maken van een milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer;

  • tot een andere inrichting dan waarvoor eerder een omgevingsvergunning is verleend.

De aanvraag is getoetst aan deze criteria. In het onderstaande gaan wij hierop in.

Toetsing

Andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu

Naar aanleiding van de ingediende aanvraag en de daarbij overgelegde gegevens concluderen wij dat de aangevraagde verandering aan bovenstaande voorwaarden voldoet, om de volgende redenen:

Geluid

De beoogde buffertanks maken geen geluid. Transportbewegingen van en naar de inrichting wijzigingen niet. De maximale productiecapaciteit wordt niet gewijzigd. Als gevolg van de beoogde wijziging van de inrichting zal niet meer geluid worden geproduceerd. Voor wat betreft geluid is de aanvraag milieuneutraal.

Geur

De ontluchting van de nieuwe buffertanks wordt aangesloten op het luchtbehandelingssysteem en wordt afgevoerd via de bestaande Regeneratieve Thermische Oxidatie (RTO) installatie. Als gevolg van de beoogde wijziging van de inrichting zal niet meer geur worden geproduceerd. Voor wat betreft het aspect geur is de voorgenomen situatie niet anders of groter dan in de vergunde situatie. Voor wat betreft geur is de aanvraag milieuneutraal.

Lucht

Luchtemissies zijn in de voorgenomen situatie niet anders of groter dan in de vergunde situatie. Voor wat betreft het aspect luchtemissies kan de verandering milieuneutraal worden uitgevoerd.

Energie

Het realiseren van de buffertanks heeft geen effect op het energieverbruik van de inrichting.

Voor wat betreft energieverbruik is de aangevraagde wijziging milieuneutraal.

Bodem

Bodembescherming is bij Sonac rechtstreeks vanuit het Activiteitenbesluit geregeld omdat het een inrichting met een IPPC-installatie betreft. Uit de aanvraag blijkt dat, ook na het doorvoeren van de beoogde wijziging, voldaan kan worden aan een verwaarloosbaar risico voor de bodem. Voor wat betreft bodem is de aanvraag milieuneutraal.

Externe veiligheid

Het realiseren en gebruiken van de buffertanks heeft geen gevolgen voor de (externe) veiligheid van de inrichting. Voor wat betreft (externe) veiligheid is de aangevraagde wijziging milieuneutraal.

Afvalstoffen

Als gevolg van het realiseren en gebruiken van de buffertanks veranderd de situatie met betrekking tot het ontstaan van afvalstoffen niet. Voor wat betreft afval is de aangevraagde wijziging milieuneutraal.

De verandering leidt niet tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu.

Tevens is er geen reden om milieuvoorschriften aan deze milieuneutrale verandering te verbinden, aangezien aan de voorschriften in de onderliggende vergunningen moet en kan worden voldaan.

Toetsing andere inrichting

Op basis van de in de aanvraag opgenomen beschrijving van de verandering is het aannemelijk, dat de verandering niet leidt tot een andere inrichting dan waarvoor eerder een vergunning is verleend. 

Toetsing milieueffectrapport

In het kader van de vergunningaanvraag worden geen wijzigingen aangevraagd als gevolg waarvan het noodzakelijk is om een milieueffectrapport op te stellen. Ook is geen sprake van mer-beoordelingsplicht.

Conclusie

Vanuit het toetsingskader dat betrekking heeft op het milieuneutraal veranderen van de inrichting zijn er ten aanzien van de aanvraagde verandering van de inrichting geen redenen om de omgevingsvergunning te weigeren. 

Toetsingskader BOUW

Inleiding

De aanvraag omgevingsvergunning voor het (ver)bouwen van een bouwwerk (als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onderdeel a van de Wabo) kan alleen worden verleend als deze voldoet aan de in artikel 2.10, eerste lid van de Wabo gestelde toetsingscriteria.

Een toetsing aan deze criteria heeft plaatsgevonden.

Toetsing

Welstand

Op grond van artikel 2.10, onder d van de Wabo hoeft een tijdelijk bouwplan niet beoordeeld te worden aan redelijke eisen van welstand.

Toetsing Bouwbesluit 2012

De gegevens en bescheiden die horen bij de aanvraag omgevingsvergunning, zijn getoetst aan de voorschriften van het Bouwbesluit 2012. Op grond van de ingediende stukken bij deze aanvraag is voldoende aannemelijk gemaakt dat wordt voldaan aan de voorschriften van het Bouwbesluit 2012.

Op grond van de overige ingediende stukken bij deze aanvraag is voldoende aannemelijk gemaakt dat wordt voldaan aan de voorschriften van het Bouwbesluit 2012.

Toetsing gemeentelijke bouwverordening

De gegevens en bescheiden behorende bij de aanvraag omgevingsvergunning zijn getoetst aan de relevante voorschriften van de gemeentelijke Bouwverordening. Wij zijn van mening dat de aanvraag voldoet aan de voorschriften van de bouwverordening.

Toetsing Bestemmingsplan/Beheersverordening

Het kadastrale perceel Gemeente Oostermeer, sectie I, nummer 502 plaatselijk bekend Damsingel 27 te Sumar is gelegen in een gebied waarvoor het bestemmingsplan ‘Burgum Sumar bedrijventerreinen kanaalzone 2008‘ is vastgesteld. In dit bestemmingsplan hebben de gronden de bestemming ‘Bedrijventerrein 4‘.

Op basis van lid 1, sub a onder 4 en sub k zijn de voor ‘Bedrijventerrein 4‘ aangewezen grond bestemd voor gebouwen ten behoeve van een verwerkingsbedrijf voor dierlijke slachtbijproducten met daaraan ondergeschikt bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Op grond van lid 2.3 geldt dat voor het bouwen van de in lid 1 onder k genoemde bouwwerken, geen gebouwen zijnde dat de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten hoogste 5 m zal bedragen. De nieuwe buffertanks hebben echter een hoogte van 19,5 meter.

Het bouwplan is om deze reden strijdig met de regels van het bestemmingsplan.

Gelet op het bovenstaande, is het bouwplan in strijd met regels van het geldende bestemmingsplan.

In gevallen waarvoor afwijking van het bestemmingsplan noodzakelijk is, wordt de aanvraag omgevingsvergunning tevens aangemerkt als verzoek tot afwijking van het geldende bestemmingsplan, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel c van de Wabo. De aanvraag omgevingsvergunning wordt slechts geweigerd indien vergunningverlening met toepassing van artikel 2.12 (afwijking bestemmingsplan) niet mogelijk is.

Zie ook onderdeel: “handelen in strijd met het bestemmingsplan”.

Conclusie

Vanuit het toetsingskader dat betrekking heeft op ‘bouwen van een bouwwerk’ zijn er ten aanzien van deze activiteit geen redenen om de omgevingsvergunning te weigeren. 

HANDELEN IN STRIJD MET EEN BESTEMMINGSPLAN

Inleiding

De aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk (als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a van de Wabo), is in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan.

Op grond van artikel 2.10, tweede lid van de Wabo, is een aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen die in strijd is met het geldende bestemmingsplan, ook een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het afwijken van het geldende bestemmingsplan (als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wabo). De aanvraag omgevingsvergunning kan slechts worden geweigerd indien vergunningverlening voor afwijking van het bestemmingsplan, als bedoeld in artikel 2.12 van de Wabo niet mogelijk is.

Bestemmingsplan/beheersverordening

Zoals reeds is aangegeven onder de activiteit bouwen is het bouwplan in strijd met regels van het geldende bestemmingsplan.

Beoordeling

Voor zover sprake is van een aanvraag omgevingsvergunning voor gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan (als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel c van de Wabo) kan de vergunning op grond van artikel 2.12 van de Wabo alleen worden verleend:

  • a.

    met toepassing van de in het bestemmingsplan opgenomen regels inzake afwijking (binnenplanse afwijking);

  • b.

    in de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen (buitenplanse afwijking op basis van de kruimelgevallenlijst), of;

  • c.

    indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat (buitenplanse afwijking - projectafwijkingsbesluit).

Ad a. Toetsing binnenplanse afwijking

Anders dan in het Memo ‘Sonac Burgum - Realisatie 2 nieuwe buffertanks Cat. 2 lijn’ voorziet het bestemmingsplan niet in een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid voor de geconstateerde strijdigheid.

Ad.b. Toetsing buitenplanse afwijking - kruimelgeval

Op grond van artikel 2.12 eerste lid, onder a, sub 2° van de Wabo, samen met artikel 4, onderdeel 11 van bijlage II van het Bor, kan medewerking worden verleend aan een buitenplanse afwijking.

Ad.c. Toetsing buitenplanse afwijking - projectafwijkingsbesluit

Aan een buitenplanse afwijking voor een omgevingsvergunning die is voorzien van een ruimtelijke onderbouwing (projectafwijkingsbesluit) wordt niet toegekomen, omdat een buitenplanse afwijking - kruimelgeval tot de procedurele mogelijkheden behoort.

Afwijking van het bestemmingsplan is alleen wenselijk indien na een afweging van diverse belangen sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Om de navolgende redenen is ons inziens sprake van een goede ruimtelijke ordening.

Afwijken bestemmingsplan

Het bestemmingsplan is op het moment van aanvragen van deze omgevingsvergunning nog niet geactualiseerd. Het verzoek van de aanvrager is nu dan ook om de tijdelijkheid van deze installatie gelijk te trekken met de tijdelijkheid van de reeds eerder vergunde installaties (RTO-installatie (bouwhoogte scrubber 12,77 meter) tijdelijk vergund tot 29 oktober 2024 (2019-FUMO-0033190 – OLO 4350833), 8 Vettanks bij ingang Zuid (bouwhoogte 18,56 meter) tijdelijk vergund tot 15 september 2025 (2020-FUMO-0044110 – OLO 5340121), Vettank Cat. 2 lijn (bouwhoogte 19,21 meter) tijdelijk vergund tot 15 september 2025 (2020-FUMO-0042225 – OLO 5230497)

Deze installaties zijn vergund tot 29 oktober 2029

Conclusie

Gelet op bovenstaande overwegingen is het college van mening dat er geen beletsel is voor het verlenen van de omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan.

Naar boven