Provinciaal blad van Fryslân
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Fryslân | Provinciaal blad 2024, 7094 | andere beschikking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Fryslân | Provinciaal blad 2024, 7094 | andere beschikking |
Beschikking Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Energiecampus Leeuwarden
Op 18 april 2023 is een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen van Energiecampus Leeuwarden BV. Het betreft het veranderen van het zonnepark op ‘de bult’ en het talud. De aanvraag heeft betrekking op het kleinschalige, duurzame energiepark gelegen op de voormalige stortplaats Skinkeskâns te Leeuwarden, plaatselijk bekend Ynduksjewei 4 te Leeuwarden . De aanvraag is geregistreerd onder nummer 2023-FUMO-0075448 en olo-nummer 7741017.
Wij besluiten, gezien de overwegingen die zijn opgenomen in deze vergunning en gelet op de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de daarop betrekking hebbende uitvoeringsbesluiten en -regelingen aan Energiecampus Leeuwarden BV een (omgevings)vergunning:
op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder e, onder 2° (het veranderen of veranderen van de werking van een inrichting) en artikel 2.14, vijfde lid juncto artikel 3.10, derde lid (milieuneutrale wijziging) te verlenen voor het veranderen van het zonnepark op bult en het talud. Aan de verlening van deze activiteit zijn geen voorschriften verbonden.
Voor het gewijzigd uitvoeren van het hekwerk is de activiteit ‘Uitvoeren van een werk- of werkzaamheid’ als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b aangevraagd. Dat is echter niet de juiste activiteit. Wij hebben het gewijzigd uitvoeren van het hekwerk onder de activiteit ‘bouwen van een bouwwerk’ geschaard.
Wij besluiten tevens dat de volgende delen van de aanvraag onderdeel uit maken van deze vergunning:
Namens het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân,
Afdelingshoofd Vergunningverlening en Specialistisch Advies
Constructieve veiligheid. Wat moet u 6 tot 3 weken vóór de bouw aanleveren?
De definitieve constructieve berekeningen en tekeningen dienen uiterlijk 3 weken voor aanvang van de bouwwerkzaamheden ter goedkeuring aan het bevoegd gezag te worden voorgelegd. In de praktijk blijkt de periode van drie weken te kort. Als het bevoegd gezag fouten ziet leidt dit al snel tot vertragingen in de bouw. Wij raden daarom aan om een periode van zes weken aan te houden. Met de werkzaamheden mag pas na goedkeuring worden gestart.
a) Uiterlijk op de dag van beëindiging van de werkzaamheden, waarop de omgevingsvergunning betrekking heeft, wordt het einde van die werkzaamheden bij het bouwtoezicht gemeld;
De hiervoor bedoelde kennisgevingen moeten schriftelijk worden gericht aan de FUMO, J.W. de Visserwei 10, 9001 ZE te Grou of info@fumo.nl.
Voorschriften handelen in strijd met een bestemmingsplan
Op de activiteit ‘handelen in strijd met ruimtelijke regels’, welke onderdeel uitmaakt van deze omgevingsvergunning, zijn geen voorschriften van toepassing.
Op 18 april 2023 is een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) ontvangen. Het betreft een verzoek van Energiecampus Leeuwarden BV.
Het project is te omschrijven als het veranderen van het eerder vergunde zonnepark op de bult en het talud. De veranderingen bestaan uit het verplaatsen van een hekwerk naar net buiten het eerder vergunde vlak en de opstelling van shelters met omvormers.
Er wordt vergunning gevraagd voor de volgende in de Wabo omschreven activiteiten:
Voor het gewijzigd uitvoeren van het hekwerk is de activiteit ‘Uitvoeren van een werk- of werkzaamheid’ als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b aangevraagd. Dat is echter niet de juiste activiteit. Wij hebben het gewijzigd uitvoeren van het hekwerk onder de activiteit ‘bouwen van een bouwwerk’ geschaard.
Wij zijn het bevoegd gezag voor de inrichting. Dit volgt uit artikel 2.4, tweede lid van de Wabo juncto artikel 3.4 van het Bor.
Na ontvangst van de aanvraag hebben wij deze getoetst op volledigheid. In verband met het ontbreken van een aantal gegevens hebben wij de aanvrager op 26 april 2023 in de gelegenheid gesteld om tot 4 weken na de hiervoor genoemde datum de aanvraag aan te vullen. Wij hebben de aanvullende gegevens ontvangen op 9 mei 2023. Na ontvangst van de aanvullende gegevens hebben wij de aanvraag opnieuw getoetst op volledigheid. Wij zijn van oordeel dat de aanvraag met de aanvullende gegevens voldoende informatie bevat voor een goede beoordeling van de gevolgen van de activiteit op de fysieke leefomgeving. De aanvraag is dan ook in behandeling genomen. De termijn voor het nemen van het besluit is met 13 dagen opgeschort tot de dag waarop de aanvraag is aangevuld.
Deze beschikking is voorbereid met de reguliere voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.2 van de Wabo. Gelet hierop hebben wij overeenkomstig artikelen 3.8 Wabo en 12 Bekendmakingswet op 22 april 2023 van de aanvraag kennis gegeven in het Friesch Dagblad en de Leeuwarder Courant en is de aanvraag digitaal gepubliceerd op internet: in het Provinciaal Blad Fryslân via https://www.officielebekendmakingen.nl.
Vanwege verwerking van de kritiek op het plan van de gemeente en de commissie “Hûs en Hiem welstandsadvisering en monumentenzorg” werd de termijn te kort om de aanvraag te behandelen . De aanvrager heeft op 5 juni 2023 ingestemd met het opschorten van de termijn als bedoeld in artikel 4.15 tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) met 6 weken.
In de Wabo en het Bor worden bestuursorganen vanwege hun specifieke deskundigheid of betrokkenheid aangewezen als adviseur. Gelet op het bepaalde in artikel 2.26 van de Wabo, alsmede de artikelen 6.1 tot en met 6.5 van het Bor, hebben wij de aanvraag ter advies gezonden aan:
Het advies van de gemeente Leeuwarden hebben wij per e-mail op 10 juli 2023 ontvangen en gaat over de onderdelen ‘Bouwen van een bouwwerk’ en ‘Het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan’. Dit wordt behandeld bij de inhoudelijke overwegingen.
Over het onderdeel ‘Milieuneutraal veranderen van de inrichting’ heeft het college geen aanleiding gezien om advies uit te brengen.
De gevraagde veranderingen zijn geen project waarvoor op grond van de Wnb een vergunningplicht bestaat. Het gaat alleen om een verandering van de locatie van het hekwerk en de opstelling van shelters voorzien van omvormers. Een omgevingsvergunning natuur voor Natura 2000-activiteiten is daarom niet van toepassing.
Het gaat om een beperkte wijziging van de locatie. Voor deze verandering hoeft geen ontheffing op grond van de Wnb te worden aangevraagd. Een omgevingsvergunning natuur voor flora- en fauna-activiteiten is daarom niet van toepassing.
De aanvraag omgevingsvergunning voor het (ver)bouwen van een bouwwerk (als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a van de Wabo) kan alleen worden verleend als deze voldoet aan de in artikel 2.10, eerste lid van de Wabo gestelde toetsingscriteria.
Een toetsing aan deze criteria heeft plaatsgevonden.
De gegevens en bescheiden behorende bij de aanvraag omgevingsvergunning zijn getoetst aan de door de gemeenteraad vastgestelde criteria zoals gesteld in de gemeentelijke welstandsnota.
De aanvraag is op 31 mei 2023 beoordeeld door de onafhankelijke welstandscommissie Hûs en Hiem Welstandsadvisering en Monumentenzorg (verder: de commissie). De commissie is van mening dat de aanvraag voldoet aan redelijke eisen van welstand, mits de hekwerken worden verlaagd naar de in het beeldkwaliteitsplan genomde maximale hoogte van 1,5 m¹ (W23LWD209-1). De welstandscommissie wil op grond van de Welstandsnota namelijk maximaal deze hoogte toestaan. Deze hoogte van 1,5 m¹ in de welstandsnota is volgens de aanvrager enkel bedoeld voor het reeds uitgevoerde ‘schapenhekwerk’ en niet voor het verleende hekwerk.
Wij nemen het advies van de commissie niet over en hebben daarvoor de volgende reden: Het grootste gedeelte van het hekwerk is reeds verleend onder nummer 2018-FUMO-0026235, waarbij destijds het hekwerk niet werd gezien als een erf- of terreinafscheiding en daarom voldeed aan het bestemmingsplan. Het verleende hekwerk was namelijk 2,48 m¹ hoog en dus lager dan het bestemmingsplan aangegeven maximale hoogte van 5 m¹. De onderhavige aanvraag gaat over het aanpassen van de ligging van een deel van het hekwerk en van de hoogte van deze onherroepelijke vergunning. Welstand heeft destijds geen opmerking gemaakt over het hekwerk.
Het nu aangevraagde hekwerk is aanzienlijk lager dan de vergunde 2,48 m¹ namelijk 1,8 m¹. Door deze verlaging verbetert het aanzicht aanzienlijk. Daarnaast dient het hekwerk de veiligheid en de beveiliging van de panelen tegen diefstal en daarmee prevaleert het belang verlening van de vergunning boven het welstandsbelang.
Wij zijn van mening dat om bovengenoemde redenen aan redelijke eisen van welstand wordt voldaan.
De gegevens en bescheiden die horen bij de aanvraag omgevingsvergunning, zijn getoetst aan de voorschriften van het Bouwbesluit 2012. Op grond van de ingediende stukken bij deze aanvraag is voldoende aannemelijk gemaakt dat wordt voldaan aan de voorschriften van het Bouwbesluit 2012.
De gegevens en bescheiden behorende bij de aanvraag omgevingsvergunning zijn getoetst aan de voorschriften van de gemeentelijke Bouwverordening. De aanvraag voldoet aan de voorschriften van de gemeentelijke bouwverordening.
De gegevens en bescheiden die horen bij de aanvraag omgevingsvergunning zijn getoetst aan het ter plaatse geldende bestemmingsplan ‘Leeuwarden - Energiecampus’. De gronden zijn voorzien van bestemming Groen’ met de bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – nazorglocatie’ en deels de gebiedsaanduiding ‘geluidzone – industrie’ en deels de functieaanduiding ‘gemengd’ (artikel 5 en 11 van de regels).
Op grond van lid 5.2.2, sub a geldt dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding – nazorglocatie' geen bouwwerken, geen gebouw zijnde, mogen worden gebouwd. Het hetwerk betreft een bouwwerk en plaatsing binnen deze aanduiding is daarmee strijdig. Hiervoor is reeds een vergunning voor de activiteit ‘handelen in strijd met ruimtelijke regels’ verleend onder nummer 2018-FUMO-0026235 / OLO 3318025.
Op grond van lid 5.2.2, sub b geldt dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer dan 1 m bedraagt. De hekwerken worden echter 1,8 m¹ hoog.
Op grond van lid 5.2.2, sub c geldt voor de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, dat deze niet hoger mogen zijn dan 5 m¹. De PV-shelters zijn niet hoger dan 5 m¹.
De hoogte van het hekwerk voldoet niet aan het bouwregels van het bestemmingsplan. Het bouwplan is daarmee in strijd met het geldende bestemmingsplan.
Zie ook onderdeel: “handelen in strijd met het bestemmingsplan”.
OVERWEGINGEN Handelen in strijd met een bestemmingsplan
De aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk (als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a van de Wabo), is in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan.
Op grond van artikel 2.10, tweede lid van de Wabo, is een aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen die in strijd is met het geldende bestemmingsplan, ook een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het afwijken van het geldende bestemmingsplan (als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wabo). De aanvraag omgevingsvergunning kan slechts worden geweigerd indien vergunningverlening voor afwijking van het bestemmingsplan, als bedoeld in artikel 2.12 van de Wabo niet mogelijk is.
Voor zover sprake is van een aanvraag omgevingsvergunning voor gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan (als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel c van de Wabo) kan de vergunning op grond van artikel 2.12 van de Wabo alleen worden verleend:
Ad. a. Toetsing binnenplanse afwijking
Op basis van artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 1° van de Wabo, in samenhang met artikel 12, lid c van het bestemmingsplan is een binnenplanse afwijking mogelijk.
Ad. b. Toetsing buitenplanse afwijking - kruimelgeval
Aan een buitenplanse afwijking voor een omgevingsvergunning wordt niet toegekomen, omdat een binnenplanse afwijking tot de procedurele mogelijkheden behoort.
Ad. c. Toetsing buitenplanse afwijking - projectafwijkingsbesluit
Aan een buitenplanse afwijking voor een omgevingsvergunning die is voorzien van een ruimtelijke onderbouwing (projectafwijkingsbesluit) wordt niet toegekomen, omdat een binnenplanse afwijking tot de procedurele mogelijkheden behoort.
Afwijking van het bestemmingsplan is alleen wenselijk indien na een afweging van diverse belangen sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Om de navolgende redenen is ons inziens sprake van een goede ruimtelijke ordening en worden belangen niet geschaad.
Wij zijn van mening dat het afwijken van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het afwegingskader vanuit het bestemmingsplan en de beleidsregels en dat er voorts geen belangen worden geschaad. Onze motivering daarvoor is hierna beschreven.
Op 1 november 2018 is een omgevingsvergunning verleend voor het ontwikkelen van een kleinschalig duurzaam energiepark onder zaaknummer 2018-FUMO-0026235 en OLO-nummer 3318035. Deze vergunning is verleend voor het plaatsen van PV-panelen en een hekwerk van 2,48 m¹ hoog ter voorkoming van diefstal en voor de veiligheid. De gemeente Leeuwarden heeft bij deze aanvraag geadviseerd en geen opmerkingen gemaakt over de hoogte van het hekwerk.
Het hekwerk is destijds verleend als een bouwwerk, geen gebouw zijnde aangezien het hekwerk niet als afscheiding van het erf of perceel functioneert, maar geplaatst is zoals reeds vermeld ten behoeve van veiligheid en diefstalpreventie.
Op 18 april 2023 heeft Energiecampus onderhavige aanvraag ingediend voor het gewijzigd uitvoeren van de eerder verleende omgevingsvergunning. Hierbij worden enkele PV-shelters voor de omvormers geplaatst, de plaats van enkele rijen PV-panelen gewijzigd en het hekwerk dient ten gevolgde gewijzigd. Het nieuwe hekwerk wordt, als gevolg van verzekeringsvoorwaarden, 1,8 m¹ hoog.
Onze bestemmingsplantoets hebben wij voor advies voorgelegd aan de gemeente Leeuwarden. Deze geeft aan dat hekwerk strijdig is met de regels van het bestemmingsplan ‘Leeuwarden – Energiecampus’ waarin het door de gemeente is beoordeeld als een terreinafscheiding.
Een terreinafscheiding mag op grond van de planregels niet meer dan 1,0 m¹ hoog zijn. Op basis van de algemene afwijkingsregels van artikel 12 is er een binnenplanse afwijking mogelijk tot een hoogte van 12,0 m¹.
Wij kunnen het standpunt van de gemeente Leeuwarden voor wat betreft de begripsbepaling erf- en perceelafscheiding volgen, zeker gezien het feit dat 3 weken na de omgevingsvergunning uit 2018 jurisprudentie is ontstaan, waarbij door de Raad van State is aangegeven dat een erf- of perceel afscheiding niet per sé op de erf- of perceel scheiding hoeft te staan. Ook als een hekwerk de functie heeft om een deel van het perceel af te scheiden van de rest van het omliggende terrein, kan dit als een erfafscheiding worden aangemerkt (zie uitspraak: ECLI:NL:RVS:2018:3795. Zie rechtsoverweging 2.2).
Echter gezien het feit dat het hekwerk op een hoogte van 2,48 m¹ is vergund en in de huidige aanvraag deels wordt aangepast en over de gehele lengte lager wordt uitgevoerd, is de ruimtelijke impact van een hekwerk van 1,8 m¹ hoogte te verwaarlozen ten opzichte van de door de gemeente gestelde hoogte van 1,5 m¹.
De gemeente Leeuwarden heeft in haar mail van 10 juli 2023 aangegeven akkoord te gaan met deze motivatie.
De activiteiten van de inrichting zijn genoemd in Bijlage I, onderdeel B, categorie 1.c van het Bor. Op grond van deze categorie is sprake van een vergunningplichtige activiteit.
Voor de inrichting zijn eerder de onderstaande vergunningen verleend dan wel meldingen geaccepteerd:
|
Kleinschalig duurzaam energiepark met 6 experimenteerlocaties om nieuwe technieken van duurzame energie opwekking en opslag te kunnen ontwikkelen |
|||
De milieuvoorschriften van de onderliggende omgevingsvergunning zijn van overeenkomstige toepassing op de aangevraagde verandering, tenzij de aard van de vergunning en/of de aard van de verandering zich daartegen verzetten.
In het Activiteitenbesluit milieubeheer (hierna: Activiteitenbesluit) zijn voor een groot aantal activiteiten, die binnen inrichtingen plaats kunnen vinden, rechtstreeks werkende, algemene regels opgenomen.
De inrichting waarvoor vergunning is aangevraagd, is aangemerkt als een inrichting waarvoor vergunningplicht (type C inrichting) geldt.
De nu aangevraagde verandering betreft geen activiteiten die vallen onder hoofdstuk 3 van het Activiteitenbesluit.
Voor het overige is per hoofdstuk of afdeling aangegeven of deze op een type C inrichting van toepassing is. Dit betekent dat ook hoofdstuk 1, afdeling 2.1 tot en met 2.4, 2.10 en 2.11 van hoofdstuk 2 en de overgangsbepalingen uit hoofdstuk 6 van het Activiteitenbesluit van toepassing kunnen zijn. Van belang voor deze vergunning is, of de inrichting ook voor de activiteiten die onder het Activiteitenbesluit vallen voldoet aan de beste beschikbare technieken. Voor de overwegingen per milieuthema wordt verwezen naar de desbetreffende paragraaf.
De aanvraag heeft betrekking op een milieuneutrale verandering van de inrichting of van de werking van de inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel e, onder 2° van de Wabo. De Wabo bepaalt in artikel 2.14, vijfde lid dat, in afwijking van het eerste tot en met vierde lid, de vergunning wordt verleend wanneer wordt voldaan aan artikel 3.10, derde lid van de Wabo. Dat betekent dat een vergunning wordt verleend met de reguliere procedure, wanneer er sprake is van een verandering van de inrichting of van de werking van de inrichting die niet leidt
De aanvraag is getoetst aan deze criteria en wij komen tot de volgende afweging.
Naar aanleiding van de ingediende aanvraag en de daarbij overgelegde gegevens concluderen wij dat de aangevraagde verandering aan bovenstaande voorwaarden voldoet, om de volgende redenen:
De aangevraagde activiteiten zijn gesitueerd op de bestaande gesloten stortplaats Skinkeskâns.
Het gaat om de volgende veranderingen ten opzichte van de verleende vergunning:
In het kader van de eeuwigdurende nazorg worden in opdracht van de provincie maatregelen en werkzaamheden op de stortplaats uitgevoerd. In het nazorgplan (rapport van Grontmij: “Nazorgplan Skinkeskâns”, revisie D6, van 1 april 2005, documentnummer 12009736) zijn de uitgangspunten geformuleerd op basis waarvan de nazorg op Skinkeskâns wordt uitgevoerd. Het betreft o.a. de zettingsprognose, de hoogte van de stortzool na zetting, de geohydrologische situatie na zetting, de voorzieningen die zijn getroffen, de controlemetingen en inspecties die worden verricht en de milieutechnische voorzieningen, gebruiksduur en periodieke vervangingen die in de toekomst moeten plaatsvinden. De geplande activiteiten mogen deze uitgangspunten niet in de weg staan. Tevens moeten de nazorgvoorzieningen in stand worden gehouden.
Bij de oprichtingsvergunning van 1 november 2018 behoort het rapport “Bouwen op de gesloten stortlocatie Skinkeskâns” (d.d. 11 juli 2018). Het rapport is bedoeld om inzicht te geven in de opbouw van de stortlocatie, de voorgenomen bouwplannen (belastingssoorten) op de stortlocatie en het benoemen en beheersen van risico’s die ten gevolge van het bouwen op de voormalige stortplaats kunnen ontstaan en hoe die risico’s worden beheerst.
In de oprichtingsvergunning zijn de de randvoorwaarden opgenomen waaraan alle activiteiten moeten voldoen. Belangrijk onderdeel van de vergunning is het bovengenoemde rapport.
Wij zijn nagegaan of de plaatsing van het nieuwe hek en de shelters binnen de voorschriften van de vergunning van 1 november 2018 blijven. Hiervoor moeten het hek en de shelters voldoen aan:
In de aanvullende notitie ingediend op 9 mei 2023 is aangegeven hoe de werkzaamheden worden uitgevoerd, zodat er wordt voldaan aan de normen in de onderliggende vergunning.
De verandering leidt niet tot andere of grotere nadelige gevolgen voor de bodem.
De aanvrager heeft tevens voldoende aannemelijk gemaakt dat er voor de overige milieuaspecten geen toename zal zijn van de milieubelasting. Vanwege de ligging op de stortplaats is bodem hier het centrale milieuaspect, de andere milieuaspecten spelen geen rol bij deze verandering. Emissies naar water en lucht vinden niet plaats. Ook is er geen sprake van extra geluid als gevolg van de veranderingen. Ook externe veiligheid, afvalstoffen en energie zijn geen relevante aspecten voor de beoordeling van deze aanvraag.
De verandering leidt niet tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu.
Er is geen reden om milieuvoorschriften aan deze milieuneutrale verandering te verbinden, aangezien aan de voorschriften in de onderliggende vergunning moet en kan worden voldaan.
Op basis van de in de aanvraag opgenomen beschrijving van de verandering is het aannemelijk dat de verandering niet leidt tot een andere inrichting dan waarvoor eerder een vergunning is verleend.
Er hoeft bij deze aanvraag geen milieueffectrapport (MER) te worden ingediend. De reden hiervoor is dat de in de aanvraag beschreven voorgenomen veranderingen niet zijn vermeld in de eerste kolom van onderdeel C en/of onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage.
Vanuit het toetsingskader dat betrekking heeft op het milieuneutraal veranderen van de inrichting wordt de gevraagde vergunning verleend. Er zijn geen redenen om de omgevingsvergunning te weigeren.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2024-7094.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.