Omgevingsvergunning en melding op grond van het Activiteitenbesluit voor het plaatsen van een EOS-park, bij de elektriciteitscentrale aan de Koumarwei 2 in Burgum

  • I.

    Onderwerp

Op 14 maart 2023 is een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen van ENGIE Energie Nederland N.V. Het betreft het plaatsen van 100 MWe aan energieopslag middels batterijen (Energie Opslag Systemen (EOS) park) binnen de inrichting van de elektriciteitscentrale in Burgum, plaatselijk bekend als de Koumarwei 2 te Burgum. De aanvraag is geregistreerd onder OLO-nummer 7458917.

  • II.

    Besluit

Wij besluiten, gezien de overwegingen die zijn opgenomen in deze vergunning en gelet op de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de daarop betrekking hebbende uitvoeringsbesluiten en -regelingen aan ENGIE Energie Nederland N.V. een omgevingsvergunning:

  • op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder a (het bouwen van een bouwwerk) te verlenen voor het plaatsen van 100 MW aan energieopslag middels batterijen. Aan de verlening van de vergunning zijn voorschriften verbonden. Deze staan in hoofdstuk 1 van dit besluit.

  • op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder e (2° het veranderen van een inrichting) te verlenen voor het plaatsen van 100 MWe en 528 MWh aan energieopslag middels batterijen (EOS-park). Aan de verlening van de vergunning zijn voorschriften verbonden. Deze staan in hoofdstuk 2 van dit besluit.

Daarnaast besluiten wij:

  • om de voorschriften 9.1, 9.2, 9.3 en 9.4 (geluid) van de revisievergunning van 29 april 1999, met kenmerk MO/98-71381 B2, in te trekken en te vervangen door de voorschriften 3.1.1 en 3.2.1 van deze veranderingsvergunning.

Wij besluiten tevens dat de volgende delen van de aanvraag onderdeel uitmaken van deze vergunning:

  • Aanvraagformulier OLO-nummer 7458917, ingediend op 14 maart 2023;

  • Bijlage toelichting op de aanvraag ‘Aanvraag vergunning Wet algemene bepalingen omgevingsrecht’, versie 1;

  • Bijlage 1 Inrichtingstekening ‘Situatie terrein’, nr. A1_5_8098, van 17 januari 2023;

  • Bijlage 2 Plattegrond projectgebied versie 2, ‘Bergum EOS 100MW, 528MWh Site Layout’, van 19 april 2023;

  • Bijlage 3 ‘Akoestisch onderzoek batterijproject Centrale Burgum’, opgesteld door DGMR, kenmerk M.2022.0894.00.R001, versie 002, van 20 maart 2023;

  • Bijlage 7a ‘Constructeursbrief EOS-park,’, versie 1, opgesteld door HADO B.V., projectnummer 2300-6433, van 11 april 2023;

  • Bijlage 7b ‘Constructeursbrief hoogspanningsaansluiting’; versie 1, opgesteld door HADO B.V., projectnummer 2300-6433, van 11 april 2023;

  • Bijlage 9a ‘Bouwtekeningen, schakelstation’, versie 0.1;

  • Bijlage 9b ‘Bouwtekeningen, cubicle, versie 1;

  • Bijlage 9c ‘Bouwtekeningen, trafo en omvormers; versie 1;

  • Bijlage 9d ‘Bouwtekeningen, hoogspanningsaansluiting 220kv;

  • Bijlage 11 bodemonderzoek, ’Verkennend bodemonderzoek Koumarwei 2 te Burgum’, WSP Nederland B.V., documentnummer SOL023225.RAP001.WP, versie 1.0, d.d. 20 januari 2023;

  • Bijlage 12 Aanvullingen, versie 1;

  • Bijlage 13 Brandscheiding transformatoren ‘Bergum EOS Layout 100MW, 528MWh Fire Wall Transformer Top View’, van 19 april 2023.

De aanvraag wordt tevens beschouwd als een melding op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer (Activiteitenbesluit). De melding voldoet aan de indieningvereisten van het Activiteitenbesluit. De inrichting waarvoor de melding is ingediend, is een type C-inrichting in de zin van het Activiteitenbesluit. De bedrijfsvoering moet voldoen aan de van toepassing zijnde voorschriften van het Activiteitenbesluit.

Namens het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân,

Hoogachtend,  

S.G.C. Boender

Afdelingshoofd Vergunningverlening en Specialistisch Advies  

Bijlagen: Vergunning met voorschriften

Publicatie

Kopie:

College van Burgemeester en Wethouders

van de gemeente Tytsjerksteradiel

Postbus 3

9250 AA Burgum

Brandweer Fryslân

Postbus 612

8901 BK LEEUWARDEN

RECHTSBESCHERMINGSMIDDELEN 

Bekendmaking, inwerkingtreding en rechtsbeschermingsmiddelen (definitieve) beschikking

Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager. Daarnaast wordt kennisgeven door publicatie in de Leeuwarder Courant, het Friesch Dagblad en in het Provinciaal blad van Fryslân via www.officielebekendmakingen.nl. De dag nadat de beroepstermijn is verstreken, treedt de beschikking in werking.

De aanvraag en de beschikking met de daarbij behorende stukken worden op grond van de Algemene wet bestuursrecht met ingang vanaf de in de kennisgeving vermelde dag waarop de beschikking ter inzage is gelegd. Inzage is mogelijk bij de gemeente Achtkarspelen, de provincie Fryslân en de FUMO.

Een dag nadat de beschikking ter inzage is gelegd, start de termijn van zes weken voor het indienen van een beroepschrift. In die periode kunnen zowel u als belanghebbenden beroep aantekenen tegen deze beschikking. Ook niet-belanghebbenden kunnen beroep aantekenen indien zij een zienswijze hebben ingediend.

Het beroepschrift moet in tweevoud ingediend worden bij Rechtbank Noord-Nederland, Postbus 781, 9700 AT Groningen.

VOORSCHRIFTEN

Bouwen

  • 1.

    Bouwen van een bouwwerk

  • 1.1

    Constructieve veiligheid. Wat moet u 6 tot 3 weken vóór de bouw aanleveren?

  • 1.1.1

    De definitieve constructieve berekeningen en tekeningen dienen uiterlijk 3 weken voor aanvang van de bouwwerkzaamheden ter goedkeuring aan het bevoegd gezag te worden voorgelegd. In de praktijk blijkt de periode van drie weken te kort. Als het bevoegd gezag fouten ziet leidt dit al snel tot vertragingen in de bouw. Wij raden daarom aan om een periode van zes weken aan te houden. Met de werkzaamheden mag pas na goedkeuring worden gestart.

  • 1.2.

    Kennisgeving aanvang.

  • 1.2.1.

    Het bouwtoezicht dient ten minste twee dagen voor de aanvang van elk van de hierna te noemen onderdelen van het bouwproces in kennis te worden gesteld:

    • a.

      de aanvang van de werkzaamheden, ontgravingwerkzaamheden, daaronder begrepen;

    • b.

      de aanvang van het inbrengen van de funderingspalen, het slaan van proefpalen daaronder begrepen;

    • c.

      de aanvang van de grondverbeteringwerkzaamheden.

  • Het bouwtoezicht dient ten minste drie dagen van tevoren in kennis te worden gesteld van het storten van beton.

  • 1.3

    Opmetingen, ontgravingen, opbrekingen en onderzoekingen.

  • 1.3.1

    Zolang de bouwwerkzaamheden niet zijn voltooid moeten alle opmetingen, ontgravingen, opbrekingen en onderzoeken worden verricht, welke het bouwtoezicht in het kader van de controle op de naleving van de bouwverordening en het Bouwbesluit 2012 nodig acht.

  • 1.4.

    Gereedmelding van (onderdelen van) de bouwwerkzaamheden.

  • 1.4.1.

    Uiterlijk op de dag van beëindiging van de werkzaamheden, waarop de omgevingsvergunning betrekking heeft, wordt het einde van die werkzaamheden bij het bouwtoezicht gemeld.

    De hiervoor bedoelde kennisgevingen moeten schriftelijk worden gericht aan de FUMO, J.W. de Visserwei 10, 9001 ZE te Grou of info@fumo.nl.

  • 1.5.

    Verbod tot ingebruikneming.

  • 1.5.1

    Na de bouw van een bouwwerk, waarvoor omgevingsvergunning is verleend, is het verboden dit bouwwerk in gebruik te geven of te nemen indien één van de volgende omstandigheden zich voordoet:

    • a.

      het bouwwerk is niet gereed gemeld bij het bouwtoezicht;

    • b.

      er is niet gebouwd overeenkomstig de omgevingsvergunning.

Milieu

  • 2.

    Externe veiligheid

  • 2.1.

    Energie Opslag Systemen (EOS)

  • 2.1.1.

    Het aangevraagde EOS wordt conform PGS 37-1 (PGS 37-1:2023, versie 0.2 (juli 2023)) als een Typical 3: EOS in de open lucht op basis van modulaire energiedragerbehuizingen aangemerkt en moet voldoen aan de volgende voorschriften van de PGS 37-1:2023:

    • a.

      Maatregel MW1;

    • b.

      Maatregelen M2 tot en met M8;

    • c.

      Maatregelen M9 en M10;

    • d.

      Maatregelen M27, M29 en M30;

    • e.

      Maatregel M31;

    • f.

      Maatregelen M33 tot en met M37;

    • g.

      Maatregel M38;

    • h.

      Maatregelen M39 tot en met M41;

    • i.

      Maatregel M42;

    • j.

      Maatregelen M44 en M45;

    • k.

      Maatregelen M46 en M47;

    • l.

      Maatregelen M48 en M49;

    • m.

      Maatregelen M50, M52 en M53;

    • n.

      Maatregel M55;

    • o.

      Maatregelen M61, M63, M64 en M65;

    • p.

      Maatregel M66.

  • 2.1.2

    De calamiteitgegevens moeten bij de ingangen van het EOS-park aangebracht worden.

  • 3.

    Geluid

  • 3.1.

    Algemeen

  • 3.1.1

    Het meten en berekenen van de geluidsniveaus en het beoordelen van de meetresultaten moet plaatsvinden overeenkomstig de ‘Handleiding meten en rekenen Industrielawaai, uitgave 1999’.

  • 3.2

    Representatieve bedrijfssituatie

  • 3.2.1

    Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige toestellen en installaties, door de in de inrichting verrichte werkzaamheden of activiteiten, alsmede door het transportverkeer binnen de grenzen van de inrichting, mag op de onderstaande beoordelingspunten niet meer bedragen dan:

Beoordelingspunt en omschrijving

Rijksdriehoeks-coördinaten x;y

Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT in dB(A)

Dag

Avond

Nacht

07.00 -19.00 uur

19.00 -23.00 uur

23.00 -07.00 uur

05 Zonegrens N

197263,54; 581376,16

36

35

35

06 Zonegrens NO

198137,74; 581598,28

34

34

33

07 Zonegrens O

199010,05; 580789,22

32

32

32

08 Zonegrens ZO

198953,48; 580095,76

32

32

32

09 Zonegrens Z

198482,17; 579325,70

35

34

34

10 Zonegrens ZW

197455,48; 579520,03

33

32

32

11 Zonegrens W

196984,36; 579957,30

32

32

31

12 Zonegrens NW

196875,89; 580768,73

34

34

33

w1 Miensker 3

197212,45; 580193,31

36

36

36

w2 Noordermeer 34

197062,93; 580602,71

37

37

36

De ligging van de beoordelingspunten is aangegeven op de tekening ‘Ligging beoordelingspunten’ in de bijlage bij deze veranderingsvergunning. De beoordelingshoogte voor de dag- avond- en nachtperiode is 5,0 meter.

OVERWEGINGEN

  • 1.

    Procedurele aspecten

  • 1.1.

    Gegevens aanvrager

Op 14 maart 2023 is een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) ontvangen. Het betreft een verzoek van ENGIE Energie Nederland N.V. (hierna ENGIE) en heeft betrekking op het kadastrale perceel gemeente Bergum, sectie I, nummer 3598.

  • 1.2.

    Projectbeschrijving

Het project waarvoor vergunning wordt gevraagd is als volgt te omschrijven: binnen de inrichting worden Energie Opslag Systemen (EOS) geplaatst met een maximale capaciteit van 100 MWe en 528 MWh. Een uitgebreide projectomschrijving is opgenomen in de aanvraag om de omgevingsvergunning. Gelet op bovenstaande omschrijving wordt een omgevingsvergunning gevraagd voor de volgende in de Wabo omschreven activiteiten:

  • het bouwen van een bouwwerk (artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo);

  • het veranderen en het in werking hebben van de inrichting (artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wabo).

  • 1.3.

    Huidige vergunningsituatie

Voor de inrichting zijn eerder de onderstaande vergunningen en/of ontheffingen verleend dan wel meldingen geaccepteerd:

Soort

Datum

Kenmerk

Onderwerp

Revisievergunning*

29 april 1999

MO/98-71381 B2

Revisievergunning

Melding artikel 8.19 Wet milieubeheer*

21 juni 2004

563835

Toepassing art. 8.19 Wet milieubeheer

Ambtshalve aanpassing milieuvergunning*

6 juni 2007

00698507

Ambtshalve wijziging milieuvergunning

Veranderingsvergunning*

13 augustus 2009

00844404

Beschikking Wet milieubeheer Centrale Bergum, Koumarwei 2 te Burgum

Veranderingsvergunning (milieuneutraal)

21 juli 2014

2014-FUMO-0001754

Veranderingsvergunning voor het plaatsen van een CV-ketel

Melding Activiteitenbesluit

21 juli 2014

2014-FUMO-0001745

Melding Activiteitenbesluit voor het plaatsen van twee CV-ketels.

Veranderingsvergunning (milieuneutraal)

11 november 2014

2014-FUMO-0002355

Veranderingsvergunning voor het plaatsen van zonnepanelen.

Melding Activiteitenbesluit

30 januari 2018

2018-FUM0-0026384

Plaatsen pelletkachel

Melding Activiteitenbesluit

13 juni 2023

2023-FUMO-0077232

Plaatsen IBA

De hierboven genoemde vergunningen waar een * bij staat, zijn volgens de Invoeringswet Wabo gelijkgesteld aan een omgevingsvergunning voor onbepaalde tijd.

  • 1.4.

    Vergunningplicht

De activiteiten van de inrichting zijn genoemd in Bijlage I, onderdeel C van het Bor. De volgende categorieën zijn van toepassing:

Categorie

Omschrijving

1.1.a

Inrichtingen waar één of meer elektromotoren aanwezig zijn met een vermogen of een gezamenlijk vermogen groter dan 1,5 kW, met dien verstande, dat bij de berekening van het gezamenlijk vermogen een elektromotor met een vermogen van 0,25 kW of minder buiten beschouwing blijft.

1.1.b

Inrichtingen waar een of meer verbrandingsmotoren aanwezig zijn met een vermogen of een gezamenlijk vermogen groter dan 1,5 kW, met dien verstande, dat bij de berekening van het gezamenlijk vermogen een verbrandingsmotor met een vermogen van 0,25 kW of minder buiten beschouwing blijft.

1.3.b

Gedeputeerde Staten zijn bevoegd te beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning ten aanzien van inrichtingen, behorende tot deze categorie, voor zover het betreft inrichtingen voor het verstoken van brandstoffen met een thermisch vermogen van 50 MW of meer;

1.4.c

Als categorieën vergunningplichtige inrichtingen als bedoeld in artikel 2.1, tweede lid, worden inrichtingen aangewezen waar een of meer elektromotoren of verbrandingsmotoren aanwezig zijn met een totaal geïnstalleerd motorisch vermogen van 15 MW.

4.1.b

Inrichtingen voor het vervaardigen, bewerken, verwerken, opslaan of overslaan van producten, waarin stoffen of preparaten, als bedoeld onder a, zijn verwerkt.

Op grond van categorie 1.4, onder c, van bijlage I, onderdeel C, van het Bor, is sprake van een vergunningplichtige activiteit.

Het betreft een inrichting waartoe een IPPC-installatie behoort genoemd in Bijlage I, categorie 1.1 (het stoken in installaties met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van 50 MW of meer) van de Richtlijn industriële emissies (Rie). Om die reden is op grond van artikel 2.1, tweede lid van het Bor ook sprake van een vergunningplichtige inrichting.

  • 1.5.

    Bevoegd gezag

Wij zijn bevoegd gezag voor de inrichting. Dit volgt uit artikel 2.4, tweede lid van de Wabo juncto artikel 3.3 eerste lid van het Bor, op grond van de activiteiten van de inrichting, genoemd in Bijlage I onderdeel C categorie 1.3, onder b, van het Bor.

  • 1.6.

    Beoordeling van de aanvraag

Na ontvangst van de aanvraag hebben wij deze getoetst op volledigheid. In verband met het ontbreken van een aantal gegevens hebben wij de aanvrager op 13 april 2023 in de gelegenheid gesteld om tot acht weken na de hiervoor genoemde datum de aanvraag aan te vullen. Wij hebben de laatste aanvullende gegevens ontvangen op 20 april 2023. Na ontvangst van de aanvullende gegevens hebben wij de aanvraag opnieuw getoetst op volledigheid. Wij zijn van oordeel dat de aanvraag met de aanvullende gegevens voldoende informatie bevat voor een goede beoordeling van de gevolgen van de activiteit op de fysieke leefomgeving. De aanvraag is dan ook in behandeling genomen. De termijn voor het nemen van het besluit is met één week opgeschort tot de dag waarop de aanvraag is aangevuld.

  • 1.7.

    Procedure

Deze beschikking is voorbereid met de uitgebreide voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.3 van de Wabo. Gelet hierop zijn wij niet verplicht om van de aanvraag kennis te geven in het daarvoor bestemde publicatieblad, tenzij bij de voorbereiding van de beslissing op de aanvraag een milieueffectrapport (MER) moet worden gemaakt. Nu deze uitzonderingsgrond zich niet voordoet hebben wij geen kennis gegeven van de aanvraag het daarvoor bestemde publicatieblad.

  • 1.8.

    Advies 

In de Wabo en het Bor worden bestuursorganen vanwege hun specifieke deskundigheid of betrokkenheid aangewezen als adviseur. Gelet op het bepaalde in artikel 2.26 Wabo, alsmede de artikelen 6.1 tot en met 6.5 van het Bor, hebben wij de aanvraag ter advies aan de volgende instanties/bestuursorganen gezonden:

  • Gemeente Tytsjerksteradiel (bouwen);

  • Brandweer Fryslân (bouwen en milieu).

De gemeente Tytsjerksteradiel heeft het volgende advies uitgebracht:

Voor de activiteit ‘’bouwen’’ adviseren wij positief. Het bouwplan is beoordeeld op redelijke eisen van welstand (Welstandsnota Tytsjerksteradiel), het bouwbesluit 2012, het bestemmingsplan ‘’Buitengebied 2013’’ en de bouwverordening Tytsjerksteradiel 2015. Het bouwplan voldoet aan alle hiervoor genoemde toetsingscriteria.

Brandweer Fryslân heeft ons per brief van 1 mei 2023 geadviseerd. Wij behandelen dit advies in de overwegingen.

  • 1.9.

    Wet natuurbescherming

In de Wet natuurbescherming (Wnb) is opgenomen dat het verboden is zonder vergunning van gedeputeerde staten een project te realiseren dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied (artikel 2.7, tweede lid van de Wnb) ) en/of zonder ontheffing beschermde dieren en/of planten opzettelijk te doden, vangen, verstoren, vernielen, beschadigen etc. (zie de artikelen 3.1, 3.5 of 3.10, eerste lid van de Wnb))

In het Bor artikel 2.2aa is opgenomen dat een omgevingsvergunning voor het aspect natuur verkregen moet worden wanneer men:

  • 1.

    een project wil realiseren als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb,(handelingen met gevolgen voor beschermde natuurgebieden), en/of;

  • 2.

    een handeling wil verrichten als bedoeld in de artikelen 3.1, 3.5 of 3.10, eerste lid van de Wnb (handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten).

Een omgevingsvergunning natuur is niet van toepassing wanneer al toestemming op basis van de Wnb is verkregen of gevraagd. Verder is een omgevingsvergunning niet van toepassing wanneer voor het voorgenomen project geen vergunning en ontheffing op grond van de Wnb nodig is.

Bij de aanvraag is een quickscan gevoegd. Door naleving van de volgende maatregelen (uit deze quickscan), is een overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming uitgesloten:

  • Werken buiten het broedseizoen. Voor het broedseizoen wordt in het kader van de Wnb geen standaardperiode gehanteerd. De lengte en aanvang van het broedseizoen verschilt per soort. Globaal moet voor het broedseizoen rekening gehouden worden met de periode half maart tot half augustus. Echter, ook buiten deze periode kan sprake zijn van broedgevallen en zijn deze eveneens beschermd.

  • Werkzaamheden dienen aaneengesloten, buiten de kwetsbare periode (buiten voorjaars- en/of zomerperiode), bij daglicht, vanuit één rijrichting en met beperkte snelheid te worden uitgevoerd ten einde verstoring/doding van zowel hierboven genoemde beschermde soorten als vrijgestelde soorten en algemene soorten te voorkomen.

Bij de aanvraag voor de omgevingsvergunning is een AERIUS-berekening gevoegd voor zowel de realisatie- als de gebruiksfase. Uit de AERIUS-berekeningen blijkt dat er op basis van de referentiesituatie dat er geen toename van stikstofdepositie zal plaatsvinden voor het voorgenomen project.

  • 1.10.

    Zienswijzen op de ontwerpbeschikking

Van het ontwerp van de beschikking hebben wij kennisgegeven in de Leeuwarder Courant en het Friesch Dagblad van 21 oktober 2023. Daarnaast is de kennisgeving met de ontwerpbeschikking en de aanvraagdocumenten digitaal gepubliceerd op internet op: www.officielebekendmakingen.nl.

Vanaf 23 oktober tot en met 4 december 2023 heeft het ontwerp ter inzage gelegen en is eenieder in de gelegenheid gesteld om zienswijzen naar voren te brengen. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

  • 1.11.

    Wijzigingen ten opzichte van de ontwerpvergunning

Bij het opstellen van de ontwerpvergunning is gebruik gemaakt van de conceptversie van de PGS 37-1:2022 (versie 0.1, februari 2022). In de tussentijd is de PGS 37-1 vastgesteld (versie 0.2, juli 2023). In de ontwerpvergunning waren de van toepassing zijnde voorschriften uit de PGS 37-1:2022 integraal opgenomen.

Wij hebben besloten om de definitieve versie van de PGS 37-1 te verbinden aan de definitieve vergunning. Wij verwijzen hiervoor naar hoofdstuk 8 ‘Externe veiligheid’. Vanwege de toepassing van de definitieve versie van de PGS 37-1:2023, versie 0.2, juli 2023, zijn de voorschriften 2.1.1 tot en met 2.7.2 uit de ontwerpvergunning vervangen door het voorschrift 2.1.1 van deze vergunning. In voorschrift 2.1.1 zijn de van toepassing zijnde maatregelen uit de PGS 37-1:2023 opgenomen. Dit hebben wij toegelicht in hoofdstuk 8 ‘Externe veiligheid’.

  • 2.

    M.E.R-beoordelingsbesluit

De voorgenomen nog niet eerder vergunde activiteit, namelijk het realiseren van een EOS-park, wordt niet genoemd in Onderdeel C en D van de bijlage uit het Besluit milieueffectrapportage. In de provinciale milieuverordening (‘Verordening van Provinciale staten van de provincie Fryslân houdende regels omtrent de provinciale milieuverordening’) zijn geen aanvullende activiteiten opgenomen waarvoor de m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Voor de voorgenomen activiteit geldt geen m.e.r.-plicht of m.e.r. beoordelingsplicht.

  • 3.

    Toetsingskader Bouwen

Inhoudelijke Overwegingen

Inleiding

De aanvraag omgevingsvergunning voor het (ver)bouwen van een bouwwerk (als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a van de Wabo) kan alleen worden verleend als deze voldoet aan de in artikel 2.10, eerste lid van de Wabo gestelde toetsingscriteria.

Een toetsing aan deze criteria heeft plaatsgevonden.

Welstand

De gegevens en bescheiden behorende bij de aanvraag omgevingsvergunning zijn getoetst aan de door de gemeenteraad vastgestelde criteria zoals gesteld in de gemeentelijke welstandsnota.

De aanvraag is beoordeeld door de welstandscommissie van de gemeenten Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel (verder: de commissie). De commissie is van mening dat de aanvraag voldoet aan redelijke eisen van welstand.

Bouwbesluit 2012 – constructief

Over de ingediende stukken is op hoofdlijn voldoende aannemelijk gemaakt dat voldaan gaat worden aan de voorschriften van het Bouwbesluit 2012. De uitgewerkte constructieve tekeningen en detail berekeningen ontbreken nog. Definitieve constructieve berekeningen en tekeningen (dienen uiterlijk 3 weken voor aanvang van de bouwwerkzaamheden ter goedkeuring aan de FUMO te worden voorgelegd. Met de werkzaamheden mag pas na goedkeuring worden gestart.

Op grond van de overige ingediende stukken bij deze aanvraag is voldoende aannemelijk gemaakt dat wordt voldaan aan de voorschriften van het Bouwbesluit 2012.

Bouwverordening

De gegevens en bescheiden behorende bij de aanvraag omgevingsvergunning zijn getoetst aan de voorschriften van de gemeentelijke Bouwverordening. De aanvraag voldoet aan de voorschriften van de gemeentelijke bouwverordening.

Bestemmingsplan

Het kadastrale perceel Gemeente Bergum, sectie I, nummer 2221 plaatselijk bekend Koumarwei 2 te Burgum is gelegen in een gebied waarvoor het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013‘ is vastgesteld. In dit bestemmingsplan hebben de gronden de enkelbestemming ‘Bedrijf - Elektriciteitsopwekking en verdeelstations‘ en de dubellbestemming ‘Waarde - Landschap (Open landschap)’ (artikel 13 en 49 van de regels).

Op basis van artikel 13, lid 13.1, sub m zijn de voor ‘Bedrijf - Elektriciteitsopwekking en verdeelstations‘ aangewezen grond bestemd voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder regel- en meetstations, gasleidingen, afsluitervoorzieningen, e.d. ten dienste van gebouwen voor het opwekken van elektriciteit en verdeelstations.

Het bouwplan is in overeenstemming met de regels van het bestemmingsplan.

Conclusie

Gelet op bovenstaande overwegingen is het college van mening dat er geen beletsel is voor het verlenen van de omgevingsvergunning.

  • 4.

    Toetsingskader Milieu

  • 4.1.

    Inleiding

De aanvraag heeft betrekking op het veranderen van een inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid aanhef en onder e van de Wabo.

  • 4.2.

    Toetsing veranderen 

Bij onze beslissing op de aanvraag hebben wij conform artikel 2.14, eerste lid onder a, b en c van de Wabo:

  • de bestaande toestand van het milieu betrokken;

  • met het milieubeleidsplan rekening gehouden;

  • de best beschikbare technieken in acht genomen.

In de onderstaande hoofdstukken lichten wij dit nader toe. Wij beperken ons tot die onderdelen van het toetsingskader die ook daadwerkelijk op onze beslissing van invloed (kunnen) zijn.

De aangevraagde wijzigingen hebben (buiten de aanlegfase) geen gevolgen voor de aspecten waterbesparing, afvalpreventie, verkeer en vervoer en bedrijfsafvalwater. Deze aspecten zijn niet van toepassing of alleen in de aanlegfase of bij onderhoudswerkzaamheden. Deze aspecten zijn daarnaast voldoende geregeld in de geldende vergunning van 1999 en de daaropvolgende vergunningen. In deze veranderingsvergunning worden daarom voor deze aspecten geen voorschriften gesteld, maar wordt verwezen naar de voorschriften bij de revisievergunning van 29 april 1999, kenmerk MO-98-71381 B2.

  • 4.3

    Activiteitenbesluit 

In het Activiteitenbesluit milieubeheer (hierna: Activiteitenbesluit) zijn voor een groot aantal activiteiten, die binnen inrichtingen plaats kunnen vinden, rechtstreeks werkende, algemene regels opgenomen.

De inrichting waarvoor vergunning is aangevraagd, is aangemerkt als een inrichting waarvoor vergunningplicht (type C inrichting) geldt.

Binnen het bedrijf vinden de volgende activiteiten plaats die vallen onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit: het lozen van hemelwater, dat niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening.

Er moet worden voldaan aan de volgende paragrafen uit het Activiteitenbesluit en de daarbij behorende Activiteitenregeling, voor zover deze betrekking hebben op de genoemde (deel)activiteiten:

  • Paragraaf 3.1.3 Lozen van hemelwater, dat niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening.

Voor het overige is per hoofdstuk of afdeling aangegeven of deze op een type C inrichting van toepassing is. Dit betekent dat ook hoofdstuk 1, afdeling 2.1 tot en met 2.5, 2.10 en 2.11 van hoofdstuk 2 en de overgangsbepalingen uit hoofdstuk 6 van het Activiteitenbesluit van toepassing kunnen zijn. Van belang voor deze vergunning is, of de inrichting ook voor de activiteiten die onder het Activiteitenbesluit vallen voldoet aan de best beschikbare technieken. Voor de overwegingen per milieuthema wordt verwezen naar de desbetreffende paragraaf.

  • 4.3.1.

    Melding Activiteitenbesluit

Gelet op artikel 1.10 van het Activiteitenbesluit moet de verandering van de inrichting worden gemeld. Wij beschouwen de aanvraag daarom ook als een melding in het kader van het Activiteitenbesluit.

De voorschriften voor het onderdeel milieu, die in deze vergunning zijn opgenomen betreffen aspecten en activiteiten die niet zijn geregeld in het Activiteitenbesluit en de bijbehorende Activiteitenregeling.

  • 5.

    Beste beschikbare technieken

  • 5.1.

    Toetsingskader

In het belang van het bereiken van een hoog niveau van bescherming van het milieu moeten aan de vergunning voorschriften worden verbonden, die nodig zijn om de nadelige gevolgen die de inrichting voor het milieu kan veroorzaken, te voorkomen of, indien dat niet mogelijk is, zoveel mogelijk – bij voorkeur bij de bron – te beperken en ongedaan te maken. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat in de inrichting ten minste de voor de inrichting in aanmerking komende beste beschikbare technieken (BBT) worden toegepast.

Bij het opstellen van de omgevingsvergunning milieu moet rekening worden gehouden met de BBT-conclusies. De Europese Commissie stelt de BBT-conclusies op en maakt deze bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

BBT-conclusies is een document met de conclusies over beste beschikbare technieken, vastgesteld overeenkomstig artikel 13, lid 5 en 7, van de Richtlijn industriële emissies (Rie).

Het verschil tussen artikel 13, lid 5 en lid 7, van de Rie is:

  • BBT-conclusies overeenkomstig artikel 13, lid 5, heeft de Europese Commissie vastgesteld ná 6 januari 2011. Dit op basis van artikel 75, lid 2, van de Rie.

  • BBT-conclusies overeenkomstig artikel 13, lid 7 is het hoofdstuk Best available techniques (BAT) uit de BREF's. De Europese commissie heeft deze BREF's vastgesteld vóór 6 januari 2011. Dit hoofdstuk geldt als BBT-conclusies totdat de Europese Commissie voor die activiteit nieuwe BBT-conclusies vaststelt.

  • 5.2.

    Concrete bepaling beste beschikbare technieken

Binnen de inrichting worden één of meer van de activiteiten uit bijlage 1 van de Rie uitgevoerd en wel de volgende: categorie 1.1 het stoken in installaties met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van 50 MW of meer.

Er moet worden voldaan aan de BBT-conclusies voor de hoofactiviteit en aan andere relevante BBT-conclusies.

Op grond van artikel 9.2 van de Mor moet voor het bepalen van BBT binnen de inrichting aanvullend een toetsing plaatsvinden aan relevante aangewezen informatiedocumenten over BBT.

Op de IPPC-installatie zijn meerdere BREF’s en REF’s van toepassing. Hierin is het opslaan van de energie afkomstig van de elektriciteitscentrale niet opgenomen. Wel zijn er andere informatiedocumenten over BBT die gebruikt kunnen worden bij de toetsing.

Bij het bepalen van de BBT hebben wij rekening gehouden met de volgende informatiedocumenten over BBT, zoals aangewezen in bijlage 1 van de Regeling omgevingsrecht (Mor):

  • Nederlandse Richtlijn Bodembescherming (NRB 2012).

Daarnaast hebben wij rekening gehouden met de PGS 37-1 Lithium-houdende energiedragers: Energie Opslag Systemen - EOS (PGS 37-1:2023 versie 0.2 (juli 2023). De PGS 37-1:2023 is nog niet vastgesteld, maar omdat het om een definitieve versie gaat en het op dit moment de enige regelgeving is, hebben wij besloten om in de voorschriften aan te sluiten bij deze PGS. In paragraaf 8.1 ‘EOS-park’ gaan wij hier nader op in.

Met betrekking tot de bepaling van BBT, zijn de aspecten betrokken als genoemd in artikel 5.4, derde lid, van het Bor.

  • 5.3.

    Conclusies BBT

De inrichting voldoet - met inachtneming van de aan deze vergunning gehechte voorschriften - aan BBT. Voor de overwegingen per milieuthema wordt verwezen naar de desbetreffende paragraaf.

Wij zijn van oordeel dat de ingediende gegevens voldoende informatie bevatten voor een goede beoordeling van de gevolgen van de activiteit op de fysieke leefomgeving. Het toetsdocument waarin staat hoe invulling is gegeven aan de BBT laten wij daarom onderdeel uitmaken van deze omgevingsvergunning.

  • 6.

    Bodem

Voor wat betreft het aspect bodembescherming valt de inrichting volledig onder het Activiteitenbesluit. In het kader van deze vergunning hoeft daarom geen nadere beoordeling plaats te vinden. Op grond van het Activiteitenbesluit moeten alle bedrijfsactiviteiten worden verricht met voorzieningen en maatregelen die leiden tot een verwaarloosbaar bodemrisico.

Ter hoogte van de locatie van het EOS-park is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door WSP Nederland B.V., ’Verkennend bodemonderzoek Koumarwei 2 te Burgum’, documentnummer SOL023225.RAP001.WP, versie 1.0, d.d. 20 januari 2023.

Met dit onderzoek is de nulsituatie voor de bodem op deze locatie voldoende vastgelegd.

Naast het uitgevoerde bodemonderzoek is in de toelichting op de aanvraag in paragraaf 3.8 Bodem, een bodemrisicoanalyse uitgevoerd. Uit deze analyse blijkt dat bij de (gewijzigde) bodembedreigende activiteiten kan worden voldaan aan een verwaarloosbaar bodemrisico.

  • 7.

    Energie 

In het EOS-park wordt in de batterijen elektriciteit opgeslagen afkomstig van het zonnepanelenpark of de elektriciteitscentrale binnen de inrichting. Het EOS-park heeft elektriciteit nodig voor de koeling, elektronica, etc., van de installatie. Het verbruik van elektriciteit door het EOS-park is daarmee eigenlijk een verlies aan elektriciteit door het opslaan van deze elektriciteit. Dit is niet te voorkomen. Omdat de onderdelen van het EOS-park nieuw zijn, voldoen ze daarmee aan de laatste stand der techniek en zien wij voor het beperken van het elektriciteitsgebruik of het verlies van elektriciteit door de opslag geen mogelijkheden tot besparing van energie.

  • 8.

    Externe veiligheid

  • 8.1.

    EOS-park

ENGIE vraagt een vergunning aan voor de realisatie van vier EOS-parken, waarbinnen elk park vier EOS’en zijn opgesteld, die ieder bestaan uit vier rijen cubicles. De vier EOS-parken bestaan uit zogenaamde Typical 3 EOS’en, zoals bedoeld in PGS 37-1 (Lithium-houdende energiedragers: Energie Opslag Systemen - EOS (PGS 37-1:2023 versie 0.2 (juli 2023). Een Typical 3 is een EOS in de openlucht die op basis van modulaire energiedragerbehuizingen is opgebouwd.

Zoals in paragraaf 5.1 (BBT) is aangegeven, is de gebruikte PGS 37-1:2023 nog niet vastgesteld. Ten tijde van de ontwerpvergunning was de conceptversie van deze richtlijn beschikbaar. In de ontwerpvergunning zijn daarom de maatregelen uit de CONCEPT PGS 37-1:2022 overgenomen in de voorschriften. Ten tijde van de vergunning is de PGS 37-1:2023 gepubliceerd. De PGS 37-1:2023 is nog niet vastgesteld, maar omdat het om een definitieve versie gaat, hebben wij besloten om in de voorschriften aan te sluiten bij deze PGS.

Aan een EOS zijn diverse typen gevaren verbonden, zoals:

  • Gevaren van het instabiel worden van de energiedrager;

  • Gevaren van het vrijkomen van het elektrolyt;

  • Elektrische gevaren.

Voor lithium-houdende energiedragers, waaruit een EOS bestaat, is de PGS 37-1:2023 gepubliceerd. De voor de Typical 3 relevante maatregelen van de PGS 37-1 zijn aan de vergunning verbonden. Deze PGS-richtlijn richt zich op de specifieke gevaren van de toepassing van lithium-houdende energiedragers. Overige gevaren, zoals elektrische gevaren, worden alleen meegenomen voor zover zij een direct effect hebben op de lithium houdende energiedrager.

De dichtstbij gelegen woning van derden ligt op ruim 700 meter vanaf het EOS-park. Ten aanzien van de woonomgeving zijn er geen externe veiligheidsrisico’s aanwezig. De gebouwen ten zuiden van het EOS-park maken deel uit van de inrichting van Engie en hoeven niet te worden beoordeeld. Het gebouw ten noorden van het EOS-park is een bedrijfsgebouw van een derde. De afstand tussen een EOS en het gebouw bedraagt ruim 19 meter. Deze afstand is voldoende om een onveilige situatie door brand te voorkomen. Daarbij geldt dat de Cubicles brandwerend zijn uitgevoerd. De weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (WBDBO) tussen het EOS en de inrichtingsgrens moet ten minste 60 minuten zijn. Hiermee wordt ten opzichte van het gebouw van derden aan de WBDBO-eis van 60 minuten voldaan.

Als er geen brandwerendheid aanwezig is, dan moet de afstand tot de erfgrens 10 meter zijn. Bij 30 minuten brandwerendheid is de afstand 5 meter. Deze afstanden zijn bedoeld om te voorkomen dat een activiteit op een naastgelegen terrein nadelige invloed op het EOS kunnen hebben, bijvoorbeeld op een bedrijfsterrein.

Ten westen van het park is een groenvoorziening/bos aanwezig waar geen activiteiten plaatsvinden die nadelige invloed hebben op het park. In feite is hier sprake van een gelijkwaardige voorziening en vindt er binnen 10 meter geen activiteit van een derde plaats. De groenvoorziening/het bos behoort niet tot de inrichting, maar is wel in eigendom van ENGIE (evenals de toegangsweg tot de inrichting aan de westzijde daarvan). Dit maakt dat wij besluiten dat 8 meter voldoende afstand is tussen het EOS en de inrichtingsgrens aan de westzijde.

Wel zal ENGIE ervoor moeten zorgen dat bij toekomstige ontwikkelingen aan de westzijde van het EOS-park voldoende afstand behouden blijft. Als op de locatie van de groenvoorzieningen/bos ontwikkelingen plaats gaan vinden die een nadelige invloed op het EOS kunnen hebben, moet rekening gehouden worden met maatregel 9 en/of maatregel 50, zoals voorgeschreven in de PGS 37-1:2023 (juli 2023).

Daarnaast moeten de EOS’en conform de PGS 37-1:2023 zijn gecertificeerd, waarmee een waarborg wordt gegeven dat het instantaan falen tot een minimum wordt beperkt.

Ondanks dat sprake is van een risicovolle activiteit voor de omgeving, is het Bevi niet op de inrichting van toepassing.

  • 8.2.

    Advies Brandweer Fryslân

Brandweer Fryslân heeft ons per brief van 1 mei 2023 het volgende geadviseerd:

  • 1.

    Afstand:

    ‘De onderlinge afstanden tussen de (deel) EOS’en zijn wat ons betreft voldoende, ook aangezien het grotere afstanden zijn dan de PGS 37-1 conceptversie voorschrijft. De afstand van de EOS’en tot de inrichtingsgrens is naar onzes inziens niet voldoende, aangezien dit (o.b.v. bijlage 2 versie 2) 8 meter betreft. Wanneer er niet wordt voorzien in een brandwerendheid conform maatregel 11, dient deze behaald te worden door middel van afstand conform maatregel 53. Wij adviseren om de WBDBO richting de inrichtingsgrens zodanig in te vullen dat deze voldoet aan maatregel 11 brandwerendheid) of maatregel 53 (afstand). Ondanks dat er op dit moment bosschage staat, is het nooit uitgesloten dat er in de toekomst iets anders kan komen te staan’.

  • 2.

    Noodplan:

    ‘In het verzoek om aanvullende gegevens is gevraagd om het ter plaatse krijgen van een installatiedeskundige bij een calamiteit. In de bijlage met aanvullingen is de werkwijze opgenomen die gehanteerd wordt bij een calamiteit. Hierin kunnen wij ons in vinden. Wij verzoeken om deze werkwijze in het noodplan (maatregel 62) op te nemen. Daarnaast adviseren wij om calamiteitgegevens aan te brengen bij de ingangen van het EOS-park, zodat er bij een incident snel contact gezocht kan worden met de installatiedeskundige’.

Hieronder volgt de reactie op het advies van Brandweer Fryslân door het college:

  • Ad 1.

    Met betrekking tot het advies van Brandweer Fryslân over de afstand verwijzen wij naar de overwegingen in paragraaf 8.1. Wij zijn van mening dat gezien de locatie en de eigendomssituatie, wij hier af kunnen wijken van de afstand van 10 meter. Aan de westzijde van het EOS-park gaan wij, zoals in paragraaf 8.1 is uitgelegd, akkoord met een afstand van 8 meter. Indien ENGIE in de toekomst activiteiten in de groenvoorziening/het bos wil ontwikkelen die een nadelig invloed op het EOS kan hebben, dan zal rekening moeten worden gehouden met de brandwerendheid en afstand.

  • Ad 2.

    Het advies van Brandweer Fryslân met betrekking tot het noodplan en de calamiteitsgegevens bij de ingangen van het EOS-park hebben wij opgenomen in voorschrift 2.1.2.

  • 8.3.

    Conclusie

Externe veiligheid levert geen belemmeringen op om de vergunning te kunnen verlenen.

  • 9.

    Geluid

  • 9.1.

    Algemeen

De bedrijfsactiviteiten hebben tot gevolg dat geluid wordt geproduceerd. Deze geluidsemissie wordt vooral veroorzaakt door de elektriciteitscentrale zelf en alle daarbij behorende installaties. Ook het EOS-park heeft geluidsbronnen. De veroorzaakte geluidsbelasting in de omgeving en de perioden waarin deze optreedt, is in kaart gebracht in een akoestisch rapport van DGMR Industrie, Verkeer en Milieu B.V., kenmerk 2023-FUMO-0074236, versie 002, van 20 maart 2023.

De FUMO heeft het zonebeheersmodel geactualiseerd met behulp van digitale kaarten van ruimtelijkeplannen.nl. Hierbij werd de ligging van een aantal zonepunten gecorrigeerd.

Het genoemde geluidsrapport bevatte kleine fouten. Er ontbraken zogenaamde bodemgebieden onder de gebouwen van de Centrale. Door de FUMO is de modellering betreffende de bodemgebieden onder de gebouwen aangepast. Hierna is een herberekening uitgevoerd. De verschillen tussen de resultaten van DGMR en de FUMO bedragen maximaal 1 dB. Vanwege deze geringe verschillen is niet om een aanpassing van het akoestisch onderzoek gevraagd.

Het geluid wordt beoordeeld op basis van de representatieve bedrijfssituatie (de geluidsemissie die de inrichting onder normale omstandigheden veroorzaakt). Beoordeeld worden de geluidsniveaus, te weten het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau, de maximale geluidsniveaus en de indirecte hinder als gevolg van het in werking zijn van de inrichting.

ENGIE heeft verzocht om nieuwe, voor de gehele inrichting geldende voorschriften op te stellen. Wij trekken daarom de voorschriften 9.1, 9.2, 9.3 en 9.4 van de revisievergunning van 29 april 1999, kenmerk MO/98-71381 B2, in en vervangen deze door de voorschriften 3.1.1 en 3.2.1 van deze veranderingsvergunning.

  • 9.2.

    Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau 

Voor het industrieterrein ‘P.E.B.-centrale Bergum’ is door Gedeputeerde Staten van Friesland op 15 april 1988 een geluidszone vastgesteld, WM.88/19.813. Het besluit is op 22 juni 1990 bij Koninklijk Besluit goedgekeurd. Deze geluidszone is tegenwoordig vastgelegd in het bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Buitengebied 2013’ (vastgesteld 27 juni 2013).

Daarnaast zijn hogere waarden vastgesteld. Het gaat hierbij om Maximaal Toegestane Geluidsbelastingen (MTG) voor woningen die ten tijde van de eerste zonevaststelling binnen de 50 dB(A) contour waren gelegen. Voor de toen aanwezige woningen in de zone geldt een toetswaarde van 55 dB(A). Het gaat daarbij om de volgende adressen: Miensker 1 en 3, Noordermeer 34, 36, 38 en 42. In het zonebeheersmodel zijn alleen voor de dichtstbijzijnde woningen toetspunten opgenomen, dat zijn de adressen Noordermeer 34 en Miensker 3.

Bij de vergunningverlening nemen wij in ieder geval in acht de geldende grenswaarden voor de gezoneerde industrieterreinen zoals bedoeld in de Wet geluidhinder. Voor gezoneerde industrieterreinen geldt als uitgangspunt dat de etmaalwaarde van het equivalent geluidsniveau vanwege het gehele industrieterrein buiten de zone niet meer mag bedragen dan 50 dB(A).

De FUMO voert voor de gemeente Tytsjerksteradiel het zonebeheer van het industrieterrein uit. In het zonebeheersmodel staan bedrijven overeenkomstig de vergunning of conform de melding.

Voor zonering in het kader van de Wet geluidhinder, is de ‘geluidsbelasting vanwege een industrieterrein’ bepalend. Deze wordt in artikel 1 van de Wet geluidhinder gedefinieerd als: ‘etmaalwaarde van het equivalente geluidsniveau in dB(A) op een bepaalde plaats, veroorzaakt door de gezamenlijke inrichtingen aanwezig op een industrieterrein’.

Van de zonebeheerder ontvingen wij op 18 juli 2023 een schriftelijke rapportage waarbij de situatie vóór en ná de aangevraagde wijzigingen in beeld is gebracht en waaruit blijkt dat na het vergunnen van de aanvraag voldaan wordt aan de artikelen 53 en 57 uit de Wet geluidhinder (zie artikel 2.14 van de Wabo).

De zonebeheerder heeft verklaard dat de berekende geluidimmissie van de inrichting, gecumuleerd met de geluidimmissie van de overige op het industrieterrein gevestigde inrichtingen, past binnen de beschikbare geluidruimte voor het betreffende industrieterrein.

  • 9.3.

    Maximaal geluidsniveau (LAmax)

Volgens de ‘Handreiking industrielawaai en vergunningverlening’ moet gestreefd worden naar het voorkomen van maximale geluidsniveaus die meer dan 10 dB boven het door de inrichting veroorzaakte equivalente niveau uitkomen.

De grenswaarden voor de maximale geluidsniveaus bedragen 70, 65 en 60 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode. Bij geen van de beoordelingspunten wordt de streefwaarden overschreden.

Daarnaast kan bij de woningen aan de Miensker 3 en de Noordermeer 34 ook aan de laagste toepasbare normstelling van 50 dB(A) etmaalwaarde worden voldaan. Wij achten het daarom niet nodig om voorschriften voor de maximale geluidsniveaus vast te leggen.

  • 9.4.

    Indirecte Hinder

Het geluid van het verkeer van en naar de inrichting over de openbare weg is beoordeeld volgens de circulaire ‘Geluidhinder veroorzaakt door het wegverkeer van en naar de inrichting; beoordeling in het kader van de vergunningverlening op basis van de Wet milieubeheer’ d.d. 29 februari 1996.

Het geluid van het verkeer van en naar een inrichting gelegen op een gezoneerd industrieterrein mag bij vergunningverlening niet worden getoetst aan de in de circulaire genoemde grenswaarden, omdat hierdoor het speciale regime en vergunningstelsel voor inrichtingen op een gezoneerd industrieterrein worden doorkruist.

Van en naar de inrichting vinden alleen verkeersbewegingen plaats in de dagperiode. Deze verkeersbewegingen zijn ten behoeve van de bestaande inrichting en vergund in de revisievergunning van 29 april 1999.

  • 9.5.

    Conclusies

Ten aanzien van de optredende geluidsniveaus is de aangevraagde situatie milieuhygiënisch aanvaardbaar.

Wij hebben aan de vergunning voorschriften verbonden, waarin grenswaarden zijn gesteld op beoordelingspunten bij woningen van derden en op de zonegrens. De geluidniveaus op deze punten is overeenkomstig de bij de aangevraagde activiteiten gewenste geluidsruimte.

Binnen de inrichting zijn en worden maatregelen en voorzieningen getroffen ter beperking van de geluidsproductie. Bij het opstellen van de voorschriften hebben wij rekening gehouden met die maatregelen en voorzieningen.

Vanwege de grote afstand van de geluidsgevoelige bestemmingen tot de inrichting en vanwege de invloed van andere geluidsbronnen, kan de geluidsbelasting die de inrichting veroorzaakt niet bij de geluidsgevoelige bestemmingen of op de zonegrens worden gemeten (deze kan wel worden berekend). Daarom zijn, behalve de genoemde grenswaarden, controlewaarden vastgelegd op controlepunten gelegen in de nabijheid van de inrichting. Op deze punten kan in het kader van het door het bevoegd gezag uit te oefenen toezicht op de naleving worden gemeten.

  • 9.6.

    Trillingen

Gezien de aard van de activiteiten en de afstand tot de dichtstbijzijnde trillinggevoelige bestemmingen is trillinghinder niet te verwachten. Een onderzoek naar trillingen achten wij daarom niet nodig. Ook achten wij het daarom niet nodig hierover voorschriften op te nemen.

  • 10.

    Conclusie

Vanuit het toetsingskader dat betrekking heeft op de verandering van de activiteiten van een inrichting, kan worden geconcludeerd, dat de omgevingsvergunning kan worden verleend.

In deze vergunning zijn de voor deze activiteit relevante voorschriften opgenomen.

Begrippenlijst

Voor de begrippen die niet in deze lijst zijn opgenomen refereren wij naar de definities zoals die zijn opgenomen in de geldende wet- en regelgeving (zoals het Activiteitenbesluit, de Activiteitenregeling, het Besluit omgevingsrecht, het Besluit externe veiligheid inrichtingen, etc.)

Begrip

Definitie

Considerans

BBT

Best Beschikbare techniek genoemd in een BBT document.

BREF

BAT Reference document. Een in Europees verband vastgesteld document waarin de BBT worden beschreven die specifiek zijn voor een bepaalde branche of activiteit.

IPPC

Integrated Pollution Prevention and Control

Bodem

Bodemrisicodocument

Document dat inzicht geeft in het risico van bodemverontreiniging. Hiertoe wordt per bodembedreigende activiteit overeenkomstig de bodemrisicochecklist uit de Nederlandse Richtlijn Bodembescherming bepaald of met de aanwezige of voorgenomen combinatie van voorzieningen en maatregelen sprake is of zal zijn van een verwaarloosbaar bodemrisico.

Geluid

Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT)

Het A-gewogen gemiddelde van de afwisselende niveaus van het ter plaatse, in de loop van een bepaalde periode optredende geluid en zo nodig gecorrigeerd voor de aanwezigheid van impulsachtig geluid, tonaal geluid of muziekgeluid, vastgesteld en beoordeeld

overeenkomstig de 'Handleiding meten en rekenen industrielawaai', uitgave 1999.

Maximaal geluidsniveau (LAmax)

Het hoogste A-gewogen geluidsniveau, afgelezen in de meterstand 'fast', verminderd met de meteocorrectieterm Cm. De meterstand 'fast' komt overeen met een tijdconstante van 125 ms.

Trilling

Mechanische beweging rond een referentiepunt dat in evenwicht is.

Verkeersbeweging

Het aan- of afrijden met een persoon-, bestel- of vrachtwagen.

Bijlage Ligging beoordelingspunten

Naar boven