Provinciaal blad van Fryslân
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Fryslân | Provinciaal blad 2024, 7091 | andere beschikking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Fryslân | Provinciaal blad 2024, 7091 | andere beschikking |
Omgevingsvergunning (milieuneutraal) Hochwald Foods Nederland B.V., Harlingerstraat 65 in Bolsward
Op 19 april 2023 is een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen van Hochwald Foods Nederland B.V., Harlingerstraat 65 in Bolsward. Het betreft het milieuneutraal veranderen van de inrichting. Gevraagd wordt het plaatsen van een tweede calamiteitentank (60 m3) voor het gescheiden opslaan van melk- en reinigingsafvalstromen. De aanvraag is geregistreerd onder zaaknummer 2023-FUMO-0074070.
Wij besluiten, gezien de overwegingen die zijn opgenomen in deze vergunning en gelet op de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de daarop betrekking hebbende uitvoeringsbesluiten en -regelingen, aan Hochwald Foods Nederland B.V. een (omgevings)vergunning:
op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder e, sub 2° (het veranderen of veranderen van de werking van een inrichting) en artikel 2.14, vijfde lid juncto artikel 3.10, derde lid (milieuneutrale wijziging) te verlenen voor het plaatsen en in gebruik nemen van een tweede calamiteitentank (60 m3). Aan de vergunning zijn geen voorschriften verbonden.
Tevens besluiten wij dat de volgende delen van de aanvraag onderdeel uitmaken van deze vergunning:
Namens het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân,
Afdelingshoofd Vergunningverlening en Specialistisch Advies
De bekendmaking van deze beschikking gebeurt door verzending van deze beschikking. De dag na de bekendmaking treedt de beschikking in werking. Binnen zes weken na de bekendmaking kunnen zowel u als belanghebbenden bezwaar maken bij het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân. Het indienen van een bezwaarschrift schorst de werking van de beschikking niet. Als u of belanghebbenden niet willen dat de beschikking in werking treedt tijdens de bezwaarprocedure, kan gelijktijdig of na het indienen van het bezwaarschrift een verzoek om voorlopige voorziening worden ingediend bij de Rechtbank Noord-Nederland.
Constructieve veiligheid. Wat moet u drie tot zes weken vóór de bouw aanleveren?
De definitieve constructieve berekeningen en tekeningen dienen uiterlijk drie weken voor aanvang van de bouwwerkzaamheden ter goedkeuring aan het bevoegd gezag te worden voorgelegd. In de praktijk blijkt de periode van drie weken te kort. Als het bevoegd gezag fouten ziet leidt dit al snel tot vertragingen in de bouw. Wij raden daarom aan om een periode van zes weken aan te houden. Met de werkzaamheden mag pas na goedkeuring worden gestart.
De balkwapening die op blad 5 van de berekening is aangeduid en die buiten de getekende zone 01 ligt, dient alsnog in het tekenwerk opgenomen te worden.
Uiterlijk op de dag van beëindiging van de werkzaamheden, waarop de omgevingsvergunning betrekking heeft, wordt het einde van die werkzaamheden bij het bouwtoezicht gemeld.
De hiervoor bedoelde kennisgevingen moeten schriftelijk worden gericht aan de FUMO, J.W. de Visserwei 10, 9001 ZE Grou of info@fumo.nl.
Op 19 april 2023 is een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) ontvangen. Het betreft een verzoek van Hochwald Foods Nederland B.V.
Er wordt vergunning gevraagd voor de volgende in de Wabo omschreven activiteiten:
Wij zijn bevoegd gezag voor de inrichting. Dit volgt uit artikel 2.4, tweede lid van de Wabo juncto artikel 3.3, eerste lid van het Besluit omgevingsrecht (Bor), op grond van de activiteiten van de inrichting, genoemd in Bijlage I, onderdeel C, categorie 9.3, onder c van het Bor.
Na ontvangst van de aanvraag hebben wij deze getoetst op volledigheid. In verband met het ontbreken van een aantal gegevens hebben wij de aanvrager op 20 maart 2023 in de gelegenheid gesteld om tot 12 mei 2023 de aanvraag aan te vullen. Wij hebben de aanvullende gegevens ontvangen op 17 april 2023. Na ontvangst van de aanvullende gegevens hebben wij de aanvraag opnieuw getoetst op volledigheid. Wij zijn van oordeel dat de aanvraag met de aanvullende gegevens voldoende informatie bevat voor een goede beoordeling van de gevolgen van de activiteit op de fysieke leefomgeving. De aanvraag is dan ook in behandeling genomen. De termijn voor het nemen van het besluit is 28 dagen opgeschort tot de dag waarop de aanvraag is aangevuld.
Deze beschikking is voorbereid met de reguliere voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.2 van de Wabo. Gelet hierop hebben wij overeenkomstig artikel 3.8 van de Wabo en artikel 12 van de Bekendmakingswet de aanvraag digitaal gepubliceerd op internet (www.officielebekendmakingen.nl).
Wij hebben gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de beslistermijn van acht weken te verlengen met zes weken als bedoeld in artikel 3.9, tweede lid van de Wabo. Van deze verlenging is overeenkomstig artikel 12 van de Bekendmakingswet op 24 maart 2023 digitaal kennisgegeven op internet (www.officielebekendmakingen.nl).
In de Wabo en het Bor worden bestuursorganen vanwege hun specifieke deskundigheid of betrokkenheid aangewezen als adviseur. Gelet op het bepaalde in artikel 2.26 Wabo, alsmede de artikelen 6.1 tot en met 6.5 van het Bor, hebben wij de aanvraag ter advies gezonden aan de Gemeente.
Het advies van de gemeente Sûdwest-Fryslân hebben wij per mail op 31 maart 2023 ontvangen en gaat over de onderdelen ‘Bouwen van een bouwwerk’ en ‘Het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan’. Dit wordt behandeld bij de inhoudelijke overwegingen.
Over het onderdeel ‘Milieuneutraal veranderen van de inrichting’ heeft de gemeente geen aanleiding gezien om advies uit te brengen.
In de Wet natuurbescherming (Wnb) is opgenomen dat deze wet aanhaakt bij de Wabo wanneer:
Wanneer het aanhaken van toepassing is, moet het bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning de aanvraag doorsturen naar het bevoegd gezag voor de Wnb (Gedeputeerde Staten van de provincie) met het verzoek een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) af te geven. De aanvrager van de omgevingsvergunning is zelf verantwoordelijk om vooraf na te gaan of een activiteit invloed heeft op Natura 2000-gebieden en/of beschermde flora en fauna.
Het vragen van een vvgb is niet nodig (een omgevingsvergunning natuur is niet van toepassing) wanneer al toestemming op basis van de Wnb is verkregen of gevraagd. Verder is een omgevingsvergunning niet van toepassing wanneer voor het voorgenomen project geen vergunning en ontheffing op grond van de Wnb nodig is.
De gevraagde veranderingen zijn geen project waarvoor op grond van de Wnb een vergunningplicht bestaat. Een omgevingsvergunning natuur en daarmee vragen van een verklaring van geen bedenkingen voor Natura 2000-activiteiten is daarom niet van toepassing.
De aanvraag omgevingsvergunning voor het (ver)bouwen van een bouwwerk (als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a van de Wabo) kan alleen worden verleend als deze voldoet aan artikel 2.10, eerste lid van de Wabo gestelde toetsingscriteria.
Een toetsing aan deze criteria heeft plaatsgevonden.
De gegevens en bescheiden behorende bij de aanvraag omgevingsvergunning zijn getoetst aan de door de gemeenteraad vastgestelde criteria zoals gesteld in de gemeentelijke welstandsnota.
De aanvraag is op beoordeeld door een onafhankelijke welstandscommissie. De commissie is van mening dat de aanvraag voldoet aan redelijke eisen van welstand.
Wij nemen dit advies van de commissie over. De aanvraag voldoet aan redelijke eisen van welstand.
Over de ingediende stukken is op hoofdlijn voldoende aannemelijk gemaakt dat voldaan gaat worden aan de voorschriften van het Bouwbesluit 2012. De uitgewerkte constructieve tekeningen en detail berekeningen ontbreken nog. Definitieve constructieve berekeningen en tekeningen (dienen uiterlijk drie weken voor aanvang van de bouwwerkzaamheden ter goedkeuring aan de FUMO te worden voorgelegd. Met de werkzaamheden mag pas na goedkeuring worden gestart.
Op grond van de overige ingediende stukken bij deze aanvraag is voldoende aannemelijk gemaakt dat wordt voldaan aan de voorschriften van het Bouwbesluit 2012.
De gegevens en bescheiden behorende bij de aanvraag omgevingsvergunning zijn getoetst aan de relevante voorschriften van de gemeentelijke Bouwverordening. Wij zijn van mening dat de aanvraag voldoet aan de voorschriften van de bouwverordening.
Het bouwplan is getoetst aan het geldende bestemmingsplan ‘Bolsward - Kom’. De gronden zijn daarin bestemd voor ‘Bedrijventerrein - 2’. Verder geldt voor de specifieke locatie de dubbelbestemming ‘Geluidszone - wegverkeer’ en zijn de aanduidingen ‘afwijkende bouwhoogte’, ‘zone B’ en ‘zuivelfabriek’ van toepassing.
De dubbelbestemming ‘Geluidszone - wegverkeer’ is bestemd voor het tegengaan van te hoge geluidsbelasting vanwege het wegverkeer op geluidsgevoelige objecten. Daar is hier geen sprake van en heeft de dubbelbestemming hier geen werking.
Op grond van de bestemming ‘Bedrijventerrein - 2’ geldt dat binnen gronden met de aanduiding ‘zone B’ bedrijven in de milieucategorie 1 en 2 aanwezig mogen zijn. Echter er geldt tevens de aanduiding ‘zuivelfabriek’, wat betekent dat milieubelastende activiteiten die bij een zuivelfabriek horen hier zijn toegestaan. Vanuit de bestemmingsomschrijving, het gebruik, is de plaatsing van de calamiteitentank in overeenstemming met het bestemmingsplan.
Op grond van de bouwregels geldt dat de hoogte van overige andere bouwwerken waar een calamiteitentank onder valt, ten hoogste vijf meter zal bedragen. Het bouwplan voorziet in de plaatsing van een calamiteitentank met een bouwhoogte van acht meter. Voor de locatie geldt ook de aanduiding ‘afwijkende bouwhoogte’. Deze aanduiding is alleen van toepassing op de bouw van gebouwen. In geval van een gebouw zou u een bouwhoogte van tien meter mogen aanhouden en ter plaatse van de aanduiding ‘afwijkende bouwhoogte’ tot maximaal 15 meter hoog mogen bouwen. Uw bouwplan is op grond van de gestelde bouwregel in strijd met het bestemmingsplan.
Gelet op het bovenstaande, is het bouwplan in strijd met regels van het geldende bestemmingsplan.
In gevallen waarvoor afwijking van het bestemmingsplan noodzakelijk is, wordt de aanvraag omgevingsvergunning tevens aangemerkt als verzoek tot afwijking van het geldende bestemmingsplan, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wabo. De aanvraag omgevingsvergunning wordt slechts geweigerd indien vergunningverlening met toepassing van artikel 2.12 (afwijking bestemmingsplan) niet mogelijk is.
Zie ook onderdeel: “OVERWEGINGEN RO”.
Vanuit het toetsingskader dat betrekking heeft op ‘bouwen van een bouwwerk’ zijn er ten aanzien van deze activiteit geen redenen om de omgevingsvergunning te weigeren.
Zoals gesteld past de aanvraag niet in het vigerende bestemmingsplan. Om medewerking aan het bouwplan te kunnen verlenen moet er worden afgeweken van het geldende bestemmingsplan. Dit mag op basis van de Wabo met een kleine buitenplanse afwijking. Dit wordt ook wel de kruimelregeling genoemd, omdat het om kleine afwijkingen van het bestemmingsplan gaat die door de wetgever zijn aangewezen. Om een toetsingskader voor dit soort afwijkingen te kunnen maken, hebben wij beleidsregels opgesteld, waaraan wij dit soort kleine afwijkingen toetsen. Deze is door de Gemeente Súdwest-Fryslân opgenomen in het ‘Planologisch afwijkingenbeleid 2022’.
Op grond van de beleidsregel 3 ‘Regels bouwwerk geen gebouw zijnde’ geldt dat per concreet geval een afweging gemaakt moet worden.
Gemeente Súdwest-Fryslân acht in verband met een goede bedrijfsvoering van belang dat de calamiteitentank wordt geplaatst waarbij er dus afgeweken wordt van de toegestane maximale bouwhoogte van vijf meter. Daarbij overweegt de gemeente dat op deze exacte locatie een gebouw mag worden gebouwd tot een hoogte van 15 meter hoogte. Een bouwhoogte van acht meter voor de calamiteitentank is daarentegen fors lager. Daarbij is het vanuit milieu hygiënisch oogpunt van belang dat de zuivelfabriek op deze locatie specifiek is toegestaan.
Op basis van het Planologische Afwijkingenbeleid 2022 kan er medewerking worden verleend meewerken aan de plaatsing van een calamiteitentank met een bouwhoogte van acht meter aan de Harlingerstraat 65 te Bolsward.
De activiteiten van de inrichting zijn genoemd in Bijlage I, onderdeel C van het Bor. De volgende categorieën zijn van toepassing:
Daarnaast is tevens categorie 9.3, onder c (Bijlage I, onderdeel C van het Bor) van toepassing en betreft Hochwald Foods Nederland B.V. een inrichting waartoe een IPPC-installatie behoort zoals genoemd in Bijlage I, categorie 6.4, onder c en categorie 6.7 van de Richtlijn industriële emissies (Rie).
Om die reden is op grond van artikel 2.1, tweede lid van het Bor sprake van een vergunningplichtige inrichting.
Het project waarvoor vergunning wordt gevraagd is als volgt te omschrijven:
Een uitgebreide projectomschrijving is opgenomen in de aanvraag om vergunning.
Voor de inrichting zijn eerder de onderstaande vergunningen verleend dan wel meldingen geaccepteerd:
De hierboven genoemde vergunningen waar een * bij staat, zijn volgens de Invoeringswet Wabo gelijkgesteld aan een omgevingsvergunning voor onbepaalde tijd.
De milieuvoorschriften van de onderliggende omgevingsvergunning zijn van overeenkomstige toepassing op de aangevraagde verandering, tenzij de aard van de vergunning en/of de aard van de verandering zich daartegen verzetten.
In het Activiteitenbesluit milieubeheer (hierna: Activiteitenbesluit) zijn voor een groot aantal activiteiten die binnen inrichtingen plaats kunnen vinden, rechtstreeks werkende, algemene regels opgenomen.
De inrichting waarvoor vergunning is aangevraagd, is aangemerkt als een inrichting waarvoor vergunningplicht (inrichting type C) geldt.
De nu aangevraagde verandering betreft een activiteit die valt onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit.
De verandering dient te voldoen aan de volgende paragrafen uit het Activiteitenbesluit en de daarbij behorende Activiteitenregeling:
Voor het overige is per hoofdstuk of afdeling aangegeven of deze op een inrichting type C van toepassing is. Dit betekent dat ook hoofdstuk 1, afdeling 2.1 tot en met 2.4, 2.10 en 2.11 van hoofdstuk 2 en de overgangsbepalingen uit hoofdstuk 6 van het Activiteitenbesluit van toepassing kunnen zijn. Van belang voor deze vergunning is, of de inrichting ook voor de activiteiten die onder het Activiteitenbesluit vallen voldoet aan de best beschikbare technieken. Voor de overwegingen per milieuthema wordt verwezen naar de desbetreffende paragraaf.
Gelet op artikel 1.10 van het Activiteitenbesluit dient voor deze activiteiten een melding te worden ingediend. De informatie uit de aanvraag beschouwen wij als deze melding.
Naar verwachting wijzigt op 1 juli 2023 het Activiteitenbesluit wat betreft de energiebesparingsplicht. Zo gaat de plicht tot energiebesparing in het Activiteitenbesluit in afdeling 2.6, 'verduurzaming van het energiegebruik' heten. Daarbij gaat deze afdeling ook gelden voor vergunningplichtige inrichtingen (type C). Door wijziging van het Bor zijn bedrijven die meedoen met CO2-emissiehandel (ETS-bedrijven) en glastuinbedrijven niet meer uitgezonderd van de energiebesparingsverplichtingen.
Naast energiebesparende maatregelen, worden ook maatregelen voor de productie van hernieuwbare energie en maatregelen voor het vervangen van een energiedrager verplicht, mits de maatregelen CO₂ reduceren en een terugverdientijd van vijf jaar of minder hebben.
Het Activiteitenbesluit verplicht bedrijven en instellingen om alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder uit te voeren. Dit is de energiebesparingsplicht. Deze geldt voor bedrijven en instellingen (Wet milieubeheer-inrichtingen) die per jaar vanaf 50.000 kWh of 25.000 m3 aardgas of een equivalent daarvan gebruiken.
Totdat de Omgevingswet wordt ingevoerd, geldt de energiebesparingsplicht uit het Activiteitenbesluit. De energiebesparingsplicht valt vanaf 1 juli 2023 uiteen in een nieuwe informatieplicht, energieverduurzamingsplicht en een onderzoeksplicht.
Voor inrichtingen type C met een verbruik dat hoger ligt dan 10 miljoen kWh of een aardgasverbruik van 170.000 m3, zoals Hochwald Foods B.V., wordt een onderzoeksplicht ingevoerd (Hochwald Foods B.V. heeft een aardgasverbruik van meer dan 170.000 m3). Deze bestaat uit een uitgebreid energiebesparingsonderzoek, waarbij in het bijzonder aandacht is voor processen die energie verbruiken. Daarnaast zijn ook een isolatiescan van het leidingwerk en tankinstallaties en een elektromotorenscan verplicht. Een dergelijk rapport moet bij RVO worden ingediend.
Naast de onderzoeksplicht gaat voor deze categorie bedrijven voor het gebouwdeel ook een informatieplicht gelden.
Als per 1 januari 2024 de Omgevingswet in werking treedt, zal de energiebesparingsplicht worden opgesplitst in de activiteit en het gebouw. Dit wordt geregeld in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).
In het Activiteitenbesluit is de energiebesparingsplicht geregeld in één algemene maatregel van bestuur.
Op dit moment is het nog niet duidelijk of er overgangsrecht zal gelden voor de bestaande vergunningen. Dat wordt op dit moment nog onderzocht op het ministerie van EZK.
De aanvraag heeft betrekking op een milieuneutrale verandering van de inrichting of van de werking van de inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, sub 2° van de Wabo. De Wabo bepaalt in artikel 2.14, vijfde lid dat in afwijking van het eerste tot en met vierde lid de vergunning wordt verleend, wanneer wordt voldaan aan artikel 3.10, derde lid van de Wabo. Dat betekent dat een vergunning wordt verleend met de reguliere procedure, wanneer er sprake is van een verandering van de inrichting of van de werking van de inrichting die niet leidt:
De aanvraag is getoetst aan deze criteria en wij komen tot de volgende afweging.
Naar aanleiding van de ingediende aanvraag en de daarbij overgelegde gegevens concluderen wij dat de aangevraagde verandering aan bovenstaande voorwaarden voldoet, om de volgende redenen:
Hochwald wil binnen de inrichting een tweede calamiteitentank plaatsen. In deze tank zullen, net als de reeds geplaatste calamiteitentank (vergund op 8 mei 2012, kenmerk 1003872), reststromen met afvalwater opgeslagen worden. Aangegeven is dat het proces hetzelfde blijft. Enkel de opslagcapaciteit van de reststroom en met afvalwater wordt vergroot.
Het bedrijfsafvalwater wordt stootsgewijs geloosd op de gemeentelijke riolering. Het in de calamiteitentank gebufferde afvalwater wordt gedoseerd geloosd op de vuilwaterriolering. Door het realiseren van een tweede calamiteitentank worden de risico's van de lozingen op het riool verkleind.
Door het plaatsen van de tweede calamiteitentank kunnen ook twee soorten reststromen apart worden opgeslagen:
Naar aanleiding van de ingediende aanvraag en de daarbij overgelegde gegevens concluderen wij dat het plaatsen van een extra calamiteitentank zorgt dat er minder afvalwaterlozingen plaatsvinden. De werking van het rioolstelsel en de zuivering wordt beter geborgd.
Voor het aspect bodem(bescherming) valt de inrichting en daarmee dus ook de tweede calamiteitentank volledig onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit. Op grond van het Activiteitenbesluit moeten alle bedrijfsactiviteiten worden verricht met voorzieningen en maatregelen die leiden tot een verwaarloosbaar bodemrisico. De calamiteitentank zal naast de op 8 mei 2012 vergunde calamiteitentank worden geplaatst.
Voor de overige milieuaspecten, zoals energie, afvalstoffen, geluid, lucht, geur en externe veiligheid, zal er geen toename zijn van de milieubelasting.
De verandering leidt niet tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu. Ook is er geen reden om milieuvoorschriften aan deze milieuneutrale verandering te verbinden, aangezien aan de voorschriften in de onderliggende vergunningen moet en kan worden voldaan.
Op basis van de in de aanvraag opgenomen beschrijving van de verandering is het aannemelijk, dat de verandering niet leidt tot een andere inrichting dan waarvoor eerder een vergunning is verleend.
Er hoeft bij deze aanvraag geen milieueffectrapport (MER) te worden ingediend. De reden hiervoor is dat de in de aanvraag beschreven voorgenomen verandering niet is vermeld in de eerste kolom van onderdeel C en/of onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage.
Vanuit het toetsingskader dat betrekking heeft op het milieuneutraal veranderen van de inrichting wordt de gevraagde vergunning verleend. Er zijn geen redenen om de omgevingsvergunning te weigeren.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2024-7091.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.