Omgevingsvergunning en melding Activiteitenbesluit voor het intrekken van de vergunning voor het terreindeel van de afvalwaterzuivering, bij de elektriciteitscentrale aan de Koumarwei 2 in Burgum

  • I.

    Onderwerp

Op 16 juni 2023 is een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen van ENGIE Energie Nederland N.V. Het betreft het intrekken van de omgevingsvergunning voor het terreindeel van de afvalwaterzuivering van de inrichting van de elektriciteitscentrale in Burgum, plaatselijk bekend Koumarwei 2 te Burgum. Het terrein van de inrichting wordt verkleind en de afvalwaterzuiveringsinstallatie wordt verwijderd. De aanvraag is geregistreerd onder OLO-nummer 7793517.

  • II.

    Besluit

Wij besluiten, gelet op de overwegingen die zijn opgenomen in deze beschikking en gelet op artikel 2.33, tweede lid, onder b, en artikel 2.33, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), om de revisievergunning van 26 januari 1999 gedeeltelijk in te trekken. Het intrekken heeft betrekking op (het terreindeel van) de afvalwaterzuivering.

En tevens besluiten wij dat de volgende delen van de aanvraag onderdeel uitmaken van deze vergunning:

  • Aanvraagformulier OLO-nummer 7793517, ingediend op 16 juni 2023;

  • Bijlage Projecttoelichting ‘Aanvraag intrekken terreindeel WABO Centrale Bergum’, versie 0.1, van 13 april 2023;

  • Bijlage 1 Situatietekening, getekend door Liander, van 20 oktober 2022;

  • Bijlage 2’Verkennend bodemonderzoek, Uitbreiding trafostation Bergum’, uitgevoerd door Sweco, referentienummer NL 22-648800269-22812, van 17 mei 2023;

  • Bijlage 3 ‘Akoestisch onderzoek intrekking oude waterzuivering Centrale Burgum’, DGMR Industrie, Verkeer en Milieu B.V., kenmerk M.2022.0894.01.R001, versie 001, van 12 juni 2023;

  • Bijlage 4 Inrichtingstekening ‘Situatie terrein’, nummer A1_5_8098, van 17 januari 2023, ingediend op 24 juli 2023.

Het verzoek om gedeeltelijk intrekken van de onderliggende vergunning, wordt tevens beschouwd als een melding op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer (Activiteitenbesluit). De melding voldoet aan de indieningvereisten van het Activiteitenbesluit. De inrichting waarvoor de melding is ingediend, is een type C-inrichting op basis van het Activiteitenbesluit. De bedrijfsvoering moet voldoen aan de van toepassing zijnde voorschriften van het Activiteitenbesluit.

Namens het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân,

Hoogachtend,

S.G.C. Boender Afdelingshoofd Vergunningverlening en Specialistisch Advies

Bijlagen: Vergunning met voorschriften

Publicatie

Kopie

College van Burgemeester en Wethouders

van de gemeente Tytsjerksteradiel

Postbus 3

9250 AA Burgum

Brandweer Fryslân

Postbus 612

8901 BK LEEUWARDEN

Rechtsbeschermingsmiddelen

Bekendmaking, inwerkingtreding en rechtsbeschermingsmiddelen (definitieve) beschikking

Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager. Daarnaast wordt kennisgeven door publicatie in de Leeuwarder Courant, het Friesch Dagblad en in het Provinciaal blad van Fryslân via www.officielebekendmakingen.nl. De dag nadat de beroepstermijn is verstreken, treedt de beschikking in werking.

De aanvraag en de beschikking met de daarbij behorende stukken worden op grond van de Algemene wet bestuursrecht met ingang vanaf de in de kennisgeving vermelde dag waarop de beschikking ter inzage is gelegd. Inzage is mogelijk bij de gemeente Achtkarspelen, de provincie Fryslân en de FUMO.

Een dag nadat de beschikking ter inzage is gelegd, start de termijn van zes weken voor het indienen van een beroepschrift. In die periode kunnen zowel u als belanghebbenden beroep aantekenen tegen deze beschikking. Ook niet-belanghebbenden kunnen beroep aantekenen indien zij een zienswijze hebben ingediend.

Het beroepschrift moet in tweevoud ingediend worden bij Rechtbank Noord-Nederland, Postbus 781, 9700 AT Groningen.

OVERWEGINGEN

  • 1.

    Procedurele aspecten

  • 1.1.

    Gegevens aanvrager

Op 16 juni 2023 is een aanvraag ontvangen voor het gedeeltelijk intrekken van de omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het betreft een verzoek van ENGIE Energie Nederland N.V. (hierna ENGIE).

  • 1.2.

    Projectbeschrijving

Het project waarvoor vergunning wordt gevraagd is als volgt te omschrijven: een deel van het terrein wordt verkocht aan een derde. Het gaat om het terreindeel van de huidige afvalwaterbehandelingsinstallatie. De afvalwaterbehandelingsinstallatie wordt verwijderd. Deze wordt vervangen door een Individuele Behandeling van Afvalwater (IBA) elders op het terrein. Voor de IBA is eerder een melding Activiteitenbesluit milieubeheer (Activiteitenbesluit) ingediend, de IBA is akoestisch niet relevant. De IBA maakt geen onderdeel uit van deze vergunning.

Deze vergunning heeft alleen betrekking op het terreindeel van de huidige afvalwaterbehandelingsinstallatie. Dit terreindeel en de installatie zelf, wordt ingetrokken. Het gaat om het intrekken van een deel van het kadastrale perceel gemeente Bergum, sectie I, nummer 3599. Het betrokken deel van dit kadastrale perceel maakt deel uit van de inrichting. Met het intrekken van dit deel, maakt dit (gehele) kadastrale perceel geen onderdeel meer uit van de inrichting.

  • 1.3.

    Huidige vergunningsituatie

Voor de inrichting zijn eerder de onderstaande vergunningen en/of ontheffingen verleend dan wel meldingen geaccepteerd:

Soort

Datum

Kenmerk

Onderwerp

Revisievergunning*

29 april 1999

MO/98-71381 B2

Revisievergunning

Melding artikel 8.19 Wet milieubeheer*

21 juni 2004

563835

Toepassing artikel 8.19 Wet milieubeheer

Ambtshalve aanpassing milieuvergunning*

6 juni 2007

00698507

Ambtshalve wijziging milieuvergunning

Veranderingsvergunning*

13 augustus 2009

00844404

Beschikking Wet milieubeheer Centrale Bergum, Koumarwei 2 te Burgum

Veranderingsvergunning (milieuneutraal)

21 juli 2014

2014-FUMO-0001754

Veranderingsvergunning voor het plaatsen van een CV-ketel

Melding Activiteitenbesluit

21 juli 2014

2014-FUMO-0001745

Melding Activiteitenbesluit voor het plaatsen van twee CV-ketels.

Veranderingsvergunning (milieuneutraal)

11 november 2014

2014-FUMO-0002355

Veranderingsvergunning voor het plaatsen van zonnepanelen.

Melding Activiteitenbesluit

30 januari 2018

2018-FUM0-0026384

Plaatsen pelletkachel

Melding Activiteitenbesluit

13 juni 2023

2023-FUMO-0077232

Plaatsen IBA

Veranderingsvergunning

13 december 2023

2023-FUMO-0074236

Plaatsen EOS-park

De hierboven genoemde vergunningen waar een * bij staat, zijn volgens de Invoeringswet Wabo gelijkgesteld aan een omgevingsvergunning voor onbepaalde tijd.

  • 1.4.

    Vergunningplicht

De activiteiten van de inrichting zijn genoemd in Bijlage I, onderdeel C van het Besluit omgevingsrecht (Bor). De volgende categorieën zijn van toepassing:

Categorie

Omschrijving

1.1.a

Inrichtingen waar één of meer elektromotoren aanwezig zijn met een vermogen of een gezamenlijk vermogen groter dan 1,5 kW, met dien verstande, dat bij de berekening van het gezamenlijk vermogen een elektromotor met een vermogen van 0,25 kW of minder buiten beschouwing blijft.

1.1.b

Inrichtingen waar een of meer verbrandingsmotoren aanwezig zijn met een vermogen of een gezamenlijk vermogen groter dan 1,5 kW, met dien verstande, dat bij de berekening van het gezamenlijk vermogen een verbrandingsmotor met een vermogen van 0,25 kW of minder buiten beschouwing blijft.

1.3.b

Gedeputeerde Staten zijn bevoegd te beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning ten aanzien van inrichtingen, behorende tot deze categorie, voor zover het betreft inrichtingen voor het verstoken van brandstoffen met een thermisch vermogen van 50 MW of meer;

1.4.c

Als categorieën vergunningplichtige inrichtingen als bedoeld in artikel 2.1, tweede lid, worden inrichtingen aangewezen waar een of meer elektromotoren of verbrandingsmotoren aanwezig zijn met een totaal geïnstalleerd motorisch vermogen van 15 MW.

4.1.b

Inrichtingen voor het vervaardigen, bewerken, verwerken, opslaan of overslaan van producten, waarin stoffen of preparaten, als bedoeld onder a, zijn verwerkt. (Onder a: stoffen en preparaten die zijn ingedeeld krachtens het Besluit verpakking en aanduiding milieugevaarlijke stoffen en preparaten in een categorie als bedoeld in artikel 9.2.3.1, tweede lid, van de Wet milieubeheer).

Op grond van categorie 1.4, onder c, van bijlage I, onderdeel C, van het Bor, is sprake van een vergunningplichtige activiteit.

Het betreft een inrichting waartoe een IPPC-installatie behoort genoemd in Bijlage I, categorie 1.1 (het stoken in installaties met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van 50 MW of meer) van de Richtlijn industriële emissies (Rie). Om die reden is op grond van artikel 2.1, tweede lid van het Bor ook sprake van een vergunningplichtige inrichting.

  • 1.5.

    Bevoegd gezag

Wij zijn bevoegd gezag voor de inrichting. Dit volgt uit artikel 2.4, tweede lid van de Wabo juncto artikel 3.3, eerste lid van het Bor, op grond van de activiteiten van de inrichting, genoemd in Bijlage I onderdeel C categorie 1.3, onder b, van het Bor.

  • 1.6.

    Beoordeling van de aanvraag

Na ontvangst van de aanvraag hebben wij deze getoetst op volledigheid. Wij zijn van oordeel dat de aanvraag voldoende informatie bevat voor een goede beoordeling van de gevolgen van de activiteit op de fysieke leefomgeving. De aanvraag is dan ook in behandeling genomen.

 

  • 1.7.

    Procedure

Deze vergunning is voorbereid met de uitgebreide voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.3 van de Wabo. Gelet hierop zijn wij niet verplicht om van de aanvraag kennis te geven in het daarvoor bestemde publicatieblad, tenzij bij de voorbereiding van de beslissing op de aanvraag een milieueffectrapport (MER) moet worden gemaakt. Nu deze uitzonderingsgrond zich niet voordoet hebben wij niet kennisgegeven van de aanvraag in het daarvoor bestemde publicatieblad.

  • 1.8.

    Wet natuurbescherming

In de Wet natuurbescherming (Wnb) is opgenomen dat het verboden is zonder vergunning van gedeputeerde staten een project te realiseren dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied (artikel 2.7, tweede lid van de Wnb) en/of zonder ontheffing beschermde dieren en/of planten opzettelijk te doden, vangen, verstoren, vernielen, beschadigen etc. (zie de artikelen 3.1, 3.5 of 3.10, eerste lid van de Wnb).

In artikel 2.2aa van het Bor is opgenomen dat een omgevingsvergunning voor het aspect natuur verkregen moet worden wanneer men:

  • 1.

    een project wil realiseren als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb (handelingen met gevolgen voor beschermde natuurgebieden), en/of;

  • 2.

    een handeling wil verrichten als bedoeld in de artikelen 3.1, 3.5 of 3.10, eerste lid van de Wnb (handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten).

Een omgevingsvergunning natuur is niet van toepassing wanneer al toestemming op basis van de Wnb is verkregen of gevraagd. Verder is een omgevingsvergunning natuur niet van toepassing wanneer voor het voorgenomen project geen vergunning en ontheffing op grond van de Wnb nodig is.

In dit geval verandert de emissie naar de lucht niet door het vervallen van de afvalwaterbehandelingsinstallatie of het intrekken van het terreindeel. Hierdoor is er geen vergunning of ontheffing op grond van de Wnb nodig.

  • 1.9.

    Zienswijzen op de ontwerpvergunning

Van het ontwerp van de vergunning hebben wij kennisgegeven in de Leeuwarder Courant en het Friesch Dagblad van 12 augustus 2023. Daarnaast is de kennisgeving met de ontwerpvergunning en de aanvraagdocumenten digitaal gepubliceerd op internet op: www.officielebekendmakingen.nl.

Vanaf 14 augustus tot en met 25 september 2023 heeft het ontwerp ter inzage gelegen en is eenieder in de gelegenheid gesteld om zienswijzen naar voren te brengen. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De vergunning is ongewijzigd ten opzichte van de ontwerpvergunning.

  • 2.

    M.e.r-beoordelingsbesluit

Het intrekken van het terreindeel en de huidige afvalwaterbehandelingsinstallatie worden niet genoemd in Onderdelen C en D van de bijlage uit het Besluit milieueffectrapportage. In de provinciale milieuverordening (‘Verordening van Provinciale staten van de provincie Fryslân houdende regels omtrent de provinciale milieuverordening’) zijn geen aanvullende activiteiten opgenomen waarvoor de m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Voor de voorgenomen veranderingen geldt geen m.e.r.-plicht of m.e.r. beoordelingsplicht.

  • 3.

    Toetsingskader Milieu

  • 3.1.

    Toetsingskader

Overeenkomstig artikel 2.33, tweede lid, onder b, van de Wabo kan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning intrekken als de vergunninghouder hierom verzoekt. In artikel 2.33, derde lid, van de Wabo is bepaald dat een omgevingsvergunning op verzoek van de vergunninghouder voor de activiteit milieu alleen geheel of gedeeltelijk mag worden ingetrokken indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet. De Wabo bevat in artikel 2.14 het milieuhygiënische toetsingskader daarvoor.

Bij onze beslissing op de aanvraag hebben wij conform artikel 2.14, eerste lid, onder a, b en c van de Wabo:

  • de bestaande toestand van het milieu betrokken;

  • met het milieubeleidsplan rekening gehouden;

  • de best beschikbare technieken in acht genomen.

In de onderstaande hoofdstukken lichten wij dit nader toe. Wij beperken ons tot die onderdelen van het toetsingskader die ook daadwerkelijk op onze beslissing van invloed (kunnen) zijn.

De aangevraagde wijzigingen hebben geen gevolgen voor de aspecten waterbesparing, afvalpreventie, verkeer en vervoer, energie, externe veiligheid, lucht, geur en bedrijfsafvalwater. Het huishoudelijk afvalwater wordt middels de al gemelde IBA behandeld. De huidige afvalwaterbehandelingsinstallatie wordt pas buiten gebruik gesteld als de IBA in werking is.

  • 3.2.

    Activiteitenbesluit 

In het Activiteitenbesluit zijn voor een groot aantal activiteiten, die binnen inrichtingen plaats kunnen vinden, rechtstreeks werkende, algemene regels opgenomen.

De inrichting waarvoor vergunning is aangevraagd, is aangemerkt als een inrichting waarvoor vergunningplicht (type C inrichting) geldt. De wijziging heeft ook betrekking op het intrekken van de afvalwaterbehandelingsinstallatie. Deze activiteit valt onder paragraaf 3.1.4 van het Activiteitenbesluit (het Behandelen van huishoudelijk afvalwater op locatie’).

Gelet op artikel 1.10 van het Activiteitenbesluit moet de verandering van de inrichting worden gemeld. Wij beschouwen het verzoek om intrekking van een deel van de inrichting daarom als een melding in het kader van het Activiteitenbesluit.

  • 4

    Bodem

Voor wat betreft het aspect bodembescherming valt de inrichting volledig onder het Activiteitenbesluit. In het kader van deze vergunning hoeft daarom geen nadere beoordeling plaats te vinden. Op grond van het Activiteitenbesluit moeten alle bedrijfsactiviteiten worden verricht met voorzieningen en maatregelen die leiden tot een verwaarloosbaar bodemrisico. Ook de vereiste bodemonderzoeken zijn geregeld in het Activiteitenbesluit.

Het Activiteitenbesluit schrijft in artikel 2.11, lid 3, voor dat binnen zes maanden na het beëindigen van een bodembedreigende activiteit een bodemonderzoek moet zijn uitgevoerd op de betreffende locatie.

Ter hoogte van de locatie van de afvalwaterbehandelingsinstallatie is een bodemonderzoek uitgevoerd door Sweco, ’Verkennend bodemonderzoek, Uitbreiding trafostation Bergum’, referentienummer NL 22-648800269-22812, van 17 mei 2023.

Met dit onderzoek is de eindsituatie voor de bodem op deze locatie voldoende vastgelegd. De resultaten uit het onderzoek geven geen aanleiding voor het uitvoeren van aanvullend bodemonderzoek.

Het bodemonderzoek hebben wij gekoppeld aan dit besluit.

  • 5.

    Geluid

  • 5.1.

    Algemeen

De bedrijfsactiviteiten hebben tot gevolg dat geluid wordt geproduceerd. Deze geluidsemissie wordt vooral veroorzaakt door de elektriciteitscentrale zelf en alle daarbij horende installaties en het EOS-park. De veroorzaakte geluidsbelasting in de omgeving en de perioden waarin deze optreedt, is in kaart gebracht in een akoestisch rapport van DGMR Industrie, Verkeer en Milieu B.V., kenmerk M.2022.0894.01.R001, versie 001, van 12 juni 2023. Hierin zijn de geluidsbronnen van de huidige afvalwaterbehandelingsinstallatie uit het rekenmodel gehaald. Deze installatie wordt vervangen door een IBA. De IBA is akoestisch niet relevant.

Het geluid wordt beoordeeld op basis van de representatieve bedrijfssituatie (de geluidsemissie die de inrichting onder normale bedrijfsomstandigheden veroorzaakt). Beoordeeld worden de geluidsniveaus, te weten het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau, de maximale geluidsniveaus en de indirecte hinder als gevolg van het in werking zijn van de inrichting.

  • 5.2.

    Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau 

Het bovengenoemde akoestisch onderzoek is vergeleken met het bij de aanvraag voor de veranderingsvergunning van de energieopslagsystemen (ons kenmerk 2023-FUMO-0074236) ingediende akoestisch onderzoek van 20 maart 2023. De langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus zoals berekend in het akoestisch onderzoek bij het verzoek om intrekking, blijven gelijk aan de onderzoeksresultaten zoals deze volgen uit het onderzoek van 20 maart 2023. De veranderingsvergunning voor de energieopslagsystemen zal verleend worden voorafgaand aan de verlening van onderhavige vergunning. Dit betekent dat de voorschriften met betrekking tot geluid niet aangepast hoeven te worden.

  • 5.3.

    Maximaal geluidsniveau (LAmax)

Volgens de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening moet gestreefd worden naar het voorkomen van maximale geluidsniveaus die meer dan 10 dB boven het door de inrichting veroorzaakte equivalente niveau uitkomen.

De onderzochte maximale geluidsniveaus uit het in de vorige paragraaf genoemde onderzoek van 20 maart 2023, worden niet veroorzaakt door de huidige pomp van de afvalwaterbehandelingsinstallatie. De nieuwe pomp heeft een aanzienlijk lagere geluidsemissie. Dit maakt dat de maximale geluidsniveaus niet toenemen ten opzichte van de vergunde situatie.

  • 6.

    Conclusie

De vergunning van 29 april 1999, kenmerk MO/98-71381 B2, kan worden ingetrokken voor wat betreft het terreindeel van de afvalwaterbehandelingsinstallatie en deze installatie zelf.

Begrippenlijst

Voor de begrippen die niet in deze lijst zijn opgenomen refereren wij naar de definities zoals die zijn opgenomen in de geldende wet- en regelgeving (zoals het Activiteitenbesluit, de Activiteitenregeling, het Besluit omgevingsrecht, het Besluit externe veiligheid inrichtingen, etc.)

Begrip

Definitie

Geluid

Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT)

Het A-gewogen gemiddelde van de afwisselende niveaus van het ter plaatse, in de loop van een bepaalde periode optredende geluid en zo nodig gecorrigeerd voor de aanwezigheid van impulsachtig geluid, tonaal geluid of muziekgeluid, vastgesteld en beoordeeld overeenkomstig de 'Handleiding meten en rekenen industrielawaai', uitgave 1999.

Maximaal geluidsniveau (LAmax)

Het hoogste A-gewogen geluidsniveau, afgelezen in de meterstand 'fast', verminderd met de meteocorrectieterm Cm. De meterstand 'fast' komt overeen met een tijdconstante van 125 ms.

 

Naar boven