Samenwerkingsovereenkomst Regio Deal Zuid- en Oost-Drenthe II

Partijen

 

 

  • I.

    De provincie Drenthe, dan wel voor zover het bestuursbevoegdheden betreffen, het college van Gedeputeerde Staten van Drenthe, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door Willemien Meeuwissen, gedeputeerde provincie Drenthe, handelend ter uitvoering van een besluit van Gedeputeerde Staten van 12 december 2023; hierna te noemen: provincie Drenthe

  • II.

    De provincie Overijssel, dan wel voor zover het bestuursbevoegdheden betreffen, het college van Gedeputeerde Staten van Overijssel, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door Erwin Hoogland, gedeputeerde provincie Overijssel, handelend ter uitvoering van een besluit van Gedeputeerde Staten van 12 december 2023; hierna te noemen: provincie Overijssel

 

De partijen hiervoor genoemd I en II samen te noemen: de Provincies.

 

  • III.

    De gemeente Borger-Odoorn, dan wel voor zover het bestuursbevoegdheden betreffen, het college van Burgemeester en Wethouders, rechtsgeldig vertegenwoordigd door Jeroen Hartsuiker, wethouder gemeente Borger-Odoorn, handelend ter uitvoering van het besluit van het college van Burgemeester en Wethouders van 12 december 2023, hierna te noemen; gemeente Borger-Odoorn

  • IV.

    De gemeente Coevorden, dan wel voor zover het bestuursbevoegdheden betreffen, het college van Burgemeester en Wethouders, rechtsgeldig vertegenwoordigd door Renze Bergsma, burgemeester gemeente Coevorden, handelend ter uitvoering van het besluit van het college van Burgemeester en Wethouders van 12 december 2023, hierna te noemen; gemeente Coevorden

  • V.

    De gemeente Emmen, dan wel voor zover het bestuursbevoegdheden betreffen, het college van Burgemeester en Wethouders, rechtsgeldig vertegenwoordigd door Raymond Wanders, wethouder gemeente Emmen, handelend ter uitvoering van het besluit van het college van Burgemeester en Wethouders van 12 december 2023, hierna te noemen; gemeente Emmen

  • VI.

    De gemeente Hardenberg, dan wel voor zover het bestuursbevoegdheden betreffen, het college van Burgemeester en Wethouders, rechtsgeldig vertegenwoordigd door Alwin te Rietstap, wethouder gemeente Hardenberg, handelend ter uitvoering van het besluit van het college van Burgemeester en Wethouders van 12 december 2023, hierna te noemen; gemeente Hardenberg

  • VII.

    De gemeente Hoogeveen, dan wel voor zover het bestuursbevoegdheden betreffen, het college van Burgemeester en Wethouders, rechtsgeldig vertegenwoordigd door Karel Loohuis, burgemeester gemeente Hoogeveen, handelend ter uitvoering van het besluit van het college van Burgemeester en Wethouders van 12 december 2023, hierna te noemen; gemeente Hoogeveen

 

De partijen hiervoor genoemd III tot en met VII samen te noemen: de Gemeenten.

 

overwegingen:

 

  • -

    het Rijk heeft met de Provincies en de Gemeenten ten behoeve van de Regio Zuid- en Oost Drenthe een convenant Regiodeal II gesloten;

  • -

    uit het convenant Regio Deal Zuid- en Oost-Drenthe volgt dat het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) bereid is een bijdrage uit de Regio Envelop beschikbaar te stellen als impuls voor het realiseren van de ambities van het convenant van de Regio Zuid Oost Drenthe;

  • -

    de bijdrage van maximaal € 30 miljoen (inclusief btw) wordt in de periode 2023-2027 beschikbaar gesteld in de vorm van een specifieke uitkering (SPUK) aan de provincie Drenthe in de hoedanigheid van penvoerder van deze Regio Deal;

  • -

    een noodzakelijke randvoorwaarde voor de Rijksbijdrage uit de Regio Envelop voor Regio Zuid Oost Drenthe is cofinanciering door de Provincies en de Gemeenten, alsmede een bijdrage van private partijen van gezamenlijk € 30 miljoen (inclusief btw);

  • -

    de samenwerking van partijen binnen de Regio Deal en deze samenwerkingsovereenkomst is gebaseerd op gelijkwaardigheid;

  • -

    de nadere (rand) voorwaarden en afspraken over de wijze van samenwerking zijn opgenomen in deze samenwerkingsovereenkomst, die behoort bij de Regio Deal Zuid- en Oost-Drenthe;

  • -

    de nadere (rand) voorwaarden en afspraken over de inzet van middelen uit de Regio Envelop en afspraken over de monitoring en voortgangsrapportages zijn opgenomen in de Regio Deal Zuid-Oost Drenthe en de Regeling specifieke uitkering Regio Deals vierde tranche.

 

komen het volgende overeen:

 

Artikel 1 Begrippen

 

In de Overeenkomst gelden de volgende begripsbepalingen:

  • 1.

    Budget: het totaal aan bijdragen van het Rijk en de Regio zoals vastgelegd in artikel 5 van de Regio Deal.

  • 2.

    Overeenkomst: deze overeenkomst.

  • 3.

    Programmaplan: door partijen vastgesteld plan, dat de basis vormt voor de uitvoering van de Regio Deal en waarin op hoofdlijnen de aanpak, het beoogde resultaat en de organisatie worden beschreven en welke als bijlage bij deze overeenkomst is opgenomen.

  • 4.

    Regio Deal: de Regio Deal Zuid- en Oost-Drenthe die op 1 november 2023 is gesloten tussen het Rijk en de Regio.

  • 5.

    Regio Kassier: penvoerder/kassier voor de Regio Deal.

  • 6.

    Rijk: de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), de minister van Economische Zaken en Klimaat, de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de minister van Infrastructuur en Waterstaat, ieder handelend in hun hoedanigheid van bestuursorgaan.

  • 7.

    SPUK: specifieke uitkering op grond artikel 15a van de Financiële-verhoudingswet en de Regeling specifieke uitkering Regio Deals vierde tranche van 9 mei 2023.

  • 8.

    Stuurgroep: het bestuurlijk overlegorgaan, zoals omschreven in artikel 6 van de Overeenkomst.

Artikel 2 Doel van de Overeenkomst

 

Partijen beogen met de Overeenkomst de uitgangspunten en randvoorwaarden voor de Samenwerking in het kader van de Regio Deal vast te leggen en inhoudelijke en procedurele afspraken te maken over:

  • a.

    de wijze van samenwerken ter uitvoering van de Regio Deal, waaronder de verdeling van taken, bevoegdheden, kosten en risico’s tussen de Provincies en de Gemeenten;

  • b.

    de voor de uitvoering van de Regiodeal beschikbare financiële middelen, met name de provinciale en gemeentelijke cofinanciering;

  • c.

    deze overeenkomst regelt niet de randvoorwaarden voor en de verantwoording over de inzet van de middelen die het Rijk beschikbaar heeft gesteld voor de Regio Deal. Deze afspraken zijn vastgelegd in de Regio Deal en de Regeling specifieke uitkering Regio Deals vierde tranche.

Toelichting:

Met dit artikel wordt tot uitdrukking gebracht dat deze overeenkomst de samenwerking tussen de Provincies en De Gemeenten regelt. De samenwerkingsafspraken die daarnaast ook betrekking hebben op de bevoegdheden van het Rijk zijn vastgelegd in de Regio Deal.

 

Artikel 3 Algemene verplichtingen Partijen

 

  • 1.

    Partijen spreken af om binnen de relevante Europese en nationale wettelijke kaders uitvoering te geven aan de Regio Deal en gaan daarbij uit van de afspraken zoals gemaakt in de Regio Deal, in het bijzonder de uitgangspunten opgenomen in de overwegingen van die Regio Deal.

  • 2.

    Partijen spreken af de Regiodeal in onderling vertrouwen en integer, doelmatig, doeltreffend, rechtmatig, transparant en solidair uit te voeren.

  • 3.

    Partijen bewaken daarbij zowel de samenhang bij de uitvoering van de Regio Deal zelf, alsook de samenhang met flankerende programma's, projecten en initiatieven. Waar mogelijk vindt integratie van projecten en initiatieven plaats. Partijen onderschrijven dat de integrale afweging van belangen daarbij wordt gewaarborgd.

  • 4.

    Partijen stellen voldoende ambtelijke capaciteit beschikbaar voor de uitvoering van de Regio Deal, door partijen nader in te vullen.

  • 5.

    Partijen zorgen voor een adequate informatievoorziening richting Provinciale Staten en Gemeenteraden.

  • 6.

    Partijen informeren elkaar doorlopend, gevraagd, ongevraagd, volledig en tijdig over alle ontwikkelingen ter zake van de Regio Deal.

  • 7.

    Partijen spannen zich maximaal in om al hetgeen te doen respectievelijk na te laten, dat de Samenwerking bevordert respectievelijk belemmert.

  • 8.

    Partijen verplichten zich, indien door enige oorzaak de Samenwerking wordt vertraagd of verhinderd of de dreiging daartoe aanwezig is, onverwijld met elkaar in overleg te treden teneinde gezamenlijk te bezien of en zo ja, op welke wijze alsnog aan het doel van de Overeenkomst kan worden tegemoetgekomen.

  • 9.

    Partijen maken nadere werkafspraken over de uitvoering van de Regio Deal en deze overeenkomst.

Artikel 4 Taken provincie Drenthe

 

  • 1.

    Overeenkomstig het bepaalde in de Regio Deal worden de middelen voor de Regio Deal door het Rijk beschikbaar gesteld aan de provincie Drenthe in de vorm van een SPUK. De provincie Drenthe is als Regiokassier, onverminderd het bepaalde in de Regio Deal, als zodanig verantwoordelijk voor:

    • a.

      het fungeren als eerste aanspreekpunt voor het programma voor het Rijk;

    • b.

      het zorgdragen voor de voorbereiding en afwikkeling van de besluitvorming van het college van Gedeputeerde Staten van Drenthe, inclusief financiële afwikkeling, ter ondersteuning en ter uitvoering van de besluiten van de partijen;

    • c.

      het beheer van de financiën en de administratieve verwerking;

    • d.

      financiële verslaglegging en verantwoording.

  • 2.

    De colleges van Burgemeester en Wethouders van de Gemeenten, alsmede het college van Gedeputeerde Staten van Overijssel, verstrekken mandaat, machtiging en volmacht aan de provincie Drenthe respectievelijk het college van Gedeputeerde Staten van Drenthe voor de onder het eerste lid genoemde taken. Hiervoor wordt een afzonderlijk besluit mandaat, machtiging en volmacht genomen.

  • 3.

    De kosten van de uitvoering van de taken genoemd in het eerste lid door de provincie Drenthe komen ten laste van het Budget. Jaarlijks verstrekt de provincie Drenthe de Gemeenten en de provincie Overijssel inzicht in de gerealiseerde uitvoeringskosten. Bij een dreigende overschrijding zal de Stuurgroep tijdig worden geïnformeerd.

  • 4.

    De Regio Deal bepaalt dat maximaal 3% van de totaal ontvangen rijksbijdrage aan uitvoeringskosten oftewel VAT-kosten (Voorbereiding, Administratie en Toezicht) mag worden besteed. Indien dit toegestane percentage wordt overschreden en deze overschrijding niet uit de overige middelen uit de SPUK kan worden bekostigd, worden de daaruit voortvloeiende kosten naar evenredigheid van de inbreng gedragen door de partijen, zoals bepaald in artikel 5, derde lid.

  • 5.

    Behoudens gevallen waarin sprake is van grove schuld of opzet, is de provincie Drenthe niet aansprakelijk voor fouten bij het uitvoeren van deze overeenkomst. Voor zover fouten, waarvoor provincie Drenthe niet aansprakelijk is, financiële gevolgen hebben, worden deze gezamenlijk door de Partijen gedragen. De kosten worden indien mogelijk gedekt uit het budget.

Artikel 5 Beschikbare financiële middelen

 

  • 1.

    Het Rijk heeft blijkens artikel 5, lid 2 van de Regio Deal, een bedrag van maximaal € 30.000.000, - (dertig miljoen euro), inclusief eventueel verschuldigde btw, als rijksbijdrage gereserveerd. Dit bedrag wordt door middel van een SPUK door het Rijk beschikbaar gesteld aan de provincie Drenthe. De provincie Drenthe neemt dit bedrag op als bestemmingsreserve welke alleen aangewend kan worden voor uitgaven in het kader van de Regio Deal.

  • 2.

    Partijen spannen zich in dit bedrag gezamenlijk aan te vullen met een bedrag van minimaal € 30.000.000,- (dertig miljoen euro), inclusief eventueel verschuldigde btw aan cofinanciering (50%). Hiervan zal provincie Drenthe maximaal € 7,84 miljoen en provincie Overijssel maximaal € 2,16 miljoen financieren. De gemeenten dragen minimaal gezamenlijk eveneens € 10 miljoen bij. De private partijen die deelnemen aan de Regio Deal dragen gezamenlijk € 10 miljoen bij (voetnoot 1: De cofinanciering van de private partijen is onderdeel van de toetsingscriteria bij de beoordeling van projecten.

  • 3.

    Tussen Partijen is daarbij de volgende verdeelsleutel overeengekomen:

  •  

  • 4.

    Partijen maken jaarlijks vóór 1 maart de overeengekomen bijdrage aan cofinanciering over aan de provincie Drenthe.

  • 5.

    Financiële middelen die in enig jaar niet zijn besteed, blijven beschikbaar voor de uitvoering van de Regio Deal.

 

Toelichting

Deze verdeling is overeengekomen tussen partijen en hier ongewijzigd overgenomen

 

Artikel 6 Stuurgroep

 

  • 1.

    Partijen stellen een Stuurgroep in voor de samenwerking tussen Partijen in deze Regio Deal. Overleg met het Rijk vindt plaats op de in artikel 7 van de Regio Deal beschreven wijze.

  • 2.

    De Stuurgroep bestaat uit de vertegenwoordiger vanuit het college van Gedeputeerde Staten van de provincies en de vertegenwoordigers uit elk van de colleges van Burgemeester en Wethouders van de Gemeenten. Partijen dragen er zorg voor dat hun vertegenwoordigers over een toereikend mandaat beschikken, om te beslissen tot een voorstel voor de besteding van de middelen als bedoeld in artikel 5 van deze overeenkomst.

  • 3.

    In de Stuurgroep worden maatschappelijke organisaties, kennisinstellingen en bedrijven vertegenwoordigd door een lid, die deelneemt zonder last en of ruggenspraak.

  • 4.

    De voorzitter van de Stuurgroep is de gedeputeerde Regio Deals van de provincie Drenthe.

  • 5.

    De Stuurgroep besluit op advies van het Expertteam of de ingediende projectinitiatieven in aanmerking komen voor een bijdrage op grond van de Regio Deal. Het besluit van de Stuurgroep geldt als een zwaarwegend advies aan het college van Gedeputeerde Staten van Drenthe, waarvan niet zondermeer kan worden afgeweken. Afwijking is enkel mogelijk in geval van strijdigheid met geldende wet- en regelgeving (voetnoot 2: Het besluit van de Stuurgroep is gebaseerd op het advies van het Expertteam en volgens de geldende toetsingskaders uit het Programmaplan. GS neemt in principe altijd het besluit van de Stuurgroep onverkort over. In het geval van strijdigheid met geldende wet- en regelgeving zal GS geen besluit nemen, maar gaat het voorstel terug naar de Stuurgroep. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen als de juridisch technische toets pas na het besluit van de Stuurgroep plaatsvindt).

  • 6.

    De Stuurgroep draagt zorg voor:

    • a.

      het bewaken van de randvoorwaarden en de afspraken ten aanzien van de uitvoering van de Regio Deal, waaronder de integrale afweging van de verschillende belangen binnen de regio Zuid Oost-Drenthe;

    • b.

      het doen uitvoeren van de Regio Deal door Partijen en de vertaling daarvan in jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s en bestedingsplannen. De programmadirecteur geeft in opdracht van de Stuurgroep uitvoering aan deze taak en legt hierover verantwoording af aan de Stuurgroep;

    • c.

      het in brede zin informeren over en betrekken van Partijen bij de uitvoering van de Regio Deal Zuid- en Oost-Drenthe en waar nodig het afstemmen met andere betrokken partijen en andere regionale samenwerkingspartners en/of relevante stakeholders. Deze taak is in opdracht van de Stuurgroep belegd bij de programmadirecteur;

    • d.

      de inhoudelijke en financiële verantwoording van de afgesloten jaarprogramma’s voor partijen en de voortgangsrapportages zoals bedoeld in artikel 8 van de Regio Deal;

    • e.

      de monitoring en evaluatie van de uitvoering van de Regio Deal Zuid- en Oost-Drenthe als bedoeld in artikel 8 van de Regio Deal;

    • f.

      de coördinatie van de communicatie over de Regio Deal;

    • g.

      de coördinatie richting het Rijk, in het bijzonder richting BZK en het voorbereiden van het Rijk-Regio-overleg zoals bedoeld in artikel 7 van de Regio Deal.

  • 7.

    De Stuurgroep vergadert ten minste tweemaal per jaar, waaronder in ieder geval in de eerste helft van mei, ten behoeve van de bespreking van de in artikel 8 van de Regio Deal bedoelde jaarlijkse voortgangsrapportage Regio Deal Zuid- en Oost-Drenthe.

  • 8.

    De Stuurgroep beslist bij unanimiteit van stemmen van de leden die bij de vergadering aanwezig zijn. Voor het nemen van beslissingen is de aanwezigheid vereist van ten minste zes leden, waaronder in ieder geval de provincie Drenthe als Regiokassier. Bij verhindering van de vertegenwoordiger van de provincie Drenthe zal de provincie Drenthe zorgdragen dat in zijn vervanging wordt voorzien. Wanneer de stemmen staken en er is voorzien dat er daardoor ernstige vertraging in de uitvoering van de Regio Deal optreedt, zal bij meerderheid van stemmen besloten worden. Partijen zijn gezamenlijk aansprakelijk voor de consequenties van de besluiten van de Stuurgroep.

  • 9.

    De programmadirecteur is opdrachtnemer van de Stuurgroep en draagt zorg voor uitvoering van de taken van de Stuurgroep. De programmadirecteur treedt op als secretaris van de Stuurgroep.

  • 10.

    De Stuurgroep voorziet in zijn eigen werkwijze.

Artikel 7 Expertteam

 

  • 1.

    Het Expertteam beoordeelt de ingediende programma’s, projecten en experimenten op basis van vastgestelde objectieve criteria en toetst deze aan de leidende principes, zoals opgenomen in het Programmaplan.

  • 2.

    Het Expertteam geeft de Stuurgroep een advies over de ingediende projectinitiatieven.

  • 3.

    Het Expertteam bestaat uit een voorzitter en externe deskundigen op het gebied van de vier programmalijnen en de flankerende thema’s zoals genoemd in de Regio Deal.

  • 4.

    De leden van het Expertteam worden aangewezen door de Stuurgroep.

Artikel 8 Programmateam

 

  • 1.

    Het Programmateam staat onder leiding van de programmadirecteur en bestaat uit het Kernteam en het Coördinatieteam, ondersteund door een staf.

  • 2.

    De staf wordt gevormd door in ieder geval de programmasecretaris en de programmaondersteuner.

  • 3.

    De taken en rollen van de programmadirecteur, Kernteam en Coördinatieteam staan beschreven in het Programmaplan (bijlage).

Toelichting:

Alle werkzaamheden die in het kader van de Regio Deal moeten gebeuren worden uitgevoerd door het Programmateam.

 

Artikel 9 Jaarplan

 

  • 1.

    De begroting wordt in de Stuurgroep vastgesteld.

  • 2.

    Het Jaarplan en de verantwoording wordt voorbereid door het Programmateam en vastgesteld door de Stuurgroep.

  • 3.

    Gedeputeerde Staten van Drenthe besluiten na akkoord van de Stuurgroep over de inzet van het Budget, zoals opgenomen in de Jaarplannen, met inachtneming van artikel 6, vierde lid van deze overeenkomst.

Artikel 10 Subsidies en opdrachten

 

  • 1.

    De bijdragen uit de Regio Deal middelen worden verstrekt als subsidie of als een (inkoop)opdracht.

  • 2.

    Indien gewenst zullen partijen zich inspannen om te komen tot een gezamenlijk toetsingskader dat als grondslag kan dienen voor subsidieverstrekking.

  • 3.

    Bij subsidieverstrekking en inkoopopdrachten zijn de geldende kaders van de provincie Drenthe van toepassing.

Artikel 11 Evaluatie

 

Partijen evalueren de uitvoering en werking van de overeenkomst. Na twee jaar vindt een tussenevaluatie plaats en aan het einde van de periode van de Regio Deal vindt een volledige evaluatie plaats.

 

Artikel 12 Onvoorziene omstandigheden

 

Indien de Overeenkomst niet onverkort kan worden uitgevoerd als gevolg van onvoorziene omstandigheden die van dien aard zijn dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van de Overeenkomst niet van een Partij mag worden verwacht, treedt de Stuurgroep, op verzoek van de Partij die zich op de onvoorziene omstandigheden beroept, in overleg om te bezien of de Overeenkomst op voor Partijen aanvaardbare voorwaarden aan deze omstandigheden kan worden aangepast.

 

Artikel 13 Verhouding tot Regio Deal

 

De artikelen 10 tot en met 16 van de Regio Deal zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat:

  • Overeenkomst wordt bedoeld, daar waar Regio Deal staat;

  • onder Partijen worden verstaan de Partijen die deze Overeenkomst hebben gesloten, te weten de provincies en de Gemeenten;

  • bij strijd tussen het bepaalde in de Regio Deal en deze Overeenkomst, geldt het bepaalde in de Regio Deal;

  • bij strijd tussen het bepaalde in deze Overeenkomst en het Programmaplan geldt het bepaalde in deze Overeenkomst;

  • bij een verzoek tot wijziging of uittreding van de Regio Deal bespreken Partijen de financiële gevolgen voor deze Overeenkomst en wordt deze Overeenkomst indien noodzakelijk na besluit in de Stuurgroep aangepast.

Artikel 14 Citeertitel

 

Deze overeenkomst kan worden aangehaald als Samenwerkingsovereenkomst Regio Deal Zuid- en Oost-Drenthe II.

 

Artikel 15 Inwerkingtreding

 

Deze overeenkomst treedt in werking met ingang van de dag na ondertekening door alle Partijen en eindigt op 31 december 2027.

 

Artikel 16 Openbaarmaking

 

Deze overeenkomst zal net als de afgesloten Regio Deal Zuid- en Oost-Drenthe openbaar worden gemaakt.

 

Bijlagen

  • 1.

    Programmaplan Regio Deal Zuid – en Oost-Drenthe II “In volle vaart door voor brede welvaart in Zuid- en Oost-Drenthe”

 

 

Aldus overeengekomen en ondertekend,

 

d.d. 15 december 2023

 

 

 

 

Provincie Drenthe en Gedeputeerde Staten van Drenthe, namens dezen,

 

 

Willemien Meeuwissen, gedeputeerde provincie Drenthe

 

 

Provincie Overijssel en Gedeputeerde Staten van Overijssel, namens dezen,

 

 

Erwin Hoogland, gedeputeerde provincie Overijssel

 

 

Burgemeester en Wethouders van Borger-Odoorn, namens dezen,

 

 

Jeroen Hartsuiker, wethouder gemeente Borger-Odoorn

 

 

Burgemeester en Wethouders van Coevorden, namens dezen,

 

 

Renze Bergsma, burgemeester gemeente Coevorden

 

 

Burgemeester en Wethouders van Emmen, namens dezen,

 

 

Raymond Wanders, wethouder gemeente Emmen

 

 

Burgemeester en Wethouders van Hardenberg, namens dezen,

 

 

Alwin te Rietstap, wethouder gemeente Hardenberg

 

 

Burgemeester en Wethouders van Hoogeveen, namens dezen,

 

 

Karel Loohuis, burgemeester gemeente Hoogeveen

 

 

Bijlage 1 Programmaplan Regio Deal Zuid- en Oost-Drenthe II ‘In volle vaart door voor brede welvaart in Zuid- en Oost-Drenthe’

 

VOORWOORD

 

In 2019 is de eerste Regio Deal Zuid- en Oost-Drenthe gesloten met het Rijk. Deze samenwerking heeft zoveel meerwaarde opgeleverd voor de deelnemende partijen en voor de inwoners, bedrijven, (maatschappelijke) organisaties en kennisinstellingen in de regio dat besloten is de samenwerking te continueren in een nieuwe Regio Deal. Alvorens een aanvraag hiervoor in te dienen zijn de governance en de voortgang, prestaties en impact van de verschillende projecten en initiatieven die zijn uitgevoerd in de eerste Regio Deal, geëvalueerd.

De aanvraag (propositie), waaraan zes ministeries (SZW, BZK. OCW, VWS, EZK en I&W), 2 provincies (Drenthe en Overijssel), vijf gemeenten (Borger-Odoorn, Coevorden, Emmen, Hoogeveen, Hardenberg), kennisinstellingen, (maatschappelijke) organisaties en bedrijven zich hebben verbonden, is gehonoreerd en heeft geresulteerd in de Regio Deal Zuid- en Oost-Drenthe II.

Op 1 november 2023 is het ’Convenant Deal Regio Zuid- en Oost-Drenthe II’ bekrachtigd. In dit convenant is de uitkomst van de evaluaties verwerkt.

 

Programmaplan en Proces

Het programmaplan vormt de basis voor de uitvoering van het programma ‘In volle vaart door voor brede welvaart in Zuid- en Oost-Drenthe’. Dit programma richt zich de komende vier jaar op de gewenste doorontwikkeling van de brede welvaart in de regio Zuid- en Oost-Drenthe en de doorontwikkeling naar een duurzame samenwerking in die regio.

Het programmaplan is onder leiding van de programmadirecteur, ondersteund door een procesbegeleider en samen met een werkgroep en een feedbackgroep tot stand gekomen. De uitkomsten van de evaluaties (inhoudelijk en governance) zijn verwerkt.

Gedurende het proces van totstandkoming zijn partners van de Regio Deal Zuid- en Oost-Drenthe II regelmatig geïnformeerd en/of geraadpleegd over essentiële onderdelen van het programmaplan. Daarnaast is op onderdelen gebruik gemaakt van expertise uit de regio.

Dat heeft geresulteerd in een gedragen programmaplan als leidraad voor de besturing, de samenwerking en de uitvoering in de Regio Deal Zuid- en Oost-Drenthe II.

 

Het voorliggende Programmaplan ‘In volle vaart door voor brede welvaart in Zuid- en Oost-Drenthe’ is de basis voor de nog op te stellen samenwerkingsovereenkomst tussen de deelnemende partners (zie bijlage 5).

 

Leeswijzer

Na het voorwoord en de Inleiding wordt in hoofdstuk 1 het kader benoemd waarbinnen de Regio Deal Zuid- en Oost-Drenthe II wordt uitgevoerd.

In opeenvolgende hoofdstukken zijn de ambitie, het doel, de visie en de leidende principes (2), de besturing van het programma (3), de wijze van (boven)regionaal samenwerken (4) en de monitoring (5) beschreven.

De financiële sturing en verantwoordelijkheid is uiteengezet in hoofdstuk 6. In hoofdstuk 7 zijn de uitgangspunten voor de communicatiestrategie benoemd. Tenslotte is in hoofdstuk 8 een aantal nu bekende acties voor 2023/2024 benoemd, uitgezet in de tijd.

 

INLEIDING

 

ALLES WAT JE VOOR MIJ DOET, MAAR NIET MET MIJ, DOE JE TEGEN MIJ

 

GHANDI

 

De evaluatie van de governance en de voortgang, prestaties en impact van de verschillende projecten en initiatieven van de Regio Deal Zuid- en Oost-Drenthe 2019-2023 zijn aanleiding om de besturing van de Regio Deal Zuid- en Oost-Drenthe II opnieuw vorm te geven. Dit ter ondersteuning van de verdere versterking van de (boven)regionale samenwerking binnen de regio Zuid- en Oost-Drenthe en de borging daarvan voor de korte en lange termijn.

‘Lerend en adaptief besturen en uitvoeren’ ‘Duurzaam samenwerken en duurzaam partnerschap’ zijn daarin de kernwoorden.

 

Derhalve is de besturing van het programma ‘In volle vaart door voor brede welvaart in de regio Zuid- en Oost-Drenthe’ (Regio Deal Zuid- en Oost-Drenthe II) zo ingericht dat op basis van gelijkwaardigheid, integraal en adaptief, kan worden gewerkt in een structuur die alle partners de mogelijkheid biedt om samen te werken in netwerken en effectief gebruik te maken van de kracht van het netwerk. Binnen deze netwerken maken partijen gebruik maken van elkaars deskundigheid om de gezamenlijk herbevestigde ambitie te realiseren. Anders geformuleerd: de Regio Deal Zuid- en Oost-Drenthe II wordt niet gerealiseerd binnen ieders eigen organisatie maar ontstaat in de samenleving die wij samen vormen en waar wij onderdeel van zijn.

Het vraagt een bestuurlijke cultuur waarin constructief, belangstellend en uitnodigend wordt samengewerkt. Er is ruimte voor reflectie en om ‘onderweg’ zaken zo nodig aan te passen en/of bij te sturen. Het voorziet in incentives die aansluiten bij hetgeen partners motiveert om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor de ruimte waarin zij zich bewegen. De Stuurgroep/bestuurders zijn in staat eventuele onzekerheden toe te laten en durven gezamenlijke leerprocessen aan.

 

Kenmerkend voor de werkwijze is dat zowel bestuurders als uitvoerders denken en handelen vanuit de regionale opgaven waar de regio Zuid- en Oost-Drenthe voor staat. Daarbij zetten wij in op wat wij gemeen hebben. Concreet houdt dat in dat de regionale opgaven vanuit het perspectief van de regio Zuid- en Oost-Drenthe worden aangepakt. Dat betekent ook dat de interne systemen, procedures en structuren van ieders organisatie daaraan ondergeschikt zijn. Noodzakelijk om de doelen te realiseren.

 

Werkwijze, systemen en organisatie zijn afgeleid van wat het netwerk inhoudelijk wil gaan bereiken met betrekking tot de regionale opgaven. Dat vraagt om een samenhangend, duidelijk opdrachtgeverschap en integrale samenwerking met betrokken partners in het netwerk, op alle niveaus. In overleg en op basis van gelijkwaardigheid met respect voor elkaars rollen.

 

Het realiseren van de herbevestigde ambitie en de visie die de regio Zuid- en Oost-Drenthe hierop heeft geformuleerd is tegelijkertijd een transitie/transformatie. Het is een andere manier van denken en handelen, van ik naar wij, van wij-zij naar samen met, waarbij uitgegaan wordt van (gedeeld) eigenaarschap en continue geïnvesteerd wordt in duurzaam samenwerken en duurzaam partnerschap.

Een reis die vele jaren in beslag neemt en niet eindigt in 2027 maar ook daarna verder gaat. Zo lang als nodig is tot de generatie die nu opgroeit en de generaties daarna dezelfde kansen hebben als leeftijdsgenoten in de rest van Nederland.

 

 

1. Kader

 

Het kader biedt steun en (financiële) zekerheid en geeft richting aan de uitvoering van het programma ‘In volle vaart door voor brede welvaart in Zuid- en Oost-Drenthe’, met als doel de ambitie van de partners die samen staan voor de Regio Deal Zuid- en Oost-Drenthe II, te realiseren.

 

In het afgelopen jaar is met elkaar nagedacht en gesproken over de inrichting en invulling van de Regio Deal Zuid- en Oost-Drenthe II.

Met als doel te leren van de Regio Deal Zuid- en Oost-Drenthe 2019-2023 zijn de governance en de voortgang, prestaties en impact van de verschillende projecten en initiatieven die zijn uitgevoerd geëvalueerd. Dat heeft waardevolle inzichten en aanbevelingen opgeleverd voor de Regio Deal Zuid- en Oost-Drenthe II die vertaald zijn in de aanvraag voor een vervolg (propositie) en in het convenant. De propositie is ingediend in november 2022, het convenant is op 1 november 2023 door de overheidspartijen (Rijk, provincies en gemeenten) getekend.

 

1.1 Regio Deal Zuid- en Oost-Drenthe, ‘In volle vaart door voor brede welvaart in Zuid- en Oost-Drenthe’, Aanvraag Regio Deal Zuid- en Oost-Drenthe 2023-2027 (propositie).

 

Uitgaande van het streefbeeld worden de regionale opgaven waar de regio Zuid- en Oost-Drenthe voor staat benoemd. Op hoofdlijnen wordt de aanpak, het beoogde resultaat en de organisatie beschreven. De aanvraag is gehonoreerd door de Rijksoverheid in februari 2023 en is richtinggevend voor het programma Regio Deal Zuid- en Oost-Drenthe II.

 

1.2 Convenant Deal Regio Deal Zuid- en Oost-Drenthe

 

In het convenant zijn de afspraken tussen de overheden, ondersteund door de samenwerkende partners, vastgelegd. De afspraken hebben betrekking op het realiseren van de ambitie, doel, aanpak en prestaties. Daarnaast is een aantal randvoorwaarden benoemd zoals de aansluiting van de uitvoering van het programma ‘In volle vaart door voor brede welvaart in Zuid- en Oost-Drenthe’ bij nationale beleidsdoelen of programma’s en de wijze van werken (opgavegericht werken).

Aangezien het convenant in rechte niet afdwingt is een samenwerkingsovereenkomst tussen partijen gewenst (zie bijlage 5).

 

  • 1.

    Ambitie, Doel, Visie, Leidende principes

 

2.1 Ambitie

 

De partners van de Regio Deal Zuid- en Oost-Drenthe II willen in de periode 2023-2027 in ‘volle vaart door voor brede welvaart in Zuid- en Oost-Drenthe’.

 

De Regio Deal Zuid- en Oost-Drenthe II richt zich op brede welvaart in de regio met als aandachtspunt het welzijn van mensen, nu en in de toekomst. Het gaat over subjectieve aspecten (tevredenheid over het leven) maar ook over objectieve aspecten: de omstandigheden waarin mensen leven en de middelen waarover zij beschikken, over materiele omstandigheden (economie), maatschappelijke omstandigheden (sociaal) en de natuurlijke leefomgeving (ecologie).

De meerwaarde van deze manier van denken is dat het alle aspecten van het welzijn van mensen in samenhang bekijkt. Niet alleen het welzijn van mensen in het ‘hier en nu’, maar ook van de toekomstige generaties en van mensen elders.

 

Dit streven heeft geleid tot de onderstaande ambitie:

 

Partijen streven ernaar dat de generatie die nu opgroeit in de regio Zuid- en Oost-Drenthe over 30 jaar, in 2050, dezelfde kansen heeft als leeftijdsgenoten in de rest van Nederland. Dit betekent voor ons een ontwikkeling naar het landelijke gemiddelde. Deze ontwikkeling uit zich in een stijgend gemiddeld inkomen, minder kinderen die in armoede opgroeien, een stijgende werkgelegenheidsontwikkeling, een bij de ontwikkeling van de beroepsbevolking passende beweging van de werkgelegenheid en meer en hoger gekwalificeerd personeel.

 

2.2 Doel

 

De Ambitie is vertaald in de volgende hoofddoelen:

  • o

    de brede welvaart in de regio Zuid- en Oost-Drenthe nu en in de toekomst substantieel en duurzaam te verhogen;

  • o

    de samenwerking binnen de regio Zuid- en Oost-Drenthe en tussen de regio en het Rijk te versterken en te borgen.

2.3 Visie

 

Ontwikkeldeal

De partners werken met elkaar en samen met betrokken partijen op basis van gelijkwaardigheid. Op een lerende en onderzoekende manier wordt samengewerkt aan de regionale opgaven om de doelen te realiseren. Betrokken partijen leren van en met elkaar gedurende de uitvoering van het programma en werken samen aan continue verbetering daarvan. Daarmee versterken ze elkaar (wederkerigheid) en zichzelf.

 

Versterken duurzaam samenwerken en duurzaam Partnerschap

Om de doelen te kunnen realiseren wordt – nog effectiever dan in de voorgaande Deal - de kracht en deskundigheid van alle partners binnen de Regio Deal Zuid- en Oost-Drenthe II en van partijen daarbuiten benut.

Dat komt tot uiting in de besturing van de Regio Deal Zuid- en Oost-Drenthe II en in de uitvoering daarvan, waarbij samengewerkt wordt op basis van duurzaam partnerschap met (netwerk) partners uit de verschillende sectoren: overheden (Rijk, provincie, gemeenten), maatschappelijke organisaties, inwoners, kennisinstellingen, ondernemers en maatschappelijke organisaties. In een dergelijke samenwerking is iedereen gelijkwaardig en brengt elke partner zijn ‘middelen’ in: kennis, netwerk, menskracht en geld. Partnerschap krijgt vorm door een continue dialoog op basis van vertrouwen tussen de betreffende partners.

 

Deze vorm van samenwerking wordt bekrachtigd in een samenwerkingsovereenkomst waarin de afspraken zijn vastgelegd en die is gericht op de gezamenlijke uitvoering van bepaalde activiteiten gedurende een overeengekomen periode. Besluiten zijn daarmee vatbaar voor bezwaar- en beroep-procedures bij de provincie Drenthe.

 

Lerend en adaptief besturen en uitvoeren

De ambitie om brede welvaart voor iedereen in de regio Zuid- en Oost- Drenthe te bevorderen is veelomvattend en uitdagend en vraagt tijd. Daar past een manier van besturen en uitvoeren bij die het mogelijk maakt om in te spelen op veranderende omstandigheden. Kernwoorden daarin zijn:

  • o

    ruimte voor reflectie en bijsturing: gedurende de uitvoering kennis opbouwen over de opgave en aanpak en op basis daarvan beleid en uitvoering bijsturen;

  • o

    kunnen en durven leren van wat niet werkt: geldt zowel voor bestuurders als beleidsmakers als uitvoerende partijen;

  • o

    systematisch opbouwen en benutten van inzichten: wat werkt wel en niet bij het realiseren van de gewenste situatie.

 

Opgavegericht werken, ook na 2027

Het programma ‘in volle vaart door voor brede welvaart in Zuid- en Oost-Drenthe’ legt de basis voor een structurele andere manier van (samen)werken. Doel is om die manier van (samen)werken verder vorm te geven en ook te continueren na 2027.

Opgavegericht werken is een vorm van werken die bijdraagt aan de gewenste transformatie door samen te werken in netwerken. Daarbij redeneren en handelen partijen vanuit de regionale opgaven en leggen daarmee de basis voor duurzame inbedding van de samenwerking in netwerken. Gelet op de lange periode die de realisatie van de brede welvaart in de regio in beslag neemt is het continueren van opgavegericht werken ook na 2027 noodzakelijk.

 

2.4 Leidende principes

 

Leidende principes zijn vuistregels die richting geven aan de invulling van het programma (beleid en uitvoering) en handelingsperspectief bieden voor professionals.

Leidende Principes worden vertaald naar (beleids-)afspraken, inrichting, uitvoering en evaluatie van het programma/de projecten en zijn onderwerp in elk gesprek op elk niveau met als doel om te leren en verbeteren.

 

Leidende Principes van de RD ZOD

 

  • 1)

    Resultaat op straat staat voorop

Wat levert het op voor inwoners, ondernemers, (maatschappelijke) organisaties en (kennis)-instellingen (de samenleving) in de regio Zuid- en Oost-Drenthe. Leidend voor al ons handelen is het effect daarvan op die samenleving en de invloed daarvan op de realisatie van de brede welvaart.

 

  • 2)

    Impact voor de regio

Brede welvaart voor iedereen in de regio Zuid- en Oost-Drenthe betekent dat aanpak en handelen gericht zijn op doen wat nodig is om van de huidige naar de gewenste situatie in deze regio te komen en op wat van meerwaarde is voor deze regio. Dat betekent dat elk project, programma of experiment is gericht op het regionale belang.

 

  • 3)

    De opgave is ‘grenzeloos’

Elke opgave wordt integraal en in samenhang aangepakt en uitgevoerd. Daarbij wordt de aanwezige deskundigheid binnen de regio en daarbuiten optimaal benut, waarbij geldt dat de opgave leidend is, niet de structuur van de organisaties. Met andere woorden: grenzen tussen gemeenten, bedrijven, organisaties (en onderdelen daarvan) en financiën bestaan niet.

 

  • 4)

    Gelijkwaardig partnerschap

De partners in de Regio Deal Zuid- en Oost-Drenthe II dragen ieder bij vanuit de eigen rol en betrokkenheid aan het bevorderen van de brede welvaart in deze regio. Eigenaarschap, het voelen en nemen van verantwoordelijkheid is daarbij essentieel.

 

  • 5)

    Duurzaam (blijven) samenwerken

De opbrengst van het programma Regio Deal Zuid- en Oost-Drenthe II (manier van werken, aanpak, etc.) wordt ingebed in de werkwijze van de verschillende organisaties om daarmee de structurele samenwerking waar nu aan gebouwd wordt, voor lange tijd te borgen.

 

3. Besturing van het programma

 

De Regio Deal Zuid- en Oost-Drenthe II wordt bestuurd als een programma waarbinnen opgavegericht wordt gewerkt.

De besturing van het programma is zo ingericht dat op basis van gelijkwaardigheid, integraal, lerend en adaptief, kan worden gewerkt in een structuur die alle partners de mogelijkheid biedt om samen te werken in netwerken en effectief gebruik te maken van de kracht van het netwerk. Binnen deze netwerken maken partijen binnen en buiten de regio Zuid- en Oost-Drenthe gebruik van elkaars deskundigheid om de door de samenwerkingspartners herbevestigde ambitie te realiseren.

 

Heldere rollen, taken en werkwijzen stellen de samenwerkingspartners in staat om samen en op een effectieve wijze de ambitie en de daaruit voortvloeiende regionale opgaven te realiseren. Daarbij is het van belang dat eenieder denkt en handelt conform wat is afgesproken en zich realiseert dat investeren in regionale opgaven zowel regionaal als lokaal effect sorteert.

 

Bovenstaand schema geeft de besturing van het programma ‘In volle vaart door voor brede welvaart in de regio Zuid- en Oost-Drenthe’ en de relaties tussen de verschillende gremia weer.

 

3.1 Uitgangspunten Besturing

 

  • o

    Triple Helix (minimaal)

Overheden, Kennisinstellingen, Ondernemingen, Maatschappelijke organisaties (en inwoners) werken op basis van gelijkwaardigheid en op alle niveaus van besturing en uitvoering samen om de ambitie in de regio Zuid- en Oost-Drenthe te kunnen realiseren.

  • o

    Regio Kassier

Provincie Drenthe is penvoerder/kassier en namens alle partners van de Regio Deal Zuid- en Oost-Drenthe:

  • o

    Ontvangt zij als publieksrechtelijk rechtspersoon een bijdrage uit van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) via een specifieke uitkering (SPUK)

  • o

    Draagt zij zorg voor het nakomen van de financiële kaders en taken, zoals verwoord in de Regeling specifieke uitkering Regio Deals vierde tranche en hoofdstuk 3 van de Financiële Verhoudingswet.

  • o

    Is zij Contactpersoon namens de Regio Deal Zuid- en Oost-Drenthe en namens haar de programmadirecteur zijnde de dealmaker namens de samenwerking.

  • o

    Verantwoordelijk voor het beheer van de financiën en de administratieve verwerking daarvan met betrekking tot het convenant en programma ‘In volle vaart door voor brede welvaart in Zuid- en Oost-Drenthe’.

  • o

    De kaderstelling van de provincie wordt gevolgd tenzij anders wordt overeengekomen.

  • o

    Penvoerderschap

Gekozen is voor een eenduidig penvoerderschap. Vanuit de penvoerder wordt de subsidie beschikt. Dat betekent dat de provincie Drenthe een subsidie-beschikking opstelt en naar een ontvanger uitdoet. Voor de bezwaar-en beroepsprocedure houdt dit in dat een uitspraak over de inhoud aan de stuurgroep is gericht en over procesmatige/uitvoerende aspecten aan de provincie. Daarbij sluiten wij aan bij Bezwarencommissie van de provincie Drenthe en volgen wij hun oordeel.

  • o

    Besluitvorming

Besluitvorming vindt plaats op basis van overeenstemming (consensus)

  • o

    Vervullen van meerdere functies tegelijkertijd

Op elk niveau van besturing is het niet toegestaan om meerdere functies tegelijkertijd te vervullen. Dit om (de schijn) van belangenverstrengeling en mogelijke beïnvloeding en/of bevoordeling te voorkomen.

  • o

    Onafhankelijke Toetsing

Projecten, programma’s en experimenten moeten voldoen aan vastgestelde objectieve criteria. Op basis van het daarvan gegeven (ontwikkel)advies besluit de stuurgroep.

 

3.2 Rollen en taken

 

Besturen en samenwerken verloopt effectiever wanneer de partners communiceren vanuit hun eigen rol. Je eigen rol en die van de anderen kennen geeft helderheid, vooral als er ook naar gehandeld wordt (rolvastheid en rolzuiverheid). Het draagt bij aan het onderlinge vertrouwen, aan het behalen van de resultaten, geeft meer plezier en minder energieverlies.

Binnen de besturing zijn hierna per gremium de rollen en taken benoemd.

 

Stuurgroep

De stuurgroep bestaat uit vertegenwoordigers van overheden en (maatschappelijke) organisaties. Voor de vertegenwoordigers van de gemeenten en provincies geldt dat zij deelnemen aan de stuurgroep namens hun college. De vertegenwoordigers van de (maatschappelijke) organisaties nemen deel zonder last en ruggenspraak.

De stuurgroep vervult als bestuurlijk opdrachtgever de rol van:

 

Ambassadeur

Taak: Uitdragen van de ambitie van de Regio Deal Zuid-Oost-Drenthe II, intern en extern.

Agendeert en deelt aan bestuurlijke tafels (regionaal en landelijk) het geleerde uit de Regio Deal.

 

Verbinder

Taak: Verbinden met de samenleving, verbinden opgaven en vraagstukken, verbinden partijen.

Legt verbindingen met partners t.b.v. (duurzame) samenwerking en draagt zorg voor het sluiten van prestatieovereenkomsten.

 

Beslisser

Taak: Neemt besluiten over programma’s, projecten, toewijzing middelen.

De leidende principes en het advies van het expertteam zijn onderdeel van de afweging om te komen tot een besluit. Deze afwegingen worden transparant gedeeld met de indiener van het document.

 

Kadersteller

Taak: Geeft richting aan het programma door kaders vast te stellen waarbinnen de partners in het programma de ruimte hebben om te kunnen handelen.

Stelt objectieve criteria vast voor de beoordeling van de programma’s, projecten,

experimenten.

 

Monitoring

Taak: Bewaken voortgang en bijsturen programma, indien nodig of gewenst en op basis van de leidende principes.

 

Programmadirecteur

De programmadirecteur (opdrachtnemer) neemt de opdracht aan van de stuurgroep en is ambtelijk opdrachtgever voor het programma ‘In volle vaart door voor brede welvaart in de regio Zuid- en Oost-Drenthe’. De programmadirecteur legt (financieel) verantwoording af aan de Stuurgroep.

De programmadirecteur vervult de rol van:

 

Ambassadeur

Taak: Bevordert het draagvlak voor het gedachtengoed van brede welvaart en draagt dat uit.

 

Ambtelijk opdrachtgever

Taak: Voorbereiding agenda en besluitvormende documenten t.b.v. de stuurgroep in samenspraak met het programmateam en het coördinatieteam.

Bewaakt de doelen in relatie tot de inzet van middelen en in relatie tot andere programma’s/projecten- en lijnactiviteiten.

Stuurt op samenhang van alle inspanningen gericht op de realisatie van de opgaven, zoals omschreven in hoofdstuk 2.

Heeft het overzicht over het geheel en stuurt op basis daarvan op de verschillende opdrachten die daarbinnen passen.

Heeft oog voor en verbindt de verschillende belangen van de verschillende samenwerkingspartners.

Stemt af met de colleges/bestuurders, ter voorbereiding op de Stuurgroep.

Sparringpartner voor de stuurgroep.

 

Regisseur naar ‘buiten’ toe

Taak: Kent het netwerk en acteert professioneel daarbinnen.

 

Programmateam

Het programmateam bestaat uit de staf, het kernteam en het coördinatieteam en staat onder leiding van de programmadirecteur.

De staf vervult de rol van:

 

Ambassadeur

Taak: Draagt het gedachtengoed van brede welvaart uit.

 

Facilitator

Taak: Sparringpartner voor de programmadirecteur, het kernteam en het coördinatieteam.

Ondersteunt en ontzorgt de programmadirecteur en het programmateam bij de voorbereiding van de agenda voor de stuurgroep, de planning en organisatie en de bewaking van de voortgang van het programma.

Denkt mee over de doorontwikkeling van het programma.

 

Het kernteam vervult de rol van:

Ambassadeur

Taak: Internaliseren en uitdragen van het gedachtengoed van brede welvaart en zorg dragen voor (politiek) draagvlak.

 

Verbinder

Taak: Brengt partijen samen om de opgaven te kunnen uitvoeren en fungeert als opgavemanager voor deze partijen.

 

Facilitator

Taak: Haalt signalen op uit de samenleving en begeleidt het onderzoek naar een eventueel voorstel dat bijdraagt aan de uitvoering van het programma.

Legt de programma/projectplannen/plannen voor experimenten via de programmadirecteur voor advies voor aan het Expertteam.

Monitoren: bewaken realisatie programmadoelen en opzetten en organiseren Leerkringen.

Organiseert het Rijk-regio-overleg.

 

Regisseur

Taak: Draagt zorg voor de uitvoering van het programmaplan:

  • o

    Stuurt op een integrale/samenhangende aanpak en een opgavegerichte werkwijze (samenwerken in netwerken).

  • o

    Stuurt op en bewaakt de voortgang van de programma’s, projecten, experimenten.

  • o

    Zorgt ervoor dat bij ontwikkeling van programma’s, projecten en experimenten de leidende principes worden toegepast en dat rekening gehouden wordt met de toetsingscriteria. Coacht en begeleidt de eerste fase van een project/programma en experiment, als dat wenselijk of nodig is.

  • o

    Stimuleert, jaagt aan en ondersteunt het tot stand komen van (nieuwe) ontwikkelingen.

  • o

    Stimuleert en is aanjager en ondersteuner van de opgave-teams.

  •  

Communicatie

Taak: Verantwoordelijk voor de communicatie over het programma ‘In volle vaart door voor brede welvaart in Zuid- en Oost-Drenthe’: via verschillende kanalen en op basis van verschillende methodieken betrokkenen en stakeholders informeren over zaken aangaande de Regio Deal Zuid- en Oost-Drenthe II.

In het kader van lerend werken: kennis vergroten.

 

Het Coördinatieteam vervult de rol van:

 

Ambassadeur

Taak: Draagt de ambitie van de Regio Deal Zuid-Oost-Drenthe II intern (pro)-actief uit.

 

Verbinder

Taak: Houdt de colleges/de bestuurders goed op de hoogte van alle inhoudelijke ontwikkelingen met betrekking tot de Regio Deal Zuid- en Oost-Drenthe II.

Draagt zorg voor ophalen van en afstemming met de eigen organisatie (wederkerigheid).

Houdt de programmadirecteur op de hoogte van lokale ontwikkelingen en stemt met de programmadirecteur af over te ondernemen stappen en vice versa.

Informeert en adviseert de colleges/bestuurders, ter voorbereiding op de Stuurgroep.

 

Regisseur naar ‘binnen’ toe

Taak: Kent de weg in de eigen organisatie (het interne netwerk) en acteert professioneel daarbinnen.

 

Expertteam

Het expertteam heeft een onafhankelijk voorzitter en vervult de rol van:

 

Toetser

Taak: Beoordeelt de ingediende programma’s, projecten en experimenten op basis van vastgestelde objectieve criteria (bijlage 4).

Toetst de ingediende programma’s, projecten en experimenten aan de leidende principes.

Stelt op basis van de beoordeling en toetsing een (ontwikkel)advies op voor de stuurgroep.

Legt alle voorstellen met een onderbouwd advies ter besluitvorming voor aan de stuurgroep.

 

Ambtelijk facilitators

De secretarissen/(algemeen) directeuren vertegenwoordigen als ambtelijk facilitators de gemeente en de provincie. Vanuit het secretarissenoverleg zijn er drie vooruitgeschoven secretarissen met een specifieke rol. Dit betreft een rol in gebeurtenissen die vragen om escalatie.

Zij vervullen de rol van:

 

Ambassadeur

Taak: Uitdragen van de ambitie van de Regio Deal Zuid- en Oost-Drenthe II, intern en extern.

 

Klankbord voor de programmadirecteur

Inzake zijn verantwoordelijkheid voor de stukken naar de stuurgroep en de uitvoering (resultaten) van het programma ‘In volle vaart door voor brede welvaart’.

Inzake de politiek bestuurlijke verhoudingen en risico’s van het programma ‘In volle vaart door voor brede welvaart’.

 

Facilitator

Taak: Scheppen binnen hun eigen organisatie de voorwaarden om integraal en adaptief te kunnen samenwerken in netwerken met de focus op het regionale belang.

Stellen op basis daarvan:

  • o

    beschikbaar stellen van medewerkers met het juiste profiel

  • o

    zorgdragen voor een adequate inzet van medewerkers voor het programma ‘In volle vaart door voor brede welvaart in Zuid- en Oost-Drenthe’

 

Regionale bestuurders

De regionale bestuurders van zowel overheden als maatschappelijke instellingen, kennisinstellingen en ondernemingen hebben een cruciale rol in het versterken en verankeren van duurzaam samenwerken en duurzaam partnerschap. Van hen wordt verwacht dat zij dit uitdragen en onderdeel maken van hun manier van werken.

Om die rol waar te kunnen maken worden zij op regelmatige basis en in verschillende vormen betrokken bij en geïnformeerd over de aanpak en voortgang van het programma. Onder andere door de vertegenwoordigers in de Stuurgroep en door het organiseren van bijeenkomsten waarin met elkaar het gesprek wordt gevoerd over de invulling daarvan.

 

Voor raads- en statenleden geldt dat zij goed geïnformeerd dienen te worden om hun rol te kunnen vervullen. Dat gebeurt door op regelmatige basis informele bijeenkomsten te organiseren, zowel collectief als per raad/staten.

 

Ministeries

De afgelopen vier jaar is een intensieve en waardevolle samenwerking ontstaan tussen het Rijk, de provincie en de gemeenten. Dat heeft geleid tot meer betrokkenheid, draagvlak en gelijkwaardigheid in de samenwerking. De ministeries richten zich op het versterken van die ontstane samenwerking met als doel om elkaar te voeden en van elkaar te leren op basis van wederkerigheid. Ondertekenende departementen van het convenant zijn BZK, EZK, OCW, VWS, SZW, I en W. Vanuit departementen kan inhoudelijk worden meegedacht over de thema’s in de Regio Deal Zuid- en Oost-Drenthe II: aantrekkelijke regio, economische structuurversterking, leven lang ontwikkelen, zorg en welzijn, samen met inwoners en regio aan de grens. Medewerkers van departementen zijn bereikbaar voor concrete vragen en knelpunten in de uitvoering van de deal, tijdens werkbezoeken, via direct contact of door middel van inhoudelijke sessies.

 

3.3 Overlegvormen

 

In de besturing van het programma maken wij onderscheid tussen het besluitvormend overleg en het afstemmingsoverleg. Het overleg van de stuurgroep en het programmateam zijn formele besluitvormende overleggen. Daarnaast vindt een inhoudelijk afstemmingsoverleg c.q. voortgangsoverleg plaats tussen het kernteam en de zes ministeries (Den Haag-Zuid-Oost-Drenthe Overleg).

De overige teams stemmen - onderling en/of met (netwerk)partijen en/of met het programmateam - op reguliere of ad hoc basis, af en brengen op basis daarvan advies uit aan de programmadirecteur of de stuurgroep.

De formele overleggen zijn in kaart gebracht (zie bijlage 2).

 

3.4 Inrichting van de programmaorganisatie

 

Stuurgroep

De stuurgroep is een team dat zich gedurende de periode van de Regio Deal Zuid- en Oost-Drenthe II verbindt aan het programma ‘In volle vaart door voor brede welvaart in Zuid- en Oost-Drenthe.

De stuurgroep bestaat uit bestuurders en vertegenwoordigers van de convenantpartijen: ministeries, provincies, gemeenten, kennisinstellingen, (maatschappelijke) organisaties en bedrijven.

 

Programmadirecteur

De programmadirecteur wordt benoemd door de stuurgroep voor de periode van de Regio Deal Zuid- en Oost-Drenthe II. In bijlage 3 zijn rollen, taken en competenties benoemd.

 

Programmateam

Het programmateam wordt gevormd door de programmadirecteur, de staf, het kernteam en het coördinatieteam. De staf bestaat uit onder meer een programmasecretaris, programmaondersteuner, projectcontroller (kassier) communicatiemedewerker en ondersteunt de programmadirecteur, het kernteam en het coördinatieteam. Incidenteel wordt een strategisch communicatieadviseur ingezet.

De leden van de staf en het kernteam worden benoemd door de programmadirecteur. Zij worden geworven op basis van gewenste en noodzakelijke deskundigheid. In bijlage 3 zijn rollen, taken en competenties benoemd.

Het coördinatieteam bestaat uit ambtelijke vertegenwoordigers van de deelnemende gemeenten en provincies en vertegenwoordigers uit de partnerorganisaties. Passend bij de rollen, taken en competenties (bijlage 3).

 

Expertteam

Het expertteam bestaat uit externe, onafhankelijk deskundigen inclusief een onafhankelijk en ervaren voorzitter. Het expertteam wordt, op voordracht van de programmadirecteur, benoemd door de stuurgroep. Het expertteam wordt ondersteund door de programmasecretaris en stemt regelmatig af met de programmadirecteur. De leden ontvangen een vergoeding voor hun werkzaamheden.

Het expertteam adviseert de stuurgroep via de programmadirecteur. De leden hebben de capaciteit en het begrip om de brug te slaan tussen de papieren werkelijkheid en de maatschappij. In bijlage 3 zijn de rollen, taken en competenties benoemd.

 

4. (Boven)regionale samenwerking

 

Kenmerkend voor (bovenregionale) samenwerking is dat zowel bestuurders als uitvoerders denken en handelen vanuit de opgaven waar de regio Zuid- en Oost-Drenthe voor staat. Daarbij zetten wij in op wat wij gemeen hebben. Concreet houdt dat in dat alle maatschappelijke opgaven vanuit het perspectief van de regio Zuid- en Oost-Drenthe worden aangepakt. Dat houdt ook in dat de interne systemen, procedures en structuren van ieders organisatie daaraan ondergeschikt zijn.

 

Een opgave is een gemeenschappelijke opdracht waarbij verschillende spelers in het netwerk in verschillende samenstellingen betrokken zijn en waarbinnen iedere speler een eigen verantwoordelijkheid heeft voor het realiseren van die opdracht.

Bij het werken aan opgaven kunnen verschillende werkwijzen toegepast worden, zoals bijvoorbeeld een projectmatige of een programmatische werkwijze.

 

4.1 Uitgangspunten

 

Bij het inrichten van de (boven)regionale samenwerking en het bepalen van de toe te passen werkwijze gelden de volgende uitgangspunten:

  • o

    opgavegericht werken

Betrokken partijen zijn bereid te redeneren vanuit de regionale opgave.

Samenwerken in netwerken aan maatschappelijke vraagstukken waarbij de opgave centraal staat.

Dat betekent ook:

  • o

    er liggen geen projecten kant en klaar op de plank waarbij financiering wordt gezocht;

  • o

    er zijn geen vaste teams. Elk idee/voorstel wordt, mits het bijdraagt aan de realisatie van de ambitie, door een team van relevante deskundigen, afkomstig van alle partners (inclusief inwoners) uitgewerkt;

  • o

    focus bepalen op basis van meerwaarde voor de regio;

  • o

    besluiten kenmerken zich door doelmatigheid en worden door iedereen uitgevoerd en gesteund;

  • o

    eigenaarschap

Verantwoordelijkheid voelen en nemen voor het realiseren van de ambitie;

  • o

    lerende en adaptieve manier van werken;

  • o

    mogelijk maken van voortdurende aanpassing aan een veranderende omgeving door het stimuleren van scholing, ontwikkeling en initiatief;

  • o

    eigen organisatiestructuren daaraan ondergeschikt maken;

  • o

    naast het aanleren van nieuwe vaardigheden ook het afleren van oude gewoontes. Dat geldt van hoog tot laag;

  • o

    reguliere werkzaamheden horen in de lijn.

Reguliere werkzaamheden die worden uitgevoerd in het kader van een opgave blijven de verantwoordelijkheid van de staande organisatie van de betrokken partijen;

  • o

    Aansluiten bij landelijke en Europese programma’s (EFRO/Interreg);

Bijvoorbeeld in het kader van pilots, etc.

  • o

    overlaten aan anderen wat kan.

Aansluiten bij ontwikkelingen van andere partijen in plaats van opnieuw zelf ontwikkelen.

Dat kan in verschillende rollen: faciliterend of in samenwerking.

 

Van idee naar project/programma/experiment (algemeen ‘werkproces’)

 

Toelichting

In de (boven)regionale samenwerking is het programmateam de ‘spin in het web’. De leden van het programmateam kennen de regio, signaleren wat leeft in de samenleving aan ideeën, zijn op de hoogte van (lopende) activiteiten en verbinden partijen met elkaar. Het programmateam ondersteunt en faciliteert betrokken partijen bij het proces dat leidt tot besluitvorming over het uitvoeren van een project/programma/experiment.

 

Daarnaast is het mogelijk om vanuit alle hoeken van de samenleving ideeën aan te dragen en/of voorstellen te doen die bijdragen aan de opgaven die de regio Zuid- en Oost-Drenthe heeft geformuleerd.

Deze ideeën en voorstellen worden ingediend bij een ‘virtueel punt’ (binnen het programmateam). Het idee/voorstel wordt onderzocht (oriëntatie) in samenspraak met de partijen die het idee aandragen of het voorstel doen, op onder meer het aspect: draagt het idee/voorstel bij aan de realisatie van de doelen. Indien gewenst ondersteunt of faciliteert het kernteam hierbij. Dit onderzoek kan leiden tot het beschikbaar stellen van mensen/middelen om (al of niet) een project-/programma-voorstel op te stellen of een experiment op te zetten. Tijdens deze oriëntatiefase wordt steeds naar mogelijke verbindingen met de betrokken organisaties gezocht. Het is de rol en taak van het coördinatieteam om die verbindingen te leggen.

 

Leidt het onderzoek tot het opstellen van een project-/programma-voorstel of een experiment dan wordt in gezamenlijk overleg besloten welke deskundigheid daarvoor nodig is en wie deze deskundigheid beschikbaar stelt. Deze deskundigen vormen samen het ‘ontwerpteam’ dat aan de slag gaat met het voorbereiden en ontwikkelen van een voorstel voor een project/programma/experiment. Het kernteam ondersteunt het ‘ontwerpteam’ indien nodig en brengt actief de leidende principes en de toetsingscriteria onder de aandacht. Het kernteam draagt zorg voor regelmatige, tussentijdse afstemming met het coördinatieteam en zo nodig met andere relevante partijen.

 

Een optie kan ook zijn dat een (of meerdere) partij(en) in de regio over alle deskundigheid beschikt en al bezig is met de ontwikkeling (of uitvoering) van hetgeen is voorgesteld. Dan kan(kunnen) deze partij(en) actief benaderd worden en kunnen afspraken worden gemaakt over samenwerking met deze partij (alliantie) of uitvoering in opdracht voor het programma ‘In volle vaart door voor Brede Welvaart’.

Zodra een voorstel voor een project/programma/experiment of de ontwikkeling en/of uitvoering daarvan door of met een partij uit de regio, rijp is voor toetsing en besluitvorming draagt de Programmadirecteur zorg voor agendering bij de expertgroep respectievelijk de stuurgroep.

 

De stuurgroep besluit op basis van het advies van het expertteam en stelt (al of niet) middelen beschikbaar. Het ‘ontwerpteam’ krijgt (via het kernteam) altijd inzage in het besluit (inclusief de afwegingen) van de stuurgroep.

Bij een negatief advies van het expertteam kan de stuurgroep besluiten om het voorstel terug te sturen naar het ‘ontwerpteam’ met de mogelijkheid om het aan te passen op basis van het advies van het expertteam. Het kernteam kan daarbij ondersteunen. Na aanpassing kan het betreffende voorstel opnieuw de besluitvormingsroute in.

 

Leidt het besluit van de stuurgroep tot uitvoering dan neemt het kernteam haar rol als regisseur op.

 

4.2 Toetsing

 

Alvorens projecten/programma’s/experimenten in uitvoering worden genomen vindt toetsing door het expertteam plaats. Beoordeeld wordt of het desbetreffende project/programma/experiment bijdraagt aan het realiseren van de hoofddoelen:

  • o

    de brede welvaart in de regio Zuid- en Oost-Drenthe nu en in de toekomst substantieel en duurzaam te verhogen;

  • o

    de samenwerking binnen de regio Zuid- en Oost-Drenthe te versterken en te borgen.

In bijlage 4 zijn de toetsingscriteria op hoofdlijnen uitgewerkt.

 

Naast deze criteria gelden ook de leidende principes (hoofdstuk 2.4) en uitgangspunten zoals genoemd in hoofdstuk 4.1.

 

4.3 Vormen van samenwerken

 

Samenwerken in netwerken kan op basis van een samenwerkingsovereenkomst (tussen de samenwerkende partners van de Regio Deal Zuid- en Oost-Drenthe II) en op basis van het sluiten van allianties met partijen in het netwerk.

In het laatste geval is er sprake van technische opdrachten waarvoor een overeenkomst wordt gesloten met en subsidie wordt verstrekt aan organisaties waarvan de doelstellingen overeenkomen met de doelen van de Regio Deal Zuid- en Oost-Drenthe II. Deze manier van netwerksamenwerking kan het begin zijn van een gezamenlijke regionale agenda, die gezamenlijk vorm wordt gegeven.

 

4.4 Werkwijzen

 

De werkwijze die wordt toegepast is afhankelijk van de keuze voor uitwerking van het idee of voorstel. Die keuze is eveneens bepalend voor de deskundigheid die noodzakelijk is voor een professionele uitvoering. In het programma worden de onderstaande werkwijzen naast elkaar toegepast.

Project

Een project is een tijdelijke ‘organisatie’ met een strikt omschreven opdracht. Deze opdracht moet in een bepaalde periode (begin-eind) op basis van een vooraf vastgesteld resultaat met een vastgesteld budget uit gevoerd moet worden. In het project wordt systematisch en planmatig gewerkt.

 

Programma

In een programma staat het realiseren van de doelen centraal. Deze werkwijze kan ingezet worden om een unieke opgave in de eigen organisatie uit te voeren of om samen met andere partijen te werken aan (maatschappelijke) opgaven of om daaraan samen te werken met partijen waar zelden of nooit mee wordt samengewerkt. Meestal wordt dan planmatig en samenhangend/integraal gewerkt, stap voor stap op weg naar de ‘stip op de horizon’ met de DIN als kompas.

 

Experiment

Een vorm van (empirisch) onderzoek waarbij wordt uitgeprobeerd of de theorie/aanname werkt in de praktijk.

 

4.5 Doelen-Inspanningen-Netwerk

 

Als ondersteuning voor het doelmatig en effectief samenwerken in netwerken is een Doelen- Inspanningen-Netwerk (DIN) een goed instrument.

Het DIN is bedoeld om inzicht te geven in de samenhang tussen de opgaven, doelen en inspanningen. Op basis daarvan kan in netwerken, vaak in verschillende en wisselende ‘teams’ samengewerkt worden aan het realiseren van de opgaven waar de regio Zuid- en Oost-Drenthe voor staat.

 

De verandering die tot stand gebracht wordt (Doel) door te doen wat nodig is (Inspanningen) heeft invloed op het welzijn van mensen (Effect). Door de doelen te concretiseren ontstaat inzicht in de specifieke opgave en kan ingevuld worden welke inspanningen nodig zijn om de opgave uit te voeren en daarmee de doelen te realiseren (projecten, programma’s en experimenten).

 

Redenerend vanuit de ambitie en de leidende principes wordt het DIN gebruikt om binnen het netwerk, op alle niveaus en met alle partijen, het gesprek hierover te voeren.

Op basis van het gesprek krijgen partijen zelf zicht op de samenhang tussen de opgaven, doelen en inspanningen. Daardoor kunnen ze in een vroeg stadium anticiperen op een mogelijke gezamenlijke aanpak tussen disciplines, partijen, etc.

Daarnaast bevordert het gesprek het wij-gevoel in de regio Zuid- en Oost-Drenthe en draagt het bij aan de betrokkenheid van alle partijen. Deze wijze van samenwerken kan mogelijk ook een positief effect hebben op het behouden van deskundigheid voor de regio Zuid- en Oost-Drenthe.

Tenslotte stelt het voeren van een dergelijk gesprek bestuurders in staat het programma beter te faciliteren.

 

Doelen-Inspanningen-Netwerk

Onderstaande afbeelding geeft schematisch het DIN weer. In bijlage 1 staat en meer gedetailleerd overzicht.

Aandachtspunten

Het DIN wordt gebruikt op verschillende momenten van het proces op weg naar de uitvoering van een project, programma of experiment. De volgende aandachtspunten zijn daarbij van belang:

  • o

    Bij elk gesprek op elk niveau de leidende principes als leidraad gebruiken.

  • o

    De partners van de Regio Deal Zuid- en Oost-Drenthe II gaan altijd uit van wat hen bindt en niet wat hen verdeelt.

  • o

    Op alle niveaus rust de plicht om zich in te spannen om alle partners en partijen bij elkaar te houden op weg naar het realiseren van de doelen.

  • o

    Vanaf de start van het proces - van idee tot uitvoering en borging - zorgt iedere partner-organisatie ervoor dat aanwezige deskundigheid benut kan worden ten bate van de opgaven in de regio Zuid- en Oost-Drenthe.

  • o

    Opbrengsten op de lange(re) termijn zijn ook goed: we werken aan langjarige opgaven.

  • o

    Hoe minder je op voorhand kunt ‘dichttimmeren’, hoe kritischer de monitoring van een project, programma of experiment moet zijn.

  •  

5. Monitoren

 

Monitoren helpt om duidelijk te maken wat en hoe plannen en activiteiten bijdragen aan onze ambities. Wij weten hierdoor wat de goede dingen zijn en we kunnen aantonen dat wij ze goed uitvoeren.

 

Monitoren begint bij het voeren van het goede gesprek tussen en met denkers, doeners en beslissers. Dat gebeurt aan de hand van de leidende principes en de DIN. Door in het gesprek de juiste vragen te stellen wordt inzichtelijk welk effect en/of resultaat beoogd wordt, wat daarvoor gedaan moet worden, hoe dat wordt uitgevoerd en wie daar wat van gaat merken. En vooral: hoe wij dat gaan meten en hoe wij deze gegevens blijven duiden om er van te leren.

Door goede afspraken hierover te maken aan het begin, is geborgd dat tijdens de uitvoering van projecten/programma/experimenten op basis van de juiste gegevens het goede gesprek wordt gevoerd. Door te tellen en vertellen, met elkaar, met de opdrachtgever en met de deelnemers. Dit faciliteert dat er tijdens de uitvoering de juiste beslissingen genomen worden, dat tussentijds verbeteringen worden doorgevoerd, dat er wordt bijgestuurd op de voortgang of tijdig wordt gestopt. Bij de afronding van een project/programma/experiment worden op basis van de bevindingen aanbevelingen geformuleerd die leiden tot verbetering bij volgende projecten/programma’s/experimenten.

Het instrument dat wij hiervoor in willen zetten heeft de volgende kenmerken:

  • o

    het is gebruiksvriendelijk

Het proces is zo ingericht dat het helder is wat je doelen en resultaten zijn en hoe je het effect van jouw interventies erop kunnen meten;

  • o

    iedereen werkt volgens de leidende principes

De leidende principes hebben een centrale rol en functie. Door binnen de regio allemaal volgens dezelfde leidende principes te werken, kiezen wij interventies die daadwerkelijk bijdragen aan de regionale opgaven. Door de verschillende interventies aan verschillende leidende principes te koppelen, kunnen we ook beter zien waar we nog moeten investeren;

  • o

    bevordert de continue leercyclus

Doordat wij weten waar de interventies aan bijdragen en dat ook aangetoond kan worden, leren we van en met elkaar en ontwikkelen we onszelf en de regio Zuid- en Oost-Drenthe;

  • o

    leidt tot verbeteren van de kwaliteit

De continue leercyclus die op gang wordt gebracht zorgt voor een continue kwaliteitsimpuls van de uitvoering. Inspanningen/activiteiten worden kwalitatief beter, het effect voor de inwoner wordt groter.

Aan de hand van de vier ontwikkellijnen, de doelen en met gebruik van bestaande data wordt een monitor Regio Deal Zuid- en Oost-Drenthe II ontwikkeld en vormgegeven.

De effecten van het programma zoals benoemd in de DIN zijn uitgangspunt voor het definiëren van de brede welvaart-indicatoren op grond waarvan gemeten, geanalyseerd en verbeterd kan worden en gewerkt wordt aan continue leren en verbeteren.

 

De monitor wordt de komende maanden vormgegeven. Daarin wordt de samenwerking gezocht met een aantal andere Regio Deals.

 

6. Financiën

 

Uitgangspunt is dat de begroting en financiële verantwoording door de stuurgroep wordt vastgesteld, conform indeling van het convenant en de specifieke uitkering door het Rijk.

 

De programmadirecteur is verantwoordelijk voor de financiële sturing van het programma.

Hij stelt een (meerjaren)begroting op die jaarlijks wordt bijgesteld en wordt vastgesteld in de stuurgroep. De begroting en de financiële verantwoording sluiten op aan bij het convenant en de daaruit volgende SPUK.

Op grond daarvan bewaakt de programmadirecteur de voortgang en de prognose van de begroting tijdens de uitvoering. Concreet draagt hij zorg voor het bewaken van het totale programma inclusiede programmakosten vanuit de (lange termijn) begroting. Hiermee brengt hij alle financiële aspecten van het programma bijeen ten behoeve van de besturing en besluitvorming door de stuurgroep. Op basis daarvan wordt de stuurgroep periodiek bijgepraat door de programmadirecteur.

 

De programmadirecteur heeft het mandaat om kosten tot € 50.000,-- zelfstandig af te handelen. Het betreft hier kosten die gemaakt worden in het kader van bijvoorbeeld het faciliteren van onderzoek in de oriëntatiefase of het op gang brengen van de samenwerking, niet zijnde een project/programma/experiment.

 

De uitvoeringskosten in de zin van voorbereidingskosten, administratie en toezicht (VAT) zijn begroot op 3%, te weten € 900.000,-- voor de komende vier jaren.

De voorbereidingskosten (vanaf 2022 tot en met de SPUK) zijn ongeveer € 100.000,-- en worden verantwoord in 2024, daarna jaarlijks € 200.000,--.

De BTW in het kader van het compensatiefonds wordt per programmalijn in mindering gebracht.

De kosten voor de aansturing van de programmalijnen worden ook per programmalijn begroot en verantwoord.

 

7. Communicatie

Regelmatige en eenduidige communicatie vanuit en binnen het programma is cruciaal voor een succesvolle uitvoering én voor draagvlak binnen de regio Zuid- en Oost-Drenthe.

De communicatieaanpak gaat uit van verbindende en inspirerende communicatie-uitingen met aan- dacht voor samenhang met de lopende projecten c.q. afgeronde projecten uit de Regio Deal Zuid- en Oost-Drenthe 2019-2023 en het vervolg in de Regio Deal Zuid- en Oost-Drenthe II.

Specifieke communicatie-uitgangspunten bij dit programma zijn:

  • o

    communicatie gebeurt vanuit het programma en in afstemming met de betrokken partijen, mede om een overload aan berichten te voorkomen;

  • o

    communicatie wordt gebruikt om te informeren én om input en feedback op te halen.

Bij aanvang van het programma wordt door de stuurgroep een strategisch communicatieplan vastgesteld. Op basis daarvan wordt een communicatiekalender opgesteld met aandacht voor het wat, wanneer en hoe van elke boodschap en voor wie deze bestemd is. De communicatie-medewerker van het programma voert de regie op alle communicatieactiviteiten van het programma.

 

 

8. Voorlopig tijdpad 2023/2024

 

Het programma ‘In volle vaart door voor brede welvaart’ bestrijkt een periode van vier jaar (2023-2027). Per jaar wordt een planning opgesteld.

 

Voor 2023 (Q4) en 2024 (t/m Q2) is de planning gevuld met de nu bekende activiteiten die nog moeten worden uitgevoerd en/of afgerond.

 

BIJLAGE 1  

Zie de informatieve bijlage: Samenwerkingsovereenkomst bijlage 1 Programmaplan Regiodeal Zuid- en Oost-Drenthe II

 

BIJLAGE 2  

 

 

Route naar stuurgroep 28 juni 2024:

  • -

    7 juni - Versturen stukken stuurgroep naar coördinatieteam

  • -

    13 juni - Bespreken stukken stuurgroep door coördinatieteam

  • -

    14 juni - Versturen stukken naar stuurgroep

  • -

    17 of 24 juni - Bespreking stukken in PFO’s/POHO

  • -

    18 of 25 juni -Bespreking stukken in Colleges

  • -

    28 juni - Stuurgroep

 

Route naar stuurgroep 13 december 2024:

  • -

    22 nov - Versturen stukken stuurgroep naar coördinatieteam

  • -

    28 nov - Bespreken stukken stuurgroep door coördinatieteam

  • -

    29 nov - Versturen stukken naar stuurgroep

  • -

    2 of 9 dec - Bespreking stukken in PFO’s/POHO

  • -

    3 of 10 dec - Bespreking stukken in Colleges

  • -

    13 dec - Stuurgroep

BIJLAGE 3  

 

Rollen, taken en competenties

 

Personen in het programma vervullen rollen met een samenhangend pakket aan taken. Zij leveren daarmee een bijdrage aan het realiseren van de ambitie van de RD ZOD.

Op basis van die invalshoek zijn competenties benoemd die samenhangen met de rol die iemand vervult. Naast competenties zijn ook ervaring en opleiding belangrijk bij de definitieve invulling van de functies binnen het Programmateam.

Onderstaande afbeeldingen geven schematisch weer welke competenties nodig zijn voor de rollen en taken die binnen de Stuurgroep, het Programmateam en het Expertteam worden vervuld.

 

BIJLAGE 4  

 

TOETSEN EN RICHTLIJNEN TOETSINGSCRITERIA

 

Toetsen

Objectief beoordelen of het project/programma/experiment bijdraagt aan het realiseren van de hoofddoelen:

  • de brede welvaart van inwoners in de regio Zuid- en Oost-Drenthe nu en in de toekomst substantieel en duurzaam te verhogen.

  • de samenwerking binnen de regio Zuid- en Oost-Drenthe te versterken en te borgen.

 

Richtlijnen Toetsingscriteria

Zijn de kenmerken waar een project/programma/experiment aan moet voldoen om er goedkeuring aan te geven.

Naast deze criteria gelden ook de leidende principes (hoofdstuk 2.4) en uitgangspunten zoals genoemd in hoofdstuk 4.1.

 

Algemeen

Aangeleverd wordt een volledig beschrijving van het project/programma/experiment waarin is opgenomen:

  • de aanpak, waarbij aangegeven wordt:

    • o

      hoe is het nu en wat veranderd er met dit project;

    • o

      werkwijze/samenwerkingsvormen;

    • o

      welke bevindingen uit de evaluaties van de vorige deal (indien van toepassing) zijn verwerkt;

    • o

      aansluiting bij landelijke beleidsdoelen of programma’s;

  • op te leveren resultaten/producten/mijlpalen.

  • een onderbouwing van:

    • o

      de bijdrage aan de(sub) doelen van het programma aan de brede welvaart in de regio (DIN);

  • een planning (tijdpad);

  • een begroting;

  • borging van de continuiteit na afronding (indien van toepassing).

 

Specifiek

De uitgangspunten en leidende principes zoals beschreven in het Programmaplan ‘In volle vaart door voor brede welvaart’ zijn de basis voor de uitwerking van de projecten/programma’s /experimenten. Toetsing vindt plaats op regionale impact, integraliteit en samenwerking.

 

Regionale impact

  • Is de (beoogde) uitkomst aantoonbaar van meerwaarde voor de inwoners, bedrijven, (maatschappelijke) organisaties en kennisinstellingen.

 

Integraliteit

  • Wordt in de aanpak zichtbaar dat de samenhang tussen de verschillende ontwikkellijnen is bekeken en daarbij de verschillende perspectieven en belangen zijn afgewogen.

 

Samenwerking

  • Is aantoonbaar dat de deskundigheid van het netwerk (alle betrokken partijen), binnen en buiten de regio, is ingezet, waar mogelijk en gewenst en op basis van gelijkwaardigheid.

 

Financiering

  • Kan een project/programma/experiment gefinancierd worden uit andere financieringsbronnen, zoals EFRO en Interreg (afwijzingscriterium).

 

Cofinanciering

  • Is er cofinanciering geregeld.

Naar boven