Verkeersbesluit voor het opheffen van de openstelling van het verplichte fiets/bromfietspad voor brommobielen aan N307 Markerwaarddijk

Gelet op:

artikel 15 van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 12 van het Besluit Administratieve bepalingen betreffende het wegverkeer en het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990,

Overwegende:

  • -

    dat de N307 Markerwaarddijk (wegvak tussen hmp 50,0 en hmp 76,2) buiten de bebouwde kom ligt;

  • -

    dat de N307 Markerwaarddijk is gecategoriseerd als een regionale stroomweg en ook als zodanig is ingericht;

  • -

    dat de N307 Markerwaarddijk vanaf hmp 75,0 tot hmp 50,0 is aangewezen als een autoweg zoals bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 1, en conform het RVV 1990 artikel 21, lid a een maximumsnelheid geldt van 100 km/h;

  • -

    dat in artikel 2a van het RVV 1990 is bepaald dat de regels van dat besluit betreffende motorvoertuigen en bestuurders en passagiers van motorvoertuigen ook van toepassing zijn op brommobielen en bestuurders van brommobielen, tenzij anders is bepaald;

  • -

    dat in artikel 42, lid 2 van het RVV 1990 is bepaald dat het gebruik van een autoweg slechts is toegestaan voor bestuurders van een motorvoertuig waarmee met een snelheid van ten minste 50 km/h mag en kan worden gereden;

  • -

    dat in artikel 1 van het RVV 1990 is bepaald dat brommobiel een bromfiets op meer dan twee wielen is, die voorzien is van een carrosserie;

  • -

    dat in artikel 5.6.8 van de Regeling voertuigen is bepaald dat bromfietsen geen hogere maximumconstructiesnelheid mogen hebben van meer dan 45 km/h;

  • -

    dat gelet op het voorgaande brommobielen geen gebruik mogen maken van de autoweg N307 Markerwaarddijk tussen hmp 50,0 en hmp 76,2;

  • -

    dat in het verleden langs de N307 Markerwaarddijk onder het bord G12a (verplicht fiets/bromfietspad) t.h.v. hmp. 76,2 en hmp 75,1 een onderbord met de tekst “brommobielen toegestaan” is geplaatst;

  • -

    dat voor uitbreiding van het aantal categorieën weggebruikers dat van het voornoemde fiets/bromfietspad gebruik mag maken destijds geen verkeersbesluit is genomen;

  • -

    dat brommobielen en bestuurders van brommobielen komende vanuit de richting Enkhuizen naar Lelystad geen gebruik mogen maken van het verplichte fiets/bromfietspad dat langs de N307 Markerwaarddijk gelegen is omdat deze daarvoor niet is opengesteld door middel van onderborden met de tekst “brommobielen toegestaan”;

  • -

    dat de N307 Markerwaarddijk tussen hmp 48,9 en hmp 50,0 onder het beheer van de provincie Noord-Holland valt;

  • -

    dat met de provincie Noord-Holland de huidige situatie is besproken dat brommobielen en bestuurders van brommobielen wel van Lelystad richting Enkhuizen kunnen reizen maar omgekeerd niet;

  • -

    dat met de provincie Noord-Holland de voor- en nadelen zijn besproken van de huidige situatie;

  • -

    dat gezamenlijk is geconcludeerd dat het openstellen van het verplichte fiets/bromfietspad dat langs de N307 Markerwaarddijk gelegen is voor bestuurders van brommobielen in twee richtingen ongewenst is uit oogpunt van de beschikbare ruimte en verkeersveiligheid;

  • -

    dat het gebruik van het betreffende verplichte fiets/bromfietspad bovendien relatief laag is (40 gebruikers gemeten in 2021);

  • -

    dat de huidige situatie zorgt voor onduidelijkheid bij gebruikers van een brommobiel (wel kunnen reizen richting Enkhuizen maar niet terug kunnen reizen via dezelfde route);

  • -

    dat voor gebruikers van een brommobiel alternatieve (zij het langere) routes beschikbaar zijn om van Flevoland richting Noord-Holland en vice versa te reizen;

  • -

    dat de betreffende weg bij de provincie Flevoland in beheer en onderhoud is; dat op grond van artikel 15 van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 12 van het Besluit Administratieve bepalingen betreffende het wegverkeer en het Reglement verkeersregels en verkeerstekens een verkeersbesluit moet worden genomen voor het plaatsen van verkeersborden; dat overleg heeft plaatsgevonden met de politie Flevoland district Noord, zoals voorgeschreven in artikel 24 van het Besluit Administratieve bepalingen betreffende het wegverkeer.

Conform de door Gedeputeerde Staten van Flevoland d.d. 14 maart 2017 met kenmerk 2018030 vastgestelde Algemeen Mandaatbesluit Flevoland 2017.

Besluiten Gedeputeerde Staten van Flevoland:

  • I.

    tot het opheffen van de openstelling van het verplichte fiets/bromfietspad langs de N307 Markerwaarddijk (tussen hmp 50,0 en hmp 76,2) voor brommobielen door het onder de betreffende verkeersborden G12a geplaatste onderbord met de tekst “brommobielen toegestaan” te verwijderen;

Dit besluit treedt in werking op de datum van de bekendmaking van dit besluit en ligt gedurende 6 weken ter inzage bij het provinciehuis, Visarenddreef 1, Lelystad.

Bezwaar

Tegen dit besluit kunt u binnen zes weken na datum van verzending van deze brief schriftelijk bij ons bezwaar maken. Uw bezwaarschrift dient ondertekend te zijn en voorzien van uw naam en adres, de datum, een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht en de gronden van het bezwaar.

Nadere informatie over de bezwaarprocedure treft u aan in het hierna volgende informatieblad.

Hoogachtend,

Gedeputeerde Staten van Flevoland,

namens deze,

Manager expertiseteam Beheer en onderhoud Infra

J. van der Sloot

Informatieblad bezwaarprocedure Gedeputeerde Staten van Flevoland

Bezwaar

Tegen onze besluiten kunt u op grond van artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht binnen zes weken na datum van verzending ervan bij ons schriftelijk bezwaar maken. Uw bezwaarschrift dient ondertekend en voorzien te zijn van uw naam en adres, de datum, een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht en de gronden van het bezwaar. U dient het bezwaar in op onze website https://www.flevoland.nl/loket/loketoverview/bezwaar-tegen-beslissing-provincie-6365

Verzoek om voorlopige voorziening Wanneer u van mening bent dat, in afwachting van de behandeling van uw bezwaarschrift, een voorlopige voorziening moet worden getroffen, kunt u een verzoek daartoe indienen bij de voorzieningenrechter. Het adres is Rechtbank Midden-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, voorlopige voorzieningen, Postbus 16005, 3500 DA Utrecht. Uw verzoek om voorlopige voorziening wordt pas in behandeling genomen wanneer u griffierecht heeft betaald. De rechtbank laat u weten hoe hoog het griffierecht is en op welke wijze u dit kunt overmaken.

Overslaan van de bezwaarschriftenprocedure Op grond van artikel 7:1a van de Algemene wet bestuursrecht kunt u in uw bezwaarschrift aangeven dat u de bezwaarschriftenprocedure wilt overslaan en rechtstreeks in beroep wilt gaan bij de bestuursrechter. In artikel 7:1 a tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht is bepaald dat wij een dergelijk verzoek in ieder geval moeten afwijzen wanneer: A) het bezwaarschrift is gericht tegen het niet op tijd nemen van een besluit. B) tegen het besluit door een andere belanghebbende ook een ander bezwaarschrift is ingediend waarin zo’n verzoek niet is gedaan en dit bezwaarschrift ontvankelijk is. Wij stemmen alleen in met het verzoek om de bezwaarschriftenprocedure over te slaan, wanneer de zaak daarvoor geschikt is. Wanneer dit het geval is, zenden wij het bezwaarschrift door aan de bevoegde rechter.

Proceskostenvergoeding Tot slot wijzen wij u er nog op dat u op grond van artikel 7:15, tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht bij ons – voordat wij een besluit hebben genomen op uw bezwaarschrift – een verzoek kunt indienen om de kosten die u redelijkerwijs in verband met de behandeling van uw bezwaarschrift moet maken, te vergoeden. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om kosten van rechtsbijstand, kosten van een getuige/deskundige; reis- en verblijfkosten, kosten van uittreksels uit openbare registers, telefoongesprekken. Bij het indienen van zo’n verzoek moet u het bedrag van de vergoeding aangeven en stukken overleggen waaruit blijkt dat u deze kosten daadwerkelijk heeft gemaakt. Bij het besluit dat wij op het bezwaarschrift nemen, wordt tegelijkertijd een besluit genomen op een ingediend verzoek om vergoeding van de kosten.

Naar boven