Provinciaal blad van Fryslân
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Fryslân | Provinciaal blad 2024, 20178 | andere beschikking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Fryslân | Provinciaal blad 2024, 20178 | andere beschikking |
Toestemming voor het uitbreiden van de verwerkingscapaciteit van organisch materiaal en het oprichten en exploiteren van een vierde vergister aan De Dolten 11 te Heerenveen
Op 26 oktober 2023 is een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen van Afvalsturing Friesland N.V. voor het uitbreiden van de verwerkingscapaciteit van organisch materiaal en het oprichten en exploiteren van een vierde vergister. De aanvraag heeft betrekking op De Dolten 11 te Heerenveen. De aanvraag is geregistreerd onder OLO-nummer 7431927.
Wij besluiten, gezien de overwegingen die zijn opgenomen in deze vergunning en gelet op de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de daarop betrekking hebbende uitvoeringsbesluiten en -regelingen, aan Afvalsturing Friesland N.V. een (omgevings)vergunning:
op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder a. (het bouwen van een bouwwerk) te verlenen voor het bouwen van een vergistingstoren, een ijzerchloridetank, het uitbreiden van de vergistingshal en het vervangen van de luchtbehandeling bij de vergisting. Aan de verlening van de vergunning zijn voorschriften verbonden.
op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder e, onder 2° (het veranderen of veranderen van de werking van een inrichting) en artikel 2.14, vijfde lid juncto artikel 3.10, derde lid (milieuneutrale wijziging) te verlenen voor het uitbreiden van de verwerkingscapaciteit van organisch materiaal en het oprichten en exploiteren van een vierde vergister. Aan de verlening van de vergunning zijn voorschriften verbonden zoals hierna vermeld.
Namens het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân,
Afdelingshoofd Vergunningverlening en Specialistisch Advies
Een kopie van deze vergunning is naar de volgende instanties en personen gestuurd:
T.a.v. afdeling Risicobeheersing
Inspectie Leefomgeving en Transport
De bekendmaking van deze beschikking gebeurt door publicatie in de Leeuwarder Courant, het Friesch Dagblad en in het Provinciaal blad van Fryslân via www.officielebekendmakingen.nl. De dag na de bekendmaking treedt de beschikking in werking. Binnen zes weken na de bekendmaking kunnen zowel u als belanghebbenden bezwaar maken bij het college van Gedeputeerde
Staten van de provincie Fryslân. Het indienen van een bezwaarschrift stelt de werking van de beschikking niet uit. Als u of belanghebbenden niet willen dat de beschikking in werking is in afwachting van de bezwaarprocedure, kan een verzoek om een voorlopige voorziening worden gedaan bij de Rechtbank Noord-Nederland.
1.1 Constructieve veiligheid. Wat moet u 6 tot 3 weken vóór de bouw aanleveren?
1.1.1 De definitieve constructieve berekeningen en tekeningen dienen uiterlijk 3 weken voor aanvang van de bouwwerkzaamheden ter goedkeuring aan het bevoegd gezag te worden voorgelegd. In de praktijk blijkt de periode van drie weken te kort. Als het bevoegd gezag fouten ziet leidt dit al snel tot vertragingen in de bouw. Wij raden daarom aan om een periode van zes weken aan te houden. Met de werkzaamheden mag pas na goedkeuring worden gestart.
1.2.1 Middels een nader in te dienen brandveiligheidsplan dient te worden aangetoond dat minimaal alle benodigde brandveiligheidsvoorzieningen worden getroffen welke nodig zijn om te voldoen aan het wettelijk kader (of hieraan gelijkwaardig). Dit plan dient uiterlijk 3 weken voor aanvang van de bouwwerkzaamheden ter goedkeuring aan het bevoegd gezag te worden voorgelegd. In de praktijk blijkt de periode van drie weken te kort. Als het bevoegd gezag fouten ziet leidt dit al snel tot vertragingen in de bouw. Wij raden daarom aan om een periode van zes weken aan te houden. Met de werkzaamheden mag pas na goedkeuring worden gestart.
1.3.1 U moet nog een veiligheidsplan indienen. Dit moet u uiterlijk drie weken voor de start van de werkzaamheden doen. Het doel van een veiligheidsplan is het vooraf inzichtelijk maken of een beoogd initiatief veilig en verantwoord is om in zijn relatie tot de directe omgeving en openbare ruimte gerealiseerd te worden. In een veiligheidsplan moet u aangeven hoe u de veiligheid van de openbare ruimte, het bouwwerk, de belendende en/of onderliggende percelen tijdens de bouw of sloop zal garanderen en waarborgen.
1.3.2 Van toegepaste materialen en bouwdelen dienen productcertificaten, die aantonen dat de betreffende materialen en bouwdelen voldoen aan de voorschriften in het Bouwbesluit 2012/Besluit bouwwerken leefomgeving, op de bouwplaats aanwezig te zijn.
1.4.1 Het bouwtoezicht dient ten minste twee dagen voor de aanvang van elk van de hierna te noemen onderdelen van het bouwproces in kennis te worden gesteld:
Het bouwtoezicht dient ten minste drie dagen van tevoren in kennis te worden gesteld van het storten van beton.
1.5 Opmetingen, ontgravingen, opbrekingen en onderzoekingen.
1.5.1 Zolang de bouwwerkzaamheden niet zijn voltooid moeten alle opmetingen, ontgravingen, opbrekingen en onderzoeken worden verricht, welke het bouwtoezicht in het kader van de controle op de naleving van de bouwverordening en het Bouwbesluit 2012/Besluit bouwwerken leefomgeving nodig acht.
Gereedmelding van (onderdelen van) de bouwwerkzaamheden.
De hiervoor bedoelde kennisgevingen moeten schriftelijk worden gericht aan de FUMO, J.W. de Visserwei 10, 9001 ZE te Grou of info@fumo.nl.
1.1 Na de bouw van een bouwwerk, waarvoor omgevingsvergunning is verleend, is het verboden dit bouwwerk in gebruik te geven of te nemen indien één van de volgende omstandigheden zich voordoet:
1.6.1 De geuremissie in Europese geureenheden (ouE) per uur uit het gewijzigde biofilter mag de waarde uit onderstaande tabel niet overschrijden.
* Zoals genoemd in voorschrift 5.2.1 van de revisievergunning van 30 maart 2023
1.6.2 Binnen 3 maanden na de ingebruikname van het nieuwe biofilter moet vergunninghouder door middel van een eenmalige geuremissiemeting controleren dat de geuremissie de in voorschrift 1.6.1 opgenomen norm niet overschrijdt.
Op de uitvoering van deze geuremissiemeting zijn de voorschriften 5.3.2 t/m 5.3.5 van de revisievergunning van 30 maart 2023 van toepassing.
1.6.3 Het geurbeheerplan als bedoeld in voorschrift 5.1.5 van de revisievergunning van 30 maart 2023 moet voor de ingebruikname van de nieuwe gaswasser en het biofilter gewijzigd worden.
1.7.1 De binnen de inrichting aanwezige gevaarlijke stoffen mogen de hoeveelheden zoals opgenomen in onderstaande tabel niet overschrijden.
|
Nr.18 in Deel 2: Ontvlambare gassen (groen gas, CNG, aardgas) |
CNG-installatie, CNG-leiding incl. leidingen en leiding naar invoerpunt |
|
1.7.2. Binnen de inrichting moet een bewakingssysteem in werking zijn waarmee wordt gewaarborgd dat de hoeveelheden als bedoeld in voorschrift 1.7.1 niet kunnen worden overschreden. Hierbij dienen ook de aantekeningen behorende bij Bijlage I van de Richtlijn 2012/18/EU van 4 juli 2012 in acht te worden genomen (sommatieregels, aantekening 4).
1.7.3. Op verzoek van het bevoegd gezag moet, op basis van het bewakingssysteeem, inzage worden gegeven in de actuele hoeveelheden van stoffen en uitkomst van de sommatieregels, zoals genoemd in voorschrift 1.7.1 en als bedoeld in voorschrift
Op 26 oktober 2023 is een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) ontvangen. Het betreft een verzoek van Afvalsturing Friesland N.V.
Er wordt vergunning gevraagd voor de volgende in de Wabo omschreven activiteiten:
Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht geworden. Deze wet heeft o.a. de Wabo vervangen, inclusief alle onderliggende wetten en besluiten. De aanvraag is ingediend voor
1 januari 2024, wat betekent dat de aanvraag behandeld moet worden conform het “oude” recht (Invoeringswet Omgevingswet, artikel 4.3). We hebben deze aanvraag dan ook conform de Wabo behandeld.
Wij zijn bevoegd gezag voor de inrichting. Dit volgt uit artikel 2.4, tweede lid van de Wabo juncto artikel 3.3, eerste lid van het Bor, op grond van de activiteiten van de inrichting, genoemd in Bijlage I onderdeel C categorie 28.4 van het Bor.
1.4. Beoordeling van de aanvraag
Na ontvangst van de aanvraag hebben wij deze getoetst op volledigheid. In verband met het ontbreken van een aantal gegevens hebben wij de aanvrager op respectievelijk 20 december 2023, 9 januari 2024 en 12 februari 2024 in de gelegenheid gesteld om de aanvraag aan te vullen. Wij hebben de laatste aanvullende gegevens ontvangen op 1 maart 2024. Na ontvangst van de aanvullende gegevens hebben wij de aanvraag opnieuw getoetst op volledigheid. Wij zijn van oordeel dat de aanvraag met de aanvullende gegevens voldoende informatie bevat voor een goede beoordeling van de gevolgen van de activiteit op de fysieke leefomgeving. De aanvraag is dan ook in behandeling genomen. De termijn voor het nemen van het besluit is 38 dagen opgeschort tot de dag waarop de aanvraag is aangevuld.
Deze beschikking is voorbereid met de reguliere voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.2 van de Wabo. Gelet hierop hebben wij overeenkomstig artikelen 3.8 van de Wabo en 12 van de Bekendmakingswet de aanvraag digitaal gepubliceerd op internet, www.officiëlebekendmakingen.nl.
Wij hebben gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de beslistermijn van acht weken te verlengen met zes weken als bedoeld in artikel 3.9, tweede lid van de Wabo. Van deze verlenging is overeenkomstig artikel 12 van de Bekendmakingswet digitaal kennis gegeven op internet www.officielebekendmakingen.nl.
In de Wabo en het Besluit omgevingsrecht (Bor) worden bestuursorganen vanwege hun specifieke deskundigheid of betrokkenheid aangewezen als adviseur. Gelet op het bepaalde in artikel 2.26 van de Wabo, alsmede de artikelen 6.1 tot en met 6.5 van het Bor, hebben wij de aanvraag ter advies gezonden aan de gemeente Heerenveen, de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) en Brandweer Fryslân.
Het advies van de gemeente Heerenveen hebben wij per mail op 8 december 2023 ontvangen en gaat over de onderdelen ‘Bouwen van een bouwwerk’ en ‘Het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan’. Dit wordt behandeld bij de inhoudelijke overwegingen.
Over het onderdeel ‘Milieuneutraal veranderen van de inrichting’ heeft de gemeente geen aanleiding gezien om advies uit te brengen.
Wij hebben op 17 januari 2024 advies ontvangen van Brandweer Fryslân over het brandveiligheidsaspect. Het advies is samengevat:
Opslag ijzerchloride en zwavelzuur
In de aanvraag van 26 oktober 2023 is opgenomen om een ijzerchloridetank van 25 m3 in een tank in een lekbak te plaatsen op 1,2 meter afstand van de vergister. Daarnaast wordt in het stoomketelgebouw nabij het biofilter een dubbelwandige opslagtank van 3 m3 voor het opslaan van zwavelzuur (76%) aangevraagd. Brandweer Fryslân adviseert om voorwaarden te stellen aan de wijze van opslag en hiervoor gebruik te maken van de PGS 31, versie 1.0 van 2021. Aanvullend aan de PGS 31 raadt Brandweer Fryslân aan om maatregelen toe te passen zodat, in geval van brand in de vergistingshal, een milieucalamiteit afdoende wordt beperkt.
De aanvraag is getoetst aan het Bouwbesluit 2012. De toets is als bijlage bij het advies gevoegd. Er is benodigde aanvullende informatie nodig. Geadviseerd wordt om de aanvrager te verzoeken de informatie aan te laten vullen en in te dienen.
Brandweer Fryslân heeft de mogelijkheid om advies te geven in het kader van risico’s en brandbestrijding bij bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. Zij adviseren om deze adviespunten over te nemen bij de vergunningverlening. De adviespunten zijn: het aanleggen van een automatische brandmelding, het in stand laten van de bluswatervoorziening en het terrein zodanig te verharden dat de bluswatervoorziening voor brandweervoertuigen bereikbaar is.
Tevens verzoekt Brandweer Fryslân van het vervolg van de vergunningprocedure op de hoogte te worden gehouden.
De aanvraag is op 29 februari 2024 gewijzigd door de plaatsing van een ijzerchloridetank en een zwavelzuurtank in te trekken. Het desbetreffende gedeelte van het advies van Brandweer Fryslân komt hiermee te vervallen. Over de gegevens met betrekking tot het Bouwbesluit, brandmeldinstallatie en bereikbaarheid is overleg geweest tussen de aanvrager, FUMO en Brandweer Fryslân. De nog benodigde gegevens zijn aangeleverd.
De aanvraag omgevingsvergunning voor het (ver)bouwen van een bouwwerk (als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a van de Wabo) kan alleen worden verleend als deze voldoet aan de in artikel 2.10, eerste lid van de Wabo gestelde toetsingscriteria.
Een toetsing aan deze criteria heeft plaatsgevonden.
De gegevens en bescheiden behorende bij de aanvraag omgevingsvergunning zijn getoetst aan de door de gemeenteraad vastgestelde criteria zoals gesteld in de gemeentelijke welstandsnota.
De aanvraag is op 8 december 2023 beoordeeld door het Welstandadvies Team Heerenveen (verder: de commissie). De commissie is van mening dat de aanvraag voldoet aan redelijke eisen van welstand.
Wij nemen het advies van de commissie over. De aanvraag voldoet aan redelijke eisen van welstand.
Over de ingediende stukken is op hoofdlijn voldoende aannemelijk gemaakt dat voldaan gaat worden aan de voorschriften van het Bouwbesluit 2012.
De uitgewerkte constructieve tekeningen en detail berekeningen ontbreken nog. Definitieve constructieve berekeningen en tekeningen (dienen uiterlijk 3 weken voor aanvang van de bouwwerkzaamheden ter goedkeuring aan de FUMO te worden voorgelegd. Met de werkzaamheden mag pas na goedkeuring worden gestart.
In het kader van de brandveiligheid zal nader aangetoond moeten worden dat minimaal alle benodigde brandveiligheidsvoorzieningen worden getroffen welke nodig zijn om te voldoen aan het wettelijk kader (of hieraan gelijkwaardig). Hiervoor zullen wij een voorwaarde in de vergunning opnemen.
Op grond van de overige ingediende stukken bij deze aanvraag is voldoende aannemelijk gemaakt dat wordt voldaan aan de voorschriften van het Bouwbesluit 2012.
De gegevens en bescheiden behorende bij de aanvraag omgevingsvergunning zijn getoetst aan de voorschriften van de gemeentelijke Bouwverordening. De aanvraag voldoet aan de voorschriften van de gemeentelijke bouwverordening.
Het plan is gelegen in een gebied waarvoor de beheersverordening “Kanaal West” is vastgesteld.
Op het oostelijk deel van het terrein van SBI wordt een uitbreiding gerealiseerd.
De gronden liggen in het besluit-vlak ‘1’. Op grond van artikel 2 van de regels geldt ten aanzien van het gebruik, het bouwen en het uitvoeren van werken en werkzaamheden, ter plaatse van het besluitvlak '1' de regeling zoals opgenomen in bijlage 1 bijlage Bestemmingsplan “De Wierde”, inclusief bijlage wijzigingsplan “De Wierde 2e fase 2007”- met inachtneming van het bepaalde in lid b, c en d van artikel 2.
In het bestemmingsplan “De Wierde” zijn de gronden gelegen in de bestemming ‘Bedrijfsdoeleinden’ (artikel 5 van de regels). De op de kaart voor bedrijfsdoeleinden aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor bedrijfsgebouwen ten behoeve van afvalscheidingsinrichtingen.
Op grond van artikel 5, lid B, onder 2 geldt dat dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan rechtstreeks ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer, ten hoogste 17,00 m zal bedragen. De hoogte van de vergistingsreactor bedraagt 23,8 m¹ en is derhalve niet in overeenstemming met de planregels. De leidingbrug voldoet wel.
Zie ook onderdeel: “Overwegingen RO”.
Gelet op het gestelde onder 4.5, is het bouwplan in strijd met regels van het geldende beheersverordening.
Voor zover sprake is van een aanvraag omgevingsvergunning voor gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan of beheersverordening (als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel c van de Wabo) kan de vergunning op grond van artikel 2.12 van de Wabo alleen worden verleend:
3.1.1. Ad a. Toetsing binnenplanse afwijking
Op basis van artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 1° van de Wabo, in samenhang met artikel 5, lid D, onder 3 van de beheersverordening is een binnenplanse afwijking mogelijk.
3.1.2. Ad.b. Toetsing buitenplanse afwijking - kruimelgeval
Aan een buitenplanse afwijking voor een omgevingsvergunning wordt niet toegekomen, omdat een binnenplanse afwijking tot de procedurele mogelijkheden behoort.
3.1.3. Ad.c. Toetsing buitenplanse afwijking - projectafwijkingsbesluit
Aan een buitenplanse afwijking voor een omgevingsvergunning die is voorzien van een ruimtelijke onderbouwing (projectafwijkingsbesluit) wordt niet toegekomen, omdat een binnenplanse afwijking tot de procedurele mogelijkheden behoort.
Afwijking van het bestemmingsplan is alleen wenselijk indien na een afweging van diverse belangen sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Om de navolgende redenen is volgens ons sprake van een goede ruimtelijke ordening.
Gezien het feit dat op het perceel reeds 3 identieke silo’s aanwezig zijn, is naar de mening van de Gemeente Heerenveen een 4e silo geen probleem. Het bouwplan positief is beoordeeld door de welstandscommissie. Hierbij is ook gekeken naar de inpasbaarheid van het bouwplan in relatie tot het straat- en bebouwingsbeeld. In de welstandsnota zijn gebiedsgerichte criteria opgenomen. De criteria zijn niet alleen gebaseerd op de bestaande ruimtelijke kwaliteiten van de gebieden; ze zijn ook ontstaan vanuit de doelstelling om in elk gebied een gewenst bebouwingsbeeld te realiseren. Het bouwplan is getoetst aan deze gebiedsgerichte criteria. De welstandscommissie is dan ook van mening dat er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld.
Het bouwplan geeft verder geen aanleiding om aan te nemen dat aantasting van de landschappelijke, natuurlijke, archeologische en cultuurhistorische waarden in het geding zijn.
Tot slot staat de realisatie van het bouwplan de aangrenzende percelen niet in de weg hun bestemming te gebruiken en de bij recht toegestane en met toepassing van binnenplanse afwijkingen te realiseren bouwmogelijkheden te benutten.
Gelet op bovenstaande overwegingen is het college van mening dat er geen beletsel is voor het verlenen van de omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan.
De activiteiten van de inrichting zijn genoemd in Bijlage I onderdeel C van het Bor. De volgende categorieën zijn van toepassing:
Op grond van categorie 28.10 is sprake van een vergunningplichtige activiteit.
Het betreft een inrichting waartoe een IPPC-installatie behoort als genoemd in Bijlage I, categorie 5.3b en 5.4 van de Richtlijn industriële emissies (Rie). Om die reden is op grond van artikel 2.1, tweede lid van het Bor sprake van een vergunningplichtige inrichting.
Het project waarvoor vergunning wordt gevraagd, is als volgt te omschrijven:
het uitbreiden van de verwerkingscapaciteit van organisch materiaal en het oprichten en exploiteren van een vierde vergister.
Een uitgebreide projectomschrijving is opgenomen in de aanvraag om vergunning.
4.3. Huidige vergunningsituatie
Voor de inrichting zijn eerder de onderstaande vergunningen verleend dan wel meldingen geaccepteerd:
De milieuvoorschriften van de revisievergunning van 30 maart 2023 zijn van overeenkomstige toepassing op de nu aangevraagde verandering, tenzij de aard van de vergunning en/of de aard van de verandering zich daartegen verzetten. Van dit laatste is hier sprake:
Als gevolg van de aangevraagde verandering wordt voor het biofilter een lagere geurbelasting vastgesteld dan is vermeld in voorschrift 5.2.1 van de vergunning van 30 maart 2023 (“biofilter geurbron nr. 9”). Daarom geldt voorschrift 5.2.1 niet meer voor het biofilter. Voor het biofilter wordt een nieuw voorschrift aan deze milieuneutrale vergunning verbonden. Voor het overige blijft voorschrift 5.2.1 van de vergunning van 30 maart 2023 ongewijzigd in stand.
Daarnaast worden als gevolg van de aangevraagde verandering de voorschriften 16.1.1, 16.1.2 en 16.1.3 (algemene voorschriften externe veiligheid) van de vergunning van 2023 ingetrokken. Hiervoor worden de voorschriften 1.7.1, 1.7.2 en 1.7.3 aan deze milieuneutrale vergunning verbonden.
In het Activiteitenbesluit milieubeheer (hierna: Activiteitenbesluit) zijn voor een groot aantal activiteiten, die binnen inrichtingen plaats kunnen vinden, rechtstreeks werkende, algemene regels opgenomen.
De inrichting waarvoor vergunning is aangevraagd is aangemerkt als een inrichting waarvoor vergunningplicht (type C inrichting) geldt.
De nu aangevraagde verandering betreft geen activiteiten die vallen onder hoofdstuk 3 van het Activiteitenbesluit.
De aanvraag heeft betrekking op een milieuneutrale verandering van de inrichting of van de werking van de inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel e, onder 2° van de Wabo. De Wabo bepaalt in artikel 2.14, vijfde lid dat in afwijking van het eerste tot en met vierde lid de vergunning wordt verleend, wanneer wordt voldaan aan artikel 3.10, derde lid van de Wabo. Dat betekent dat een vergunning wordt verleend met de reguliere procedure, wanneer er sprake is van een verandering van de inrichting of van de werking van de inrichting die niet leidt
De aanvraag is getoetst aan deze criteria en wij komen tot de volgende afweging.
Naar aanleiding van de ingediende aanvraag en de daarbij overgelegde gegevens concluderen wij dat de aangevraagde verandering aan bovenstaande voorwaarden voldoet, om de volgende redenen:
Vanwege de gevraagde uitbreiding is een geluidsonderzoek uitgevoerd door Sirius geluid en milieu met projectnummer S22006. Wij hebben dit geluidsonderzoek beoordeeld. Zowel de representatieve situatie als de zondagssituatie zijn berekend. Uit de berekening blijkt dat de wijzigingen geen invloed hebben op de maximale geluidniveaus en de indirecte hinder. Ook wijzigt het aantal verkeersbewegingen van en naar de inrichting niet.
De verandering leidt niet tot een toename van geluidsemissies ten opzichte van de vergunde situatie.
De volgende aangevraagde veranderingen kunnen gevolgen hebben voor de geurbelasting bij woningen en andere gebouwen in de omgeving:
In de aanvraag is voldoende gemotiveerd dat de uitwisseling van de verwerkingscapaciteit tussen de afvalbunker huishoudelijk afval en organische reststromen geen invloed heeft op de geuremissie.
De gevolgen van de voorgenomen wijzigingen voor de geursituatie zijn door Antea in kaart gebracht in het bij de aanvraag gevoegde geurrapport van 25 oktober 2023. Op 29 februari 2024 hebben we op ons verzoek een gewijzigd geurrapport (projectnummer 0486276.100 definitief revisie 02 1 februari 2024) ontvangen. De aangevraagde situatie hebben wij vergeleken met de situatie in het rapport van 17 februari 2022, waarvoor op 30 maart 2023 een revisievergunning is verleend.
Bij de verplaatsing van de natte wasser en het biofilter wordt tevens een verdubbeling van de capaciteit voorzien. Aanvullend op de huidige situatie wordt het biofilter afgedekt en vindt
de emissie geforceerd plaats op een hoogte van 14 meter. De afdekking van het biofilter zorgt voor een betere beheersing van de condities (vochtgehalte) van het biofilter, terwijl de geforceerde emissie bijdraagt aan een betere verspreiding van de restemissie.
Maatregelen ter bestrijding van geurhinder moeten worden bepaald in overeenstemming met de BBT- conclusies uit de BREF Afvalbehandeling. BBT 34 gaat over de maatregelen bij de biologische behandeling van afval en geeft voor de geuremissie uit het nieuwe biofilter een range van 200-1.000 ouE/Nm3. Bij het in de aanvraag gegeven ventilatiedebiet van 49.000 Nm3/uur bedraagt de geuremissie daarom maximaal 49 MouE/uur.
In voorschrift 5.2.1 van de revisievergunning van 30 maart 2023 is voor het biofilter een maximale emissie van 53 MouE/uur opgenomen. Om te kunnen voldoen aan de BBT moet voor de emissie uit het biofilter een nieuwe geurnorm worden opgenomen.
Uit het door Antea uitgevoerde onderzoek blijkt dat met de bovengenoemde maatregelen de geurbelasting in de omgeving als gevolg van de aangevraagde wijzigingen afneemt.
De aangevraagde verandering met betrekking tot het biofilter heeft tot gevolg dat voorschrift 5.2.1 uit de omgevingsvergunning van 30 maart 2023, kenmerk 2021-FUMO-0055029, niet meer op de huidige wijze gehandhaafd kan blijven. Wij hebben daarom besloten dit voorschrift gedeeltelijk in te trekken. Het onderdeel dat wordt ingetrokken betreft geurbron nr. 9, het biofilter. Voor het overige blijft het voorschrift 5.2.1 ongewijzigd.
Aan deze vergunning is een voorschrift verbonden (voorschrift 1.6.1), waarin de nieuwe geurnorm voor geurbron nr. 9, het biofilter, is opgenomen. De geurbelasting van geurbron nr. 9, het biofilter, wordt door de aangevraagde wijziging lager. De geurbelasting van het biofilter wordt verlaagd van 53 in de vergunning van 30 maart 2023 naar 49 in deze vergunning.
De veranderingen leiden niet tot een toename van de geurbelasting ten opzichte van de vergunde situatie.
De vierde vergister wordt bedreven als droge vergister. De reeds bestaande vergisters worden bedreven als natte vergisters.
Als feedstock wordt ONF-afval (organisch natte fractie uit huishoudelijk restafval) dat is gemengd met digestaat en ijzerchloride toegepast. De vergister hoeft niet te worden geroerd.
De ONF-fractie wordt middels een transportband naar een pomp-menger-eenheid gebracht.
Deze pomp-menger-eenheid, bestaande uit een doseerschroef en voedingspomp, komt in een uitbreiding van de vergistingshal te staan. In de pomp-menger-eenheid worden de bacteriën, die zorgen voor omzetting van het organisch materiaal in biogas, met een overmaat vergist organisch materiaal (digestaat), toegevoegd aan het verse ONF.
Voor de ontzwaveling van het biogas wordt in de reactor ijzerchloride toegevoegd.
Een groot deel van het digestaat wordt teruggevoerd naar de pomp-menger-eenheid om het verse ONF te enten. Het surplus aan digestaat wordt in een nieuwe mengertrommel gemengd met recirculerend proceswater. Met een (schud)goot wordt het digestaat vervolgens in de bestaande digestaatverwerking gebracht, waar het materiaal wordt gescheiden in grof digestaat, fijn digestaat en zand.
Het biogas verzamelt boven in de reactor, waar een gasvolume van 445 m³ beschikbaar is, en wordt met lichte overdruk (tot 7.000 Pa) afgevoerd naar de bestaande gasopwerking.
Met de vierde vergister bedraagt de totale biogasproductie 2.700 Nm³/h. Bij geplande productie zal minimaal 200 Nm³/h biogas worden ingezet in de WKK’s (2x 1,1 MW) en/of de stoomketel (5 ton/h). Dit wijkt niet af van de huidige bedrijfssituatie, gezien de warmtebehoefte voor de drie bestaande natte vergisters.
In de QRA “Kwantitatieve risicoanalyse Omrin Ecopark de Wierde”, versie 7.0 d.d. 7 juli 2022, die bij de vergunning van 30 maart 2023 is gevoegd, is de vierde vergister al opgenomen en al door ons getoetst en akkoord bevonden. In voorschrift 16.1.1 van de vergunning van 30 maart 2023 zijn de hoeveelheden ontvlambare gassen exclusief de vierde vergister opgenomen, omdat de vierde vergister niet in deze aanvraag is meegenomen. Wij trekken daarom voorschrift 16.1.1 en de naar 16.1.1 verwijzende voorschriften 16.1.2 en 16.1.3 in en verbinden de voorschriften 1.7.1, 1.7.2 en 1.7.3 aan deze vergunning, waarin de hoeveelheden ontvlambare gassen na ingebruikname van de vierde vergister zijn vastgelegd. Het aantal kilogram ontvlambare gassen blijft na plaatsing van de vierde vergister onder de 1, de drempelwaarde die is opgenomen in de Seveso-richtlijn.
De verandering leidt niet tot grotere gevolgen voor het aspect externe veiligheid ten opzichte van de vergunning van 30 maart 2023.
Voor de overige aspecten is er geen reden om milieuvoorschriften aan deze milieuneutrale verandering te verbinden, aangezien aan de voorschriften in de vergunning van 30 maart 2023 moet en kan worden voldaan.
De aanvrager heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat er voor de overige milieuaspecten geen toename zal zijn van de milieubelasting.
4.5.3. Toetsing andere inrichting
Op basis van de in de aanvraag opgenomen beschrijving van de verandering is het aannemelijk, dat de verandering niet leidt tot een andere inrichting dan waarvoor eerder een vergunning is verleend.
4.5.4. Toetsing milieueffectrapport
Er hoeft bij deze aanvraag geen milieueffectrapport (MER) te worden ingediend. De reden hiervoor is dat voor het besluit, op de in de aanvraag beschreven voorgenomen veranderingen, de reguliere voorbereidingsprocedure van toepassing is. In de vierde kolom van onderdeel C en onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage is geregeld dat een milieueffectrapport of aanmeldnotitie m.e.r. slechts hoeft te worden opgesteld indien afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing is.
Vanuit het toetsingskader dat betrekking heeft op het milieuneutraal veranderen van de inrichting wordt de gevraagde vergunning verleend. Er zijn geen redenen om de omgevingsvergunning te weigeren.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2024-20178.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.