Provinciaal blad van Fryslân
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Fryslân | Provinciaal blad 2024, 20177 | andere beschikking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Fryslân | Provinciaal blad 2024, 20177 | andere beschikking |
Toestemming voor tijdelijke opslag (tot en met 17 november 2024) van lak in een PGS 15-voorziening aan Pieter Stuyvesantweg 1 te Leeuwarden
Op 10 november 2023 is een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) van FrieslandCampina Nederland B.V. (verder FCNL). De aanvraag heeft betrekking op de tijdelijke opslag (tot en met 17 november 2024) van lak in een PGS 15-voorziening op de locatie Pieter Stuyvesantweg 1 te Leeuwarden. De aanvraag is geregistreerd onder OLO-nummer 8189927.
Wij besluiten, gezien de overwegingen die zijn opgenomen in deze vergunning en gelet op de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de daarop betrekking hebbende uitvoeringsbesluiten en -regelingen en de Invoeringswet Omgevingswet:
aan FrieslandCampina Nederland B.V. een omgevingsvergunning op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder e, onder 2° (het veranderen of veranderen van de werking van een inrichting) en artikel 2.14, vijfde lid, juncto artikel 3.10, derde lid (milieuneutrale wijziging) te verlenen voor de tijdelijke opslag van lak in een PGS 15-voorziening tot en met 17 november 2024;
De Omgevingswet is met ingang van 1 januari 2024 in werking getreden. Deze beschikking is mede gelet op het overgangsrecht van artikel 4.3 van de Invoeringswet Omgevingswet voorbereid met de reguliere voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.2 van de Wabo.
Namens Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân,
S.G.C. Boender Afdelingshoofd Vergunningverlening en Specialistisch Advies
College van Burgemeester en Wethouders
De bekendmaking van deze beschikking gebeurt door verzending van deze beschikking. De dag na de bekendmaking treedt de beschikking in werking. Binnen zes weken na de bekendmaking kunnen zowel u als belanghebbenden bezwaar maken bij het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân. Het indienen van een bezwaarschrift schorst de werking van de beschikking niet. Als u of belanghebbenden niet willen dat de beschikking in werking treedt tijdens de bezwaarprocedure, kan gelijktijdig of na het indienen van het bezwaarschrift een verzoek om voorlopige voorziening worden ingediend bij de Rechtbank Noord-Nederland.
Op 10 november 2023 is een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) van FrieslandCampina Nederland B.V. (verder FCNL). Hoewel met ingang van 1 januari 2024 de Omgevingswet in werking is getreden, blijft gelet op artikel 4.3 van de Invoeringswet Omgevingswet het oude recht van toepassing. De aanvraag heeft betrekking op de tijdelijke opslag van lak in een PGS 15-voorziening op de locatie Pieter Stuyvesantweg 1 te Leeuwarden. De aanvraag is geregistreerd onder OLO-nummer 8189927.
Er wordt vergunning gevraagd voor de volgende in de Wabo omschreven activiteiten:
De activiteiten van de inrichting vallen onder de volgende in Bijlage I, onderdeel C van het Besluit omgevingsrecht (Bor) genoemde categorieën:
De activiteiten van de inrichting vallen onder één of meerdere categorieën van bijlage I, onderdeel C van het Bor waarvoor geldt dat Gedeputeerde Staten bevoegd gezag kunnen zijn. Aangezien de inrichting een inrichting is waartoe een IPPC-installatie behoort (bijlage I, categorie 6.4.c van de Richtlijn industriële emissies (Rie)), zijn wij op grond van artikel 2.4 van de Wabo in samenhang met artikel 3.3 en bijlage I, onderdeel C van het Bor bevoegd om te beslissen op de aanvraag. Wij zijn er procedureel en inhoudelijk voor verantwoordelijk dat in ons besluit alle aspecten met betrekking tot de fysieke leefomgeving aan de orde komen.
Na ontvangst van de aanvraag hebben wij deze getoetst op volledigheid. Wij zijn van oordeel dat de aanvraag voldoende informatie bevat voor een goede beoordeling van de gevolgen van de activiteit op de fysieke leefomgeving. De aanvraag is dan ook in behandeling genomen.
De Omgevingswet is met ingang van 1 januari 2024 in werking getreden. Deze beschikking is mede gelet op het overgangsrecht van artikel 4.3 van de Invoeringswet Wabo voorbereid met de reguliere voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.2 van de Wabo. Gelet hierop hebben wij op 14 november 2023 overeenkomstig artikel 3.8 van de Wabo van de aanvraag kennis gegeven.
In de Wet natuurbescherming is opgenomen dat een vergunning in het kader van deze wet nodig is wanneer als gevolg van het realiseren van een project, of het verrichten van handelingen, nadelige effecten kunnen ontstaan voor:
De aanvraag heeft betrekking op het plaatsen van 4 opslagkasten voor lak. In deze opslagkasten worden per kast 4 IBC’s geplaatst met lak. De aan- en afvoer van de lak kan plaatsvinden binnen de vergunde verkeersbewegingen. De aangevraagde wijziging van de inrichting heeft geen hogere emissies of depositie van stikstofverbindingen tot gevolg. Het aanvragen van een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming is daarom niet noodzakelijk.
De activiteiten van de inrichting zijn genoemd in Bijlage I, onderdeel B en C van het Bor. Er is mede gelet op artikel 2.1, lid 2 van het Bor sprake van een vergunningplicht op basis van het volgende:
Tot de inrichting behoort een IPPC-installatie op grond van Bijlage I van de Rie, categorie 6.4, sub c. Dit betreft de bewerking en verwerking van uitsluitend melk, met een hoeveelheid ontvangen melk van meer dan 200 t per dag (gemiddelde waarde op jaarbasis). Om die reden is op grond van artikel 2.1, tweede lid van het Bor sprake van een vergunningplichtige inrichting.
De voorliggende aanvraag beschrijft het voornemen van FCNL om tijdelijk 16 IBC’s met lak op te slaan in 4 opslagkasten. Per kast worden 4 IBC’s opgeslagen. Elke kast voldoet aan de PGS 15 en heeft een WBDBO van 60 minuten. Een uitgebreide projectomschrijving is opgenomen in de aanvraag om vergunning. De tijdelijke opslag is aangevraagd tot en met 17 november 2024.
Voor de inrichting zijn eerder de onderstaande vergunningen en/of ontheffingen verleend dan wel meldingen gedaan:
De voorschriften van de onderliggende omgevingsvergunningen zijn tevens van toepassing op de aangevraagde verandering, tenzij de aard van de vergunningen en/of de aard van de verandering zich daartegen verzet.
De Omgevingswet is met ingang van 1 januari 2024 in werking getreden. Per 1 januari 2024 is het Activiteitenbesluit vervallen. Deze beschikking is mede gelet op het overgangsrecht van artikel 4.3 van de Invoeringswet Omgevingswet voorbereid met de reguliere voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.2 van de Wabo. De beoordeling van de aanvraag heeft op grond van het overgangsrecht plaatsgevonden aan de hand van het oude recht. Daarom heeft bij het beoordelen van de aanvraag toetsing plaatsgevonden aan het Activiteitenbesluit milieubeheer (Activiteitenbesluit). De inrichting is een inrichting type C als bedoeld in artikel 1.2 van het Activiteitenbesluit.
De aangevraagde verandering heeft betrekking op de opslag van lak. Afdeling 2.4 van het Activiteitenbesluit en de bijbehorende delen uit de Activiteitenregeling zijn op deze opslagen van toepassing op grond van artikel 2.8b, lid 1, onder a, van het Activiteitenbesluit. De delen van de vergunningaanvraag die betrekking hebben op bodembescherming beschouwen wij als een melding in het kader van het Activiteitenbesluit.
De aanvraag heeft betrekking op een milieuneutrale verandering van de inrichting of van de werking van de inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel e, onder 2° van de Wabo. De Wabo bepaalt in artikel 2.14, vijfde lid dat in afwijking van het eerste tot en met vierde lid de vergunning wordt verleend, wanneer wordt voldaan aan artikel 3.10, derde lid van de Wabo. Dat betekent dat een vergunning wordt verleend met de reguliere procedure, wanneer er sprake is van een verandering van de inrichting of van de werking van de inrichting die niet leidt
De aanvraag is getoetst aan deze criteria. In het onderstaande gaan wij hierop in.
Andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu
Naar aanleiding van de ingediende aanvraag en de daarbij overgelegde gegevens concluderen wij dat de aangevraagde verandering aan bovenstaande voorwaarden voldoet, om de volgende redenen:
FCNL wil uitpandig 4 opslagkasten voor lak plaatsen. In elke kast kunnen 4 IBC’s worden geplaatst met per stuk circa 1000 kg lak. De opslagkasten voldoen aan de PGS 15 en hebben een WBDBO van 60 minuten. Daardoor is sprake van 4 separate opslagvoorzieningen die kleiner zijn dan 10 ton.
Op de opslag van lak in de opslagkasten zijn van rechtswege de voorschriften van de onderliggende vergunning van 16 december 2008 van toepassing. In deze vergunning van 2008 is de PGS 15 van toepassing verklaard op de opslag van gevaarlijke stoffen.
De uitbreiding van de opslag van gevaarlijke stoffen is daarmee milieuneutraal en voldoet aan BBT. Het is niet nodig om aanvullende voorschriften aan de vergunning te verbinden.
Het voorkomen van eventuele lekkages is geborgd, omdat afdeling 2.4 van het Activiteitenbesluit rechtstreeks op de inrichting van toepassing is. Daarin is bepaald dat moet worden voldaan aan een verwaarloosbaar bodemrisico. Gezien de beschreven maatregelen in de vergunningaanvraag voldoet de activiteit aan een verwaarloosbaar risico voor de bodem.
De aanvrager heeft in de vergunningaanvraag voldoende aannemelijk gemaakt dat er voor de overige milieuaspecten (energie, afval, geluid, externe veiligheid en lucht) geen verandering is of geen toename zal zijn van de milieubelasting.
De verandering leidt niet tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu.
Tevens is er geen reden om milieuvoorschriften aan deze milieuneutrale verandering te verbinden, aangezien aan de voorschriften in de onderliggende vergunningen moet en kan worden voldaan.
Op basis van de in de aanvraag opgenomen beschrijving van de verandering is het aannemelijk, dat de verandering niet leidt tot een andere inrichting dan waarvoor eerder een vergunning is verleend.
De activiteit van de inrichting (zuivelfabriek) zelf wordt als zodanig genoemd in onderdeel D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.):
De huidige aanvraag heeft echter uitsluitend betrekking op het opslaan van lak. De verandering betreft niet de oprichting, de uitbreiding of wijziging van de productie of een nieuwe installatie ten behoeve van een zuivelfabriek in de zin van D 36 van het Besluit m.e.r. Dat betekent dat er geen sprake is van een verplichting tot het maken van een milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer of van een m.e.r.-beoordeling.
Vanuit het toetsingskader dat betrekking heeft op het milieuneutraal veranderen van de inrichting wordt de gevraagde vergunning verleend. Er zijn geen redenen om de omgevingsvergunning te weigeren.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2024-20177.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.