Toestemming voor het realiseren van een zonnepark bij A-Ware/Fonterra aan Mars 37 te Heerenveen

  • I.

    Onderwerp

Op 21 november 2023 is een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen van Fonterra Europe Manufacturing B.V. De aanvraag betreft het realiseren van een zonnepark bij A-Ware/Fonterra op het adres Mars 37 te Heerenveen. De aanvraag hebben wij geregistreerd onder nummer 2023-FUMO-0082118.

  • II.

    Besluit

Wij besluiten, gezien de overwegingen die zijn opgenomen in deze vergunning en gelet op de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de daarop betrekking hebbende uitvoeringsbesluiten en -regelingen aan Fonterra Europe Manufacturing B.V. een (omgevings)vergunning:

  • op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder a. (het bouwen van een bouwwerk) te verlenen voor het realiseren van een zonnepark. Aan de verlening van de vergunning zijn voorschriften verbonden;

  • op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder e, onder 2° (het veranderen of veranderen van de werking van een inrichting) en artikel 2.14, vijfde lid juncto artikel 3.10, derde lid (milieuneutrale wijziging) te verlenen voor het opwekken van energie door het plaatsen van zonnepanelen. Aan de verlening van de vergunning zijn geen voorschriften verbonden.

De volgende onderdelen van de aanvraag maken deel uit van deze vergunning:

  • OLO-aanvraagformulier omgevingsvergunning van 21 november 2023 (aanvraagnummer 8208475);

  • Toelichting aanvraag (Zonnepark Aanvullende informatie) van 12 februari 2024;

  • BER 24-024 notitie Zonnepark Fonterra Heerenveen – geluidaspecten van 5 februari 20024;

  • Tekening TEK DO-99AS-009 – Bestaande terreintekening van 30 januari 2024;

  • Tekening TEK DO-99AS-010 – Nieuwe terreintekening van 30 januari 2024;

  • Tekening TEK DO-99MS-001 – Overzicht milieuaspecten REVC van 12 februari 2024.

  • III.

    Procedure

Deze beschikking tot verlenen van de omgevingsvergunning is voorbereid met de reguliere voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.2 van de Wabo.

  • IV.

    Ondertekening en verzending

Namens het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân,

Hoogachtend,

{}

S.G.C. Boender

Afdelingshoofd Vergunningverlening en Specialistisch Advies

Kopie:

  • IMD B.V., Tweelingenlaan 105, 7324 BL Apeldoorn;

  • Gemeente Heerenveen, Postbus 15000, 8440 GA Heerenveen;

  • A-ware Cheese Production B.V. Mars 35, 8448CP Heerenveen.

RECHTSBESCHERMINGSMIDDELEN

De bekendmaking van deze beschikking gebeurt door verzending van deze beschikking. De dag na de bekendmaking treedt de beschikking in werking. Binnen zes weken na de bekendmaking kunnen zowel u als belanghebbenden bezwaar maken bij het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân. Het indienen van een bezwaarschrift schorst de werking van de beschikking niet. Als u of belanghebbenden niet willen dat de beschikking in werking treedt tijdens de bezwaarprocedure, kan gelijktijdig of na het indienen van het bezwaarschrift een verzoek om voorlopige voorziening worden ingediend bij de Rechtbank Noord-Nederland.

1. VOORSCHRIFTEN

1.1. Voorschriften Bouwen

1.1.1 Constructieve veiligheid. Wat moet u 6 tot 3 weken vóór de bouw aanleveren?

De definitieve constructieve berekeningen en tekeningen dienen uiterlijk 3 weken voor aanvang van de bouwwerkzaamheden ter goedkeuring aan het bevoegd gezag te worden voorgelegd. In de praktijk blijkt de periode van drie weken te kort. Als het bevoegd gezag fouten ziet leidt dit al snel tot vertragingen in de bouw. Wij raden daarom aan om een periode van zes weken aan te houden. Met de werkzaamheden mag pas na goedkeuring worden gestart.

1.1.2 Van toegepaste materialen en bouwdelen dienen productcertificaten, die aantonen dat de betreffende materialen en bouwdelen voldoen aan de voorschriften in het Bouwbesluit 2012, op de bouwplaats aanwezig te zijn.

Kennisgeving aanvang

1.1.3 Het bouwtoezicht dient ten minste twee dagen voor de aanvang van elk van de hierna te noemen onderdelen van het bouwproces in kennis te worden gesteld:

  • a.

    de aanvang van de werkzaamheden, ontgravingwerkzaamheden, daaronder begrepen.

Opmetingen, ontgravingen, opbrekingen en onderzoekingen

1.1.4 Zolang de bouwwerkzaamheden niet zijn voltooid moeten alle opmetingen, ontgravingen, opbrekingen en onderzoeken worden verricht, welke het bouwtoezicht in het kader van de controle op de naleving van de bouwverordening en het Bouwbesluit 2012 nodig acht.

Gereedmelding van (onderdelen van) de bouwwerkzaamheden

1.1.5 Uiterlijk op de dag van beëindiging van de werkzaamheden, waarop de omgevingsvergunning betrekking heeft, wordt het einde van die werkzaamheden bij het bouwtoezicht gemeld.

De hiervoor bedoelde kennisgevingen moeten schriftelijk worden gericht aan de FUMO, J.W. de Visserwei 10, 9001 ZE te Grou of info@fumo.nl.

Verbod tot ingebruikneming

1.1.6 Na de bouw van een bouwwerk, waarvoor omgevingsvergunning is verleend, is het verboden dit bouwwerk in gebruik te geven of te nemen indien één van de volgende omstandigheden zich voordoet:

  • a.

    het bouwwerk is niet gereed gemeld bij het bouwtoezicht;

  • b.

    er is niet gebouwd overeenkomstig de omgevingsvergunning.

2. OVERWEGINGEN

2.1. Procedurele aspecten

2.1.1. Gegevens aanvraag

Op 21 november 2023 is een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) ontvangen. Het betreft een verzoek van Fonterra Europe Manufacturing B.V. voor het realiseren van een zonnepark.

Er wordt vergunning gevraagd voor de volgende in de Wabo omschreven activiteiten:

  • Het bouwen van een bouwwerk (artikel 2.1, lid 1, onder a);

  • Het milieuneutraal veranderen van de inrichting of van de werking van de inrichting (artikel 2.1, lid 1, onder e, onder 2° en artikel 2.14, lid vijfde juncto artikel 3.10, derde lid).

Uit de aanvraag blijkt dat er ook een aanvraag Omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) wordt ingediend, waarbij aangegeven is dat er sprake is van een Andere activiteit die aangewezen is in het BOR, maar niet voorkomt op deze keuzelijst. Omdat de zonnepanelen geen onderdeel uitmaken van de installatie zuivelfabriek, is geen sprake van een activiteit als bedoeld in categorie D36 van de bijlage bij het Besluit milieu-effectrapportage. Er is dan ook geen sprake van de OBM-plicht als bedoeld in artikel 2.1, lid 1, onder 1 van de Wabo, nu gelet op het vorenstaande geen sprake is van de activiteit vermeld in artikel 2.2a, lid 1, onder a van het Bor.

2.2. Categorieën Bor en IPPC

De activiteiten van de inrichting zijn genoemd in Bijlage I onderdeel C van het Besluit omgevingsrecht (Bor) en Bijlage I van de Richtlijn industriële emissies (Rie). De volgende categorieën zijn relevant voor deze aanvraag:

Categorie

Omschrijving

Categorie 9.3

onderdeel C van het Bor

Gedeputeerde Staten zijn bevoegd te beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning ten aanzien van inrichtingen, behorende tot deze categorie, voor zover het betreft inrichtingen voor:

  • a.

    het vervaardigen van melkpoeder, weipoeder of andere gedroogde zuivelproducten met een capaciteit ten aanzien daarvan van 1.500 kg per uur of meer;

  • b.

    het vervaardigen van consumptiemelk, consumptiemelkproducten of geëvaporiseerde melk of melkproducten met een melkverwerkingscapaciteit ten aanzien daarvan van 55.000.000 kg per jaar of meer;

  • c.

    het concentreren van melk of melkproducten door middel van indamping met een waterverdampingscapaciteit ten aanzien daarvan van 20.000 kg per uur of meer.

Categorie 6.4 van

de Rie

  • c.

    de bewerking en verwerking van uitsluitend melk, met een hoeveelheid ontvangen melk van meer dan 200 ton per dag (gemiddelde waarde op jaarbasis)

2.3. Vergunningplicht

Op grond van categorie 4.4, onder c en j van Bijlage I, onderdeel C van het Bor is sprake van een vergunningplichtige activiteit.

Het betreft voorts een inrichting waartoe een IPPC-installatie behoort zoals genoemd in Bijlage I, categorie

6.4, onder c van de Rie. Om die redenen is mede op grond van artikel 2.1, tweede lid van het Bor sprake van een vergunningplichtige inrichting.

Omdat de inrichting valt onder het Bevi is volgens het bepaalde in Bijlage I, onderdeel B, artikel 1, onderdeel a van het Bor, eveneens sprake van een vergunningplichtige inrichting.

2.4. Bevoegd gezag

Wij zijn bevoegd gezag voor de inrichting. Dit volgt uit artikel 2.4, tweede lid van de Wabo in samenhang met artikel 3.3, eerste lid van het Besluit omgevingsrecht (Bor), op grond van de activiteiten van de inrichting, genoemd in Bijlage I, onderdeel C, categorie 9.3 van het Bor. Er is sprake van een IPPC-installatie, daarmee is specifiek artikel 3.3, lid 1 onder b. aan de orde en op grond daarvan is de provincie Fryslân bevoegd gezag.

2.5. Beoordeling van de aanvraag

Na ontvangst van de aanvraag hebben wij deze getoetst op volledigheid. In verband met het ontbreken van een aantal gegevens hebben wij de aanvrager op 15 en 18 januari 2024 in de gelegenheid gesteld om de gevraagde gegevens aan te leveren. Wij hebben de aanvullende gegevens ontvangen op 12 februari 2024. Na ontvangst van de aanvullende gegevens hebben wij de aanvraag opnieuw getoetst op volledigheid. Wij zijn van oordeel dat de aanvraag met de aanvullende gegevens voldoende informatie bevat voor een goede beoordeling van de gevolgen van de activiteit op de fysieke leefomgeving. De aanvraag is dan ook in behandeling genomen.

Op 9 januari 2024 hebben wij de aanvrager toestemming gevraagd om de procedure op te schorten met een termijn van 6 weken (artikel 4:15, lid 2 onder a van de Algemene wet bestuursrecht). Op 10 januari 2024 hebben wij van de aanvrager een email ontvangen waarin wordt ingestemd met deze opschorting.

2.6. Procedure

De Omgevingswet is met ingang van 1 januari 2024 in werking getreden. Deze beschikking is mede gelet op het overgangsrecht van artikel 4.3 van de Invoeringswet Wabo voorbereid met de reguliere voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.2 van de Wabo. Gelet hierop hebben wij op 25 november 2023 overeenkomstig artikel 3.8 van de Wabo van de aanvraag kennis gegeven.

2.7. Adviezen

In de Wabo en het Bor worden bestuursorganen vanwege hun specifieke deskundigheid of betrokkenheid aangewezen als adviseur. Gelet op het bepaalde in artikel 2.26 van de Wabo, alsmede de artikelen 6.1 tot en met 6.5 van het Bor, hebben wij de aanvraag ter advies gezonden aan de gemeente Heerenveen.

Het advies van de gemeente Heerenveen hebben wij per mail op 28 februari ontvangen en gaat over de onderdelen ‘Bouwen van een bouwwerk’. Dit wordt behandeld bij de inhoudelijke overwegingen.

Ovr het onderdeel ‘Milieuneutraal veranderen van de inrichting’ heeft de gemeente geen aanleiding gezien om advies uit te brengen.

2.8. Wet natuurbescherming

Gezien de aard van de werkzaamheden verwachten wij niet dat er gebruik gemaakt zal worden van groot materieel. Daarnaast is de afstand tot aan de openbare weg minder dan 250 meter.

In het stikstofdepositieonderzoek van de uitbreiding van de fabriek (rapport 0471826.100 van 22 april 2022, AnteaGroup) is aangetoond dat zelfs de zeer grote uitbreiding van de fabriek niet leidt tot een toename van de stikstofdepositie op omliggende Natura 2000 gebieden. Om deze redenen is volgens ons voldoende aangetoond dat in de aanlegfase van de bouw van het zonnepark geen toename van de stikstofdepositie zal worden veroorzaakt.

3. OVERWEGINGEN BOUWEN

3.1. Bouwen van een bouwwerk

3.1.1. Inleiding

De aanvraag omgevingsvergunning voor het (ver)bouwen van een bouwwerk (als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a van de Wabo) kan alleen worden verleend als deze voldoet aan de in artikel 2.10, eerste lid van de Wabo gestelde toetsingscriteria.

Een toetsing aan deze criteria heeft plaatsgevonden.

3.1.2. Welstand

De gegevens en bescheiden behorende bij de aanvraag omgevingsvergunning zijn getoetst aan de door de gemeenteraad vastgestelde criteria zoals gesteld in de gemeentelijke welstandsnota.

De aanvraag is op 26 februari 2024 beoordeeld door Welstandadvies Team Heerenveen (verder: de commissie). De commissie is van mening dat de aanvraag voldoet aan redelijke eisen van welstand.

Wij nemen het advies van de commissie over. De aanvraag voldoet aan redelijke eisen van welstand.

3.1.3. Bouwbesluit 2012 – constructief

Over de ingediende stukken is op hoofdlijnen voldoende aannemelijk gemaakt dat voldaan gaat worden aan de voorschriften van het Bouwbesluit 2012. De uitgewerkte constructieve tekeningen en detail berekeningen ontbreken nog. Definitieve constructieve berekeningen en tekeningen (dienen uiterlijk 3 weken voor aanvang van de bouwwerkzaamheden ter goedkeuring aan de FUMO te worden voorgelegd. Met de werkzaamheden mag pas na goedkeuring worden gestart.

Op grond van de overige ingediende stukken bij deze aanvraag is voldoende aannemelijk gemaakt dat wordt voldaan aan de voorschriften van het Bouwbesluit 2012.

3.1.4. Bouwverordening

De gegevens en bescheiden behorende bij de aanvraag omgevingsvergunning zijn getoetst aan de voorschriften van de gemeentelijke Bouwverordening. De aanvraag voldoet aan de voorschriften van de gemeentelijke bouwverordening.

3.1.5. Bestemmingsplan

Het kadastrale perceel Gemeente Tjalleberd, sectie K, nummer 1963 plaatselijk bekend Mars 37 te Heerenveen is gelegen in een gebied waarvoor het bestemmingsplan ‘Internationaal Bedrijvenpark Friesland (IBF)’ (inclusief 1e partiële herziening) is vastgesteld. In dit bestemmingsplan hebben de gronden de bestemming ‘Bedrijventerrein’ (artikel 4 van de regels).

Op basis van artikel 4, lid 4.1, sub a, onder 2 zijn de voor ‘Bedrijventerrein‘ aangewezen gronden bestemd voor bedrijfsgebouwen ten behoeve van bedrijven die zijn genoemd in bijlage 2 onder de categorieën 1 tot en met 4.2, ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 4.2’.

Het bouwplan is in overeenstemming met de regels van het bestemmingsplan.

4. OVERWEGINGEN Milieu

4.1. Projectbeschrijving

Het project waarvoor vergunning wordt gevraagd is als volgt te omschrijven: het realiseren van een zonnepark.

Een uitgebreide projectomschrijving is opgenomen in de aanvraag om vergunning.

4.2. Huidige vergunningsituatie

Voor de inrichting zijn eerder de onderstaande vergunningen verleend dan wel meldingen geaccepteerd:

Soort

Datum

Kenmerk

Onderwerp

Oprichting

16 mei 2013

01056682

Oprichten en in werking hebben van een kaas- en een weipoederfabriek

Milieuneutrale wijziging

18 november 2013

01094411

Verlengen van hal A

Bouwvergunning

9 juli 2014

PW/2014-FUMO-001438/2014/0062

Realiseren van een fundatie en putkelders voor een proefboring ten behoeve van aardwarmte

Bouwvergunning

19 juni 2017

2017-FUMO-0022455

Plaatsen van een kunststof koe

Milieuneutrale wijziging

7 december 2017

2017-FUM0-0024416

Fonterra: Tank voor ‘process aid’, verplaatsen gasflessenopslag en nieuwe afvalwaterpompput

Milieuneutrale wijziging

28 december 2017

2017-FUM0-0024957

Het verhogen en verbeteren van de bestaande productieprocessen (verhogen kaasproductie en wei-indikking)

Bouwvergunning

9 mei 2018

2018-FUMO-0027314

Fonterra: plaatsen van 2 tanks op de tankplaat

Veranderingsvergunning

29 juni 2018

2018-FUM0-0027314

Uitbreiding met een mozzarella fabriek en de productie van UHT-room

Bouwen

15 oktober 2018

2018-FUM0-0028678

Wijziging van de uitbreiding mozzarellafabriek en de productie van UHT-room

Milieuneutrale wijziging

5 februari 2019

2018-FUMO-0030134

Fonterra: plaatsen van een extra etage op het lage productiedak waarin de MCC-ruimte en weifiltratiestap zullen worden geplaatst

Veranderingsvergunning (bouwen en milieu)

21 augustus 2019

2019-FUMO-0033590

Wijzigingen koelinstallaties en uitbreiding warmtepompen, aanpassing salpeterzuur en nog wat kleinere wijzigingen

Veranderingsvergunning

21 januari 2020

2019-FUMO-0035838

Het plaatsen van een PGS 15-opslagcontainer voor IBC-multiboxen en drums op het buitenterrein

Veranderingsvergunning

12 juni 2020

2019FUMO-0036746

Tijdelijke verruiming van de parameters vuilvracht, CZV en Kjeldahl-stikstof in het afvalwater

Veranderingsvergunning

16 juni 2020

2020-FUMO-0038728

Verlenging realisatietermijn van beschikking 2018-FUM0-0027314

Milieuneutrale wijziging

3 februari 2021

2020-FUMO-0047844

Inzetten weiwater als ketelvoedingswater

Milieuneutrale wijziging

8 juni 2021

2021-FUMO-0050222

Wijziging opslag milieugevaarlijke stoffen

Veranderingsvergunning

1 februari 2022

2021-FUMO-0051931

Verlengen termijn verruiming lozingseisen van het afvalwater

Veranderingsvergunning

18 augustus 2022

2022-FUMO-0067260

Verandering opslagvoorziening membraanreinigingsmiddelen en de lege emballage daarvan

Veranderingsvergunning

31 januari 2023

2021-FUM0-0059621

Vergroten van de productiecapaciteit

Milieuneutrale wijziging

27 september 2023

2023-FUM0-0079209

Plaatsen warmte terugwininstallatie in de WPC-droger

De milieuvoorschriften van de onderliggende omgevingsvergunning zijn van overeenkomstige toepassing op de aangevraagde verandering, tenzij de aard van de vergunning en/of de aard van de verandering zich daartegen verzetten.

4.3. Activiteitenbesluit 

De Omgevingswet is met ingang van 1 januari 2024 in werking getreden. Per 1 januari 2024 is het Activiteitenbesluit milieubeheer (Activiteitenbesluit) vervallen. Deze beschikking is mede gelet op het overgangsrecht van artikel 4.3 van de Invoeringswet Omgevingswet voorbereid met de reguliere voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.2 van de Wabo. De beoordeling van de aanvraag heeft op grond van het overgangsrecht plaatsgevonden aan de hand van het oude recht. Daarom heeft bij het beoordelen van de aanvraag toetsing plaatsgevonden aan het Activiteitenbesluit. De inrichting is een inrichting type C als bedoeld in artikel 1.2 van het Activiteitenbesluit.

4.4. Toetsingskader milieu

4.4.1. Inleiding

De aanvraag heeft betrekking op een milieu neutrale verandering van de inrichting of van de werking van de inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel e, onder 2° van de Wabo. De Wabo bepaalt in artikel 2.14, vijfde lid dat in afwijking van het eerste tot en met vierde lid de vergunning wordt verleend, wanneer wordt voldaan aan artikel 3.10, derde lid van de Wabo. Dat betekent dat een vergunning wordt verleend met de reguliere procedure, wanneer er sprake is van een verandering van de inrichting of van de werking van de inrichting die niet leidt:

  • 1.

    tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu dan volgens de geldende vergunning is toegestaan;

  • 2.

    tot een verplichting tot het maken van een milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer;

  • 3.

    tot een andere inrichting dan waarvoor eerder een omgevingsvergunning is verleend.

De aanvraag is getoetst aan deze criteria en wij komen tot de volgende afweging.

4.4.2. Toetsing gevolgen voor milieu

Naar aanleiding van de ingediende aanvraag en de daarbij overgelegde gegevens concluderen wij dat de aangevraagde verandering aan bovenstaande voorwaarden voldoet, om de volgende redenen:

Geluid

In de aanvraag en de toelichting op de aanvraag is voldoende aannemelijk gemaakt dat er geen extra geluidsbijdrage zal ontstaan door het in gebruik hebben van het zonnepark. De verandering is voor het aspect geluid milieuneutraal.

Lichtschittering

In de aanvraag en de toelichting op de aanvraag is aangegeven dat er bij het plaatsen van de zonnepanelen rekening gehouden wordt met lichtschittering. Het betreft de volgende maatregelen:

  • De zonnepanelen worden van een speciale coating of folie voorzien;

  • De opstelling is oost-west;

  • De hoek waaronder de panelen worden geplaatst is 10°.

De conclusie is dat door het toepassen van speciale folie/coating en het plaatsen van de panelen onder zeer lage hellingshoek, er geen sprake zal zijn van weerkaatsing van licht en dat er geen hinder/verblinding ontstaat voor het wegverkeer ter plaatse van de inrichting.

Overige milieuaspecten

Overige milieuaspecten zijn niet aan orde bij de beoordeling van deze aanvraag.

Er is geen reden om milieuvoorschriften aan deze milieuneutrale verandering te verbinden, aangezien aan de voorschriften in de onderliggende vergunningen moet en kan worden voldaan.

4.4.3. Toetsing andere inrichting

Op basis van de in de aanvraag opgenomen beschrijving van de verandering is het aannemelijk, dat de verandering niet leidt tot een andere inrichting dan waarvoor eerder een vergunning is verleend.

4.4.4. Toetsing milieueffectrapport

Er hoeft bij deze aanvraag geen milieueffectrapport (MER) te worden ingediend. De reden hiervoor is dat de in de aanvraag beschreven voorgenomen veranderingen niet vallen onder de vermelde activiteiten genoemd in de eerste kolom van onderdeel D 36 van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Het gaat niet om de wijziging of uitbreiding van een installatie van een zuivelfabriek.

Het zonnepark maakt geen onderdeel uit van het productieproces van de zuivelfabriek. Er is dan ook geen sprake van een indirecte MER-plicht.

Er is verder ook geen sprake van een directe MER-plicht, nu de activiteit niet in Onderdeel C van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen.

4.4.5. Conclusie

Vanuit het toetsingskader dat betrekking heeft op het milieuneutraal veranderen van de inrichting wordt de gevraagde vergunning verleend. Er zijn geen redenen om de omgevingsvergunning te weigeren.

Naar boven