Provinciaal blad van Fryslân
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Fryslân | Provinciaal blad 2024, 20172 | andere beschikking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Fryslân | Provinciaal blad 2024, 20172 | andere beschikking |
Toestemming voor het bouwen en in gebruik nemen van een proceswaterzuiveringsinstallatie aan Zuidelijke Industrieweg 3 te Franeker
Op 19 december 2023 is een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend voor Huhtamaki Nederland B.V. Het betreft het bouwen en in gebruik nemen van een proceswaterzuiveringsinstallatie (PWZI). De aanvraag heeft betrekking op de Zuidelijke Industrieweg 3 te Franeker. De aanvraag is geregistreerd onder kenmerk 2023-FUMO-0082919 .
Wij besluiten, gezien de overwegingen die zijn opgenomen in deze vergunning en gelet op de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de daarop betrekking hebbende uitvoeringsbesluiten en -regelingen, aan Huhtamaki Nederland B.V. een (omgevings)vergunning:
op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder e, sub 2° (het veranderen of veranderen van de werking van een inrichting) en artikel 2.14, vijfde lid juncto artikel 3.10, derde lid (milieuneutrale wijziging) te verlenen voor het bouwen en in gebruik nemen van een proceswaterzuiveringsinstallatie. Aan de verlening van dit onderdeel van de vergunning zijn voorschriften verbonden. Deze staan in hoofdstuk 1 van dit besluit.
Wij besluiten tevens dat de volgende delen van de aanvraag onderdeel uitmaken van deze vergunning :
Afdelingshoofd Vergunningverlening en Specialistisch Advies
Bekendmaking, inwerkingtreding en rechtsbeschermingsmiddelen (definitieve) beschikking
Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager. Daarnaast wordt een kennisgeving gepubliceerd in de Leeuwarder Courant, het Friesch Dagblad en in het Provinciaal blad van Fryslân via www.officielebekendmakingen.nl. De beschikking treedt in werking zes weken na bekendmaking van het definitieve besluit.
De aanvraag en de beschikking met de daarbij behorende stukken worden op grond van de Algemene wet bestuursrecht met ingang van de in de kennisgeving vermelde dag gedurende zes weken ter inzage gelegd. Inzage is mogelijk bij de provincie/FUMO.
Een dag nadat de beschikking ter inzage is gelegd, start de termijn van zes weken voor het indienen van een beroepschrift. In die periode kunnen zowel u als belanghebbenden beroep aantekenen tegen deze beschikking. Ook niet-belanghebbenden kunnen beroep aantekenen indien zij een zienswijze hebben ingediend.
Het beroepschrift moet in tweevoud ingediend worden bij Rechtbank Noord-Nederland, Postbus 150, 9700 AD Groningen.
* De beschikking met betrekking tot de eerste fase treedt tegelijk met de beschikking voor de tweede fase in werking.
Het indienen van een beroepschrift stelt de werking van de beschikking niet uit. Als u of belanghebbenden niet willen dat deze beschikking in werking treedt na afloop van de beroepstermijn, kan tijdens die termijn om een voorlopige voorziening worden verzocht. Dit verzoek kan worden gedaan bij de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord Nederland, Postbus 781 9700 AT Groningen. De beschikking treedt in dat geval niet in werking voordat over dit verzoek is beslist.
1.1 Constructieve veiligheid. Wat moet u 6 tot 3 weken vóór de bouw aanleveren?
De definitieve constructieve berekeningen en tekeningen dienen uiterlijk 3 weken voor aanvang van de bouwwerkzaamheden ter goedkeuring aan het bevoegd gezag te worden voorgelegd. In de praktijk blijkt de periode van drie weken te kort. Als het bevoegd gezag fouten ziet leidt dit al snel tot vertragingen in de bouw. Wij raden daarom aan om een periode van zes weken aan te houden. Met de werkzaamheden mag pas na goedkeuring worden gestart.
1.2 Van toegepaste materialen en bouwdelen dienen productcertificaten, die aantonen dat de betreffende materialen en bouwdelen voldoen aan de voorschriften in het Bouwbesluit 2012, op de bouwplaats aanwezig te zijn.
1.3 De glimmende uitstraling van de silo's (RVS) en de mogelijk al opvallende kleurstelling (blauw) dienen gewijzigd te worden in een matte uitvoering. Hiervan dienen nog monsters van de kleuren en de materialen te worden overgelegd voor toetsing aan redelijke eisen van welstand.
1.4 Het bouwtoezicht dient ten minste twee dagen voor de aanvang van elk van de hierna te noemen onderdelen van het bouwproces in kennis te worden gesteld:
a) De aanvang van de werkzaamheden, ontgravingwerkzaamheden, daaronder begrepen;
b) De aanvang van het inbrengen van de funderingspalen, het slaan van proefpalen daaronder begrepen;
c) De aanvang van de grondverbeteringwerkzaamheden.
Het bouwtoezicht dient ten minste drie dagen van tevoren in kennis te worden gesteld van het storten van beton.
Opmetingen, ontgravingen, opbrekingen en onderzoekingen.
1.5 Zolang de bouwwerkzaamheden niet zijn voltooid moeten alle opmetingen, ontgravingen, opbrekingen en onderzoeken worden verricht, welke het bouwtoezicht in het kader van de controle op de naleving van de bouwverordening en het Bouwbesluit 2012 nodig acht.
Gereedmelding van (onderdelen van) de bouwwerkzaamheden.
1.6 a) Van het gereedkomen van putten en van grond- en huisaansluitleidingen van de
riolering, en van leidingdoorvoeren en mantelbuizen door wanden en vloeren beneden straatpeil moet het bouwtoezicht onmiddellijk na die voltooiing in kennis worden gesteld;
b) Onderdelen van het bouwwerk, waarop lid a betrekking heeft, mogen niet zonder
toestemming van het bouwtoezicht aan het oog worden onttrokken gedurende twee dagen na het tijdstip van de kennisgeving;
c) Het bepaalde in lid b) is van overeenkomstige toepassing op die onderdelen van het
bouwwerk, waarvoor in de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften een
plicht tot kennisgeving van voltooiing is bepaald;
d) Uiterlijk op de dag van beëindiging van de werkzaamheden, waarop de omgevingsvergunning betrekking heeft, wordt het einde van die werkzaamheden bij het bouwtoezicht gemeld.
De hiervoor bedoelde kennisgevingen moeten schriftelijk worden gericht aan de FUMO. Dit kan door een brief te sturen naar J.W. de Visserwei 10, 9001 ZE te Grou of digitaal via info@fumo.nl.
1.7 Na de bouw van een bouwwerk, waarvoor omgevingsvergunning is verleend, is het verboden dit bouwwerk in gebruik te geven of te nemen indien één van de volgende omstandigheden zich voordoet:
a) het bouwwerk is niet gereed gemeld bij het bouwtoezicht;
b) er is niet gebouwd overeenkomstig de omgevingsvergunning.
1.8 De PWZI moet ontoegankelijk zijn voor onbevoegden.
1.9 De PWZI moet voorzien zijn van een aanrijbeveiliging.
1.8 Er mogen geen losse brandbare goederen buiten worden opgeslagen op het terrein van de PWZI alsmede 10 meter rond het terrein van de PWZI.
Op 19 december 2023 is een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) ontvangen. Het betreft een verzoek van Huhtamaki Nederland B.V., Zuidelijke Industrieweg 3 te Franeker.
Er wordt een vergunning gevraagd voor de volgende in de Wabo omschreven activiteit:
Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Deze wet heeft onder andere de Wabo vervangen, inclusief alle onderliggende wetten en besluiten. De aanvraag is echter ingediend voor
1 januari 2024. Dit betekent dat de aanvraag behandeld moet worden conform het “oude” recht (Invoeringswet Omgevingswet, artikel 4.3). We hebben deze aanvraag dan ook conform de Wabo behandeld. Onderdelen van de aanvraag die moeten worden beschouwd als een melding Activiteitenbesluit hebben wij eveneens conform het “oude” recht afgehandeld.
Wij zijn bevoegd gezag om te beslissen op de aanvraag om een omgevingsvergunning. Dit volgt uit artikel 2.4, eerste lid van de Wabo juncto artikel 3.3, eerste lid, onder b van het Besluit omgevingsrecht.
De activiteiten van de inrichting zijn genoemd in Bijlage I, onderdeel C, categorie 16.3 van het Bor. Het betreft een inrichting waartoe een IPPC-installatie behoort zoals genoemd in Bijlage I, categorie 6.1, onder b van de Richtlijn industriële emissies. Op basis hiervan is de inrichting vergunningplichtig.
2.4. Beoordeling van de aanvraag
Na ontvangst van de aanvraag hebben wij deze getoetst op volledigheid. In verband met het ontbreken van een aantal gegevens hebben wij de aanvrager op 23 januari 2024 in de gelegenheid gesteld om tot acht weken na de hiervoor genoemde datum de aanvraag aan te vullen. Wij hebben de aanvullende gegevens ontvangen op 31 mei 2024. Na ontvangst van de aanvullende gegevens hebben wij de aanvraag opnieuw getoetst op volledigheid. Naar aanleiding hiervan hebben wij op
18 juli 2024 nogmaals een verzoek om aanvullingen gestuurd. Wij hebben deze aanvullende gegevens ontvangen op 5 augustus 2024. Wij zijn van oordeel dat de aanvraag met de aanvullende gegevens voldoende informatie bevat voor een goede beoordeling van de gevolgen van de activiteit op de fysieke leefomgeving. De aanvraag is dan ook in behandeling genomen.
Deze beschikking is voorbereid met de reguliere voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.2 van de Wabo. Gelet hierop hebben wij overeenkomstig artikel 3.8 van de Wabo en artikel 12 van de Bekendmakingswet de aanvraag digitaal gepubliceerd op internet, www.officiëlebekendmakingen.nl.
Wij hebben gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de beslistermijn van acht weken te verlengen met acht weken als bedoeld in artikel 3.9, tweede lid van de Wabo. Van deze verlenging is overeenkomstig artikel 12 van de Bekendmakingswet digitaal kennisgegeven op internet www.officielebekendmakingen.nl.
In de Wabo en het Besluit omgevingsrecht (Bor) worden bestuursorganen vanwege hun specifieke deskundigheid of betrokkenheid aangewezen als adviseur. Gelet op het bepaalde in artikel 2.26 Wabo, alsmede de artikelen 6.1 tot en met 6.5 van het Bor, hebben wij de aanvraag ter advies gezonden aan de gemeente Waadhoeke, Wetterskip Fryslân en de Brandweer Fryslân.
Het advies van de gemeente Waadhoeke hebben wij per e-mail op 16 juli 2024 ontvangen en gaat over de onderdelen ‘Bouwen van een bouwwerk’ en ‘Het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan’. Dit wordt behandeld bij de inhoudelijke overwegingen.
Over het onderdeel ‘Milieuneutraal veranderen van de inrichting’ heeft de gemeente geen aanleiding gezien om advies uit te brengen.
De brandweer heeft meerdere adviezen gegeven waarop de aanvraag steeds is aangepast, te weten:
Samengevat betreft het advies:
Veiligheidsafstand Conform de NEN-EN 12458 en NEN 1073:2018 moet vanaf een gesprinklerd gebouw (groter dan 2500 m2) een veiligheidsafstand van 10 meter m.b.t. brandbare stoffen worden aangehouden. De PWZI wordt (vanwege het aanwezige gas) gezien als een opslag voor brandbare stoffen. Deze afstand wordt niet gehaald. Dit betekent dat hierover een nadere of gelijkwaardige onderbouwing noodzakelijk is. Hierover meer in paragraaf 5.5.2 van deze vergunning. In de laatste mail van de brandweer wordt nader gesteld:
Naar aanleiding van dit advies merken wij het volgende op.
Het advies geeft ons reden om een drietal voorschriften aan (het milieudeel van) de vergunning te verbinden. In de overwegingen gaan wij hier nader op in.
Met betrekking tot punt 3 van het advies heeft de FUMO de vrije breedte nagemeten; de vrije ruimte is (en dit is bevestigd door Huhtamaki) 6,4 meter exclusief naastliggende parkeervakken.
Wetterskip Fryslân heeft op 11 juli 2024 kenbaar gemaakt dat zij akkoord is met de voorgenomen aangevraagde activiteit. De aangevraagde activiteit van Huhtamaki Nederland B.V. zal ook aan de huidige voorschriften uit de onderliggende vergunning voor onder andere water moeten voldoen.
In de Wet natuurbescherming (Wnb) is opgenomen dat deze wet aanhaakt bij de Wabo wanneer:
Wanneer het aanhaken van toepassing is, moet het bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning de aanvraag doorsturen naar het bevoegd gezag voor de Wnb (Gedeputeerde Staten van de provincie) met het verzoek een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) af te geven. De aanvrager van de omgevingsvergunning is zelf verantwoordelijk om vooraf na te gaan of een activiteit invloed heeft op Natura 2000-gebieden en/of beschermde flora en fauna.
Het vragen van een vvgb is niet nodig (een omgevingsvergunning natuur is niet van toepassing) wanneer al toestemming op basis van de Wnb is verkregen of gevraagd. Verder is een omgevingsvergunning niet van toepassing wanneer voor het voorgenomen project geen vergunning en ontheffing op grond van de Wnb nodig is.
De gevraagde veranderingen zijn geen project waarvoor op grond van de Wnb een vergunningplicht bestaat. Een omgevingsvergunning natuur en daarmee vragen van een verklaring van geen bedenkingen voor Natura 2000-activiteiten is daarom niet van toepassing.
De aanvraag omgevingsvergunning voor het (ver)bouwen van een bouwwerk (als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a van de Wabo) kan alleen worden verleend als deze voldoet aan de in artikel 2.10, eerste lid van de Wabo gestelde toetsingscriteria.
Een toetsing aan deze criteria heeft plaatsgevonden.
De gegevens en bescheiden behorende bij de aanvraag omgevingsvergunning zijn getoetst aan de door de gemeenteraad vastgestelde criteria zoals gesteld in de gemeentelijke welstandsnota.
De aanvraag is op 15 juli 2024 beoordeeld door de onafhankelijke welstandscommissie Hûs en Hiem Welstandsadvisering en Monumentenzorg (verder: de commissie). De commissie is van mening dat de aanvraag onder voorwaarden voldoet aan redelijke eisen van welstand 24070276.
De kritiek betreft het plan op zichzelf en in relatie tot de omgeving en is op het volgende gericht:
- Gelet op de glimmende uitmonstering van de silo's (RVS) en de mogelijk opvallende kleurstelling (blauw) zullen de nieuw te plaatsen elementen zich te nadrukkelijk manifesteren in het bebouwings- en omgevingsbeeld. Gelet op het goede zicht vanuit openbaar gebied is sprake van een overwegend bezwaar.
De commissie stelt voor de kritiek te ondervangen door voor een matte, in plaats van een glimmende uitvoering, en een middentoon- tot donkere kleurstelling voor de nieuw te plaatsen objecten te kiezen.
Wij nemen het advies van de commissie over. De aanvraag voldoet onder voorwaarden aan redelijke eisen van welstand.
Over de ingediende stukken is op hoofdlijn voldoende aannemelijk gemaakt dat voldaan gaat worden aan de voorschriften van het Bouwbesluit 2012. De uitgewerkte constructieve tekeningen en detail berekeningen ontbreken nog. Definitieve constructieve berekeningen en tekeningen dienen uiterlijk drie weken voor aanvang van de bouwwerkzaamheden ter goedkeuring aan de FUMO te worden voorgelegd. Met de werkzaamheden mag pas na goedkeuring worden gestart.
Op grond van de overige ingediende stukken bij deze aanvraag is voldoende aannemelijk gemaakt dat wordt voldaan aan de voorschriften van het Bouwbesluit 2012.
De gegevens en bescheiden behorende bij de aanvraag omgevingsvergunning zijn getoetst aan de voorschriften van de gemeentelijke Bouwverordening. De aanvraag voldoet aan de voorschriften van de gemeentelijke Bouwverordening.
Het kadastrale perceel Gemeente Waadhoeke, sectie D, nummer 4076 plaatselijk bekend als Zuidelijke Industrieweg 3 te Franeker is gelegen in een gebied waarvoor de beheersverordening ‘Franeker - Bedrijventerrein Zuid en Alvestêdewyk‘ is vastgesteld. In deze beheersverordening geldt voor het gebruik, het bouwen en het uitvoeren van werken en werkzaamheden de regeling zoals opgenomen in het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Zuid’. In dit bestemmingsplan hebben de gronden de bestemming ‘Bedrijfsdoeleinden‘ (artikel 3 van de regels).
Op basis van artikel 3, lid 3.1, sub a, aanhef en onder 3 zijn de voor ‘Bedrijfsdoeleinden‘ aangewezen gronden bestemd voor gebouwen voor een papierrecyclingbedrijf zijnde een geluidzoneringsplichtige inrichting, indien de gronden op de kaart zijn voorzien van de aanduiding ‘geluidzoneringsplichtige inrichting’.
Op grond van lid 3.2.2, sub a geldt dat de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten hoogste 10,00 m¹ zal bedragen. De EGBS-tank is 11 m¹ hoog (het hekwerk is een ondergeschikt bouwdeel). Het bouwplan is om deze reden strijdig met de regels van het bestemmingsplan.
Gelet op het bovenstaande, is het bouwplan in strijd met regels van het geldende bestemmingsplan.
In gevallen waarvoor afwijking van het bestemmingsplan noodzakelijk is, wordt de aanvraag omgevingsvergunning tevens aangemerkt als verzoek tot afwijking van het geldende bestemmingsplan, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wabo. De aanvraag omgevingsvergunning wordt slechts geweigerd indien vergunningverlening met toepassing van artikel 2.12 (afwijking bestemmingsplan) van de Wabo niet mogelijk is.
Zie ook onderdeel: “handelen in strijd met het bestemmingsplan”.
4. OVERWEGINGEN HANDELEN IN STRIJD MET EEN BESTEMMINGSPLAN
De aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk (als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a van de Wabo), is in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan.
Op grond van artikel 2.10, tweede lid van de Wabo, is een aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen die in strijd is met het geldende bestemmingsplan, ook een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het afwijken van het geldende bestemmingsplan (als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wabo). De aanvraag omgevingsvergunning kan slechts worden geweigerd indien vergunningverlening voor afwijking van het bestemmingsplan, als bedoeld in artikel 2.12 van de Wabo niet mogelijk is.
Bestemmingsplan/beheersverordening
Gelet op het hierboven onder 3 genoemde, is het bouwplan in strijd met regels van de geldende beheersverordening.
Voor zover sprake is van een aanvraag omgevingsvergunning voor gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan (als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wabo) kan de vergunning op grond van artikel 2.12 van de Wabo alleen worden verleend:
Ad a. Toetsing binnenplanse afwijking
Op basis van artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 1° van de Wabo, in samenhang met artikel 19, tweede lid van het bestemmingsplan is een binnenplanse afwijking mogelijk.
Ad.b. Toetsing buitenplanse afwijking - kruimelgeval
Aan een buitenplanse afwijking voor een omgevingsvergunning wordt niet toegekomen, omdat een binnenplanse afwijking tot de procedurele mogelijkheden behoort.
Ad.c. Toetsing buitenplanse afwijking - projectafwijkingsbesluit
Aan een buitenplanse afwijking voor een omgevingsvergunning die is voorzien van een ruimtelijke onderbouwing (projectafwijkingsbesluit) wordt niet toegekomen, omdat een binnenplanse afwijking tot de procedurele mogelijkheden behoort.
Afwijking van de beheersverordening is alleen wenselijk indien na een afweging van diverse belangen sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Om de navolgende redenen is onzes inziens sprake van een goede ruimtelijke ordening en worden belangen niet geschaad.
Wij zijn van mening dat het afwijken van de beheersverordening in overeenstemming is met het afwegingskader vanuit de beheersverordening en de beleidsregels en dat er voorts geen belangen worden geschaad. Onze motivering daarvoor is hierna beschreven.
Afwijken van de beheersverordening
Ingevolge artikel 19, tweede lid kunnen burgemeester en Wethouders, met inachtneming van het gestelde in de Beschrijving in Hoofdlijnen, vrijstelling verlenen van de bij recht in de voorschriften gegeven maten, afmetingen en percentages, tot en hoogste 10% van die maten, afmetingen en percentages. Het bouwplan voldoet hieraan. Gelet op de reductie van de geuremissie naar de omgeving wil de gemeente Waadhoeke medewerking verlenen aan de afwijking van de beheersverordening.
Gelet op bovenstaande overwegingen is het college van mening dat er geen beletsel is voor het verlenen van de omgevingsvergunning in afwijking van de beheersverordening.
De activiteiten van de inrichting zijn genoemd in Bijlage I, onderdeel C van het Bor. De volgende categorieën zijn van toepassing:
Op grond van categorie 16.4, onder c is sprake van een vergunningplichtige activiteit.
Het betreft een inrichting waartoe een IPPC-installatie behoort als genoemd in Bijlage I, categorie 6.1, onder b van de Richtlijn industriële emissies (Rie): de fabricage, in industriële installaties van karton met een productiecapaciteit van meer dan 20 ton per dag. Om die reden is op grond van artikel 2.1, tweede lid van het Bor sprake van een vergunningplichtige inrichting.
Het project waarvoor vergunning wordt gevraagd betreft het plaatsen en in gebruik nemen van een PWZI. Aanleiding hiervoor is het reduceren van de geuremissie naar de omgeving. De eis hiervoor is vastgelegd in de afzonderlijke maatwerkvoorschriften van:
Een uitgebreide projectomschrijving is opgenomen in de aanvraag om vergunning.
5.3. Huidige vergunningsituatie
Voor de inrichting is op 21 november 2023 een revisievergunning verleend met kenmerk 2021-FUMO-0059565 . Ook zijn de in de vorige paragraaf genoemde maatwerkbesluiten van kracht.
De milieuvoorschriften van de onderliggende omgevingsvergunning zijn van overeenkomstige toepassing op de aangevraagde verandering, tenzij de aard van de vergunning en/of de aard van de verandering zich daartegen verzetten.
In het Activiteitenbesluit milieubeheer ( Activiteitenbesluit) zijn voor een groot aantal activiteiten die binnen inrichtingen plaats kunnen vinden, rechtstreeks werkende, algemene regels opgenomen.
De inrichting waarvoor vergunning is aangevraagd, is aangemerkt als een inrichting waarvoor vergunningplicht (inrichting type C) geldt.
Per 1 januari 2024 zijn de regels uit het Activiteitenbesluit opgegaan in het Besluit Activiteiten Leefomgeving (Bal). Voor deze verandering geldt dit voor de stookinstallaties voor het droogproces, te weten:
De aanvraag heeft betrekking op een milieuneutrale verandering van de inrichting of van de werking van de inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, sub 2° van de Wabo. De Wabo bepaalt in artikel 2.14, vijfde lid dat in afwijking van het eerste tot en met vierde lid de vergunning wordt verleend, wanneer wordt voldaan aan artikel 3.10, derde lid van de Wabo. Dat betekent dat een vergunning wordt verleend met de reguliere procedure, wanneer er sprake is van een verandering van de inrichting of van de werking van de inrichting die niet leidt:
De aanvraag is getoetst aan deze criteria en wij komen tot de volgende afweging.
5.5.2. Toetsing gevolgen voor milieu
Naar aanleiding van de ingediende aanvraag en de daarbij overgelegde gegevens concluderen wij dat de aangevraagde verandering aan bovenstaande voorwaarden voldoet, om de volgende redenen:
Het productievolume blijft gelijk en zal niet toenemen.
Bij de aanvraag is een rapport van een akoestisch onderzoek gevoegd, kenmerk N-022-1249622MJO-V03-los-NL van 15 mei 2024, door TAUW. Het onderzoek hebben wij getoetst en beoordeeld. De conclusie is dat:
de aangevraagde situatie niet leidt tot wijziging en/of overschrijding van de geluidszone of de vastgestelde hogere grenswaarden. Verder zal de nieuwe situatie in het zonemodel worden opgenomen.
Het industrieterrein waar de activiteiten plaatsvinden ligt op een gezoneerd industrieterrein “Franeker Zuid”.
De proceswaterzuivering is een gecontroleerd en gesloten systeem. De pompen van de zuivering zijn elektrisch aangedreven. De enige bron voor luchtuitstoot is de emissie van de noodfakkel die alleen wordt gebruikt als de gasgestookte ovens niet meer draaien. Het biogas dat vrijkomt bij de proceswaterzuivering wordt opgevangen en gebruikt voor het stoken van de droogmachines. Hiervoor wordt het biogas door een actiefkoolfilter geleid om de concentratie H2S te reduceren.
De aanleiding voor het voornemen van de proceswaterzuivering is de verplichting om de geuremissie naar de omgeving te reduceren (zoals vastgelegd in de drie maatwerkbesluiten van 20 mei 2021 en 26 april 2023 ). De zuivering verwijdert naar verwachting 70% van de CZV in het proceswater en daarmee minimaal 66% van de geuremissie. De geurbelasting neemt dus af. Hiermee geeft Huhtamaki uitvoering aan de vastgestelde geurnorm, zoals vastgelegd in het laatste maatwerkbesluit. Het proces van de zuivering is uitgebreid omschreven in de aanvraag.
Uit de aanvraag blijkt dat de hoeveelheid afvalwater niet toeneemt en dat het afvalwater aan de vergunde normen kan blijven voldoen. Een groot deel van het proceswater wordt steeds opnieuw gebruikt. Slechts een deel wordt als afvalwater geloosd op het riool. Het CZV-gehalte zal door de voorgenomen verandering dalen met 70%. Het daadwerkelijke gehalte zal echter pas vastgesteld worden als de installatie volledig is ingeregeld. Het belangrijkste doel hiermee is geurreductie. Voor het zuiveringsproces zijn hulpstoffen nodig. Hulpstoffen en ABM-toets Er moet ureum, fosforzuur en natronloog aan de proceswaterzuivering worden toegevoegd om de goede werking te garanderen. Deze stoffen zijn middels een ABM-toets getoetst op waterbezwaarlijkheid. De stoffen zijn geclassificeerd als B5. Deze stoffen kunnen door de RWZI worden gesaneerd, waardoor er geen nadelige effecten worden verwacht. De totale hoeveelheid te lozen afvalwater neemt niet toe ten opzichte van de vergunde situatie.
Het elektraverbruik zal door de voorgenomen verandering toenemen. Daarentegen is de verwachting dat het aardgasverbruik met ongeveer 500.000 m3 zal afnemen doordat het gas vanuit de zuivering weer zal worden ingezet. Het verbruik blijft binnen de kaders van de vergunning.
De organische stoffen die nu via het afvalwater worden geloosd, worden door de voorgenomen verandering omgezet in biogas, waardoor er ongeveer 12 m3 slib per maand als afvalstof ontstaat. Deze stof wordt afgegeven aan een erkend inzamelaar.
Er worden geen andere of meer gevaarlijke stoffen opgeslagen dan reeds vergund. Qua externe veiligheid worden er geen andere of hogere risico’s verwacht.
Zoals het advies van de Brandweer Fryslân aangeeft is het aan het bevoegd gezag om aan te geven of dit kan instemmen met de locatie van de PWZI, omdat de PWZI wordt gezien als opslag voor brandbare stoffen . Wij merken hierbij op dat deze locatie is aangevraagd. Concreet betekent dit afweging of de veiligheid op deze locatie voldoende gewaarborgd wordt. Bij deze afweging is ook de notitie “Brandveiligheid proceswaterzuivering” betrokken. Hierbij overwegen wij het volgende:
In overleg met Huhtamaki en de brandweer worden drie voorschriften opgenomen. Huhtamaki heeft aangegeven hierin genoemde maatregelen sowieso uit te voeren. Dit betreft een hekwerk en aanrijdbeveiliging en dat er buiten geen opslag zal zijn van losse brandbare stoffen binnen 10 meter vanaf het gebouw.
De aanvrager heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat er voor de overige milieuaspecten geen toename zal zijn van de milieubelasting.
De verandering leidt niet tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu.
5.5.3. Toetsing andere inrichting
Op basis van de in de aanvraag opgenomen beschrijving van de verandering is het aannemelijk, dat de verandering niet leidt tot een andere inrichting dan waarvoor eerder een vergunning is verleend.
5.5.4. Toetsing milieueffectrapport
Er hoeft bij deze aanvraag geen milieueffectrapport (MER) te worden ingediend. De reden hiervoor is dat de in de aanvraag beschreven voorgenomen veranderingen niet zijn vermeld in de eerste kolom van onderdeel C en/of onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage.
Vanuit het toetsingskader dat betrekking heeft op het milieuneutraal veranderen van de inrichting wordt de gevraagde vergunning verleend. Er zijn geen redenen om de omgevingsvergunning te weigeren.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2024-20172.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.