Toestemming voor het realiseren van een economizer bij stoomketel 2 aan Damsingel 27 te Sumar

Onderwerp

Op 13 oktober 2023 hebben wij een aanvraag om een omgevingsvergunning milieu ingevolge de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) ontvangen van Sonac Burgum B.V. (hierna Sonac) aan de Damsingel 27 te Sumar. De aanvraag heeft betrekking op het realiseren van een economizer bij de bestaande stoomketel 2. De aanvraag is geregistreerd onder OLO-nummer 8103991.

Besluit

Wij besluiten, gezien de overwegingen die zijn opgenomen in deze vergunning en gelet op de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de daarop betrekking hebbende uitvoeringsbesluiten en -regelingen en de Invoeringswet Omgevingswet:

  • dat de vergunning wordt verleend op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder a van de Wabo, (het bouwen van een bouwwerk);

  • dat de vergunning wordt verleend op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wabo (handelen in strijd regels ruimtelijke ordening);

  • dat de vergunning wordt verleend op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder e, onder 2° (het veranderen of veranderen van de werking van een inrichting) en artikel 2.14, vijfde lid in samenhang met artikel 3.10, derde lid van de Wabo (milieuneutrale wijziging);

  • dat de volgende stukken deel uitmaken van de vergunning:

    • -

      aanvraagformulier, van 13 oktober 2023, kenmerk 8103991;

    • -

      Memo -Toelichting realisatie economizer ketel 2, 12 oktober 2023 en

    • -

      Bijlage 1 - Situatietekening Economizer,14-09-2023.

Procedure

De Omgevingswet is met ingang van 1 januari 2024 in werking getreden. Deze beschikking is mede gelet op het overgangsrecht van artikel 4.3 van de Invoeringswet Omgevingswet voorbereid met de reguliere voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.2 van de Wabo.

Namens Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân,

Hoogachtend,

S.G.C. Boender Afdelingshoofd Vergunningverlening en Specialistisch Advies

Kopie

HaskoningDHV Nederland BV

T.a.v. de heer [Naam]

Postbus 8064

9702 KB GRONINGEN

Gemeente Tytsjerksteradiel

T.a.v. de heer [Naam]

Postbus 3

9250 AA Burgum

Brandweer Fryslân

Specifiek domein Risicobeheersing

Postbus 612

8901 BK LEEUWARDEN

Wetterskip Fryslân

T.a.v. mevrouw [Naam]

Postbus 36

8900 AA. LEEUWARDEN

RECHTSBESCHERMINGSMIDDELEN

De bekendmaking van deze beschikking gebeurt door verzending van deze beschikking. De dag na de bekendmaking treedt de beschikking in werking. Binnen zes weken na de bekendmaking kunnen zowel u als belanghebbenden bezwaar maken bij het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân. Het indienen van een bezwaarschrift schorst de werking van de beschikking niet. Als u of belanghebbenden niet willen dat de beschikking in werking treedt tijdens de bezwaarprocedure, kan gelijktijdig of na het indienen van het bezwaarschrift een verzoek om voorlopige voorziening worden ingediend bij de Rechtbank Noord-Nederland.

1. VOORSCHRIFTEN

1. BOUWEN

Kennisgeving aanvang.

1.1 Het bouwtoezicht dient ten minste twee dagen voor de aanvang van elk van de hierna te noemen onderdelen van het bouwproces in kennis te worden gesteld:

  • a)

    De aanvang van de werkzaamheden

Het bouwtoezicht dient ten minste drie dagen van tevoren in kennis te worden gesteld van het storten van beton.

Gereedmelding van (onderdelen van) de bouwwerkzaamheden.

1.2

  • a)

    Uiterlijk op de dag van beëindiging van de werkzaamheden, waarop de omgevingsvergunning betrekking heeft, wordt het einde van die werkzaamheden bij het bouwtoezicht gemeld.

De hiervoor bedoelde kennisgevingen moeten schriftelijk worden gericht aan de FUMO, J.W. de Visserwei 10, 9001 ZE te Grou of info@fumo.nl.

Verbod tot ingebruikneming.

1.3 Na de bouw van een bouwwerk, waarvoor omgevingsvergunning is verleend, is het verboden dit bouwwerk in gebruik te geven of te nemen indien één van de volgende omstandigheden zich voordoet:

  • a)

    het bouwwerk is niet gereed gemeld bij het bouwtoezicht;

  • b

    er is niet gebouwd overeenkomstig de omgevingsvergunning.

OVERWEGINGEN

PROCEDURELE ASPECTEN

Gegevens aanvraag

Op 13 oktober 2023 hebben wij een aanvraag om een omgevingsvergunning milieu ingevolge de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) ontvangen van Sonac Burgum B.V. aan de Damsingel 27 te Sumar (Sonac). De aanvraag heeft betrekking op het realiseren van een economizer bij de bestaande stoomketel 2. De aanvraag is geregistreerd onder OLO-nummer 8103991.

Er wordt vergunning gevraagd voor de volgende in de Wabo omschreven activiteiten:

  • Bouwen (artikel 2.1, lid 1, sub a Wabo);

  • Handelen in strijd regels ruimtelijke ordening (artikel 2.1, lid 1, onder c van de Wabo);

  • Veranderen van een inrichting (milieu) (artikelen 2.1, lid 1, sub e jo 3.10, lid 3 en 2.14, lid 5 van de Wabo).

Bevoegd gezag 

Gedeputeerde Staten zijn bevoegd gezag voor de inrichting. Dit volgt uit artikel 2.4 van de Wabo juncto artikel 3.3, lid 1 van het Besluit omgevingsrecht (Bor). De activiteiten van de inrichting zijn genoemd in Bijlage I, onderdeel C, categorie 1.3, onder b en categorie 8.2 onder b van het Bor en daarnaast betreft het een inrichting waartoe een IPPC-installatie behoort, zoals genoemd in Bijlage I, categorieën 1.1 en 6.5 van de Richtlijn Industriële Emissies.

Beoordeling van de aanvraag

Na ontvangst van de aanvraag hebben wij deze getoetst op volledigheid. Wij zijn van oordeel dat de aanvraag met de aanvullende gegevens voldoende informatie bevat voor een goede beoordeling van de gevolgen van de activiteit op de fysieke leefomgeving. De aanvraag is dan ook in behandeling genomen.

De volgende documenten maken onderdeel uit van de vergunningaanvraag:

  • Aanvraagformulier OLO, kenmerk 8103991 van 13-10-2023;

  • Memo - Toelichting realisatie economizer ketel 2 van 12-10-2023;

  • Bijlage 1 – situatietekening van 14-09-2023;

  • Bijlage 2-1 - Overzicht 1 - 3-D situatie van 12-07-2023;

  • Bijlage 2-2 - Overzicht 2 - 2-D aanzicht van 12-07-2023;

  • Bijlage 2-3 - Overzicht 3 - 2-D doorsneden van 04-08-2023;

  • Bijlage 2-4 - Overzicht 4 – ankerplan van 04-08-2023;

  • Bijlage 2-5 - Detail fundering Economizer van 11-10-2023;

  • Bijlage 3-1 - Statische berekening fundering van 11-09-2023;

  • Bijlage 3-2 - Statische berekening constructie van 12-09-2023 en

  • Aeriusberekeningen met toelichting van 8-12-2023.

Procedure

De Omgevingswet is met ingang van 1 januari 2024 in werking getreden. Deze beschikking is mede gelet op het overgangsrecht van artikel 4.3 van de Invoeringswet Wabo voorbereid met de reguliere voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.2 van de Wabo. Gelet hierop hebben wij op 14 november 2023 overeenkomstig artikel 3.8 van de Wabo van de aanvraag kennis gegeven.

Adviezen

In de Wabo en het Bor worden bestuursorganen vanwege hun specifieke deskundigheid of betrokkenheid aangewezen als adviseur. Gelet op het bepaalde in artikel 2.26 van de Wabo, alsmede de artikelen 6.1 tot en met 6.5 van het Bor, hebben wij de aanvraag ter advies gezonden aan Brandweer Fryslân en de gemeente Tytsjerksteradiel.

Van Brandweer Fryslân hebben wij op 8 november 2023 een reactie ontvangen op ons verzoek om advies. De brandweer heeft aangeven geen opmerkingen te hebben over de vergunningaanvraag.

Van gemeente Tytsjerksteradiel hebben wij het advies ontvangen om met toepassing van artikel 2.12, lid 1, sub a, onder s van de Wabo jo artikel 4, lid 11 van Bijlage II van het Bor medewerking te verlenen aan het verzoek om tijdelijk af te wijken van het bestemmingsplan tot en met 29 oktober 2029. Dit advies hebben wij overgenomen in dit besluit.

Wet natuurbescherming

In de Wet natuurbescherming is opgenomen dat een vergunning in het kader van deze wet nodig is wanneer als gevolg van het realiseren van een project, of het verrichten van handelingen, nadelige effecten kunnen ontstaan voor:

  • natuurlijke habitats,

  • de habitats in een natura 2000-gebied,

  • beschermde planten of

  • beschermde dieren.

De aanvraag heeft betrekking op het realiseren van een economizer bij de bestaande stoomketel 2. Bij de vergunningaanvraag zijn twee aeriusberekeningen gevoegd van 8 december 2023 (met kenmerk S1C8PVhtq2Dq en RYbN3vK6MHYj). Wij zijn akkoord met de uitgangspunten in deze berekeningen. Uit de aeriusberekeningen blijkt dat de aangevraagde wijziging van de inrichting geen hogere emissies of depositie van stikstofverbindingen tot gevolg heeft. Het aanvragen van een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming is daarom niet noodzakelijk.

OVERWEGINGEN MILIEU

Vergunningplicht

De activiteiten van de inrichting zijn genoemd in Bijlage I, onderdeel C van het Bor. De meest relevante categorieën zijn vermeld in de onderstaande tabel.

Categorie

Omschrijving

1.4 onder a

inrichtingen waar een of meer stookinstallaties met een nominaal vermogen groter dan 20 kilowatt aanwezig zijn, waarin een andere stof wordt verstookt dan: aardgas, propaangas, butaangas, vloeibare brandstoffen, biomassa,

houtpellets of vergistinggas. Het betreft hier het mee verbranden van non condensables in een regeneratieve thermische naverbrander (RTO)

1.4 onder c

inrichtingen waar een of meer elektromotoren of verbrandingsmotoren aanwezig zijn met een totaal geïnstalleerd motorisch vermogen van 15 MW of meer met uitzondering van windturbines

6.1

inrichtingen voor het vervaardigen, bewerken, verwerken, opslaan of overslaan van dierlijke of plantaardige oliën of vetten

6.3

Inrichtingen voor het vervaardigen of bewerken van dierlijke of plantaardige oliën of vetten en voor het opslaan van dierlijke of plantaardige oliën of vetten in opslagtanks met een gezamenlijke inhoud groter dan 150 m3

8.1 onder d

inrichtingen voor het bewerken, verwerken, opslaan of overslaan van producten, die bij het slachten van dieren vrijkomen

8.3 onder m

het verwerken van dierlijke bijproducten tot eiwit, olie, vet, gelatine, collageen, dicalciumfosfaat, bloedproducten of farmaceutische producten

Op grond van categorie 1.4, onder a en c, categorie 6.3 en categorie 8.3, onder m, is sprake van vergunningplichtige activiteiten. Daarnaast heeft de vergunning betrekking op een inrichting waartoe een IPPC-installatie behoort, te weten categorie 1.1 (het stoken in installaties met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van 50 MW of meer) en categorie 6.5 (de destructie of verwerking van kadavers of dierlijk afval met een verwerkingscapaciteit van meer dan 10 ton per dag) van bijlage I van de RIE. De inrichting is daarom – mede gelet op artikel 2.1, lid 2 van het Bor – vergunningplichtig.

Projectbeschrijving

Aan de noordzijde op het bedrijfsterrein van Sonac Burgum ligt het ketelhuis (gebouw 202-BD-691) met daarin 4 stoomketels. Sonac Burgum wil de bestaande stoomketel Ketel 2 voorzien van een Economizer. Een Economizer is een warmtewisselaar in het rookgasafvoerkanaal, die de warmte in de rookgassen gebruikt om het ketelvoedingswater voor te verwarmen. Deze Economizer zorgt hiermee voor een besparing op het gasverbruik (naar verwachting circa 5% op Ketel 2). De Economizer wordt in het bestaande rookgaskanaal geplaatst tussen de ketel en het emissiepunt, de stenen schoorsteen. Vanwege de grootte van de installatie wordt de Economizer aan de buitenzijde van het ketelhuis geplaatst. Voor een uitgebreide beschrijving van het project verwijzen wij naar de vergunningaanvraag.

Huidige vergunningsituatie

Voor de inrichting zijn eerder de onderstaande vergunningen verleend:

soort vergunning

datum

kenmerk

onderwerp

omgevingsvergunning

1 december 2022

2022-FUMO-0062316

revisievergunning

omgevingsvergunning

12 april 2023

2023-FUMO-0073300

Buffertanks categorie 2

omgevingsvergunning

14 april 2023

2023-FUMO-0073308

Verplaatsen gasflessenopslag

De voorschriften van de onderliggende omgevingsvergunning zijn tevens van toepassing op de aangevraagde verandering.

Activiteitenbesluit 

De Omgevingswet is met ingang van 1 januari 2024 in werking getreden. Per 1 januari 2024 is het Activiteitenbesluit vervallen. Deze beschikking is mede gelet op het overgangsrecht van artikel 4.3 van de Invoeringswet Omgevingswet voorbereid met de reguliere voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.2 van de Wabo. De beoordeling van de aanvraag heeft op grond van het overgangsrecht plaatsgevonden aan de hand van het oude recht. Daarom heeft bij het beoordelen van de aanvraag toetsing plaatsgevonden aan het Activiteitenbesluit milieubeheer (Activiteitenbesluit). De inrichting is een inrichting type C als bedoeld in artikel 1.2 van het Activiteitenbesluit. De aangevraagde verandering heeft geen betrekking op activiteiten die voor deze inrichting in het Activiteitenbesluit zijn geregeld.

TOETSINGSKADER MILIEU

Inleiding

De aanvraag heeft betrekking op een milieuneutrale verandering van de inrichting of van de werking van de inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel e, onder 2° van de Wabo. De Wabo bepaalt in artikel 2.14, vijfde lid dat in afwijking van het eerste tot en met vierde lid de vergunning wordt verleend, wanneer wordt voldaan aan artikel 3.10, derde lid van de Wabo. Dat betekent dat een vergunning wordt verleend met de reguliere procedure, wanneer er sprake is van een verandering van de inrichting of van de werking van de inrichting die niet leidt:

  • tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu dan volgens de geldende vergunning is toegestaan;

  • tot een verplichting tot het maken van een milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer;

  • tot een andere inrichting dan waarvoor eerder een omgevingsvergunning is verleend.

De aanvraag is getoetst aan deze criteria. In het onderstaande gaan wij hierop in.

Toetsing

Andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu

Naar aanleiding van de ingediende aanvraag en de daarbij overgelegde gegevens concluderen wij dat de aangevraagde verandering aan bovenstaande voorwaarden voldoet, om de volgende redenen.

Geluid

De realisatie van de Economizer op deze locatie zal geen effect hebben op de totale geluidsuitstraling van Sonac Burgum naar de omgeving. De Economizer zelf is geen geluidsbron. Voor het rondpompen van het ketelwater wordt gebruik gemaakt van de bestaande pomp die al in het ketelhuis aanwezig en in gebruik is. Deze bestaande pomp is daarom voor de aangevraagde situatie geen relevante geluidsbron. Als gevolg van de beoogde wijziging van de inrichting zal niet meer geluid worden geproduceerd. Voor geluid is de aanvraag milieuneutraal. 

Geur

De Economizer is een volledig gesloten systeem en is niet geurrelevant. Voor wat betreft het aspect geur is de voorgenomen situatie niet anders of groter dan in de vergunde situatie en kan de verandering milieuneutraal worden uitgevoerd. Als gevolg van de beoogde wijziging van de inrichting zal niet meer geur worden geproduceerd.

Lucht

Luchtemissies zijn in de voorgenomen situatie niet anders of groter dan in de vergunde situatie. Voor het aspect luchtemissies kan de verandering milieuneutraal worden uitgevoerd.

Energie

Als gevolg van het realiseren van de economizer zal het gasverbruik van stoomketel 2 verminderen met circa 5%. Voor het energieverbruik is de aangevraagde wijziging milieuneutraal.

Bodem

De aangevraagde verandering heeft geen gevolgen voor bodembescherming. Er worden geen nieuwe potentieel bodembedreigende activiteiten aangevraagd. Voor bodem is de aanvraag milieuneutraal.

Externe veiligheid

De realisatie van de Economizer op deze locatie heeft geen gevolgen voor de (externe) veiligheid van de inrichting. Voor wat betreft (externe) veiligheid is de aangevraagde wijziging milieuneutraal.

Afvalstoffen

Als gevolg van het realiseren en gebruiken van de economizer verandert de situatie met betrekking tot het ontstaan van afvalstoffen niet. Voor afval is de aangevraagde wijziging milieuneutraal.

De verandering leidt niet tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu.

Tevens is er geen reden om milieuvoorschriften aan deze milieuneutrale verandering te verbinden, aangezien aan de voorschriften in de onderliggende vergunningen moet en kan worden voldaan.

Toetsing andere inrichting

Op basis van de in de aanvraag opgenomen beschrijving van de verandering is het aannemelijk, dat de verandering niet leidt tot een andere inrichting dan waarvoor eerder een vergunning is verleend. Er is ook geen sprake van toepasselijkheid van een andere categorie van activiteiten als bedoeld in bijlage I van het Bor.

Toetsing milieueffectrapport

In het kader van de vergunningaanvraag worden geen wijzigingen aangevraagd als gevolg waarvan het noodzakelijk is om een milieueffectrapport op te stellen. Ook is geen sprake van mer-beoordelingsplicht.

Conclusie

Vanuit het toetsingskader dat betrekking heeft op het milieuneutraal veranderen van de inrichting zijn er ten aanzien van de aangevraagde verandering van de inrichting geen redenen om de omgevingsvergunning te weigeren. 

TOETSINGSKADER BOUW

Inleiding

De aanvraag omgevingsvergunning voor het (ver)bouwen van een bouwwerk (als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a van de Wabo) kan alleen worden verleend als deze voldoet aan de in artikel 2.10, eerste lid van de Wabo gestelde toetsingscriteria.

Een toetsing aan deze criteria heeft plaatsgevonden.

Toetsing

Welstand

Op grond van artikel 2.10, onder d van de Wabo hoeft een tijdelijk bouwplan niet beoordeeld te worden aan redelijke eisen van welstand. Wel is uw aanvraag getoetst aan de van toepassing zijnde eisen uit het Bouwbesluit 2012 en de Bouwverordening.

Bouwbesluit 2012

De gegevens en bescheiden die horen bij de aanvraag omgevingsvergunning, zijn getoetst aan de voorschriften van het Bouwbesluit 2012. Op grond van de ingediende stukken bij deze aanvraag is voldoende aannemelijk gemaakt dat wordt voldaan aan de voorschriften van het Bouwbesluit 2012.

Bouwverordening

De gegevens en bescheiden behorende bij de aanvraag omgevingsvergunning zijn getoetst aan de voorschriften van de gemeentelijke Bouwverordening. De aanvraag voldoet aan de voorschriften van de gemeentelijke bouwverordening.

Bestemmingsplan

Het kadastrale perceel Gemeente Oostermeer, sectie I, nummer 502 plaatselijk bekend Damsingel 27 te Sumar is gelegen in een gebied waarvoor het bestemmingsplan ‘Burgum Sumar bedrijventerreinen kanaalzone 2008‘ is vastgesteld. In dit bestemmingsplan hebben de gronden de bestemming ‘Bedrijventerrein 4‘.

Op basis van lid 1, sub a onder 4 en sub k zijn de voor ‘Bedrijventerrein 4‘ aangewezen grond bestemd voor gebouwen ten behoeve van een verwerkingsbedrijf voor dierlijke slachtbijproducten met daaraan ondergeschikt bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Op grond van lid 2.3 geldt dat voor het bouwen van de in lid 1 onder k genoemde bouwwerken, geen gebouwen zijnde dat de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten hoogste 5 m zal bedragen. De economizer bij ketel 2 heeft echter een hoogte van 10,5 m¹.

Het bouwplan is om deze reden strijdig met de regels van het bestemmingsplan. Zie ook onderdeel: “handelen in strijd met het bestemmingsplan”.

Conclusie

Vanuit het toetsingskader dat betrekking heeft op ‘bouwen van een bouwwerk’ zijn er ten aanzien van deze activiteit geen redenen om de omgevingsvergunning te weigeren. 

HANDELEN IN STRIJD MET EEN BESTEMMINGSPLAN

Inleiding

De aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk (als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a van de Wabo), is in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan.

Bestemmingsplan

Gelet op het bovenstaande, is het bouwplan in strijd met regels van het geldende bestemmingsplan.

Beoordeling

Voor zover sprake is van een aanvraag omgevingsvergunning voor gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan (als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel c van de Wabo) kan de vergunning op grond van artikel 2.12 van de Wabo alleen worden verleend:

  • a.

    met toepassing van de in het bestemmingsplan opgenomen regels inzake afwijking (binnenplanse afwijking);

  • b.

    in de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen (buitenplanse afwijking op basis van de kruimelgevallenlijst), of;

  • c.

    indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat (buitenplanse afwijking - projectafwijkingsbesluit);

Ad a. Toetsing binnenplanse afwijking

Het bestemmingsplan voorziet niet in een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid voor de aangevraagde strijdigheid.

Ad.b. Toetsing buitenplanse afwijking - kruimelgeval

Op grond van artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 2° van de Wabo, samen met artikel 4, onderdeel 11 van bijlage II van het Bor, kan medewerking worden verleend aan een buitenplanse afwijking.

Ad.c. Toetsing buitenplanse afwijking - projectafwijkingsbesluit

Aan een buitenplanse afwijking voor een omgevingsvergunning die is voorzien van een ruimtelijke onderbouwing (projectafwijkingsbesluit) wordt niet toegekomen, omdat een buitenplanse afwijking - kruimelgeval tot de procedurele mogelijkheden behoort.

Afwijking van het bestemmingsplan is alleen wenselijk indien na een afweging van diverse belangen sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Om de navolgende redenen is onzes inziens sprake van een goede ruimtelijke ordening.

Afwijken bestemmingsplan

Aan de noordzijde op het bedrijfsterrein van Sonac Burgum ligt het ketelhuis (gebouw 202-BD-691) met daarin 4 stoomketels. De aanvrager wil de bestaande stoomketel Ketel 2 voorzien van een economizer. Een economizer is een warmtewisselaar in het rookgasafvoerkanaal, die de warmte in de rookgassen gebruikt om het ketelvoedingswater voor te verwarmen. Deze economizer zorgt hiermee voor een besparing op het gasverbruik (naar verwachting circa 5% op Ketel 2). De economizer wordt in het bestaande rookgaskanaal geplaatst tussen de ketel en het emissiepunt, de stenen schoorsteen. Vanwege de grootte van de installatie wordt de economizer aan de buitenzijde van het ketelhuis geplaatst.

De aangevraagde bouwhoogte is 10,5 meter. De bouwhoogte is in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan (Burgum Sumar bedrijventerreinen kanaalzone 2008) waarin een bouwhoogte van 5 meter wordt voorgeschreven voor dit type bouwwerk. In beginsel kan een vergunning alleen verleend worden met de uitgebreide voorbereidingsprocedure art. 2.12 lid 1, sub a onder 3o Wabo. De gemeente Gemeente Tytsjerksteradiel heeft ons geadviseerd om met toepassing van art. 2.12 lid 1, sub a onder 2o Wabo. jo. art. 4 lid 11 van bijlage II Bor met een reguliere procedure tijdelijk van het bestemmingsplan af te wijken. Dit is lijn met eerdere advisering voor vergelijkbare aanvragen. In de toekomst is het de bedoeling om het bestemmingsplan te herzien waardoor de tijdelijke vergunning(en) worden ingepast. Zo ontstaat daarna een planologisch duurzame situatie.

De aangevraagde economizer wordt tijdelijk toe te staan tot en met 29 oktober 2029. De hiervoor genoemde einddatum komt overeen met de andere installaties - hoger dan 10 meter - die tijdelijk zijn toegestaan met dezelfde procedure, zie o.a. brief met ons kenmerk 073724584.

Bij dit advies hebben wij in overweging genomen dat de gebruiksbepalingen van het bestemmingsplan de economizer reeds toestaan en de milieusituatie neutraal wordt gewijzigd. De economizer voegt zich verder goed bij de bestaande bebouwing. De ruimtelijke gevolgen zijn zeer minimaal en er is sprake van een goede ruimtelijke ordening.

Conclusie

Gelet op bovenstaande overwegingen is het college van mening dat er geen beletsel is voor het verlenen van de omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan.

Naar boven