Toestemming voor het verplaatsen van twee tanks voor de opslag van room aan Verlaatsterweg 26 te Gerkesklooster

  • I.

    Onderwerp

Op 19 december 2023 is een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen van FrieslandCampina Nederland B.V. Het betreft het verplaatsen van twee tanks voor de opslag van room (inclusief alle toebehoren). De aanvraag heeft betrekking op uw inrichting op de locatie Verlaatsterweg 26 te Gerkesklooster. De aanvraag is geregistreerd onder OLO-nummer OLO 8286739.

  • II.

    Besluit

Wij besluiten, gezien de overwegingen die zijn opgenomen in deze vergunning en gelet op de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de daarop betrekking hebbende uitvoeringsbesluiten en -regelingen aan FrieslandCampina Nederland B.V. een omgevingsvergunning:

  • -

    op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder a. (het bouwen van een bouwwerk) te verlenen voor het verplaatsen van de roomopslag in twee roomtanks en bouwen van een utiliteitsgebouw. Aan de verlening van de vergunning zijn voorschriften verbonden.

  • -

    op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder c. (het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan  te verlenen voor de dakhelling van de nieuwe stoomheaderruimte.

  • -

    op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder e, onder 2° (het veranderen van een inrichting) en artikel 2.14, vijfde lid, juncto artikel 3.10, derde lid (milieuneutrale wijziging) te verlenen voor het verplaatsen van de twee tanks voor de opslag van room, inclusief alle toebehoren. Aan de vergunning zijn geen voorschriften verbonden.

Tevens besluiten wij dat de volgende delen van de aanvraag onderdeel uitmaken van deze vergunning:

  • -

    Aanvraagformulier, OLO-nummer 8286739, ingediend op 19 december 2023;

  • -

    Bijlage ‘Toelichting Milieu-neutrale melding Verplaatsen Roomtank’, van 15 december 2023;

  • -

    Bijlage aanvraagformulier milieuneutraal veranderen, ingediend op 21 maart 2023;

  • -

    Tekening ‘Westgevel - Bestaand’, opgesteld door Het4kant b.v., tekeningnummer TO-40AA-098, van 15 december 2023;

  • -

    Tekening ‘Noord- en Zuidgevel - Bestaand’, opgesteld door Het4kant b.v., tekeningnummer TO-40AA-099, van 15 december 2023;

  • -

    Tekening ‘Westgevel - Nieuw’, opgesteld door Het4kant b.v., tekeningnummer TO-40AA-100, van 15 december 2023;

  • -

    Tekening ‘Noord- en Zuidgevel - Nieuw’, opgesteld door Het4kant b.v., tekeningnummer TO-40AA-101, van 15 december 2023;

  • -

    Tekening ‘Verticale Principe Details’, opgesteld door Het4kant b.v., tekeningnummer TO-40AD-001, van 15 december 2023;

  • -

    Tekening ‘Horizontale Principe Details’, opgesteld door Het4kant b.v., tekeningnummer TO-40AD-002, van 15 december 2023;

  • -

    Tekening ‘Langsdoorsnede - Bestaand’, opgesteld door Het4kant b.v., tekeningnummer TO-40AO-099, van 15 december 2023;

  • -

    Tekening ‘Langsdoorsnede - Nieuw, opgesteld door Het4kant b.v., tekeningnummer TO-40AO-100, van 15 december 2023;

  • -

    Tekening ‘Dwarsdoorsnedes - Nieuw’, opgesteld door Het4kant b.v., tekeningnummer TO-40AO-101, van 15 december 2023;

  • -

    Tekening ‘Plattegrond Overzicht - Bestaand’, opgesteld door Het4kant b.v., tekeningnummer TO-40AP-049, van 15 december 2023;

  • -

    Tekening ‘Plattegrond Overzicht Nieuw’, opgesteld door Het4kant b.v., tekeningnummer TO-40AP-050, van 15 december 2023;

  • -

    Tekening ‘Gewijzigde Bouwbesluit Functies’, opgesteld door Het4kant b.v., tekeningnummer TO-40AP-051, van 15 december 2023;

  • -

    Tekening ‘Plattegronden - Nieuw’, opgesteld door Het4kant b.v., tekeningnummer TO-40AP-100, van 15 december 2023;

  • -

    Tekening ‘Plattegronden tanken - Nieuw’, opgesteld door Het4kant b.v., tekeningnummer TO-40AP-101, van 15 december 2023;

  • -

    Tekening ‘Bouwplaatsinrichting’, opgesteld door Het4kant b.v., tekeningnummer TO-40AS-100, van 15 december 2023;

  • -

    Tekening ‘Gewijzigde Situatie, tbv M2, M3 en Brand’, opgesteld door Het4kant b.v., tekeningnummer TO-40AS-101, van 15 december 2023;

  • -

    Tekening ‘Fundering en BG vloeren - Nieuw’, opgesteld door Het4kant b.v., tekeningnummer TO-40KB-100, van 15 december 2023;

  • -

    Tekening ‘3D Beeld - Nieuw’, opgesteld door Het4kant b.v., tekeningnummer TO-40AV-100, van 15 december 2023;

  • -

    Tekening ‘Dakstaal’, opgesteld door Het4kant b.v., tekeningnummer TO-40KS-100, van 15 december 2023;

De aanvraag omvat tevens een melding op grond van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit). Uw melding voldoet aan de indieningsvereisten.

Namens Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân,

S.G.C. Boender Afdelingshoofd Vergunningverlening en Specialistisch Advies  

Kopie

College van Burgemeester en Wethouders

van de gemeente Achtkarspelen

Postbus 2

9285 ZV Buitenpost

Brandweer Fryslân

Postbus 612

8901 BK Leeuwarden

Rechtsbeschermingsmiddelen

De bekendmaking van deze beschikking gebeurt door toezending aan de aanvrager. De dag na de bekendmaking treedt de beschikking in werking. Binnen zes weken na de bekendmaking kunnen zowel u als belanghebbenden bezwaar maken bij het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân, postbus 20120, 8900 HM Leeuwarden. Het indienen van een bezwaarschrift stelt de werking van de beschikking niet uit. Als u of belanghebbenden niet willen dat de beschikking in werking is in afwachting van de bezwaarprocedure, kan een verzoek om een voorlopige voorziening worden gedaan bij de Rechtbank Noord-Nederland, Postbus 150, 9700 AD Groningen.

 

VOORSCHRIFTEN EN OVERWEGINGEN

1. VOORSCHRIFTEN

1.1 Bouwen van een bouwwerk

1.1.1 Constructieve veiligheid. Wat moet u 6 tot 3 weken vóór de bouw aanleveren?

De definitieve constructieve berekeningen en tekeningen dienen uiterlijk 3 weken voor aanvang van de bouwwerkzaamheden ter goedkeuring aan het bevoegd gezag te worden voorgelegd. In de praktijk blijkt de periode van drie weken te kort. Als het bevoegd gezag fouten ziet leidt dit al snel tot vertragingen in de bouw. Wij raden daarom aan om een periode van zes weken aan te houden. Met de werkzaamheden mag pas na goedkeuring worden gestart.

Kennisgeving aanvang.

1.1.2 Het bouwtoezicht dient ten minste twee dagen voor de aanvang van elk van de hierna te noemen onderdelen van het bouwproces in kennis te worden gesteld:

a)De aanvang van de werkzaamheden, ontgravingwerkzaamheden, daaronder begrepen;

b)De aanvang van het inbrengen van de funderingspalen, het slaan van proefpalen daaronder begrepen;

c)De aanvang van de grondverbeteringwerkzaamheden.

Het bouwtoezicht dient ten minste drie dagen van tevoren in kennis te worden gesteld van het storten van beton.

Opmetingen, ontgravingen, opbrekingen en onderzoekingen.

1.1.3 Zolang de bouwwerkzaamheden niet zijn voltooid moeten alle opmetingen, ontgravingen, opbrekingen en onderzoeken worden verricht, welke het bouwtoezicht in het kader van de controle op de naleving van de bouwverordening en het Bouwbesluit 2012 dan wel het Besluit bouwwerken leefomgeving nodig acht.

Gereedmelding van (onderdelen van) de bouwwerkzaamheden.

1.1.4 a)  Van het gereedkomen van putten en van grond- en huisaansluitleidingen van de

riolering, en van leidingdoorvoeren en mantelbuizen door wanden en vloeren beneden straatpeil moet het bouwtoezicht onmiddellijk na die voltooiing in kennis worden gesteld;

b)  Onderdelen van het bouwwerk, waarop lid a betrekking heeft, mogen niet zonder

toestemming van het bouwtoezicht aan het oog worden onttrokken gedurende twee dagen na het tijdstip van de kennisgeving;

c)  Het bepaalde in lid b) is van overeenkomstige toepassing op die onderdelen van het

bouwwerk, waarvoor in de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften een

plicht tot kennisgeving van voltooiing is bepaald;

d)  Uiterlijk op de dag van beëindiging van de werkzaamheden, waarop de omgevingsvergunning betrekking heeft, wordt het einde van die werkzaamheden bij het bouwtoezicht gemeld.

De hiervoor bedoelde kennisgevingen moeten schriftelijk worden gericht aan de FUMO, J.W. de Visserwei 10, 9001 ZE te Grou of info@fumo.nl.

Verbod tot ingebruikneming.

1.1.5 Na de bouw van een bouwwerk, waarvoor omgevingsvergunning is verleend, is het verboden dit bouwwerk in gebruik te geven of te nemen indien één van de volgende omstandigheden zich voordoet:

a)  het bouwwerk is niet gereed gemeld bij het bouwtoezicht;

b)  er is niet gebouwd overeenkomstig de omgevingsvergunning.

2. OVERWEGINGEN

2.1. Procedurele aspecten

2.1.1. Gegevens aanvraag

Op 19 december 2023 is een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) ontvangen. Het betreft een verzoek van FrieslandCampina Nederland B.V.

Er wordt vergunning gevraagd voor de volgende in de Wabo omschreven activiteiten:

  • Het bouwen van een bouwwerk (artikel 2.1, lid 1, onder a);

  • Het handelen in strijd met ruimtelijke regels (artikel 2.1, lid 1, onder c);

  • Het milieuneutraal veranderen van de inrichting of van de werking van de inrichting (artikel 2.1, eerste lid, onder e, onder 2° en artikel 2.14, lid vijfde juncto artikel 3.10, derde lid).

2.2. Bevoegd gezag

Wij zijn bevoegd gezag voor de inrichting. Dit volgt uit artikel 2.4, tweede lid van de Wabo juncto artikel 3.3, eerste lid van het Bor, op grond van de activiteiten van de inrichting, genoemd in Bijlage I, onderdeel C, categorie 9.3, onder a en c, van het Bor.

2.3. Beoordeling van de aanvraag

Na ontvangst van de aanvraag hebben wij deze getoetst op volledigheid. In verband met het ontbreken van een aantal gegevens hebben wij de aanvrager op 2 februari 2024 in de gelegenheid gesteld om tot acht weken na de hiervoor genoemde datum de aanvraag aan te vullen. Wij hebben de aanvullende gegevens ontvangen op 21 maart 2024. Na ontvangst van de aanvullende gegevens hebben wij de aanvraag opnieuw getoetst op volledigheid. Wij zijn van oordeel dat de aanvraag met de aanvullende gegevens voldoende informatie bevat voor een goede beoordeling van de gevolgen van de activiteit op de fysieke leefomgeving. De aanvraag is dan ook in behandeling genomen. De termijn voor het nemen van het besluit is zes weken en zes dagen opgeschort tot de dag waarop de aanvraag is aangevuld.

2.4. Procedure

Deze beschikking is voorbereid met de reguliere voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.2 van de Wabo. Gelet hierop hebben wij overeenkomstig de artikelen 3.8 van de Wabo en 12 van de Bekendmakingswet de aanvraag digitaal gepubliceerd op internet, www.officiëlebekendmakingen.nl.

Wij hebben gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de beslistermijn van 8 weken te verlengen met zes weken als bedoeld in artikel 3.9, tweede lid van de Wabo. Van deze verlenging is overeenkomstig artikel 12 van de Bekendmakingswet digitaal kennisgegeven op internet, www.officielebekendmakingen.nl.

2.4.1. Omgevingswet

Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht geworden. Deze wet heeft onder andere de Wabo vervangen, inclusief alle onderliggende wetten en besluiten. De aanvraag is ingediend voor

1 januari 2024. Dit betekent dat de aanvraag behandeld moet worden conform het “oude” recht (Invoeringswet Omgevingswet, artikel 4.3). We hebben deze aanvraag dan ook conform de Wabo behandeld. Onderdelen van de aanvraag die moeten worden beschouwd als een melding Activiteitenbesluit hebben wij eveneens conform het “oude” recht afgehandeld.

Op het moment dat deze vergunning onherroepelijk wordt, wordt deze op grond van artikel 4.13 van de Invoeringswet Omgevingswet van rechtswege omgezet in een omgevingsvergunning op grond van de Omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving.

2.5. Adviezen

In de Wabo en het Bor worden bestuursorganen vanwege hun specifieke deskundigheid of betrokkenheid aangewezen als adviseur. Gelet op het bepaalde in artikel 2.26 Wabo, alsmede de artikelen 6.1 tot en met 6.5 van het Bor, hebben wij de aanvraag ter advies gezonden aan de gemeente Achtkarspelen en Brandweer Fryslân.

Het advies van de gemeente Achtkarspelen hebben wij per mail van 26 januari 2024 ontvangen en gaat over de onderdelen ‘Bouwen van een bouwwerk’ en ‘Het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan’. Dit wordt behandeld bij de inhoudelijke overwegingen.

Over het onderdeel ‘Milieuneutraal veranderen van de inrichting’ heeft de gemeente geen aanleiding gezien om advies uit te brengen.

Brandweer Fryslân heeft per brief van 10 januari 2024 advies uitgebracht over het bouwdeel van de aanvraag. Dit advies wordt behandeld in de inhoudelijke overwegingen.

2.6. Wet natuurbescherming

In de Wet natuurbescherming (Wnb) is opgenomen dat deze wet aanhaakt bij de Wabo wanneer:

  • 1.

    een activiteit plaatsvindt in of om een Natura 2000-gebied en deze activiteit de kwaliteit van de habitats en de habitats van soorten verslechtert (handelingen met gevolgen voor beschermde natuurgebieden), en/of;

  • 2.

    een activiteit plaatsvindt waarbij in onvoldoende mate sprake is van het beschermen van inheemse plant- en diersoorten en het bewaken van de biodiversiteit tegen invasieve uitheemse plant- en diersoorten (handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten).

De aanvrager van de omgevingsvergunning is zelf verantwoordelijk om vooraf na te gaan of een activiteit invloed heeft op Natura 2000-gebieden en/of beschermde flora en fauna.

Een omgevingsvergunning natuur is niet van toepassing wanneer al toestemming op basis van de Wnb is verkregen of gevraagd. Verder is een omgevingsvergunning natuur niet van toepassing wanneer voor het voorgenomen project geen vergunning en ontheffing op grond van de Wnb nodig is.

De gevraagde veranderingen zijn geen project waarvoor op grond van de Wnb een vergunningplicht bestaat. Een omgevingsvergunning natuur en daarmee het aanhaken van Natura 2000-activiteiten is daarom niet van toepassing.

3. OVERWEGINGEN BOUWEN

3.1. Bouwen van een bouwwerk

3.1.1. Inleiding

De aanvraag omgevingsvergunning voor het (ver)bouwen van een bouwwerk (als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a van de Wabo) kan alleen worden verleend als deze voldoet aan de in artikel 2.10, eerste lid van de Wabo gestelde toetsingscriteria.

Een toetsing aan deze criteria heeft plaatsgevonden.

3.1.2. Welstand

De gegevens en bescheiden behorende bij de aanvraag omgevingsvergunning zijn getoetst aan de door de gemeenteraad vastgestelde criteria zoals gesteld in de gemeentelijke welstandsnota.

De aanvraag is op 24 januari 2024 beoordeeld door de onafhankelijke welstandscommissie Hûs en Hiem Welstandsadvisering en Monumentenzorg (verder: de commissie). De commissie is van mening dat de aanvraag voldoet aan redelijke eisen van welstand 24010442.

Wij nemen het advies van de commissie over. De aanvraag voldoet aan redelijke eisen van welstand.

3.1.3. Bouwbesluit 2012

Over de ingediende stukken is op hoofdlijn voldoende aannemelijk gemaakt dat voldaan gaat worden aan de voorschriften van het Bouwbesluit 2012. De uitgewerkte constructieve tekeningen en detail berekeningen ontbreken nog. Definitieve constructieve berekeningen en tekeningen (dienen uiterlijk 3 weken voor aanvang van de bouwwerkzaamheden ter goedkeuring aan de FUMO te worden voorgelegd. Met de werkzaamheden mag pas na goedkeuring worden gestart.

Op grond van de overige ingediende stukken bij deze aanvraag is voldoende aannemelijk gemaakt dat wordt voldaan aan de voorschriften van het Bouwbesluit 2012.

3.1.4. Bouwverordening

De gegevens en bescheiden behorende bij de aanvraag omgevingsvergunning zijn getoetst aan de voorschriften van de gemeentelijke Bouwverordening. De aanvraag voldoet aan de voorschriften van de gemeentelijke bouwverordening.

3.1.5. Bestemmingsplan

Het kadastrale perceel Gemeente Drogeham, sectie A, nummer 1740 plaatselijk bekend Verlaatsterweg 26 te Gerkesklooster is gelegen in een gebied waarvoor het bestemmingsplan ‘Gerkesklooster - Stroobos ‘ is vastgesteld. In dit bestemmingsplan hebben de gronden de bestemming ‘Enkelbestemming ‘Bedrijventerrein’ met functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – zuivelfabriek’ en de bouwaanduidingen ‘specifieke bouwaanduiding - hogere bouwhoogte 1’ en ‘specifieke bouwaanduiding - hogere bouwhoogte 2’ en de gebiedsaanduiding ‘geluidzone – industrie’ ‘ (artikel 4 en 21 van de regels).

Op basis van artikel 4, lid 4.1, sub a, onder 4 zijn de voor ‘Bedrijventerrein‘ aangewezen grond bestemd voor een zuivelfabriek, uitsluitend op de gronden ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van bedrijventerrein – zuivelfabriek”.

Op grond van lid 4.2, sub a, onder 5 mag de dakhelling van een gebouw, met uitzondering van de bestaande plat afgedekte delen, niet minder dan 20° en niet meer dan 60° bedragen. Het dak van de nieuwe stoomheaderruimte wordt plat uitgevoerd (net als de bestaande daken in de directe omgeving).

Het bouwplan is om deze redenen strijdig met de regels van het bestemmingsplan. Zie ook onderdeel: “handelen in strijd met het bestemmingsplan”.

4. OVERWEGINGEN RUIMTELIJKE ORDENING

4.1. Handelen in strijd met een bestemmingsplan

4.1.1. Inleiding

De aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk (als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a van de Wabo), is in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan.

Op grond van artikel 2.10, tweede lid van de Wabo, is een aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen die in strijd is met het geldende bestemmingsplan, ook een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het afwijken van het geldende bestemmingsplan (als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wabo). De aanvraag omgevingsvergunning kan slechts worden geweigerd indien vergunningverlening voor afwijking van het bestemmingsplan, als bedoeld in artikel 2.12 van de Wabo niet mogelijk is.

4.1.2. Bestemmingsplan

Gelet op het bovenstaande, is het bouwplan in strijd met regels van het geldende bestemmingsplan.

4.1.3. Beoordeling

Voor zover sprake is van een aanvraag omgevingsvergunning voor gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan (als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel c van de Wabo) kan de vergunning op grond van artikel 2.12 van de Wabo alleen worden verleend:

  • a.

    met toepassing van de in het bestemmingsplan opgenomen regels inzake afwijking (binnenplanse afwijking);

  • b.

    in de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen (buitenplanse afwijking op basis van de kruimelgevallenlijst), of;

  • c.

    indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat (buitenplanse afwijking - projectafwijkingsbesluit);

Ad. a. Toetsing binnenplanse afwijking

Op basis van artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 1° van de Wabo, in samenhang met artikel 22, sub i van het bestemmingsplan kan het bevoegd gezag mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in het plan ten aanzien van de dakhelling en toestaan dat afwijkende dakvormen als mansardedaken, gebogen dakvormen en platte daken worden gerealiseerd. Gezien het feit dat alle daken in de directe nabijheid plat zijn en het nieuwe dak van de stoomheaderruimte op dezelfde wijze wordt uitgevoerd, is een binnenplanse afwijking mogelijk.

Ad. b. Toetsing buitenplanse afwijking - kruimelgeval

Aan een buitenplanse afwijking voor een omgevingsvergunning wordt niet toegekomen, omdat een binnenplanse afwijking tot de procedurele mogelijkheden behoort.

Ad. c. Toetsing buitenplanse afwijking - projectafwijkingsbesluit

Aan een buitenplanse afwijking voor een omgevingsvergunning die is voorzien van een ruimtelijke onderbouwing (projectafwijkingsbesluit) wordt niet toegekomen, omdat een binnenplanse afwijking tot de procedurele mogelijkheden behoort.

4.1.4. Ruimtelijke overweging

Afwijking van het bestemmingsplan is alleen wenselijk indien na een afweging van diverse belangen sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Om de navolgende redenen is ons inziens sprake van een goede ruimtelijke ordening en worden belangen niet geschaad.

De activiteit doet geen onevenredige afbreuk aan:

  • a.

    het straat- en bebouwingsbeeld;

  • b.

    de woonsituatie, brandveiligheid en milieusituatie;

  • c.

    de sociale veiligheid en verkeersveiligheid;

  • d.

    de landschappelijke, natuurlijke, archeologische en cultuurhistorische waarden; én

  • e.

    de gebruiksmogelijkheden van het eigen perceel en de aangrenzende percelen.

Hieraan wordt voldaan:

  • Ad a.

    Het bouwplan is positief beoordeeld door de welstandscommissie. Hierbij is ook gekeken naar de inpasbaarheid van het bouwplan in relatie tot het straat- en bebouwingsbeeld. In de welstandsnota zijn gebiedsgerichte criteria opgenomen. De criteria zijn niet alleen gebaseerd op de bestaande ruimtelijke kwaliteiten van de gebieden; ze zijn ook ontstaan vanuit de doelstelling om in elk gebied een gewenst bebouwingsbeeld te realiseren. Het bouwplan is getoetst aan deze gebiedsgerichte criteria. De welstandscommissie is dan ook van mening dat er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld;

  • Ad b.

    De invloed van het bouwplan op de omliggende percelen met een woonbestemming is nihil. De brandveiligheid en milieusituatie veranderen niet;

  • Ad c.

    De sociale en verkeersveiligheid worden niet beïnvloed door het bouwplan;

  • Ad d4.

    Het bouwplan geeft geen aanleiding om aan te nemen dat aantasting van de landschappelijke, natuurlijke, archeologische en cultuurhistorische waarden in het geding zijn;

  • Ad e.

    De realisatie van het bouwplan staat de aangrenzende percelen overeenkomstig niet in de weg hun bestemming te gebruiken en de bij recht toegestane en met toepassing van binnenplanse afwijkingen te realiseren bouwmogelijkheden te benutten

4.1.5. Conclusie

Gelet op bovenstaande overwegingen is het college van mening dat er geen beletsel is voor het verlenen van de omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan.

5. OVERWEGINGEN MILIEU

5.1. Vergunningplicht

De activiteiten van de inrichting zijn genoemd in Bijlage I onderdeel C van het Bor. De volgende categorieën zijn van toepassing:

Categorie

Omschrijving

1.1, onder c

Inrichtingen waar:

c. een of meer voorzieningen of installaties aanwezig zijn voor het verstoken van brandstoffen met een thermisch vermogen of een gezamenlijk vermogen groter dan 130 kW.

2.1, onder a

Inrichtingen voor het vervaardigen, bewerken, verwerken, opslaan of overslaan van gassen of gasmengsels, al of niet in samengeperste tot vloeistof verdichte of onder druk in vloeistof opgeloste toestand.

2.7, onder p

Als categorieën vergunningplichtige inrichtingen als bedoeld in artikel 2.1, tweede lid, van dit besluit, worden inrichtingen aangewezen:waar warmtepompen, koelinstallaties of vriesinstallaties aanwezig zijn, met een inhoud per installatie van meer dan 1.500 kilogram ammoniak of 100 kg propaan, butaan of een mengsel van propaan en butaan.

4.1, onder a

Inrichtingen voor het vervaardigen, bewerken, verwerken, opslaan of overslaan van de volgende stoffen, preparaten of producten:

a. stoffen en preparaten die zijn ingedeeld krachtens het Besluit verpakking en aanduiding milieugevaarlijke stoffen en preparaten in een categorie als bedoeld in artikel 9.2.3.1, tweede lid, van de Wet milieubeheer.

4.4, onder c

Als categorieën vergunningplichtige inrichtingen als bedoeld in artikel 2.1, tweede lid, van dit besluit, worden inrichtingen aangewezen voor de opslag van polyesterhars en stoffen van ADR-klasse 5.1 of klasse 8, verpakkingsgroepen II en III, zonder bijkomend gevaar, in bovengrondse opslagtanks met een inhoud van meer dan 10 m3.

5.1

Inrichtingen voor het vervaardigen, bewerken, verwerken, opslaan of overslaan van zeer licht ontvlambare, licht ontvlambare, ontvlambare of brandbare vloeistoffen.

6.1

Inrichtingen voor het vervaardigen, bewerken, verwerken, opslaan of overslaan van harsen, dierlijke of plantaardige oliën of vetten.

9.1, onder d

Inrichtingen voor het vervaardigen, bewerken of verwerken van voedingsmiddelen, genotmiddelen of grondstoffen daarvoor.

9.3, onder a* en c

Gedeputeerde Staten zijn bevoegd te beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning ten aanzien van inrichtingen, behorende tot deze categorie, voor zover het betreft inrichtingen voor:

c. het concentreren van melk of melkproducten door middel van indamping met een waterverdampingscapaciteit ten aanzien daarvan van 20.000 kg per uur of meer.

Op basis van categorie 2.7, onder p en categorie 4.4, onder c, van bijlage C van het Bor is sprake van een vergunningplichtig bedrijf.

Het bedrijf valt onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) vanwege de ammoniakkoelinstallaties (artikel 2, lid 1, onder g van het Bevi). Daarnaast is artikel 2, lid 1, onder d van het Bevi van toepassing. Op basis van het Bor, bijlage I, onderdeel B, onder 1, onder a, is sprake van een vergunningplichtig bedrijf.

Door de aangescherpte CLP-classificatie (Classification, Labelling and Packaging) is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) nu ook op basis van de opslag van salpeterzuur van toepassing. Salpeterzuur (53%) is volgens de CLP-Verordening een acuut toxische vloeistof. Op grond van artikel 1b, sub f, van de Richtlijn externe veiligheid inrichtingen (Revi) valt een inrichting waar een vergiftige stof (niet zijnde benzine of methanol), in een insluitsysteem aanwezig is met een inhoud van meer dan 1.000 liter, onder het Bevi. Ook op basis van het Bor, bijlage I, onderdeel B, onder 1, onder a, is sprake van een vergunningplichtig bedrijf.

Het betreft een inrichting waartoe een IPPC-installatie behoort als genoemd in Bijlage I, categorie 6.4, onder c, van de Richtlijn industriële emissies (Rie). Dit betreft de bewerking en verwerking van uitsluitend melk, met een hoeveelheid ontvangen melk van meer dan 200 t per dag (gemiddelde waarde op jaarbasis). Om die reden is op grond van artikel 2.1, tweede lid van het Bor tevens sprake van een vergunningplichtige inrichting.

5.2. Projectbeschrijving

Het project waarvoor vergunning wordt gevraagd is als volgt te omschrijven:

Bij de melkverwerking ontstaat room na het centrifugeren en standaardiseren van de melk. Deze room wordt opgeslagen in de roomtanks. Vanuit de roomtanks wordt de room per vrachtwagen afgevoerd naar andere verwerkende bedrijven.

Vanwege het stilleggen van het poederdroogproces wordt het torengebouw gedeeltelijk gedemonteerd en elders hergebruikt, terwijl een ander deel ervan wordt gesloopt. Het sloopwerk maakt geen onderdeel uit van de aanvraag.

De huidige twee roomtanks staan in het sloopgebied en moeten daarom worden verplaatst. Voor deze verplaatsing moet op de nieuwe locatie een fundering worden aangelegd voor zowel de tanks als het utilitygebouw. Het utilitygebouw heeft twee functies. Hierin staan de pompen en de manifold van de roomtanks. Daarnaast wordt vanwege de sloop een nieuwe muur geplaatst om het aanzicht van de bestaande bebouwing netjes af te werken. In het utilitygebouw komt ook een ruimte voor de stoomheader die momenteel in het gebied dat wordt gesloopt, gevestigd is.

Een uitgebreide projectomschrijving is opgenomen in de aanvraag om vergunning.

5.3. Huidige vergunningsituatie

Voor de inrichting zijn eerder de onderstaande vergunningen verleend dan wel meldingen geaccepteerd:

Soort

Datum

Kenmerk

Onderwerp

Revisievergunning

19 juni 2018

2016-FUMO-0019342

Revisievergunning

Milieuneutrale verandering

25 juni 2019

2019-FUMO-0032326

Aanpassing installaties op dak energiegebouw

Milieuneutrale verandering

8 april 2020

2020-FUMO-0038593

Ammoniakinstallatie

Milieuneutrale verandering

15 april 2020

2020-FUMO-0036856

Realiseren van twee buffertanks voor Valess en een nieuwe CIP-installatie

Veranderingsvergunning

22 juli 2021

2021-FUMO-0051483

Aanpassing lozingsnorm

Milieuneutrale verandering

3 november 2021

2021-FUMO-0055340

Bouw nieuwe bulkchemieopslaglocatie (alleen de bouw, niet het gebruik)

Veranderingsvergunning Wabo

13 oktober 2023

2022-FUMO-0063401

Het veranderen van de chemieopslag, het buiten gebruikstellen van de poedertoren/heater, indampproces vervangen door omgekeerde osmose, de realisatie van een nieuwe (derde) melkstroom en het verplaatsen van de milieustraat

Milieuneutrale verandering

30 oktober 2023

2023-FUMO-0078972

Realiseren opslagloods voor o.a. TD-materiaal, ingrediëntenopslag en opslag van tijdelijke projectmaterialen

De milieuvoorschriften van de onderliggende omgevingsvergunning zijn van overeenkomstige toepassing op de aangevraagde verandering, tenzij de aard van de vergunning en/of de aard van de verandering zich daartegen verzetten.

5.4. Activiteitenbesluit / Besluit Activiteiten Leefomgeving 

5.4.1. Activiteitenbesluit

In het Activiteitenbesluit milieubeheer (hierna: Activiteitenbesluit) zijn voor een groot aantal activiteiten, die binnen inrichtingen plaats kunnen vinden, rechtstreeks werkende, algemene regels opgenomen.

De inrichting waarvoor vergunning is aangevraagd, is aangemerkt als een inrichting waarvoor vergunningplicht (type C inrichting) geldt.

De nu aangevraagde verandering betreft o.a. de bouw/verplaatsing van gebouwen. De wijziging betreft o.a. de bouw/verplaatsing van gebouwen en opslagtanks. Dit maakt dat er een wijziging is in het lozen van hemelwater dat niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening. Deze activiteit valt onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit.

De verandering dient te voldoen aan de volgende paragrafen uit het Activiteitenbesluit en de daarbij behorende Activiteitenregeling:

  • Paragraaf 3.1.3 Lozen van hemelwater, dat niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening.

Voor het overige is per hoofdstuk of afdeling aangegeven of deze op een type C inrichting van toepassing is. Dit betekent dat ook hoofdstuk 1, afdeling 2.1 tot en met 2.4, 2.10 en 2.11 van hoofdstuk 2 en de overgangsbepalingen uit hoofdstuk 6 van het Activiteitenbesluit van toepassing kunnen zijn.

Gelet op artikel 1.10 van het Activiteitenbesluit dient voor deze activiteiten een melding te worden ingediend. De informatie uit de aanvraag beschouwen wij als deze melding.

5.4.2. Besluit Activiteiten Leefomgeving

Het Activiteitenbesluit is per 1 januari 2024 vervallen. Per 1 januari 2024 zijn deze regels opgegaan in het Besluit Activiteiten Leefomgeving (hierna: Bal) en/of het Besluit Kwaliteit Leefomgeving. Op het moment dat deze vergunning onherroepelijk wordt, wordt deze op grond van artikel 4.13 van de Invoeringswet Omgevingswet van rechtswege omgezet in een omgevingsvergunning op grond van de Omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving. Daarover kunnen wij alvast het volgende vermelden:

Op de aangevraagde wijziging zijn de volgende artikelen uit het Bal van toepassing uit paragraaf 3.4.8:

  • -

    Artikel 3.128 (aanwijzing):

    • o

      Lid 1, onder a: Als milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 2.1 worden aangewezen het exploiteren van een ippc-installatie voor het bewerken en verwerken van dierlijke of plantaardige grondstoffen voor het maken van levensmiddelen of het bewerken en verwerken van alleen melk, bedoeld in categorie 6.4 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies;

    • o

      Lid 2: De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, functioneel ondersteunen;

  • -

    Artikel 3.129 (vergunningplicht), lid 1: Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.128, voor zover het gaat om het exploiteren van een ippc-installatie voor het slachten van dieren, het bewerken en verwerken van dierlijke of plantaardige grondstoffen voor het maken van levensmiddelen of voeder of het bewerken en verwerken van alleen melk, bedoeld in categorie 6.4 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies;

  • -

    Artikel 3.1.32 (algemene regels):

    • o

      Lid 1 Bij het verrichten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3.128, en lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij worden verricht, wordt voldaan aan de regels over:

      • f. het opslaan van goederen, bedoeld in paragraaf 4.104;

    • o

      o Lid 3 Ook wordt voldaan aan de regels over:

      • c. verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1.

Op de gevraagde wijzigingen zijn de algemene regels van het Bal niet van toepassing.

Voor het afvoeren van hemelwater dat niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening, zijn in de Omgevingswet geen regels vastgelegd. Deze zijn wel vastgelegd in het ‘Omgevingsplan gemeente Achtkarspelen’. In paragraaf 22.3.8.2 ‘Lozen van afvloeiend hemelwater dat niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening’ zijn regels opgenomen.

5.5. Toetsingskader milieu

5.5.1. Inleiding

De aanvraag heeft betrekking op een milieuneutrale verandering van de inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel e, onder 2° van de Wabo. De Wabo bepaalt in artikel 2.14, vijfde lid dat in afwijking van het eerste tot en met vierde lid de vergunning wordt verleend, wanneer wordt voldaan aan artikel 3.10, derde lid van de Wabo. Dat betekent dat een vergunning wordt verleend met de reguliere procedure, wanneer er sprake is van een verandering van de inrichting of van de werking van de inrichting die niet leidt:

  • 1.

    tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu dan volgens de geldende vergunning is toegestaan;

  • 2.

    tot een verplichting tot het maken van een milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer;

  • 3.

    tot een andere inrichting dan waarvoor eerder een omgevingsvergunning is verleend.

De aanvraag is getoetst aan deze criteria en wij komen tot de volgende afweging.

5.5.2. Toetsing gevolgen voor milieu

Naar aanleiding van de ingediende aanvraag en de daarbij overgelegde gegevens concluderen wij dat de aangevraagde verandering aan bovenstaande voorwaarden voldoet, om de volgende redenen:

  • Energie: omdat het om de verplaatsing van een bestaande activiteit gaat en deze activiteit niet verandert in omvang, ontstaat er geen toename in het vergunde energiegebruik;

  • Lucht: de verplaatsing van de twee roomtanks geeft geen wijzigingen in het aantal al vergunde opslagtanks, installaties of vervoersbewegingen. Het (ver)plaatsen van de tanks heeft daarmee geen extra emissies tot gevolg. De emissie naar de lucht verandert niet ten opzichte van de vergunde situatie;

  • Externe veiligheid: door het verplaatsen van de roomopslag etc. wijzigt het gebruik van gevaarlijke stoffen voor de reiniging niet. Afstanden tot aan de opslagtanks van de reinigingsmiddelen veranderen wel, maar dit heeft geen significante wijzigingen voor externe veiligheid tot gevolg;

  • Geluid: het (ver)plaatsen van de roomtanks en de bijbehorende installaties en gebouwen zal, gezien de geringe invloed op de geluidsbronnen, geen negatief effect hebben op de bestaande geluidssituatie.

De aanvrager heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat er voor de overige milieuaspecten geen toename zal zijn van de milieubelasting.

De verandering leidt niet tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu.

5.5.3. Toetsing andere inrichting

Op basis van de in de aanvraag opgenomen beschrijving van de verandering is het aannemelijk dat de verandering niet leidt tot een andere inrichting dan waarvoor eerder een vergunning is verleend.

5.5.4. Toetsing milieueffectrapport

De activiteit van de inrichting (zuivelfabriek) zelf wordt als zodanig genoemd in bijlage D van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.): D 36. De oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie van een zuivelfabriek waarbij de activiteit betrekking heeft op een productiecapaciteit van 30.000 ton per jaar of meer.

De huidige aanvraag heeft echter betrekking op uitsluitend het verplaatsen van bestaande onderdelen/installaties binnen de inrichting. De verandering betreft niet de oprichting, de uitbreiding of wijziging van een installatie van een zuivelfabriek in de zin van D 36 van het Besluit m.e.r. Dat betekent dat er geen sprake is van een verplichting tot het maken van een milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer of van een m.e.r.-beoordeling.

5.5.5. Conclusie

Vanuit het toetsingskader dat betrekking heeft op het milieuneutraal veranderen van de inrichting wordt de gevraagde vergunning verleend. Er zijn geen redenen om de omgevingsvergunning te weigeren.

Naar boven