Provinciaal blad van Fryslân
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Fryslân | Provinciaal blad 2024, 20168 | andere beschikking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Fryslân | Provinciaal blad 2024, 20168 | andere beschikking |
Toestemming voor het verlengen van het tijdelijk gebruiken van keten ten behoeve als kantoorgebouw binnen de inrichting aan Spoardyk 21 te Workum
Op 21 december 2023 is een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen van FrieslandCampina Nederland B.V. Het betreft het verlengen van het tijdelijk gebruiken van keten ten behoeve als kantoorgebouw, binnen uw inrichting aan de Spoardyk 21 te Workum. De aanvraag is geregistreerd onder OLO-nummer OLO 8256767.
Wij besluiten, gezien de overwegingen die zijn opgenomen in deze vergunning en gelet op de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de daarop betrekking hebbende uitvoeringsbesluiten en -regelingen aan FrieslandCampina Nederland B.V. een omgevingsvergunning:
op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder e, onder 2° (het veranderen van een inrichting) en artikel 2.14, vijfde lid, juncto artikel 3.10, derde lid (milieuneutrale wijziging) te verlenen voor het verlengen van het tijdelijk gebruiken van keten ten behoeve als kantoorgebouw. Aan de vergunning zijn geen voorschriften verbonden.
Tevens besluiten wij dat de volgende delen van de aanvraag onderdeel uitmaken van deze vergunning:
Namens Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân,
S.G.C. Boender Afdelingshoofd Vergunningverlening en Specialistisch Advies
Kopie: College van Burgemeester en Wethouders
van de gemeente Súdwest-Fryslân
De bekendmaking van deze beschikking gebeurt door toezending aan de aanvrager. De dag na de bekendmaking treedt de beschikking in werking. Binnen zes weken na de bekendmaking kunnen zowel u als belanghebbenden bezwaar maken bij het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân, postbus 20120, 8900 HM Leeuwarden. Het indienen van een bezwaarschrift stelt de werking van de beschikking niet uit. Als u of belanghebbenden niet willen dat de beschikking in werking is in afwachting van de bezwaarprocedure, kan een verzoek om een voorlopige voorziening worden gedaan bij de Rechtbank Noord-Nederland, Postbus 781, 9700 AT Groningen.
1.1. Voorschriften handelen in strijd met een bestemmingsplan
1.1.1 De vergunning wordt verleend voor een periode van 5 jaar tot uiterlijk 26 februari 2029. Na deze termijn dient het bouwwerk te zijn verwijderd en het terrein in oorspronkelijke staat te zijn hersteld.
Op 21 december 2023 is een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) ontvangen. Het betreft een verzoek van FrieslandCampina Nederland B.V. (hierna FrieslandCampina).
Er wordt vergunning gevraagd voor de volgende in de Wabo omschreven activiteiten:
Op 26 februari 2019 is een tijdelijke vergunning (kenmerk 2018-FUMO-0029113) verleend om voor een periode van vijf jaar af te wijken van het bestemmingplan en de kantoorunits in een gewijzigde situatie toe te staan. Vanwege het bestemmingsplan is een vergunning voor onbepaalde tijd niet mogelijk. FrieslandCampina verzoekt om een verlenging voor vijf jaar te verlenen. Deze verlenging biedt FrieslandCampina in Workum de gelegenheid om een definitieve huisvesting elders op het terrein volgens een reële tijdsindeling uit te werken, een investeringsbudget op te bouwen en de vergunning voor de definitieve bebouwing aan te vragen.
De vergunning met kenmerk 2018-FUMO-0029113 loopt tot 26 februari 2024. Een verlenging met vijf jaar betekent dat een nieuwe vergunning loopt tot 26 februari 2029. FrieslandCampina geeft aan dat zij een verlenging voor vijf jaar vraagt tot en met 26 februari 2029. Dit zou een verlenging inhouden van vijf jaar en één dag. In deze vergunning zijn wij uitgegaan van de gevraagde vijf jaar, dus een verlenging tot 26 februari 2029.
De gevraagde vergunning voor het bouwen van een bouwwerk is niet van toepassing, omdat het betreffende gebouw reeds is gebouwd en deze activiteit had dan ook niet aangevraagd hoeven worden. Dit betekent dat een nieuwe vergunning voor dit onderdeel niet nodig is en geen onderdeel uitmaakt van deze vergunning.
Na verlening van de vergunning van 26 februari 2019, is een revisievergunning verleend op 14 juli 2023, kenmerk 2022-FUMO-0066930. Op het moment dat deze revisievergunning onherroepelijk is geworden, is (het milieudeel van) de vergunning van 26 februari 2019 komen te vervallen. Het gebruik van de kantoorunits is in deze revisievergunning opgenomen, echter is hierbij abusievelijk niet opgenomen dat deze kantoorunits tijdelijk zijn vergund tot 26 februari 2024. Aangezien de revisievergunning de bestaande rechten niet heeft aangetast en dus ook geen wijziging heeft aangebracht in de geldigheidsduur tot 26 februari 2024, is het alsnog noodzakelijk dat de tijdelijke vergunning voor de activiteit milieu wordt verlengd.
Wij zijn bevoegd gezag voor de inrichting. Dit volgt uit artikel 2.4, tweede lid van de Wabo juncto artikel 3.3, eerste lid van het Bor, op grond van de activiteiten van de inrichting, genoemd in Bijlage I, onderdeel C, categorie 9.3, onder a, van het Bor.
2.3. Beoordeling van de aanvraag
Na ontvangst van de aanvraag hebben wij deze getoetst op volledigheid. Wij zijn van oordeel dat de aanvraag voldoende informatie bevat voor een goede beoordeling van de gevolgen van de activiteit op de fysieke leefomgeving. De aanvraag is dan ook in behandeling genomen.
Deze beschikking is voorbereid met de reguliere voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.2 van de Wabo. Gelet hierop hebben wij overeenkomstig artikelen 3.8 Wabo en 12 Bekendmakingswet de aanvraag digitaal gepubliceerd op internet, www.officiëlebekendmakingen.nl .
Wij hebben gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de beslistermijn van 8 weken te verlengen met zes weken als bedoeld in artikel 3.9, tweede lid van de Wabo. Van deze verlenging is overeenkomstig artikel 12 Bekendmakingswet digitaal kennisgegeven op internet www.officielebekendmakingen.nl.
Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht geworden. Deze wet heeft onder andere de Wabo vervangen, inclusief alle onderliggende wetten en besluiten. De aanvraag is ingediend voor
1 januari 2024. Dit betekent dat de aanvraag behandeld moet worden conform het “oude” recht (Invoeringswet Omgevingswet, artikel 4.3). We hebben deze aanvraag dan ook conform de Wabo behandeld. Onderdelen van de aanvraag die moeten worden beschouwd als een melding Activiteitenbesluit hebben wij eveneens conform het “oude” recht afgehandeld.
Op het moment dat deze vergunning onherroepelijk wordt, wordt deze op grond van artikel 4.13 van de Invoeringswet Omgevingswet van rechtswege omgezet in een omgevingsvergunning op grond van de Omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving.
In de Wabo en het Bor worden bestuursorganen vanwege hun specifieke deskundigheid of betrokkenheid aangewezen als adviseur. Gelet op het bepaalde in artikel 2.26 Wabo, alsmede de artikelen 6.1 tot en met 6.5 van het Bor, hebben wij de aanvraag ter advies gezonden aan de gemeente Súdwest-Fryslân.
Het advies van de gemeente Súdwest-Fryslân heeft betrekking op ‘Het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan’. Dit wordt behandeld bij de inhoudelijke overwegingen.
Omdat het gaat om het verlengen van een bestaande activiteit, waarbij geen emissies vrijkomen, heeft deze aanvraag geen gevolgen voor de Wet natuurbescherming.
3. HANDELEN IN STRIJD MET EEN BESTEMMINGSPLAN
Uw plan heeft betrekking op de locatie ‘Spoardyk 21’ in Workum. In 2019 is er voor deze locatie een tijdelijke omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van kantoorunits. De looptijd van deze omgevingsvergunning verstrijkt op 26 februari 2024. U heeft een verlenging van deze tijdelijke vergunning aangevraagd.
U heeft de verlenging aangevraagd zodat FrieslandCampina in Workum de gelegenheid heeft om een definitieve huisvesting elders op het terrein volgens een reële tijdsindeling uit te werken, een investeringsbudget op te bouwen en de vergunning voor de definitieve bebouwing aan te vragen. De aanvraag betreft een verlenging voor vijf jaar, van 26 februari 2024 tot 26 februari 2029.
Het kadastrale perceel Gemeente Workum, sectie G, nummer 40 plaatselijk bekend Spoardyk 21 te Workum is gelegen in een gebied waarvoor het bestemmingsplan ‘Workum- Bedrijventerrein Horsa en Burevaart’ is vastgesteld. In dit bestemmingsplan hebben de gronden de enkelbestemming ‘Bedrijfsdoeleinden’ met de ‘aanduiding ‘klasse 2’ en met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – zuivelfabriek‘ (artikel 3 van de regels). Verder is op 7 december 2023 het ontwerp-bestemmingsplan ‘Workum Oer de Dolte en Bedrijventerreinen’ ter inzage gelegd. In dit ontwerp-bestemmingsplan hebben de gronden de enkelbestemming ‘Bedrijventerrein’ met de functieaanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 4.1’ en ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – zuivelfabriek’ met de gebiedsaanduiding ‘geluidzone – industrie’ en de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’.
Op basis van artikel 3, lid A, sub 1, onder d van het vigerende bestemmingsplan ‘Workum- Bedrijventerrein Horsa en Burevaart’ zijn de voor ‘Bedrijfsdoeleinden‘ aangewezen gronden bestemd voor gebouwen ten behoeve van een zuivelfabriek, zijnde een bedrijf, genoemd in bijlage 1 onder de categorie 4.2, ter plaatse van de aanduiding “zuivelfabriek toegestaan”.
Op grond van lid B, sub 1, onder a geldt dat een gebouw binnen een bouwvlak dient te worden gebouwd. Het gebouw is buiten het bouwvlak gebouwd.
Op grond van lid B, sub 2, onder a geldt dat de afstand van een gebouw tot de zijdelingse perceelgrens ten minste 5,00 m¹ zal bedragen. Deze afstand is kleiner dan 5,00 m¹.
Op grond van lid B, sub 2, onder c geldt dat de onderlinge afstand tussen gebouwen ten minste 6,00 m zal bedragen. De afstand tot het naastgelegen gebouw is minder dan 6 m¹.
Het bouwplan is om deze reden strijdig met de regels van het bestemmingsplan. Er geldt geen aanhoudingsgrond op grond van artikel 3.3, eerste lid, onder b van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
Op basis van artikel 7, lid 7.1, sub i zijn in het ontwerp-bestemmingsplan ‘Workum Oer de Dolte en Bedrijventerreinen’ de voor ‘Bedrijventerrein’ aangewezen gronden bestemd voor een zuivelfabriek, met bedrijfsactiviteiten tot en met categorie 4.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten (bijlage 2), uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein - zuivelfabriek’.
Op grond van artikel 7, lid 7.2.1, sub a geldt dat gebouwen en overkappingen binnen een bouwvlak moeten worden gebouwd. Het gebouw is buiten het bouwvlak gebouwd.
Op grond van artikel 7, lid 7.2.1, sub c geldt dat de afstand tot de erfgrens niet minder dan 3,00 meter bedraagt. De afstand tot er erfgrens bedraagt minder dan 3,00 meter.
De aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk (als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a van de Wabo), is om deze reden in strijd met het toekomstig ter plaatse geldende bestemmingsplan.
Op grond van artikel 2.10, tweede lid van de Wabo, is een aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen die in strijd is met het geldende bestemmingsplan, ook een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het afwijken van het geldende bestemmingsplan (als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wabo). De aanvraag omgevingsvergunning kan slechts worden geweigerd indien vergunningverlening voor afwijking van het bestemmingsplan, als bedoeld in artikel 2.12 van de Wabo niet mogelijk is.
Voor zover sprake is van een aanvraag omgevingsvergunning voor gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan (als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel c van de Wabo) kan de vergunning op grond van artikel 2.12 van de Wabo alleen worden verleend:
Ad a. Toetsing binnenplanse afwijking
Het bestemmingsplan ‘Workum- Bedrijventerrein Horsa en Burevaart’ voorziet niet in een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid voor de geconstateerde strijdigheid.
Het ontwerpbestemmingsplan kent slechts een binnenplanse afwijking voor de afstand tot aan de erfgrens.
Ad.b. Toetsing buitenplanse afwijking - kruimelgeval
Op grond van artikel 2.12 eerste lid, onder a, sub 2° van de Wabo, samen met artikel 4, onderdeel 1 van bijlage II van het Bor, kan medewerking worden verleend aan een buitenplanse afwijking.
Ad.c. Toetsing buitenplanse afwijking - projectafwijkingsbesluit
Aan een buitenplanse afwijking voor een omgevingsvergunning die is voorzien van een ruimtelijke onderbouwing (projectafwijkingsbesluit) wordt niet toegekomen, omdat een buitenplanse afwijking - kruimelgeval tot de procedurele mogelijkheden behoort.
Voor de tijdelijke kantoorunits is eerder een omgevingsvergunning verleend voor een periode van vijf jaar. U heeft gevraagd of deze omgevingsvergunning tijdelijk, voor een periode van vijf jaar, kan worden verlengd. Op deze situatie zijn de volgende regels uit het afwijkingenbeleid van toepassing:
3.16 Tijdelijk afwijken van het bestemmingsplan
Ook in de gevallen waarin wordt voorzien in de onderdelen 1 tot en met 10 van artikel 4 kan tijdelijk worden afgeweken van de regels van het bestemmingsplan. Het lijkt niet redelijk een tijdelijke afwijking van het bestemmingsplan aan dezelfde regels te toetsen als een permanente afwijking van het bestemmingsplan. Het is echter op voorhand niet mogelijk voor alle mogelijke tijdelijke afwijkingen een toetsingskader op te stellen.
Beleidsregel 14 Uitgangspunt voor tijdelijke afwijkingen
• Per concreet geval een afweging maken
Omdat de kantoorunits al eerder zijn vergund en u het gebruik hiervan ongewijzigd wilt voortzetten, kunnen wij meewerken aan uw verzoek om wederom voor een periode van vijf jaar af te wijken van het bestemmingsplan. Dit betekent dat wij uiteindelijk voor in totaal 10 jaar medewerking verlenen voor het huidige strijdig gebruik. Gelet hierop is dit daarom de laatste keer dat wij deze medewerking kunnen verlenen.
Gelet op bovenstaande overwegingen, kan er medewerking worden verleend aan een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan voor een periode van vijf jaar.
De activiteiten van de inrichting zijn genoemd in Bijlage I onderdeel C van het Bor. De volgende categorieën zijn van toepassing:
|
a. een of meer elektromotoren aanwezig zijn met een vermogen of een gezamenlijk vermogen groter dan 1,5 kW, met dien verstande, dat bij de berekening van het gezamenlijk vermogen een elektromotor met een vermogen van 0,25 kW of minder buiten beschouwing blijft; c. een of meer voorzieningen of installaties aanwezig zijn voor het verstoken van brandstoffen met een thermisch vermogen of een gezamenlijk vermogen groter dan 130 kW. |
|
|
Inrichtingen voor het vervaardigen, bewerken, verwerken, opslaan of overslaan van gassen of gasmengsels, al of niet in samengeperste tot vloeistof verdichte of onder druk in vloeistof opgeloste toestand. |
|
|
Inrichtingen voor het vervaardigen, bewerken, verwerken, opslaan of overslaan van de volgende stoffen, preparaten of producten: a. stoffen en preparaten die zijn ingedeeld krachtens het Besluit verpakking en aanduiding milieugevaarlijke stoffen en preparaten in een categorie als bedoeld in artikel 9.2.3.1, tweede lid, van de Wet milieubeheer. |
|
|
Als categorieën vergunningplichtige inrichtingen als bedoeld in artikel 2.1, tweede lid, van dit besluit, worden inrichtingen aangewezen voor de opslag van polyesterhars en stoffen van ADR-klasse 5.1 of klasse 8, verpakkingsgroepen II en III, zonder bijkomend gevaar, in bovengrondse opslagtanks met een inhoud van meer dan 10 m3. |
|
|
Inrichtingen voor het vervaardigen, bewerken, verwerken, opslaan of overslaan van zeer licht ontvlambare, licht ontvlambare, ontvlambare of brandbare vloeistoffen. |
|
|
Inrichtingen voor het vervaardigen, bewerken, verwerken, opslaan of overslaan van harsen, dierlijke of plantaardige oliën of vetten. |
|
|
Inrichtingen voor het vervaardigen, bewerken of verwerken van voedingsmiddelen, genotmiddelen of grondstoffen daarvoor. |
|
|
Gedeputeerde Staten zijn bevoegd te beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning ten aanzien van inrichtingen, behorende tot deze categorie, voor zover het betreft inrichtingen voor: a.het vervaardigen van melkpoeder, weipoeder of andere gedroogde zuivelproducten met een capaciteit ten aanzien daarvan van 1.500 kg per uur of meer; b. het vervaardigen van consumptiemelk, consumptiemelkproducten of geëvaporiseerde melk of melkproducten met een melkverwerkingscapaciteit ten aanzien daarvan van 55.000.000 kg per jaar of meer; c. het concentreren van melk of melkproducten door middel van indamping met een waterverdampingscapaciteit ten aanzien daarvan van 20.000 kg per uur of meer. |
Op grond van categorie 4.4, onder c is sprake van een vergunningplichtige activiteit.
Daarnaast valt de inrichting onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) vanwege de ammoniakkoelinstallaties (artikel 2, lid 1, onder g van het Bevi). Op basis van het Bor, bijlage I, onderdeel B, onder 1, onder a, is sprake van een vergunningplichtige inrichting.
Door de aangescherpte CLP-classificatie (Classification, Labelling and Packaging) is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) nu ook op basis van de opslag van salpeterzuur van toepassing. Salpeterzuur (60%) is volgens de CLP-Verordening een acuut toxische vloeistof. Op grond van artikel 1b, sub f, van de Richtlijn externe veiligheid inrichtingen (Revi) valt een inrichting waar een vergiftige stof, (niet zijnde benzine of methanol), in een insluitsysteem aanwezig is met een inhoud van meer dan 1.000 liter, onder het Bevi. Ook op basis van het Bor, bijlage I, onderdeel B, onder 1, onder a, is sprake van een vergunningplichtig bedrijf.
Het betreft een inrichting waartoe een IPPC-installatie behoort genoemd in Bijlage I, categorie 6.4.c van de Richtlijn industriële emissies (Rie). Deze categorie betreft de bewerking en verwerking van uitsluitend melk, met een hoeveelheid ontvangen melk van meer dan 2.000 ton per dag (gemiddelde waarde op jaarbasis). Om die reden is op grond van artikel 2.1, tweede lid van het Bor tevens sprake van een vergunningplichtige inrichting.
Het project waarvoor vergunning wordt gevraagd is als volgt te omschrijven:
In 2019 is een tijdelijke vergunning verleend om voor een periode van vijf jaar af te wijken van het bestemmingplan en de kantoorunits in een gewijzigde situatie toe te staan. In de aanvraag wordt verzocht dit nogmaals toe te passen. Deze aanvraag betreft een verlenging voor vijf jaar vanaf 26 februari 2024 tot en met 26 februari 2029. Deze verlenging biedt FrieslandCampina in Workum de gelegenheid om een definitieve huisvesting elders op het terrein volgens een reële tijdsindeling uit te werken, een investeringsbudget op te bouwen en de vergunning voor de definitieve bebouwing aan te vragen.
Een uitgebreide projectomschrijving is opgenomen in de aanvraag om vergunning.
De onderliggende vergunning uit 2019 is verleend tot 26 februari 2024. Een verzoek tot verlenging tot en met 26 februari 2029 betekent een verlenging van vijf jaar en één dag. In deze vergunning zijn wij uitgegaan van de gevraagde vijf jaar, dus een verlenging tot 26 februari 2029. In de paragraaf 2.1 Procedurele overwegingen zijn wij hierop ingegaan.
4.3. Huidige vergunningsituatie
Voor de inrichting zijn eerder de onderstaande vergunningen verleend dan wel meldingen geaccepteerd:
De milieuvoorschriften van de onderliggende omgevingsvergunningen zijn van overeenkomstige toepassing op de aangevraagde verandering, tenzij de aard van de vergunning en/of de aard van de verandering zich daartegen verzetten.
In het Activiteitenbesluit milieubeheer (hierna: Activiteitenbesluit) zijn voor een groot aantal activiteiten, die binnen inrichtingen plaats kunnen vinden, rechtstreeks werkende, algemene regels opgenomen.
De inrichting waarvoor vergunning is aangevraagd, is aangemerkt als een inrichting waarvoor vergunningplicht (type C inrichting) geldt.
De nu aangevraagde verandering betreft geen activiteiten die vallen onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit.
De aanvraag heeft betrekking op een milieu neutrale verandering van de inrichting of van de werking van de inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel e, onder 2° van de Wabo. De Wabo bepaalt in artikel 2.14, vijfde lid dat in afwijking van het eerste tot en met vierde lid de vergunning wordt verleend, wanneer wordt voldaan aan artikel 3.10, derde lid van de Wabo. Dat betekent dat een vergunning wordt verleend met de reguliere procedure, wanneer er sprake is van een verandering van de inrichting of van de werking van de inrichting die niet leidt tot:
De aanvraag is getoetst aan deze criteria en wij komen tot de volgende afweging.
4.5.2. Toetsing gevolgen voor milieu
Naar aanleiding van de ingediende aanvraag en de daarbij overgelegde gegevens concluderen wij dat de aangevraagde verandering om de volgende redenen niet tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu leidt dan volgens de geldende vergunning is toegestaan:
De verandering leidt niet tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu.
Tevens is er geen reden om milieuvoorschriften aan deze milieuneutrale verandering te verbinden, aangezien aan de voorschriften in de onderliggende vergunningen moet en kan worden voldaan.
4.5.3. Toetsing andere inrichting
Op basis van de in de aanvraag opgenomen beschrijving van de verandering is het aannemelijk, dat de verandering niet leidt tot een andere inrichting dan waarvoor eerder een vergunning is verleend.
4.5.4. Toetsing milieueffectrapport
Er hoeft bij deze aanvraag geen milieueffectrapport (MER) te worden ingediend. De reden hiervoor is dat de in de aanvraag beschreven voorgenomen veranderingen niet zijn vermeld in de eerste kolom van onderdeel C en/of onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage.
Vanuit het toetsingskader dat betrekking heeft op het milieuneutraal veranderen van de inrichting wordt de gevraagde vergunning verleend voor de periode van vijf jaar, tot 26 februari 2029. Er zijn geen redenen om de omgevingsvergunning te weigeren.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2024-20168.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.