Toestemming voor het bouwen van een vergistingsinstallatie en het opwaarderen van groengas tot Bio-LNG aan Lange Lijnbaan 53 te Harlingen

Het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân besluit, gelet op artikel 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) de omgevingsvergunning te verlenen onder de in de bijlage(n) opgenomen voorschriften en overwegingen. Deze bijlage(n) maken integraal deel uit van deze vergunning.

De omgevingsvergunning wordt verleend voor de activiteiten:

  • 1.

    bouwen van een bouwwerk (artikel 2.1, eerste lid, sub a Wabo);

  • 2.

    werk of werkzaamheden uitvoeren (geen bouwwerk) (artikel 2.1, eerste lid, sub b Wabo);

  • 3.

    handelen in strijd met een bestemmingsplan (artikel 2.1, eerste lid, sub c Wabo).

De vergunning voor het maken of veranderen van de uitweg (artikel 2.2, eerste lid, sub e Wabo) is reeds op 9 november 2023 door de Gemeente Harlingen verleend en maakt dus geen onderdeel meer uit van deze vergunning.

Procedure

Wij hebben dit besluit voorbereid volgens de uitgebreide procedure overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 3.3 van de Wabo. Wij hebben de aanvraag getoetst aan artikel 2.10, 2.11, 2.12 en 2.18 van de Wabo. Voorts is de aanvraag getoetst aan het Besluit omgevingsrecht (Bor) en de Regeling omgevingsrecht (Mor). Gebleken is dat uw aanvraag voldoet aan de (indienings)vereisten zoals genoemd in de Mor.

Openbare voorbereidingsprocedure

Op de voorbereiding van dit besluit op uw aanvraag om omgevingsvergunning, is

afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. In verband met deze uniforme openbare voorbereidingsprocedure wordt de beschikking voor een ieder ter inzage gelegd van 12 januari 2024 tot en met 23 februari 2024.

Aanvullende/gewijzigde gegevens

Op 25 augustus 2023 hebben wij u verzocht om aanvullende gegevens in te dienen. Op 17 oktober 2023 hebben wij aanvullende gegevens ontvangen. De termijn voor het geven van de beschikking is

derhalve op grond van artikel 4:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) opgeschort.

Op 29 november 2023 hebben wij u verzocht om gewijzigde gegevens in te dienen aangezien het plan strijdig was met het Bouwbesluit 2012. Voor de beoordeling van de gegevens is de termijn voor het geven van de beschikking op uw verzoek op grond van artikel 4:15, lid 2 van de Awb met zes weken opgeschort.

Overige bijbehorende documenten

De volgende documenten zijn behandeld bij de beoordeling van de aanvraag om omgevingsvergunning en maken onderdeel uit van deze beschikking (*):

  • 1.

    Aanvraagformulier (publiceerbaar) d.d. 28-07-2023;

  • 2.

    Aanvraagformulier - aanvulling d.d. 28-07-2023;

  • 3.

    BER - Bouwbesluitberekeningen Gebouw 1 - Kantoor d.d. 16-10-2023;

  • 4.

    BER - Ontwerpnota Constructies - aanvulling d.d. 19-12-2023;

  • 5.

    BER - Ontwerpnota Constructies Gebouw 1 - Kantoor d.d. 05-10-2023;

  • 6.

    BER - Ontwerpnota Constructies Gebouw 2 - Gasopwaardering d.d. 04-07-2023;

  • 7.

    BER - Ontwerpnota Constructies Gebouw 3 - Waterzuivering d.d. 04-07-2023;

  • 8.

    BER - Ontwerpnota Constructies Gebouw 4 - Ontvangsthal d.d. 04-07-2023;

  • 9.

    BER - Ontwerpnota Constructies Gebouw 5 -Verwerkingshal d.d. 04-07-2023;

  • 10.

    MEMO - Bemonstering materialen d.d. 12-12-2023 ;

  • 11.

    MEMO - Bouwkostenoverzicht ongedateerd;

  • 12.

    MEMO - Motivatie havengebondenheid d.d. 05-10-2021;

  • 13.

    MEMO - Toelichting aanlegwerkzaamheden ongedateerd;

  • 14.

    RAP - Brandveiligheidsrapport d.d. 08-11-2023;

  • 15.

    RAP - Checklist Veilig onderhoud ongedateerd;

  • 16.

    RAP - Energielabel d.d.16-10-2023;

  • 17.

    RAP - Geotechnisch Bodemonderzoek d.d. 08-07-2021;

  • 18.

    RAP - Grote Brandcompartimenten - Gebouw 4 d.d. 15-12-2023;

  • 19.

    RAP - Grote Brandcompartimenten - Gebouw 5 d.d. 15-12-2023;

  • 20.

    RAP - Integraal Plan Brandveiligheid (IPB) d.d. 15-12-2023;

  • 21.

    RAP - Ruimtelijke onderbouwing d.d. 27-07-2023;

  • 22.

    RAP - Verkennend bodemonderzoek d.d. 06-06-2021;

  • 23.

    TEK - Constructie Waterzuivering D10m H8m d.d. 05-12-2023;

  • 24.

    TEK - Constructie Waterzuivering D25m H8m d.d. 05-12-2023;

  • 25.

    TEK - Palenplan monostore tanks d.d. 10-05-2023;

  • 26.

    TEK 3411-90-01 - Uitweg d.d.26-07-2023;

  • 27.

    TEK V-01 - Gebouw 1 - Kantoor d.d. 12-12-2023;

  • 28.

    TEK V-02 - Constructieblad Gebouw 1 - Kantoor d.d. 26-07-2023;

  • 29.

    TEK V-10 - Gebouw 2 - Gasopwaardering d.d. 14-12-2023;

  • 30.

    TEK V-10 - Gebouw 2 - Gasopwaardering met brandveiligheid d.d. 13-12-2023;

  • 31.

    TEK V-20 - Gebouw 3- Waterzuivering d.d. 14-12-2023;

  • 32.

    TEK V-30 - Gebouw 4 - Verwerkingshal d.d. 14-12-2023;

  • 33.

    TEK V-40 - Gebouw 5 – Digistaatverwerking d.d. 18-12-2023;

  • 34.

    TEK V-60 - Bouwwerk 6 - Silo's d.d. 12-12-2023;

  • 35.

    TEK V-90 - Details loodsen d.d. 26-07-2023;

  • 36.

    TEK V-90 - Terreintekening d.d. 17-10-2023.

(*) Omdat de bovengenoemde bijlagen bij u bekend zijn, worden deze niet gewaarmerkt en niet met de beschikking meegezonden. U kunt deze stukken eventueel ook raadplegen via Omgevingsloket online. De bovengenoemde bijlagen kunnen ten opzichte van de ingediende stukken hernoemd zijn. Aanvragen en meldingen worden verwijderd uit Omgevingsloket online wanneer ze langer dan een jaar niet zijn gewijzigd. Wij adviseren u dan ook, voor uw eigen administratie, de stukken te downloaden van Omgevingsloket online.

Nadere informatie.

Voor meer informatie over deze brief kunt u contact opnemen met de heer D.J. Kuiken of de heer J. Raatjes van de FUMO, telefoonnummer 0566-750 300. Wilt u bij vragen of overleg het registratienummer 2023-FUMO-0079060 bij de hand houden, zodat wij u vlot van dienst kunnen zijn.

Namens het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân,

S.G.C. Boender Afdelingshoofd Vergunningverlening en Specialistisch Advies

 

Bijlage bij Omgevingsvergunning kenmerknummer 2023-FUMO-0079060

De volgende voorschriften en overwegingen zijn onderdeel van de omgevingsvergunning voor de activiteit(en):

  • 1.

    bouwen van een bouwwerk (artikel 2.1 lid 1 sub a Wabo);

  • 2.

    werk of werkzaamheden uitvoeren (geen bouwwerk) (artikel 2.1 lid 1 sub b Wabo);

  • 3.

    handelen in strijd met een bestemmingsplan (artikel 2.1 lid 1 sub c Wabo).

Voorschriften

1. bouwen van een bouwwerk

Voorschriften

  • 1.1

    Constructieve veiligheid. Wat moet u 6 tot 3 weken vóór de bouw aanleveren?

  • 1.2

    Brandveiligheid. Wat moet u 6 weken vóór de bouw aanleveren?

    De definitieve stukken met betrekking tot de brandveiligheidseisen van het Bouwbesluit 2012 dienen uiterlijk 6 weken voor aanvang van die bouwwerkzaamheden ter goedkeuring aan het bevoegd gezag te worden voorgelegd. Met de werkzaamheden mag pas na goedkeuring worden gestart én pas nadat wij hebben laten weten dat het Bibob-onderzoek is afgerond en er geen bezwaren zijn gevonden, zie paragraaf 6 van de procedurele overwegingen van deze vergunning.

    1.2.1 Rapport brandveiligheid kantoor (gebouw 1)

    • In het rapport is aangenomen dat er geen brandoverslag kan plaats vinden naar aangrenzende gebouwen. Dit dient nog te worden aangetoond middels een brandoverslagberekening conform de NEN 6068.

    • Voor uitvoering van de werkzaamheden dient bij het bevoegd gezag te worden aangetoond dat de toegepaste constructieonderdelen gelegen in een brandwerende scheiding voldoen aan de gestelde eisen.

    • Op basis van de gebruiksfunctie is conform het Bouwbesluit 2012 een brandmeldinstallatie met niet-automatische bewaking vereist. Er wordt aanvullend boven de eisen van het Bouwbesluit 2012 gekozen voor een brandmeldinstallatie met volledige bewaking. Voor uitvoering van de werkzaamheden dient het Programma van Eisen van de brandmeldinstallatie te worden ingediend bij het bevoegd gezag.

  • 1.2.2 Rapportage NEN 6079 verwerkingshal (gebouw 4)

    • In de warmtestralingsberekening in paragraaf 5.5 wordt verondersteld dat de opslagtanks (fermenters), welke zijn opgebouwd uit beton voldoen aan een brandwerendheid van ten minste 30 minuten. Dit zal meer moeten worden onderbouwd.

  • 1.2.3 Rapportage NEN 6079 digestaatverwerking (gebouw 5)

    • In de warmtestralingsberekening in paragraaf 5.5 wordt verondersteld dat de opslagtanks (fermenters), welke zijn opgebouwd uit beton voldoen aan een brandwerendheid van ten minste 30 minuten. Dit zal meer moeten worden onderbouwd.

    • Onder 5.5 wordt aangegeven dat de gevel van gebouw 3 tevens beschikt over een brandwerendheid van 60 minuten. Er dient te worden duidelijk gemaakt of dit op basis van de NEN 6079 berekening van gebouw 5 is of op basis van Bouwbesluit 2012 overslag brandcompartiment waterzuivering naar een brandcompartiment op het perceel?

  • 1.2.4 Integraal Plan Brandveiligheid (IPB)

    • Onder 2.5 worden bij de gevaarlijke stoffen, de van toepassing zijnde PGS-richtlijnen aangegeven. Voor diesel en ammoniakinstallaties wordt een verouderde PGS-richtlijn aangegeven. Voor beide richtlijnen is een 2021 versie beschikbaar.

    • Er wordt aangegeven dat de gevelopbouw van het kantoor beschikt over een Efectis testrapport waaruit blijkt dat de gevelopbouw voldoet aan brandklasse B-s1,D0. Voorwaarden vanuit het testrapport dienen te worden nageleefd.

    • Het dak van het kantoor voldoet niet aan beide voorwaarden zoals gesteld in artikel 2.71 Bouwbesluit 2012. Het dak dient conform de NEN 6063, niet brandgevaarlijk te worden uitgevoerd.

    • Bij 5.4.1 is aangegeven dat de vrije afstanden rondom de brandcompartimenten BC-01 t/m BC-07 meer dan 10 meter bedraagt. Er wordt aangegeven dat deze afstand voldoende is om brandverslag te voorkomen. Dit dient nader te worden onderbouwd middels een NEN 6068 berekening.

    • Bij 5.4.1 wordt bij het onderdeel, vrije afstand rondom gebouwen, aangegeven dat er ter plaatse van gebouw 4 aanvullende maatregelen nodig zijn. Er dient te worden aangegeven of dit ook voor gebouw 5 geldt.

    • Bij 5.4.2 wordt aangegeven dat er eisen gesteld worden aan de hoogte van de afblaasvoorziening en dat middels een berekening is aangetoond dat de warmtestraling van de fakkel voldoende laag is. Bij de ingediende stukken zijn geen berekening aangeleverd. Er dient te worden aangetoond wat de aangehouden stralingsbelasting van de bron en acceptatie van de respons is.

    • Bij 5.4.3 wordt aangegeven dat de binnen wanden van het kantoorgebouw tussen brandcompartiment en de extra beschermde vluchtroute moet voldoen aan criterium EW. Indien het kantoorgebouw niet binnen 3,5 minuut kan worden ontruimd, geldt ook nog het EI 15 criterium. Dit dient te worden nagegaan.

    • Aanvulling bij 5.4.3, deuren waar PGS-voorschriften van toepassing zijn, moeten voldoen aan het EI-criteria.

    • Voor gebouw 4 en 5 geldt dat de eisen aan de criteria naast de NEN 6069 in overeenstemming moeten zijn met de eventueel aanvullende eisen conform de NEN 6079.

    • Bij 5.6 wordt aangegeven dat er bij gebouw 4 niet wordt voldaan aan de loopafstanden. Echter vanwege de inpandige hoogte zal er meer tijd beschikbaar zijn om de ruimte te verlaten. De buffering en rooklaag hoogte op basis van brandkenmerken nader onderbouwen.

    • Hoofdstuk 7 bevat adviezen om de brandveiligheid van de zonnepanelen te borgen. Duidelijk dient gemaakt te worden of de dat de gebruiker zich hieraan dient te conformeren of dat dit vrijblijvend is?

    • Bij 10.3 wordt aangegeven dat op basis van het Bouwbesluit 2012 geen verplichting aanwezig is op het certificeren van de brandbeveiligingsinstallaties. Advies om ook nog na te gaan of er vanuit de NEN 6079 aanvullende eisen worden gesteld.

  • 1.2.5 Algemene voorwaarden brandveiligheid

  • 1.2.6 De brandwerendheden moeten via een toezicht arrangement van 1x per 3 jaar worden gecontroleerd

  • 1.2.7 De volgende maatregelen moeten worden getroffen en in de gebruiksfase zijn geborgd en vastgelegd in het toezicht arrangement:

    • Geen broeigevoelige opslag;

    • Hekwerk, camerabewaking op terrein (voorkomen brandstichting);

    • Verbod op roken en open vuur op het gehele terrein;

    • Toezicht bij brandgevaarlijke werkzaamheden;

    • Periodieke keuring van de elektrische installaties (SCIOS Scope 10);

    • Aanleg en keuringzonnepanelen (SCIOS Scope 10);

    • Aanwezigheid brandblussers op de aanwezige heftrucks;

  • 1.2.8 Voor uitvoering van de werkzaamheden dienen er aansluitdetails van de brandwerende scheidingen op dakconstructie en buitengevels te worden ingediend.

  • 1.2.9 Voor uitvoering van de werkzaamheden dient bij het bevoegd gezag te worden aangetoond dat de toegepaste constructie onderdelen gelegen in een brandwerende scheiding voldoen aan de gestelde eisen.

  • 1.2.10 Van de van toepassing zijnde PGS-richtlijnen dient de meest recentste versie te worden gebruikt.

  • 1.2.11 Op basis van de NEN 6079 berekeningen moeten de volgende maatregelen zijn getroffen:

    • 60 min brandwerend uitvoeren van de noordwestgevel en zuidoostgevel van gebouw 4 (E criterium van binnen naar buiten, met inbegrip van de benodigde sterkte van de draagconstructie)

    • 30 min brandwerend uitvoeren van de zuidwestgevel van gebouw 2 (EW criterium van buiten naar binnen)

    • 60 min brandwerend uitvoeren van de zuidoostgevel en zuidwestgevel van gebouw 5 (E criterium van binnen naar buiten, met inbegrip van de benodigde sterkte van de draagconstructie)

    • 60 min brandwerend uitvoeren van de noordwestgevel van gebouw 5 tpv de inpandige tanks (EW criterium van binnen naar buiten, met inbegrip van de benodigde sterkte van de draagconstructie)

    • 60 min brandwerend uitvoeren van de zuidoostgevel van gebouw 3 (EW criterium van buiten naar binnen en binnen naar buiten).

  • 1.2.12 Criterium voor deuren waar een PGS-richtlijn op van toepassing zijn, moeten voldoen aan het EI1 criterium.

  • 1.3

    Veiligheidsplan

    U moet nog een veiligheidsplan indienen. Dit moet u uiterlijk drie weken voor de start van de werkzaamheden doen. Het doel van een veiligheidsplan is het vooraf inzichtelijk maken of een beoogd initiatief veilig en verantwoord is om in zijn relatie tot de directe omgeving en openbare ruimte gerealiseerd te worden. In een veiligheidsplan moet u aangeven hoe u de veiligheid van de openbare ruimte, het bouwwerk, de belendende en/of onderliggende percelen tijdens de bouw of sloop zal garanderen en waarborgen.

  • 1.4

    Definitieve installatietekeningen en berekeningen van de diverse technische installaties dienen nog ter goedkeuring aan de gemeente te worden voorgelegd.

  • 1.5

    Bij de toetsing aan redelijke eisen van welstand is uitgegaan van de maatvoering van de silo’s zoals aangegeven op tekening. Mocht hierin iets wijzigen, dan dient hiervoor een nieuwe aanvraag te worden ingediend.

  • 1.6

    Kennisgeving aanvang.

    Het bouwtoezicht dient ten minste twee dagen voor de aanvang van elk van de hierna te noemen onderdelen van het bouwproces in kennis te worden gesteld:

    • a)

      De aanvang van de werkzaamheden, ontgravingwerkzaamheden, daaronder begrepen;

    • b)

      De aanvang van het inbrengen van de funderingspalen, het slaan van proefpalen daaronder begrepen;

    • c)

      De aanvang van de grondverbeteringwerkzaamheden.

  • Het bouwtoezicht dient ten minste drie dagen van tevoren in kennis te worden gesteld van het storten van beton.

    Opmetingen, ontgravingen, opbrekingen en onderzoekingen.

  • 1.7

    Zolang de bouwwerkzaamheden niet zijn voltooid moeten alle opmetingen, ontgravingen, opbrekingen en onderzoeken worden verricht, welke het bouwtoezicht in het kader van de controle op de naleving van de bouwverordening en het Bouwbesluit 2012 nodig acht.

    Gereedmelding van (onderdelen van) de bouwwerkzaamheden.

  • 1.8

     

    • a)

      Van het gereedkomen van putten en van grond- en huisaansluitleidingen van de riolering, en van leidingdoorvoeren en mantelbuizen door wanden en vloeren beneden straatpeil moet het bouwtoezicht onmiddellijk na die voltooiing in kennis worden gesteld;

    • b)

      Onderdelen van het bouwwerk, waarop lid a betrekking heeft, mogen niet zonder toestemming van het bouwtoezicht aan het oog worden onttrokken gedurende twee dagen na het tijdstip van de kennisgeving;

    • c)

      Het bepaalde in lid b) is van overeenkomstige toepassing op die onderdelen van het bouwwerk, waarvoor in de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften een plicht tot kennisgeving van voltooiing is bepaald;

    • d)

      Uiterlijk op de dag van beëindiging van de werkzaamheden, waarop de omgevingsvergunning betrekking heeft, wordt het einde van die werkzaamheden bij het bouwtoezicht gemeld.

  • De hiervoor bedoelde kennisgevingen moeten schriftelijk worden gericht aan de FUMO, J.W. de Visserwei 10, 9001 ZE te Grou of info@fumo.nl.

  • Verbod tot ingebruikneming.

    Na de bouw van een bouwwerk, waarvoor omgevingsvergunning is verleend, is het verboden dit bouwwerk in gebruik te geven of te nemen indien één van de volgende omstandigheden zich voordoet:

    • a)

      het bouwwerk is niet gereed gemeld bij het bouwtoezicht;

    • b)

      er is niet gebouwd overeenkomstig de omgevingsvergunning.

2. werk of werkzaamheden uitvoeren (geen bouwwerk)

Voorschriften

Op de activiteit ‘werk of werkzaamheden uitvoeren’, welke onderdeel uitmaakt van deze omgevingsvergunning, zijn geen voorschriften van toepassing.

3. handelen in strijd met een bestemmingsplan

Voorschriften

Op de activiteit ‘handelen in strijd met ruimtelijke regels’, welke onderdeel uitmaakt van deze omgevingsvergunning, zijn geen voorschriften van toepassing.

Procedurele Overwegingen

1. Gegevens aanvrager

Op 28 juli 2023 is een aanvraag om een tweede fasebeschikking als bedoeld in artikel 2.5 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) ontvangen. 

2. Projectbeschrijving

Het project waarvoor vergunning wordt gevraagd is als volgt te omschrijven de bouw van kantoor en bedrijfshal. Een uitgebreide projectomschrijving is opgenomen in de aanvraag om vergunning.

De aanvrager heeft ervoor gekozen om gebruik te maken van de faseringsregeling van de Wabo. Op 9 maart 2022 hebben wij op verzoek van de aanvrager een eerste fasebeschikking verleend. Deze had betrekking op de volgende in de Wabo omschreven activiteit milieu. In de aangevraagde tweede fasebeschikking spreken wij ons uit over de vergunbaarheid van de activiteiten bouwen, uitvoeren van een werk of werkzaamheid en handelen in strijd met ruimtelijke regels.

3. Bevoegd gezag

Wij zijn bevoegd gezag voor de inrichting. Dit volgt uit artikel 2.4, tweede lid van de Wabo juncto artikel 3.3 eerste lid van het Bor, op grond van de activiteiten van de inrichting, genoemd in Bijlage I onderdeel C categorie 28.4 en 28.10 van het Bor.

4. Procedure

Deze beschikking is voorbereid met de uitgebreide voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.3 van de Wabo. Gelet hierop zijn wij niet verplicht om van de aanvraag kennis te geven in het daarvoor bestemde publicatieblad. Een of meer van de activiteiten waarop het project als geheel betrekking heeft, worden in de Wabo aangemerkt als activiteiten waarop de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing is. Dit betekent dat beide benodigde fasebeschikkingen met die procedure worden voorbereid. Aangezien de activiteiten waarvoor deze fasebeschikking wordt aangevraagd, als zodanig niet aangemerkt worden als activiteiten waarop de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing is, is de standaard beslistermijn gelet op artikel 2.5, derde lid, van de Wabo van 6 maanden verkort tot 14 weken.

5. Advies en verklaring van geen bedenkingen

In de Wabo en het Bor worden bestuursorganen vanwege hun specifieke deskundigheid of betrokkenheid aangewezen als adviseur. Gelet op het bepaalde in artikel 2.26 Wabo, alsmede de artikelen 6.1 tot en met 6.5 van het Bor, hebben wij de aanvraag ter advies aan de volgende instanties/bestuursorganen gezonden:

  • Welstand

  • Brandweer Fryslân;

De Brandweer heeft op 5 februari 2024 advies uitgebracht op de stukken van brandveiligheid. Het advies betreft dat voor het onderdeel brandveiligheid we akkoord kunnen gaan mits de opmerkingen over de brandveiligheid in het rapport worden aangepast. Daarom hebben we de voorschriften over brandveiligheid laten staan.

6. Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob)

Er mag pas gestart worden met de bouwwerkzaamheden nadat wij hebben laten weten dat het Bibob-onderzoek is afgerond en er geen bezwaren zijn gevonden. Als het eigen Bibob-onderzoek als bedoeld in artikel 7a van de Wet Bibob ons aanleiding geeft om een advies te vragen aan het Landelijk Bureau Bibob (LBB), dan dient u rekening te houden met de termijnen die hier in beginsel voor gelden (acht weken + mogelijke verlenging van vier weken).

Als wij op grond van het LBB-advies redenen zien om de vergunning in te trekken of daaraan aanvullende voorschriften te verbinden, dan zullen wij dit alsnog doorvoeren.

Mogelijke (financiële) consequenties van het vorenstaande komen voor uw risico.

Inhoudelijke Overwegingen

1. Bouwen van een bouwwerk

Inleiding

De aanvraag omgevingsvergunning voor het (ver)bouwen van een bouwwerk (als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a van de Wabo) kan alleen worden verleend als deze voldoet aan de in artikel 2.10, eerste lid van de Wabo gestelde toetsingscriteria.

Een toetsing aan deze criteria heeft plaatsgevonden.

Welstand

De gegevens en bescheiden behorende bij de aanvraag omgevingsvergunning zijn getoetst aan de door de gemeenteraad vastgestelde criteria zoals gesteld in de gemeentelijke welstandsnota.

De aanvraag is op 20 december 2023 beoordeeld door de onafhankelijke welstandscommissie Hûs en Hiem Welstandsadvisering en Monumentenzorg (verder: de commissie). De commissie is van mening dat de aanvraag voldoet aan redelijke eisen van welstand W23HLG160-2. De welstandscommissie merkt op dat hoewel het nog steeds onvolledig tekenwerk betreft, wordt het voorstel gelet op de richtlijnen voor dit bedrijventerrein voorstelbaar geacht. Bij de beoordeling is uitgegaan van de maatvoering van de silo’s zoals aangegeven op tekening. Mocht hierin iets wijzigen, dan zien zij het plan graag weer terug voor beoordeling.

Wij nemen het advies van de commissie over. De aanvraag voldoet aan redelijke eisen van welstand.

Bouwbesluit 2012 – constructief

Over de ingediende stukken is op hoofdlijn voldoende aannemelijk gemaakt dat voldaan gaat worden aan de voorschriften van het Bouwbesluit 2012. De uitgewerkte constructieve tekeningen en detail berekeningen ontbreken nog. Definitieve constructieve berekeningen en tekeningen (dienen uiterlijk 3 weken voor aanvang van de bouwwerkzaamheden ter goedkeuring aan de FUMO te worden voorgelegd. Met de werkzaamheden mag pas na goedkeuring worden gestart.

Bouwbesluit 2012 – brandveiligheid

Over de ingediende stukken is op hoofdlijn voldoende aannemelijk gemaakt dat voldaan gaat worden aan de voorschriften van het Bouwbesluit 2012. De uitgewerkte brandveiligheidstekeningen, rapportages en detail berekeningen ontbreken nog. De definitieve stukken (dienen uiterlijk 6 weken voor aanvang van de bouwwerkzaamheden ter goedkeuring aan de FUMO te worden voorgelegd. Met de werkzaamheden mag pas na goedkeuring worden gestart.

Op grond van de overige ingediende stukken bij deze aanvraag is voldoende aannemelijk gemaakt dat wordt voldaan aan de voorschriften van het Bouwbesluit 2012.

Bouwverordening

De gegevens en bescheiden behorende bij de aanvraag omgevingsvergunning zijn getoetst aan de voorschriften van de gemeentelijke Bouwverordening. De aanvraag voldoet aan de voorschriften van de gemeentelijke bouwverordening.

Bestemmingsplan

Het kadastrale perceel Gemeente Harlingen, sectie F, nummer 1847 plaatselijk bekend Lange Lijnbaan te Harlingen is gelegen in een gebied waarvoor het bestemmingsplan ‘Industriehaven 2006‘ is vastgesteld. In dit bestemmingsplan hebben de gronden de enkelbestemming ‘Bedrijventerrein’ met de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterstaatkundige functie’ (artikel 6 en 18 van de regels).

Op basis van artikel 6, lid 6.1, sub a zijn de voor ‘Bedrijventerrein ‘aangewezen grond bestemd voor bedrijfsgebouwen ten behoeve van bedrijven die zijn genoemd in bijlage 1 onder de categorieën 1, 2, 3.1, 3.2, 4.1 en 4.2, voorzover het betreft zeehavengebonden bedrijven.

Op grond van lid 6.2.1, sub c geldt dat de bouwhoogte van een gebouw ten hoogste 20,00 m zal bedragen, tenzij de gronden op de plankaart zijn voorzien van de aanduiding “afwijkende bouwhoogte”, in welk geval de bouwhoogte van een gebouw ten hoogste 7,00 m zal bedragen. Het kantoor is het hoogste gebouw met een hoogte van 19,77 m¹. De beide luchtwassers zijn respectievelijk 30 m¹ en 33 m¹ hoog. Volgens de wijze van meten (artikel 2) dient de bouwhoogte te worden gemeten vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van kleine bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. De luchtwassers hebben een diameter van 2,5 meter en kunnen derhalve niet als kleine bouwonderdelen worden beschouwd.

Op grond van lid 6.2.4, sub b geldt dat de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten hoogste 20,00 m zal bedragen. De bouwhoogte van de silo’s bedraagt 22,35 m¹

Het bouwplan is om deze reden strijdig met de regels van het bestemmingsplan.

Gelet op het bovenstaande, is het bouwplan in strijd met regels van het geldende bestemmingsplan.

In gevallen waarvoor afwijking van het bestemmingsplan noodzakelijk is, wordt de aanvraag omgevingsvergunning tevens aangemerkt als verzoek tot afwijking van het geldende bestemmingsplan, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel c van de Wabo. De aanvraag omgevingsvergunning wordt slechts geweigerd indien vergunningverlening met toepassing van artikel 2.12 (afwijking bestemmingsplan) niet mogelijk is.

Zie ook onderdeel: “handelen in strijd met het bestemmingsplan”.

2. Werk of werkzaamheden uitvoeren (geen bouwwerk)

Overwegingen

Inleiding

De aanvraag betreft tevens een vergunning voor het uitvoeren van een werk of werkzaamheden, geen bouwwerk, zoals bedoeld in artikel 2.1, lid 1, onder b van de Wabo. Voor het uitvoeren van een werk of werkzaamheden regels zijn regels opgesteld in een bestemmingsplan of beheersverordening.

Op grond van artikel 2.11 van de Wabo kan de omgevingsvergunning worden geweigerd als het werk of de werkzaamheid in strijd is met de regels zoals gesteld in het bestemmingsplan of de beheersverordening. De aanvraag omgevingsvergunning is getoetst aan de regels van het ter plaatse geldende bestemmingsplan en is daarmee in overeenstemming.

Conclusie

Gelet op het bovenstaande voldoet de aanvraag aan de toetsingscriteria uit het bestemmingsplan. Gelet daarop zijn wij van mening dat de vergunning voor dit onderdeel kan worden verleend.

3. Handelen in strijd met een bestemmingsplan

Inleiding

De aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk (als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a van de Wabo), is in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan.

Bestemmingsplan/beheersverordening

Gelet op vorengaande is het bouwplan in strijd met de regels van de geldende bestemmingsplannen.

Beoordeling

Voor zover sprake is van een aanvraag omgevingsvergunning voor gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan (als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel c van de Wabo) kan de vergunning op grond van artikel 2.12 van de Wabo alleen worden verleend:

  • a.

    met toepassing van de in het bestemmingsplan opgenomen regels inzake afwijking (binnenplanse afwijking);

  • b.

    in de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen (buitenplanse afwijking op basis van de kruimelgevallenlijst), of;

  • c.

    indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat (buitenplanse afwijking - projectafwijkingsbesluit);

Ad a. Toetsing binnenplanse afwijking

Op basis van artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 1° van de Wabo, in samenhang met artikel 6, lid 6.4, sub c en e van het bestemmingsplan is een binnenplanse afwijking mogelijk.

Ad.b. Toetsing buitenplanse afwijking - kruimelgeval

Aan een buitenplanse afwijking voor een omgevingsvergunning wordt niet toegekomen, omdat een binnenplanse afwijking tot de procedurele mogelijkheden behoort.

Ad.c. Toetsing buitenplanse afwijking - projectafwijkingsbesluit

Aan een buitenplanse afwijking voor een omgevingsvergunning die is voorzien van een ruimtelijke onderbouwing (projectafwijkingsbesluit) wordt niet toegekomen, omdat een binnenplanse afwijking tot de procedurele mogelijkheden behoort.

Afwijking van het bestemmingsplan is alleen wenselijk indien na een afweging van diverse belangen sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

Ruimtelijke afweging Gemeente Harlingen

Burgemeester en Wethouders kunnen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het bebouwingsbeeld, de milieusituatie, de natuurlijke waarden, de landschappelijke waarden, de zeedefensie, de windvang, de sociale veiligheid, de brandveiligheid, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, afwijken van het bepaalde in lid 6.2.1. sub c en 6.2.4. sub b van het bestemmingsplan Industriehaven 2006 en toestaan, dat indien de gronden niet zijn voorzien van de aanduiding “afwijkende bouwhoogte”, de bouwhoogte van een gebouw en de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde wordt vergroot tot ten hoogste 40 meter.

Wij willen meewerken aan het afwijken van het bestemmingsplan voor de luchtwassers omdat deze maar een zeer klein deel omvatten van het totale bouwplan en het dus maar een incidentele overschrijding van de bouwhoogte betreft. De luchtwassers zijn nodig om te komen tot een goede milieuhygiënische situatie en doen verder geen afbreuk aan het bebouwingsbeeld hetgeen is beoordeeld door de welstandscommissie, natuurlijke en landschappelijke waarden, zeedefensie (luchtwassers staan op het dak) en overige aspecten.

Tevens willen wij meewerken aan het afwijken van het bestemmingsplan voor de silo’s. De bouwhoogte van de silo’s bedraagt 22,35 meter. Dit betreft echter het taps toelopende deel van de silo’s. Het overgrote deel van de silo’s is 19,8 meter hoog waarna deze schuin qua omvang afneemt en uiteindelijk 22,35 meter hoog wordt. De afwijking van de hoogte is daarmee zo beperkt in relatie tot de omvang van het totale bouwplan dat dit planologisch aanvaardbaar is. Er wordt dan ook geen onevenredige afbreuk gedaan aan de genoemde aspecten op basis waarvan vrijstelling kan worden verleend. De effecten op het bebouwingsbeeld en de landschappelijke waarde is beoordeeld door de welstandscommissie, in de ruimtelijke onderbouwing is voldoende ingegaan op de effecten op flora en fauna en de silo’s liggen buiten de zone van zeedefensie. De overschrijding van de bouwhoogte is zo miniem dat dit geen effect heeft op de windvang, sociale veiligheid, verkeersveiligheid of de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.

Conclusie

Gelet op bovenstaande overwegingen is het college van mening dat er geen beletsel is voor het verlenen van de omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan.

Naar boven