Toestemming voor het wijzigen van de weiverwerking binnen de inrichting aan Spoardyk 21 te Workum

  • I.

    Onderwerp

Op 20 december 2023 is een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen van TAUW b.v., ingediend namens FrieslandCampina Nederland B.V. Het betreft het wijzigen van de weiverwerking., binnen de inrichting aan de Spoardyk 21 te Workum. De aanvraag is geregistreerd onder OLO-nummer 8244697.

  • II.

    Besluit

Wij besluiten, gezien de overwegingen die zijn opgenomen in deze vergunning en gelet op de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de daarop betrekking hebbende uitvoeringsbesluiten en -regelingen, aan FrieslandCampina Nederland B.V. een omgevingsvergunning:

  • -

    op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder a. (het bouwen van een bouwwerk) verlenen voor het bouwen van een gebouw ten behoeve van de weiverwerking. Aan de vergunning zijn voorschriften verbonden.

  • -

    op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder e, onder 2° (het veranderen van een inrichting) en artikel 2.14, vijfde lid juncto artikel 3.10, derde lid (milieuneutrale wijziging) te verlenen voor het wijzigen van de weiverwerking. Aan de vergunning zijn geen voorschriften verbonden.

Tevens besluiten wij dat de volgende delen van de aanvraag onderdeel uitmaken van deze vergunning:

  • -

    Aanvraagformulier OLO-nummer 8244697, ingediend op 20 december 2023;

  • -

    Projecttoelichting ‘Modificatie wei-verwerking – FrieslandCampina Workum, Toelichting milieuneutrale wijzigingsaanvraag’, opgesteld door TAUW b.v., kenmerk R001-1292811MVB-V01-los-NL, van 12 december 2023;

  • -

    Akoestisch onderzoek ‘Geluidonderzoek Highwhey – 2023’, opgesteld door LPG Sight, kenmerk R001_02_085400aq_Project HighWhey, van 8 februari 2024;

  • -

    Tekening ‘Plattegrond inrichtingstekening’, documentnummer ID B, Afd 10, Instal 10, blad 1, van 5 december 2023;

  • -

    Tekening ‘Project High Whey, Gevels en doorsneden, bestaand’, Het4kant b.v., tekeningnummer DO-50AA-001, van 19 december 2023;

  • -

    Tekening ‘Project High Whey, Gevels en doorsneden, nieuw’, Het4kant b.v., tekeningnummer DO-50AA-101, van 19 december 2023;

  • -

    Tekening ‘Project High Whey, riolering’, Het4kant b.v., tekeningnummer DO-50AC-101, van 19 december 2023;

  • -

    Tekening ‘Project High Whey, Principe details’, Het4kant b.v., tekeningnummer DO-50AD-100, van 19 december 2023;

  • -

    Tekening ‘Project High Whey, Plattegronden, bestaand’, Het4kant b.v., tekeningnummer DO-50AP-001, van 19 december 2023;

  • -

    Tekening ‘Project High Whey, Plattegronden, gewijzigd’, Het4kant b.v., tekeningnummer DO-50AP-101, van 19 december 2023;

  • -

    Tekening ‘Project High Whey, Brandcompartimentering’, Het4kant b.v., tekeningnummer DO-50AP-300, van 19 december 2023;

  • -

    Tekening ‘Project High Whey, Functiegebieden’, Het4kant b.v., tekeningnummer DO-50AP-400, van 19 december 2023;

  • -

    Tekening ‘Project High Whey, Terrein + riolering, bestaand’, Het4kant b.v., tekeningnummer DO-50AS-001, van 19 december 2023;

  • -

    Tekening ‘Project High Whey, Terrein + riolering, gewijzigd’, Het4kant b.v., tekeningnummer DO-50AS-101, van 19 december 2023;

  • -

    Statische berekening ‘Project High-Whey, Constructie-opzet Scenario “De Steeg”’, Het4kant b.v., rapportnummer 22369, van 13 oktober 2023

  • -

    Bijlage ‘Aanvullende gegevens – 2023-FUMO-0083006’, kenmerk L001-1292877MVB-V01-ivl-NL, opgesteld door TAUW b.v., van 15 februari 2024.

De aanvraag omvat tevens een melding op grond van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit). Uw melding voldoet aan de indieningsvereisten.

Namens het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân,

S.G.C. Boender Afdelingshoofd Vergunningverlening en Specialistisch Advies  

Bijlage: -

Kopie

College van Burgemeester en Wethouders

van de gemeente Súdwest-Fryslân

Postbus 10.000

8600 HA Sneek

Brandweer Fryslân

Postbus 612

8901 BK Leeuwarden

Wetterskip Fryslân

Postbus 36

8900 AA Leeuwarden

TAUW b.v.

T.a.v. mevrouw [Naam]

Postbus 133

7400 AC Deventer

Rechtsbeschermingsmiddelen

De bekendmaking van deze beschikking gebeurt door toezending aan de aanvrager. De dag na de bekendmaking treedt de beschikking in werking. Binnen zes weken na de bekendmaking kunnen zowel u als belanghebbenden bezwaar maken bij het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân, postbus 20120, 8900 HM Leeuwarden. Het indienen van een bezwaarschrift stelt de werking van de beschikking niet uit. Als u of belanghebbenden niet willen dat de beschikking in werking is in afwachting van de bezwaarprocedure, kan een verzoek om een voorlopige voorziening worden gedaan bij de Rechtbank Noord-Nederland, Postbus 781, 9700 AT Groningen.

 

VOORSCHRIFTEN EN OVERWEGINGEN

1. VOORSCHRIFTEN

1.1. Voorschriften Bouwen

1.1.1 Constructieve veiligheid. Wat moet u 6 tot 3 weken vóór de bouw aanleveren?

Kennisgeving aanvang.

1.1.2 Het bouwtoezicht dient ten minste twee dagen voor de aanvang van elk van de hierna te noemen onderdelen van het bouwproces in kennis te worden gesteld:

a) De aanvang van de werkzaamheden, ontgravingwerkzaamheden, daaronder begrepen;

b) De aanvang van het inbrengen van de funderingspalen, het slaan van proefpalen daaronder begrepen;

c) De aanvang van de grondverbeteringwerkzaamheden.

Het bouwtoezicht dient ten minste drie dagen van tevoren in kennis te worden gesteld van het storten van beton.

Opmetingen, ontgravingen, opbrekingen en onderzoekingen.

1.1.3 Zolang de bouwwerkzaamheden niet zijn voltooid moeten alle opmetingen, ontgravingen, opbrekingen en onderzoeken worden verricht, welke het bouwtoezicht in het kader van de controle op de naleving van de bouwverordening en het Bouwbesluit 2012 dan wel het Besluit bouwwerken leefomgeving nodig acht.

Gereedmelding van (onderdelen van) de bouwwerkzaamheden.

1.1.4 a) Van het gereedkomen van putten en van grond- en huisaansluitleidingen van de

riolering, en van leidingdoorvoeren en mantelbuizen door wanden en vloeren beneden straatpeil moet het bouwtoezicht onmiddellijk na die voltooiing in kennis worden gesteld;

b)  Onderdelen van het bouwwerk, waarop lid a betrekking heeft, mogen niet zonder

toestemming van het bouwtoezicht aan het oog worden onttrokken gedurende twee dagen na het tijdstip van de kennisgeving;

c)  Het bepaalde in lid b) is van overeenkomstige toepassing op die onderdelen van het

bouwwerk, waarvoor in de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften een

plicht tot kennisgeving van voltooiing is bepaald;

d)  Uiterlijk op de dag van beëindiging van de werkzaamheden, waarop de omgevingsvergunning betrekking heeft, wordt het einde van die werkzaamheden bij het bouwtoezicht gemeld.

De hiervoor bedoelde kennisgevingen moeten schriftelijk worden gericht aan de FUMO, J.W. de Visserwei 10, 9001 ZE te Grou of info@fumo.nl.

Verbod tot ingebruikneming.

1.1.5 Na de bouw van een bouwwerk, waarvoor omgevingsvergunning is verleend, is het verboden dit bouwwerk in gebruik te geven of te nemen indien één van de volgende omstandigheden zich voordoet:

a)  het bouwwerk is niet gereed gemeld bij het bouwtoezicht;

b)  er is niet gebouwd overeenkomstig de omgevingsvergunning.

2. OVERWEGINGEN

2.1. Procedurele aspecten

Op 20 december 2023 is een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) ontvangen. Het betreft een verzoek van FrieslandCampina Nederland B.V.

Er wordt vergunning gevraagd voor de volgende in de Wabo omschreven activiteiten:

  • Het bouwen van een bouwwerk (artikel 2.1, lid 1, onder a);

  • Het milieuneutraal veranderen van de inrichting of van de werking van de inrichting (artikel 2.1, eerste lid, onder e, onder 2° en artikel 2.14, vijfde lid, juncto artikel 3.10, derde lid).

2.2. Bevoegd gezag

Wij zijn bevoegd gezag voor de inrichting. Dit volgt uit artikel 2.4, tweede lid van de Wabo juncto artikel 3.3, eerste lid van het Bor, op grond van de activiteiten van de inrichting, genoemd in Bijlage I, onderdeel C, categorie 9.3, onder a, van het Bor. 

2.3. Beoordeling van de aanvraag

Na ontvangst van de aanvraag hebben wij deze getoetst op volledigheid. In verband met het ontbreken van een aantal gegevens hebben wij de aanvrager op 1 februari 2024 in de gelegenheid gesteld om tot acht weken na de hiervoor genoemde datum de aanvraag aan te vullen. Op 7 februari 2024 hebben wij het verzoek om aanvullende gegevens aangevuld met benodigde informatie voor de Wet natuurbescherming. Wij hebben de aanvullende gegevens ontvangen op 22 maart 2024. Na ontvangst van de aanvullende gegevens hebben wij de aanvraag opnieuw getoetst op volledigheid. Wij zijn van oordeel dat de aanvraag met de aanvullende gegevens voldoende informatie bevat voor een goede beoordeling van de gevolgen van de activiteit op de fysieke leefomgeving. De aanvraag is dan ook in behandeling genomen. De termijn voor het nemen van het besluit is met zeven weken en één dag opgeschort tot de dag waarop de aanvraag is aangevuld.

2.4. Procedure

Deze beschikking is voorbereid met de reguliere voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.2 van de Wabo. Gelet hierop hebben wij overeenkomstig artikelen 3.8 Wabo en 12 Bekendmakingswet de aanvraag digitaal gepubliceerd op internet, www.officiëlebekendmakingen.nl.

Wij hebben gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de beslistermijn van acht weken te verlengen met zes weken als bedoeld in artikel 3.9, tweede lid van de Wabo. Van deze verlenging is overeenkomstig artikel 12 Bekendmakingswet digitaal kennisgegeven op internet www.officielebekendmakingen.nl.

Het bouwplan is in overeenstemming met de regels van het vigerende bestemmingsplan. Ook is er op de locatie van het bouwplan op 7 december 2023 een ontwerp van het nieuwe bestemmingsplan ter inzage gelegd. Op grond van artikel 3.3, eerste lid, onder b van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) dient de aanvraag aangehouden te worden. Het bouwplan is echter in overeenstemming met de regels van het nieuwe ontwerpbestemmingsplan. Op grond van artikel 3.3, derde lid van de Wabo kan de aanhouding worden doorbroken.

2.4.1. Omgevingswet

Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht geworden. Deze wet heeft onder andere de Wabo vervangen, inclusief alle onderliggende wetten en besluiten. De aanvraag is ingediend voor

1 januari 2024. Dit betekent dat de aanvraag behandeld moet worden conform het “oude” recht (Invoeringswet Omgevingswet, artikel 4.3). We hebben deze aanvraag dan ook conform de Wabo behandeld. Onderdelen van de aanvraag die moeten worden beschouwd als een melding Activiteitenbesluit hebben wij eveneens conform het “oude” recht afgehandeld.

Op het moment dat deze vergunning onherroepelijk wordt, wordt deze op grond van artikel 4.13 van de Invoeringswet Omgevingswet van rechtswege omgezet in een omgevingsvergunning op grond van de Omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving.

2.5. Adviezen

In de Wabo en het Bor worden bestuursorganen vanwege hun specifieke deskundigheid of betrokkenheid aangewezen als adviseur. Gelet op het bepaalde in artikel 2.26 van de Wabo, alsmede de artikelen 6.1 tot en met 6.5 van het Bor, hebben wij de aanvraag ter advies gezonden aan de gemeente Súdwest-Frysân en Brandweer Fryslân.

Het advies van de gemeente Súdwest-Fryslân hebben wij per mail op 9 april 2024 ontvangen en gaat over de onderdelen ‘Bouwen van een bouwwerk’. Dit wordt behandeld bij de inhoudelijke overwegingen.

Over het onderdeel ‘Milieuneutraal veranderen van de inrichting’ heeft de gemeente geen aanleiding gezien om advies uit te brengen.

Brandweer Fryslân heeft per brief van 29 januari 2024, kenmerk UIT/31836 Z/24/00013527, advies uitgebracht over het bouwdeel van de aanvraag. Dit advies wordt behandeld in de inhoudelijke overwegingen.

2.6. Wet natuurbescherming

In de Wet natuurbescherming (Wnb) is opgenomen dat deze wet aanhaakt bij de Wabo wanneer:

  • 1.

    een activiteit plaatsvindt in of om een Natura 2000-gebied en deze activiteit de kwaliteit van de habitats en de habitats van soorten verslechtert (handelingen met gevolgen voor beschermde natuurgebieden), en/of;

  • 2.

    een activiteit plaatsvindt waarbij in onvoldoende mate sprake is van het beschermen van inheemse plant- en diersoorten en het bewaken van de biodiversiteit tegen invasieve uitheemse plant- en diersoorten (handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten).

De aanvrager van de omgevingsvergunning is zelf verantwoordelijk om vooraf na te gaan of een activiteit invloed heeft op Natura 2000-gebieden en/of beschermde flora en fauna.

Bij de aanvraag is een onderzoek naar de stikstofdepositie gevoegd, ‘Stikstofdepositie-onderzoek project Highwhey – FrieslandCampina Workum’ van 22 februari 2024, kenmerk R003-1292811PJO-V02-nnc-NL, opgesteld door TAUW b.v.

Dit onderzoek is opgesteld voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase. Uit dit onderzoek blijkt dat door de wijzigingen in de uitstoot van stikstof er geen significante negatieve effecten zijn te verwachten op (naderend) stikstofoverbelaste hexagonen van een Natura 2000-gebied.

Dit betekent dat de Wnb niet aanhaakt bij deze Wabo-procedure.

3. OVERWEGINGEN BOUWEN

3.1. Bouwen van een bouwwerk

3.1.1. Inleiding

De aanvraag omgevingsvergunning voor het (ver)bouwen van een bouwwerk (als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a van de Wabo) kan alleen worden verleend als deze voldoet aan de in artikel 2.10, eerste lid van de Wabo gestelde toetsingscriteria.

Een toetsing aan deze criteria heeft plaatsgevonden.

3.1.2. Welstand

De gegevens en bescheiden behorende bij de aanvraag omgevingsvergunning zijn getoetst aan de door de gemeenteraad vastgestelde criteria zoals gesteld in de gemeentelijke welstandsnota.

De aanvraag is op 25 maart 2024 beoordeeld door de onafhankelijke welstandscommissie Hûs en Hiem Welstandsadvisering en Monumentenzorg (verder: de commissie). De commissie is van mening dat de aanvraag voldoet aan redelijke eisen van welstand (kenmerk: 24030369/CLZ0004869).

Wij nemen het advies van de commissie over. De aanvraag voldoet aan redelijke eisen van welstand.

3.1.3. Bouwbesluit 2012

Over de ingediende stukken is op hoofdlijn voldoende aannemelijk gemaakt dat voldaan gaat worden aan de voorschriften van het Bouwbesluit 2012. De uitgewerkte constructieve tekeningen en detail berekeningen ontbreken nog. Definitieve constructieve berekeningen en tekeningen (dienen uiterlijk 3 weken voor aanvang van de bouwwerkzaamheden ter goedkeuring aan de FUMO te worden voorgelegd. Met de werkzaamheden mag pas na goedkeuring worden gestart.

Op grond van de overige ingediende stukken bij deze aanvraag is voldoende aannemelijk gemaakt dat wordt voldaan aan de voorschriften van het Bouwbesluit 2012.

3.1.4. Bouwverordenin g

De gegevens en bescheiden behorende bij de aanvraag omgevingsvergunning zijn getoetst aan de voorschriften van de gemeentelijke Bouwverordening. De aanvraag voldoet aan de voorschriften van de gemeentelijke bouwverordening.

3.1.5. Bestemmingsplan

Het kadastrale perceel Gemeente Workum, sectie G, nummer 40 plaatselijk bekend Spoardyk 21 te Workum is gelegen in een gebied waarvoor het bestemmingsplan ‘Workum- Bedrijventerrein Horsa en Burevaart’ is vastgesteld. In dit bestemmingsplan hebben de gronden de enkelbestemming ‘Bedrijf’ met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – zuivelfabriek‘ (artikel 3 van de regels). Verder is op 7 december 2023 het ontwerp-bestemmingsplan ‘Workum Oer de Dolte en Bedrijventerreinen’ ter inzage gelegd. In dit ontwerp-bestemmingsplan hebben de gronden de enkelbestemming ‘Bedrijventerrein’ met de functieaanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 4.1’ en ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – zuivelfabriek’ met de gebiedsaanduiding ‘geluidzone – industrie’ en de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’.

Op basis van artikel 3, lid A, sub 1, onder d van het bestemmingsplan ‘Workum- Bedrijventerrein Horsa en Burevaart’ zijn de voor ‘Bedrijfsdoeleinden‘ aangewezen gronden bestemd voor gebouwen ten behoeve van een zuivelfabriek, zijnde een bedrijf, genoemd in bijlage 1 onder de categorie 4.2, ter plaatse van de aanduiding “zuivelfabriek toegestaan”.

Het bouwplan is in overeenstemming met de regels van het vigerende bestemmingsplan. Op grond van artikel 3.3, eerste lid, onder b van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) dient de aanvraag aangehouden te worden.

Op basis van artikel 7, lid 7.1, sub i zijn in het ontwerpbestemmingsplan ‘Workum Oer de Dolte en Bedrijventerreinen’ de voor ‘Bedrijventerrein’ aangewezen gronden bestemd voor een zuivelfabriek, met bedrijfsactiviteiten tot en met categorie 4.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten (bijlage 2), uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein - zuivelfabriek’.

Het bouwplan is in overeenstemming met de regels van het ontwerpbestemmingsplan. Op grond van artikel 3.3, derde lid van de Wabo kan de aanhouding worden doorbroken en de vergunning worden verleend.

4. OVERWEGINGEN MILIEU

4.1. Vergunningplicht

De activiteiten van de inrichting zijn genoemd in Bijlage I, onderdeel C van het Bor. De volgende categorieën zijn van toepassing:

Categorie

Omschrijving

1.1, onder a en c

Inrichtingen waar:

a. een of meer elektromotoren aanwezig zijn met een vermogen of een gezamenlijk vermogen groter dan 1,5 kW, met dien verstande, dat bij de berekening van het gezamenlijk vermogen een elektromotor met een vermogen van 0,25 kW of minder buiten beschouwing blijft;

c. een of meer voorzieningen of installaties aanwezig zijn voor het verstoken van brandstoffen met een thermisch vermogen of een gezamenlijk vermogen groter dan 130 kW.

2.1, onder a

Inrichtingen voor het vervaardigen, bewerken, verwerken, opslaan of overslaan van gassen of gasmengsels, al of niet in samengeperste tot vloeistof verdichte of onder druk in vloeistof opgeloste toestand.

4.1, onder a

Inrichtingen voor het vervaardigen, bewerken, verwerken, opslaan of overslaan van de volgende stoffen, preparaten of producten:

a. stoffen en preparaten die zijn ingedeeld krachtens het Besluit verpakking en aanduiding milieugevaarlijke stoffen en preparaten in een categorie als bedoeld in artikel 9.2.3.1, tweede lid, van de Wet milieubeheer.

4.4, onder c

Als categorieën vergunningplichtige inrichtingen als bedoeld in artikel 2.1, tweede lid, van dit besluit, worden inrichtingen aangewezen voor de opslag van polyesterhars en stoffen van ADR-klasse 5.1 of klasse 8, verpakkingsgroepen II en III, zonder bijkomend gevaar, in bovengrondse opslagtanks met een inhoud van meer dan 10 m3.

5.1

Inrichtingen voor het vervaardigen, bewerken, verwerken, opslaan of overslaan van zeer licht ontvlambare, licht ontvlambare, ontvlambare of brandbare vloeistoffen.

6.1

Inrichtingen voor het vervaardigen, bewerken, verwerken, opslaan of overslaan van harsen, dierlijke of plantaardige oliën of vetten.

9.1, onder d

Inrichtingen voor het vervaardigen, bewerken of verwerken van voedingsmiddelen, genotmiddelen of grondstoffen daarvoor.

9.3, onder a, b en c

Gedeputeerde Staten zijn bevoegd te beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning ten aanzien van inrichtingen, behorende tot deze categorie, voor zover het betreft inrichtingen voor:

a.het vervaardigen van melkpoeder, weipoeder of andere gedroogde zuivelproducten met een capaciteit ten aanzien daarvan van 1.500 kg per uur of meer;

b. het vervaardigen van consumptiemelk, consumptiemelkproducten of geëvaporiseerde melk of melkproducten met een melkverwerkingscapaciteit ten aanzien daarvan van 55.000.000 kg per jaar of meer;

c..het concentreren van melk of melkproducten door middel van indamping met een waterverdampingscapaciteit ten aanzien daarvan van 20.000 kg per uur of meer.

Op grond van categorie 4.4, onder c is sprake van een vergunningplichtige activiteit.

Daarnaast valt het bedrijf onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) vanwege de ammoniakkoelinstallaties (artikel 2, lid 1, onder g van het Bevi). Op basis van het Bor, bijlage I, onderdeel B, onder 1, onder a, is sprake van een vergunningplichtig bedrijf.

Door de aangescherpte CLP-classificatie (Classification, Labelling and Packaging) is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) nu ook op basis van de opslag van salpeterzuur van toepassing. Salpeterzuur (60%) is volgens de CLP-Verordening een acuut toxische vloeistof. Op grond van artikel 1b, sub f, van de Richtlijn externe veiligheid inrichtingen (Revi) valt een inrichting waar een vergiftige stof (niet zijnde benzine of methanol), in een insluitsysteem aanwezig is met een inhoud van meer dan 1.000 liter, onder het Bevi. Ook op basis van het Bor, bijlage I, onderdeel B, onder 1, onder a, is sprake van een vergunningplichtig bedrijf.

Het betreft een inrichting waartoe een IPPC-installatie behoort genoemd in Bijlage I, categorie 6.4.c van de Richtlijn industriële emissies (Rie). Deze categorie betreft de bewerking en verwerking van uitsluitend melk, met een hoeveelheid ontvangen melk van meer dan 2.000 ton per dag (gemiddelde waarde op jaarbasis). Om die reden is op grond van artikel 2.1, tweede lid van het Bor tevens sprake van een vergunningplichtige inrichting.

4.2. Projectbeschrijving

Het project waarvoor vergunning wordt gevraagd is als volgt te omschrijven:

Binnen de inrichting is het de wens om vanuit duurzaamheidsdoelstellingen de CO2-emissie te reduceren en het aardgasverbruik te verminderen. In de poederfabriek is hiervoor de mogelijkheid om elektriciteit te gebruiken in plaats van aardgas. Bij het indampen in de poederfabriek wordt water verwijderd door de wei aan de kook te brengen bij lage druk. Water verdampt hierbij, waardoor de wei geconcentreerder wordt. Oftewel het droge stofgehalte neemt toe. De energie die nodig is voor het aan de kook brengen van het water in de wei wordt geleverd door stoom. Deze stoom wordt gemaakt door het verbranden van aardgas.

Door de wei aan het begin van het proces meer te ontwateren, is er minder indampcapaciteit nodig. Hiervoor zal omgekeerde osmose ingezet worden. Momenteel vindt dit ook al plaats binnen de inrichting. Door het uitvoeren van een aantal aanpassingen en het plaatsen van aanvullende installaties, kan de wei verder ontwaterd worden alvorens het indampen plaatsvindt. Dit brengt het totale aardgasverbruik van de inrichting omlaag.

Daarnaast wordt er een derde ultrafiltratie unit geplaatst om meer poeder met een hoog eiwitgehalte te kunnen produceren.

Om deze wijzigingen mogelijk te maken wordt er een nieuw gebouwdeel aan de bestaande bebouwing van de poederfabriek gebouwd.

Naast de aanpassing van de weiverwerking wordt er ook een lecithinedoseerinstallatie geïnstalleerd. De lecithine wordt gebruikt om het poedervormige eindproduct goed oplosbaar te maken. Hiertoe wordt de lecithine op het geproduceerde poeder gesproeid in de laatste koelstap van het poeder.

Naast het bovengenoemde wordt een correctie van de vergunde productiecapaciteit gevraagd. Op basis van de vigerende vergunning is een productiecapaciteit van 140.000 ton kaas vergund. Daarbij hoort een verwerkingscapaciteit van 1.400.000 ton melk. Ten tijde van de aanvraag voor de revisievergunning is beperkt rekening gehouden met het effect van de productiecapaciteitsuitbreiding (120 naar 140 kton kaas) op de productie van de poederfabriek. Zo is er in de aanvraag uitgegaan van 50.000 (ds) ton wei per jaar. Bij de vergunde kaasproductie en melkverwerkingscapaciteit hoort echter een weiproductiecapaciteit van 60.000 ton (ds) per jaar. Er wordt daarom een weiproductiecapaciteit van 60.000 ton (ds) per jaar aangevraagd. De poederproductiecapaciteit is wel toereikend.

Voor de weicapaciteit van 60.000 ton (ds) per jaar zijn geen aanpassingen nodig ten opzichte van de vergunde situatie qua vervoer, verbruik, emissies of installaties, omdat hier ten tijde van de procedure voor de revisievergunning al rekening mee gehouden is.

Een uitgebreide projectomschrijving is opgenomen in de aanvraag om vergunning.

4.3. Huidige vergunningsituatie

Voor de inrichting zijn eerder de onderstaande vergunningen verleend:

Soort

Datum

Kenmerk

Onderwerp

Revisievergunning Wabo

14 juli 2023

2022-FUMO-0066930

Uitbreiding van de productiecapaciteit, verplaatsen chemieopslag in tanks, vervanging van een condensor, een wijziging in de ammoniakkoelinstallatie en het tijdelijk plaatsen (tot 26 februari 2024) van keten t.b.v. kantoren

Veranderings-vergunning Wabo

17 april 2024

2023-FUMO-0082999

Verlenging voor het gebruik van keten ten behoeve van kantoren

Besluit m.e.r.-beoordeling

15 april 2024

2024-FUMO-0084711

M.e.r.-beoordelingsbesluit wijzigen weiverwerking

De milieuvoorschriften van de onderliggende omgevingsvergunning zijn van overeenkomstige toepassing op de aangevraagde verandering, tenzij de aard van de vergunning en/of de aard van de verandering zich daartegen verzetten.

4.4. Activiteitenbesluit/Besluit Activiteiten Leefomgeving 

4.4.1. Activiteitenbesluit

In het Activiteitenbesluit milieubeheer (hierna: Activiteitenbesluit) zijn voor een groot aantal activiteiten, die binnen inrichtingen plaats kunnen vinden, rechtstreeks werkende, algemene regels opgenomen.

De inrichting waarvoor vergunning is aangevraagd, is aangemerkt als een inrichting waarvoor vergunningplicht (type C inrichting) geldt.

De nu aangevraagde verandering betreft o.a. de bouw van gebouwen. Dit maakt dat er een wijziging is in het lozen van hemelwater dat niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening. Deze activiteit valt onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit.

De verandering dient te voldoen aan de volgende paragraaf uit het Activiteitenbesluit en de daarbij behorende Activiteitenregeling:

  • Paragraaf 3.1.3 Lozen van hemelwater, dat niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening.

Voor het overige is per hoofdstuk of afdeling aangegeven of deze op een type C inrichting van toepassing is. Dit betekent dat ook hoofdstuk 1, afdeling 2.1 tot en met 2.4, 2.10 en 2.11 van hoofdstuk 2 en de overgangsbepalingen uit hoofdstuk 6 van het Activiteitenbesluit van toepassing kunnen zijn.

Gelet op artikel 1.10 van het Activiteitenbesluit dient voor deze activiteiten een melding te worden ingediend. De informatie uit de aanvraag beschouwen wij als deze melding.

4.4.2. Besluit Activiteiten Leefomgeving

Het Activiteitenbesluit is per 1 januari 2024 vervallen. Per 1 januari 2024 zijn deze regels opgegaan in het Besluit Activiteiten Leefomgeving (hierna: Bal) en/of het Besluit Kwaliteit Leefomgeving. Op het moment dat deze vergunning onherroepelijk wordt, wordt deze op grond van artikel 4.13 van de Invoeringswet Omgevingswet van rechtswege omgezet in een omgevingsvergunning op grond van de Omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving. Daarover kunnen wij alvast het volgende vermelden:

Op de aangevraagde wijziging zijn de volgende artikelen uit het Bal van toepassing uit paragraaf 3.4.8:

  • -

    Artikel 3.128 (aanwijzing):

    • o

      Lid 1, onder a: Als milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 2.1 worden aangewezen het exploiteren van een ippc-installatie voor het bewerken en verwerken van dierlijke of plantaardige grondstoffen voor het maken van levensmiddelen of het bewerken en verwerken van alleen melk, bedoeld in categorie 6.4 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies;

    • o

      Lid 2: De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, functioneel ondersteunen;

  • -

    Artikel 3.129 (vergunningplicht), lid 1: Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.128, voor zover het gaat om het exploiteren van een ippc-installatie voor het slachten van dieren, het bewerken en verwerken van dierlijke of plantaardige grondstoffen voor het maken van levensmiddelen of voeder of het bewerken en verwerken van alleen melk, bedoeld in categorie 6.4 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies;  

  • -

    Artikel 3.1.32 (algemene regels):

    • o

      Lid 1 Bij het verrichten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3.128, en lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij worden verricht, wordt voldaan aan de regels over:

      • f. het opslaan van goederen, bedoeld in paragraaf 4.104;

    • o

      Lid 3 Ook wordt voldaan aan de regels over:

      • c. verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1.

De algemene regels van het Bal zijn niet van toepassing op de gevraagde wijzigingen..

Voor het afvoeren van hemelwater dat niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening, zijn in de Omgevingswet geen regels vastgelegd. Deze zijn wel vastgelegd in het ‘Omgevingsplan gemeente Súdwest-Fryslân’. In paragraaf 22.3.8.2 ‘Lozen van afvloeiend hemelwater dat niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening’ zijn regels opgenomen.

4.5. Toetsingskader milieu

4.5.1. Inleiding

De aanvraag heeft betrekking op een milieuneutrale verandering van de inrichting of van de werking van de inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel e, onder 2° van de Wabo. De Wabo bepaalt in artikel 2.14, vijfde lid dat in afwijking van het eerste tot en met vierde lid de vergunning wordt verleend, wanneer wordt voldaan aan artikel 3.10, derde lid van de Wabo. Dat betekent dat een vergunning wordt verleend met de reguliere procedure, wanneer er sprake is van een verandering van de inrichting of van de werking van de inrichting die niet leidt

  • 1.

    tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu dan volgens de geldende vergunning is toegestaan;

  • 2.

    tot een verplichting tot het maken van een milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer;

  • 3.

    tot een andere inrichting dan waarvoor eerder een omgevingsvergunning is verleend.

De aanvraag is getoetst aan deze criteria en wij komen tot de volgende afweging.

4.5.2. Toetsing gevolgen voor milieu

Naar aanleiding van de ingediende aanvraag en de daarbij overgelegde gegevens concluderen wij dat de aangevraagde verandering aan bovenstaande voorwaarden voldoet, om de volgende redenen:

  • -

    Geluid: uit het bij de aanvraag gevoegde akoestisch onderzoek blijkt dat de gevraagde wijzigingen geen invloed hebben op het vergunde langtijdgemiddeld beoordelingsniveau of het maximale geluidniveau;

  • -

    Afvalwater: door het gebruik van omgekeerde osmose komt er meer permeaat vrij. In de huidige situatie verdampt dit water in het indampingsproces naar de buitenlucht. Dit extra vrijkomende permeaat wordt grotendeels afgevoerd naar het oppervlaktewater. Het deel dat niet voldoet aan de lozingseisen en daarmee niet geloosd mag worden op het oppervlaktewater, wordt per as afgevoerd. Deze geringe toename veroorzaakt geen andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu dan vergund.

  • -

    Dit geldt ook voor het gebruik van lecithine. Deze stof is volgens de Algemene BeoordelingsMethodiek 2016 geclassificeerd als B4. Deze stof is daarmee weinig schadelijk voor in water levende organismen. Door deze classificatie en het gebruik van lecithine is er geen sprake van andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu zijn dan vergund;

  • -

    Bodem: de bestaande bodembedreigende activiteiten worden uitgebreid. Deze activiteiten, vergund in de revisievergunning van 14 juli 2023, voldoen aan de NRB 2012. In de projecttoelichting behorend bij de aanvraag is aangegeven dat de nieuwe/uitbreiding van de bodembedreigende activiteiten zullen voldoen aan de bodemrisicoanalyse behorend bij de aanvraag van de revisievergunning. Daarmee wordt voldaan aan een verwaarloosbaar bodemrisico;

  • -

    Lucht: met de wijzigingen wordt het gebruik van aardgas verminderd. Wel neemt het aantal vrachtwagenbewegingen iets toe. Deze toename in vervoersbewegingen is dusdanig klein, dat dit niet leidt tot andere gevolgen dan vergund;

  • -

    Energie: het energieverbruik verschuift deels van aardgas naar elektriciteit. Deze vormen van energieverbruik zijn moeilijk te vergelijken. Omdat de overheid het gebruik van aardgas wil verminderen, is deze verandering gewenst. Daarnaast wordt door het reduceren van het watergehalte aan het begin van een proces, uiteindelijk in de rest van het productieproces minder water verwerkt en hoeft er ook minder verpompt te worden. Hierdoor is geen sprake van andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu dan vergund.

De aanvrager heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat er voor de overige milieuaspecten geen toename zal zijn van de milieubelasting.

De verandering leidt niet tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu.

Tevens is er geen reden om milieuvoorschriften aan deze milieuneutrale verandering te verbinden, aangezien aan de voorschriften in de onderliggende vergunning moet en kan worden voldaan.

4.5.3. Toetsing andere inrichting

Op basis van de in de aanvraag opgenomen beschrijving van de verandering is het aannemelijk, dat de verandering niet leidt tot een andere inrichting dan waarvoor eerder een vergunning is verleend.

4.5.4. Toetsing milieueffectrapport

De activiteit is genoemd in de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) in onderdeel D, categorie 36, ‘de oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie van een zuivelfabriek, in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een productiecapaciteit van 30.000 ton per jaar of meer’. De productiecapaciteit wordt niet verhoogd. De drempelwaarde wordt daarom niet overschreden. Omdat de te wijzigen installaties onderdeel uitmaken van de installatie van een zuivelfabriek, valt de wijziging onder categorie 36 van onderdeel D van het Besluit m.e.r.

Op grond van artikel 2, vijfde lid, onder b, Besluit m.e.r. moet het bevoegd gezag, voor alle activiteiten die beneden de m.e.r.-beoordelingsdrempel liggen, formeel bepalen of de voorgenomen activiteit daadwerkelijk geen belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Dit dient gelet op artikel 7.17, derde lid Wm te gebeuren op grond van de criteria genoemd in bijlage III bij de EU-richtlijn milieueffectbeoordeling (2011/92/EU en 2014/52/EU).

Op grond van de Wet milieubeheer (Wm) heeft de aanvrager de voorgenomen activiteit op 20 december 2023 bij ons aangemeld door middel van een aanmeldnotitie (Wm, artikel 7.16). Deze aanmeldnotitie is tezamen met de aanvraag voor de omgevingsvergunning ingediend.

Wij hebben op 15 april 2024 het besluit met kenmerk 2024-FUMO-0084711 genomen dat voor deze voorgenomen activiteit geen milieueffectrapport opgesteld hoeft te worden.

4.5.5. Conclusie

Vanuit het toetsingskader dat betrekking heeft op het milieuneutraal veranderen van de inrichting wordt de gevraagde vergunning verleend. Er zijn geen redenen om de omgevingsvergunning te weigeren.

Naar boven