Toestemming voor het realiseren van productie- en verpakkingsfaciliteiten voor BIB (Bag-in-Box) verpakte zuivelproducten aan Pieter Stuyvesantweg 1 te Leeuwarden

Onderwerp

Op 21 juni 2023 is een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) van FrieslandCampina Nederland B.V. (verder FCNL). De aanvraag heeft betrekking op het realiseren van productie- en verpakkingsfaciliteiten voor BIB (Bag-in-Box) verpakte zuivelproducten. Dit project bestaat uit het realiseren en gebruiken van productie- en verpakkingsfaciliteiten in reeds bestaande bouwwerken op de locatie Pieter Stuyvesantweg 1 te Leeuwarden. De aanvraag is geregistreerd onder nummer OLO-nummer 7703449.

Besluit

Wij besluiten, gezien de overwegingen die zijn opgenomen in deze vergunning en gelet op de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de daarop betrekking hebbende uitvoeringsbesluiten en -regelingen en de Invoeringswet Omgevingswet:

  • aan FrieslandCampina Nederland B.V. een omgevingsvergunning op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder a van de Wabo, (het bouwen van een bouwwerk) te verlenen;

  • aan FrieslandCampina Nederland B.V. een omgevingsvergunning op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder e, onder 2° (het veranderen of veranderen van de werking van een inrichting) en artikel 2.14, vijfde lid, juncto artikel 3.10, derde lid (milieuneutrale wijziging) te verlenen;

  • dat de volgende stukken deel uitmaken van de vergunning:

    • Aanvraagformulier (publiceerbaar) d.d. 21-06-2023;

    • RAP - Akoestisch onderzoek Ice and Shake d.d. 22-02-2023;

    • RAP - Constructie advies Goudbandstraat d.d. 28-08-2023;

    • RAP - Funderingsadvies X Box project d.d. 31-01-2023;

    • RAP - Milieuneutrale melding ongedateerd;

    • RAP - Ontwerpdocument Brandveiligheid d.d. 09-11-2023;

    • RAP - Verkennend bodemonderzoek d.d. 04-05-2023;

    • RAP 1142107-D02-B - Constructieve uitgangspunten Koeltoren

    • en robot d.d. 05-05-2023;

    • RAP P9186465 - VGM ontwerp X-Box d.d. 26-10-2022;

    • RAP T56801 - Constructief advies Palletizer d.d. 22-02-2023;

    • TEK - Future Layout - Overzicht indeling I&S d.d. 06-04-2023;

    • TEK - Koelcel Overzicht d.d. 11-04-2023;

    • TEK 330100-300-0 - Opstellingstekekening lijnindeling ongedateerd;

    • TEK 1142107 - Koelcel Gebouw 5 d.d. 22-02-2023;

    • TEK 1373501 - Fundatie en begane grondvloer koelcel –

    • Gebouw 5 d.d. 22-02-2023;

    • TEK 1373502 - Fundatie en begane grondvloer Palletizer d.d. 22-02-2023;

    • TEK BP-01 - Koelcel - Breedplaatvloeren type A d.d. 25-04-2023;

    • TEK BP-02 - Koelcel - Breedplaatvloeren type B d.d. 25-04-2023;

    • TEK BP-03 - Koelcel - Breedplaatvloeren type C d.d. 02-05-2023;

    • TEK OB-01 - Koelcel - Prefab Opsluitbanden type A en B d.d. 02-05-2023;

    • TEK PB-01 - Koelcel- Prefab Betonbalk type A d.d. 03-05-2023;

    • TEK PB-02 - Koelcel- Prefab Betonbalk type B d.d. 03-05-2023;

    • TEK PB-03 - Koelcel- Prefab Betonbalk type C d.d. 03-05-2023;

    • TEK PB-04 - Koelcel - Prefab Betonbalk type D d.d. 03-05-2023.

Procedure

De Omgevingswet is met ingang van 1 januari 2024 in werking getreden. Deze beschikking is mede gelet op het overgangsrecht van artikel 4.3 van de Invoeringswet Omgevingswet voorbereid met toepassing van het oude voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet geldende recht en de reguliere voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.2 van de Wabo.

Namens Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân,

Hoogachtend,

S.G.C. Boender Afdelingshoofd Vergunningverlening en Specialistisch Advies

Kopie

College van Burgemeester en Wethouders

van de gemeente Leeuwarden

Postbus 21000

8900 JA Leeuwarden

Brandweer Fryslân

Postbus 612

8901 BK Leeuwarden

Wetterskip Fryslân

Postbus 36

8900 AA Leeuwarden

RECHTSBESCHERMINGSMIDDELEN

De bekendmaking van deze beschikking gebeurt door verzending van deze beschikking. De dag na de bekendmaking treedt de beschikking in werking. Binnen zes weken na de bekendmaking kunnen zowel u als belanghebbenden bezwaar maken bij het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân. Het indienen van een bezwaarschrift schorst de werking van de beschikking niet. Als u of belanghebbenden niet willen dat de beschikking in werking treedt tijdens de bezwaarprocedure, kan gelijktijdig of na het indienen van het bezwaarschrift een verzoek om voorlopige voorziening worden ingediend bij de Rechtbank Noord-Nederland.

1. VOORSCHRIFTEN 

1. BOUWEN

Brandveiligheid

1.1.1 Volgens de NEN 6060 bent u verplicht een toezichtarrangement aan te gaan en moet aanwezige vuurlast regelmatig gecontroleerd worden.

1.1.2 De sprinklerinstallatie wordt gebruikt om brandoverslag te voorkomen. Hierdoor wordt(/ worden delen van) de sprinklerinstallatie onderdeel van de omgevingsvergunning. De (betreffende delen van de) sprinklerinstallatie dienen gecertificeerd te worden. Tevens dient er een uitgangspuntendocument voor de sprinklerinstallatie ter goedkeuring bij het bevoegd gezag te worden ingediend.

1.1.3 De draairichting van de deuren staat niet bij alle deuren aangegeven. Dit dient aangepast te worden op de revisietekeningen welke in een later stadium aangeleverd mogen worden.

1.1.4 De ontvluchting vanuit de kantine dient verduidelijkt te worden op tekening of in de rapportage. Er mag niet worden gevlucht door de roldeur. Dit dient aangepast te worden op de revisietekeningen welke in een later stadium aangeleverd mogen worden.

1.1.5 De brandoverslagtracés moeten middels doorsnedetekeningen aan het bevoegd gezag worden voorgelegd.

Kennisgeving aanvang

1.1.6 Het bouwtoezicht dient ten minste twee dagen voor de aanvang van elk van de hierna te noemen onderdelen van het bouwproces in kennis te worden gesteld:

  • a)

    De aanvang van de werkzaamheden

  • b)

    De aanvang van eventuele grondverbeteringwerkzaamheden.

Het bouwtoezicht dient ten minste drie dagen van tevoren in kennis te worden gesteld van het storten van beton.

Opmetingen, ontgravingen, opbrekingen en onderzoekingen

1.1.7 Zolang de bouwwerkzaamheden niet zijn voltooid moeten alle opmetingen, ontgravingen, opbrekingen en onderzoeken worden verricht, welke het bouwtoezicht in het kader van de controle op de naleving van de bouwverordening en het Bouwbesluit 2012 en diens opvolger het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) nodig acht.

Gereedmelding van (onderdelen van) de bouwwerkzaamheden

1.1.8 Uiterlijk op de dag van beëindiging van de werkzaamheden, waarop de omgevingsvergunning betrekking heeft, wordt het einde van die werkzaamheden bij het bouwtoezicht gemeld.

De hiervoor bedoelde kennisgevingen moeten schriftelijk worden gericht aan de FUMO, J.W. de Visserwei 10, 9001 ZE te Grou of info@fumo.nl.

Verbod tot ingebruikneming

1.1.9 Na de bouw van een bouwwerk, waarvoor omgevingsvergunning is verleend, is het verboden dit bouwwerk in gebruik te geven of te nemen indien één van de volgende omstandigheden zich voordoet:

  • a)

    het bouwwerk is niet gereed gemeld bij het bouwtoezicht;

  • b)

    er is niet gebouwd overeenkomstig de omgevingsvergunning.

OVERWEGINGEN

PROCEDURELE ASPECTEN

Gegevens aanvraag

Op 21 juni 2023 is een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) van FrieslandCampina Nederland B.V. (verder FCNL). De aanvraag heeft betrekking op het realiseren van productie- en verpakkingsfaciliteiten voor BIB (Bag-in-Box) verpakte zuivelproducten. Dit project bestaat uit het realiseren en gebruiken van productie- en verpakkingsfaciliteiten in reeds bestaande bouwwerken op de locatie Pieter Stuyvesantweg 1 te Leeuwarden. De aanvraag is geregistreerd onder nummer OLO-nummer 7703449.

Er wordt vergunning gevraagd voor de volgende in de Wabo omschreven activiteiten:

  • Bouwen (artikel 2.1, lid 1, sub a van de Wabo);

  • Veranderen van een inrichting (milieu) (artikel 2.1, lid 1, sub e jo 3.10, lid 3 en 2.14, lid 5 van de Wabo).

Bevoegd gezag 

De activiteiten van de inrichting vallen onder de volgende in Bijlage I, onderdeel C van het Besluit omgevingsrecht (Bor) genoemde categorieën:

  • categorie 1, onderdelen 1.3, onder b (voor het verstoken van brandstoffen met een thermisch vermogen van 50 MW of meer) en 1.4, sub c (aanwezigheid van elektromotoren met een totaal geïnstalleerd vermogen van meer dan 15 MW);

  • categorie 9, onderdeel 9.3, onder a (voor het vervaardigen van melkpoeder, weipoeder of andere gedroogde zuivelproducten met een capaciteit ten aanzien daarvan van 1,5 ton per uur of meer);

  • categorie 9, onderdeel 9.3, onder b (het vervaardigen van consumptiemelk, consumptiemelkproducten of geëvaporiseerde melk of melkproducten met een melkverwerkingscapaciteit ten aanzien daarvan van 55.000.000 kg per jaar of meer);

  • categorie 9, onderdeel 9.3, onder c (het concentreren van melk of melkproducten door middel van indamping met een waterverdampingscapaciteit ten aanzien daarvan van 20.000 kg per uur of meer);

  • categorie 12, onderdeel 12.1 (voor het vervaardigen, bewerken, verwerken, opslaan of overslaan van metalen, metalen voorwerpen of schroot dan wel behandelen van de oppervlakte van metalen of metalen voorwerpen).

De activiteiten van de inrichting vallen onder één of meerdere categorieën van bijlage I, onderdeel C van het Bor waarvoor geldt dat deze vergunningplichtig zijn en dat Gedeputeerde Staten bevoegd gezag kunnen zijn. Aangezien de inrichting bovendien een inrichting is waartoe een IPPC-installatie behoort (bijlage I, categorie 6.4.c van de Richtlijn industriële emissies (Rie)), is gelet op artikel 2.1, lid 2 van het Bor sprake van een vergunningplichtige inrichting en zijn wij op grond van artikel 2.4 van de Wabo in samenhang met artikel 3.3 en bijlage I, onderdeel C van het Bor bevoegd om te beslissen op de aanvraag. Wij zijn er procedureel en inhoudelijk voor verantwoordelijk dat in ons besluit alle aspecten met betrekking tot de fysieke leefomgeving aan de orde komen.

Beoordeling van de aanvraag

Na ontvangst van de aanvraag hebben wij deze getoetst op volledigheid. Aanvankelijk was de aanvraag niet volledig. Daarom hebben wij op 28 juli 2023 een verzoek om aanvullende gegevens verstuurd. Daarnaast hebben wij aanvullingen gevraagd naar aanleiding van een negatief advies van Brandweer Fryslân van 15 augustus 2023. Uiteindelijk was de aanvraag op 9 november 2023 compleet en hebben wij op 27 januari 2024 een positief advies van de veiligheidsregio ontvangen. Wij zijn van oordeel dat de aanvraag met de aanvullende gegevens voldoende informatie bevat voor een goede beoordeling van de gevolgen van de activiteit op de fysieke leefomgeving. De aanvraag is dan ook in behandeling genomen.

Procedure

De Omgevingswet is met ingang van 1 januari 2024 in werking getreden. Deze beschikking is mede gelet op het overgangsrecht van artikel 4.3 van de Invoeringswet Omgevingswet voorbereid met het oude recht en met de reguliere voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.2 van de Wabo. Gelet hierop hebben wij op 14 juli 2023 overeenkomstig artikel 3.8 van de Wabo van de aanvraag kennis gegeven.

Adviezen

In de Wabo en het Bor worden bestuursorganen vanwege hun specifieke deskundigheid of betrokkenheid aangewezen als adviseur. Gelet op het bepaalde in artikel 2.26 van de Wabo, alsmede de artikelen 6.1 tot en met 6.5 van het Bor, hebben wij de aanvraag ter advies gezonden aan Brandweer Fryslân.

Van Brandweer Fryslân hebben wij op 15 augustus 2023, zoals hierboven gezegd, een advies ontvangen over het onderdeel bouwen. Naar aanleiding van dit advies is de vergunningaanvraag aangepast. Naar aanleiding van deze aanpassing hebben wij van Brandweer Fryslân op 27 januari 2024 een nieuw advies ontvangen. Dit advies hebben wij overgenomen in dit besluit. Bij de inhoudelijke overwegingen gaan wij op dit advies in.

Wet natuurbescherming

In de Wet natuurbescherming (Wnb) is opgenomen dat een vergunning in het kader van deze wet nodig is wanneer als gevolg van het realiseren van een project, of het verrichten van handelingen, nadelige effecten kunnen ontstaan voor:

  • natuurlijke habitats,

  • de habitats in een natura 2000-gebied,

  • beschermde planten of

  • beschermde dieren.

FCNL heeft een vergunning in het kader van de Wnb van 19 februari 2021. In deze vergunning is een bron opgenomen voor “toekomstig onderhoud”. De aanleg/bouw van het project SCM ice & shake kan binnen deze vergunde emissie worden uitgevoerd. Als gevolg van het realiseren en gebruiken van de nieuwe installaties neemt de vergunde capaciteit van 1.400.000 ton per jaar niet toe. Met de capaciteit van de verpakkingsinstallatie van 183.000 ton wordt de melkproductiecapaciteit uitdrukkelijk niet vergroot. De stoomcapaciteit van de vergunde stoomketels is toereikend in verband met de beoogde wijziging van de inrichting. Daardoor zal ook in de gebruiksfase de emissie van stikstofverbindingen niet toenemen ten opzichte van de vergunde situatie. De aangevraagde wijziging van de inrichting heeft geen hogere emissies of depositie van stikstofverbindingen tot gevolg. Het aanvragen van een vergunning in het kader van de Wnb is daarom niet noodzakelijk.

OVERWEGINGEN Milieu

Vergunningplicht

De activiteiten van de inrichting zijn genoemd in Bijlage I, onderdeel B en C van het Bor. Er is mede gelet op artikel 2.1, lid 2 van het Bor sprake van een vergunningplicht op basis van het volgende:

  • a.

    De activiteiten van de inrichting zijn genoemd in Bijlage I, onderdeel C van het Bor, categorie 1.4, sub c. Er is daarmee sprake van een vergunningplichtige activiteit.

  • b.

    Tot de inrichting behoort een IPPC-installatie op grond van Bijlage I van de Rie, categorie 6.4, sub c. Dit betreft de bewerking en verwerking van uitsluitend melk, met een hoeveelheid ontvangen melk van meer dan 200 t per dag (gemiddelde waarde op jaarbasis). Om die reden is op grond van artikel 2.1, tweede lid van het Bor sprake van een vergunningplichtige inrichting.

  • c.

    Omdat de inrichting valt onder het Besluit externe veiligheid (Bevi) is, volgens het bepaalde in Bijlage I, onderdeel B categorie 1, onder a van het Bor, sprake van een vergunningplichtige inrichting.

Projectbeschrijving

FrieslandCampina in Leeuwarden (FCL) is een inrichting voor de productie van gecondenseerde melk en gedroogde zuivelproducten. De vergunningaanvraag heeft betrekking op het realiseren van productie- en verpakkingsfaciliteiten voor BIB (Bag-in-Box) verpakte zuivelproducten. De uiteindelijk geprognotiseerde productiecapaciteit is 183.000 ton product per jaar. Dit project bestaat uit het realiseren van productie- en verpakkingsfaciliteiten in de reeds bestaande gebouwen 4, 5, 6 en 7. De productie en verpakkingslijnen voor dit product voorziet FrieslandCampina in de bestaande gebouwen 5 (Goudbandstraat) en 6 en een deel van gebouw 4. Productie en verpakking van Ice & Shake zijn beoogd in gebouw 6. In gebouw 5 zet FrieslandCampina de verpakte dozen op pallets en verlaten de pallets het gebouw. De palletopslag bevindt zich in gebouw 4. Op het dak van gebouw 7 wil FrieslandCampina twee koeltorens realiseren. Voor de bouw van deze koeltorens is een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen nodig. Het productieproces en de verpakking van het product wil FrieslandCampina 24 uur per dag laten plaatsvinden. De huidige omgevingsvergunning staat het verwerken van maximaal 1.400.000 ton melk per jaar toe. De voorgenomen wijziging heeft geen invloed op de maximale vergunde verwerking van 1.400.000 ton melk per jaar. Een uitgebreide projectomschrijving is opgenomen in de aanvraag om vergunning, welke aan deze omgevingsvergunning is verbonden.

Huidige vergunningsituatie

Voor de inrichting zijn eerder de onderstaande vergunningen en/of ontheffingen verleend dan wel meldingen gedaan:

Soort

Datum

Kenmerk

Onderwerp

Revisievergunning (Wet milieubeheer)

16 december 2008

790713

Revisie van de vergunning

Melding 8.19 (Wet milieubeheer)

10 februari 2009

00809561

Centraliseren opslag gevaarlijke stoffen en nieuwe opslag

Ambtshalve wijziging (Wet milieubeheer)

8 oktober 2009

854555

Aanpassing voorschriften bodembescherming en opslag van K3-vloeistoffen boven lekbakken

Melding 8.19 (Wet milieubeheer)

15 juli 2010

00905168

Uitbreiding opslagcapaciteit

Melding 8.19 (Wet milieubeheer)

14 september 2010

00913835

Uitbreiding magazijnen

Omgevingsvergunning (Wabo) (veranderen en ambtshalve wijziging)

16 januari 2013

01036453

Uitbreiding capaciteit en ambtshalve wijziging voorschriften

Melding Activiteitenbesluit

20 oktober 2013

WFN1311827

Lozen koelwater

Omgevingsvergunning (Wabo) (milieuneutraal veranderen)

23 juli 2014

2014-FUMO-0001669

Milieustraat

Omgevingsvergunning (Wabo) (milieuneutraal veranderen)

10 september 2014

2014-FUMO-0001773

Sprinkler

Omgevingsvergunning (Wabo) (milieuneutraal veranderen)

1 april 2015

2014-FUMO-0003625

Lactose gebouw en leidingbrug

Omgevingsvergunning (Wabo) (milieuneutraal veranderen)

1 mei 2015

2015-FUMO-0004142

Cip 1 gebouw

Omgevingsvergunning (Wabo) (milieuneutraal veranderen)

9 juni 2015

2015-FUMO-0004924

Cip 2 / ijswaterinstallatie

Melding Activiteitenbesluit

31 januari 2020

a8yze4umni4

Intrekken ketel 11

Omgevingsvergunning (Wabo) (milieuneutraal veranderen)

13 maart 2020

Z2019-00012890

Dichtmaken luifel gebouw 13A

Omgevingsvergunning (Wabo) (veranderen)

9 september 2020

Z2020-00001601

Tijdelijke indirecte lozing

Omgevingsvergunning (Wabo) (milieuneutraal veranderen)

30 oktober 2020

Z2020-00008977

Plaatsen elektrische boiler

Omgevingsvergunning (Wabo) (milieuneutraal veranderen)

21 april 2021

Z2021-002328

Plaatsen nieuwe pompput

Omgevingsvergunning (Wabo) (milieuneutraal veranderen)

8 juli 2021

Z2021-005660

Plaatsen tijdelijke PGS 15 opslag voor de opslag van lak

Omgevingsvergunning (Wabo) (milieuneutraal veranderen)

23 september 2021

Z2021-006607

Het verlagen van de opslaghoeveelheid salpeterzuur in tank E5A1TO1

Omgevingsvergunning (Wabo) (milieuneutraal veranderen)

11 november 2021

Z2021-007343

Het vervangen van ammoniakkoelinstallaties

Omgevingsvergunning (Wabo) (milieuneutraal veranderen)

4 januari 2022

Z2021-011532

Het wijzigen van de toepassing van salpeterzuur naar zwavelzuur voor afvalwaterneutralisatie

Omgevingsvergunning (Wabo) (milieuneutraal veranderen)

16 maart 2022

2022-FUMO-0061628

Uitbreiden opslag zwavelzuur

Omgevingsvergunning (Wabo) (milieuneutraal veranderen)

1 juni 2022

2022-FUMO-0063976

Opslag lakken in PGS 15 voorziening

Omgevingsvergunning (Wabo) (milieuneutraal veranderen)

5 september 2022

2022-FUMO-0067059

Uitbreiden opslag zwavelzuur

Omgevingsvergunning (Wabo)

10 maart 2023

2022-FUMO-0070279

Tijdelijke wijziging indirecte lozing afvalwater

Omgevingsvergunning (Wabo)

27 maart 2023

2022-FUMO-0070571

Nieuw ketelhuis

Omgevingsvergunning (Wabo)

6 februari 2024

2023-FUMO-0081819

Opslag lakken in PGS 15 voorziening

De voorschriften van de onderliggende omgevingsvergunningen zijn tevens van toepassing op de aangevraagde verandering, tenzij de aard van de vergunningen en/of de aard van de verandering zich daartegen verzet.

Activiteitenbesluit 

De Omgevingswet is met ingang van 1 januari 2024 in werking getreden. Per 1 januari 2024 is het Activiteitenbesluit milieubeheer (Activiteitenbesluit) vervallen. Deze beschikking is mede gelet op het overgangsrecht van artikel 4.3 van de Invoeringswet Omgevingswet voorbereid met de reguliere voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.2 van de Wabo. De beoordeling van de aanvraag heeft op grond van het overgangsrecht plaatsgevonden aan de hand van het oude recht. Daarom heeft bij het beoordelen van de aanvraag toetsing plaatsgevonden aan het Activiteitenbesluit. De inrichting is een inrichting type C als bedoeld in artikel 1.2 van het Activiteitenbesluit.

De aangevraagde verandering heeft betrekking op onder meer het realiseren van een tweetal natte koeltorens. Op deze activiteit is de volgende onderdelen van het Activiteitenbesluit van toepassing:

  • Paragraaf 3.2.5 In werking hebben van een natte koeltoren.

De delen van de vergunningaanvraag die betrekking hebben op aspecten die in het Activiteitenbesluit zijn gereguleerd beschouwen wij als een melding in het kader van het Activiteitenbesluit.

Toetsingskader BOUW

Inleiding

De aanvraag omgevingsvergunning voor het (ver)bouwen van een bouwwerk (als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onderdeel a van de Wabo) kan alleen worden verleend als deze voldoet aan de in artikel 2.10, eerste lid van de Wabo gestelde toetsingscriteria.

Een toetsing aan deze criteria heeft plaatsgevonden.

Toetsing

Welstand

De gegevens en bescheiden behorende bij de aanvraag omgevingsvergunning, zijn vanwege het feit dat het om een interne verbouwing gaat, niet getoetst aan de door de gemeenteraad vastgestelde criteria zoals gesteld in de gemeentelijke welstandsnota.

Toetsing Bouwbesluit 2012

De gegevens en bescheiden die horen bij de aanvraag omgevingsvergunning, zijn getoetst aan de voorschriften van het Bouwbesluit 2012. Op grond van de ingediende stukken bij deze aanvraag is voldoende aannemelijk gemaakt dat wordt voldaan aan de voorschriften van het Bouwbesluit 2012.

Toetsing gemeentelijke bouwverordening

De gegevens en bescheiden behorende bij de aanvraag omgevingsvergunning zijn getoetst aan de voorschriften van de gemeentelijke Bouwverordening. De aanvraag voldoet aan de voorschriften van de gemeentelijke bouwverordening.

Toetsing Bestemmingsplan

Het perceel Pieter Stuyvesantweg 1, 8937 AC te Leeuwarden is gelegen in een gebied waarvoor het bestemmingsplan ‘Leeuwarden – Industrieterrein Leeuwarden Oost en de Hemrik‘ is vastgesteld. In dit bestemmingsplan hebben de gronden de bestemming ‘Bedrijventerrein – 1’ met de functieaanduidingen ‘bedrijf tot en met categorie 3.2’ en ‘specifieke vorm van bedrijf – zuivelfabriek ‘ (artikel 3 van de regels).

Op basis van artikel 3, lid 3.1 zijn de voor ‘Bedrijventerrein - 1‘ aangewezen gronden bestemd voor gebouwen ten behoeve van bedrijven die zijn genoemd in bijlage 1 onder de categorieën 1, 2, 3.1. en 3.2, ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.2' met uitzondering van risicovolle inrichtingen en vuurwerkbedrijven ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - zuivelfabriek', een zuivelfabriek met inbegrip van de keuring en controle van voedingsmiddelen waarbij, ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek', de bestaande karakteristieke hoofdvorm van de gebouwen wordt nagestreefd.

Het bouwplan is in overeenstemming met de regels van het bestemmingsplan.

Brandveiligheid

Van Brandweer Fryslân hebben wij op ons verzoek op 15 augustus 2023 een advies ontvangen. Naar aanleiding van dit advies is de vergunningaanvraag op 9 november 2023 aangepast door het toevoegen van de volgende documenten:

  • -

    Ontwerpdocument brandveiligheid, FrieslandCampina Leeuwarden gebouw 3-7, versie 2, d.d. 9-11-2023 en

  • -

    Bijlage 1 tekeningen, gebouw 3 t/m 7, kelder GV001, BGG GV100, 1e verd GV101, 2e verd GV102, dak GV103, allen d.d. 9-11-2023.

Naar aanleiding van deze aanpassing hebben wij van Brandweer Fryslân op 27 januari 2024 een nieuw advies ontvangen. In dit advies is aangegeven dat de aangepaste informatie voldoende is voor een goede beoordeling van de situatie. De veiligheidsregio adviseert het volgende te borgen in de vergunning:

  • 1.

    Uit de vuurbelastingberekening voor brandcompartiment 8 volgt een gemiddelde vuurbelasting van 39 kW/m2. Op basis van deze vuurbelasting en de geringe overschrijding van 200 m2 ten opzichte van de in het Bouwbesluit gestelde oppervlakte-eis is het in onze ogen voldoende aannemelijk dat aan de uitgangspunten van afdeling 2.10 van het Bouwbesluit wordt voldaan. Wij adviseren om de berekende vuurbelasting te borgen in de vergunning, zo ook een zgn. toezicht-arrangement zoals bedoeld in NEN 6060.

  • 2.

    In ons voorgaande advies hebben wij opgemerkt dat brandoverslag voorkomen moet worden (voorkomen van hoekoverslag d.m.v. berekening o.i.d. verder uitwerken c.q. aantonen). In paragraaf 3.3 van het rapport is hierover e.e.a. beschreven. Hierover hebben wij geen opmerkingen. Of hetgeen in 3.3 100% de mogelijke brandoverslag-trajecten (horizontaal en verticaal) afdekt kunnen wij op basis van de tekeningen niet overzien. Als voorwaarde in deze vergunning is geborgd dat de aanvrager brandoverslagtracés vroegtijdig middels doorsnedetekeningen met het bevoegd gezag moet bespreken.

  • 3.

    De sprinklerinstallatie wordt gebruikt om brandoverslag te voorkomen. Hierdoor wordt(/ worden delen van) de sprinklerinstallatie onderdeel van de WABO-vergunning. Derhalve adviseren wij om de (betreffende delen van de) sprinklerinstallatie te laten certificeren. Tevens adviseren wij om in de vergunning op te nemen dat er een uitgangspuntendocument voor de sprinklerinstallatie ter goedkeuring bij het bevoegd gezag moet worden ingediend.

  • 4.

    De draairichting van de deuren staat niet bij alle deuren aangegeven. Dit kan mogelijk ook middels ‘as-built-tekeningen’ geborgd worden.

  • 5.

    De ontvluchting vanuit de kantine is niet duidelijk (op tekening aangegeven). Een roldeur mag niet in een vluchtroute liggen. Wij adviseren om de ontvluchting vanuit de kantine op tekening of in de rapportage te laten verduidelijken. Dit kan mogelijk ook middels ‘as-built-tekeningen’ geborgd worden. Als maar niet gevlucht moet worden via de aangegeven roldeur.

Het advies van Brandweer Fryslân hebben wij als volgt geborgd:

  • 1.

    De documenten “ontwerpdocument brandveiligheid, FrieslandCampina Leeuwarden gebouw 3-7, versie 2, d.d. 9-11-2023” en “Bijlage 1 tekeningen, gebouw 3 t/m 7, kelder GV001, BGG GV100, 1e verd GV101, 2e verd GV102, dak GV103, allen d.d. 9-11-2023” hebben wij onderdeel uit laten maken van de vergunning. Daardoor zijn de uitgangspunten in deze documenten in de vergunning geborgd. Daarnaast is voorschrift 1.1.1 aan deze vergunning verbonden op grond waarvan het verplicht is volgens de NEN 6060 een toezichtarrangement aan te gaan en de aanwezige vuurlast regelmatig te controleren.

  • 2.

    Aan de vergunning is voorschrift 1.1.5 verbonden. Op grond van dit voorschrift dienen de brandoverslagtracés vroegtijdig middels doorsnedetekeningen inzichtelijk te worden gemaakt en aan het bevoegd gezag worden voorgelegd.

  • 3.

    Om te borgen dat de sprinklerinstallatie aan de uitgangspunten voldoet is voorschrift 1.1.2 aan deze vergunning verbonden. Op grond van dit voorschrift dient de sprinklerinstallatie gecertificeerd te worden. Tevens dient er een uitgangspuntendocument voor de sprinklerinstallatie ter goedkeuring bij het bevoegd gezag te worden ingediend.

  • 4.

    Aan de vergunning is voorschrift 1.1.3 verbonden. Op grond van dit voorschrift dienen de draairichtingen van de deuren te worden aangegeven op een later in te dienen revisietekening.

  • 5.

    Aan de vergunning is voorschrift 1.1.4 verbonden. Op grond van dit voorschrift dient de ontvluchting vanuit de kantine verduidelijkt te worden op tekening of in een rapportage. Verder is in het voorschrift geborgd dat niet mag worden gevlucht via de roldeur. Het voorgaande dient aangepast te worden op de revisietekeningen welke in een later stadium aangeleverd mogen worden.

CONCLUSIE

Gelet op bovenstaande overwegingen is het college van mening dat er geen beletsel is voor het verlenen van de omgevingsvergunning.

TOETSINGSKADER MILIEU

Inleiding

De aanvraag heeft betrekking op een milieuneutrale verandering van de inrichting of van de werking van de inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel e, onder 2° van de Wabo. De Wabo bepaalt in artikel 2.14, vijfde lid dat in afwijking van het eerste tot en met vierde lid de vergunning wordt verleend, wanneer wordt voldaan aan artikel 3.10, derde lid van de Wabo. Dat betekent dat een vergunning wordt verleend met de reguliere procedure, wanneer er sprake is van een verandering van de inrichting of van de werking van de inrichting die niet leidt

  • tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu dan volgens de geldende vergunning is toegestaan;

  • tot een verplichting tot het maken van een milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer;

  • tot een andere inrichting dan waarvoor eerder een omgevingsvergunning is verleend.

De aanvraag is getoetst aan deze criteria. In het onderstaande gaan wij hierop in.

Toetsing

Andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu

Naar aanleiding van de ingediende aanvraag en de daarbij overgelegde gegevens concluderen wij dat de aangevraagde verandering aan bovenstaande voorwaarden voldoet, om de volgende redenen:

Bodembescherming

Bodembescherming is bij FCNL in Leeuwarden rechtstreeks vanuit het Activiteitenbesluit geregeld omdat het een inrichting met een IPPC-installatie betreft. In bijlage 5 van de vergunningaanvraag is een bodemrisicodocument gevoegd. Uit dit bodemrisicodocument blijkt dat alle nieuwe aangevraagde potentieel bodembedreigende activiteiten kunnen voldoen aan een verwaarloosbaar risico voor de bodem als bedoeld in de Nederlands Richtlijn Bodembescherming 2012. Voor wat betreft bodem is de aanvraag milieuneutraal.

Nulsituatie bodemkwaliteit

Op grond van artikel 4.3 en artikel 4.17 lid 2 van de Regeling omgevingsrecht dienen bij de vergunningaanvraag de resultaten van een onderzoek naar de kwaliteit van de bodem te worden verstrekt. Op de plaats waar de beoogde wijziging is gepland was de nulsituatie van de bodem nog niet geheel vastgelegd. Daarom heeft inrichtinghouder een rapportage van een bodemonderzoek bij de vergunningaanvraag gevoegd (Verkennend bodemonderzoek drie deellocaties P. Stuyvesantweg 1 in Leeuwarden, WMR Rinsumageest BV, kenmerk 230264-02/JvdM, datum 4 mei 2023).

Externe veiligheid

Ten behoeve van de nieuwe activiteiten worden ADR klasse 8 stoffen in verpakkingen opgeslagen. De opslag van dergelijke stoffen was al eerder vergund binnen de inrichting. De opslag van deze stoffen moet op grond van de onderliggende vergunning voldoen aan de PGS15. De voorschriften van de onderliggende vergunning zijn namelijk van rechtswege ook van toepassing op wijzigingen van de vergunning. Voor wat betreft veiligheid is de aangevraagde wijziging milieuneutraal.

Geluid

Om een goed beeld te krijgen van de geluidbelasting als gevolg van de beoogde wijzigingen is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek zijn vastgelegd in het rapport “Akoestisch onderzoek “Ice & Shake” dat is opgesteld door Adviesbureau DGMR, met kenmerk I.2005.3057.75.R001 van 22 februari 2023. De geluidbelasting wordt bepaald door de fabrieksinstallaties en de transporten op het terrein. Op basis van het onderzoek is geconcludeerd dat de geluidbelasting past binnen de vergunde geluidsruimte. Voor wat betreft geluid is de aangevraagde wijziging milieuneutraal.

Emissies naar lucht

Als gevolg van het realiseren en gebruiken van de nieuwe installaties neemt de vergunde capaciteit van 1.400.000 ton per jaar niet toe. Ten opzichte van de vergunde situatie nemen de emissies naar de lucht niet toe. Voor wat betreft lucht is de aangevraagde wijziging milieuneutraal.

Geur

Als gevolg van het realiseren en gebruiken van de nieuwe installaties neemt de vergunde capaciteit van 1.400.000 ton per jaar niet toe. Ten opzichte van de vergunde situatie nemen de emissies van geur naar de lucht niet toe. Voor wat betreft geur is de aangevraagde wijziging milieuneutraal.

Energie

Als gevolg van het realiseren en gebruiken van de nieuwe installaties neemt de vergunde capaciteit van 1.400.000 ton per jaar niet toe. De stoomcapaciteit van de vergunde stoomketels is toereikend in verband met de beoogde wijziging van de inrichting. Voor wat betreft energieverbruik is de aangevraagde wijziging milieuneutraal.

Afvalwater

Bij de nieuwe productiefaciliteit zal afvalwater vrijkomen. De samenstelling en het debiet van het afvalwater passen binnen de vigerende eisen die worden gesteld aan het te lozen bedrijfsafvalwater. Voor de verandering zijn de aanwezige voorzieningen en vergunningen dekkend. Voor wat betreft afvalwater is de aangevraagde wijziging milieuneutraal.

Conclusie

De verandering leidt niet tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu.

Toetsing andere inrichting

Op basis van de in de aanvraag opgenomen beschrijving van de verandering is het aannemelijk, dat de verandering niet leidt tot een andere inrichting dan waarvoor eerder een vergunning is verleend. Er is geen sprake van een andere categorie van activiteiten als bedoeld in Bijlage I van het Bor.

Toetsing milieueffectrapport

De activiteit van de inrichting (zuivelfabriek) zelf wordt als zodanig genoemd in bijlage D van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.):

  • -

    D 36. De oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie van een zuivelfabriek waarbij de activiteit betrekking heeft op een productiecapaciteit van 30.000 ton per jaar of meer.

Op 26 mei 2023 hebben wij van FCNL een aanmeldnotitie ontvangen over het voornemen voor het realiseren van productie- en verpakkingsfaciliteiten voor BIB (Bag-in-Box) verpakte zuivelproducten. Op 28 juni 2023 hebben wij besloten dat geen MER hoeft te worden opgesteld.

Conclusie

Vanuit het toetsingskader dat betrekking heeft op het milieuneutraal veranderen van de inrichting wordt de gevraagde vergunning verleend. Er zijn geen redenen om de omgevingsvergunning te weigeren.

Naar boven